dinsdag 20 november 2012

Maleisië: De zwarte banaan

Kuala Lumpur (Hotel Sentral (234)

04:12 geeft mijn Casio horloge aan wanneer ik uit een vreemde droom ontwaak. De stapel kortingsbonnen in mijn hand zijn verdwenen en ik sta niet meer in de winkel voor de kassa. Welke winkel weet ik niet meer maar inplaats van de winkel zie ik de bekende kamer van het Songwontel voor me. Wat hebben we hier een goede tijd gehad!
Om niet de laatste drie kwartier - we moeten om vijf uur op - wakker te liggen met een kloppende blaas kies ik er voor om de aangename warmte van mijn vrouw in het bed te verlaten. De vloerverwarming maakt veel goed en een paar minuten later kruip ik weer naast mijn vrouw.
Enkele minuten later - voor mijn gevoel tenminste - gaat de wekker in mijn iPhone alweer af en nù is het echt tijd om op te staan. Mijn blaas is opnieuw redelijk gevuld met het gefiltreerde Koreaanse bier. Lyka kruipt weer diep onder het dekbed om het felle licht van de tl-lamp te ontwijken.
Ze moet nu echt opstaan!
Wat heb ik hier een hekel aan. Sta toch gewoon zonder gezeur op wanneer je weet dat je geen andere keus hebt en weet dat over een paar uur je vliegtuig naar Kuala Lumpur vertrekt.
Als door een wonder staat ze ineens op en begint spontaan een liedje te zingen. Ik stap aan de kant en zeg geen woord omdat ik bang ben dat ze dan weer in bed kruipt. De rugzakken worden volgepropt met de laatste bagage die we vanochtend nog nodig hebben. We zijn klaar om op pad te gaan. 05:34 staat er op mijn horloge.
Terwijl Lyka achterblijft om de kamer nog een keer goed door te lopen - een van de dingen die ik haar het eerste heb geleerd - en wat vrouwenzaken af te handelen spurt ik de trappen af naar de 7-11 om de hoek. Ik vul mijn fles met heet water en het theezakje geeft haar aroma en kleur meteen af. Ik zie de jongen achter de kassa - in de grote ronde spionspiegel aan de muur naast mij - opkijken uit zijn stripboekje. Twee pakketjes met sandwiches worden afgerekend en ik laat de student in de pubertijd weer alleen met zijn manga comics. Grof geweld doorspekt met schoolmeisjessex. Onze lieve heer heeft vreemde kostgangers! 05:45 dalen we vlak achter elkaar de trap af naar de verlaten en verwarmde galerijen van de metro.
‘De paarse lijn naar “Gongdeok”, zeg ik in het niets terwijl ik poog over mijn schouder te kijken.
Ik heb geen enkel idee of de boodschap is aangekomen en ga er maar van uit dat Lyka me nog gewoon volgt. De eerste hindernis is genomen en nu maar er vanuit gaan dat het allemaal goed komt. Het is op dit uur in de metro toch drukker dan ik had verwacht. Met 3% werkeloosheid gaan er natuurlijk ‘s morgens veel mensen naar hun werk. Ik moet er voor de duidelijkheid wel bij vermelden dat na de afgelopen vier weken in Korea hier veel banen zijn die je niet echt werk kunt noemen. Maar over dat gedeelte heb ik ook nog niet echt een uitgesproken mening. Er zitten veel banen tussen die gewoonweg een bezigheidstherapie zijn en die maar weinig uitkeringsgerechtigden zouden willen doen. Bijvoorbeeld een veiligheidsfunctionaris die met een fel oranje vlag naast werkzaamheden op de weg staat zou in Nederland al snel worden vervangen door zo’n robotpop op een accu. Hier in Zuid-Korea staat een man met het Down-syndroom voor hemzelf belangrijk en nuttig werk te doen. Hij is niet overbodig in deze maatschappij en wordt niet met een uitkering op een onzichtbare plek in de maatschappij verstopt.
Hier is hij iemand!
Zijn werk wordt gewaardeerd wat hem ook een gevoel van eigenwaarde geeft!
Op het metrostation van “Gongdeok” is de airport expres naar “Incheon Int’ Airport” snel gevonden. Deze trein is wel bijna leeg en met een goed gevoel val ik naast Lyka neer op een harde bank. Geen graffiti, geen bekraste ramen, niets vernield en heel erg schoon. En dat voor ongeveer 4000 Won (€ 2,88) per persoon, 35 Km in de trein. Op zo’n moment, in trance van het ritmisch schudden van de trein los ik vaak de problemen in de wereld op.
‘Waar zijn we in Nederland fout gegaan?’, vraag ik mezelf hardop af en meteen moet denken aan een artikel over de leegstand van kantoren in Nederland.
Er is woningnood!
Er staan veel kantoren leeg en een plus een is twee.
Waarom komt er niemand op het idee om die twee samen te smelten en een probleem op te lossen?
Ik weet genoeg antwoorden maar daar besteed ik later nog wel eens een heel verhaal aan. Het is in ieder geval wel zeker dat heel veel mensen in Nederland blij zouden worden gemaakt met een “Japanse twee persoons” woning van 40 vierkante meter voor een redelijke huurprijs. Maar dat zou meteen de genadeklap zijn voor de toch al stagnerende woningverkoop! En de banken zijn de baas en de Nederlandse staat bezit de banken.
Op de moderne luchthaven van Seoul zijn we al snel in het bezit van de instapkaarten en zonder problemen passeren we de immigratie en de douane. Een kleine twee uur voor het vertrek neem ik een eerste slok van mijn Coffee Americano terwijl ik de Kobo ereader opstart. We zitten veilig op de luchthaven en er ons kan weinig meer gebeuren.
Lyka begint in haar overvolle schoudertas te wroeten op een manier dat het me zelfs opvalt.
‘Wat doe je?’, vraag ik geïnteresseerd.
‘Ik ruik elke keer bananen wanneer de ritssluiting van mijn schoudertas openmaak!’, antwoordt ze geïrriteerd.
Ik duik weer in mijn boek en volg met een oog haar handelingen. Een haast oneindige reeks van make-up, tube’s, plastic tasjes en meer wat er allemaal in een damestas kan zitten wordt op de tafel tussen ons in uitgestald. Ze ruikt aan elk item, kijkt voor een moment in het zwarte plastic tasje en begint hard te lachen.
‘Er zitten al god weet hoe lang deze bananen in mijn tas! Ik vroeg me van de week al een paar keer af waar die geur van de bananen toch vandaan kon komen.’
Ze vist een trosje van twee gitzwarte bananen uit het plastic tasje. We kijken elkaar verbaasd aan.
Bij wijze van grap begin ik aan een zin die ze heeft geleerd voor het basisexamen inburgering: ‘De banaan is zwart.’
‘Nee!’, antwoord ze automatisch, ‘de banaan is geel!’
‘Nou, dan ben je ook nog kleurenblind want volgens mij zijn die bananen zwart!’
We moeten er samen hard om lachen!
‘Wat kan je vertellen over een vliegreis van ruim zes uur?’
Het was een rustige vlucht die op tijd vertrok. Het - vooraf bestelde en betaalde - ontbijt en lunch werden tegelijk geserveerd en smaakte uitstekend.
En een jong Koreaans stel dat de lege stoelen voor ons confiskeerde en meteen in de slaapstand wilden gaan. Nou, dat gaat mooi niet niet door! Je spichtige jongen met de zwarte hoornbril heeft niet voldoende kracht om mijn getrainde benen in beweging te brengen. Wanneer hij ook nog eens hondsbrutaal kwaad over zijn hoofdsteun naar deze doorgewinterde rugzakartiest kijkt is de maat vol. Ik aai hem met iets meer kracht dan gebruikelijk door zijn stugge zwarte haar en de boodschap komt meteen aan. Verbijsterd springen ze - zonder een woord tegen mij of tegen elkaar te zeggen - met zijn tweeën op en zoeken twee andere legen stoelen waar ze kunnen gaan slapen. Voordat de ogen dichtgaan kijken ze nog een keer om naar de grote grijsblonde Nederlander die zo brutaal is geweest om ze weg te jagen.
Mijn Kobo doet zijn werk prima en bladzijde na bladzijde van het laatste deel van de Millennium Trilogie verdwijnt uit het haast oneindige geheugen. Daar is Kuala Lumpur eindelijk en ons avontuur in Zuid-Korea zit erop. Maar onze reis is nog niet ten einde! We hebben nog veel meer te doen.
Voor de twee nachten die we in Kuala Lumpur verblijven heb ik deze keer voor een hotel vlak bij het “Sentral Stesen” naast de “Brickfields” gekozen. Het is het moderne Little India - een beetje buiten de stad en het centrum maar beter bereikbaar met het openbaar vervoer - maar voor de twee nachten dat we hier in Kuala Lumpur zijn is dit wat beter.
Bij aankomst in het “Hotel Sentral” gebeurde er iets dat ik nu steeds vaker meemaak. Er worden kamers aangeboden op Agoda en na een periode in de verkoop te zijn geweest  veranderd de aanbieder de kamer in de advertentie, zo krijg je een veel slechtere kamer dan je verwacht. Vanzelfsprekend zijn er genoeg toeristen die het zonder tegen te stribbelen accepteren maar bij mij zijn ze dan wel aan het verkeerde adres.

‘Het spijt me meneer, maar het is een kamer zonder raam!’
‘Het spijt mij ook want de kamer die uk heb gereserveerd had een raam, ik reserveer namelijk nooit een kamer zonder raam!’
‘Ja, het spijt ons. Maar we hebben de advertentie op Agoda al lang geleden aangepast.’
‘Nou, dat is dan jammer voor jullie want ik heb een hele tijd geleden al geboekt en betaald!’
‘Het spijt me meneer, maar het is en blijft een kamer zonder raam!’
‘Oké, geen probleem. Geen me maar mijn betaalde geld terug en ik ga op zoek naar een ander hotel. Het moet gek zijn dat ik Kuala Lumpur geen kamer met een raam kan vinden.’
‘Excuseer mij?’
‘Ja, geen probleem. Geen me maar mijn betaalde geld terug en ik ga op zoek naar een ander hotel.’
‘Maar, maar ik ben bang dat dat niet mogelijk is!’
‘Ik heb een kamer met een raam gereserveerd en betaald, dus wens ik een kamer met een raam.’

Het wordt stil achter de receptie en de mensen kijken elkaar verbaasd aan. Ze hebben er nu eentje voor hun staan die niet zo gemakkelijk toegeeft. Een vrouw in een lange grijze jurk verschijnt en wordt in het Maleis geïnformeerd wat er aan de hand is. Ik kan enkele woorden verstaan uit de stroom Maleis die tussen het personeel achter de receptie en de manager wordt gewisseld.  Zodra de enige mannelijk medewerker van het hotel klaar is kijkt ze voor een moment op om me te peilen. Een gemaakte vriendelijke verontschuldigde glimlach valt me ten deel. Het toetsenbord aan de andere kant van de marmeren balie ratelt en gedurende een korte stilte kijkt ze weer op.

‘Het spijt me meneer, maar de kamer die u heeft geboekt is onderhevig aan beschikbaarheid. Op dit moment hebben we geen kamer met een raam vrij voor u. Het spijt me verschrikkelijk.’

Het ingestudeerde toneelstukje maakt geen enkele indruk op me en Lyka volgt stil de gebeurtenissen aan beide zijden van de balie. Gelukkig begint ze niet te klagen en aan mijn overhemd te trekken dat het zo wel goed is.

‘Oke, een tussentijdse verandering in de politiek van het hotel is niet mijn probleem!’
‘Ik heb een kamer met een raam gereserveerd en betaald, dus wens ik een kamer met een raam. Wanneer u mij niet de beloofde kamer met raam kan geven dan bellen we nu Agoda en zal ik ze uitleggen dat u tussentijds de aangeboden kamers heeft gewijzigd en dat ik mijn reservering wil annuleren en 100% van de betaalde som terug eis! Zou u zo vriendelijk willen zijn dit nummer voor me bellen zodat ik kan uitleggen aan Agoda wat er hier aan de hand is?’

En als door een wonder vindt de vriendelijke vrouw plotsklaps een kamer die voor ons geschikt is. Ik bedank haar zeer overdreven en met de sleutelkaart in de hand zoeken we de lift op. Het is de laatste keer dat ik in dit hotel slaap, dat is 100% zeker. De kamer is acceptabel voor twee dagen - zeker na het gevecht dat ik heb moeten leveren - en we gaan meteen weer op pad om de camera en de lens te laten controleren.
Bij YL-Camera is er goed en slecht nieuws! De lens blijkt in orde te zijn. De problemen met de camera kunnen misschien worden opgelost door een update van de firmware. Helaas willen ze dat niet voor me doen en ik wordt verwezen naar het Nikon service center in “Times Square”. Ook de prijs die ze bieden voor mijn drie jaar oude Nikon D700 is aan de lage kant. Misschien moet ik nog maar even wachten met de aanschaf van een nieuwe D600?
Gelukkig heb ik in het Nikon service center een meevaller! Het updaten van de firmware is gratis als je lid bent - of wordt - van de Nikon Club Malaysia. En laat is nu eens lid zijn, een tijdje geleden al geworden. Dat is nog eens een service die ondertussen in Nederland ver te zoeken is. Daar vragen ze al € 95,- alleen voor een inspectie, en dat is geen onderzoek. Een inspectie is om te kijken of de camera niet meer werkt! Ik neem afscheid van mijn camera en wij gaan op weg voor het eten.
Helaas is de tandoori oven van ons favoriete restaurant niet opgestookt want de kok heeft een dagje vrij. En dat is erg jammer want wij hebben erg naar een kip tandoori met naan en een lekkere kerrie uitgekeken. Het eten was heerlijk in Zuid-Korea maar nu is het weer tijd voor wat anders.
Gelukkig weet ik verderop richting China Town nog wel zo’n tentje. En daar vinden we precies waar we op hebben gehoopt. Het voelt vreemd zonder die dikke camera aan mijn zijde! Ik schiet de plaatjes met mijn iPhone maar dat is toch niet hetzelfde.
Na het eten drinken we nog een biertje in China Town waarna we snel ons bed gaan opzoeken. Morgen moeten we weer vroeg op! We gaan een visum voor Nederland aanvragen zodat Lyka weer mee mag komen van de Nederlandse regering.

maandag 19 november 2012

Zuid Korea: Paniek bij McDonald’s

Zuid Korea: Paniek bij McDonald’s
Seoul (Songwontel (301)

Het is vandaag alweer de laatste dag is Seoul, en om eerlijk te zijn vindt ik het na ruim een week in deze stad - en vier weken in dit land - ook een juist moment om weer te vertrekken. Zelf zal ik zeker nog wel een keertje hier terugkomen maar of Lyka dan meegaat weet ik zo net nog niet.
Het weer zit ons in ieder geval niet mee op deze laatste dag in Seoul. De regen komt gestaag uit de hemel - niet dat het stortregent maar het blijft een stevige hoeveelheid water die naar beneden komt - zodat we ons zonder een woord tegen elkaar te zeggen naar de gouden bogen haasten voor het laatste ontbijt. De paraplu hebben we maar in het hotel gelaten want de weersvooruitzichten zijn beter en in de loop van de dag moet het weer droog worden.
In neem plaats in de voor mij nu ondertussen wel bekende rij en zie meteen dat er geen enkele van de bekende gezichten op deze ochtend aanwezig is. Jammer! Ik had ze graag bedankt voor de goede en vriendelijke service en afscheid van de verlegen meisjes genomen.
Maar ik zou meer krijgen dan me lief is! Na ongeveer 13 nachten in Seoul te hebben doorgebracht en hier zeker zeven keer het ontbijt te hebben gebruikt dan zou je niet verwachten dat je problemen krijgt bij het bestellen! Mede omdat de bestelling elke keer exact hetzelfde was als de keer ervoor!
Ik ben dus aan de beurt en bestel twee “Sausage McMuffin with Egg”, een zwarte koffie en een koffie met melk. Het meisje achter de kassa slaat de broodjes aan en en slaat bij het horen van de koffie met melk op tilt. Voor een moment gebeurt er niets. Ze kijkt me alleen maar schaapachtig aan. Dus ik denk dat ze me niet heeft verstaan en ik ratel de bestelling nog maar een keer - deze keer met een nog duidelijkere uitspraak - op terwijl de rij klanten achter mij langzaam aangroeit. Er gebeurt nog niets. Ik kijk haar recht in de ogen aan en met twee vooruitgestoken armen maakt ze een schuifbeweging naar rechts als teken dat ik èven aan de kant moet gaan staan. Verbaast stap ik aan de kant en de volgende klant wordt geholpen. Terwijl ik daar sta kijk ik verbaasd over mijn schouder naar Lyka die net zo verbaasd is als ik dat er niets gebeurt.
De eerste klant na mij verlaat de counter met een  “Sausage McMuffin with Egg” en een zwarte koffie! Er is in ieder geval voorraad! De tweede klant wordt geholpen en verlaat even later de counter met haar bestelling.
Om te voorkomen dat ik er volgende week nog sta, stap ik voor de volgende klant weer in de rij. Die klant heeft mijn probleem waarschijnlijk herkend.
‘Kan ik u misschien helpen?’, vraagt hij behulpzaam.
Ik leg hem uit wat we willen bestellen en na een korte discussie tussen het meisje achter de kassa en de behulpzame man komt de aap uit de mouw! Koffie met melk kan niet in combinatie met het broodje. De twee moeten apart besteld worden. Dat kost niet alleen een euro meer maar je krijgt ook geen hashbrown!
Ik krab me op mijn hoofd omdat ik het nu even ècht niet meer begrijp. De vorige zes keer was er absoluut geen probleem en nu is het op deze regenachtige maandagochtend in november onmogelijk. Zodra ik het hele verhaal aan de behulpzame man heb uitgelegd begint hij opnieuw een discussie met het meisje achter de kassa. Tevergeefs! Nou, doe dan maar twee “Sausage McMuffin with Egg” en twee zwarte koffie. Het meisje lacht beduusd nu ze zichzelf uit deze moeilijke situatie heeft gewurmd.
Met de bestelling op het bekende bruine dienblad loop ik even later naar het tafeltje aan het raam waar Lyka op me zit te wachten. Die wil ook graag wil weten wat er nu weer aan de hand was. Ze kan haar oren niet geloven en we beginnen hard lachend aan het ontbijt.
In mijn ooghoek zie ik de - mij bekend voorkomende - manager achter de counter verschijnen. Ik sta rustig op en vraag of ik een beetje melk kan krijgen voor in de koffie. En dat is geen enkel probleem. Dan breekt mijn klomp. Het meisje achter de kassa kijkt me verontschuldigend en verlegen aan. En op dat moment valt het kwartje en begrijp ik wat er aan de hand is.
Dit is McDonald’s! Discipline is streng en de lijst met regels is langer dan de lijst met werknemers. Ooit geprobeerd een hamburger zonder augurk te bestellen? Da’s haast onmogelijk! Dat werkt als zand in de soepel draaiende raderen van de geoliede hamburgermachine. Alles in de keuken bij de gouden bogen is geteld en wanneer er tijdens de dagelijkse inventarisatie blijkt dat er een schijfje augurk teveel is - of te weinig - dan zijn er fouten gemaakt! Ontevreden klanten gemaakt! Die kunnen gaan klagen op twitter en facebook dat het schijfje augurk niet op hun broodje zat! En dat is iets dat het hoofdkantoor in Oak Brook (Chicago), IL, niet leuk vinden!
In mijn geval ging het dus om de melk. Een ingrediënt dat je niet kan tellen. De een gebruikt het en de ander niet. Het is dus minder gevoelig dan de tot in procenten uitgerekende andere ingrediënten. Het nieuwe meisje, met strikte opdrachten kon/mocht nog niet haar gezonde verstand gebruiken om een scheutje melk aan de hete koffie toe te voegen. De manager, die haar strepen in de keuken al heeft verdient, verbuigt de regels een beetje met gevolg dat er toch weer een tevreden klant is. En zo zijn we weer waar we moeten zijn. Wanneer we het restaurant voor de laatste keer tijdens ons bezoek verlaten kijk ik nog een  keer over mijn schouder.
‘Tot ziens, en hopelijk tot weerziens.’
Nu, op deze laatste dag in Seoul realiseer ik me meer dan ooit te voren hoe fijn ik het hier in Zuid-Korea vindt. Bijna alles is - zoals in Japan - tot in de puntjes geregeld in de onbekende land, met prijskaartjes die je in Thailand zou verwachten. Dit is mijn tweede bezoek, de eerste keer was ik hier ongeveer vijf jaar gelden in het voorjaar.
De drang om nog een keer terug te gaan naar plaatsen die ik al eens heb bezocht wordt steeds sterker. Niet omdat ik geen nieuwe bestemmingen meer over heb maar omdat ik in een ander jaargetijde wil gaan. Terwijl ik dit schrijf, in Bangkok 30 januari 2013, kijk ik snel naar de weersverwachting voor Taipei (Taiwan). 22, 24, 24, 26, 25, 24 graden in de middag. Dat zou best wel eens mijn bestemming voor volgend jaar kunnen zijn.
Met de ondergrondse gaan we net als gisteren naar het “Yongsan Station”, niet voor de trein maar voor de enorme elektronica markt die er in een winkelcentrum naast het station is. Vier oneindige verdiepingen met Koreaanse - en tegenwoordig ook heel veel Japanse - elektronica. Niet dat ik ècht wat nodig heb maar een nieuwe riem voor mijn camera zou welkom zijn want de reserve schoenveters beginnen nu uit te rekken en lijken meer op elastiek dan schoenveters.
De “Yongsan Electronics Market” is niet wat ik ervan gehoopt had. Eindeloze rijen toonbanken, opgezet in het vierkant als een fort, om je van alle kanten van dienst te kunnen zijn. Honderdduizend digitale camera’s zonder een prijskaartje! De lastige altijd roepende verkopers kijken je aan en het rad van fortuin met de vraagprijzen begint in het hoofd van de verkoper te draaien. Duizelingwekkende bedragen in Koreaanse won waar een normaal mens een rekenmachine voor nodig heeft. Nee schudden en een vraagprijs die onmiddellijk wordt gehalveerd. Nee, dit is het niet!
Dan maar een bakkie koffie onderaan de roltrap van het “Yongsan Station” en mensen kijken. Observeren van een erg vreemd ras, een vreemde samenleving en eigenlijk is alles hier vreemd en ons onbekend. Observatie: Slechts één op de honderd heeft grijs haar! Aandelen in een fabriek van haarverf blijkt een soliede investering.
Misschien wel de allermoeilijkste opdracht van deze reis staat me nu te wachten. We gaan te voet op het hotel aan. Onderweg wacht het “Seoul War Museum” op ons en ik moet Lyka van mijn goede bedoelingen zien te overtuigen. Het is een dag om door te komen.
Het is een gure dag, de regen heeft plaats gemaakt voor een alles doorklievende ijskoude wind uit het noorden. Met elke stap - onze neuzen recht in de wind - komt de winter een stukje dichterbij. Het duurt dan ook niet zo erg lang voordat Lyka begint te klagen. Diep in me kan ik haar geen ongelijk geven, het is afzien! Maar om de een of andere onverklaarbare reden hou ik ervan om mezelf deze dingen aan te doen. Het bewust opzoeken van een meteorologische marteling zodat de warmte straks extra goed aanvoelt. Maar voor Lyka is harde poolwind een extra moeilijke hindernis. Ze smeekt al weken om sneeuw maar is zich er niet van bewust dat de ijzige kou een bijproduct is dat je ook voor lief moet nemen.
Gelukkig weet ik haar te overtuigen van mijn goede bedoelingen voor deze wandeling. Een kwartier later slaan we rechtsaf een zijstraat in, de ijzige wind verandert in een koele bries. Het “Seoul War Museum” ligt in de luwte van de berg die “Namsan Park” heet. Het is er op dit tijdstip van de dag opvallend rustig en een herinnering van vijf jaar geleden komt weer in me boven. Op maandag gesloten! Zonder hierover ook maar een woord tegen Lyka te zeggen, en alleen maar om tijd te rekken om deze dag vol te kunnen maken, lopen we op het enorme grijze gebouw af.
Een enorme tempel om het kapitalisme te vereren en het communisme te verketteren. Een tempel ter verheerlijking van de oorlog en tegelijk een monument voor de velen soldaten, uit meer dan twaalf verschillende landen onder de vlag van de Verenigde Naties, en de burgers die voor de vrijheid hun leven hebben gelaten op de kale slagvelden van het Koreaanse schiereiland.
Buiten staat al het grote oorlogstuig opgesteld. Indrukwekkend door de enorme afmetingen en aantallen. Zoals het hier staat zijn ze zo ongevaarlijk als een opgezette leeuw maar ze zijn zo dodelijk als een tijger in de strijd! Gelukkig maken de opgestelde vliegtuigen en pantservoertuigen een enorme indruk op Lyka en ze raakt geïnteresseerd in de geschiedenis van het Koreaans conflict. Mede omdat er op de Filipijnen ook stevig is gevochten tijdens de tweede wereldoorlog. Met veel plezier vertel ik haar alles wat ik weet over het Koreaanse conflict.
De naam “General Douglas McArthur” brengt een brede glimlach op haar gezicht en wakkert haar nieuwsgierigheid aan. De generaal sprak op 20 maart 1942, na zijn miraculeuze ontsnapping per boot van “Corrigador Island” in de baai van Manila, bij aankomst in Australië de volgende woorden: ‘I came through and I shall return’, een uitspraak die hij op 20 oktober inloste met het voet aan wal zetten op “Leyte Island”. Een actie die hem onsterfelijk maakte op de Filipijnen en die hem voor altijd in alle Filipijnse harten sloot. Er is geen stad of dorp zonder een weg of straat die naar “General Douglas McArthur” vernoemt is.
De beroemdste uitspraak van MacArthur is voor ons is waarschijnlijk: Old soldiers never die, they just fade away. Die hij sprak tijdens zijn ontslag uit de actieve dienst.
Na deze korte geschiedenisles kijken we nog wat rond en gaan op zoek naar de lunch. De laatste lunch! Alles is of wordt nu de òf het laatste, de dag waar ik het meeste hekel aan heb. Afscheid nemen gaat me na al die jaren reizen steeds slechter af. Het is bijna altijd of ik een stukje van mezelf achterlaat.
Zodra we weer rechtsaf slaan, de lange brede Hangang-dearo op, en in de volle wind terecht komen merken we meteen dat de wind is aangezwollen tot een stevige storm. Zelfs ik vindt het guur met mijn drie lagen outdoorkleding. Wat moet mijn vrouw, een orchidee uit de tropen, hier wel niet van vinden? Lang hoef ik niet te wachten op het antwoord.
‘Wat is het koud! Ik kan mijn eigen gezicht niet meer voelen!’, roept ze luid om de wind die rond haar capuchon raast te overstemmen.
‘Het is niet zo ver meer!’, roep ik terug.
‘Waar is de metro?’, vraagt ze lichtjes aangebrand.
‘Een eindje verderop!’, antwoord ik terwijl ik vooruit recht in de snijdend koude wind wijs, ‘maar we gaan eerst eten!’
Ze knikt instemmend en haar ijskoude - haast bevroren wangen - proberen samen met haar mond een glimlach te vormen. Ze heeft nog nooit zo wit gezien!
Na een worsteling van ruim een half uur met de winterse elementen stappen we een restaurant binnen waar de grootste groep lunchers net is vertrokken. Het is al bijna twee uur en ik hoop dat er nog wat warms in de pot zit. Gimbap met tonijn is lekker maar niet wanneer je tot op het been toe verkleumd bent! De dames in restaurant spreken prima engels en onze lunch is snel besteld. Twee maal pittig varkensvlees op rijst! We moeten er verkleumd uit hebben gezien want we krijgen extra soep van de vriendelijk glimlachende serveerster.
De chilisaus in combinatie met de warme soep verspreiden hun gloed door de koude lichamen. De een met de pittigheid van de gemalen chilipepers en de andere met haar temperatuur. Lyka’s humeur, dat evenredig met de thermometer flink was gedaald, wordt ook weer beter en een flink meningsverschil wordt maar net voorkomen. Zonder ook maar een woord te wisselen lepelen we de heerlijke lunch naar binnen. De zwarte aardewerken potten zijn leeg en wij zijn vol.
‘Wat gaan we nu doen?’, vraagt ze terwijl ze tegelijk met een dodelijke blik duidelijk maakt dat het vandaag niet gekker moet worden.
‘Metro, een doughnut met een koffie en dan naar de kamer!’
Haar gezicht klaart op en ze beseft dat onze reis in Zuid-Korea er op zit. We hebben voldoende moeilijke momenten gekend maar ook veel mooie herinneringen om naar terug te kijken.
Op onze vaste plaats - achter het glas van Dunkin’ Donuts - kijk ik voor de laatste keer naar de elektronische melder die gaat trillen en piepen wanneer je koffie op het buffet klaarstaat. En terwijl je wacht draaien er de eindeloze reclames voor de doughnuts en koffie van Dunkin’ Donuts op het kleine apparaat.
Lyka vindt weer een open netwerk en verdwijnt op het internet.
De eindeloze stroom mensen die buiten aan me voorbij trekt vindt ik veel interessanter! Mensen op weg naar huis, mensen op weg naar hun werk door het koude winterweer dat hier heel normaal is.
Zelf heb ik ook genoten van het weer. Het frisse knapperige winterweer - ik kan er geen ander woord voor vinden - en niet het kleffe dampige vochtige klimaat dat we gewend zijn  van de tropen. Hap na hap, slok na slok komen de herinneringen van de afgelopen vier weken aan me voorbij. Ik kijk over mijn schouder en zie dat Lyka nog steeds druk met facebook bezig is.
‘We hebben het samen zo slecht nog niet!’
‘We moeten allebei nog veel van, en over elkaar leren!’
Het schoteltje en de papieren beker zijn leeg. Nu nog de rugzakken inpakken en avondeten, de allerlaatste loodjes.
Er zijn nog voldoende Koreaanse won over om “hem voor de laatste keer eens flink uit de broek te laten hangen”. Ik weet niet waar het gezegde vandaan komt maar wel wat het betekend: Nog een keer flink de bloementjes buiten te gaan zetten.
Na een kort overleg komen we uit op een restaurant net om de hoek. De beef BBQ in combinatie met de super Dolsot. En die smaakt alsof we vandaag in Korea zijn aangekomen. Ja, Zuid-Korea is een bestemming die ik iedereen met een gerust hart kan aanbevelen. Cultuur, natuur, strand, bergen, bossen en heel veel lekker eten.

Een laatste biertje op de kamer en slapen. Morgen moeten we echt vroeg op!

zondag 18 november 2012

Zuid Korea: Suwon

Bangkok (93 Mansion (210) 30 januari 2013

Lyka is naar school en ik heb tijd om de hele ochtend te schrijven. Het boek over Steef blijft vandaag gesloten! Dus de voorlaatste dag van onze reis, vorig jaar november, in Korea geschreven vandaag. Het is ruim twee maanden later nu ik dit verhaal in Bangkok schrijf. Zo maar uit mijn geheugen. Gebeurtenissen waar de scherpe kantjes als bij gebroken glas in de branding vanaf is gesleten. Zodra ik weer nieuws heb uit Bangkok gaat dat vanzelfsprekend weer voor.


Seoul (Songwontel (301)

De liefde en verdraagzaamheid tussen ons is weer teruggekeerd. Wat haar drijft is me nog steeds onduidelijk dat zal waarschijnlijk ook wel voor altijd zo blijven. Maar we genieten er maar van zolang het duurt. Zodra ik het kleine raam boven het bed open schuif vallen me twee dingen meteen op. De lucht buiten is weer staalblauw en de koude buitenlucht raakt me als een vuistslag. Het is echt koud! De winter komt nu snel dichterbij en het wordt tijd om afscheid te nemen van Zuid-Korea. Lyka heeft kunnen proeven van de winter in Nederland, inclusief de vrieskou en de ijzige regen.
Na de burgers en een gebakken eitje van McDonald’s gaan we op pad naar Suwon. Een oude vestingstad ten zuiden van Seoul. Vijf jaar geleden heb ik daar een fijne dag gehad met Andy. Herinneringen borrelen op in mijn geheugen. Andy, een vriendelijke maar wat verwarde jongen die op de vlucht was voor iets uit Japan.
De meisjes achter de counter zijn nu gewend aan mijn dagelijkse verschijning maar nog steeds een beetje verlegen zwaaien ze naar me wanneer we het fastfood restaurant verlaten.
‘De bus!’, roep ik luid terwijl we op het trottoir stappen.
Lyka kijkt me verbaasd aan alsof ik net mijn verstand heb verloren.
‘Ja, we nemen de bus!’, leg ik haar uit.
‘Weet jij dan hoe dat werkt?’, vraagt ze.
‘Nee, geen idee! Maar dat maakt het juist avontuurlijk’
Lyka schud haar hoofd alsof ik voor de zoveelste keer mijn verstand heb verloren. Op een display aan een paal naast de bushalte probeer ik het “Yongsan Station” te vinden. Tachtig procent van de informatie is in het Koreaans maar de belangrijkste bushaltes zijn ook in het engels. Ik ben al een tijdje bezig wanneer ik hulp krijg van een kleine Koreaanse man.
‘Waar moet u heen?’, vraagt hij in gebrekkig engels.
‘Yongsan Station!’
‘Ohh, dan moet u bus nummer 501 hebben!’
‘Now, bedankt!’, Lyka staat erbij en kijkt er naar.

De openbaar vervoer chipkaarten zijn ook in de bus te gebruiken en zo zoeven we even later door de ochtendspit van Seoul.
De truc op het “Yongsan Station” kan ik me nog van de vorige keer herinneren.
De treinen die hier voorbij komen gaan verderop op de lijn ombeurten links en rechtsaf. De ene gaat naar Incheon en de andere richting Suwon. Het is dus belangrijk dat je weet in welke trein je moet stappen. Ik kijk nog eens goed op mijn kaart en zie dat het eerste Koreaanse teken van Suwon (수원역) op een kleine kerstboom lijkt. Ik weet het! Het is behelpen. Je had het ook kunnen vragen! Maar vanaf nu zoeken we die mini kerstboom voorop de trein.
Bij aankomst in het enorme station van Suwon, in Korea hebben ze ook, net als in Japan, geprobeerd de vorige crisis op te lossen door veel en heel groot te bouwen, komt het me meteen bekend voor. Voor een moment of twee denk ik na terwijl ik eens goed om me heen kijk. Lyka bedenkt op haar beurt wat we voor vandaag nog nodig hebben. De hoofdstraat tegenover de uitgang van het station kunnen we niet missen en ik weet zeker dat die naar het oude fort van Suwon leidt. Tientallen restaurants gaan er aan ons voorbij totdat we een vrouw dikke gimbap’s in de etalage van het restaurant zien rollen. Een blik naar elkaar is voldoende en we stappen naar binnen.
‘Kamchi Gimbap?’, vraag ik en de vrouw kijkt me verbaasd aan.
Ze knikt zonder een woord te zeggen en ik steek op mijn beurt twee vingers op. We staan erbij en we kijken er naar. De vrouw rolt soepel twee polsdikke gimbap’s met tonijn. Onze lunch voor vandaag. We zijn nu helemaal klaar voor de wandeling over de oude stadsmuren van Suwon. Nou ja oude, ze zullen ook wel hersteld zijn de allesvernietigende Koreaanse burgeroorlog in de begin jaren vijftig van de vorige eeuw.
Zodra we de muur hebben gevonden, we waren helaas een keer verkeerd gelopen, vallen we op een bankje in de zon neer om wat te rusten. Het is al bijna half een dus een goed moment om ook meteen maar te lunchen. We halen de hete thee, bananen en gimbap’s tevoorschijn. Wat een heerlijke lunch op een heerlijke dag op een mooie lokatie! Geen enkele Koreaan die langs wandelt kijkt raar van die twee toeristen op! Het is de Koreaanse stijl om zo te lunchen en te genieten van de natuur.

Na het eten laten we de lunch nog voor een moment zakken en gaan dan op zoek naar het pad. Eenmaal op het pad kan je niet meer verkeerd lopen! De muur klimt en daalt met de glooiing van de berg. Mooie vergezichten worden afgewisseld met lelijke moderne betonnen kolossen die het uitzicht verpesten. Vanzelfsprekend ligt het oude fort nu midden in de stad.
Ergens langs de route wordt er plotseling entree geheven voor de UNESCO Heritage Site. Ons maakt het niet zoveel uit om 2000 Won (€ 1,36) voor ons tweeën te betalen voor het onderhoud van zoiets moois maar de vijf Russische jongens die achter ons lopen zouden het liefst op de vlucht zijn geslagen. Vol ongeloof volg ik al hun pogingen om onder het betalen van het entreegeld uit te komen. Uiteindelijk moeten ze toch capituleren en betalen met tegenzin € 1,36 per persoon, want anders zouden ze het hele pad terug hebben moeten lopen. Ja, het is niet altijd even mooi met die onbeschofte schreeuwlelijkerds in de buurt.

Even terzijde: Dit probleem heeft volgens mij alles te maken met de ongeschreven wet van de grote valuta bedragen. Het zou veel beter zijn als we op de wereld de verschillende waardes op elkaar zouden afstemmen. Een voorbeeld voor een biertje in de supermarkt in verschillende landen die ik heb bezocht:

Nederland 1 euro, Maleisië 8 ringgit (€ 1,94), Thailand 34 baht (€ 0,85)
Japan 120 yen (€ 0,90), Zuid-Korea 1500 won (€ 1,02), Indonesië 13000 roepia (€ 1,00)

Wanneer je deze rij afloopt zal de ene prijs hoger aanvoelen dan de andere terwijl ze allemaal, met uitzondering van Maleisië, rond de euro liggen. En vaak speelt dat gevoel een hoofdrol wanneer je in een van die landen op bezoek bent. Dus als Japan een nul, Zuid-Korea twee nullen en Indonesië drie nullen van hun valuta zouden schrappen dan zou het allemaal een stuk gemakkelijker gaan.

Later blijkt dat ontwijken ook weinig zin heeft want overal langs de stadsmuur lopen er controleurs in burger die controleren of je een sticker, het bewijs van betaling, op je kleding draagt.
Het is heerlijk wandelweer! Rond het vriespunt en de zon schijnt aan een wolkeloze hemel. Tijd voor weer wat rust in de verwarmende zon en een bekertje koffie uit een van de automaten die je overal in Zuid-Korea kan vinden. De zon maakt me rozig en mijn gedachten dwalen af in mijn geheugen. We zijn al bijna vier weken in Zuid-Korea, nog een dag te gaan en het zit er alweer op. Het was niet altijd even gemakkelijk! We hebben onze momenten van strijd gehad maar gelukkig vergeet ik die snel. Ik ben namelijk ook niet altijd even gemakkelijk! Voor een moment sluit ik mijn ogen en denk aan de toekomst. En dan wordt ik op wrede wijze teruggebracht naar de werkelijkheid. Deze week gaan we voor Lyka weer een visum aanvragen in Kuala Lumpur. Oh, wat het ik een hekel aan dat gevoel om gegijzeld te zijn in afwachting van een visum. Voor mijn gevoel zo onrechtvaardig dat hele visumgedoe over de hele wereld.
‘Zijn er dan zoveel mensen met slechte bedoelingen? Is het zo moeilijk om aan de grens het kaf van het koren te scheiden?’
Wat zal het een opluchting zijn wanneer Lyka over twee jaar haar verblijfsvergunning heeft en later zelfs een Nederlands paspoort! Weg alle grensproblemen!
Lyka haalt me uit mijn gedachten: ‘Kom op, we gaan verder!’

Terwijl we langzaam over de oude stadsmuur verder slenteren blijven mijn gedachten bij de komende maanden. Ik heb het hier allemaal al een keer gezien dus ik kan het me veroorloven om aan andere dingen te denken. Dat visum zou eigenlijk geen problemen moeten geven! Maar wat als Lyka voordat we in 2013 naar Nederland gaan het “Basisdiploma Inburgering” zou halen?
Wat als Lyka mee zou kunnen op een MVV in plaats van een toeristenvisum? Ik kijk naast me en zet het meteen weer van me af.
‘Niet rennen voordat je kan lopen!’, is een wijs gezegde.
De op een na laatste avond in Seoul staat in het teken van de voorraadkast leegmaken. Ik hou van lekker eten maar ik heb ook een hekel aan eten weggooien. Op de kamer gaat de laatste spam met een paar boterhammen eraan. Morgen gaan we dan voor de laatste keer heerlijk Koreaans eten. Voor nu een koud biertje en wat lezen, morgen is onze laatste dag in dit fantastische land. De komende week wordt een belangrijke! Een visum voor Lyka en een diagnose voor mijn kreupele D700.
Copyright/Disclaimer