woensdag 26 februari 2014

Nederland: We zijn weer thuis

Zaltbommel

Toen Lyka en ik, op acht oktober van het vorige jaar, op het station van Zaltbommel op de trein naar Schiphol zaten te wachten had ik al een voorgevoel dat dit voorlopig de laatste keer zou zijn. Het reizen zou aan een einde zijn gekomen en een ander, nieuw en misschien wel beter, leven zou ervoor in de plaats komen.
Lyka slaagde in februari 2013 voor haar examen inburgering in Bangkok en toen ze twee maanden later haar Nederlandse verblijfsvergunning kreeg lag het voor de hand dat onze toekomst in Nederland ligt. Het is niet dat we stoppen met reizen, ik hoop dat we een beetje geluk hebben met de camper, maar het reizen gaat wel veranderen. Niet meer zo ver en exotisch maar dichterbij huis. Het zal ook wel heel erg mooi zijn om met Lyka langs bekende en onbekende plaatsen in Europa te reizen!

We hadden al snel ons plaatsje gevonden in het vliegtuig en bij de eerste controle voor de veiligheidsgordels vroeg ik de stewardess of ze misschien een snack voor me had in verband met mijn diabetes. Dat wachten in de file had onze tijd op de luchthaven dusdanig ingekort dat ik niets had kunnen eten. Het was acht uur geleden dat ik voor het laatst wat had gegeten. Zoals ik verwachtte van Etihad was dat geen probleem en toen de stewardess voor de tweede keer langs kwam om de veiligheidsgordels te controleren kreeg ik een klein pakketje met drie sandwiches toegestopt met een bekertje water. Dat was genoeg om me in leven te houden en mijn bloedsuikerspiegel te verhogen.
Het gebrek aan suiker in mijn bloed maakt me prikkelbaar en ook mijn geheugen werkt dan niet goed meer. Maar ik kon me wel het stel herinneren die beide asociaal dwars over de stoelen in de wachtruimte lagen en daardoor moesten veel passagiers omlopen. Ik liet het maar voor wat het was maar toen onze ogen elkaar vonden begreep de man al snel dat ik hun verachtte om deze houding. En laat het nu precies die twee versleten hippies met slechte manieren zijn die achter ons zouden zitten. Ik had de klep van het bagage compartiment boven mijn hoofd al dichtgedaan als teken dat het compartiment vol was. Eigenlijk was alles zo kort voor het vertrek, ze kwamen als allerlaatste demonstratief de cabine binnen gesloft, al vol.
De man met het groezelige baardje en korte paardenstaartje opende de klep boven mijn hoofd. Ik stond op om hem behulpzaam te zijn en vertelde hem dat het compartiment vol was. Daar leek hij geen genoegen mee te nemen. Dus ik vertel hem netjes dat er in Lyka’s rugzak erg breekbaar special gebak uit de Filippijnen zit dat erg breekbaar is. Zijn antwoord dat hij daar geen moer mee te maken had schoot meteen in mijn verkeerde keelgat. Het dialect van zijn antwoord in het engels verraadde dat hij uit Duitsland kwam waarna ik meteen in mijn Duits overschakelde wat een verbaasde blik op zijn gezicht, en een moment uit balans, bracht.
De omgeving in de cabine van het vliegtuig had ons probleem ondertussen opgemerkt waarna we een flink publiek hadden die vol verwachting zaten te wachten wat er nu zou gaan gebeuren. Wachten is nooit leuk en elke afleiding is welkom. We trokken wat heen en weer aan elkaar en precies op het moment dat hij zijn armen omhoog had, net als ik overigens, en iedereen in de cabine dat goed kon zien, gaf ik hem een elleboogstoot op zijn ribbenkast. En dat was meteen het einde van ons geschil! Een steward, die waarschijnlijk de hele voorstelling van een afstand had gevolgd, verscheen op het toneel en verplaatste de bagage van de aangeslagen Duitser naar een ander compartiment enkele rijen verder naar voren.
Maar dat was nog niet alles, hij wilde meer! Hij wilde me uitlokken!
‘Dat jouw vrouw dat toelaat!’, siste hij me verbolgen toe.
‘Dat is geen probleem’, antwoordde ik, ‘wanneer onze kinderen in de wachtkamer zouden gaan liggen zoals U met uw vriendin daar juist hebben gelegen zou mijn vrouw ze een flink pak slaag geven want zo zijn wij niet opgevoed!’
Alles in goed verstaanbaar Duits en luid genoeg om de omgeving mee te laten genieten van het tweede deel van deze klucht. Mijn opmerkingen kregen bijval in de vorm van brede glimlachen op de gezichten van veel passagiers om ons heen, enkelen hadden willen applaudisseren maar hielden zich zichtbaar in. De aangeslagen Duitser had zelf meer bijval verwacht van zijn landgenoten maar het door gebrek daar aan zeeg hij snel neer in zijn stoel en begon geïrriteerd in het Tax-Free magazine te lezen.
Zelf had ik nog een deel drie te gaan. Ik wilde nog even aan de steward uitleggen wat er precies was gebeurd. De toelichting bleek niet nodig, hij had ook gezien wat er was gebeurd en hoewel hij mijn optreden officieel niet kon goedkeuren was hij het er duidelijk wel mee eens. De enkele woorden Arabisch die ik machtig ben hebben me waarschijnlijk daarbij ook geholpen.
Deel vier was eigenlijk nog de mooiste en die bracht het publiek haast op de stoelen! Openlijk je excuses aanbieden terwijl je niet fout was. Politiek op zijn smalst om de laatste twijfelaars over de streep te brengen. Ik verontschuldigde me uitgebreid, en onderdanig, in haast foutloos Duits. Enkele malen achter elkaar maar mijn verontschuldigingen werden door de, van woede kokende Duitser, niet geaccepteerd. Vriendelijke en goedkeurende gezichten keken me van alle kanten aan. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zoiets in een vliegtuig heb meegemaakt, laat staan dat ik een hoofdrol in een klucht vervulde.
Vliegtuigeten, je kan ervan zeggen wat je wil, de ene haat het en de ander zit verlekkerd naar de restjes op het dienblad van de passagier naast hem te kijken. Persoonlijk heb ik zeer slecht, British Airways, en zeer goed, Cathay Pacific, meegemaakt en alles er tussen in, maar over het algemeen is het van redelijke kwaliteit.

Het ontbijt dat we kregen was niet slecht. Gewoon een fabrieksomelet, een knakworstje met wat fruit, een blokje kaas en een klein wit bolletje. Een vliegtuig mag dan wel groot zijn maar eigenlijk is het als koken in een vouwwagen op de camping. Ik vond het prima en het was voldoende om de tijd op de Luchthaven van Abu Dhabi door te komen.
Daar ging het deze keer beter dan op de heenreis. Er waren maar weinig rijen bij de röntgenkasten om de bagage te controleren en hoewel we weer met een bus naar de terminal werden gereden waren we deze keer veel dichter bij terminal 3 waarvan ons vliegtuig naar Amsterdam zou vertrekken. Gelukkig vonden we deze keer snel een stoel om te genieten van een koffie en een uit het vliegtuig meegenomen chocolademuffin.
En wie komt daar langs gelopen? Ik kan mijn ogen niet geloven! Een legende, een levende legende die naar het voetbal trainersvak is overgestapt. Na een moment getwijfeld te hebben vraag ik hem in het Nederlands, dat hij ongetwijfeld niet vergeten is, of hij samen met me op de foto wil. Da’s geen probleem!
‘Zondag AJAX -Feyenoord?’, vraagt hij.
‘Feyenoord - AJAX!’, verbeter ik hem.
‘Wel winnen!’, zegt hij met een brede glimlach.
Ik neem weer plaats en geef hem de privacy die hem toekomt.

Michael Laudrup, een voetbal legende die maar een jaar in Amsterdam heeft gespeeld.

We zoeken de vertrekruimte naar ons vliegtuig weer op voor de etappe van Abi Dhabi naar Amsterdam dat, wegens een probleem met een KLM vlucht twaalf uur eerder, afgeladen vol is. Het is een probleemloze vlucht die zoals elke vlucht onderbroken wordt door een maaltijd om de tijd te doden.

De rijst met kip is al snel allemaal weg dus nemen we ieder een ander van de overgebleven gerechten. Mijn tortellini met spinazie, en ook Lyka’s rundvlees is van prima kwaliteit en ik moet eerlijk zijn dat rijst ook mijn eerste keuze was. Maar na de eerste hap geniet ik van de tortellini, een gerecht dat niet echt bekend is dus ook niet zo wordt gewaardeerd.

De tijd kruipt langzaam voorbij en onderweg zien we de besneeuwde bergtoppen van de Kaukasus, dat is een teken dat we steeds dichterbij huis en dichterbij de kou komen. Dichterbij het einde van onze reis en dichterbij de carnaval. Dichterbij de camper en dichterbij de lente. Dichterbij onze familie en kennissen. Dichterbij ons nieuwe leven en dichterbij onze gezamelijke toekomst.
Wanneer de gezagvoerder ons via de intercom laat weten dat we de daling naar de luchthaven Schiphol elk moment kunnen gaan inzetten krijg ik weer de zenuwen, en waanbeelden, over koffers die we open moeten gaan maken. Vier kleine koffers en twee rugzakken zijn toch wel erg veel bagage voor twee rugzakartiesten? Ik probeer de negatieve gevoelens zo goed als mogelijk te onderdrukken. Negatieve gedachten zijn slecht en wakkeren een depressie aan, een depressie waar ik ècht niet op zit te wachten!
Het stukje door de slurf en naar de immigratie onderdruk ik in stilte deze gevoelens. Lyka lijkt ook gespannen! Zodra Lyka, zonder ook maar een vreemde vraag en binnen twintig seconden, door de immigratie is vergeet ik al snel de bagage. Ik heb heb namelijk een ander probleem! De simkaart van mijn telefoon werkt niet en daar begrijp ik dus echt niets van! Om eerlijk te zijn begrijp ik al heel weinig meer van al die vreemde systemen in de mobiele telefonie die zijn bedacht om ons het geld uit de zak te kloppen! Maar zonder telefoon kan ik niet met Martin bellen die ons straks komt ophalen.
Het wachten op de bagage duurt zo lang dat ik uiteindelijk maar besluit om een tweede poging met mijn simkaart te wagen. In mijn rode etui zit het zakje “telecom diversen” met daarin een handvol simkaarten uit verschillende landen. De roze kleur van T-mobile valt me meteen op. Waarom heb ik twee van die kaartjes? Heb ik dan de verkeerde in mijn iPhone zitten?
Even verwisselen en ik heb verbinding, ook met Martin die al op weg naar Schiphol is. Met kloppende slapen loop ik zo onopvallend als mogelijk door het groene kanaal van de douane, die hebben het te druk met elkaars problemen om ons te zien. Ik blijf erbij dat een directe vlucht uit Bangkok verdachter is dan een onderbroken vlucht ergens in de Arabische wereld. En wanneer we in de verre toekomst weer eens richting Azië gaan dan vliegen we haast zeker weer met Etihad of met Emirates.

Na een klein halfuurtje wachten in de frisse lucht verschijnt Martin met zijn bus en dat is een groot gemak voor ons. Slepen met bagage, een ieder met drie stuks, daar had ik echt tegenop gekeken om zo in de trein te stappen. Een hartelijke begroeting en we zijn al snel weer op weg. Het is zo gezellig dat Martin de eerste afslag mist en we een eindje moeten omrijden.
Zaltbommel, ons Zaltbommel, kondigt zich al een kilometer of vijf van te voren aan. Over de groene weilanden van Waardenburg zien we in de verte de beroemde toren van Zaltbommel opdoemen. Er is over gezongen en over gedicht, maar het is ons thuis en we zijn bijna thuis.

Na een mooie reis stappen we weer over onze drempel, een rugzak vol met mooie herinneringen en een toekomst, hopelijk, vol met mooie reizen met onze camper.

Dit is dan het laatste verhaal over onze reis naar Azië, maar de carnaval staat voor de deur en later een rondje Nederland dat ik al aan het plannen ben!

dinsdag 25 februari 2014

Nederland: Zit het nu weer tegen?

In het vliegtuig

Om half tien zal de bestelde taxi voor de deur komen. Tijdens de laatste twee uur van ons verblijf ga ik nog een keer door de dozen met daarin de weinig overgebleven persoonlijke bezittingen die geen plaatsje in de koffer hebben kunnen bemachtigen. De weinige spullen die nog over zijn gaan krijgen een plaatsje op de zolder bij een vriend waar ik hoop dat we het daar over een paar jaar nog kunnen vinden. Mij vriend haalt die overgebleven dozen morgen met zijn pick-up truck op.
Een half uur voor de komst van de taxi wordt het tijd om naar beneden te gaan. Ik hou er niet van om mensen te laten wachten. Zelfs niet wanneer het mijn eigen taxichauffeur is. Lyka loopt voorop de trap af en kijkt om, ze roept verbaasd, ‘waarom komt er zoveel vuil van je schoenen?’
Ik kijk ook om en tot mijn grote verbazing zie ik grote zwarte stukken vuil achter me op de stenen trap liggen. Ik ben verbaasd en verward op hetzelfde moment! Ik weet namelijk 100% zeker dat mijn schoenen, toe ik ze een uurtje geleden controleerde, schoon waren. Balancerend met de zware rugzak op mijn rug draai ik me om en raap ik een stuk ter grootte van een sinaasappel part op de trap boven mij en verpulver het tussen mijn draaiende vingers. Het valt uit elkaar als een stuk nat zand dat ik de zon heeft liggen drogen! Mijn leesbril wordt tevoorschijn gehaald en ik onderzoek het zwarte goedje totdat Lyka in de gaten heeft wat er aan de hand is.
‘Kijk naar de zolen van je schoenen!’, zegt ze terwijl ze naar mijn reusachtig grote bergschoenen wijst.
Mijn leesbril verschuift naar de punt van mijn neus en tot mijn grote schrik en verbazing, ik weet niet welk gevoel het sterkst is op dat moment, zie ik de zool van mijn schoen tot op de helft los hangen. Een gevoel van ongeloof maakt zich meester van mij. In een flits zie ik mezelf enkele uren geleden mijn versleten, maar nog steeds redelijk bruikbare, halfhoge wandelschoenen en kapotte sandalen in de vuilnisbak achter het hotel gooien.
Hoe is dit mogelijk? Deze schoenen mogen dan wel een paar jaar oud zijn maar ze zijn haast niet gebruikt! Ze zagen er zelfs nog als nieuw uit toen ik ze uit de doos haalde! Maar eerlijkheid gebied te zeggen dat ik ze de laatste keer in 2009 heb gedragen. 2009? Vijf jaar geleden! Is dat echt alweer zo lang geleden dat ik met Tettje over de hellingen van de Mt Fuji struinde?
Nu sta ik hier een half uur voor ons vertrek naar Nederland op rubber dat met elke stap verder uit elkaar valt. Een slechter begin van te terugreis kan ik me niet voorstellen! Ik kan toch niet op mijn sokken naar Nederland reizen? Er zitten boven nog wel een paar slechte schoenen in een plastic tasje in een van de dozen en dat lijkt zo kort voor ons vertrek mijn enige optie.
Terwijl Lyka de restjes van mijn schoenzolen bijeen veegt snel ik de trap op om in de overgebleven dozen de schoenen te zoeken. Ze zijn snel gevonden en terwijl ik ze aan trek voel ik waarom ik deze schoenen nooit heb gedragen. Het model van deze halfhoge wandelschoenen is gemaakt voor zoogdieren met hoeven. Ze knellen al aan alle kanten  voordat ik de veters strak heb aangetrokken! Als een zombie op glad ijs wankel ik naar de taxi zodra die zich met een korte stoot van zijn toeter heeft aangekondigd. Beter slechte schoen dan geen schoenen.
Door de donkere avond zoeven we over de Motorway Nr 7 richting de luchthaven. Mr. Nob is al jaren mijn vaste taxichauffeur. In het verleden gebruikte ik hem bijna altijd maar sinds hij een keer niet was komen opdagen, een misverstand dat we later uit de wereld hebben geholpen, gebruik ik bij daglicht altijd de grote bus van Bell Travel Service.
‘Hoe laat is je vlucht?’, vraagt Nob.
‘ Half drie vannacht’, antwoord ik terwijl Lyka op de achterbank mee neuriet met een deuntje uit haar iPod.
‘Dan zijn we wel hèèl erg vroeg!’, lacht Nob.
‘Beter te vroeg dan te laat! Ik ben altijd maar graag vroeg op de luchthaven, dan kan er weinig meer mis gaan!’, lach ik hem toe.
Nog geen kwartier later staan we stil op de autosnelweg. In het eerste kwartier rijden we nog wel enkele honderden meter maar daarna staan we ècht stil! De eerste minuten zitten we in alle stilte in de auto te wachten terwijl de airconditioning verkoeling brengt en de LPG gestookte krachtbron onder de motorkap langzaam overhit.
De eerste mensen stappen uit de stilstaande auto’s en proberen in de verte een glimp op te vangen van wat de oorzaak van dit oponthoud kan zijn. De onzekerheid begint ook in mij te kriebelen en ik stap uit. Nog niet echt nerveus maar ik hou hier gewoon niet van! Zover als het oog rijkt zie ik rijen rode achterlichten van vrachtwagens en personenauto’s. Geen enkel rood lampje licht op en dat ik een teken dat er ook niet gereden wordt! Het oplichten van een remlicht in de verte geeft me nog enige hoop die enkele seconden later alweer oplost in de duisternis van een zwoele nacht in de tropen.
Na een half uur ijsberen wordt het me toch echt teveel en ik loop een flink stuk van de auto weg naar richting de voorkant van de file in de hoop om iets te zien wat de oorzaak van dit probleem kan zijn. Enkele honderden meters loop ik voorzichtig tussen de vrachtwagens, minibusjes, taxi’s en personenauto’s door. Bijna elke blanke toerist, die ook op weg is naar de luchthaven klampt me aan om te vragen of ik misschien iets meer weet. Helaas kan ik ze ook geen antwoord geven op hun vragen en de paniek in hun ogen is duidelijk te zien en te voelen. In deze onbeweeglijke file staan zeker honderden toeristen vast die hun vlucht naar huis moeten halen.
Wanneer ik onverrichter zaken weer terug ben bij de taxi van Mr. Nob loopt de spanning en stress in me te hoog op. Als een hogedrukpan blaas ik de opgelopen druk af en kijk nog eens op de kaart van de omgeving van deze snelweg. Mijn besluit is snel genomen! Ik ga lopen, en wel tot de eerste afslag òf de oorzaak van dit oponthoud. Mijn instructies voor Lyka en Mr. Nob waar en wanneer me weer op te pikken zijn duidelijk en begrepen. Deze keer weet ik dat ik niet meer terug zal lopen. Mr. Nob komt naar mij toe.
Het beeld tijdens deze wandeling lijkt hetzelfde maar is voor mijn gevoel toch anders. Verbaasd kijk ik hoe de verschillende mensen met dit oponthoud omgaan. Vanzelfsprekend is het grootste verschil tussen de mensen met haast en de mensen die niets beters te doen hebben. Enkele vrachtwagenchauffeurs hebben de motoren uitgezet en liggen in hun kleine donkere cabine te slapen. De goedkope gekleurde taxi’s die van Pattaya naar de luchthaven rijden zijn anders! De passagiers staan vaak naast de taxi nerveus de ene na de andere sigaret te roken. De chauffeurs van de touringcars die naar de luchthaven moeten staan druk door hun mobile telefoon met het thuisfront te onderhandelen wat ze nu moeten doen. De klok tikt en het noodlot kruipt langzaam als een hoop verslindend monster uit zijn donkere hol.
Stap voor stap loop ik zelfverzekerd naar de kop van de file en de oorzaak van het oponthoud. Op de betonnen muur in het midden van de berm tel ik de blokken van honderd meter, op de kleine kilometerbordjes, die ik heb afgelegd. Na ruim een kilometer meter zie ik in de verte rode en blauwe zwaailichten van de hulpdiensten. Ik loop rustig dichter naar de knipperende lampen toe en in me verdwijnt wat van de stress. Ik krijg het gevoel dat ik weer controle krijg over de situatie. Na een korte blik op mijn horloge weet ik dat het nog niet verloren is.

Zodra ik tussen de laatste twee voertuigen doorstap sta ik oog in oog met het probleem. Een enorme ravage en het lijkt me toch niet geheel onmogelijk om het verkeer op gang te brengen. Een Thaise hulpverlener komt op me af en verteld me in gebroken engels wat er is gebeurd. Een hoge druk waterleiding langs de autosnelweg, van een meter doorsnede die ik ontelbare keren vanuit de bus of taxi heb gezien, is opengescheurd.
Met deze mededeling in mijn achterhoofd zie ik nu de ravage met andere ogen. Het lijkt alsof er een tsunami de binnenlanden van Thailand heeft getroffen! De golf water heeft over een afstand van tweehonderd meter een hele muur en zandwal omver en over de snelweg gespoeld. Blokken beton van meer dan tweeduizend kilo per stuk zijn als blokjes hout over een lengte van enkele honderden meters over de snelweg beland. Ontwortelde bomen en struiken, een laag zand van een halve meter dik. Ik bel direct Mr. Nob dat ik bij het probleem ben en dat ik goede hoop heb dat het wel goed zal komen, wij halen waarschijnlijk ons vliegtuig wel.
De hulpdiensten zijn met man en macht in de weer om de weg weer berijdbaar te maken. Mijn handen jeuken om te helpen maar dat kan natuurlijk niet. Ik moet het werk aan de specialisten overlaten. Mankracht kost weinig in Thailand en is in dit geval  verbazingwekkend effectief. “Vele handen maken licht werk” is hier zeker van toepassing! De bomen en struiken worden door veel mankracht aan de kant gesleept en ik zie de weg voor mijn ogen langzaam leger, schoner en weer berijdbaar worden. Zodra de hoge politieman in zijn bruine uniform met hoge pet op het teken geeft komen de voertuigen weer op gang. Vijf rijbanen, inclusief de vluchtstrook, moeten worden samengevoegd naar een rijstrook. Dat gaat dus nog wel even duren!
De eerste vrachtwagen blaast zijn lucht uit zijn remmen en komt schokkend op gang, een tweede volgt en de ontsnapping is begonnen. Een kort telefoongesprek met Mr. Nob en hij is weer op de hoogte van wat er aan de kop van de file gebeurd. En dan steekt de slechtste eigenschap van de Thai zijn kop op. Bijna elke Thai meent de belangrijkste persoon in het verkeer te zijn en het alleenrecht op voorrang te bezitten wanneer het druk wordt. Na een voertuig of tien rammelt een oude Hino vrachtwagen over een haast nieuwe Honda Jazz heen. Een luid gekraak en stukken plastic vliegen in het rond. De file komt weer tot stilstand.
Ze staan zo een minuut of vijf en er gebeurd verder niets. Niemand onderneemt iets! Ze staan erbij en kijken er naar totdat ik, na een blik op mijn horloge, besluit im zelf maar iets te doen. Ik bonk op de zijruit van de Honda en een verbaasde jongen, die druk met zijn dure smartphone bezig is, kijkt verbaast op. Met een zo autoritair mogelijke blik in mijn ogen en een overduidelijk armgebaar wijs ik naar een vrij stukje weg iets verderop. Het lukt! Ik heb hem overrompeld met mijn gedrag en hij verplaatst zijn personenauto, gevolgd door de oude vrachtwagen, naar de lege plaats om de afhandeling van de aanrijding af te wachten.
Mijn optreden is niet onopgemerkt gebleven. Een man in een te grote oranje overal met rondom reflecterende strepen geeft me een schouderklopje met een enthousiasme dat ik haast denk dat ik zijn ondergeschikte ben. De file komt puffend weer op gang. Voor een minuut of tien althans.

Een tractor is gearriveerd en begint de weg verder van de zware betonblokken vrij de maken, een tweede rijbaan wordt van de ravage ontdaan. Een derde rijbaan komt vrij en de hoge politieman in het bruine uniform geeft het teken dat het verkeer weer kan gaan rijden. Opgelucht bel ik mijn taxi, Mr. Nob klinkt ook opgelucht en het lijkt dat alles nog goed komt, althans voor ons.
Na een minuut of tien zie ik de koplampen van een auto in de file oplichten als teken dat Mr. Nob in aantocht is. Hij vertraagt de snelheid van zijn auto en in een flits neem ik opgelucht plaats in bijrijdersstoel van de langzaam rijdende taxi. We zijn allemaal blij! Mr. Nob voert de snelheid op tot 130 Km/u en opgelucht vliegen we door de zwoele Thaise nacht naar de Suvarnabhumi Airport in Bangkok.
‘Het gaat lukken!’, zegt Mr. Nob met een brede glimlach.
‘Het gaat zeker lukken!’, antwoord ik hem terwijl ik de tijd bereken tot het vertrek van ons vliegtuig.
Anderhalf uur voor het vertrek staan we aan de balie om in te checken. De vier koffers gaan op de band en de cijfers op het kleine rode scherm geven 62,8 Kg aan. Verontschuldigend kijk ik de dame achter de balie aan maar die heeft het te druk met Lyka’s paspoort en verblijfsvergunning. Na een korte toelichting zie ik de labels voor de koffers en de instapkaarten uit de printers komen. Het is gelukt en wij gaan op weg naar huis!

zaterdag 15 februari 2014

Thailand: Winkelen

Bangkok (Merry V guesthouse (303)

Het bed op onze nieuwe kamer is in ieder geval beter dan die betonplaat van gisteren nacht! Toch ben ik alweer vroeg uit de veren terwijl Lyka waarschijnlijk droomt van oneindige winkelstraten vol met kleding en een portemonnee die zichzelf weer vult wanneer je haar sluit en weer opent. Op zoek naar koffie struin ik om een uur of zeven uur met mijn laptop onder de arm de drie verdiepingen trappen af.
Het is op dit vroege uur al aardig druk in het restaurant van Merry V guesthouse! Hier achter de tempel, in de buurt van Khao San Road, is het bijna altijd druk. Mensen komen en gaan 24/7. Op weg naar het noorden of de eilanden of vice versa. Mijn vaste tafeltje aan de straat lijkt bezet door twee rokers dus ik rem mijn pas wat af en net voordat ik aan de tafel kom staan de twee op, gooien hun veel te zware rugzakken op hun rug, en verdwijnen in de langzaam dichter wordende mensenstroom.
Een knikje naar een serveerster, die ik al jaren ken, is voldoende om een dampende kop oploskoffie te bestellen. Da’s lekker! Terwijl mijn MacBook zich opstart denk ik aan de dagen bij John en Yu in de jungle, de dag winkelen van gisteren en de dag die voor ons ligt. Er zijn drie verhalen waar ik nu aan werk.
Bangkok is en blijft een paradijs voor jonge meiden en vrouwen wanneer het op winkelen aankomt! Hier koop je voor twee honderd euro een koffer vol hippe kleding die in Nederland niet te koop is. Oké, misschien is het niet de laatste mode volgens de Nederlandse trends maar er zit zeker voor ieder wat bij. Jaren geleden waren er alleen maar kleine maten te krijgen maar ze hadden hier al snel door dat grote maten ook goed te verkopen zijn met als gevolg dat er nu speciale winkels, zelfs verdiepingen, zijn voor Europese maten.
Ik weet dat Lyka van haar slaap houdt en dat we aan het einde van de middag een afspraak hebben. Alles daar tussenin is winkelen. Dus bestel ik nog maar een koffie en schrijf mijn verhalen. Herinneringen en anekdotes vliegen door mijn toetsenbord naar het beeldscherm van van mijn, al weer haast drie jaar oude, MacBook Pro. Heerlijk rustig, een lichte bries neemt wat van de drukkende vochtigheid van de tropen weg. Af en toe kijk ik op om een glimp op te vangen van het langslopende publiek.
Kris en ik noemde het vroeger “een circus van mensen”. En dat is het vijftien jaar later nog. Af en toe volgen mijn ogen een individu, terwijl ik zachtjes met mijn hoofd schud, en vraag me af wat een mens beweegt om zich zo toe te takelen. Bloemenkinderen, zo weggeplukt uit de jaren zestig, en dronken mannen van middelbare leeftijd die de midlife-crisis genieten van hun nieuw verworven vrijheid en hun echtscheiding van zich af proberen te drinken. Er is hier altijd wat te zien!
Een derde kop koffie en het gaat goed met de drie verhalen. De vierde pagina vult mijn beeldscherm en ik neem me voor om Lyka na deze pagina, en kop koffie, maar te gaan wekken. Een wat oudere man vergezeld door zijn ouders neemt plaats aan de tafel naast me en hun gesprek, in het Nederlands, leidt me zoveel af dat ik het voor deze ochtend maar voor gezien houdt. Zonder enige opzet luister ik naar hun gesprek en krijg de indruk dat ik naar een tiener en zijn ouders luister. Daar heb ik snel genoeg van en pak mijn spullen op en ga weer naar boven.

Lyka is al wakker en nadat we allebei een heerlijke warme douche hebben genomen kunnen we naar beneden voor het ontbijt. Dat broodje van gisteren was genoeg en heerlijk dus kies ik dat opnieuw. Lyka gaat opnieuw voor de gebakken eieren maar deze keer met knakworst, in plaats van de bacon, die ze met opgetrokken neus proeft. Ze schuift het onnatuurlijke roze worstje met de punten van haar vork in mijn richting. Enkele happen later is dat redelijk smakelijke worstje in mijn keelgat verdwenen. Calorieën zijn calorieën en eten wordt niet verkwist of weggegooid.
Voordat ik naar boven vertrok vertelde de oudere tiener me nog dat bus nr. 3 ons rechtstreeks naar de “Chatuchak Weekend Markt” zou brengen. Half fluisterend, alsof het om een goed bewaard geheim zou gaan. Die bus reden we al in 1999 toen er nog geen sprake was van een weekend markt! Nee, bus nr. 524, met airconditioning. Dat is een geheim, maar dat vertel ik hem niet want dan lijkt het weer dat een ander alles beter weet. Dat gebeurd vaak onder de rugzakkers en betweters worden in het reizigers milieu niet op prijs gesteld.
We lopen in tegengestelde richting naar Phra Athit en zien een horde toeristen zich in bus drie wormen. Als sardines is een blik vertrekken ze naar de weekendmarkt, Dat beeld heeft Lyka verontrust en ze kijkt me onderzoekend aan. Met de bewegingen van twee handen maan ik haar tot rust en vraag haar om wat vertrouwen. Ik weet waar ik mee bezig ben en ik heb alles twee keer gecontroleerd. En daar komt bus nr. 524!
Ik signaleer de chauffeur van de bus dat hij moet stoppen en dat we graag met hem mee willen. Even later komt de bus piepend en steunend voor ons tot stilstand.
‘Chatuchak Market?’, roep ik de bus in.
De chauffeur knikt lachend en wij nemen snel plaats in de half lege bus. Lyka kijkt me lachent, als een generaal die net een belangrijke veldslag heeft gewonnen, aan als teken dat ik toch gelijk had. In de bus wordt het virtuele geld dat Lyka nog tot haar beschikking heeft nogmaals gecontroleerd.
Zelfs na al die jaren dat ik kom kijk ik nog op van de omvang van deze markt. Ik heb deze markt in de loop der jaren langzaam zien veranderen van een vlooien- en tweedehands markt naar een openlucht warenhuis. Van tweede hands kleding tot nieuwe huisraad. Er is hier werkelijk van alles te koop en iedereen verdwaalt! Let wel, een goede raad! Wanneer je iets van je gading hebt gevonden op deze markt koop het dan, want de kans dat je de kraam weer terug kan vinden is heel erg klein.
Het kantelpunt van de ochtend naar de middag is al gepasseerd wanneer we de eerste geuren van Azië opsnuiven. Het mag jullie misschien vreemd in de oren klinken maar ik heb vandaag maar weinig trek. Het stokbroodje met omelet heeft zich als een blok beton vast in mijn lichaam genesteld en de kartonnen bekers bier hebben een lichte kater, iets waar ik maar weinig last van heb, in mijn hoofd geplant. Voor Lyka maakt het allemaal weinig uit!

Een zelfgemaakt en vers ijsje van kokosnoot Dit tegen alle adviezen van de GGD en de reiswereld in. Maar geloof me beste mensen, gezond verstand is de beste raadgever onderweg. Wanneer je denkt dat je ergens niet moet eten dan moet je dat ook niet doen. Maar wanneer er op een plaats veel mensen eten en het ziet er prima uit eet dan en laat die ervaring van exotisch eten je reiservaring verrijken. Thuis bij de Albert Heijn ligt het vlees ook wel eens vijf dagen in de koeling en daar zegt toch ook niemand iets van?

Drie uur, en drie plastic tassen vol, later zitten we diep onder de grond te wachten op de metro richting Sukhumvit road. De treinen in de metro zijn steeds overvol en maken dat ik een oude truc tevoorschijn moet halen. Dit tot grote verbazing van Lyka. We hebben namelijk geen trek om een half uur te staan in een overvollen trein. We rijden dus een station terug, het eindstation van de trein, en daar blijven we dan gewoon in de trein zitten en wachten op de grote stroom marktbezoekers die een plaatsje proberen te bemachtigen.

Ook onder het BTS station Asok is het belangrijke en zeer drukke kruispunt afgesloten! Politiek in Thailand wordt op straat uitgevochten en dat is niet zo vreemd met dit mooie weer. Overal kamperen mensen alsof het om een vakantie gaat, maar dit is het centrum van de protesten tegen de corrupte regering. Het houdt wel in dat we ons nu midden in het hart van de protesten bevinden. Niet dat dat gevaarlijk is maar wel ongemakkelijk wanneer we later vandaag proberen in ons hotel te komen.

Mijn goede vriend Al verschijnt later dan afgesproken in de “Black Swan” maar dat mag de pret niet drukken. Lyka is in de zevende hemel na die twee dagen winkelen, ze controleert aan de bar haar aankopen, en de koude bieren, een pint Heineken voor 100 baht (€ 2,25), smaken ons prima.

Een gezellige avond met een man die ik zeven jaar geleden in Seoul (Zuid-Korea) heb ontmoet. Reizigers, zwervers, rugzakkers of noem het maar hoe je het wil, ze blijven elkaar altijd opzoeken wanneer ze bij elkaar in de buurt zijn.

Rond half tien komt de avond tot een einde want we moeten nog met de taxi naar het guesthouse en ik heb geen idee hoelang dit zal gaan duren. Mijn kijkglas is ondertussen ook goed gevuld dus een goede nachtrust zal me goed van pas komen. Onderweg denk ik na aan al die jaren dat ik door Bangkok heb gezworven. Soms heb ik zelfs het gevoel dat ik Bangkok beter ken dan enig Nederlandse stad. Met het warme gevoel van reizigers geluk van binnen rijden we zonder een woord te zeggen door de avondspits van Bangkok.

Ondertussen hebben we besloten om morgen weer terug naar Pattaya te gaan dus het is een afscheid van de “City of Angels” en ik vraag me diep van binnen af wanneer ik hier weer zal terugkomen. Lyka slaapt tevreden op mijn schouder met de drie plastic tassen strak tegen haar aan geknepen. Welterusten, Bangkok zit er op.

Copyright/Disclaimer