vrijdag 6 april 2007

Maleisië, Bezienswaardigheden

Kuala Lumpur 06/04/2007

Gisteren had ik Arno opgepikt van het Centraal Station zoals afgesproken. Het was ietsjes later dan verwacht maar onze coördinatie was perfect. We sprongen snel op de monorail naar Bukit Bintang om Arno in te schrijven en zijn bagage achter te laten in het hotel. Toen hij de torens voor de eerste keer zag was hij duidelijk onder de indruk. Nadat hij zijn eerste foto’s had geschoten namen we de Putra ondergrondse lijn naar Chinatown. Het was tenslotte tijd voor een paar koude biertjes! Tijdens het eten van sateetjes en het drinken van een paar biertjes maakten we plannen voor vrijdag, we zouden de stad gaan bezichtigen.
We waren het er over eens dat we vroeg zouden opstaan om als eerste bij de skybridge te zijn, daarna zouden we gaan ontbijten. Om half acht wekte het alarm mij na een niet al te beste nacht slaap. Maar dat was geen probleem, Ik zou dan vanavond wel heel vermoeid zijn en daardoor veel beter slapen. We stapten het hotel uit net na 08:00 uur and het was en aangename dag, een verkoelende bries waaide door de (nog) verlaten straten van Kuala Lumpur. Ik was echt verbaasd door de hoeveelheid mensen die op dit tijdstip al stonden te wachten voor de (gratis) kaartjes. Het was nog niet eens half negen en er stonden zeker al meer dan 300 mensen in de rij. We keken elkaar aan en hadden allebei hetzelfde idee. Eerst ontbijten en dan de kaartjes ophalen! Het klinkt misschien saai maar het ontbijt was weer bij McDonalds. Het eten in Maleisië is formidabel maar voor een beetje westers ontbijt moet je toch naar McDonalds. Toen wij rond kwart voor tien aansloten in de rij waren er misschien nog maar 50 mensen voor ons. De tijd voor het bezoek was al wel opgelopen tot kwart voor vijf in de middag. Alle kaartjes waren uitgegeven binnen negentig minuten. Mijn verzoek om kaartjes voor de kaartjes van half zes werd ingewilligd. We gingen iets later zodat we wat meer tijd hadden voor de andere plaatsen die we die dag zouden bezoeken.

We slenterden rustig naar het centrum vanwaar we de bus naar de “Batu Caves” zouden nemen, een bijna 120 jaar oude Hindu tempel aan de rand van het moderne Kuala Lumpur. De bustocht op zich is al bijna een avontuur een geeft je een goed beeld van het dagelijks leven in Maleisië. De “Batu Caves” zijn moeilijk te beschrijven zoals heel veel plaatsen en geuren in Azië. De 272 treden die naar de ingang van de grot leiden en het “Thaipusam festival” zijn de meest belangrijke zaken voor de tempel. De tientallen Hindu goden die over de gehele grot verspreid staan zeggen mij weinig maar zijn wel heel belangrijk voor de Indiërs en afstammelingen van de eerste emigranten in Maleisië. De moslim meerderheid in Maleisië maakt het niet al te moeilijk voor andere religies om te bestaan in Maleisië. De hele gemeenschap is gebaseerd op wederzijds respect. Alhoewel de regering het soms wel eens een beetje verbuigt. De trap naar beneden is veel gemakkelijker dan omhoog, maar dit was de eerste keer dat ik profijt had van al mijn wandelen. Ik liep in één keer de 272 treden omhoog, dit was de eerste keer zover ik mij kan herinneren.
Op de terug weg zouden we wat gaan lopen. Mijn GPS gaf aan dat we dicht genoeg bij de “Petronas Towers” waren om te gaan lopen. Een wandeling zou alleen maar meer eetlust opwekken voor de lunch. En de lunch is nergens beter dan in de foodcourt van het KLCC. Je kan hier twee weken gaan lunchen en dineren en nooit hetzelfde Aziatische gerecht op je bord hebben. De smaak en kwaliteit is gewoon uitmuntend. Het werd lams shoarma voor Arno en een bord rijst met een paar Chinese nevengerechten met een Coke light voor mij. Arno genoot nog van een koffie na en ik zelf sla een bakkie ook bijna nooit af. Twee grote mokken bij de Starbucks maakte onze lunch compleet.
De tweede plaats die we zouden bezoeken was de “KL Menara”, een telecommunicatie toren gebouwd op een heuvel midden in de stad. Je kan de toren dan ook bijna van overal in KL zien. Het is een goed mikpunt als je verdwaald bent in Kuala Lumpur. Op weg naar de toren zagen we dat de eerste voorbereidingen in volle gang waren voor het F1 weekend. Een glanzende McLaren raceauto gesponsord door Johnnie Walker stond tentoongesteld buiten een bar in de gouden driehoek. We gingen een hoek om en daar stond een Ferrari, schreeuwend rood in de hete middagzon. Dit was erg indrukwekkend en hielp zeker mee aan het opbouwen van de spanning voor de race.

De RM 20 entree voor de toren is elke sen waard. Het gehele 360° zicht over Kuala Lumpur laat je een hele hoop nieuwe dingen zien en ontdekken die alleen zichtbaar zijn vanuit de lucht. Een klassieker is, “waar is ons hotel nu ook alweer?” Deze wordt door bijna iedereen gedaan. Omdat je je op de top van een heuvel bevindt kijk je neer op de 452 meter hoge “Petronas Towers“, dit is dan ook een hele vreemde gewaarwording.
De volgende en laatste halte zou het hoogtepunt van de dag worden. We gingen de dubbeldekker brug, die op ongeveer 170 meter boven de straat zweeft, bezoeken. We hadden nog wat tijd en van al dat lopen hadden we alweer trek gekregen. Nog een overheerlijke lamskebab met een Coke light. Uitstekend! Als je één van de laatste bezoekers van de dag bent kun je meemaken dat er wat vertragingen zijn. Zo ook deze keer, het was gelukkig maar tien minuten die in het kleine museum naast de entree werden doorgebracht. In de lift omhoog naar de 81st verdieping vertelde ik de gids dat ik voor de 25st keer omhoog ging. Ze glimlachte en vertelde me dat ze erg trots was om mij als haar gast te mogen ontmoeten. De vergezichten zijn niet zo goed als van af de KL Menara Maar het veel dichterbij zijn bij de torens en de details goed te kunnen zien maakt het allemaal de moeite waard. In oktober ga ik voor de 26st keer omhoog, dat staat als een paal boven water.

Langzaam en in stilte slenterden we samen terug naar het hotel. Arno bedankte mij voor de fijne dag die ik hem had bezorgd in Kuala Lumpur. Vrijdagavond is een klassieker in Chinatown. We hadden meer dan genoeg bier en een heerlijke Chinese maaltijd. Er was veel gelachen en we hadden veel plezier gehad. Blij en voldaan liepen we naar de taxi wachtplaats. Morgen gaan we ontspannen en kijken we de kwalificatie in de kroeg. Zondag is de grote dag met de race!

donderdag 5 april 2007

Maleisië, Een andere route

Kuala Lumpur 05/04/2007

Ik werd gewekt door de schoonmaakster rond half tien, ze dacht dat ik vergeten was om het bordje “Maak mijn kamer schoon a.u.b.?” aan de knop van de deur te hangen. Toen ze mij zag liggen in mijn ochtendglorie verontschuldigde ze zichzelf een honderd keer en vertrok. Het kon mij niet veel schelen want in wil sowieso niet al te veel tijd doorbrengen in bed. Ik veegde mijzelf bij elkaar en sprong onder de douche. Ik wilde niet al teveel tijd verliezen want McDonalds serveert het ontbijt maar tot elf uur! Toen ik een beetje frisser uit de douche stapte realiseerde ik me dat ik toch wel wat meer dronken moet zijn geweest dan ik had gedacht, één van mijn contactlenzen lag netjes uitgedroogd als een sinaasappelschil naast het doosje. Ik stopte het snel in het doosje en stopte de andere in mijn oog. Half zicht vandaag! Maar ik kon tenminste iets zien. Op weg naar mijn ontbijt leverde ik nog even snel mijn was af bij de “Lion of Babylon” wasserette in mijzelf lachend en nadenkend over de plezierige avond die ik had gehad. Wat zou mij vandaag weer te wachten staan?
Het weer was beter dan voorheen en alles duidde er op dat het mijn tweede dag zonder regen zou worden. Het is niet zo dat ik een hekel heb aan een flinke bui zo nu en dan aan het einde van de middag maar het zijn de dagen dat het een uur of drie onafgebroken regent. Ja, wij hebben die dagen hier ook. Vandaag zou ik eens een totaal andere richting kiezen voor mijn wandeling. Er blies een verkoelende wind en alles wees in de richting van het onbekende voor mijn middagwandeling. Ik sloeg linksaf bij de oude gevangenis en ging daarna gewoon rechtdoor. Het was inderdaad fantastisch weer voor een wandeling. Ik keek op mijn GPS en zag dat ik precies de andere kant op liep dan de richting waar alles wat zo bekend voor me was. Dat gaf me een goed gevoel.
Ik vermaakte mij in het echte KL en keek mijn ogen uit. Het was misschien na een uurtje of zo toen ik werd gedwongen om een steegje in te gaan omdat de andere straat/weg gewoon ophield, het werd een autosnelweg. In de verte zag ik een hut opgebouwd uit golfplaten en hout versiert met Chinese en meer traditionele Thaise Buddha’s. Het zingen van monniken klonk vanuit de hut. Toen ik dichterbij kwam verscheen er plotseling een man die op mij afkwam en met gevouwen handen voor zijn borst begroette. Hij was een Chinees uit Thailand die al geruime tijd in Kuala Lumpur woonde. Hij nodigde mij uit om naar binnen te komen en bood mij een stoel aan. Ik weigerde het aanbod van de stoel maar ging wel met hem naar binnen. Onmiddellijk begon hij zijn verhaal over het Buddhisme in het algemeen. Ik keek goed rond en herkende een paar van de Thaise monniken aan de muur. Hij was echt onder de indruk toen ik een paar van hen aanwees en er ook nog de juiste naam bij wist. Ik herkende ook de Buddha uit Pitsanolok en dat bracht hem in extase. Ik bedankte hem en nam afscheid, toen ik even later over mijn schouder keek stond hij nog steeds in de verte te zwaaien.

Opnieuw werd ik geconfronteerd met een straat die plotseling autosnelweg werd. Dat kon in KL gebeuren, deze stad was niet ontworpen om te lopen maar om te rijden. Wat was wijsheid? Een paar honderd meter verder op zag ik een verkeersagent die naast zijn motor stond. Dat was voor nu mijn beste mogelijkheid. Bij de politieman aangekomen keek hij me vreemd aan, ik was waarschijnlijk het laatste wat hij had verwacht te zien vandaag op de autosnelweg. Toen ik hem vroeg hoe ik weer in stad kon komen wees hij resoluut in de richting vanwaar ik was gekomen. Ik had niet echt trek om dezelfde weg weer terug te lopen! Ik vroeg hem of het tegen de wet was om langs de autosnelweg te lopen. En nee, dat was het niet. Je mocht lopen waar je wilde zolang je het verkeer maar niet in gevaar bracht. Ik programmeerde mijn GPS voor het “Sentral Stesen” en na de berekening verscheen twee kilometer in een rechte lijn op het scherm. De agent die over mijn schouder had meegekeken was onder de indruk.
Ik nam afscheid en vervolgde mijn weg in de richting van de rode pijl.
Ik vervolgde mijn weg langs de autosnelweg zo lang als mogelijk, totdat ik zelfs de lichtreclame van het station kon zien. Op dat moment was ik zo dichtbij het oude treinstation dat ik van gedachte veranderden mijn nieuwe bestemming werd Chinatown. De verfrissende 100+ smaakte uitstekend toe ik was aangekomen bij de oude “Sentral Market”. Het was nu ook tijd voor de lunch en het KLCC was maar twee kilometer verderop. Over twintig minuten zou ik eten. Op mijn tweede dag was het tijd voor Chinees gerechten met rijst. Witte rijst met rundvlees in gembersaus, bloemkool, Pak Soi en een kippenpoot. Twee Cola light om alles weg te spoelen. Ik had een enorme dorst en voor mijn gevoel had ik niet eens zoveel gezweet vandaag.

Op de terugweg naar het hotel wipte ik nog even snel bij het Koreaanse Toeristen Kantoor naar binnen voor wat boekjes en documentatie over Zuid-Korea. Een bloedmooi Maleis meisje overhandigde mij de boekjes waarom ik had gevraagd, cultuur en eten waren de belangrijkste onderwerpen. Ik maakte een grapje over de “Kimchi”, zeg maar Koreaanse zuurkool, en glimlachend vertelde ze mij dat ze het niet lekker vond. Ik nam nu een onbekende kortere weg naar het hotel. Ik moet eerlijk zeggen, des te meer ik de GPS gebruik, des te beter het wordt. Ik onthoud plaatsen die ik later nog een keer wil bezoeken en ik neem bijna nooit meer de langere weg naar huis als dat niet nodig is.

woensdag 4 april 2007

Maleisië, blaren en een reünie

Kuala Lumpur 04/04/2007

Wat doe je als je je in een stad bevindt waar je bijna alles hebt bezocht en gezien? Gewoon lekker rondlopen en ontspannen. Ik had de toegangsbewijzen gekocht en dat was eigenlijk het enige wat ik moest doen, alles wat er overbleef was rondlummelen en ontspannen.
Voordat ik Thailand had verlaten had ik nog contact gehad met een oude vriend die in Kuala Lumpur verbleef. Het was een zeer aangename verrassing dat we elkaar vanavond zouden ontmoeten. Hij had aan Bangsar gedacht maar mijn voorkeur ging uit naar China Town. We waren het er over eens dat we elkaar vanavond in China Town zouden ontmoeten.
Ik was om 08:15 al op en sprong snel onder de verfrissende douche. Het nieuws op de achtergrond had het over de Britse gijzelaars in Iran en de Champions League. Het ontbijt natuurlijk bij de McDonalds zoals in alle Aziatische landen. Er zijn een paar andere opties maar die zijn of erg aan de prijs of gewoonweg erg slecht.
Tijdens het ontbijt maakte ik plannen voor de dag, een lange wandeling langs de Petronas Twin Towers en dan op weg naar Little India. De GPS stond aan en daar ging ik dan op weg over de Bukit Bintang. Het park en de Petronas Towers zijn gebouwd op de oude paardenracebaan. Jullie kunne je voorstellen dat het een stevige wandeling is rond het park. Het viel me tijdens de wandeling meteen op dat het ook in KL erg goed gaat met de bouwactiviteiten. Alleen hier nemen de wolkenkrabbers elke keer meer uitzicht op de Petronas Towers weg. En dat allemaal in de naam van de vooruitgang. Na een anderhalf uurtje arriveerde ik eindelijk bij het “Suria KLCC” waar ik meteen besloot om hier maar een Maleise lunch te gebruiken. Salade, Kerrie Ikan (vis) en wat kip met rijst. Dat was een briljante lunch voor RM 9,00.
Little India was niet zo druk als ik mij herinnerde van de vorige keer, ik heb geen idee waarom veel winkels leeg zijn en zelfs op de altijd drukke bazar was bar weinig te doen. Ik passeerde een shoarma verkoper en bedacht mij geen moment. De shoarma was lamsvlees en rook fantastisch. Een snack aan het einde van de middag gaat er altijd wel in na een lange wandeling. Langzaam ging ik nu richting China Town en toen de “rumble in the tummy” begon werd het tijd om snel richting het hotel te gaan. Sinds ik ben gestopt met de Crestor (tegen de cholesterol) voel ik mij een stuk beter. Mijn stoelgang is ook een stuk rustiger en het veelvuldig wandelen draagt ook zijn steenje bij. Ik voel mij gewoon een stuk fitter. Maar het belangrijkste is wel dat ik van dun naar vast ben gegaan. Vooral tijdens het reizen is dit nu een genot, voorheen nam ik altijd loperamide uit voorzorg. Ik heb nog altijd die angst in mijn achterhoofd als ik op een bus stap voor een lange rit of wanneer ik aan een lange wandeling begin.
Mijn gerommel in de darmen was voorbij en eenmaal terug in het hotel was het tijd om even te gaan liggen. Ik was nog steeds een beetje vermoeid van mijn slechte nacht in de ijskoude kamer. De airconditioning had niets van mijn stress weggenomen. Ik controleerde mijn pijnlijke voeten en ontdekte tot mijn verontwaardiging drie kleine blaren. Ontstaan door mijn spiksplinternieuwe Teva sandalen. Ik had deze op het laatste moment gepakt omdat ik de oude niet meer vertrouwde, ze zijn op en staan op het punt om uit elkaar te vallen.
Het nieuws dat de afspraak definitief was arriveerde per email en ook zijn vrouw zou die avond meekomen. Geweldig! Dinner at eight! Samen met een paar “Cold Ones”, zoals wij ze altijd noemden, zou het een leuke avond worden.
Toen ik mijn hotel verliet voor een heel langzame wandeling naar China Town gaf mijn GPS al aan dat ik ongeveer tien minuten te vroeg zou aankomen op de plaats waar we hadden afgesproken, maar dat was geen probleem. Kuala Lumpur is een bruisende stad waar altijd wat gebeurd en altijd wat te zien is. Zolang je je ogen maar goed te kost geeft.

Terwijl ik stond te wachten op mijn vrienden gebeurde er iets uitermate vreemds voor mijn ogen.
De oude bedelaar die altijd onder aan de roltrap van het “Pasar Seni Metro Station” ligt lag ook deze keer op zijn gewoonlijke plaats met zijn witte beker voor hem. Plotseling verscheen er een blinde man vanuit de intredende schemer, de zon was bijna onder en het donker stond te popelen om het van hem over te nemen. De blinde man liep hem eerst voorbij waarna het terugkeerde en precies voor de oude bedelaar ging staan. Rond half acht in de avond is het erg druk en een goed moment om te bedelen. De onuitputtelijke stoet die met de roltrap naar beneden kwam begon de blinde man geld te geven en ik kon het tikken van de muntjes in zijn beker horen. Toen de oude man zich realiseerde wat er gaande was sprong hij als getroffen door de bliksem op en begon een scheldkanonnade in wat volgens mij Tamil of Hindi was. Hoe kon die blinde man nu in hemelsnaam weten dat de oude man daar lag? De oude man begreep al snel dat zijn dag er op zat en dat het tijd was om naar huis te gaan.
Mijn vrienden arriveerden en het was moeilijk te geloven dat het bijna vier jaar geleden was dat ik ze voor het laatst had gezien. We aten een heerlijke Chinese maaltijd en spoelde alles weg met een paar “Cold Ones”. We maakten grapjes over die goede oude tijd en een beetje over wat de toekomst nog voor ons in petto heeft. Zij moesten wachten op een berg papierwerk die nu werd verwerkt in verband met hun voorgestelde emigratie naar Nieuw Zeeland. Het staat al in mijn agenda om ze te gaan bezoeken. De avond was zo plezierig en leuk dat ik mij pas realiseerde dat ik geen foto’s had gemaakt lang nadat ze waren vertrokken. Misschien maandag dan maar als ik ze waarschijnlijk voor een tweede keer ontmoet.

Ik bestelde nog maar een biertje en was klaar om af te rekenen toen het personeel het terras meubilair begon op te ruimen. Mr. Lee vroeg of ik op zijn Guinness Stout wilde letten terwijl hij het werk afmaakte. Toen hij terugkwam, met een halve fles Heineken, bedankte hij mij en vroeg of ik misschien trek had om wat te eten. Ik zat vol maar toen hij bleef aandringen gaf ik toe en vertelde hem dat ik dan nog wel een biertje met hem zou drinken. Het eten zag er mooi uit en rook heerlijk. Ik probeerde een stukje en was erg onder de indruk van de smaak. Gestoomde platvis met een verse gembersaus en gefrituurde dumplings. We hadden een goed gesprek en maakte veel grapjes, het was een leuke ervaring om je onder de echte Chinese bevolking van KL te bevinden.
Gelukkig hoef ik niet meer te onderhandelen met de taxichauffeurs in Kuala Lumpur. Voor RM 10,- werd ik netjes voor de deur van mijn hotel afgezet. Het was bijna één uur en het was een hele fijne eerste dag in Kuala Lumpur geweest. De reünie was echt speciaal geweest.
Copyright/Disclaimer