zondag 9 maart 2008

Sri Lanka, Strand!

Negombo, 09/03/2008

Ja, wat kan ik nu schrijven over dit strand? Na een korte wandeling in de omgeving moet ik helaas weer tot de conclusie komen dat hier niet veel te doen is. De lijn die in Colombo is begonnen trekt zich verder door, er zijn haast geen toeristen en er is geen moer te doen. Het strand, dat om de paar honderd meter doorsneden wordt door de uitloop van een open riool, ligt vol met zwerfvuil en hondenpoep. Het strand van Negombo is dus geen romantisch Bounty strand met wuivende palmen en een diepblauwe zee.
Na de korte wandeling wilde ik eigenlijk niets anders meer doen dan een beetje uitrusten en aan het zwembad liggen. Er zijn maar vier andere gasten in het hotel voor zover ik het kan zien. Twee Hollandse jongens spelen een bordspel dat ik eerder in Birma heb gezien aan de rand van het zwembad. Bier vanaf half elf in de ochtend voorspeld weinig goeds voor de avond.
Die avond viel sowieso in het water. De lucht begon te betrekken rond een uur of vijf en binnen een half uur viel de regen met bakken uit de hemel. Wel jammer want ik had wel zin gehad in een wienersnitzel met friet. Nu zat er niets anders op dan om acht uur naar bed te gaan met drie bananen als avondmaal in de maag. Morgenvroeg ga ik het dorp bekijken en dan zit ook de laatste excursie er op. Ik heb nu echt het gevoel dat het einde nabij is en kijk er naar uit om naar Maleisië te gaan.

zaterdag 8 maart 2008

Sri Lanka, mijn laatste treinreis

Negombo, 08/03/2008

De laatste dagen en de laatste geneugten. Ik wilde nog één maal met de trein reizen, het was in de afgelopen weken steeds de meest aangename manier van transport geweest. Mijn informatie over de vertrektijden bleek totaal verkeerd. Ik moest meer dan een uur wachten maar dat kon me niets schelen. Ik had de hele dag en ik wilde nog één keer met de trein.
Toen eindelijk het loket opende kon ik een tweede klasse kaartje kopen naar Gampaha vanwaar ik zou overstappen op een bus naar Negombo. Goede planning en tijd genoeg. De enige tweede klasse wagon van de trein vulde zich sneller dan verwacht en al voor het vertrek zat ik bekneld in mijn stoel naast een dikke Srilankaan die op pad was met zijn vrouw, dochter en kleinkind. De laatste maakte een geluid dat zelfs een dove tot waanzin kon drijven. En zo ging ik in een nog voller gepakte dan een derde klasse wagon op weg naar Gampaha.
Het was de express trein dus verwachtte ik niet dat er veel zou worden gestopt. Die laatste veronderstelling was dus geheel verkeerd. De trein stopte bij elk klein station en ik vroeg me af op welke tijd ik vanavond in Negombo zou arriveren. Met de rugzak tussen mijn benen, die nu een pijnlijk werden, genoot ik van het geboden landschap. Sri Lanka heeft nu eenmaal een mooie natuur en schitterende vergezichten.
Dertig kilometer voor Colombo begon ik voorzichtig aan mijn overburen, de dikke man naast mij was in diepe slaap, te vragen wanneer we in Gampaha zouden zijn. Synchroon schouderophalend en met hun hoofd schuddend glimlachten ze naar mij. Ik weet niet of ze me niet verstonden of dat ze niet wisten wanneer we in Gampaha zouden zijn. De trein verloor snelheid en de oude vrouw met slechts twee voortanden als een konijn keek uit het raam en las voor mij het naambord van het station. Nu schudde ze met haar hoofd alsof hij nog maar met één bout vast zat en ik dacht dat het deze keer “Nee” betekende.
Bij het volgende station gingen haar ogen open en verscheen er een brede glimlach, die weer de twee konijnentanden liet zien, en ze begon weer met haar hoofd te slingeren. Deze keer verwachtte ik dat het “Ja” betekende en ik stond op en greep mijn rugzak. Het bloed vloeide weer terug in mijn gevoelloze benen en met kleine voorzichtige stapjes ging ik, al afscheidnemend van de hele wagon, richting de uitgang. Nu zag ik het zelf ook, “Gampaha” stond er in het engels op de stationsborden. Het enige probleem was dat de trein geen snelheid verminderde, ik dacht voor een moment dat hij misschien wel aan het einde van het perron zou stoppen. Nee dus, de treinmachinist gaf weer gas en de snelheid nam toe.
Daar stond ik dan in het gangpad met de rugzak tussen mijn benen. Mijn plaats was al ingenomen door een kleine Srilankaan, die zeker niet zou opstaan voor mij, en de trein denderde verder. Ik wist gelukkig dat we steeds dichterbij Colombo kwamen en dat een aansluiting niet moeilijk was te vinden. De dikke man was door de plaatswisseling wakker geworden en keek met slaapzand in zijn ogen en een gekreukt gezicht mij heel verbaasd aan. De vrouw met de twee voortanden lachte nog steeds naar mij en ik moest even denken aan een “Duracell” reclame. Ze mompelde wat in haarzelf en de dikke man maakte haar zinnen af in het engels.
“At the next station you can switch for a train to Negombo”, sprak hij met een iele hoge stem die je niet van een man van zijn omvang zou verwachten.
Het duurde niet lang of de trein kwam tot stilstand in een plaats die niet op mijn kaart was vermeld. Ik kon natuurlijk blijven staan tot aan Colombo maar de vier sporen van het station haalden me over om toch maar uit te stappen. Eerst het station verlaten om buiten weer een kaartje te kopen naar Negombo.
“14 Roepies meneer”, klonk het vanuit het loket.
De trein was opnieuw bomvol en als sardientjes in een blik gingen we richting Negombo. Mensen hingen uit de trein en stonden op uitsteeksels halverwege tussen de deuren. Evenwicht bewarend en zich met twee handen strak vasthoudend aan de rand van de openstaande ramen. Het was erg warm. Ik was dan ook erg blij toen ik in Negombo arriveerde en dat ik weer een reis tot een goed einde had gebracht zonder wat van mijn bagage te verliezen.
Het is al meerdere malen gezegd maar alles ziet er hetzelfde uit. Ik had wel een idee in welke richting ik zou moeten gaan en liet dus alle vragen van de taxichauffeurs onbeantwoord. Met een stevige pas ging ik naar het noorden richting de strook strand die Negombo haar rijkdom heeft gebracht. “Beach Villa’s” zag er goed uit en voor USD 9,- kreeg je een mooie kamer met uitzicht. Het probleem was alleen dat er geen warm water was. Graham had mij verteld over een hotel naast “Beach Villa’s” met een zwembad en een leuke bar. Daar zouden ze wel geneigd zijn om een beetje korting te geven omdat er helemaal niets te doen was. Vragen staat vrij en na een kort gesprek met de receptiemedewerker was ik een prijs overeen gekomen die mij goed genoeg was. USD 38 inclusief ontbijt en airconditioning. Een beetje prijzig maar de laatste vier dagen zou ik gepaste luxe doorbrengen aan het strand (zwembad).
Op de eerste avond werd er wat bier gedronken en ik bracht een bezoek aan de “Rodeo Pub”, die zou het hart van het uitgaansleven moeten zijn. Het hotel was bijna leeg dus verwachtte ik ook in de pub niet al teveel volk. Mijn verwachtingen bleken uit te komen en een mix van Srilankanen en Duitsers bevolkte de barkrukken. Homoseksueel Sextoerisme, ik ben heel wat gewend maar dit kon ik niet aanzien. Na één biertje ging ik weer richting het hotel om mijn bed op te zoeken. Het was weer een lange mooie dag geweest.

vrijdag 7 maart 2008

Sri Lanka, weer de tand gemist

Kandy, 07/03/2008

Depressief van het slechte weer werd ik wakker van de wekker. Hand op de knop, snel naar de wc en weer naar bed. De tand zou er morgen ook nog wel zijn. Een uurtje later werd ik op natuurlijke wijze wakker en het eerste wat ik zag was een helle zonnestraal die een harde lijn wierp op de deur van mijn hotelkamer.
Het weer zat mee vandaag! Vanaf de veranda waar ik mijn gebruikelijke ontbijt van geroosterd brood met roerei en een pot sterke koffie nuttigde zag de wereld in de zon er een stuk beter uit. Mijn stemming was ook meteen beter en de depressiviteit als sneeuw voor de zon verdwenen.
Ik kon nu tenminste wat doen vandaag. Ik had nog maar twee onderdelen op mijn agenda staan en één van die twee was de “British Garrison Cemetery”. Een oude begraafplaats die haast onvindbaar was en ook niet op de gratis toeristenkaart van Kandy stond.
Ik bestudeerde de kaart in de Lonely Planet en legde de gratis kaart ernaast. Op de gratis kaart waren hele straten weggelaten, geen wonder dat het zo moeilijk was geweest om het één en ander te vinden. Met de kaart in mijn geheugen geprint ging ik onderweg en ontdekte haast onmiddellijk waarom mijn eerdere pogingen vruchteloos waren geweest.
De splitsing van de weg waar ik naar had gezocht lag binnen het politie/leger cordon dat om de tempel “Sri Dalada Maligawa” heen was gelegd. Dan blijf je zoeken niet waar? Een kort stijl pad leidde langs een publiek toilet, waar ik volgens de eigenaar voor moest betalen om het te passeren. Jammer maar helaas, ik ben dat geld uit mijn zak kloppen op Sri Lanka nu spuugzat en zal het weigeren zover het mogelijk is.
De begraafplaats lag er in alle stilte en eervol bij. In de verte was een oude man bezig met het onderhoud van de tuin. Geruisloos en zonder abrupte bewegingen betrad ik de kleine begraafplaats. Links en rechts las ik op de grafstenen de historie van Sri Lanka. Voordat ik het me realiseerde was de man dichterbij gekomen en sprak mij met een zachte stem, als vanuit het graf, aan.
“Where you come from, Sir?”, begon hij.
“Holland”, antwoordde ik met een nu bijna engels accent.
“Oh, you don’t sound like Holland”, grapte hij zachtjes.
Het ijs was gebroken en ik kon vragen stellen en hij zou mij vertellen over het leven van de personen die hier begraven liggen.
“Do you like to see a special grave?”, vroeg hij.
“Yes, the Captain who survived Waterloo and got killed by a mosquito”,
was mijn antwoord.
Hij nam mij mee naar de verre zijde achterin de begraafplaats en bleef stilstaan bij een grote zandstenen grafsteen. Als een bandopname begon hij met een monotone stem de tekst op de grafsteen voor te lezen. Het was niet echt meer te lezen maar de man had de tekst van buiten geleerd. Ik verstond hem maar half, maar ik wist wat er aan de hand was want ik had het verhaal gelezen voordat ik naar de begraafplaats ging. Hier lag een 24 jarige Kapitein van het Engelse leger. Hij had de slag van Waterloo overleeft en had meerdere medailles en erkenningen ontvangen voor zijn getoonde moed op deze gedenkwaardige dag. Bij aankomst in “Trincomalee”, een van de mooiste natuurlijke havens in de wereld, kreeg hij zijn orders en werd doorverwezen naar het regiment in Kandy. Hij ontving van zijn meerdere de regels en aanbevelingen voor de 150 kilometer lange mars van “Trincomalee” naar Kandy. Bij aankomst had hij al hoge koorts en op de tweede dag liet hij zijn commandant de dominee roepen.
“I am not gonna make it through the day”, zei hij.
Niet veel later slipte hij in een coma en werd nooit meer wakker. Hij had de aanbevelingen over de muggen in de jungle in de wind geslagen en dat had hem uiteindelijk zijn leven gekost. “Hoogmoed komt voor de val” in het best mogelijke voorbeeld.
Een ander graf bevatte vijf baby’s, een heel vroege vijfling die natuurlijk honderdvijftig jaar geleden helemaal geen kans hadden.
“Dertien kinderen had de familie in totaal”, vervolgde de begraafplaats medewerker op dezelfde monotone wijze.
Er moest hierna nog één graf worden getoond. Van een lafaard en een verrader! Het ging over een regeringsmedewerker in Matale die zijn post had verlaten tijdens een opstand. De opstandelingen brandden regeringsgebouwen plat en plunderden de voorraden
die eigendom waren van de kroon. Iedereen kwam om het leven behalve de gezant die bij het zien van de gewapende opstandelingen in de verte het hazenpad had gekozen en op de vlucht was geslagen. Hij had zich in het oerwoud verborgen en was de enige overlevende van de aanval. Het werd hem niet in dank afgenomen en in plaats van heldenroem kreeg hij het verraderschap opgespeld. Alle onderscheidingen en rangen werden hem afgenomen en hij werd oneervol ontslagen uit de dienst van onder de kroon. Hij heeft Kandy nooit verlaten en overleed op zestigjarige leeftijd. Het graf is bijzonder omdat het zijn vrouw werd geweigerd om haar lichaam na haar dood bij haar man te voegen. Zij ligt dan ook eenzaam in een graf naast haar gedeserteerde man begraven.
Mijn dag zat er alweer op en ik nam afscheid. Een briefje van honderd om de zaak in goede staat te bewaren en terug nar het hotel. Lekker rusten, een beetje lezen en thee drinken. Natuurlijk maakte een laatste wandeling langs het meer in Kandy een einde aan de middag en de avond werd doorgebracht in “The Pub”. De mixed grill was echt een verrassing en smaakte opperbest. Dat was het weer voor vandaag. Morgen moet ik echt naar de tand, het is mijn laatste kans.

Copyright/Disclaimer