zondag 8 juli 2007

Sarawak, een markt, een tempel en een museum

Sibu, 08/07/2007

Het éénpersoonsbed midden in de kamer was mij slecht bevallen, ik slaap nu eenmaal slecht in die smalle bedden. Ik ben altijd bang om er uit te vallen. Tettje had ook niet op zijn best geslapen maar we waren toch om zeven uur opgestaan. Één volle dag zouden we hier blijven, het volle schema liet niet meer toe en er was hier ook niet echt veel te zien. Opnieuw de twee eieren met toast en koffie voor het ontbijt. Dat zal overmorgen wel anders zijn in Kapit!
De zon stond aan de stralend blauwe hemel toen we het hotel verlieten op weg naar de markt. Eerst bekeek in nog de mogelijkheden om in Kapit te komen. Er stonden overal borden in de grote vertrekhal van de veerbootterminal. Zelden zat er meer dan vijftien minuten verschil in de vertrektijden. Zolang je maar voor tien uur hier was kon je zeker een boot naar Kapit vinden.
Het eerste wat we zouden bezoeken was een enorme overdekte markt, en om eerlijk te zijn kan ik mij niet herinneren dat ik zo’n grote markt gezien heb. Er was dan ook van alles te koop en er waren veel mooie indrukken hoe het er allemaal ver van de bewoonde wereld aan toe gaat. We hadden sinds Kuching ook geen blanke meer gezien.
Onze tweede stop was de “Tua Pek Kong tempel”, een Chinese tempel van ruim honderdvijftig jaar oud. De geschiedenis van Sibu en Sarawak gaat hand in hand met die van de Chinese immigranten. Maar vooral in Sibu is het zeer nadrukkelijk aanwezig. De tempel op zich is wel leuk maar niets bijzonders, een beklimming naar de top van de zeven verdiepingen tellende pagode is wel een belevenis. Mooie uitzichten op de rivier met al zijn activiteit.
Het was nu ook tijd voor een pau (gestoomd broodje) gevuld met kip als tussendoortje. Want we begonnen elkaar nu af te lossen op het toilet, en dan is het wel belangrijk dat je eet.
Een korte bustrip naar het “Civic Centre Museum” was het laatste op het programma. We zouden wel om een uur of één weer klaar zijn met het programma van de dag. Het Civic Centre is een klein maar toch wel leuk museum. We maakten de bewaker wakker want die was vast niet gewend aan bezoekers. Bang voor zijn baan benadrukte hij dat wij iets in het gastenboek moesten schrijven. En dat deden wij dan ook. Ik schreef netjes dat het “Een bijzonder mooi en interessant museum was”, nog voordat wij ook maar onderdeel van de uitgestalde attributen hadden gezien. Tijdens het schrijven was mij wel opgevallen dat er per dag zelden meer dan drie bezoekers waren, althans op de laatste pagina van het gastenboek. De bewaker las onmiddellijk wat ik had geschreven en al knikkend in zichzelf keurde hij waarschijnlijk mijn compliment goed. Het was toch wel interessant om te lezen over de geschiedenis van Sibu en de Chinese immigranten maar helaas had de grote verzameling aardewerk en porselein had niets met Sarawak te maken. Na een klein uurtje verlieten wij het museum en de bewaker kon weer gaan slapen.
Het was ongeveer vijf kilometer terug naar het hotel en ik wilde toch wel wandelen. Tettje was het hier mee eens en samen stapte we de kokend hete middagzon in. Ergens halverwege bracht een supermarkt even verkoeling, we zochten wat te eten en twee zakken chips was het beste wat we konden vinden. Het brood zag er hier niet erg uitnodigend uit.
Een uurtje uitrusten en dan nog een middagwandeling. Lekker even in de airconditioning en een keer of twee naar het toilet. Het was maar goed ook want we ontsnapte net aan de regen. Op de GPS liepen we nog een rondje van een kilometer of vijf, er is hier echt heel weinig te zien en ik vraag mij af wat we morgen allemaal gaan beleven.
Na de wandeling kozen we opnieuw voor Chinees en na de maaltijd was het tijd voor de Formule 1 race. Ik zet er niets voor aan de kant maar als ik de kans heb om te kijken als ik op reis ben neem ik die wel. Een paar biertjes en voor tien uur weer op bed. Morgen naar het hart van de jungle.

zaterdag 7 juli 2007

Sarawak, een boottocht naar Sibu

Sibu, 07/07/2007

De reisadviezen van de receptioniste in ons hotel was onze leidraad voor de tocht naar Sibu. Volgens haar zouden we zeker voor tien uur moeten vertrekken naar de pier. Het zou wel een uur kunnen duren voordat we daar zouden arriveren. Het verkeer was erg druk en grote verkeersopstoppingen waren gewoon. Na een ontbijt, waar we opnieuw de teleurstelling bespraken, stonden we netjes om kwart voor tien op de taxi te wachten.
Om iets over tien stonden we in de brandende zon op de aanlegsteiger vanwaar om kwart voor één de boot zou vertrekken. Ruim twee en een half uur moesten wij wachten. En er was helemaal niets te doen. De terminal was nog in aanbouw en de enige beschutting was een partytent ergens halverwege de aanlegsteiger. Er waren grote plannen want de steiger was geschikt voor auto’s.
Ik haalde mijn Lonely Planet tevoorschijn en ging eens goed bestuderen wat nu de mogelijkheden waren. We moesten deze vier weken toch wel volmaken. Mijn plan was steeds wandelen en trekking in Nationale Parken geweest en daardoor had ik niet echt de andere mogelijkheden onderzocht. Nu hier in de zon zou ik wel een nieuw programma in elkaar draaien dat voor ons beide geschikt was.

Uiteindelijk kwam ik met het volgende voorstel:
Eerst twee nachten in Sibu (een stad ik de jungle)
Met de boot naar Kapit (een dorp in de jungle, Iban longhouses)
Met de boot naar Belaga (stroomversnellingen, meer jungle en een stuwdam)
Met een 4WD naar Bintulu (nachtje slapen)
Met de bus naar Brunei (de verjaardag van de sultan)
Met de bus naar Kota Kinabalu
Met de bus naar Sepilok (orang oetang park)
Met de bus naar Sandakan (zeeschildpadden eilanden)
Met de bus naar Tawau
Met de 4WD naar Keningau
Met de trein naar Kota Kinabalu

Er zit hier nog wel wat lopen in maar niet echt veel en het hoofddoel in nu de veelbezochte plaatsen zoveel mogelijk ontwijken. Eindelijk was de boot daar en met een veel beter gevoel vertrokken we naar Sibu.
Het grootste gedeelte van de reis was saai. Rondom de boot was er een lege zee met het gebrul van de twee Mitsubishi diesels op de achtergrond. Bij landval werd het allemaal pas echt interessant. Groene jungle aan beide zijden van een brede bruine rivier, hier en daar platgeslagen voor een grote houtopslagplaats en/of houtzagerij. Al eeuwen was dit een groot hout export gebied.
Aan boord sprak ik nog even met een man van 77 jaar oud die veel interesse had voor mijn GPS. Hij was na zijn pensioen op reis gegaan en vertelde met veel pret in zijn ogen over de meisjes achter de ramen in Amsterdam en de grote casino’s van Las Vegas. Een hoog hinnikende lach verhoogde de pret. En toen dook vanuit het niets Sibu op. Een stad midden in de jungle, het leek opnieuw een heel vriendelijke stad.
Alles ging nu vanzelf en dat was fijn na die tegenslag. We kregen de laatste kamer in het “Li Hua Hotel”. Meer luxe dan gisteren voor de helft van de prijs ;). Douchen en eten! Ik had nu wel honger als een paard en een Chinese maaltijd zou er wel ingaan. Er waren overal Chinese karakters op de gevels te lezen dus dat zou wel goed komen. En inderdaad, het eerste café was meteen raak. Voor Tettje een nasi en voor mij een bami, aangevuld met gebakken gemengde groente, zoetzuur varkensvlees en citroenkip. Twee grote Tsingtao bier om alles weg te spoelen en het totaalbedrag was net RM 36. Een koopje.
Een lange wandeling in de koelte van de avond markeerde het einde van deze bewogen dag. We hadden de teleurstelling overwonnen en de nieuwe plannen waren gemaakt. De grote avondmarkt op een plein in de stad stelde mij in de gelegenheid om een nieuwe zonnebril te kopen. Hier zagen wij ook iets dat bijna onmogelijk was, hagelslag! Chocolade hagelslag, het werd gebruikt op een soort pannenkoek in combinatie met gemalen pinda’s en een beetje zoete mais. Net als vroeger thuis, een boterham met pindakaas en hagelslag of de onvergetelijke pindarotsjes van de Jamin. De spanningen waren nu weg en wij zouden samen gewoon een andere weg inslaan. Ik ga volgend jaar wel alleen terug om mijn plannen te verwezenlijken, en om eerlijk te zijn met veel plezier. Maleisië was al een favoriet maar nu ik in Sarawak ben geweest weet ik zeker dat ik wel vaker hier zal vertoeven. Een laatste bier in een chinees restaurant en we kunnen er gelukkig allebei om lachen. Ik hou van het onverwachte en Tettje is gestopt met roken.

vrijdag 6 juli 2007

Sarawak, het Bako NP

Kuching, 06/07/2007

De ochtend begon nu om 06:30 voor ons. We moesten nog wel wat wennen aan elkaar maar het gaat allemaal gemoedelijk en goed tussen ons. Ons plan was om de bus van 08:00 naar Bako te nemen en dan zo snel mogelijk in het park te komen.
Het ontbijt was niet super goed maar het smaakte ons toch redelijk en we konden op tijd richting het kleine lokale busstation. Eigenlijk niet meer dan een plein met een verzameling cafés en restaurants in het midden. Onderweg kreeg ik al de eerste krampen die langzaam overgingen in een drang. Het was al te laat om terug te gaan naar het hotel dus moest ik het onderweg maar in een openbaar toilet proberen. Tegen de tijd dat ik voor de deur van het openbaar toilet stond liep ik gewoon door, de man, die me om 20 sen, vroeg negerend omdat het nu echt nodig was. Een hele truc om je broek uit te krijgen zonder dat die kletsnat wordt in een openbaar toilet. De rest van de verkleedpartij zal ik jullie besparen.
We waren dus gelukkig net op tijd voor de bus en na enkele minuten reden we richting Bako. Vanuit de bus zagen we een ander Kuching. Brede mooie wegen tussen veel groen. Regeringsgebouwen in moderne architectuur en een schitterende Moskee, alles in het midden van niets. Er zal hier wel voldoende bouwgrond aanwezig zijn?
De bus was gevuld met lokale bevolking en twee toeristen, wij dus. Alles leek erop dat we de boot zouden moeten charteren voor ons twee. Jammer van het geld, maar het is niet anders. Bij het gebouw aangekomen waar de bootjes naar het park vandaan vertrekken reed de bus een grote parkeerplaats op die goed was gevuld met minibusjes en personenauto’s. Misschien hadden we dan toch geluk?
En ja, na de eerste nee van drie, volgens mij Franse, toeristen vroegen twee jongens achter ons of wij misschien met hun wilde delen. Dus dat was gemakkelijk. Het waren Craig en Theo. Een Schot uit Edinburgh en Hollander uit Eindhoven. Het was een aangename bootreis van ruim een half uur naar de ingang van het park. De kliffen en mangrovebossen zagen er indrukwekkend uit. Voor mij was onze reis nu echt begonnen. Bij de ingang spraken we af om elkaar om half drie weer in het restaurant te ontmoeten voor de terugreis.
Ik nam een kaart mee, niet meer dan een slechte fotokopie, en daar gingen we. Het was de eerste test. Ik bevoorraadde ons in restaurant met twee 2 flessen water (600 ml) en een blikje 100+ per persoon. We kozen voor de “Jalang Lintang”, een rondje van 5,25 km. Zelf had ik wel wat meer willen doen maar dan was er de kans dat we de afgesproken tijd niet zouden halen. Er waren nog wat zijpaden van een kilometer of twee die altijd nog konden lopen. Met frisse moed gingen we tegen de voorgestelde richting in het pad op.
Het was allemaal jungle en echt mooi, de paden waren goed aangegeven (als je uit de andere richting kwam) en na tien minuten waren we al verdwaald. Ik keek de GPS er nog eens op na en we hadden een afslag gemist. Dus het duurde niet lang of we waren alweer op het juiste pad en we begonnen aan een beklimming die ons naar 170 meter zou brengen.
Veel sneller dan ik had verwacht vroeg Tettje om vijf minuten rust. Tijdens onze gesprekken was de fitheid steeds gesprekstof geweest en Tettje meldde altijd dat hij goed fit was en goed kon lopen. Een mengsel van overschatting, de beklimming en een hoge temperatuur maakte dat het niet goed ging. Het ging steeds zwaarder en we moesten steeds vaker rustten. Tett dronk teveel en ik nam zijn heupzak over om wat gewicht bij hem weg te nemen. Met moeite kwamen we vooruit en om de tweehonderd meter moest er worden gerust. Het viel mij zwaar tegen mede omdat ik het nog niet eens voelde.
Net voor de top nam Tett een beslissing die hij zijn hele leven zal herinneren, “Ik stop nu met roken” schreeuwde hij. Ik moest er wel lachen, maar eigenlijk had ik medelijden met hem. Boven op de bergrug ging het wat gemakkelijker maar nog steeds niet van harte. De paaltjes met de afstand er op geschreven werden door Tett met grote opluchting gepasseerd. Het was nu aftellen tot de nul. De twee zijpaden die misschien zouden worden gelopen werden ook uit het programma geschrapt. Tett kon niet meer, hij had meerdere keren gezegd, “ga jij maar”. Ik wilde hem niet alleen laten. Hij had het echt zwaar en het was een verlossing voor hem toen we eindelijk het startpunt weer in zicht kregen.
Hij plofte neer in een stoel en ik haalde twee blikjes frisdrank voor hem. Het was ons allebei tegen gevallen maar om verschillende redenen. We stonden allebei voor een dilemma dat we toch moesten bespreken. Deze reis was opgebouwd uit wandelen en trekking in de bergen. Het was nu wel duidelijk dat dit voor Tett onmogelijk was. Om het alleen te gaan doen wilde ik ook niet. Het samen uit en samen thuis stond nog steeds hoog in het vaandel.
Craig en Theo arriveerden en wij zochten de boot weer op die ons terug zou brengen. In stilte en op blote voeten waden wij ons een weg door het warme water van de Zuid-Chinese zee. Tijdens de vijftien minuten die wij op de bus moesten wachten spraken we over de mogelijkheden van deze reis. Mijn twee hoofddoelen, Mt. Kinabalu en een trek ik het “Gulung Mulu NP”, waren nu niet mogelijk. Ik zou wel iets bedenken. Tett was zo moe dat zijn ogen in de warme schommelende bus dichtvielen.
s’Avonds dronken we een paar biertjes en het onderwerp van gesprek werd steeds weer de tegenvaller van die heuvel. Als Tett echt stopt met roken dan heb ik het er wel voor over om volgend jaar een tweede poging te ondernemen. Demonstratief gaf Tettje zijn zak shag met vloei aan de jongens die in het restaurant werkten. Bij de eerste proef zaten er twee heftig te hoesten en dat was wel even lachen. Ik bedacht om maar eens naar “Sibu” te gaan met de boot in plaats van de bus. Dat gaf mij voldoende tijd om een nieuw strijdplan te bedenken.
Morgen uitslapen en om een uur of tien naar de pier aan de buitenkant van Kuching.
Copyright/Disclaimer