vrijdag 13 februari 2026

Myanmar: Gefeliciteerd met je verjaardag

De Shwedagon Pagode

Yangon (Motherland Inn 2), zondag 21 januari 2001

‘Gefeliciteerd met je verjaardag Jielus!’

Ik wordt alleen wakker op een smal eenpersoonsbed met een dun matras in een klein raamloos hokje achter de “Chana Songkhram" tempel in Bangkok. Twee Fransen bleven de hele nacht opgewonden ouwehoeren. Ik heb erg slecht geslapen en voel me een beetje depressief.
Het leukste waar ik mijn verjaardag mee kan beginnen is het cadeautje openen dat ik van Tadam heb meegekregen. Ik moest haar voor mijn vertrek uit Pattaya met de hand op mijn hart plechtig beloven dat ik het niet eerder dan vandaag zou openen. In de geschenkverpakking vindt ik een Engels/Thais woordenboekje en een kleine zakagenda. Heel attent van haar want beide zal ik zeker dagelijks gebruiken.
In het restaurant van het “Merry V Guesthouse” is het al aardig druk wanneer ik rond acht uur de trap af kom. Ik bestel deze ochtend een omelet als variatie van de gebakken eieren. Twee knakworstjes, twee dunne sneetjes geroosterd witbrood en een beker Nescafé oploskoffie maken mijn ontbijt compleet.
Zodra er een plaatsje vrijkomt achter een computer in het aquarium, zoals wij het glazen hok noemen waar de internet computers staan in het “Merry V Guesthouse”, bekijk ik mijn email en helaas is er geen bericht van mijn broer Ger. Dat vindt ik echt heel jammer want ik weet graag wat er aan het thuisfront allemaal afspeelt. De onwetendheid knaagt aan je innerlijke rust. Het maakt je onrustig in je onderbewustzijn en dat is geen fijn gevoel.
Het Deense meisje is in geen heinde of verte te bekennen en is ook niet op tijd voor onze afspraak. We zouden samen naar de “Don Muang International Airport” gaan. Misschien heeft ze andere mensen ontmoet en heeft ze ervoor gekozen om met hun naar de luchthaven te reizen. Bangkok mag dan een enorme stad zijn maar het reiswereldje rond Khao San Road blijft klein.
Na lang rondvragen, en een diepgaand onderzoek, hebben Kristoff en ik een van de grootste geheimen van Bangkok ontrafeld. Er vertrekken tientallen minibusjes per uur voor 100 baht per persoon vanaf Banglamphu naar de Internationale luchthaven van Bangkok. Kris en ik hebben ons er vaak over verbaasd hoe gewillig de zuinige rugzakartiesten zich naar de dure minibusjes laten voeren. Het moet toch een wonder zijn wanneer er niet een gewone stadsbus van de “Bangkok Mass Transit Authority” langs de luchthaven rijd?
Informeren als “Farang”, of Falang, naar een stadsbus richting de “Don Muang International Airport” is vloeken in de kerk en een hele keten in de toeristenindustrie van vervoer ondermijnen. Er worden gewoon teveel monden gevoed met de stapels rode biljetten van 100 baht die de toeristen neerleggen voor een enkele reis in een overvolle minibus met alle bagage vastgesjord op een krakkemikkige imperiaal op het dak.
Kris en ik hebben enkele maanden geleden onverwacht de code gekraakt en het geheim ontrafeld! We hebben via een slinkse omweg ontdekt dat we voor 12 baht met bus 59 van “Ratchadamnoen Avenue” naar de “Don Muang International Airport” kunnen reizen. Farang die aan boord gaan van bus 59 doet menigeen chauffeur en passagier de wenkbrauwen omhoog gaan.
Ik zoek een plaatsje in de bus waar ik mijn rugzak voor me op de vloer van de bus kan zetten en geniet met volle teugen van het schouwspel dat zich door de open omhoog gezette ramen voor me afspeelt. Wat ben ik en enkele jaren van Bangkok gaan houden, ze verrast me elke dag weer opnieuw.
In minder dan 75 minuten sta ik langs de snelweg met aan de overkant de “Don Muang International Airport”. Een betonnen brug voor voetgangers is de enige hindernis die ik nog moet nemen. De eerste etappe van mijn reis naar Birma, tegenwoordig Myanmar genoemd, is goed verlopen. Ik heb voldoende tijd over om het vliegtuig te halen.
Instapkaart naar YangonDeparture Tax Thailand
Het inchecken voor vlucht BG61 van “Biman Bangladesh Airlines” gaat voorspoedig en gelukkig mag mijn kleine rugzak mee de cabine in. Biman Bangladesh Airlines is goedkoop en het is maar een uurtje vliegen. De luchtvaartmaatschappij heeft niet de beste reputatie maar ze vliegen ook op Europa en dan moet je aan strenge veiligheidseisen voldoen. Goedkoop was deze keer mijn gids en volgens Narin van het kleine reisbureau naast de tempel hoefde ik mij geen zorgen te maken.
Ik mag 30 kilo bagage meenemen maar daar kom ik lang niet aan. De afgelopen twee jaar is mijn bagage alleen maar minder geworden. In mij grote rugzak zit weinig van waarde en zeker niets dat breekbaar is. Nog even een kaartje van 500 baht voor de vertrekbelasting kopen en we kunnen verder naar de immigratiedienst.
Bij de pier, net voor het instappen, wordt ik herenigd met de Deense die nergens te vinden was. Ze is met een groep andere Denen in een minibus naar de luchthaven gekomen. Ik maak er verder geen woorden aan vuil want medereizigers zijn over het algemeen niet zo betrouwbaar. Ze heeft ook nog een andere Deen ontmoet die net als wij naar Yangon vliegt. Het delen van de kosten, hoe klein die ook mogen zijn, is een van de belangrijkste drijfveren voor veel rugzakartiesten die met een streng dagelijks budget op reis zijn.
FEC Myanmar frontFEC Myanmar back Eenmaal op de luchthaven van Yangon gaat het allemaal veel eenvoudiger dan dat ik de afgelopen dagen heb gelezen op het internet. De immigratieambtenaar bekijkt je van top tot teen, kijkt naar je visum in je paspoort en laat een rode stempel met een harde klap neerkomen in je paspoort. Met een streng gezicht als de hoofdmeester op de lagere school wijst hij je naar het loket waar je onmogelijk aan kan ontsnappen om de eerste keiharde originele 200 Amerikaanse Dollars om te wisselen voor 200 Foreign Exchange Certificates. Het is een verplichting voor alle toeristen die Myanmar bezoeken om de generaals van de militaire dictatuur in het zadel te houden.
De FEC biljetten voelen aan als goedkoop papier en lijken nog het meest op het monopolygeld van het bekende bordspel. Volgens de autoriteiten is de wisselkoers veel slechter dan de Birmezen er voor geven. De zwarte markt voor deze FEC’s en Amerikaanse Dollars is immens groot! En het koersverlies wordt op de zwarte markt weer ruimschoots goedgemaakt.

In 1993 begon Myanmar valutacertificaten (FEC) uit te geven, luidende in Amerikaanse dollars in coupures van $ 1, $ 5, $ 10 en $ 20. Deze werden uitgewisseld op een pariteitsverhouding met en werden apart gewaardeerd van de reguliere kyat. Het omzetten van vreemde valuta in kyats werd illegaal gemaakt omdat de wisselkoersen kunstmatig hoog werden vastgesteld. Gedurende een groot deel van deze periode kwamen twee waarderingen van de Myanmar-kyat naar voren; het officiële tarief dat gemiddeld rond de Ks. 6/- = US$1, en de zwarte marktrente die gemiddeld tientallen keren hoger was. Buitenlandse bezoekers van Myanmar konden alleen valuta verhandelen in FEC's of konden alleen kyats verkrijgen tegen de kunstmatig hoge officiële tarieven. Illegale geldwisselaars moesten vaak worden gezocht om valuta te wisselen.

De nieuwe medereiziger had een prima idee om voor 2 Dollar per persoon een taxi van de luchthaven naar het gereserveerde “Motherland Inn (2) Guesthouse” te nemen. Een geweldige ontvangst en we krijgen meteen een kamer toebedeelt. Zodra de minibus met een groep medepassagiers van onze vlucht arriveert realiseren we ons dat de taxi onbedoeld een veel betere keuze was. Wij hebben zeker de betere kamers toegewezen gekregen. Wie het eerst komt wie het eerst maalt! Ook in Myanmar.
Inschrijving Mother Land Inn (2) Tijdens het invullen van de stapel benodigde formulieren om in Birma te mogen overnachten kijkt een van de Denen mee in mijn paspoort en merkt mijn geboortedag op.
Niet veel later klinkt het: ‘Happy Birthday to you!’, terwijl we genieten van onze eerste ijskoude biertjes in Myanmar.
Nog een biertje verder spreken we met elkaar af om onszelf wat op te frissen en met elkaar te gaan eten in een bij de backpackers bekend restaurant. Onderweg naar het restaurant kan ik mijn ogen niet geloven. Ik passeer mooie kleine gracieuze mensen gehuld in sierlijke kleurrijke sarongs.
Eenvoudig straatvoedsel en thee verkopers op het trottoir langs de met militairen gevulde straten. Kleine plastic tafeltjes feestelijk verlicht door kaarsjes omringt door kleine plastic krukjes en stoeltjes.
Vriendelijke glimlachende gezichten in een zachte duisternis besmeert met een karakteristieke lichte crème op hun wangen. Prijslijsten met het Birmese schrift hangen aan de muur. Het schrift bestaat uit aan elkaar geregen ringen met hier en daar een uitsteeksel. Een tafereel dat ik nog nooit heb gezien.
Met reisgenoten aan tafel De Denen hebben in de korte tijd tijdens het opfrissen nog een Amerikaan opgepikt voor de avondmaaltijd. Het bekende backpackers restaurant blijkt het Indiase “New Delhi Restaurant”. Ik laat me rustig meedrijven met de stroom reisgenoten omdat er onderweg altijd wat te leren is.
Iedereen aan tafel gaat voor een thali, een groot roestvast stalen bord met een berg rijst en een handvol bijgerechten. Het is nieuw en avontuurlijk voor mij. Je hoort de thali met je hand te eten maar gelukkig kiest iedereen bij ons aan tafel voor het bestek. Het smaakt mij in ieder geval uitstekend.
De onvermijdelijke tocht naar het toilet in het Indiase restaurant is als een ontdekkingsreis. Ik sluip door bogen in dikke bakstenen muren als in een middeleeuwse kerker. Langs potten en pannen, schoon en vuil, die tot aan het plafond zijn opgestapeld. Door een menigte van kokende en afwassende besnorde mannen baan ik me een weg naar een hoek achter in de keuken naar het toilet dat menig toerist direct zou laten omkeren.
Mijn herinneringen over de toiletten in China schuiven een plaatsje naar beneden op de lijst van “slechtste toiletten in de wereld” in mijn geheugen. Wij zijn moderne avonturiers en ontdekkingsreizigers! Het kan ons niet deren, wat moet, dat moet!
De Indiase maaltijd heeft prima gesmaakt en de hoeveelheid voedsel was voor mij ruim voldoende. Voor twee FEC hebben we zeker geen recht van klagen. Zodra we naar buiten stappen worden we overvallen door de stilte. Het is nog vroeg in de avond maar de straten van de miljoenenhoofdstad Yangon, vroeger Rangoon genaamd, zijn griezelig verlaten. Er ligt een onzichtbare deken van angst vermengd met gehoorzaamheid over de stad.
De Shwedagon Pagode Er is ook een voordeel! Voor het eerst zie ik de “Swedagon” pagode. Het is een vreemd gezicht. De stilte op straat om mij heen, de schoonheid van de religieuze architectuur, decadente westerse reclame in een land vol arme onderdrukte inwoners en vier toeristen op zoek naar een restaurant waar we het glas nog een keer kunnen heffen op mijn verjaardag.
De band in het Jimmy Foo Restaurant De Amerikaan heeft onderweg ergens gehoord dat het restaurant van Jimmy Foo, een Singaporees, een bekende plaats is waar veel toeristen komen voor het ijskoude bier en de live muziek. We hadden geen betere plaats kunnen bedenken om een einde aan mijn verjaardag te maken! Het wordt wat later dan gepland maar ik kan terugkijken naar een mooie dag. Het was niet mijn eerste verjaardag buiten Nederland maar wel de beste tot nu toe.

dinsdag 13 januari 2026

Indonesië: Déjà vu

Wachten op de aansluiting

Surakarta (Solo) (The Sunan Hotel (522), donderdag 23 juni 2011

Ongeveer drie jaar en een maand geleden deed ik deze treinreis met mijn vriend Tettje van Malsen. Tijdens het ontbijt spit ik diep in mijn geheugen om de herinneringen van deze treinreis weer naar boven te halen. En ik kan ze echt niet vinden! Ik heb zoveel gezien en zoveel meegemaakt in de laatste drie jaar dat ik soms niet eens meer weet waar ik een maand geleden was. Maar ik zie dit wel als een luxe en als een voorrecht.
Oude Javaan De Nasi Goreng is het ontbijt dat ik nog maar één keer bestel en Lyka besluit deze keer ook voor de klassieke Indonesische gebakken rijst te gaan. Tijdens het wachten schiet ik dit mooie plaatje van een oude Javaanse ober die overigens nog opvallend fit is voor zijn leeftijd.
Nasi Goreng als ontbijt De Nasi Goreng is de enige brandstof die we voor ons vertrek tot ons nemen, althans tot Kertosono, want we zijn te lui geweest om gisteren de hotelkamer nog te verlaten en wat inkopen voor onderweg te doen.
Haren in de wind
Eenmaal op het treinstation van Blitar, met de kaartjes in de hand, Rp. 4000 (€ 0,32) per persoon, komen de herinneringen langzaam met horten en stoten weer bij me terug. Ik zie de zaken weer die ik me kan herinneren, op de foto te hebben gezet, en de probleemloze reis naar Solo, ook wel bekend als "Surakarta".
Het is drukker in de trein dan ik me kan herinneren. Ik zoek net als de vorige keer maar een plaatsje in de deuropening. Een koele wind door mijn haren. Wat kan reizen toch mooi zijn!
Wachten op de aansluitingWachten op de aansluiting We arriveren drie kwartier te laat in Banaran, maar de aansluitende trein gaan we gelukkig niet missen! Ik moet wel opnieuw kaartjes kopen voor de reis van “Stesen Kerata Api Kertosono” naar Solo en ze zijn in drie jaar wel Rp. 1000 duurder geworden. Maar Rp. 29.000 (€ 2,34) is natuurlijk nog steeds een koopje voor een treinreis van ruim 140 kilometer.
Druk in de trein De “Brantas” is natuurlijk ook te laat, maar niet zo laat dat het me zorgen baart. Eenmaal aan boord van de trein lossen mijn herinneringen in mijn hoofd weer op, want deze drukte kan ik me echt niet herinneren. De trein is zo vol dat we moeten staan. Aan boord komen van een treinwagon was al een kunst op zich; de deuren konden niet meer open omdat de trein gewoonweg overvol was.
Spelen met de buren Gelukkig vinden we twee zitplaatsen bij een gezin dat onderweg naar Jakarta is. Die moeten dus nog meer dan zestien uur in deze overvolle trein zitten, waar het ook al een onmogelijke opgave is om naar het toilet te gaan.
Niets te doen Na een half uurtje schudden in het treinstel komt een oud echtpaar aan boord en die hebben dus echt reserveringen voor onze stoelen. Dat wordt dus de rest van de reis staan! Een eindeloze optocht van water- en voedselverkopers maakt het staan in het gangpad tot een ware hel. Elke twee minuten moet ik me weer als een kip aan het spit omdraaien om de verkopers langs te laten. Gelukkig schikt het gezin wat in, zodat Lyka nog een randje van de bank heeft om op te zitten.
De tijd kruipt net zo langzaam als het groene landschap van Java aan ons voorbij. In het pikkedonker arriveren we op het “Solo Jebres Station”. En hier komen de herinneringen weer boven. Ik herinner me de weg. Ook herinner ik me welke taxi’s en becak’s te vermijden. Net om de hoek van het treinstation vinden we een “becak” die ons voor de redelijke prijs van Rp. 30.000 naar het hotel wil brengen. Het was zo’n lange en zware tocht dat ik de uitgeputte fietser maar Rp. 5000 fooi heb gegeven.
Het hotel is aan de buitenkant nog indrukwekkender dan op de website. We worden door tientallen ogen nagekeken wanneer we de lobby betreden. Twee rugzakartiesten in dit luxe hotel?
‘Kijk maar! De creditcard is hier de baas!’, denk ik bij mezelf.
The Sunan HotelThe Sunan Hotel Het inchecken is geen probleem en binnen tien minuten staan we in onze kamer. Een mooie luxe kamer voor de komende vijf nachten.
We zijn zo moe dat we in onze rugzakken naar de laatste restjes voedsel zoeken. Een stuk chocolade en een kartonnen beker instant noedels moeten we delen. Morgen gaan we eerst eens lekker uitgebreid aan het buffet ontbijten.
De afgelopen dag was een lange Déjà vu.

zondag 11 januari 2026

Thailand: Er bestaat een naam voor, “Dromomanie”!

Wachten op de aansluiting

Pattaya (Boxing Roo (7), zondag 8 juli 2012

Ik heb me de afgelopen jaren heel vaak afgevraagd of ik misschien een afwijking heb of misschien wel compleet gek ben.
‘Welk normaal mens heeft er nu zin in om zes maanden of langer per jaar van huis te zijn en bijna altijd tussen vreemden te zitten?’
‘Wat is het plezier in een late aankomst in een onbekende donkere stad om een slaapplaats in een slaapzaal met acht andere vermoeide of dronken medereizigers te zoeken?’
Ik moet jullie het antwoord helaas verschuldigd blijven. Maar er zijn ook nog steeds grote groepen mensen, jong en oud, die hun hele vertrouwelijke hebben en houwen opgeven voor een onbekende toekomst op de weg.
Als ik dan weer eens een nieuwe reizigers uit Nederland in den verre ontmoet, zoals onlangs Kenneth en Paul, dan zie ik in hun ogen ook het plezier dat ik ook nog steeds ervaar in nieuwe werelddelen, nieuwe plaatsen te ontdekken, nieuwe mensen te ontmoeten en nieuwe vrienden te maken.
Wat ons wel onderscheidt is dat we geen toeristen willen worden genoemd!
‘Wij zijn reizigers!’, is de verklaring die wij zelf graag nadrukkelijk aan de toeristen geven.
Wij zijn namelijk heel anders dan de enorme hordes mensen die elk jaar aan de Costa’s, of andere zonovergoten badplaatsen, met rood verbrande lichamen de laatste resten “Cuba Libre’s”, Heineken biertjes, tomatensoep en frikadellen tot aan de middag op bed in hun hotelkamer liggen te verteren.
Wij staan bijna altijd vroeg op en blijven bij voorkeur niet langer dan een paar dagen op dezelfde plaats hangen. Alhoewel! Dat laatste moet ik meteen tegenspreken want volgens de “wet van zeven”, zeven dagen op dezelfde plaats, en in dit geval na zeven weken op reis slaat de vermoeidheid toe en gaan we een paar weken in winterslaap zoals Kris en ik dat vroeger noemden. Gewoon een week of twee op de zelfde plaats blijven hangen en de tijd vullen met slapen, eten en filosoferen. (Lees lekker eten, veel bier drinken en plannen maken voor het vervolg van je reis.)
Rusten met Kris
1999 - Met Kristof in China

Wij bezoeken natuurlijk ook de bekende toeristische trekpleisters maar de kleinere alledaagse zaken zijn veel belangrijker. Die verkoopster van haar eigen verbouwde groenten op de markt om zes uur in de ochtend. Die fietsende kleermaker die met een naaimachine achterop de fiets van dorp naar dorp trekt om de kleding te repareren. Een lunch in een klein restaurantje of straattentje.
Sambal bij?
2008 - Nasi als ontbijt op Bali (Indonesië)

Tijdens het lezen van “Familieziek”, Adriaan van Dis, vond ik een verklaring en een woord voor onze afwijking: “Poriomanie” oftewel “Dromomanie” in beter Nederlands.

Een citaat uit een tijdschrift over reizen:

Het klinkt bizar, maar het bestaat echt: de reisziekte. “Dromomanie” wordt ook wel omschreven als de psychologische, oncontroleerbare drang om te zwerven. Mensen die dit label opgeplakt krijgen, hebben over het algemeen een sterke drang om constant te reizen en nieuwe plekken te ervaren. Dit gaat meestal ten koste van hun werk, gezinsleven én sociale leven. Mensen met Dromomanie wijken spontaan af van hun routines, reizen lange afstanden, switchen veel tussen verschillende beroepen en nemen zelfs een andere identiteit aan. De naam stamt af van het Griekse dromos (rennen) en manie (waanzin).

De eerste bekende diagnose:

In de negentiende eeuw kreeg de Fransman Albert Dadas als eerste deze diagnose toegekend. In 1826 werkte hij als 26-jarige jongeman in een fabriek bij Bordeaux. Misschien zat er iets in de wijn, maar op een dag kwam hij niet meer opdagen op zijn werk. Niemand wist waar hij was. Later bleek dat hij een jaar lang lopend door Europa heeft gezworven. Na zijn terugkomst verklaarde hij aan een jonge psychologiestudent dat hij zijn wil om te reizen niet kon onderdrukken. Elke keer wanneer hij hoorde van een nieuwe plek, borrelde er een soort dwangmatig verlangen naar boven om erheen te reizen. Hij liet dan letterlijk alles en iedereen achter zich om naar die plek te reizen.

Misschien was Albert Dadas wel echt ziek. Misschien wilde hij gewoon vrij zijn en de wereld zien. In die tijd was dat natuurlijk niet normaal en werd er een label geplakt op dit soort 'afwijkende' mensen. Wat zouden ze denken van de reizigers van tegenwoordig?

Bron: http://www.columbusmagazine.nl/nieuws/2968/reisziekte_het_bestaat_echt.html

Het voelt in ieder geval niet anders nu de diagnose is gesteld en wij als reizigers weten dat we dwangmatig over de wereld zwerven. De vrijheid telt voor mij het meest, en natuurlijk het eten. Dat laatste is de brandstof die me verder sleurt en inspiratie geeft, hoewel ik nu lekker op het strand lig met een stuk rode watermeloen en een sodawater. Ik lig plannen te maken voor ons uitstapje naar Maleisië, van Penang naar Kuala Lumpur via een omweg, en zo voel ik me toch een reiziger. Want zelfs dromen met mijn ogen open onder de tropenzon brengt me naar plaatsen die ik mischien nooit zal bezoeken.
Oude Javaan
2011 - Ober in Restaurant op Java (Indonesië)

Vanavond gaan we lekker een beetje lezen en tv kijken. Pattaya staat twee avonden droog wegens verkiezingen.

woensdag 24 december 2025

Nederland: Kerstmis in Zaltbommel

De torens van Zaltbommel

Zaltbommel (Op de bouwplaats), woensdag 24 december 2025

Het jaar 2025 begon met een fantastisch vuurwerk terwijl de champagne in de koelkast stond om onze nieuwe toekomst te vieren. Eindelijk zou ons pensioen samen beginnen. Helaas liep het jaar af met een sisser en een nachtmerrie bij daglicht! Gelukkig is er altijd licht aan het einde van de tunnel.
Voor 2026 gloort er weer een tropische zon aan een staalblauwe horizon. Vergeet nooit dat je (geestelijke) gezondheid veel belangrijker is dan alle materiële zaken om je heen bij elkaar. Geld komt en gaat maar de tijd glijd alleen aan je voorbij. Geniet van je gezelschap en de kleine dingen om je heen?

Lyka en Jielus wensen jullie allemaal een,

Himeji Castle

zondag 23 november 2025

Nederland: Genieten van de kou!

Voetstappen in de sneeuw

Zaltbommel (Op de bouwplaats), zondag 23 november 2025

Het mag voor veel mensen een vreemd idee en gevoel zijn maar ik geniet met volle teugen van het koude weer in November. Helaas moeten Lyka en ik door onvoorziene omstandigheden deze winter in Nederland doorbrengen. Er zijn demonen die het ons niet gunnen dat wij een goed en mooi leven hebben. Wij accepteren het leven zoals het komt en maken er samen het beste van.
Kou, is net als warmte, een emotie! Mensen in je omgeving die blijven klagen over de temperatuur steken je gedachten onbewust aan waarna je jezelf ook onaangenaam begint te voelen in je omgevingstemperatuur terwijl dat helemaal niet nodig is!
Al sinds jaar en dag probeer ik de mensen die we ontmoeten uit te leggen dat wij onze airconditioning in de tropen altijd op 27 graden Celsius hebben ’s nachts. Wenkbrauwen gaan omhoog! Voor ons is die 27 graden ideaal om in te slapen en alles daaronder is te koud!
Denk eens na om de verwarming op 27 graden in je slaapkamer in de winter in Nederland te zetten? Je wordt wakker met een droge mond en een natte rug. Dat bedoel ik dat temperatuur een emotie is en ook relatief met de temperatuur op de plaats waar je de meeste tijd doorbrengt.
SneeuwSneeuw Wanneer ik op deze zondagochtend de gordijnen open trek zie ik sinds heel lang geleden weer sneeuw op de Nederlandse bodem. Lyka is ook meteen enthousiast zodra ik haar wek en gaat naar buiten om sfeerfoto’s te maken.
Chinese muur in de sneeuw Bij haar terugkomst gaat ons gesprek tijdens het ontbijt meteen over reizen naar de koudere landen in Azië waar we sneeuw kunnen verwachten. Zuid-Korea en Japan liggen voor de hand maar de Volksrepubliek China is ook interessant nu wij als Nederlanders daar (nog) een visum bij aankomst krijgen voor dertig dagen. Sneeuw op het rode plein en rond de grote muur, klinkt dat niet heel erg mooi? De Chinese Muur in de sneeuw in toch oogverblindend?
SneeuwKoud Het Zaltbommel, en met name de Nonnenstraat, waar ik in de jaren zestig ben opgegroeid mag nog steeds idyllisch zijn voor toeristen en nieuwkomers. Helaas is het voor ons veranderd in een nachtmerrie door de lokale overheden. Instanties waar je niet tegen kunt vechten zonder te veranderen in een Don Quichot! De overheid heeft altijd gelijk en onuitputtelijke middelen om het de inwoners moeilijk te maken!
Het door de geïmporteerde linkse hoogopgeleide randstedelingen tot stadskasteel hernoemde museum blijft natuurlijk iconisch voor Zaltbommel! Mijn tropische vrouw vind de sneeuw gelukkig net zo aantrekkelijk als de warme tropenzon.
Aan het ontbijt bespreken we de sneeuw en nemen ons voor om volgende winter de sneeuw in Azië voor een paar weken op te zoeken. Zuid-Korea, Japan en China zijn de landen waar sneeuw geen uitzondering is. Laten wij ook van deze landen en hun keukens houden!

donderdag 31 juli 2025

Nederland: 800.000 Pagina’s bezocht, het gaat snel

800000 visitors

Op de bouwplaats, donderdag 31 juli 2025

De afgelopen maanden na onze terugkeer in Nederland waren erg stressvol maar ik kan gelukkig melden dat de grootste problemen nu kleine problemen lijken te zijn geworden. Ik heb weer innerlijke rust gevonden. Ik kijk soms wat TV en (her)schrijf regelmatig verhalen voor deze weblog. Soms lees ik ook oude verhalen terug, om in de sfeer van vele jaren geleden te komen, en met verbazing zie ik de teller gestaag oplopen!

Op 7 maart 2025, in Osaka, Japan, zagen we de teller de 700.000 passeren en vandaag, slechts 147 dagen later, passeert de teller 800.000. Dat is ruim 610 bezoekers per dag! Daar ben ik heel erg trots op. Het is een teken dat ik toch wel wat goed doe en onze foto’s ook zeer worden gewaardeerd.
Vaak wordt me de vraag gesteld: , Verdien je ook geld met je weblog?’
Mijn antwoord is: ‘Nee, ik doe het voor mijn plezier!’
Met grote ogen staren de vraagstellers mij aan!
Natuurlijk is de gedachte wel eens voorbij gekomen om reclame op mijn weblog toe te laten. Gemakkelijk een (klein) beetje geld verdienen en een lelijke weblog vol reclame? Nee dank U! Ik hou “Travels and Troubles” liever puur.
Voor nu leg ik de lat op de miljoen gelezen pagina’s! Dat heb ik negentien jaar geleden, toen ik met mijn website begon, nooit kunnen bedenken!

800000 visitors Het hele jaar door krijg ik per e-mail complimenten, vragen en opmerkingen. Er zijn lezers die onze belevenissen als inspiratie gebruiken voor hun eigen reizen. Er zijn ook reizigers die na al die jaren kun je ook terugkijken hoe het vroeger was in de landen die we hebben bezocht.

Er is ook een grote groep trouwe lezers die onze avonturen volgen omdat ze het gewoonweg leuk vinden om te lezen over andere werelden.

Ik wil jullie, trouwe lezers, bedanken voor jullie bezoeken, fijne opmerkingen en adviezen.

Heel veel dank van Lyka en mij.

maandag 31 maart 2025

Nederland: Welkom in Hollandistan

Het laatse zonlicht

Op de bouwplaats, maandag 31 maart 2025

Om een uur gaan kort naar elkaar de telefoon en de wekker op mijn iPhone af.
Ik neem de hoorn van de haak en hoor een krakerige computerstem zeggen: ‘This is your wake-up call! It is one ‘o’ clock!’
Ik ben niet in de war maar wel enigszins gedesoriënteerd. Lyka draait zich onwennig op dit tijdstip nog eens op haar andere zijde maar dat mag ik niet laten gebeuren. We staan aan het begin van een hele lange (reis)dag waar we ons met een gezamelijk hoog moraal doorheen moeten slepen.
Ik neem eerst de tijd om een beker koffie te zetten want zonder de cafeïne kom ik ’s morgens maar moeilijk op gang. De kamer wordt voor de laatste keer gecontroleerd of we ècht niets zijn vergeten in te pakken en de koffers die moeten worden ingecheckt worden voorzien van enkele stroken gele ducttape als extra beveiliging. We kijken elkaar aan om onze energie gelijk te balanceren want we weten beiden donders goed wat er voor een dag voor ons ligt.
Iets over half twee arriveren we in de lobby van het “The Green View Hotel” waar al twee andere achtergebleven passagiers op de bus zitten te wachten. Met een rugzak bomvol met ervaringen in Thailand wist ik gisterenavond al te voorspellen dat er een minibusje voor de zeven passagiers is geregeld. Niemand, en dan ook helemaal niemand, heeft gedacht aan de mogelijkheid van de hoeveelheid bagage die hoogstwaarschijnlijk bestaat uit zeven grote koffers en ook nog eens zeven kleine koffers!
We zijn nog niet compleet wanneer de door mij voorspelde veel te kleine minibus arriveert. We gaan met z’n vijven naar buiten en ik zie de buschauffeur achter zijn oren krabben wanneer hij de enorme hoeveelheid bagage van ons vijven ziet. Hij begint met de grote koffers achterin de minibus te laden waarna de kleine cabine bagage er boven op gaat. Je hoeft niet te hebben gestudeerd om te zien dat dat niet gaat passen! Er moeten twee kleine koffers naast de passagiers op de stoelen. Dan is de bus is vol!
De achterklep van de minibus slaat met een klap dicht en precies op dat moment verschijnen de twee laatste passagiers. Er ontstaat een vurig argument tussen verschillende betrokkenen, zoals een medewerker van het hotel en de chauffeur van de minibus, maar zodra het woord “Bolt” valt weet ik dat het probleem is opgelost en dat er voor de laatste twee passagiers een taxi wordt geregeld om ze naar het “Suvarnabhumi International Airport” in Bangkok te brengen. Ze moeten alleen wel langer wachten totdat de taxi is gevonden!
Het juiste moment om te vertrekkenHet is stil in de vertrekhal Voor ons vertrek met de minibus heb ik nog snel naar de weersverwachting gekeken en die is niet al te best voor Bangkok. Alleen maar regen.! Om half drie staan we vooraan in de rij om in te checken voor onze reis via Istanbul naar Amsterdam. Ik heb de luchthaven in Bangkok nog nooit zo leeg gezien. Het is dan ook een onmenselijke tijd in deze globale economie die 24/7 overal ter wereld doorgaat.
Het grote voordeel van dit nachtelijke vertrek is natuurlijk dat er geen lange rijen staan bij de veiligheid inspectie en de immigratie. We kunnen zo doorlopen terwijl het Zwitserse echtpaar apart wordt genomen omdat ze de zestig dagen van het visum hebben overschreden. De beambten van de immigratie zijn druk aan het bellen met Turkish Airlines om de bevestiging dat de vlucht van vrijdagavond door de luchtvaartmaatschappij is geannuleerd en dat de passagiers daar geen schuld aan hebben. Misschien krijg ik nog wel te horen hoe het is afgelopen.
We zoeken een plaatsje aan een tafel in ons vaste koffie restaurant in de vertrekruimte van het “Suvarnabhumi International Airport”. Ook hier is het natuurlijk erg rustig en wij moeten nog meer dan drie uur wachten voordat we aan boort kunnen van onze eerste vlucht “Turkish Airlines TK 59” naar Istanbul. Er zit gelukkig nog voldoende Thaise baht in mijn broekzak. Ik schud met mijn hoofd wanneer ik meer dan negen euro moet aftikken voor een kartonnen beker hete zwarte koffie en een bekertje lauwe chocolademelk. Het meisje giet de hete koffie in mijn Japan koffiebeker. Daarna nog enkele blokjes ijs om de koffie snel op drinktemperatuur te brengen.
De minuten kruipen (te) langzaam voorbij en zodra Lyka haar verveling gaat verdringen met een kijkje in de veel te dure “Tax-Free” winkels sla ik mijn Kobo e-reader open om de tijd te doden. Gelukkig werkt het! Lyka komt terug met twee pakken wafels die gevuld zijn met lokale tropische vruchten. Nog twee uur te gaan en ik speel voor een moment met de gedachte om mijn MacBoek tevoorschijn te halen om verhalen te schrijven. Verder dan het spelen met de gedachte komt het niet. Mijn koffie is bijna op na anderhalf uur en dan wordt het tijd om onze zitplaatsen en tafel te verlaten en naar de Gate te gaan. Het begint langzaam drukker te worden op de luchthaven.
Bij de Gate hebben we gelukkig meteen zitplaatsen waar we een uur moeten luisteren naar een computerstem die om de tien seconden waarschuwt dat de loopband voor onze neus eindigt. Ik haal mijn e-reader maar weer tevoorschijn en lees in het boek van Inez Weski “Het geluid van de stilte : Een jaar leven in een voortrazende orkaan”. Een verslag over hoe onbetrouwbaar onze overheid is. De waarheid is nog veel ongelooflijker dan de ingewikkeldste verzinsels! We zijn allemaal slachtoffer van het systeem dat “de Overheid” heet! Net als in China en andere totalitaire regimes.
Dan kunnen we eindelijk naar het aquarium een verdieping lager en moeten we wachten op ons vliegtuig dat nog niet aan de slurf staat. Ik kijk op mijn horloge en realiseer me dat we al zes uur wakker zijn en het vliegtuig nog niet hebben gezien. Dit zijn van die momenten dat we niet teveel moeten nadenken maar alles gelaten over ons heen moeten laten komen. Gelukkig mogen we als een van de eersten aan boord omdat het personeel weet dat we meer dan zestig uur vertraging hebben. Eindelijk rust!
De Airbus “A330-300“ heeft maar twee stoelen aan de raamzijde en dat betekend dat we een relatief comfortabele vlucht in het verschiet hebben. Voor zover je kan spreken van een comfortabele vlucht! Intercontinentale vluchten richting Europa vanuit Thailand zijn ècht een drama!
Omelet Ontbijt van Turkish AirlinesFrench Toast Ontbijt van Turkish Airlines We zijn minder dan een uur in de lucht wanneer het ontbijt wordt geserveerd. Gebakken aardappelen met omelet en spinazie voor mij en Lyka gaat voor de “French Toast” met een zoete jam. De twee driehoekjes kaas maken meteen mijn (reis)dag weer goed. Ik droom weg naar de supermarkten van Nederland voor de arme mensen waar ik morgen oude kaas ga kopen. Wat heb ik die oude kaas de afgelopen twee maanden toch gemist! Mijn bakje fruit ruil ik met Lyka voor nog meer kaas en het taaie witte broodje. Goed gevuld zitten we in de verduisterde cabine. Het is niet anders, we moeten tijdens het daglicht verplicht in een verduisterde ruimte zitten.
Er zijn nog tien lange uren te gaan! In de hoop dat het ontbijt me rozig zal maken doe ik mijn oordoppen in en probeer te slapen. Gelukkig lukt dat voor enkele uren. Totdat mijn lichaam genoeg rust heeft gehad en mijn interne klok, die nog steeds op GMT +8 staat, mij wekt en ik voor me uit in een cabine staar waar veel mensen TV zitten te kijken. Dat is ook iets dat ik nooit heb kunnen begrijpen! Passagiers die acht uur achter elkaar film zitten te kijken. Nog ruim zes uur te gaan!
Het boek van Inez Weski is mij op dit moment wat te zwaar dus begin ik aan “Alistair MacLean's Rode Brigade”. Een boek over een dodelijk virus dat uit een laboratorium wordt gestolen en de hele mensheid in gevaar brengt. Waar heb ik dat eerder gelezen of gehoord?
Pasta diner van Turkish AirlinesChicken Cashew diner van Turkish Airlines Gelukkig is daar de volgende maaltijd die we in het pikkedonker moeten nuttigen. Wat heb ik een hekel aan die dagvluchten naar Europa! De pasta smaakt prima en de rode bietensalade is een winnaar. Lyka heeft de Thaise kip met cashewnoten en wat zij in het kleine bakje achterlaat werk ik nog snel naar binnen. Het kan wel even duren voordat we weer wat te eten krijgen!
De laatste vier uur van de reis naar Istanbul kan je het beste vergelijken met het oneindige ronddraaien in je bed wanneer je niet in slaap kan komen. Ik probeer van alles en nog wat om de seconden en minuten sneller te laten passeren. Tevergeefs! Zodra ik mijn e-reader open en probeer te lezen vallen mijn ogen voor enkele momenten dicht. Mijn gedachten houden me daarna meteen weer wakker. Mijn hersenen zoeken naar oplossingen voor de problemen die ons op dit moment in Nederland teisteren. Problemen die zo snel als mogelijk moeten worden opgelost.
Hazenslaapjes afgewisseld met periodes van astronomische verveling, wat kan ik nog bedenken om de tijd te versnellen? Nog maar een stukje lezen totdat mijn ogen weer dichtvallen.
Eindelijk komt de verlossende mededeling van de kapitein vanuit de cockpit: ‘Goedemiddag, we gaan over enkele minuten de daling inzetten naar de “Istanbul Havalimanı” luchthaven.’
Precies op dat moment komt het cabine personeel langs om de schuifgordijnen in de patrijspoorten omhoog te doen waarna er een stroom oogverblindend zonlicht de cabine vult. Het voelt ongemakkelijk als in een bioscoop wanneer de noodverlichting plotseling aan gaat!
Het is nu of nooit! Er heb uren met de gedachten gespeeld en nu moet het dan maar gebeuren! Ik sta op en been naar de centrale keuken tussen de vleugels en vraag naar het hoofd van het cabine personeel.
Het cabine personeel kijkt me vreemd aan en de vraag: ‘Waarom?’, laat niet lang op zich wachten.
Het hele verhaal van de vertraging en annulering van onze vlucht drie dagen geleden opent alle monden van verbazing. Nu we ook nog een kleine zes uur op de luchthaven in Istanbul moeten wachten zouden we het zeker op prijs stellen wanneer Turkish Airlines ons een (gratis) verblijf in de lounge zou aanbieden zodat we in ieder geval kunnen ontspannen en wat uitrusten. Het hoofd van het cabine personeel verontschuldigd zich voor het ongemak en belooft zodra ze contact heeft met de luchthaven ons ongemak zal bespreken met de verantwoordelijke manager. Ik heb geen enkele zekerheid dat het gaat lukken maar niet geschoten is altijd mis!
Na de wat onhandige en hobbelige landing verlaten we als laatste passagiers het vliegtuig. Voordat we het toestel verlaten stapt het hoofd van het cabine personeel op ons af en verteld dat ze voor ons heeft geregeld dat we kunnen ontspannen in de lounge van Turkish Airlines. Ze weten ervan aan de balie voor de lounge en onze namen zijn in het systeem ingevoerd. Ik bedank haar uitgebreid en kan alleen maar hopen dat het allemaal goed komt. Zes uur wachten op een luchthaven is een heel lange tijd, zeker na een vertraging van meer dan zestig uur!
Halverwege de slurf worden we opgewacht door een lange magere man met een dikke zwarte snor in een net kostuum, met een portofoon op de heup, die ons nog een keer op de borst drukt dat we ons geen zorgen hoeven te maken. We kunnen naar de lounge gaan. Ze weten dat we onderweg zijn en wij kunnen gratis gebruik maken van de lounge. Het is in ieder geval een opluchting dat we de lange uren wachten kunnen doorbrengen op een comfortabele sofa.
Onze zoektocht naar de beloofde lounge brengt ons langs drie verschillende lounges verspreid over de enorme vertrekterminal. De nieuwe luchthaven van Istanbul moet het nieuwe knooppunt worden tussen oost en west. Overal laat ik met een verlegen glimlach onze instapkaarten zien. Ze worden gescand en geen enkele keer gaat er een groen licht branden dat we mogen worden toegelaten.
Bij een van de lounges is de medewerker van Turkish Airlines meer dan onbeschoft. Hij laat duidelijk merken dat hij weinig opheeft met een “Kafir” uit West-Europa. Zijn islamitische superioriteitsgevoel straalt van hem af en hij denkt dat hij echt de uitverkorene is! Welkom in de "Verenigde Europese Emiraten”, het continent van de toekomst.
Bij een andere lounge adviseren ze ons om naar de balie van de klantenservice te gaan. We zijn al een uur aan het zoeken en hebben nog geen slokje water gezien. Mag ik dat een slechte service van de luchtvaartmaatschappij noemen? Bij de klantenservice vinden we gelukkig een luisterend oor en in ieder geval en verifiëren ze onze meer dan 60 uur vertraging. De ogen van de medewerkers gaan wijd open en ook hun monden vallen open van verbazing.
Na een vriendelijke knik met een blik vol medelijden pikt de man de telefoon op, in Islamitische landen is de vrouw nog steeds ondergeschikt en minderwaardig, en belt met het management. Het resultaat is dat we beiden een voucher ontvangen voor een gratis maaltijd omdat we niet tot de lounge kunnen worden toegelaten.
De keuze van de restaurant voor de voucher van Turkish AirlinesBroodje kip met patat voor € 20,- ‘Maak maar een foto van deze display? Daar kun je de vouchers gebruiken!’, adviseert de man vriendelijk.
Zonder enige aanwijzing in welke richting wij de restaurants, waar we de voucher kunnen inwisselen, kunnen vinden worden we weggewuifd. Probleem opgelost!
Na een half uur zoeken naar een restaurant dat op de display staat gaan we met geluk een roltrap op naar een hoger gelegen promenade met enkele goedkopere fastfood restaurants. Het was de “Subway” broodjeswinkel die onze aandacht trok! Lyka bestudeerd haar voucher en ziet dat het “The Gang Food” restaurant ook op de voucher is vermeld. Dat wordt het dan! Een broodje gefrituurde kip zoals bij KFC met patat en een Coke Zero. Tijdens het wachten op ons eten bereken ik uit verveling wat onze maaltijd zou kosten, wanneer wij deze uit vrije wil zouden bestellen.
Het complete dienblad kost € 19,65 per stuk! Vol ongeloof staar ik naar het dienblad met het taaie broodje en lauwe friet. Voor dat bedrag konden we samen twee keer ’s avonds heerlijk gezond gaan eten in Japan. Maar Japan is een duur land!
Istanbul AirportIstanbul Airport Ik eet wat van het geserveerde voedsel en drink mijn koele cola. Wat mis ik Japan en Thailand. Nog drie uur te doden! De vermoeidheid begint door de werken en mijn humeur wordt met de minuut slechter. Ik ben snel aangebrand en mijn tenen lijken ondertussen wel een meter lang geworden. Gewoon rustig aan deze tafel blijven zitten! Zo oncomfortabel zijn deze stoelen nu ook weer niet. Het lezen lukt me niet meer en voor een moment je ogen sluiten is ook geen optie. Mijn hele hebben en houden zit in mijn kleine zwarte rol koffertje.
Sakura in Istanbul AirportDe parkeerplaats van Istanbul Airport Volgens de richtingsborden is het meer dan twintig minuten lopen naar de Gate vanwaar ons vliegtuig naar het socialistische islamitische Amsterdamlabad zal vertrekken. Dus een uur voor het geplande aan boord gaan lopen wij in de richting van de gepubliceerde Gate. Alleen maar om ergens halverwege op een van de beeldschermen tot ontdekking te komen dat de Gate is gewijzigd en dat we nu rechtsomkeer moeten maken om helemaal in de andere richting te gaan.
Bij de gate aangekomen is het duidelijk dat we met bussen naar het vliegtuig op de parkeerplaats worden gebracht. Ik weet op dit moment niet meer of ik dat nog wel aankan. Alles doet me pijn en ik heb een barstende hoofdpijn. We zijn vanaf hier het punt gepasseerd dat het me allemaal geen moer meer kan schelen! Zodra de rijen zich gaan vormen om in te gaan stappen loop ik zelfverzekerd naar de voorkant van de rij “Business Class”, Lyka volgt mij ongemakkelijk.
Ik overhandig mijn instapkaart en zeg tegen de vriendelijke dame: ‘Zestig uur vertraging! Oudere passagier!’, ik wijs over mijn schouder naar Lyka, ‘My wife’.
Ze twijfelt enige momenten en scheurt daarna de instapkaart af. Lyka volgt mij naar de gereedstaande bus en we weten dat we nu aan de op een na laatste etappe van onze terugreis beginnen.
Naast ons, aan de andere kant van het gangpad, op de drie stoelen in het midden zitten drie Turken onafgebroken naar ons te staren afgewisseld met korte gesprekken. Ik vraag mezelf af of ik het me misschien inbeeld. Nee, ze zitten echt naar ons te staren en lachen ons uit. Ik vraag me af of ze naar mij of naar Lyka zitten te staren. Het voelt in ieder geval erg ongemakkelijk. Het vliegtuig stroomt langzaam vol en ik wacht vol verwachting af wie er op de lege stoel naast me zal plaatsnemen. Niet veel later wordt een van de Turken door het cabinepersoneel gesommeerd naar de lege stoel naast mij te verhuizen.
Het duurt niet lang voordat het staren en de oorzaak van het staren zich openbaart. De man zijgt neer op de smalle stoel in de “Boeing 787 Dreamliner” en maakt zich onmiddellijk zo breed dat hij bijna mijn ribben kneust. Zonder een woord te zeggen en met een brede glimlach op zijn stank verspreidende mond maakt hij duidelijk dat hij superieur aan ons is en wij ongelovigen zijn! Minder dan een hond!
Pasta diner van Turkish AirlinesHet laatse zonlicht Het porren in mijn ribben gaat onafgebroken door en het is duidelijk dat de man naast mij mij uitdaagt om er wat van te zeggen. Daar laat ik me natuurlijk niet toe verleiden! Dit is het soort dat in Nederland de baas is over de Nederlanders. Gezonden door de hoogste macht! Ik kijk naar zijn dikke zwarte snor en vraag me af of de snor van zijn vrouw nog dikker is. De gedachten die door mijn hoofd razen zijn vreemd na twee en twintig uur onderweg te zijn, ik ben mentaal mezelf niet meer!
De slechte pasta maaltijd breekt de reis maar het is zeer ongemakkelijk eten met een stoorzender naast je. Mijn trek is sowieso al verdwenen wanneer een vleugje van de slechte adem van mijn buurman mijn neus binnendringt. Na het eten verlaat ik mijn zitplaats om rust te krijgen in het overvolle vliegtuig. Ik loop naar de staart van het vliegtuig waar ik staande naast het toilet twee uur van de terugreis doorbreng. De slechte adem van de Turk kan ik missen als kiespijn. Het cabinepersoneel is verbaasd door mijn aanwezigheid maar verzorgd de vreemde staande passagier uitstekend.
De zon gaat ergens boven Duitsland langzaam onder, ik zie de zon onder de horizon verdwijnen. Onze lange vliegreis is bijna ten einde en mijn blijdschap over onze thuiskomst is minimaal. Eigenlijk wil ik helemaal niet meer in West-Europa zijn. Het continent van eindeloos lullen en tegelijkertijd de zakken van de ongekozen socialistische politici vullen.
Problemen stapelen zich ook op In Hollandistan! De ene (energie)crisis is nog niet opgelost en de volgende (pensioen)crisis biedt zich alweer aan. Er is een file van onoplosbare crisissen gevormd die in de moderne geschiedenis niet meer door een megalomane overheid kan worden opgelost. Een alles verzengende vuurbal in de vorm van een paddenstoel is wellicht nog de enige oplossing voor een nieuw begin met een schone lei. Een einde aan het ontkennen en de struisvogelpolitiek van de geldverslindende overheden!
Een steward maand me vriendelijk om te gaan zitten omdat de landing naar Schiphol is ingezet en de lampjes “Gordels vastmaken” zijn gaan branden. De laatste twintig minuten naast de ruikende Turk lijken uren te duren! Ik ben blij dat ik verlost ben van mijn buurman zodra de wielen de grond raken.
Het vliegtuig rolt in een slakkengang naar de terminal wanneer mijn lastige buurman in het andere gangpad zijn cabinebagage uit het bagage compartiment boven de passagiers haalt. Zelfs het mannelijke cabinepersoneel maakt geen enkele indruk op hem! Turks haantjes gedrag! Samen met zijn twee kompanen gaat hij gewoon richting de uitgang terwijl de andere passagiers verbaasd naar hun verrichtingen kijken!
Immigratie is elektronisch en de koffers verschijnen al snel op de band. Het gaat zelfs zo snel dat we de intercity naar Den Bosch een half uur eerder dan gepland kunnen nemen. Vandaag koop ik fysieke vervoersbewijzen omdat het de vorige keer het elektronisch inchecken was misgegaan. Onze beloning is € 1,50 toeslag per persoon! Goede bedoelingen kosten nu eenmaal extra in Nederland!
Toilet in Dutch Train
Met vier koffers komen we niet verder dan het balkon van het treinstel. Ik schaam me kapot voor het land en de toestand van het treinstel! De trein is smerig en het toilet is te smerig voor woorden en de wanden staan vol met graffiti. Wat zou een toerist uit een ontwikkeld land denken wanneer hij arriveert op de grootste luchthaven van de lage landen?
Vanaf het station “Amsterdam-Zuid” en “Amsterdam Bijlmer ArenA” trekken er roedels jongeren met hoodies en dunne baardjes, als hongerige wolven op jacht, door de trein. Observerend, concluderend en intimiderend, naar de weinige passagiers. Wij voelen ons niet op ons gemak en blijven in stilte naar de grond staren zodra er weer een roedel Noord-Afrikanen passeert! Dit is hun met urine afgebakend terrein! Oogcontact kan dodelijk zijn in de trein!
Ik vraag de passerende conducteur of hij bij ons kan blijven omdat we bang zijn. In de ogen van de conducteur staat dezelfde angst te lezen die wij voelen. Waarom zou er niemand meer conducteur willen worden, of politieagent? Het is duidelijk wie de baas zijn in de samenleving. Welkom in Hollandistan!

Ik heb nu al heimwee naar de eerste wereld landen in het verre oosten…
Copyright/Disclaimer