donderdag 26 december 2013

Thailand: Hoe sterk is de eenzame motorrijder?

Chumphon (Suriwong Hotel (507)


Inclusief ontbijt! En dat is mooi meegenomen! Op het moment dat ik het restaurant betreed zie ik meteen dat het nog wat stroef gaat. Het is allemaal nieuw en het pas aangenomen personeel moet zelf ook nog wennen. Zo is bijvoorbeeld de looprichting van het ontbijtbuffet verkeerd, begint niet direct aan de deur maar je moet eerst een ronde door het restaurant maken, en de boter is van die kanariegele aangezoete Thaise rotzooi! Terwijl die kleine pakjes roomboter niet zo heel duur zijn.
Ze willen het wel leren en ik weet zeker dat het over een paar weken veel beter gaat. De gebakken rijst en rijstsoep laat ik maar voor wat het is. Best lekker maar niet op de nuchtere maag! Ik vul mijn bord met een paar dingen die ik wel lust en het is meer vullen met brandstof dan genieten van het werk van de kok. Ook die heeft nog veel te leren!
Wanneer ik buiten kom, om de bagage op mijn motor te bevestigen, slaat de angst me om het hart. Achter me kookt er al vroeg een flinke storm in de snelkoker. De lucht is loodgrijs met uitschieters naar het zwart. De receptioniste van de dagploeg komt naar buiten met 60 baht in haar hand met de mededeling dat ik gisteren teveel heb betaald. Het is 690 baht in plaats van 750 baht in de maand december! Met dank neem ik het geld aan en kijk in de richting waar ik straks heen ga. De lucht is duidelijk lichter dan achter me dus laat ik maar opschieten voordat de regen me inhaalt.

Een uur later is de lucht voor me stralend blauw terwijl achter me de donkere wolken nog steeds weinig goeds voorspellen. In een mooie baai maak ik wat foto’s. Bungalows vanaf 1.600 baht en geen een toerist op het strand, en dat op tweede kerstdag. Het is toch hoogseizoen? Water zo groen als erwtensoep van de algen maar dat is misschien maar tijdelijk.

Voorbij Surat Thani wordt het voor me nu ook donker en dat is tegen alle verwachtingen in! Na gisteren had ik echt verwacht dat de kans op regen nu wel nihil was. Een harde wind staat recht van voren en ik zing “de eenzame fietser” van Boudewijn de Groot uit volle borst. De wind jaagt donkere wolken in mijn richting en ik weet zeker dat het daar voor me regent. Voor een moment zakt de moed me in de nog droge schoenen.
De wind wakkert aan tot een frisse, zelfs gure, wind en ik moet mijn fleece aantrekken om een beetje comfortabel te rijden. Hier en daar een spetter op mijn gezicht maar tot echte regen komt het gelukkig nog steeds niet.
En dan wordt het weer zelfs weer beter! Het lijkt er op dat ik al het geluk van de wereld heb gehad dat ik niet in de grond ben geregend. Het wordt zelf nog beter! Een vijfentwintig kilometer voor Chumphon wordt de lucht weer blauw zoals ik het graag zie. De fleece kan weer uit en het laatste stukje is een makkie.

Bij het eerste hotel is het meteen raak. Het “Suriwong Hotel” biedt me precies wat ik voor die 320 baht (€ 7,05) verwacht. Het is niet al te luxe en een beetje lawaaierig maar ik weet zeker dat ik later op de avond zeker, al dan niet met oordoppen, zal slapen.

Op de avondmarkt doe ik me te goed aan Thaise gebakken rijstnoedels (Pad Thai) en een omelet met mosselen en andere zeevruchten, een complete maaltijd voor 60 baht zodat er ook nog wat geld overblijft voor een ijsje!
Nu nog wat aan mijn verhalen en foto’s werken en morgen hoop ik op een relatief gemakkelijke dag.

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi - Satun - Taiping - Malacca - Ipoh - Kota Bharu - Nahkon Si Thammarat - Chumphon - 3.818 + 449 = 4.267 Km

woensdag 25 december 2013

Thailand: Op kerstdag door een oorlogsgebied

Nahkon Si Thammarat (Md Grand (203)

Het was vandaag zeker niet de mooiste rit van mijn hele tour maar wel de vreemdste! Om zes uur sta ik op, vijf uur in Thailand, een vroeg begin. Ik schrijf binnen een uur het verhaal van gisteren, corrigeer het verhaal van eergisteren en pak mijn spullen, die nu beginnen te kleven en aan een goede wasbeurt toe zijn. Nog een week dan kan het inclusief de voorwas en lang weken weer in de wasmachine.
Beneden aangekomen ligt de andere zoon van de gepensioneerde leeraar engels al op het oude en versleten strandbed en leest de krant. Hij knikt en zonder een woord te zeggen staat hij op en verdwijnt in de keuken. Hij is zichtbaar niet zo blij dat ik hem stoor bij de voor hem belangrijkste bezigheid van de dag. De hangsloten gaan open en ik kan mijn motor bepakken. Tien overhalf zeven, Thaise tijd, verlaat ik voor de laatste keer de “Ideal Traveller’s House”. Ik weet het zeker dat ik hier nooit meer terug kom!
Ik kijk voor de laatste keer om en zie alleen de benen van de jongen. Wat hebben die toch een moeilijk leven! Zouden de lakens nog gewassen worden voordat de volgende gast komt? Ik denk het niet! Ik denk ook dat het niet nodig is want een snelle blik in het gastenboek, terwijl ik op de slome zoon stond te wachten, leerde me dat er in december slechts zes gasten hebben ingeboekt waarvan een zelfs twee nachten in deze dodenstad is gebleven. De conservatieve moslimpartij is hier zo sterk dat er zelfs geen bioscoop is!
Dus voordat we die conservatieve moslims, christenen, joden of splintergroeperingen enige macht geven moeten we daar maar eens goed over nadenken! Zoals een boycot door de gereformeerden van de koopzondag in Zaltbommel. Huis aan huis pamfletten die de leer van god komen brengen. Misselijk makend! Niet het beleven van een godsdienst, dat is voor iedereen een persoonlijke keuze, maar het opdringen van hun vreemde ideeën en levenswijzen.
In het uur dat ik nodig heb om aan de grens met Thailand te komen vormt er zich een plan in mijn hoofd om om te rijden en in Narathiwat ook bij het “Narathiwat Hotel” te gaan kijken. Een andere klassieker waar we in het begin vaker kwamen en waar ik warme herinneringen aan heb.
Aan de grens gaat het sneller dan verwacht. Maar ook is er een probleem! Ik loop ondoordacht naar binnen om een “arrival card” te halen en ik kan er niet meer uit. De automatische deuren gaan alleen vanaf de buitenkant open. Mijn motor met mijn hele hebben en houden erop staat aan de andere kant van het glas. Zonder een moment te twijfelen loop ik langs de lange rij Filipijnse moslims in witte gewaden en zoek een uitgang naar buiten. Niemand zegt een woord en opgelucht vul ik mijn arrival card op mijn rugzak in. Ook op de terugweg is er bij de immigratie of douane geen enkel probleem met de motor. Misschien moet ik de volgende keer ook maar eens in Laos en Cambodja gaan kijken!
En dan ben ik weer terug in Thailand! Bij de eerste de beste 7-11 eet ik twee tosti’s als ontbijt en ze smaken me beter dan de broodjes van de gouden bogen. Na vijf dagen ben ik ze alweer zat. Ik vul mijn fles met heet water voor de thee en ik ben klaar voor de volgende etappe. Mijn gps doet een beetje vreemd! Hij wil de route niet berekenen dus moet ik het eerste stuk op mijn gevoel rijden.
De eerste indrukken zijn vreemd! Overal soldaten tot op de tanden toe gewapend en een bevolking al dan niet moslim die zich onafgebroken door militaire check-points slalomt. Ze kijken me veelal verbaasd aan waarna er veel een duim opsteken als teken dat ze blij zijn dat ik er ben. Ze waarderen dat ik niet ben afgeschrikt door alle bommen en doden die er al zijn gevallen in de onzinnige strijd in het zuiden van Thailand.
Narathiwat, staat er op een van de borden en ik volg de richtingen zo goed als mogelijk en voel me nu toch ook wat ongemakkelijk door de vele politie en leger check-points. Prikkeldraad en M-16’s in de handen van in marineblauwe of camouflagepakken gestoken mannen. Starre gezichten die veranderen in een glimlach wanneer ze die vreemde Hollander op zijn motor voorbij zien komen.
Er woed hier een oorlog! Er zijn in de afgelopen jaren bijna tienduizend mensen omgekomen terwijl niemand echt weet waarom er een oorlog is. Het gaat om geld, macht òf om het geloof. Maar de meningen lopen uiteen. Na de vijftig kilometer van Sungai Kolok naar Narathiwat ben ik haast gewend aan de vele militairen. Ik probeer het maar te vergeten en kijk niet verder dan mijn neus lang is. Later zal het wel wat minder worden.

Het “Narathiwat Hotel” ligt er nog precies zo bij zoals ik het de laatste keer heb verlaten. De tijd heeft hier stilgestaan en ik sta enkele seconden naar de gevel te kijken terwijl de herinneringen weer boven komen. Twee halve witte broodjes werden er afgeleverd bij de plaatselijke supermarkt tien jaar geleden. Wij stonden dan te wachten om te voorkomen dat iemand ons voor was en wij enkele dagen zonder brood zaten. We telden de sneetjes  brood af alsof ze op de bon waren. En dat waren ze op een andere manier ook.
De oude Amerikaanse marinier die de kamer tegenover bewoonde. Elke middag kwam een motortaxi zijn boodschappen brengen en stilde zijn lusten. Tenminste, daar leek het op wanneer de motortaxi een half uur later weer de kamer van de marinier verliet.
De vriendelijke prostituees op de begane grond. Er is ons wel eens verteld dat dit bordeel al van voor de tweede oorlog functioneerde en dat de Japanse officieren hier kind aan huis waren in ruil voor speciale gunsten.
Levende geschiedenis! Gelukkig mag ik zonder problemen nog wat foto’s maken. Voor een paar momenten waar ik me weer ruim tien jaar terug in Narathiwat, samen met Kris. Instant noedels en brood met haring in tomatensaus. Dikke science-fiction boeken, vergezeld met en grote fles Heineken, op de smalle veranda aan de rivierkant. Ook de prijs is niet veel veranderd in al die jaren, voor € 4,50 kan je hier nog een nachtje slapen terwijl de meisjes een verdieping lager hun veelal Maleisische klanten verwennen.

Op weg naar Pattani worden de check-points steeds talrijker. Pattani schijnt het centrum van het verzet te zijn. Bij elk check-point hangen er grote posters met foto’s van de gezochte terroristen, en de prijs die op hun hoofdstaat. Toch zie ik dat het gewone leven rustig doorgaat en dat het de burgers op het eerste gezicht weinig raakt. Maar toch, door het gebrek aan toeristen lopen ze in de geplaagde gebieden veel geld mis. Het mag dan wel niet het mooiste gedeelte van Thailand zijn maar er waren veel toeristen die anders met de bus naar het zuiden zouden reizen. Nu nemen die reizigers het vliegtuig naar Penang en gaan vandaar met de bus verder. De hele toeristenindustrie in het zuiden van Thailand en het noorden van Maleisië is eigenlijk gegijzeld.

En dan gaat het een beetje anders dan ik had verwacht! Ik rijdt kilometer na kilometer over een rechte weg langs het strand. En dat schiet flink op! Mijn schema schuift als een harmonica in elkaar en ik besluit om maar gewoon door te rijden om te kijken wanneer ik er genoeg van heb. Wanneer ik een zijspan met pech zie twijfel ik geen moment en stop om te zien of ik ze kan helpen. De moslim man en vrouw, hij met een wit kanten hoedje en zij met een hoofddoek, weten eerst niet goed wat ze met me aan moeten.
In mijn zadeltas heb ik een sleepkabel die speciaal voor een motor is. Dat ding heb ik een paar jaar geleden van Kevin Wilshaw gekregen en ik sleep die kabel al drie jaar mee. Zelf heb ik de sleepkabel gelukkig nog nooit nodig gehad. Ik maak de haak aan de achterkant van mijn motor vast en geef het handvat aan de man.
Met gebaren, zonder een woord te zeggen, leg ik uit wat ik van hem en haar verwacht. Ze knikken beide als teken dat ze me hebben begrepen. Het moet een schitterend gezicht zijn geweest! Die blanke op de Honda Phantom voorop die twee moslims op een zijspan een paar kilometer naar het dorp sleept. Onderweg zien we alle hoofden naar ons omdraaien en goedkeurend knikken. Je bent toch op de wereld om elkaar te helpen niet waar?
Een paar kilometer later toetert de vrouw als teken dat ze er zijn. De man slingert het handvat aan de kant en terwijl ik afrem om de sleepkabel weer op te bergen komt de zijspan met het zwaaiende koppel voorbij.
‘Thank you, thank you!’, roepen ze in koor terwijl ze naar me zwaaien.

Op een plaats stopt de weg gewoon omdat de zee het asfalt heeft verzwolgen! De optelsom van lange rechte stukken en drukke snelwegen is dat ik veel meer kilometers maak dan gepland.

Nu ik toch ook door Songkla kom wil ik kijken of dat guesthouse waar ik jaren geleden heb geslapen nog bestaat. En ja hoor! Ik rij er zo naar toe en ze zijn het weer aan het opknappen zodat het weer jaren mee kan. Met de eigenaar maak ik een praatje en hij is blij verrast dat ik meer dan tien jaar geleden een gast van hem was. Het was tijdens de regentijd! Zelf herinner ik me de wandelingen rond het schiereiland en de pizza met koude flessen Chang die de pizza bezorger voor me meebracht zodat ik de deur niet uit hoefde in de regen.

Met het veerpont ga ik naar de overkont en vervolg mijn weg naar het noorden. Ik heb tijd genoeg om na te denken en ik voer hele gesprekken met mezelf, hardop onder het rijden. Wanneer ik dat in Nederland zou doen dan werd ik zeker opgesloten. Met een laatste blik op mijn horloge beslis ik om door te rijden naar Nahkon Si Thammarat. Het is een streng schema maar het zou moeten lukken.

Mijn stop bij een motorzaak, om de olie bij te vullen en de ketting te spannen, neemt meer tijd in beslag dan ik had verwacht. Daardoor kom ik tegen de schemer aan in het centrum van Nahkon Si Thammarat, en dan begint het ook nog te miezeren. De druppels belemmeren het zicht op mijn transparant zonnebril. Ik moet goed op het drukke verkeer letten en tegelijkertijd een hotel zien te lokaliseren. Ik kan maar geen hotel vinden en wanneer ik er eenmaal een heb gevonden loopt het niet zo lekker.
Bij het eerste hotel waar ik stop gaat het er een beetje vreemd aan toe. Ik mag de kamer pas zien wanneer ik de 600 baht betaal. Maar wat gebeurt er dan wanneer de kamer me niet bevalt?
Wanneer de receptioniste me niet in het engels kan helpen is het hotel plotseling: ‘FULL’.
Ik kijk haar verbaasd aan en zie een prima voorbeeld van het Thaise “lose face”. En dan zit er niets anders op dan maar weer terug te rijden naar de bungalows die ik eerder heb gezien. Een hotel, een klein stukje verderop heeft meer sterren dan ik kan òf wil betalen dus rijd ik zonder de prijs te vragen maar door.
Gelijk om de hoek zie ik een verlicht reclamebord in de onbegrijpelijke Thaise symbolen maar het email adres bevat hotel. Meteen links af en na honderd meter sta ik voor een nieuw hotel. Het ruikt ook nog nieuw en het personeel voelde zichzelf ook nog wat onwennig. De prijs is een promotie wegens de opening. Voor die 750 baht (€ 16,75) wil ik het wel proberen!

Als de deur van mijn hotelkamer openzwaait weet ik het al! Baden in luxe na de nacht in het hol! Wanneer ik de twee bij elkaar optel kom ik op gemiddeld € 11,75 per nacht, en voor die prijs wil ik me wel een avond en een nachtje baden in luxe en gebruik maken van het snelle internet!

Het eten om de hoek, bij een straatrestaurant, ziet er prima uit en er zit voldoende klandizie om te weten dat het eten ook goed is. Een kip massaman en een gebakken visje in een pittige zoetzure saus is mijn kerstmaal. Met water! Ik heb geen trek in bier want dan voel ik me alleen maar eenzamer. Nog maar veertien dagen en dan kan ik eindelijk mijn vrouw weer in mijn armen sluiten.

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi - Satun - Taiping - Malacca - Ipoh - Kota Bharu - Nahkon Si Thammarat - 3.313 + 505 = 3.818 Km

dinsdag 24 december 2013

Maleisië: Schaken met de regen

Kota Bharu (Ideal Traveller’s House (4)

Ik drink niet + ik ga vroeg onder de dekens = wakker worden voordat de wekker afgaat!

Zo dus ook vandaag. Ik hoop niet dat de afgelopen nacht een voorbode was voor wat me vandaag te wachten staat. Om een uur of drie teisterden zeer zware buien Ipoh. Het regende zo hard dat het geluid van het vallende water op de straat me op de tweede verdieping van het hotel wakker maakte.

Om iets voor zeven kijk ik voorzichtig, tussen de gordijnen door uit het raam, richting de bergen en wat ik zie stelt me gerust. Een dunne lijn helder blauwe lucht tussen de bergen en de wolken. De alternatieve route om de bergen heen, die ik gisteren nog even snel heb gemaakt, blijkt dus niet nodig. Ik ga voor de tweede keer over de nieuwe weg naar de Cameron highlands.
Na een snelle tussenstop bij de Drive-Thru van de gouden bogen sla ik de bekende weg richting de beklimming op. Toch is er een grote verandering bij deze beklimming! Ik heb het vorige week allemaal al een keer gezien en ondanks dat het mooi blijft stop alleen voor een broodje en slok warme thee. Dat laatste heb ik zeker nodig omdat het opnieuw erg fris is boven aan de top.

Een foto van de vorige beklimming omdat de camera deze keer in de zadeltas is gebleven.  Het lijkt als voor de tweede keer dezelfde film zien. Je weet wat er gaat komen maar het is toch interessant want je ziet nu dingen die je eerste keer over het hoofd hebt gezien.

De afdaling aan de andere kant, richting Gua Musang, is zeker net zo mooi. Het is nog vroeg en er is haast geen verkeer. De wolken worden door de oost moesson tegen de bergen op geduwd en hullen de pieken in mist. Een steeds veranderend en bewegend schouwspel. Motorrijden op zijn mooist.

Het landschap varieert steeds en na het wonderschone berglandschap komt het onvermijdelijke agrarische landschap van de oliepalmen en rubberbomen. Eindeloos en haast ononderbroken slingeren de mooie en bijna altijd goede wegen zich een weg over heuvels en door dalen.

De route is wat langer geworden dan gepland, daarom vindt ik ook de tijd om onderweg een lunch te eten. De Mee Goreng is altijd een winnaar onderweg. Hij mag dan wel verschijnen in een miljoen verschillende recepten maar ik heb nog nooit meegemaakt dat ik een bord dampende gebakken noedels heb laten staan.

En dan begint het schaakspel met de regen! In de verte wordt het donker en de lucht is haast zwart. Regen! Bij de eerste afslag richting het noorden, de zonnige kant op, verlaat ik de oorspronkelijke route. Ik ga dus niet bewust de regen tegemoet rijden en probeer het vallende water zo goed als mogelijk te ontwijken. En op het eerste gezicht lukt me dat ook. Maar niet voor lang. Na een kwartier zoek ik beschutting onder het afdak van een schuur in aanbouw.
De schuur is het speelterrein van een jongen die stil achter een tafel naar de regen zit te kijken. De jongen die er zit blijkt geestelijk minder begaafd, waarschijnlijk een gevolg van de inteelt wat bij deze zeer geïsoleerde gemeenschappen vaker voorkomt. Hij zit stil op een stoel en volgt al mijn bewegingen terwijl ik mijn bagage van een plastic bescherming tegen de regen voorzie. Maar wanneer ik op het muurtje naast mijn motor ga zitten en mijn iPhone tevoorschijn haal staat hij op en kijkt over mijn schouder mee naar mijn Facebook account. Hij maakt nu ook zelfs onherkenbare geluiden, hij kraait als een baby wanneer de plaatjes steeds veranderen. Zodra het weer droog is vertrek ik in de richting van de blauwe lucht en laat de jongen weer achter in zijn kleine wereld. Tenslotte leiden alle wegen naar Rome.
Maar mijn vlucht heeft geen succes, de regen zet me schaakmat! De zwartgrijze regenwolken sluiten me in en ik kan uiteindelijk geen kant meer op. Ik weiger om me erbij neer te leggen en rij langer door dan ik had moeten doen. Met een natte broek rijdt ik de eerste schuilplaats binnen die groot genoeg is voor mij en mijn motor.

De imam van de moskee hoort het geluid van mijn motor en komt polshoogte nemen. Hij schrikt zienderogen bij de verschijning van een ongelovige. Hoewel ik in Kelantan ben, de meest strenge islamitische staat van de Maleisische Federatie, zegt hij niets nadat ik hem heb begroet met het “As-Salaam Alaykum”. Ik zie twijfel in zijn ogen maar uiteindelijk mag ik blijven staan en hij verdwijnt zonder een woord te zeggen weer in de moskee.
Nog een half uur rijden en ik ben weer in Kota Bharu. De eerste stad die ik heel lang geleden in Maleisië bezocht. Mijn reis begint op een bedevaart te lijken waarbij ik steeds naar plaatsen probeer te reizen waar ik in een ver verleden heb geslapen. Op budget op reis door Thailand en Maleisië.

De “Ideal Traveller’s House” is nog steeds zoals ik het me herinnerde. Alleen de ijzeren hand van de moeder regeert hier niet meer omdat de vrouw twee jaar geleden is overleden en de zoon nog net zo lui is als ik me hem van meer dan tien jaar geleden herinner. Chinezen in Kelantan hebben het niet gemakkelijk! Maar dan kan je toch wel wat meer proberen dan teren op je ouders?
Op weg naar mijn kamer moet ik verschillende kattendrollen ontwijken en de stank is haast niet te harden. Maar het is te laat om mijn besluit terug te draaien. Ik wil ook hier nog een keer slapen voordat dit backpackers monument uit een ver verleden voor altijd naar de geschiedenisboeken wordt verwezen.
De zoon beseft nu ook dat het eigenlijk niet zo kan en in een ultieme poging om de trap nog een keer af en op te lopen voor de sleutel van een andere kamer. Wanneer hij weer zuchtend en puffend boven komt krijg ik een andere kamer toegewezen. Kamer 4, de kamer waar ik ook tijdens mijn laatste bezoek heb geslapen.
De lakens zijn waarschijnlijk sinds mijn laatste bezoek niet meer gewassen en een dozijn muggen vliegt geduldig rond om op het volgende slachtoffer te wachten. Dengue is een gevaarlijke virus dat door de muggen, net als malaria en hersenvlies ontsteking, wordt overgedragen. Het is nu zo’n probleem dat er dit jaar alleen al in Maleisië 98 mensen aan zijn overleden, en dat tegen 2 aan AIDS. Verontrustende cijfers! Eerst maar eens een handjevol van die zoemers doodslaan!

Ik loop snel nog even de stad in om tot de ontdekking te komen dat deze ook heel erg veranderd is. Enkele plaatsen en winkels herken ik nog maar de rest is allemaal nieuw. Vooruitgang is een lelijke gedaante.

Op de “Pasar Malam” eet ik nog een noedelsoep en besluit om maar terug naar de kamer te gaan. Ik heb geen zin om in mijn eentje te gaan zitten drinken. Dan wordt ik alleen maar eenzamer en mis Lyka nog meer.

“Ik zit op deze kerstavond alleen op mijn kamer en luister naar de moskee die de gelovigen oproept tot het gebed. Multicultureel in een stad waar het zeer moeilijk is om een koud biertje te vinden”

Zelfs de reclame voor bier is hier bij de wet verboden. Je zal overal persoonlijk moeten gaan vragen of ze een koud biertje verkopen! En wanneer je daar genoeg van hebt is hun doel bereikt. Het is maar voor een nachtje! We overleven deze uitzonderlijke ervaring wel.

Pattaya - Bang Tabun Ok - Ban Khut - Ranong - Krabi - Satun - Taiping - Malacca - Ipoh - Kota Bharu 2.899 + 414 = 3.313 Km

Copyright/Disclaimer