zondag 11 november 2012

Zuid Korea: Regen

Gongju (Castle Motel (205)

Hoe krijgen ze het in hemelsnaam bij het weerbureau voor elkaar om voor de derde zondag op rij regen te voorspellen. En dat die regen dan ook daadwerkelijk uit de hemel komt gevallen! Om acht uur - bij het eerste geluid van de wekker - sta ik op en maak op de gang van het “Castle Motel” mijn eerste bekertje zwarte koffie.
Nu ik dit schrijf moet ik nadenken over hoe het van koffie compleet naar zoetjes in plaats van suiker, naar alleen melk of creamer naar zwart - het pure spul dus zonder de suiker (V.O.F. De Kunst (1987)- is gegaan. Ik zou de koffie niet meer met suiker moeten! Een beetje melk of een cappuccino gaat er nog wel in.
Regen dus!
Lyka opent rond tien uur voorzichtig haar ogen terwijl ik op het toetsenbord van mijn MacBook zit te rammelen. Als een baby begint ze meteen om eten te zeuren. Eerst een bakkie koffie en dan loop ik wel even naar de supermarkt verderop in de straat.
Na een paar weken van alles te hebben geprobeerd gaan we maar weer terug naar het echte rugzakartiesten ontbijt. Gewoon een brood, spam en wat plastic kaas. Goed voor een regelmatige stoelgang en goed voor de portemonnee.
In de supermarkt wordt ik aan mijn optreden met de bananen van gisteren herinnerd. Met veel plezier wordt het voorval aan de nieuwe cassiëre verteld die me verbaasd aankijkt en daarna hard begint te lachten. Ik voel mijn gezicht verkleuren en neem snel afscheid.
De regen valt op zich wel mee maar is toch voldoende om je na tien minuten nat in het hotel terug te laten komen.
Lyka zit al te wachten met een cartoon op de grootbeeld tv en een spelletje op de iPad. Het ontbijt valt op bed waarna we ons tegoed doen aan de nieuwe spijzen die deze regenachtige dag in Gongju ons brengt. Het lijkt er op dat we vandaag niet veel verder zullen komen dan de hotelkamer. Het is dan alweer de derde rustdag op rij.
Vanaf het bed kijk ik omhoog naar het kleine raam hoog in de muur. Op zo’n dag als vandaag ben je scherper in je observaties. Het kleine raam bestaat uit drie delen. Een raam met insectengaas, een gewoon glazen raam en een matglazen raam. Ik heb ze in een positie geschoven dat het gewone glas op een kier staat en wat frisse lucht in de kamer toelaat. De lucht is grijs - een effen grijs - er zijn geen duidelijke wolken zichtbaar en af en toe tekent een druppel regen een streep op het glas. Het zal een lange dag worden en ik neem mijn Kobo e-reader weer te hand.
Zonder een gevoel van of voor de tijd maak ik de plastic zak van het brood weer open en maak een sandwich met spam. Een hap maakt dat er honderden herinneringen in me opkomen over een tijd in het verleden dat reizen nog romantisch was. Avontuurlijk, onbevangen en onvoorbereid, gewoon op weg en zien wat je pad kruist. Maar dat is nu -na al die jaren - anders.
‘Ben ik veranderd?’
‘Is het reizen veranderd?’
‘Is de wereld veranderd?’
‘Of zijn we alle drie veranderd?’, bij de heet water machine op de gang vul ik een kunststof schaal waar onderin en klein propje instant noedels ligt bedolven onder een laagje van smaakstoffen, een hartige aanvulling voor de lunch.
Lyka vraagt ook om een sandwich terwijl ze verder gaat met het spel op de iPad. Ook zij vindt de verandering van spijs een welkome. De tijd kruipt en snelt dan weer voort alsof het van elastiek is.
‘Elk moment is voor altijd verloren en komt nooit meer terug!’
‘Carpe Diem’, (Pluk de dag) van de Romeinse dichter Horatius zei het misschien wel tijdloos mooi.
Ik trek de conclusie dat er in ieder geval wat in me is veranderd. Die drang om altijd maar vooruit te gaan, te onderzoeken, te ontmoeten en te ontdekken lijkt langzaam te verbleken. En ik weet zelf niet of ik daar blij mee moet zijn. Er is nog zoveel te zien en zoveel te doen op deze wereld en de tijd die ik nog heb is beperkt.
Een felle straal zonlicht valt op het bed en kondigt een verandering in het weer aan. Er zijn vanaf het bed nu plukjes blauw door het grijze wolkendek te zien. Het wordt tijd voor een wandeling. We schieten snel onze kleren aan en zonder een doel gaan we op weg. De magen zijn nog niet helemaal gevuld en alleen het zien van het kleine restaurant doet ons besluiten om een “Gimbap” te gaan eten. Helaas is het binnen helemaal donker en lijkt het restaurant op zondag dicht te zijn. Koreaanse tekens betekenen niets voor ons en teleurgesteld gaan we verder.
Op de kaart - die we bij de toeristen informatie hebben gekregen - zie ik een route die we rond de oude stad kunnen lopen. In een kleine plaats als deze heeft bijna elke steen een verhaal. Het is fris en we duiken diep in de jassen. Lyka met de muts en handschoenen wapent zich tegen de haast Nederlandse kou.
In een smal straatje aan beide zijden bezaaid met kleine stalletjes - die van alles en nog wat verkopen - horen we plotseling het geroffel van trommels. Het teken dat er misschien wat te zien is. Ik versnel mijn pas in de richting van het geluid en Lyka volgt in mijn kielzog. Op een groot plein aan het einde van de markt is een groep mensen aan het volksdansen. De muziek geeft het ritme aan en de groep draait in een oneindige cirkel, de linten op de top van hun hoed rondslingerend.
Lyka heeft zich ondertussen bij me gevoegd en gaat op zoek naar de welkome fles hete thee in mijn schoudertas. Ik schiet mijn foto’s en wordt weer herinnerd aan de val van mijn camera. De foto’s komen niet meer tevoorschijn op het kleine beeldscherm achterop de camera zoals het zou moeten. Ik hoop dat ik op mijn MacBook nog het een en ander kan corrigeren.
We slaan de hoek om en komen op een verlaten hoofdweg. Het lijkt erop dat alleen de mensen die hoognodig naar buiten moeten op straat zijn. De gure wind jaagt de laatste bladeren van de bomen die nu echt kalend zijn. Een oude vrouw - in een vuile donkergrijze lange winterjas - baant zich een weg door een grote hoop huisvuil, op zoek naar bruikbare waardevolle grondstoffen. Voor een kort moment raken onze blikken elkaar. Ik zie in haar ogen schaamte en zij ziet in mijn ogen medelijden, en glimlach als teken dat we elkaar begrijpen.
‘Is dit de toekomst van Nederland?’, komt er weer in me op, pure armoede in een land dat zijn ouderen is vergeten.
Bij de lotuspont gaan we weer rechtsaf maar niet voordat ik een foto heb gemaakt van het beeld als herinnering aan de martelaren. Heel lang geleden zijn er hier honderden mensen door de bezetters in deze vijver verdronken. Als voorbeeld aan de rest van de bevolking om niet in opstand te komen en vooral de Japanse bezetters niet tegen te werken.
Voor een moment kijken we naar de heuvel waarin zich de tombe van een oude Koreaanse koning bevindt. Het ligt er vredig bij en de parkeerplaats is leeg. Een toeristische trekpleister die zijn glans heeft verloren. We kijken elkaar aan en zonder een woord te zeggen besluiten we om maar terug naar het hotel te gaan. We hebben onze frisse neuzen gehaald en het weer is haast onaangenaam ook nu de zon af en toe doorbreekt.
De gastvrije vloerverwarming op de kamer is een genot en jaagt de kou uit mijn botten. Een kopje koffie en de foto’s bekijken. Hoewel ik al bijna weet hoe ze er uit zullen zien. Er is geen verandering opgetreden maar ze zijn ook niet slechter geworden. Ik schrijf nog een verhaal en lees wat tot het tijd is om te gaan eten.
We gaan al vroeg op stap voor het avondeten en nu ons vaste restaurant gesloten is gaan we gewoon rechtdoor net als gisterenavond. Er zijn daar nog voldoende andere restaurants en laten we maar hopen dat er een op zondag open is. We vallen neer in een klein restaurant dat onderdeel is van een franchise. De telefoon rinkelt onafgebroken en de brommerpiloten grijpen gevulde plastic tasje vol met maaltijden om die door het gure weer in de donkere avond te gaan bezorgen. Er zijn ontelbare van die formule restaurants in Zuid-Korea die allemaal bezorgen en bijna dezelfde menukaart hebben. Alle Koreaanse klassiekers zijn bij deze restaurants te verkrijgen.
Op een wat rustiger moment komt een lid van het personeel schoorvoetend naar de tafel met de twee buitenlanders, er zal hier ook wel weer een taalbarrière zijn. Met onze vingers wijzen we de plaatjes op de muur boven de tafel aan als teken dat we dat willen eten. Maar er schijnt een probleem met mijn spicy pork te zijn. Een dik aangeklede bezorger die uit de koude avond verschijnt krijgt de onverwachte taak als tolk in zijn schoot geworpen.
‘Spicy! Very spicy!’, zegt hij terwijl hij zijn wijsvinger vermanend naar me opsteekt.
‘No problem!’, lach ik ze toe, ik had de twee kleine chilipepers op het plaatje ook wel gezien. Het smaakt zoals ik verwacht.
We zijn nu bijna drie weken in Zuid-Korea, de gerechten hebben vaak dezelfde basis maar er zit toch ook veel onderscheid in. De ene is wat zoeter en de andere wat pittiger. Maar over het algemeen hebben we maar weinig meegemaakt dat het eten niet lekker was. Een Lotte Melona als toetje en we zoeken de knusse warmte van de kamer weer op. Ik heb weer wat afleveringen van de tv-serie “Real Humans” gevonden en Lyka kan niet wachten om de avonturen van de “Hubots” te volgen.

zaterdag 10 november 2012

Zuid Korea: Wasgoed

Gongju (Castle Motel (205)

De op een na laatste verplaatsing per bus in Korea. De slechte stemming tussen ons tweeën is weer aan de beterende hand. Gelukkig kan Lyka niet al te lang boos blijven over iets dat onzinnig is. Na al dat treinen gaan we nu bussen. Tijdens het kopen van de kaartjes blijkt dat we niet rechtstreeks naar de plaats van bestemming kunnen. We zullen ergens moeten overstappen. Dat moet dan maar! Hoewel ik zelf nog steeds graag naar de oostkust was gegaan voor de laatste dagen hebben we toch voor het rustige Gongju gekozen.
In de bus denk ik na over mijn vorige reis in Zuid-Korea en ik zie het busstation, het hotel en het kleine restaurant duidelijk voor mijn ogen. Het is steeds alsof ik mijn vorige reis herleef nu ik samen met Lyka veel van de plaatsen die ik alleen heb bezocht opnieuw bezoek. In het steeds wisselende landschap zijn hier en daar de verkleurende bomen te zien op de hellingen van de Koreaanse heuvels. Korea is geen mooi land, Korea is een vol land!
Het laatste stuk van de verplaatsing slingert de bus zich naast een rivier door een groen heuvellandschap. Op mijn GPS heb ik aangegeven waar het intercity busstation van Gongju zich ongeveer moet bevinden. In mijn gedachten hoor ik Lyka al klagen over de lange wandeling over de oude brug naar het centrum van de oude stad der koningen. Ik heb er maar niets over gezegd want ik wil de vrede niet verstoren.
Maar zo ver komt het niet! De bus slaat geheel onverwachts linksaf en gaat de rivier over. Het lijkt er op dat mijn probleem door dus buschauffeur wordt opgelost. De afstandsteller naar de omgeving van het hotel - waar ik tijdens mijn vorige bezoek heb geslapen - loopt langzaam terug en zodra die onder de 500 meter is gekomen valt er een zware last van mijn schouder af. Ik herken de hoofdstraat en ontdek ook meteen het kleine restaurant waar ik de vorige keer zo heerlijk heb gegeten. Het zullen twee rustige dagen worden. Deze reis naar Zuid-Korea zal als een nachtkaars uitgaan.
Nog voordat we bij het hotel zijn aangekomen - waar ik de vorige keer heb geslapen - zien we een hotel dat ook wel aan onze eisen zal voldoen. Onder het vreemde lamellen gordijn naar de parkeerplaats zien we dat er haast tegenover het hotel een bus naar Seoul vertrekt. Het probleem van die lange wandeling naar het busstation aan de overkant van de rivier kan dus ook geen roet meer in het eten gooien.
Het hotel is prima voor drie nachten en ook de prijs van 35.000 Won (€ 25,50) is redelijk. We controleren de kamer die klein maar knus is en vertellen de vrouw dat ik direct naar beneden kom om mijn paspoort te laten zien en af te rekenen. We zijn tevreden met onze kamer en ik begeef me naar beneden om af te rekenen. Totdat er zich een klein probleem voordoet. Het is kwart voor één en bij een vroege incheck - voor twee uur - wordt er 15.000 Won extra gerekend! Ik heb de gepaste 105.000 Won in mijn hand maar de kleine oude vrouw wil het maar niet van me aannemen. En dat terwijl het hotel toch haast helemaal leeg moet zijn. Ze blijft onverstoorbaar als een gek naar me lachen - grijnzen is misschien een beter woord - en houd voet bij stuk. En dat is geen goed idee na mijn meningsverschillen van de afgelopen week met Lyka in Korea. Resoluut draai ik me om en loop de trappen weer op om Lyka op te halen die al bezig is om haar rugzak uit te pakken.
‘Inpakken en wegwezen!’
‘What?’, roept ze geïrriteerd.
Nog voordat ik het hele verhaal heb kunnen vertellen staat de oude vrouw met 45.000 Won in haar kleine bruine verrimpelde hand achter me. Nu begrijp ik er geen snars meer van! Eerst wil ze mijn geld niet aannemen en nu komt ze geld brengen? Mijn hersenen schieten in overdrive en het kwartje valt. Ze dacht natuurlijk dat ik drie briefjes van 50.000 Won in mijn hand had.
‘Blijf maar hier, ik ben zo terug?’, zeg ik tegen Lyka.
Ik volg de oude vrouw de trap af naar het kleine schuifraampje waar ik haar de 105.000 Won overhandig in ruil voor een kwitantie. Weer een probleem opgelost en ik snel me naar boven om Lyka op te halen. Het wordt al laat en we hebben nog maar weinig gegeten vandaag.
Dan is er ook nog de vuile was! Ik heb nu echt bijna niets meer schoon in mijn rugzak en bij Lyka is het niet veel beter. Met alle vuile was in een - net iets te klein - plastic tasje gestouwd loop ik weer de trap af en klop op het kleine matglazen raampje. De deur gaat weer open en ik vraag me nu echt af wat het nut van het raampje is wanneer ze steeds - als een koekoek uit een klok - uit haar kantoortje tevoorschijn komt.
Maar de verschijning van de oude vrouw is ontwapenend en ik kan echt niet kwaad op haar worden. We staan zonder een woord te zeggen tegenover elkaar totdat ik het initiatief neem. Ik zet de overvolle plastic tas met vuile kleren tussen mijn benen op de grond en maak met twee gebalde vuisten een heen en weer gaande beweging. Ze kijkt me met grote ogen aan! Ik heb nu het gevoel dat ik in een quiz terecht ben gekomen en zij als kandidaat moet raden wat ik aan het doen ben.
Ik onderneem een tweede ultieme poging en hou een sok voor mijn neus waarna ik een vies gezicht trek. Ze kijkt me nog steeds met open ogen aan en voor een moment denk ik dat ze een echte liefhebber is van Franse kazen want ze begint nog breder te glimlachen. Ik gooi mijn armen in de lucht als teken dat ik het echt niet meer weet waarna ze op haar beurt allerlei gebaren begint te maken waar ik dan weer geen touw aan kan vastknopen. De communicatie beneden met de oude vrouw is van zo’n hoog peil dat ze haar mobiele telefoon tevoorschijn haalt en een nummer intoetst. Enkele seconden later heb ik een dochter van de vrouw aan de lijn die prima Amerikaans Engels spreekt en die ons wel kan helpen.
‘Mama kan de was niet doen!’
‘Deze service is niet aanwezig in het hotel.’
‘Maar mama weet wel een vrouw die wel de was voor ons wil doen maar mama heeft geen idee over de kosten!’, en dat vindt ik een beetje verdacht.
Het Koreaans tussen de twee vrouwen vliegt de mobiele telefoon in en uit en een minuut later rennen we achter een sprintende vrouw - van diep in de zestig - aan op weg naar de onbekende wasvrouw.
In een klein kleermakerskantoortje - volgestouwd met naaimachines en strijkplanken - zit een kleine ineengekrompen vrouw op een kussen knopen op een jasje te naaien. Zodra ze wat hoort kijkt ze op en ziet een blanke met twee Aziatische mensen in de werkplaats staan. Haar ogen gaan wijd open en de twee oude vrouwen wisselen een stroom van woorden en bij elk woord dat uit hun monden komt voel ik de prijs omhoog gaan en dat ze buit al aan het verdelen zijn. Uit de gebaren kan ik opmaken dat ze akkoord zijn gegaan en dat de oude vrouw de was voor ons kan doen. Het is alleen een hele toer om uit te vinden wat ze zal rekenen voor de klus. Er wordt niet geregeerd op mijn engels dus haal ik mijn kleine briefgeld uit mijn broekzak als teken dat we het over de prijs moeten gaan hebben.
Een kleine Koreaanse rekenmachine is de tolk en de oplichtende groene cijfertjes geven 20.000 aan. Ik kijk nog een keer goed en realiseer me dat het onmogelijk 200 Won kan zijn wanneer er twee cijfers achter de komma moeten staan!
De kleermaakster schrijft met haar wijsvinger langzaam 20.000 op de krant die op de toonbank ligt. Ik heb het dus allemaal goed gezien.
‘20.000 Won (€ 14,25) voor een plastic tasje was?’
‘Zijn ze nu helemaal gek geworden?’
‘Voor 10.000 had ik het nog gedaan maar dat was echt de grens!’
Ik neem hard lachend - maar beleefd - afscheid van de kleermaakster en bedank haar voor de moeite.
Ik loop alleen terug naar het hotel om de plastic tas terug naar de kamer te brengen. Lyka klaagt weer steen en been en ik zeg haar om voor de Samsung winkel op me te wachten. Wat kan je soms moe worden van dat oneindige geklaag!
De lunch is vanzelfsprekend een Gimbap met tonijn. Ik weet niet of ik het mezelf inbeeld maar het is net of ik de vrouwen van het mijn bekende restaurant ook herken. Dat doet er niet meer toe want mijn problemen steken weer de kop op. Met een traan in mijn ogen kijk ik naar de geblesseerde Nikon D700.
‘Wat zal ik ermee gaan doen?’
‘Zal ik een nieuwe moeten kopen?’
‘Is de lens kapot?’
‘Kan de D700 voor een redelijke prijs worden gerepareerd?’
Allemaal vragen die pas over twee weken in Kuala Lumpur zullen worden beantwoord. Tot dan zal ik me met de camera moeten behelpen en er het beste van proberen te maken.
Na de lunch slenteren we door de hoofdstraat want er is in dit kleine vergeten stadje niet veel te doen. Er is een stuk muur van een paar honderd jaar oud overgebleven en een paar koningsgraven in de zijkant van een heuvel net buiten de oude stad uitgegraven en daarmee moeten we het doen. Het is lekker weer en het is november. Ook hier kan het weer zomaar omslaan dus we maken gebruik van de mogelijkheid om het oude fort te bezoeken. Met lood in de schoenen beklimmen we de eerste heuvel om daar meteen tot de conclusie te komen dat het voor vandaag wel mooi is geweest. Lyka baalt van al die lichaamsbeweging en ik baal nog steeds van mijn geblesseerde camera.
Voordat we kamer weer opzoeken gaan we eerst nog even langs de supermarkt. Een paar flessen bier, wat zoutjes, een pak koekjes, yoghurt en bananen. Op een - tot een tafel omgebouwde - stapel oude bananendozen liggen tientallen trossen goudgele bananen uitnodigend op de winkelende klanten te wachten. Een groot vel karton achter de bananen geeft de prijs aan. 2.695 Won. Ik reken snel in mijn hoofd uit dat dat ongeveer een kleine twee euro is. Waarschijnlijk de kiloprijs!
Ik grijp een tros en breek er zonder te blikken of te blozen zes bananen vanaf waarna er een kabaal in de winkel begint alsof er een alarm in een juwelierszaak afgaat. Onbekend met wat ik fout heb gedaan kijk ik de toegestroomde verkoopsters onschuldig en verbaasd aan. Een eindeloze stroom Koreaanse woorden door elkaar bereikt mijn oren. Meerdere handen wijzen tegelijk naar het bord karton met enkele Koreaanse letters en de cijfers die ik wel begrijp.
De in twee stukken gebroken tros bananen wordt uit mijn handen gerukt en voorzichtig op de dozen teruggelegd. Ze worden zo nauwkeurig teruggelegd dat het lijkt of ze de breuk willen repareren. Ik kijk onschuldig en onbegrijpend een verkoopster aan en ik voel het bloed naar mijn wangen stromen. In de lucht voor mijn borst scheurt ze een denkbeeldige tros bananen in tweeën waarna haar dunne rechte wijsvinger als een op hol geslagen ruitenwisser heen en weer gaat. Eindelijk begrijp ik het! De prijs is voor een hele tros bananen en niet per kilo!
Ik voel me dom en heel klein worden. Tijdens het afrekenen maak ik nog steeds verontschuldigende gebaren naar de cassiëre die me nu breed toelacht en er ook wel de humor van kan inzien. Ze heeft in ieder geval vanavond thuis wat te vertellen!
Lyka en ik lopen ook hard lachend met de tas boodschappen in de hand terug naar het hotel.
‘Wat gingen ze tekeer!’
‘Ja, het leek wel of we tros bananen hadden vermoord!
Terug op de kamer duik ik weer in een ebook van Stig Larsson.
Door al die commotie heb ik geen zin om foto’s te verwerken of verhalen te schrijven. Mijn hoofd staat er niet naar en er zit gewoon geen verhaal in mijn hoofd. Wat ik ook probeer, ik kan het beter gewoon laten liggen tot later. Hoewel ik weet dat er van afstel vaak uitstel komt.
Er is een klop op de deur en verschrikt kijkt Lyka me aan.
‘We verwachten toch geen bezoek!’, lach ik haar als grap toe.
Ze schud verbaasd nee terwijl ik snel mijn Thaise zijden boxershort aanschiet en onze schoenen in het voorportaaltje van de hotelkamer schop. Achter de kamerdeur staat de kleine oude vrouw van de receptie met haar mobiele telefoon in de aanslag. Zonder een woord te zeggen drukt ze de telefoon in mijn handen en gebaart dat ik hem naar mijn oor moet brengen en luisteren.
Verbaasd breng ik de telefoon naar mijn oor en zeg: ‘Hello?’
‘Mijn moeder kan voor u de was wel doen maar wat voor wasgoed is het, zijn de kledingstukken delicaat?’, zegt de stem van de dochter in goed Engels aan de andere kant.
‘Nee, het is gewoon alledaags wasgoed dat ook gewoon in de wasdroger kan’, ga ik verder.
‘Overhandig de was maar aan mijn moeder dan is het morgen schoon.’
Ik krab op mijn hoofd om even na te denken over deze vreemde wending over het wassen van onze vuile kleren.
‘Eh, voor hoeveel doet uw moeder de was?’, is mijn laatste vraag.
‘Gratis!’
‘Ze heeft graag tevreden klanten in het hotel!’, zegt de dochter en ze neemt afscheid.
Ik geef de telefoon aan de nog steeds lachende kleine oude vrouw en in een ommezwaai sta ik met de plastic tas vuil wasgoed weer voor haar.
‘Kamsamida’, Koreaans voor dankjewel, voeg ik toe terwijl ik plechtig als een hoge diplomaat de plastic tas aan haar overhandig.
Eind goed, al goed! Weer een probleem uit de wereld! Zou ze misschien op mijn website hebben gekeken?
We gaan al vroeg op stap voor het avondeten en dat is in dit stadje moeilijker te vinden dan ik had verwacht. Ook Lyka’s besluiteloosheid draagt eraan bij dat het veel langer duurt dan het zou hoeven te duren. Wanneer we dan eindelijk bij “Han’s Deli” neervallen is het menu niet echt Koreaans. Toch is de onderbreking van de Koreaanse keuken welkom.
De kip smaakt goed maar de dikke sneden knoflookbrood maken de maaltijd tot een feest. Een Lotte Melona ijsje als toetje en snel op weg naar onze kamer. Het is buiten guur en de snijdende wind die onverwachts is opgestoken kondigt de naderende winter aan.

vrijdag 9 november 2012

Zuid Korea: Een slecht bericht

Jeonju (Motel Tomato (306)

Met behulp van een geleende paraplu van de receptie bereik ik de 7-11 schuin tegenover het hotel droog. Lyka slaapt nog als een os en ik heb trek als een paard. Maar in wat? Ik neem uitgebreid de tijd om eens goed in de kleine winkel rond te kijken. Na tien minuten sta ik weer voor de bekende koeling naar de sandwiches te kijken. Krabsalade, ei en ham, ham en sla, ham en kaas. Ik neem er drie willekeurig en ga weer terug naar de kamer voor mijn volgende kop koffie en een sandwich. Buiten is het stil en leeg. Een lichte zucht wind spettert de regen tegen de aarde.
De gordijnen staan open op een kier en het donkere weinige zonlicht zoekt in plek in de warmte van de kamer. Met die regen buiten is het guur. Holland’s weer haast. Het weer dat het binnen gezellig maakt. Met Lyka nog steeds op een oor - een koffie en een sandwich naast het toetsenbord - is het heerlijk rustig in de kamer. De ideale omgeving om snel eens wat schrijfwerk in te halen. Lyka is altijd een enorme afleiding. Haar afhankelijkheid maakt haar erg beminnelijk en innemend maar soms is het net of je met een kind van twaalf jaar op reis bent. Maar je kan er niet kwaad om worden!
‘Wat weet zo’n schepsel uit de polder van de Filippijnen?’
Een plaats waar de tijd stil heeft gestaan en nog het best te vergelijken is met het Nederland van de jaren vijftig. Voor een paar peso TV kijken bij de buren en de dag kabbelt voort van maaltijd tot maaltijd. Rijst met eiwitten want groenten zijn een luxe. Tenminste, als papa Roger vis heeft kunnen vangen. De rest van de dag slapen en liggen want er is nu eenmaal geen geld en er is dus niets anders te doen. Over mijn schouder kijk ik naar mijn vrouw. We zijn het niet altijd eens maar dat was ik op school ook niet met de meeste leraren! Ze heeft nog veel te leren voordat we een nieuw leven kunnen toevoegen aan ons gezin.
De verhalen vorderen gestaag en Radio 2 - de internet radio - verzorgt me met mooie Nederlandse muziek en af en toe een mooi gesprek. Ik mis Nederland meer en meer. Na al mijn omzwervingen in Azië ben ik Nederland steeds meer gaan waarderen. Ik begrijp ook soms helemaal niets van dat geklaag van de Nederlanders. Er zijn zoveel mensen in de wereld die het nog slechter hebben dan wij in Nederland. Voor een moment dwalen mijn gedachten naar de stadswallen van Zaltbommel waar ik als achtjarige zo’n 45 jaar geleden speelde. Ook nu - bijna een halve eeuw later - geniet ik nog steeds van de korte wandeling van mijn huis naar de Albert Heijn. Alleen jammer van al die hondenstront! En wat klinkt dat lang geleden - een halve eeuw - het lijkt er op dat ik nu ook oud wordt. Hoewel ik me nog niet zo voel.
Lyka draait zich om en kreunt. We kijken elkaar voor een moment recht in de ogen totdat de twee donkerbruine - haast zwarte - ogen weer sluiten. Pffffff, ze slaapt nog even door en ik kan nog wat verder schrijven.
Zodra ze wakker is gaat de grote LCD TV aan. Koffie en geklaag over de sandwich en ik denk -zonder een woord te zeggen - hoe goed ze tussen de klagende Nederlanders zal passen. Klagen over de overvloed! Met de iPad op schoot en een sandwich in de hand begint ze aan haar Facebook ritueel. Dat duurt een uurtje voordat ze naar de badkamer gaat en onder de douche stapt.
Wanneer we eindelijk helemaal klaar zijn is het buiten ook opgeklaard. Het is onze laatste dag in Jeonju en misschien kunnen we nog wat leuks gaan doen. Tenminste wanneer er nog tijd over is na ons bezoek aan de Nikon Dealer.
De zon vecht een ongelijke strijd met de donkere wolken uit maar priemt hier en daar toch een straal fel zonlicht door het wolkendek heen. Ik ben niet echt op mijn best vandaag! Dat ongeluk met de camera speelt nog steeds in mijn hoofd en de diabetes geeft ook humeur wisselingen die niet te onderschatten zijn. Het gaat onbewust en moet ook niet al te gemakkelijk zijn voor mijn reisgenoot. Ik heb het al enkele malen proberen uit te leggen maar ik vraag me af of ze het begrijpt, of wil begrijpen.
Met de GPS als gids laveren we ons door de smalle straten van de binnenstad van Jeonju. Zonder ook maar een keer fout te zijn gelopen staan we binnen een half uur voor de met gele Nikon reclame volgeplakte gevel van de winkel. Het is een kleine winkel dus een nieuwe riem voor de camera is meteen al uitgesloten. Voor een moment kijk ik naar de schoenveters die nu dienst doen als camerariem.
De jonge medewerker kijkt me verbaast - met een vleugje angst in de ogen - aan wanneer ik in langzaam engels mijn verhaal begin. Zijn gezicht klaart op en ik weet dat hij enkele woorden verstaat en begrijpt. De oudste taal op de wereld - handgebaren - werkt ook hier prima. Nadat ik het probleem heb uitgelegd neemt hij de camera van me over. Een oudere goedgeklede man verschijnt in de winkel en vraagt meteen aan de jongen wat er aan de hand is. Koreaanse woorden wisselen van mond en de oudere man kijkt me vriendelijk aan. Hij hangt zijn jas aan de kapstop in de winkel en schud mijn hand. Met de andere hand gebaart hij naar het kleine koffieapparaat op een tafeltje onder de cameratassen. Ik sla beleefd af want meer koffie kan mijn stoelgang alleen maar negatief beïnvloeden.
De oudere man voegt zich bij de jonge medewerker en samen bekijken ze mijn camera die steeds van handen wisselt. Een Nikon D300 uit de kast met occasions wordt tevoorschijn gehaald en de instellingen gesynchroniseerd. Klik, klik, klik, klik, klik, klik, klik, klik, klik, klik, klik, klik, klik, gaan ze simultaan in verschillende posities. De foto’s worden naast elkaar bekeken en het gezicht van de oudere man betrekt. Somber kijkt hij me aan terwijl hij nadenkt.
Denkt hij na over een oplossing?
Of denkt hij na hoe me het slechte nieuws te brengen?
Met de camera in zijn handen stapt hij op me af en slaat zijn ogen neer: ‘I’m sorry, big problem!’
Dat is dan dat en mijn humeur verslechterd met de seconde. Ik kijk hem vragend - haast smekend - aan om me wat goed nieuws te geven. Hij schud zijn hoofd als een arts die komt vertellen dat er een dierbare heen is gegaan of nog nul komma nul procent kans heeft. Na drie trouwe jaren is mijn Nikon D700 afgeschreven. Hij is nog niet dood maar hij ligt wel op de intensive care.
Terneergeslagen verlaat ik stil de winkel met Lyka in mijn kielzog die alleen maar over het eten kan zeuren.
‘Eten?’
‘Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd!’
Diep in mijn hart weet ik dat ik niet vriendelijk tegen mijn vrouw ben maar op een moment als dit kan ik het niet onderdrukken. Ik ben terneergeslagen en zit diep in de put. Een moment van bezinning over deze tegenslag.
Ergens in een achterafstraatje - ik zou het restaurant nooit meer van mijn leven kunnen vinden - met een reclamevaandel als leidraad vallen we neer in een restaurant. De gemiddelde menukaart met alle klassiekers van een Koreaans restaurant kunnen we nu wel dromen maar voor de zekerheid maak ik buiten met mijn iPhone een foto wat we willen eten.
Het is stil aan tafel terwijl ik door alle mogelijkheden en scenario's heel blader wat nu verder met de camera te doen. Bij Lyka dreigt nu ook een stormfront en het is voor beide partijen beter om tijdens de lunch niet te praten. Haar twee zwarte ogen spuwen vuur als ze me aankijkt.
Mijn dag is al voorbij en Lyka wil nog wat winkels bekijken. Als een lam schaap volg ik haar langs schoenen- en kledingzaken. Mij interesseert het helemaal niet maar het doet me goed om haar blij te zien. Ik zal het nooit begrijpen wat een vrouw leuk vindt om eindeloos door schoenen- en kledingwinkels te schuifelen in de wetenschap dat je toch niets kan kopen. Lyka raakt kledingstukken aan en houdt ze voor haar torso. Af en toe kijkt ze ombeurten naar het kledingstuk en naar mij als vraag of ik het ook leuk vindt. Haar glimlach warmt me weer langzaam op en het gevoel van de tegenslag glijdt weg totdat er bijna niets meer van over is. Het klaart mijn humeur ook op. Zeker wanneer we nog een koffie drinken op een bankje in de zon die de strijd tegen de wolken nu in zijn voordeel heeft beslist.
De koffie werkt als de elixer uit de beker der wijzen! Binnen een kwartier heb ik mijn strijdplan met de gevallen camera klaar:
Eerst navragen voor een reparatie in Kuala Lumpur.
Kijken wat ik voor deze camera terug kan krijgen.
Ik koop een nieuwe D600 bij YL-Camera wanneer de inruilprijs goed is.
Met de beslissingen genomen gaan we weer richting het hotel. Ons verblijf in Jeonju zit er op en zal voor eeuwig de boeken ingaan als de plaats waar de Nikon D700 verongelukte.
Het avondeten was voor de eerste keer in Korea zo middelmatig dat ik maar heb besloten om de foto’s te wissen. Ik wil er niet meer aan herinnerd worden! Morgen niet naar oostkust om meer tempels te bekijken maar langzaam terug naar Seoul. In de voetsporen van mijn eerste reis naar Zuid-Korea.
Copyright/Disclaimer