zondag 25 november 2012

Maleisië: Van de regen in de drop

Malacca (Hallmark Hotel (325)

Gisteren was het een dag van bezinning, een fikse kater, een serieus gesprek tussen Lyka en mij gevolgd door de bedenkingen. McDonald’s lunch, Indiaas diner, wat een leven!

Maar ook een dagje droog! Geen alcohol om de stress te verjagen. Ook al was het gisteren zaterdag, als je maanden onderweg bent dan zeggen de dagen je niets meer. Elke dag is een maandag óf elke dag is een vrijdag, het is maar net hoe je jezelf van binnen voelt.
Lyka lijkt niet warm te lopen voor het idee om de Nederlandse taal voor het inburgerings examen te gaan leren. Dat inburgeren om een verblijfsvergunning te kunnen aanvragen is een grote hindernis, financieel en mentaal, tenzij je asielzoeker bent en een heel leger van geitenwollensokken sociale hulpverleners klaar staat om je te helpen en en te begeleiden. Nederland op zijn smalst!
Het was maar vreemd wakker worden op deze laatste zondag van november. Ik hoor duidelijk dikke druppels vallen! Na die kater van gisteren en de alcoholvrije zaterdag voel ik me weer prima. Maar die dikke druppels dan? Ik kijk uit het raam en zie de slagschaduw van het hotel op het kokende asfalt onder me op de straat.
‘Buiten regent het zeker niet!’, denk ik hardop.
Ik hoor het toch! Er vallen druppels! Ik kijk over mijn schouder en zie een verbaasde Lyka die naar me ligt te kijken.
‘Ik hoor druppels vallen!’
Ze kijkt me slaperig aan en zegt: ‘Ik ook!’
Aan de rand aan de onderkant van de spiegel boven de kaptafel zie ik druppeltjes gekleefd aan het glas. Een verdere inspectie verklaard het geluid. Er vallen dikke druppels in de asbak op de kaptafel onder de airconditioning. En niet alleen daar, ook aan de zijkant druppelt het, maar wel in mindere mate. Lyka staat naast me en moet hard lachen. We halen een oud verhaal op over een hotel dit jaar waar het ijs als hagelstenen door de slaapkamer schoot.
Het is zondag, we hebben vakantie en het is geen probleem om na drie nachten van kamer te wisselen. Ik bel de receptie en zonder problemen krijgen we deze ochtend een andere kamer.
Na een uurtje wachten kunnen we op dezelfde verdieping naar kamer 325. Zelf loop ik met onze bagage een paar keer heen en weer en Lyka bemand de nieuwe kamer. Een schone nieuwe kamer voor de komende vier nachten hoop ik.
Het ontbijt stelt op deze ochtend niet zo heel veel voor. Maar we kunnen niet klagen want door een foutje krijgen we het er voor niets bij. Maar op deze ochtend is er helaas heel weinig dat me kan bekoren. Een kort gesprek met een medewerker van het restaurant en voor RM 2 (€ 0,50) liggen er enkele minuten later twee gebakken eieren op mijn bord. Eet smakelijk. Probleem is opgelost.
Het is al bijna middag wanneer we met een omweg naar mijn geliefde Starbucks in het “Dataran Pahlawan Melaka Megamall” winkelcentrum gaan. Lekker relaxen in een fauteuil  met een heerlijke mok sterke koffie. Op mijn Kobo e-reader ben ik nu aan “Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan…” (Louis Couperus) begonnen. Een tijdsbeeld uit de residentie ('s-Gravenhage) van meer dan 100 jaar geleden. De geschiedenis van “Nederlands-Indië” is me steeds meer gaan boeien en ik wil daar zeer zeker meer van gaan lezen.
Onderweg naar het winkelcentrum horen we trommels en monotoon gezang als teken dat er iets gaande is in een Chinese tempel achter een paar oude shophouses. Verder als vlaggen en een paar beelden komen we niet. Het gebeurt allemaal binnen in een kleine tempel. Ik krijg niet het gevoel dat we niet welkom zijn maar ik begrijp op hetzelfde moment toch ook dat het een besloten ritueel is.
Wanneer ik lekker zit te lezen en te relaxen met een flinke mok koffie gaat Lyka op ontdekkingstocht in de “Dataran Pahlawan Melaka Megamall”. Eigenlijk ziet ze alles en ze ziet niets. Deze keer wordt het tijd om een goede zonnebril voor haar te kopen. Kerstmis komt met rappe schreden dichterbij en dat is een cadeau dat ze elke dag gebruikt. Zonder een woord te zeggen lopen we langs de winkels en ze past bril na bril en kijkt me dan aan. Wanneer ik denk dat ze een goede heeft gevonden trek ik mijn geld.
‘Weet het het zeker?’, vraagt ze verrast.
Ik knik en tel het gepaste geld voor de zonnebril af. Het winkelpersoneel stelt de bril beter af en ik reken af. Lyka kan het nog steeds niet geloven dat ze nu een echte en originele zonnebril van een bekend merk heeft. Bij elke spiegel of spiegelende ruit blijft ze staan en bekijkt zichzelf van alle kanten. Ik heb haar zelden zo blij gezien.

Het is vandaag zondag, een nieuwe luie dag in Malacca. Lunch? Het is me vandaag veel te druk met dagjesmensen. In het hotel dan maar! Dat was de eerste keer goed en waarom zou het op deze zondag niet goed zijn?
We overvallen de serveerster en de kok met onze aankomst in het kleine restaurant in het hotel. De kok zit buiten de keukendeur in de schaduw op een stoel een pakje sigaretten leeg te maken terwijl de serveerster met haar hoofd op haar armen op een tafel ligt te slapen. Ik hoor haar zelfs zachtjes snurken dus ze is serieus bezig.
Voordat ik haar wakker maak kijken we samen verbaasd naar een grote vliegenvanger die op een van de tafels midden in het restaurant ligt. Pas nadat ik de foto heb gemaakt attendeer ik de kok er op dat er klanten in het restaurant zitten te wachten. Hij zwaait me ongeïnteresseerd toe en wijst naar de slapende serveerster als teken dat zij de eerste stap moet zetten. Zij is het begin van de keten van bevelen naar de keuken. Hij is de uitvoerende kracht in het midden en zorgt dat zij het eten kan opdienen. Ik moet er wel om lachen. Dit is Maleisië, de lokale Maleisiërs kunnen zo verschrikkelijk lui zijn. Mee Goreng en een Singapore Bee Hoon, dunne rijstnoedels met zeevruchten en een lichte kerriesmaak. Fantastisch!
De luie middagsessie in de kamer, airconditioning tegen de drukkende warmte in de tropen. Luiheid is troef deze week. We zijn zelfs zo lui dat we de allerkortste route naar de avondmarkt nemen om wat te eten en te drinken. Maar ook dat valt nog tegen. Na die late lunch heb ik niet echt trek en een bordje saté is genoeg voor vanavond. Lyka is te lui om te gaan winkelen!

Een paar uur mensen kijken op een terras met een koude rakker binnen handbereik. Gefascineerd volg ik de handelingen van een verkoper die kwarteleitjes op stokjes verkoopt. Je moet er maar op komen! Het is een monnikenwerk maar ze verkopen prima. Het werk is dus niet voor niets.
Nog een laatste biertje en we gaan slapen. Het wordt spannend de komende week.

vrijdag 23 november 2012

Maleisië: Vakantie

Malacca (Hallmark Hotel (320)

De eerste dag van de vakantie voelt onwennig aan. Om zeven uur pis ik me voor het eerst leeg, het bier van gisteren heeft zich in mijn blaas verzameld en meld me dat het mijn lichaam wil verlaten. Ik kruip snel weer terug in bed terwijl ik me inbeeld dat het erg koud in de kamer is.
Om acht uur gaat het alarm voor de tweede keer af en deze keer is de lading die mijn lichaam verlaat maar de helft van die van zeven uur. Ik ben klaarwakker en zet de waterkoker voor een bakkie koffie aan. Lyka slaapt nog als doornroosje terwijl ik het verhaal van 10 november uit mijn toetsenbord pers. Ik loop écht veel achter en heb voor mijn gevoel mijn vaste lezers in de steek gelaten. De verantwoordelijkheid drukt als een molensteen op mijn schouders en ik neem me voor om elke dag twee verhalen te schrijven. Bij het signaal van negen uur neem ik mijn medicatie en maak Lyka voorzichtig wakker. Het is een heerlijk bed en we hebben lekker geslapen.
Wanneer we eindelijk zover zijn om aan het verrassende ontbijt te beginnen gaan we naar beneden en treffen een buffet aan dat een cijfer onder de vijf zou krijgen in Europa. Maar hier aan de andere kant van de wereld kun je niet klagen. Nasi Goreng, Bami Goreng, knakworsten en geroosterd brood zijn er in overvloed. De Maleise koffie is zoals ik hem al jaren ken, niet te sterk en stroperig, maar toch super laxerend.
De eerste opdracht voor vandaag is de was verzorgen en we nemen een enorme plastic zak gedragen en ruikende kleding mee naar de “Heeren Inn” waar we worden ontvangen door een onbekende Indische heer die de taak van Meneer Aw heeft overgenomen. Het gezin is ook verhuisd en ik stel me netjes voor en vertel dat we morgen in de middag de was weer komen ophalen. Het is hier veranderd en het is niet meer het kleine familiehotel dat ik jaren geleden bezocht. Laat de herinneringen blijven wat ze zijn en de verandering van hotel blijkt de juiste beslissing te zijn geweest.
En dan is er voor ons de vakantie! Een koffie bij Starbucks, een goed boek op de Kobo reader en Lyka die het Dataran Palahwan winkelcentrum afstroopt naar koopjes. Lekker relaxen met de laatste bladzijden van een serie goede boeken.
Zodra ze terug komt luister ik naar de verhalen over de koopjes die ze heeft gezien. Gelukkig voor mijn portemonnee kan ze maar de helft van de winkels terugvinden en de tweede mening over de mode is ook vaak tegenovergesteld van de eerste.
‘Laten we maar gaan eten?’
In het voor ons bekende restaurant zijn de kleine wokjes vervangen door borden en dat is geen goede zet! De porties lijken nu wel heel erg klein geworden! Toch is het voldoende om ons te verzadigen en we gaan op weg naar het “Discovery Café” om te kijken of mijn oude vriend Joe er misschien een biertje zit te drinken.
De regen gooit roet in het eten en we moeten wachten totdat de lucht weer is opgeklaard en de wolken een andere plaats hebben gevonden om zich te legen. Het duurt helaas langer dan we denken en een nieuwe paraplu moet hulp bieden.
Het is rustig in het cafe en lange tijd zitten we samen om ons heen te kijken of er bekenden naar het cafe komen. Zodra de regen stopt stroomt het cafe vol met onbekende en bekende vrienden. We worden voorgesteld aan nieuwe mensen en Bob en Joe verschijnen. Het wordt een gezellige weerzien.
Sneller dan verwacht moeten we weer vertrekken want we gaan vanavond echt een visje eten! Dat heb ik Lyka nadrukkelijk belooft!
Malacca heeft heel veel restaurants in alle smaken en prijsklassen, maar de betere restaurants zijn toch aan de buitenkant van de stad te vinden. Een van die plaatsen die op een steenworp afstand ligt van de oude stad is het “Jonker Street Hawker Centre”. Een verzameling van kleine keukentjes, die er misschien in de ogen van een westerling “niet uitzien!”, maar wel het beste van het beste Chinese/Maleisische straatvoedsel van Malacca serveren. Buiten voor het foodcourt is een groot terras opgesteld waar iedere klant zo kan neervallen en het maakt niets uit bij wie je je eten besteld.
Zelf begin ik met een door mezelf veel beproefde klassieker van het varkensvlees op droge noedels terwijl Lyka haar favoriet ook al snel heeft gevonden. Een vis die wordt gaar gesudderd in een saus van chilipepers. Nu klinkt dat minder pittig als jullie denken. Sambal en sambalsaus worden allebei gemaakt van dezelfde pepers maar het verschil zit ‘m in het bakken van de sambal en het ontbreken van de pitten en de velletjes in de sambalsaus.
Mijn noedels zijn al verdwenen voordat de vis voor Lyka op tafel verschijnt. De bieren smaken me uitstekend, ik prik een vorkje met Lyka mee en mijn oog valt op een ander vreemd maar overheerlijk gerecht. De otak-otak! Een mengsel van gemalen vis met kruiden en specerijen gewikkeld in een pandanblad en boven een houtskool vuurtje geroosterd. Het is een explosie van smaken in je mond en een prima combinatie met een koud biertje op een tropische avond in Malacca.
We sluiten de avond af in “Ringo Classic” zoals op zoveel vrijdag en zaterdagavonden die ik hier heb doorgebracht. Eén ding er wel anders op deze avond. Het is zo rustig dat ik me niet op mijn gemak voel. Het kleine café dat normaal gesproken afgeladen vol is is nu een leegte die je bij de opening van haar deuren aantreft. Na een kort gesprek met Ringo, de eigenaar en zanger, weet ik dat het soms gewoon zo is. Soms regent het klanten en soms is het een weekend droog.
Het maakt voor ons in ieder geval weinig uit! Een laatste biertje en een verzoeknummer aan Ringo, en dan naar bed. We hebben nu écht vakantie en de vermoeidheid van de laatste vijf weken kunnen we goed voelen.
Onderweg kopen we voor de zekerheid toch maar wat brood en een blikje tonijn. We kunnen er tenslotte niet blind op varen dat we morgen weer een gratis ontbijt aangeboden krijgen.
Er is geen ziel in de receptie en de nachtwaker kijkt ons met een oog slaperig aan wanneer we binnenkomen. Ik voel instinctief, als een roofdier, dat dat hij kwetsbaar is. Ik laat hem de sleutelkaart zien met de mededeling dat we nog geen coupons voor het ontbijt hebben gekregen.
‘Kamernummer?’, vraagt hij slaperig.
‘320!’, antwoord ik terwijl Lyka aan mijn arm begint te trekken.
De man volgt onze bewegingen nauwlettend en voor een moment denk ik dat ik hem heb onderschat. Zijn blikken gaan een paar keer tussen mij en Lyka heen en weer waarna hij mij breed grijnzend aankijkt. Maleisië, een moslim wereld waar de man kan worden afgerekend op de leeftijd van zijn vrouw.
Hij schuifelt wat met papieren heen en weer zonder ook maar een idee te hebben waar hij naar op zoek is. Zodra zijn gevoel is bevredigt schrijft hij zonder enige twijfel, en met een onduidelijk handschrift, de twee coupons uit voor het ontbijt van 24/11/2012. En dat is het enige wat ik kan lezen. Lyka slaapt al half wanneer we de kamer binnenstappen, en ik kan me verder ook niets meer herinneren van deze mooie dag.

donderdag 22 november 2012

Maleisië: Weer niet uitslapen!

Malacca (Hallmark Hotel (320)

De wekker is niet verzet en voor de derde dag op rij staan we vroeg op. Ik verbaas me erover dat Lyka dit zonder problemen over zich heen laat komen. Normaal gesproken is vroeg opstaan niet haar ding maar wanneer het om een vliegreis gaat of over de aanvraag voor het visum blijkt het geen probleem. Wij hebben nog wel een ander klein probleem dat ik met behulp van mijn charmes zal moeten oplossen. De email met de verzekeringspolis van Oom verzekeringen is vannacht aangekomen. Er wordt wel van ons verwacht dat we hem op papier bij de aanvraag van het visum aanleveren.
Een kwartiertje vroeger dan gisteren daalt de lift in de betonnen koker af.
‘Goedemorgen, ik heb een probleem!’, zeg ik met luide stem en dat is voldoende om iedereen achter de receptie zijn aandacht te krijgen en een tiental ogen in geschrokken gezichten kijken ons aan.
‘Nee, het gaat niet over de kamer of het hotel!’, de gezichten achter de receptie veranderen in een gemaakte voorzichtige glimlach.
‘Ik heb een belangrijke email uit Nederland ontvangen die moet worden uitgeprint. Het is een email over een verzekering die we nodig hebben bij de aanvraag van een visum voor mijn vrouw.’
Nog voordat er iemand achter de receptie een woord kan zeggen ga ik verder: ‘Als ik die email naar het hotel stuur kunt u die dan voor me uitprinten?’
Ik wijs met mijn vinger naar de laserprinter achter de receptie en zonder een woord te zeggen schrijft een meisje, die ik voor de eerste keer in het hotel zie, een email adres op een stukje kladpapier. Ik log mijn iPhone in op het draadloze netwerk van het hotel en de email schiet onzichtbaar vermomt als een radiogolf door het heelal van Kuala Lumpur via Amsterdam weer terug naar Kuala Lumpur. Nog geen minuut later begint de printer te zoemen en te sissen en een blad papier met de gegevens van de verzekering krult op in de papierbak boven op de printer.
Lyka kijkt me lachend aan en wij zijn hier klaar. Het hotel heeft een halve punt extra verdient maar dat maakt voor ons weinig uit. Wij komen hier voor 100% zeker nooit meer terug. Met een stevige pas gaan we op de McDonald’s aan waar het nog drukker is dan gisteren. Ze hebben wegens de enorme toeloop een enkele rij gemaakt voor de vier kassa’s en een dikke vrouw met een rode McDonald’s hoofddoek stuurt de klanten een voor een naar een vrijgekomen kassa.
De jongen achter me merkt op dat ik geen coupons in mijn hand heb en vraagt beleefd: ‘Heeft u geen coupons voor een gratis broodje?’
‘Nee, helaas niet!’, antwoord ik en nog voor ik ben uitgesproken drukt hij me twee coupons in de hand.
‘Ik heb er toch genoeg! Ik breng ‘s morgens de krant rond!’, licht hij lachend toe.
In gedachte zie ik mensen met een krant waaruit een pagina is verdwenen aan de ontbijttafel zitten. En om eerlijk te zijn komt dat ook goed uit. Ik heb trek als een paard en één broodje met een hash brown zou vandaag niet genoeg voor me zijn om de dag te starten. Dat tweede broodje is dus van harte welkom.
De metro verdwijnt achter de “Central Market” ondergronds en wij staren samen, zonder een woord te zeggen, voor ons uit de donkere tunnel in. Het metro systeem in Kuala Lumpur is geheel geautomatiseerd, dus zonder machinisten, en daardoor heb je voorin de metro altijd een mooi uitzicht op de rails en de tunnels. Eenmaal boven de grond bij het “Ampang Park Station” voelen we de warmte onze lichamen omsluiten. Het duurt niet lang voordat mijn overhemd aan mijn natte lichaam kleeft. De zon staat al aardig hoog aan de hemel en Kuala Lumpur maakt zich op voor een nieuwe zeer warme en vochtige dag. De eerste wolken zijn zich al aan het opbouwen en zullen zich in de loop van de middag zeker leeg regenen over deze fantastische miljoenenstad.
De twee Nepalese bewakers herkennen ons meteen en in een mum van een tijd, de controle is minder nauwkeurig, staan we voor de tweede ochtend op rij voor de balie van de Nederlandse Ambassade in Kuala Lumpur. De medewerkster van de ambassade, die ondertussen ook erg bekend is met ons, kijkt in een recordtijd de documenten nog eens door maar heeft eigenlijk alleen maar oog voor het bewijs van de reisverzekering.
‘Kunt u me een email sturen wanneer we het paspoort kunnen ophalen?’, vraag ik terwijl ik een kaartje in de lade van de balie voor me leg.
De vrouw bekijkt het zwarte visitekaartje van een afstandje en knikt zonder het zelf te weten bevestigend.
‘Dat is geen probleem!’, antwoord ze terwijl ze de lade naar haar toetrekt.
Ze schuift alle vellen papier op een stapel, met mijn visitekaartje er bovenop maakt een paperclip er een complete aanvraag voor een toeristenvisum van. Zonder een woord of gebaar van afscheid draait ze zich om en verdwijnt met de aanvraag in haar handen door een openstaande deur. Daar staan we dan samen in de lege ambassade. Onze missie is geslaagd en wij gaan snel terug naar het hotel om onze spullen in te pakken en te verkassen.
Ik kijk tijdens het inpakken niet zo nauw en prop mijn kleding, waarvan het meeste vuil is en niet al te best ruikt, in mijn rugzak. We gaan nu op vakantie! In de week die we op het visum moeten wachten in Malacca zullen we niet al te actief zijn. Het is pas tien over elf wanneer we in de lobby van het hotel de sleutelkaart voor de laatste keer overhandigen en uitchecken. Overdreven, alsof het om een Grieks drama gaat, bedank ik de mensen achter de receptie voor de uitstekende service en hulp bij het uitprinten van de verzekeringspolis. Een handvol Chinezen kijken me aan of ze de geest van Mao voor zich zien staan. De vijf achter de receptie, die waarschijnlijk niet gewend zijn aan complimentjes, zwaaien ons na totdat we uit het beeld zijn verdwenen. Lyka kijkt me vol verbazing aan dat ik na alle problemen met dit hotel zo schijnheilig afscheid kan nemen. Ik streel haar door haar haar en we gaan op weg naar Malacca.
Eerst met de trein naar “Bandar Tasik Selatan”, het nieuwe enorme busstation van Kuala Lumpur, en dan met de super VIP bus van KKKL naar Malacca. Een reis die ik al zo vaak heb gemaakt dat ik hem kan dromen.
In Malacca zijn de buslijnen weer eens op de schop genomen en de oude bus van Pat Hup schijnt uit de dienst te zijn genomen. Er rijden alleen nog de geairconditioneerde rode toeristenbussen van het busstation naar de stad. Gelukkig hebben ze wel de prijs van het kaartje aangepast zodat de lokale bevolking ook gebruik kan maken van deze bus service.
Een nieuw bezoek aan het mijn zo geliefde Malacca en een nieuw hotel. Sinds ik met Lyka op reis ben neem ik steeds betere, en dus ook duurdere, hotels. We brengen met z’n tweeën meer tijd door in de kamer dus enig comfort is altijd welkom, samen met een goede, bij voorkeur gratis, draadloze internet aansluiting. Via Agoda heb ik een tijdje geleden het “Hallmark Hotel Leisure” geboekt. Het ligt net buiten de binnenstad maar het is dichtbij genoeg om ‘s avonds rustig naar toe te wandelen.
Bij aankomst wacht er ons een aangename verrassing! Ik weet niet waar de fout zit maar het is fijn dat we onverwacht twee coupons voor het ontbijtbuffet van morgen uitgereikt krijgen. Zelf sta ik daar met een strak gestreken gezicht terwijl ik mijn hart vasthoud dat Lyka niet begint te vragen over die coupons. Kamer 320, 2e verdieping. De kleine lift lijkt wel een hete lucht oven wanneer we de geairconditioneerde receptie verlaten. Van het ene uiterste naar het andere uiterste.
Het is op het eerste gezicht een prima keuze geweest! Op de kamer wordt eerst de traditionele foto gemaakt en dan verdwijnt de sleutelkaart in de gleuf die de elektriciteit van de kamer aanschakelt. De airconditioning op 27 graden en de natte bezwete kleding uit. Het is kwart over twee en we hebben een hele week vakantie in Malacca voor de boeg terwijl we wachten op het visum voor Nederland. We zijn zo vermoeid, in combinatie met wat luiheid, dat we besluiten om de room service te gebruiken voor de late lunch.
En dat blijkt een heerlijke verrassing te zijn! De kwaliteit van het eten is hoog en dat terwijl de prijs niet al te slecht is. De borden zijn snel leeg en ik maak het eerste kopje koffie voor mezelf. Het wordt tijd dat ik weer ga schrijven! Ik loop al meer dan een week achter door al die relationele en technische problemen.
Af en toe kijk ik van mijn MacBook op naar mijn D700. In mijn onderbewustzijn woed er een harde strijd tussen mijn gevoel en mijn verstand. Moet ik de oude D700 inruilen voor een nieuwe D600? € 1.100,- is een hoop geld dat ik op dit moment eigenlijk niet heb! Maar wat moet ik op reis zonder een goede camera? Vragen, vragen en nog eens vragen! Ik vertrouw erop dat de uitkomst van deze strijd de juiste zal zijn.
We gaan erg laat op weg om een biertje in het Discovery Café te drinken. Het is er niet druk op deze donderdag en Bob Teng is te druk met andere zaken om zich bij ons te voegen. Eigenlijk maakt het allemaal niets uit want we hebben zeven dagen in Malacca. Op de terugweg naar het hotel besluiten we om toch nog maar wat te eten bij een echt authentiek Chinees restaurant. Niet te ingewikkeld! Gewoon een gebakken rijst. De klanten in het Chinese restaurant zijn een gemêleerd publiek. De een is nog meer dronken dan de ander en het totale aantal tanden van de stout drinkende mannen bij elkaar is lager dan dat van mij alleen. Een oude man komt aan onze tafel en vraagt waar we vandaan komen.
‘Kuala Lumpur!’, grap ik.
De grap komt niet aan bij de man. Hij draait zich om en voegt zich hoofdschuddend bij zijn drinkebroers aan de andere tafel. Vol aandacht kijk ik naar het lichtbruine spoor dat vanuit zijn kruis naar de onderkant van zijn broekspijp kronkelt. Ik neem nog een biertje en neem dit Breugeliaans tafereel met Chinese hoofdrolspelers in me op.
Op het toilet is het nog schokkender. Twee minstens vijftig jaar oude urinoirs hangen aan een muur met nog oudere, voorheen waarschijnlijk witte, tegeltjes. Urinesteen heeft de uitgang voor de warme vloeistof tot minder dan een centimeter teruggebracht en de ammoniakgassen benemen je je adem. De bezoeker voor me frutselt wat met zijn gulp terwijl ik een natte plek in zijn kruis aan de voorkant van zijn broek zie verschijnen. De urine trekt met behulp van de zwaartekracht een brede streep in de stof naar beneden. Om zijn badslipper vormt zich een plasje. Nog voordat hij zijn gulp open heeft kunnen maken is hij klaar met urineren. Hij gooid wild beide armen ik de lucht als teken dat het hem allemaal niets meer kan schelen.
Een tandloze glimlach naar de vreemde buitenlander die hem al die tijd heeft staan aangapen. Maleisië, een heel bijzonder land!

Chinese slager in Malacca

Copyright/Disclaimer