woensdag 14 november 2012

Zuid Korea: Zoo

Seoul (Songwontel (301)

De zon komt op en buiten is er geen enkel wolkje aan de blauwe lucht te zien. Vandaag zijn er gelukkig geen problemen bij het opstaan. Heel vroeg naar bed en dan wordt ze vanzelf ook vroeg wakker. De Thai zijn nog steeds - zonder enige twijfel - de beste slapers op de planeet. Ze kunnen gemakkelijk 100 uur per week slapen, maar de Filippina’s zijn zeker goed voor de zilveren medaille. Gisterenavond heb ik voor het slapen nog snel een lijstje gemaakt wat we in en om Seoul kunnen gaan doen. Lyka kiest als eerste voor een bezoek aan de dierentuin. Verbaasd neem ik haar enthousiaste reactie in me op. De wilde dieren kent ze alleen van de tv en plaatjes, ze heeft er nog nooit een in het echt gezien. Met een enthousiasme - zoals alleen kinderen dat aan de dag kunnen leggen - gaat ze onder de douche en kleedt zich aan.
‘We gaan naar de dierentuin!’, zingt ze hardop op een voor mij onbekend deuntje.
Mijn verbazing is alleen maar groter geworden! Voor een moment gaan mijn gedachten terug naar enkele momenten uit de afgelopen drie weken in Zuid-Korea. Het ene moment is ze niet uit bed te krijgen en het andere moment loopt ze zo met me een berg op. Een korte avondwandeling na het eten is teveel maar een hele dag in de dierentuin slenteren is geen probleem. Het gaat waarschijnlijk alleen om wat haar interesseert, het delen van een ervaring is voor haar niet belangrijk. Haar gedrag vindt zijn oorsprong in een vorm van egoïsme gegroeid in een land waar je altijd hard voor je eigenbelang moet knokken. Mijn ogen volgen haar gracieuze bewegingen terwijl ze zich dik aankleed. Buiten is het rond het vriespunt en de zon klimt voorzichtig omhoog langs de blauwe lucht.
Ontbijt bij McDonald’s is een feest voor ons. Een welkome verandering en de vers gezette koffie wint vanzelfsprekend van de Nescafé oploskoffie. Mijn broodje “Sausage McMuffin with Egg” en “hash Brown” zijn in een mum van tijd verdwenen. Lyka zit dromerig naar de voorbijgaande mensen in de koude ochtendlucht te kijken en is zich niet bewust van de aasgier die - tegenover haar - naar haar ontbijt zit te loeren. Helaas voor mij smaakt het haar ook heel goed. De gebruikelijke halve Hash Brown die voor mij overblijft verdwijnt met veel smaak in haar mond.
‘Het laatste hapje van het broodje dan?’, ook dat verdwijnt in de met een glimlach omrandde mond.
Daar zit ik dan! Mijn lichaam schreeuwt om meer calorieën om de kachel binnen in mijn lichaam aan te houden. Ik leg mijn probleem voor en Lyka kijkt me verbaasd aan.
‘Je hebt nog steeds honger?’, vraagt ze met haar ogen wijdt open terwijl ze naar het lege dienblad op de tafel tussen ons in kijkt.
‘Ja, ik haal er nog een!’, roep ik terwijl ik opspring en niet op haar reactie wacht.
Het broodje en het goud gefrituurde aardappelschijfje verdwijnen minder snel - maar zeker niet met minder smaak - naar binnen. Ook het tweede bekertje koffie is genieten. Samen kijken we naar de eindeloze stroom mensen die voorbij loopt in de ochtendzon. Lyka is opgewonden, zelfs gefascineerd van de uitgeblazen adem die zichtbaar wordt in de koude lucht. Een grapje dat ik maak over de slechte adem en dat de kleur van de adem dan anders wordt komt niet aan! Ze neemt het serieus en kijkt met nog meer interesse naar de voorbij komende mensen. Zodra ik haar vertel dat het een grapje was neemt haar interesse af en begint ze me te haasten om de koffie op te drinken.
Het is voor een Hollander heerlijk weer. Wanneer de winter zo aanvoelt kan het mij echt niets schelen dat we volgend jaar voor een lange tijd in Nederland zijn. Een plaatje van het zilver tegen het blauwe van de Millenium Plaza. We verdwijnen onder de grond in de catacomben van het “Jonggak station”. Onze bestemming is het “Seoul Grand Park Station”, dat zou niet al te moeilijk moeten zijn! De trein komt alleen boven de grond om de Han rivier over te steken, daarna verdwijnen we weer ondergronds totdat we onze bestemming hebben bereikt.
Bovenaan de roltrappen die ons weer in de openlucht brengen zien we een gevarieerd heuvellandschap voor ons. Voor de zoveelste keer tijdens deze reis moet ik de Koreanen nageven dat het meesters zijn in het gebruik van de omgeving. De wandeling naar de ingang van het park is al een genoegen. Ik denk niet eens meer na bij het gebruik van mijn camera, het instellen gaat weer vanzelf. Vanavond bekijk ik wel de resultaten.
Het is vandaag alweer woensdag en het lijkt op het eerste gezicht niet zo heel erg druk. Met rode en gele bladeren behangen bomen omzomen de brede laan naar de kassa’s waar ik voor de zoveelste keer tijdens deze reis hard moet lachen. Voor de toegangsprijzen welteverstaan. 6000 Won (€ 4,23) entree voor twee personen inclusief een kaart van het enorme park. Daar heb je in Nederland niet eens twee blikjes frisdrank voor! En nu ik het er toch over heb, die kosten hier € 0,90 per blikje in het park.
Lyka is zichtbaar in haar nopjes. Wat voor ons Europeanen heel normaal is kan voor een kind van het platteland van de Filippijnen een heel bijzondere ervaring zijn. Een bezoekje aan een dierentuin. Door de opwinding - en misschien ook wel een beetje de kou - haakt ze in en kruipt dicht tegen me aan.
‘Ze hebben hier toch wel leeuwen, en giraffen?’, en er volgt nog een lijstje dieren die ze nog nooit in levende lijve heeft gezien.
‘Ik neem aan van wel, maar ik denk dat de meesten wel binnen zullen zitten.’, antwoord ik haar.
Verbaasd kijkt ze me aan terwijl de eerste ‘Take my picture!’ van de dag klinkt.
Poserend voor de enorme mascotte van de dierentuin beginnen we onze ronde langs de paviljoens en tuinen. Vanzelfsprekend zitten de meeste dieren die op de savanne’s van Africa leven binnen. En dat is voor Lyka - en onze neuzen - een tegenvaller. De geur in de binnenverblijven is met een kapmes te snijden en je moet jezelf dwingen om niet meteen weer naar buiten te rennen.
Het zou teveel werk - en heel erg saai - zijn om een opsomming te maken van de dieren die we hebben gezien. Dus hier de foto’s.

Van al dat struinen tussen de wilde dieren en het uitleggen en toelichten wordt een mens vanzelf hongerig! Een enorm paviljoen - met drie klanten binnen - dient als restaurant en ik kan me de drukte hier voorstellen op een zomerse dag. Ook hier niets anders dan de bekende Koreaanse klassiekers voor een iets hogere prijs als normaal. Toch krijg ik niet het gevoel dat ik hier genaaid wordt, zoals in de Efteling waar je een klein vermogen kan neertellen voor een paar frietjes met een kroket. Het is al over tweeën wanneer mijn “Bibimbap” geserveerd wordt. Verbaasd kijken we naar de grote kom soep die erbij wordt geserveerd. Lyka en ik kijken elkaar terwijl ik mijn schouders ophaal als teken dat ik het ook niet begrijp. Ik heb het in ieder geval niet besteld.
‘Dan zal ik dat toch maar eens even navragen!’, zeg ik tegen Lyka terwijl ik opsta en met de grote kom soep terug naar het buffet loop.
De serveerster en kokkinnen kijken me verbaasd aan. Zonder een geluid uit te brengen wijs ik naar de kom soep voor me op de counter en hal mijn schouders op. Als ik opkijk zie ik alleen maar lachende gezichten. Een man komt tevoorschijn en wijst naar zijn horloge.
‘Free!’, lacht hij terwijl hij weer op zijn horloge wijst.
‘Free!’
‘Kamsamida!’, dankjewel in het Koreaans van mijn zijde en er is weer een mysterie opgelost.
‘Het is al na twee uur en ze maken de pannen leeg!’, leg ik uit aan Lyka die nog steeds verbaasd aan tafel op me zit te wachten.
Het smaakt me uitstekend en de soep is een nieuw gerecht voor me. Er drijven allerlei vreemde voorwerpen is de soep die nog het beste omschreven kunnen worden als in stukken geknipte schoonmaakdoekjes en sponzen. De textuur is hetzelfde en de smaak heel vlak. Ik zou bijna zeggen dat ze geen smaak hebben. We bestuderen samen terwijl ik eet het nieuwe gerecht. Waarschijnlijk bewerkte viseiwitten! Het was gratis dus ik heb geen klagen, maar ik zou het zeker niet bestellen als ik er voor moest betalen. Dan weet ik wel wat beters op de menukaart! Nog even langs de mensapen en dan zit de dag er op. Was dat maar zo gemakkelijk!
Lyka roept: ‘Waar zijn de zebra’s?’
Ik denk diep na en moet bekennen dat we ze niet gezien hebben maar ook dat we ze niet gepasseerd zijn. Een dierentuin zonder zebra’s is toch ondenkbaar? Gelukkig heb ik ze al snel gevonden op de grote kaart die we bij de ingang hebben gekregen. Nog een stukje de hoek om en daar zijn ze dan. Maar eerst nog een paar foto’s van die mooie flamingo’s!
Vanaf een afstand heeft Lyka het al gezien en trekt me aan mijn arm als teken dat ze niet verder wil.
‘Genoeg!’, zegt ze.
‘Niet zo speciaal!’, verbaasd volg ik haar naar de uitgang van de dierentuin.
De ondergaande zon strooit een geel en oranje gloed over de tegen de herfst vechtende bomen. Het warme licht versterkt de kleuren van de van de bladeren die nog niet gevallen zijn. Een werkelijk mooi gezicht voor iemand uit de tropen, een altijd groene wereld gevoed door de tropische moesson regens. Ik kijk naast me en zie een vermoeide lachende vrouw die een mooie dag heeft gehad. “Priceless!”
De pianist die ons met zijn pianospel begroette neemt nu met zijn gepingel afscheid. Ik ben het wel spuugzat die achtergrondmuziek. Ik kan het me goed voorstellen dat deze muziek wel eens wordt gebruikt om gevangenen te martelen. Voordat we weer ondergronds verdwijnen kijken we nog een maal over onze schouders. Er verschijnt een glimlach op onze beide gezichten. Het was een leuke en leerzame dag voor ons beiden.
Na een uur ondergronds reizen bereiken we de straat waaraan ons kleine hotel ligt. Ik kijk zoals altijd met veel interesse naar de grote dampende stoompan vol met Koreaans snackfood.
‘Voor mij niet!’, roept Lyka die haastig uit de voeten maakt op zoek naar de warmte van het hotel.
De verkoopster kijkt mij verschrikt aan! Er is gelukkig hulp in de vorm van twee wachtende klanten waarvan er een gebrekkig engels spreekt. Ze kosten 1.000 Won (€ 0,71) per stuk. Ze komen in twee variaties. De rode kleur verraadde het overmatig gebruik van kimchi en de groenen bevatten een mix van groenten varkensvlees. Ik neem er drie! Eén kimchi en twee met varkensvlees. We nemen met veel theater overdreven afscheid van elkaar en ik maak me snel uit de voeten op zoek naar de warmte van de kamer.
Lyka zit al over de iPad gebogen en de blauwe achtergrond van de Facebook pagina spiegelt in het kleine raam boven het bed. Het was dan wel een duidelijk nee op voorhand maar ik ken mijn vrouw nu wel. Zodra de geuren uit de styrofoam doos haar neus bereiken komt ze overeind om eens te onderzoeken wat er zo lekker ruikt.
Na een korte uitleg neemt ze eerst een hap van de “Kimchi mandu”. Voordat ik haar reactie afwacht neem ik ook een hap. Een wervelwind van smaken raast door mijn mond. Deze zijn vegetarisch maar de smaak van de warme kimchi is heel anders dan de koude variant. Wat kan reizen en eenvoudig straatvoedsel toch mooi zijn! Lyka weet het nog niet zeker maar slaat de tweede hap van de rode variëteit af. Zonder te aarzelen verdwijnt het restant in mijn mond en kunnen we aan het tweede bedrijf van de Koreaanse Mandu’s beginnen.
‘De heeft varkensvlees en groenten’, leg ik aan haar uit terwijl ze haar tanden in de “Wang mandu” zet.
Ze denkt na en wikt en weegt, ‘deze is lekkerder’, zegt ze terwijl ze de volgende hap neemt en naar de styrofoam doos kijkt.
‘En die is nog voor mij!’, roep ik terwijl ik een slok van de Coke Zero neem.
De laatste happen verdwijnen in onze kelen en we zijn het samen over eens dat de Mandu met varkensvlees de lekkerste van de twee is. Misschien eten we ze nog wel een keer als we door de kou thuiskomen van een lange dag in de buitenlucht. Voor nu is de ergste trek in ieder geval gestild.
De foto’s zijn voor 70% procent gelukt en ik overleg met Lyka over de camera. Dezelfde discussie, dezelfde oplossingen, dezelfde uitkomst: wanneer de D700 niet te repareren blijkt dan koop ik een nieuwe D600. En dat is geen stapje terug zoals de typeaanduiding suggereert.
We maken het ons vanavond niet al te moeilijk en we gaan niet te ver van het hotel. In een zijstraat ontdekken we weer een “GimGaNe” restaurant, net als op “Jeju eiland”. Verbaasd kijken we elkaar aan! Zouden er dan nog meer van die restaurants zijn? We kunnen de menukaart wel dromen en ik kies ervoor om een klassieke stenen pot met rijst, chili varkensvlees en groente te eten. En het is pittig! Het water loopt uit mijn neus want ik heb nu ook een verkoudheid te pakken.
Warm van binnen snellen we terug naar de kamer, we weten nog niet wat me morgen gaan doen maar daar komen we na zo’n mooie dag samen zeker wel uit.

dinsdag 13 november 2012

Zuid Korea: Terug naar Seoul

Seoul (Songwontel (301)

Het is vandaag de laatste verplaatsing binnen Zuid-Korea van deze trip. Ik heb nu het gevoel dat deze reis echt uitgaat als een nachtkaars en mijn geromantiseerde beeld van mijn eerste reis naar Zuid-Korea - ruim vijf jaar geleden - heb ik wel moeten aanpassen.
Bewust heb ik gekozen voor een bus rond de middag zodat we niet hoeven te haasten en misschien in Seoul op een kamer moeten wachten. Heel langzaam komt Lyka weer op gang en ik moet eerlijk zijn dat dit me nu wel een beetje tegen gaat staan.
‘Het moet toch niet zo moeilijk zijn om ‘s morgens op te staan?’, vraag ik me hardop af terwijl ik aan mijn derde kop koffie zit.
Ik laat het maar voor wat het is want - wat ik ook probeer - er komt toch niets van terecht. Wat nog erger is is dat wanneer eindelijk haar ogen open zijn gegaan ze meteen een uur naar een beeldscherm gaan zitten kijken met Facebook. Onzinnige informatie van een heel leger Filippina’s die de hele dag niets anders te doen hebben dan foto’s van zichzelf op dit sociale medium te plaatsen. Een soort etalage van “kijk eens hoe mooi ik ben!”
Drie kwartier voor het vertrek zitten we in het kleine kantoortje van het busstation tegenover het “Palace Motel”. Vanuit het raam kijk ik naar de lege straten van Jongju. Er gaat een rilling over mijn lichaam als ik denk aan de toekomst van Nederland.
En ik vraag me af: ‘Is wat ik hier in Zuid-Korea heb gezien de toekomst voor ons eens zo welvarende Nederland?’
Tijdens de dagen in dit kleine stadje heb ik veel klein leed en armoede gezien. Oude mensen die de eindjes aan elkaar proberen te knopen door de groenten uit hun volkstuintjes te verkopen. Eindeloze rijen winkels met lege etalages en hele volksstammen oude van dagen die oud papier, lompen en metalen bij elkaar sprokkelen om hun inkomen wat aan te vullen of rond te kunnen komen.
‘Is dit horrorbeeld de toekomst?’
‘No internet!’, roept Lyka teleurgesteld of het mijn schuld is terwijl ik haar aankijk met een blik van: ‘Je zal het heus wel overleven!’
Deze reis heeft me een ding wel geleerd! Je kan mensen maar moeilijk veranderen. Laten we het beste er maar van maken! Maar dit is waarschijnlijk wel de laatste reis die we samen hebben gemaakt. Ik wordt gewoon depressief van altijd maar trekken en stimuleren. Ik heb het gevoel dat ik een kar trek die op de handrem staat. Ik ben vroeger ook wel eens met een vriend op reis geweest - in Thailand en Maleisië - die ook zo was. ‘s Morgens zijn bed niet uit te branden en ‘s nachts niet naar huis te krijgen. Het resultaat was dat ik me maar aanpaste en gewoon de dagen vol maakte met internet en koud bier. En daar ben je tenslotte niet voor op reis.
De luxe bus van 11:30 van Jongju naar Seoul is niet erg vol wanneer we eindelijk in beweging komen. Twee passagiers welgeteld! Lyka en ik, maar we moeten nog wel naar het intercity busstation aan de andere kant van de rivier.
Daar stapt geen enkele passagier in! Een magere man - die niet helemaal goed bij zijn verstand lijkt te zijn - komt de kaartjes afscheuren. In vloeiend Koreaans doet hij zijn verhaal en hij begrijpt volgens mij niet eens dat wij geen Koreaans verstaan. Mijn gelaatsuitdrukking moet hem toch het gevoel geven dat ik luister en dat ik hem begrijp want hij gaat onverstoorbaar door totdat de buschauffeur zijn plaats achter het stuur weer inneemt. Als dank voor zijn hulp krijgt de magere man van de chauffeur een sigaret aangereikt. Hij kijkt ons nog een keer aan en brengt zijn hand naar de rand van een pet die hij niet op heeft.
Precies om 11:45 vertrekken we naar de Nambu Busterminal in Seoul. We zijn de enige twee passagiers in de enorme bus. De verwarming wordt aangejaagd tot tropische temperaturen terwijl buiten de eerste regen tegen de voorruit slaat. Later gaat de regen zelfs over in natte sneeuw en voor een moment gaan mijn gedachten weer naar Nederland.
‘Is dit het toekomstbeeld voor het ooit zo trotse land van Philips en Heineken?’
De bus lijkt in alle stilte door het grijze Koreaanse landschap te glijden. Kleuren zijn er weinig en alleen donkere tinten lijken op het palette te liggen. In Seoul nemen we meteen de metro en hoeven ook niet over te stappen. De oranje metrolijn 3 gaat rechtstreeks naar Jungo 3(sam)-ga. Het is fris, nee, het is veel frisser dan op de plaats waar we vanochtend zijn vertrokken.
Bij aankomst in het het Songwontel worden we met open armen ontvangen. Het lijkt niet zo erg druk te zijn in het hotel. Normaal zijn er natuurlijk al niet veel Europese toeristen maar in november lijkt het aantal in gelijke tred met de temperatuur te zijn gedaald. Kamer 301 valt ons ten eer! En daar ben ik om eerlijk te zijn wel blij mee. Dezelfde kamer als bij aankomst in Seoul geeft me een beetje het gevoel dat ik weer thuis kom.
Onze spullen blijven in de kamer achter en wij gaan snel op pad om wat te gaan eten. Een reden om weer moeilijkheden tussen ons op te roepen. Als een blind paard gaat Lyka er weer vandoor omdat we een paar keer het woord “Lotte Departmentstore” hebben laten vallen. We passeren voldoende restaurants onderweg waar we hadden kunnen eten maar Lyka wil en moet naar de “Lotte Departmentstore”. Helaas is de foodcourt daar niet zo goed als in Jeonju, ook liggen de prijzen er wel 25 tot 50% hoger. Dus dat is voor de lunch geen optie.
Nog voordat ik met haar heb kunnen overleggen of we er maar niet een vroeg diner van kunnen maken is ze alweer in de mensenmenigte verdwenen.
‘Dan maar niet!’, zucht ik terwijl ik in de mensenmenigte zoek naar een zuurstokroze jas.
Buiten miezert het en de ijskoude lucht maakt de kleine haast zwevende druppels nog onaangenamer. Het ene na het andere restaurant voldoet niet totdat we eindelijk een klein restaurantje hebben gevonden dat Chamchi Gimbap serveert. Dumplings voor mij en de soep krijgen we er gratis bij. Het warme voedsel verwarmt mijn lichaam en ik kom weer helemaal bij. Het herinnerd me ook waarom het zo fijn is om Nederland in de winter voor een paar maanden te verlaten.
En dan is het eindelijk tijd voor een bakkie koffie bij Dunkin Donuts. Terwijl ik van mijn gloeiend hete Americano zit te nippen vraagt Lyka wat het nu allemaal gekost heeft. Ze is het nog steeds niet eens met mijn bestedingspatroon en noemt me gierig. 5.000 Won voor het eten en 11.000 Won voor de twee koffie met een doughnut. Ze schud met haar hoofd en duikt weer in facebook, ze heeft een gratis netwerk gevonden.
We verlaten de kamer alleen nog voor het avondeten en ook deze maaltijd staat het restaurant al lang van tevoren vast.
‘Op die tweede verdieping!’, roept ze vol zelfvertrouwen terwijl ze geen enkel idee heeft wat ze eigenlijk wil eten en hoe ver dat restaurant van het hotel vandaan is.
‘Nee niet op de tweede verdieping!’, antwoord ik haar waarna ze meteen sjagerijnig kijkt.
Gelukkig kan ik haar nu wat beter bijsturen en we overleggen om niet te ver weg te gaan. De straat voor het park is bezaaid met goede en goedkope restaurants. Bij het eerste te beste restaurant dat me wat lijkt schieten we naar binnen. Bibimbap met gegrild rundvlees. Het smaakt zelfs beter dan dat het er uit ziet!
Na het eten gaan we meteen terug naar het hotel waar ik geniet van een bekertje koffie en een aflevering van “Men behaving Badly”. Als laatste van de dag  nog even lekker genieten en alle moeilijkheden vergeten met mijn e-reader. Een dozijn pagina’s van Stieg Larson’s Gerechtigheid, het derde deel van de Millennium Trilogie. Morgen vroeg op want we hebben waarschijnlijk een drukke dag voor de boeg.

maandag 12 november 2012

Zuid Korea: Bezinning

Gongju (Castle Motel (205)

We zijn er uit! Tussen de videospelletjes op de iPad door heb ik met Lyka kunnen overleggen wat er mis is. Ze heeft een hekel aan steeds haar - door het vele winkelen tijdens deze reis - overvolle rugzak in en uit te laden. Er is ook al voldoende overtollige bagage bij mij ondergebracht waardoor mijn rugzak ook niet echt comfortabel meer is. Er wordt dus niet meer gestopt onderweg en we gaan terug naar Seoul vanwaar we altijd nog dagtochtjes kunnen ondernemen.
Nu de rust is wedergekeerd - en de problemen uit de wereld geholpen - kunnen we wel wat langer op de kamer blijven. Dan maar nog een boterham en een koffie. De boterhammen met spam gaan er vandaag ook weer beter in dan de broodjes van de gouden bogen. Lyka heeft trek als een paard en laat de ene na de andere boterham met spam of kaas in haar mond verdwijnen. Ik kan aan haar zien dat er een last van haar schouders is gevallen. Ze lijkt opgelucht terwijl het probleem helemaal niet zo moeilijk was. Het probleem is gewoon dat ze onzeker is en dat ze het moeilijk vindt om er met mij over te praten. Ze lijkt bang voor me, maar ik weet niet waarom. Vanzelfsprekend ben ik serieus als ik onderweg ben maar ik ben zeker niet moeilijk.
Het is vandaag weer een droge dag en de wolken drijven als grote witte plukken wol snel langs de blauwe hemel. Je kan vanaf je bed door het kleine raam zien dat er een stevige wind staat. Er is hier in Gongju voor ons niets meer te te doen. Lyka’s interesses liggen ergens anders en ik heb de vorige keer alles al gezien. Ik vraag me hardop af waarom we eigenlijk hier naar toe zijn gegaan!
Na een derde en een vierde kop koffie springen we onder de douche en maken ons gereed voor de laatste wandeling door dit slapende stadje. We gaan ongeveer hetzelfde rondje maken maar op de kaart staat een mysterieuze oude stad die ik de vorige keer ook niet heb gezien.
‘Zou de oorlog op het Koreaanse schiereiland dit plaatsje hebben overgeslagen?’
‘Ik kan het me moeilijk voorstellen!’
Het is - ondanks de pogingen van de zon om Gongju op te warmen - kouder dan gisteren en ik kan het niet helpen om te denken dat het tijd wordt om Zuid-Korea te verlaten. We hebben heerlijk herfstweer gehad en Lyka heeft mogen proeven hoe het in Nederland zal zijn in februari. Maar deze snijdende wind die door de dalen van midden Korea raast is de voorbode van de winter. Diep in onze kragen gedoken gaan we eropuit voor de middag wandeling naar het oude dorp.
Dat dorp blijkt een motel te zijn dat is opgebouwd als een traditioneel Koreaans dorp. Een klein beetje kitsch maar toch interessant. We lopen er wat rond om de sfeer op te proeven. Het is maandag en dat komt goed uit, het hotel is uitgestorven en we zien geen enkele levende ziel op het hele terrein.
‘Misschien ook een bewijs voor de crisis hier in Zuid-Korea?’
We worstelen ons door de aanzwellende koude noordenwind terug naar de gezellige warmte van het hotel om te pakken en andere voorbereidingen te treffen voor onze reis naar Seoul. Onderweg bespreken we waar we de laatste keer in Gongju gaan eten. We komen al snel weer bij ons oude vertrouwde restaurantje terecht.
Een korte stop bij de supermarkt voor twee flessen bier. Het hele personeel begint te lachen wanneer we binnen komen. Het verhaal van de bananen was hier in dit weggestopte stadje echt wereldnieuws. Met mijn handen maak ik het gebaar dat ik een tros bananen in tweeën scheur en alle cassieres beginnen nog harder te lachen. Ik voel me goed nu ik wat plezier en leven in de brouwerij breng.
Op de kamer schroef ik een literfles bier open en neem een flinke slok. Ook met deze temperaturen smaken ze uitstekend. Misschien een idee voor de Nederlandse bierbrouwers? Bier in donkerbruine plastic anderhalve liter flessen, net als de frisdrank! Geen gezeul meer kratten en zo. En gewoon uitschenken en verdelen over de glazen.
In de hoek staat nog steeds de plastic tas met schoon wasgoed die de oude vrouw gisteren nog net voor het eten kwam afleveren. Lyka maakt twee stapeltjes van het wasgoed terwijl ik de foto’s nakijk. We willen voor het avondeten inpakken zodat ik later niets mee hoef te doen. Ik wacht tot Lyka zo ver is voordat ikzelf aan de klus van het inpakken begin. Er staan twee plastic tasjes meer naast mijn rugzak.
‘Schat, jij hebt toch nog wel plaats voor die tasjes?’, vraagt ze bijna smekend.
‘Ja, ik zal kijken wat ik doen kan schat!’, misschien een beetje slijmerig maar de sfeer is tot nu toe goed en die wil ik zeker niet verpesten.
De klassiekers voor het avondeten kunnen we nu wel dromen. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik mijn “Dolsot Bibimbap” nog steeds een fotogeniek gerecht vind. Misschien maak ik wel een compilatie pagina van alle dolsots die ik in vier weken in Zuid-Korea heb gegeten. Het smaakt ons uitstekend en ook deze avond ga ik voor een “Lotte Melonia” als toetje!
Het wordt later dan we gedacht hadden. Er zijn nog twee literflessen bier opgehaald en we kijken samen - zonder ook maar een enkel probleem - naar een video op de MacBook. Morgen naar Seoul.
Copyright/Disclaimer