woensdag 9 juli 2008

Maleisië, heel vroeg uit de veren

Kuala Lumpur, 09/07/2008

Onze laatste dag ik Kuala Lumpur was alweer aangebroken en het beste was voor het laatste bewaard. Henk had gisteren wel tien keer gevraagd of we echt om zeven uur klaar moesten staan en mij antwoord was steeds hetzelfde geweest, “Ja Henk, om zeven uur klaar staan”. Het lijkt wel of het elke keer drukker is bij het bezoek aan de brug tussen de twee torens. Wij arriveerden om iets voor half acht en er stond al een rij waarvan Henk zijn mond openviel.
“Zoveel mensen had ik niet verwacht”, stamelde hij.
“Ik had het je toch gezegd, het is erg druk dus moet je er vroeg bij zijn!”.
Ik hoopte dat hij nu niet meer zou twijfelen aan mijn woorden. Na ruim een uur stonden we met de kaartjes voor kwart voor elf in de hand weer in de grote hal tussen de twee torens. Er was niet voldoende tijd om nog iets te ondernemen maar wel voldoende tijd om wat te eten. Natuurlijk weer het broodje ei met een koffie en een cola. Vandaag werd er niet geklaagd maar ging het gesprek over teruggaan naar Pattaya. Henk zat met zijn twee weken in zijn hoofd en mijn planning liep op drie. We waren al een week onderweg en we zaten nog steeds in het zuiden van Maleisië. Henk was ook van mening veranderd en wilde best drie weken onderweg zijn, dan had hij nog ruim twee weken in Pattaya voordat hij weer naar Holland moest en dat was in zijn beleving voldoende.
De tocht naar de brug in de high speed lift is een goed begin van je bezoek. Je vliegt met ongeveer 20 Km/u omhoog door het hart van de 452 meter hoge toren. Zoals ik al eerder heb verteld, je gaat niet naar de top maar naar de dubbeldeks brug tussen de twee torens die op ongeveer 170 meter boven de straat ligt. Henk zei het later heel mooi.
“Die brug is ongeveer de St. Maartenskerk (Bommelse toren) op zijn zijde tussen de twee torens”.
Zo had ik het nog nooit bekeken! De tijd op de brug is zo kort dat het eigenlijk niet echt tot je doordringt waar je bent en wat het eigenlijk is. Dat komt later wel als je de foto’s en film terugkijkt.
Toen wij om kwart over elf weer beneden waren werden de laatste kaarten uitgegeven en ik maakte een grapje of Henk misschien nog een keer naar boven wilde. Hij kon er niet om lachen en was weer nors zoals zo vaak.

Voor de middag koos ik maar voor een bekende attractie, een Chinese Tempel net buiten de rand van de binnenstad. Gemakkelijk te bereiken en leuk om rond te wandelen. Dit was meer interessant voor Henk en zijn camera had het weer druk.
Zo was er weer een einde gekomen aan het bezoek aan Kuala Lumpur. Voor het avondeten gingen naar één van de grootste foodcourts die ik ooit heb gezien. Mijn keuze viel op Koreaans en Henk ging voor de gebakken rijst uit een klein pannetje. Heerlijk gewoon die Kimchi! Voor een laatste blik op de torens in het donker voor het slapen gaan liepen we naar buiten waar Henk uitvoerig en uitbundig afscheid nam van de meisjes achter de counter van het Thaise eten. Ik geloof dat Henk zich niet realiseerde dat het gewoon Maleisische meisjes waren die in een Thai restaurant werkten. Morgen gaan we weer vroeg op pad naar een oude stad met paleizen van de Sultan van Perak.

dinsdag 8 juli 2008

Maleisië, aapjes kijken

Kuala Lumpur, 08/07/2008

Natuurlijk hadden we na een avond stevig drinken weer een goede nachtrust nodig. Laat opstaan, nou ja laat, negen uur klaar staan. Dit betekende wel dat we de brug tussen de torens vandaag niet konden bezoeken en dat we dat dus tot morgen, de laatste dag, zouden bewaren. Een gok maar Henk was er zeker van dat we morgen wel vroeg zouden opstaan.
Na het ontbijt zouden we de Batu Caves gaan bezoeken. In plaats van op de bus te stappen naast Chinatown wandelden we richting Kampong Bahru om daar de bus te nemen. Kuala Lumpur is een miljoenen stad waar altijd wel wat te zien is. Helaas moesten we even afwijken van ons pad omdat mijn darmen voor het eerst opspeelden. Dat moest wel van het bier zijn dat tot nu toe rijkelijk had gevloeid op onze avonden in Maleisië.
Bus nummer 11 bracht ons bijna tot aan de poort van het tempelcomplex. Batu Caves is een enorme Hindoe tempel in en om een grote grot. Rond te tempel zijn diverse kleinere tempels opgericht ter ere van van alles en nog wat uit de Hindoe legendes. De olifantengod, Ganesh, kennen jullie waarschijnlijk wel en ook van Shiva hebben jullie wel eens gehoord. Voordat we de treden naar de grot beklommen nam ik Henk eerst mee naar de tempel van de god met het apenhoofd. Heel indrukwekkend dat groene gedaante, Henk daarentegen had alleen oog voor de kleine Makaken die in en rond de tempel wonen.
De 272 treden moet ik nu altijd in één keer zonder te rusten nemen. Het is een soort bewijs aan mezelf dat ik nu fitter ben dan jaren geleden toen ik wel eens twee keer moest stoppen voordat ik boven was. Met Henk in mijn kielzog en het verstand op nul liep ik naar boven. Natuurlijk lukt het me nu wel en ik ben nog steeds trots als ik van die jonge gasten van rond de twintig zie puffen en zweten voordat ze boven zijn.
In de grot kon Henk zijn ogen niet geloven en hij vertelde me wel tien keer dat dit één van de mooiste dingen was die hij ooit had gezien. Ondanks het feit dat ik hier al meerdere malen ben geweest genoot ik ook, zeker van Henk omdat hij ook genoot en het heel erg naar zijn zin had. De troepen kleine apen werden nog het meest gefilmd en werden af en toe afgewisseld met een beeld van een tempel.
Pas om drie uur arriveerden we terug in het KLCC voor de lunch. Een grote kebab met lamsvlees voor mij en een spaghetti met kipshoarma voor Henk. Het bord was leeg voordat ik het einde van mijn kebab had gezien.
Zijn lippen aflikkend zei Henk, “ik haal ook nog zo’n broodje, het ziet er goed uit!”
En weg was hij. Na het eten moesten we toch nog even rusten op de kamer en bijkomen van de dag. Van slapen komt er weinig voor mij omdat ik dan meestal aan mijn verhalen ga werken. Slapen doe ik ’s nachts is dan ook mijn motto tegenwoordig.
Gelukkig gingen we ook op de tweede avond naar Chinatown om de gemiste Chinese maaltijd van gisteren te nuttigen. Het was geen culinair hoogstandje maar gewoon OK. We hadden allebei ons bordje leeg en dronken nog een paar biertjes. Het werd zeker niet te laat want morgen moeten we om zeven uur op om kaartjes te gaan halen voor het bezoek aan de brug tussen de twee Petronas torens.

maandag 7 juli 2008

Maleisië, een onverwachte ontmoeting in Kuala Lumpur

Kuala Lumpur, 07/07/2008

De reden van het vroeg opstaan ontging Henk in het geheel, hij sputterde niet erg lang tegen. In Nederland heb je elk half uur een trein of bus en er zijn nooit lange wachttijden, de gemiddelde snelheid per uur ligt ook meer dan anderhalf keer hoger dan hier in Azië. Zo kwam het dus dat we net na acht uur in de ochtend de buitenlucht in stapte met de zon al redelijk sterk aan de hemel. Het eerste stuk moest worden gelopen en het zweet vond meteen de nooduitgangen naar buiten. Binnen een minuut was mijn shirt doorweekt en Henk veegde het zweet van zijn voorhoofd met zijn onafscheidelijke zakdoek.
Eenmaal in de stadsbus werd het door de airconditioning beter en het korte stukje van de bus naar de busterminal was gemakkelijk te overbruggen. Binnen werden er meteen de kaartjes voor de bus gekocht en we hadden een heel klein beetje pech, half elf zou de bus vertrekken. Over ruim anderhalf uur dus. Het gebruikelijk ontbijt begon nu slechter te smaken, althans voor Henk.
“Die broodjes ei komen nu wel mijn strot uit”, klaagde hij.
Ik probeerde hem uit te leggen dat dit eigenlijk het enige is dat je kan verwachten als je in Azië op reis bent. In echte toeristenplaatsen wil er nog wel eens een normaal ontbijt worden geserveerd maar normaal gesproken moet je al blij zijn met een bananenpannenkoek. Het uurtje wachten werd al pratend doorgebracht en Henk vond het erg dat hij van zoveel “keigoede gasten” afscheid had moeten nemen.
“Misschien zie ik ze wel nooit meer”, klaagde hij.
“Ik raak nu eenmaal snel aan mensen gehecht”, ging hij verder.
“Ja Henk, als je veel reist moet je ook veel afscheid nemen en dat is niet altijd even gemakkelijk”, stelde ik hem gerust.
“Maar je weet nooit, je kan zo weer iemand tegenkomen waarvan je het nooit had verwacht”, vertelde ik hem.
Eenmaal in de bus duurde het niet lang of Henk lag onderuitgezakt te slapen, of te sudderen zoals Tettje zou zeggen. Met de muziek uit mijn iPod spelend vlogen de twee uurtjes om en we stonden in het Puduraya busstation in Kuala Lumpur.
Om zo min mogelijk tijd te verliezen vloog ik als een razende Roeland door de straten en steegjes van Kuala Lumpur naar het Fortuna Hotel. Ik wilde de tijd zo goed mogelijk gebruiken en zo stonden er vandaag alweer twee dingen op het programma.
1e Lunch en het KLCC en snel de Petronas torens van buiten bekijken
2e De KL Menara bezoeken en naar het observatiedeck gaan om Kuala Lumpur van bovenaf te bekijken.
Ik kan het wel begrijpen dat het allemaal te snel ging voor Henk. Hij was ontzettend onder de indruk van de torens en wilde steeds filmen en foto’s nemen, dit terwijl ik alleen maar aan eten kon denken. Uiteindelijk belanden we op de derde verdieping waar de foodcourt van het KLCC is gevestigd. Henk koos voor een bord Döner Kebab met sla en patat terwijl ik de voor mij bekende rijst met vlees en groente koos. Het smaakte ons voortreffelijk zoals altijd.
Vanaf het KLCC liepen voldaan en erg langzaam richting de Menara KL. Langzaam kroop het onderwerp Pattaya in ons gesprek. Over welk onderwerp ik ook begon, binnen enkele zinnen was Henk weer op Pattaya aangekomen. Het gaf me een vreemd gevoel maar ik maakte me geen zorgen. Net voordat we bij de Menara KL aankwamen liepen we onze Ierse vrienden tegen het lijf. Henk was nog meer verbaasd dan ik. Het toeval wilde dat zij ook net op weg waren naar de Menara KL en het duurde niet lang en we waren met zijn vieren op weg.
Nadat we de toren hadden bezocht dronken we nog wat in het restaurant aan de voet van de toren en maakten een afspraak om vanavond nog wat te drinken in Chinatown. Natuurlijk gaf ik de aanwijzingen om op het terras van de oude Mr. Lee te komen.

“Half negen vanavond”, riepen we elkaar nog na toen onze wegen scheiden.
Het was in ieder geval een goed begin geweest van ons bezoek aan Kuala Lumpur. We hadden de beste voornemens om vanavond Chinees te eten. Helaas zijn de torens in het kunstlicht te mooi. We namen ruim de tijd om deze tijdloze schoonheid te aanschouwen. Henk kon zijn ogen niet geloven en liet zijn videocamera snorren en fototoestel klikken. Hij was sprakeloos. We bleven zo lang hangen dat we na een rit met de ondergrondse net iets te laat in Chinatown arriveerden. Onze vrienden hadden al plaatsen ingenomen en de eerste bieren stonden in een poep en een scheet in de nu zo gewone koelemmer op tafel. Het was een heel gezellige avond die snel omvloog en het eten erbij in schoot. Voordat we het zelf realiseerde waren we de enige overgebleven gasten op het terras. Het deed pijn om weer opnieuw afscheid te nemen maar de afspraak om elkaar weer te zien in Argentinië volgend jaar deed me goed. Ook de uitnodiging om naar Dublin te komen werd met open armen ontvangen. Henk zag het al helemaal zitten om naar Ierland te gaan. Te lui om te lopen namen we maar een keer de taxi. Morgen zouden we een beetje rustig aan doen en in de middag de Batu Caves gaan bezoeken.
Copyright/Disclaimer