vrijdag 28 mei 2010

Taiwan, regen!

Tainan (Good Ground Hotel)

Ik moet eerst beginnen met het vermelden hoe vriendelijk de mensen in het “Good Ground Hotel” zijn. Het is er niet echt druk maar ze lopen de zolen van hun schoenen om het ons naar onze zin te maken. de klant is hier nog duidelijk koning.
Het ontbijt is Chinees en er wordt ook nog wat geregeld zodat die twee witneuzen ook wat kunnen eten. Na het ontbijt regende nog steeds en ik ging naar boven om wat aan de kabel te internetten en Tettje bleef beneden op het draadloze gebeuren. We wisten dat we dit weer konden verwachten rond deze tijd in Taiwan. Achteraf is het toch nog wel allemaal meegevallen en een ochtend of middag regen geeft je wat tijd om uit te rusten en mijn foto’s en verhalen bij te werken.
Dat neemt niet weg dat we toch wel weer blij zijn als het droog wordt en wij weer op pad kunnen gaan. Met de laatste druppels die nog uit de hemel vielen gingen we op de “Confusius Temple” af die maar net om de hoek van het hotel ligt. De oplettende bezoeker weet dat “Confusius” voor soberheid staat en deze tempel was natuurlijk ook in die stijl ingericht. Aan beide zijden de namen van zijn beste leerlingen enz. enz.
Het aantal tempels dat we op deze reis bezocht hebben ligt ver boven het gemiddelde van de andere reizen en ook wij doen erg onze best om de aandacht voor de tempels hoog te houden. Het zou té gemakkelijk zijn om de tempels verder maar links te laten liggen en je interesse op andere gebieden te richten.
Over de meeste tempels kan ik ook maar weinig vertellen, ik zou de droge feiten kunnen opsommen maar ik verkies dat jullie zelf maar gaan Googelen om meer te weten te komen over de plaatsen die we hebben gezocht.
‘Één foto zegt meer dan duizend woorden!’






Na het bezoek gingen we een steeg in waar we eigenlijk niet konden vinden waar het bruine bord naar verwees. Ik vond wel een mooi bord gebakken noedels!

Ondertussen was het ook weer begonnen lichtjes te regenen en ik voelde me zwakker en zwakker worden. Nee, ik ben niet in orde! De lucht werd egaal grijs en duidde op meer regen. We slenterden terug naar het hotel en ik kroop in bed. Twee Nerofen, een wollen T-shirt en een fleece. Welterusten om half twee in de middag.
Na een uurtje of drie kwam Tettje polshoogte nemen en ik was weer een beetje opgeknapt. Ik hoefde me niet te dwingen om te eten want ik had weer trek als een paard. Er werd wel wat minder bier genuttigd en ik ging weer vroeg tussen de lakens. Twee Nerofen en de oordoppen in.

Ik hoop dat ik over een paar dagen weer de oude ben.

donderdag 27 mei 2010

Taiwan, Griep?

Tainan (Good Ground Hotel)

Dus vandaag moesten we dan echt Kaohsiung verlaten. Het deed ons wel een beetje pijn! We hadden hier leuke mensen ontmoet en nieuwe vrienden gemaakt. We waren in totaal dus zeven nachten in Kaohsiung geweest en het San Duo Hotel stond nu op de lijst van goede hotels in ZO-Azië.
Om zoveel mogelijk van het krediet op de KRTC kaart te gebruiken gingen we met de ondergrondse naar het station R16, Zuoying Station, een knooppunt van vervoer in het noorden van Kaohsiung. Wegens onze passie voor treinen, en voldoende tijd, kozen we ervoor om met de Taiwan High Speed Rail te reizen. De rit in de hogesnelheidstrein naar Tainan zou slechts veertien minuten duren en ons elf kilometer van het centrum brengen. Dat waren maar bijzaken want wij wilden het verschil met de "Shinkansen" treinen van Japan wel eens met eigen ogen zien.

Er was eigenlijk maar weinig verschil! De treinen zijn van de 700 serie en dezelfde als in Japan rijden, het enige verschil was de snelheid. Die kwam niet hoger dan 183 kilometer per uur. Maar dat is toch nog aanzienlijk vergeleken met het mislukte “hoge snelheidstrein” project in Nederland. Een gratis shuttlebus bracht ons naar het centrum van de stad.
‘Gratis?’
‘Waar heb ik dat voor de laatste keer in Nederland meegemaakt?’
Op het plein voor het treinstation van Tainan werden we in de verzengende hitte van het Taiwanese voorjaar gedropt. De weg naar het hotel was snel gevonden alleen het lokaliseren van het hotel was wat moeilijker. De kaart was niet echt gedetailleerd genoeg en de straatnamen kwamen niet overeen. Bij een reisbureau werden we op het juiste pad gezet en op elke straathoek vroeg ik gewoon opnieuw de weg. Stapje voor stapje kwamen we dichterbij totdat we uiteindelijk het “Good Ground Hotel” hadden gevonden. Een twin room in Japanse stijl! M.a.w., slapen op matrassen die op de grond liggen. Het maakte ons niets uit want dat hadden we vorig jaar in Japan ook al gedaan.

Tettje dook achter de computer en ik ging op weg om wat te gaan eten. De kip met groenten smaakte me prima, alleen de hitte van de stad gaf problemen. Ik weet niet waar het vandaan is gekomen maar ik voel me niet lekker. Ik voel me een beetje grieperig. Misschien heeft het ermee te maken dat ik met de Metformine ben gestopt maar na zes jaar diarree heb ik er even genoeg van. Misschien ga ik later wel een kleinere dosis gebruiken. Mijn bloedsuikerspiegel veranderd in ieder geval niet en dat is een goed teken.
Na een korte rustpauze met mijn ogen dicht gingen we nog op pad om te eten. We zitten midden in het centrum en dat zou dus geen problemen moeten geven. En toch was het moeilijker dan we hadden gedacht. Na lang zoeken vielen we uiteindelijk maar neer op een terras niet ver van ons hotel en ik bestelde wat schalen voedsel. Het smaakte ons prima maar de prijs lag vijftig procent hoger dan we tot nu toe gewend waren.
Koortsig en met buikkrampen zocht ik om tien uur mijn bedje op. Laten we maar hopen dat ik weer snel hersteld ben.

woensdag 26 mei 2010

Taiwan, een misverstand!

Kaohsiung (San Duo Hotel)

Te weinig of slechte communicatie kan tot onaangename verrassingen leiden!
‘We zien wel!’
‘Daar moeten we nog even over praten!’
‘Misschien kom ik nog terug!’
En meer van die zweverige en nietszeggende opmerkingen. En nu waren wij na ruim twee weken ook aangeland bij dit punt. Slecht overleg en het niet duidelijk uitkomen op een “Ja” of “Nee”.
Er waren twee opties voor vandaag! Er was natuurlijk nog de tocht naar het “Litttle Liuchiu Island” maar ik had ook gelezen over een park met veel interessante tentoonstellingen over de oorspronkelijke bevolking van Taiwan. We hadden geprobeerd te overleggen en in mijn beleving was het eiland als bestemming gekozen. Het eerste deel van de reis per trein naar “Pindong (Pintung)” was hetzelfde. Daarna moesten we overstappen en ik kocht twee kaartjes voor de bus naar “Donggang”. Na een uur in de bus waren we op de plaats van bestemming en gingen we op zoek naar de aanlegsteiger van de veerboot. Ik had geen kaart van de stad en ook de GPS gaf maar een enkele straat aan. De meeste veerboten starten op het water dus waren we op zoek naar het water dat in het westen moest liggen.
Totdat Tettje met de vraag kwam, ‘Hoe ver is het naar het park?’.
‘Eh, hoe bedoel je?’
‘We gaan naar het eiland!’
‘Ik dacht dat je naar het eiland wilde!’, vervolgde ik.
‘Nee, ik dacht dat we naar het park gingen!’, antwoordde Tettje op zijn beurt.
Een misverstand voortgekomen uit slechte communicatie.
Ik schudde met mijn hoofd en we draaiden meteen om en versnelden onze pas. Als we geluk hadden dan konden we weer met dezelfde bus mee terug naar Pindong. En dat geluk was gelukkig aan onze kant. De bus kwam ons al tegemoet toen we op ongeveer een honderd meter van het kleine busstation waren. Ik zwaaide met mijn armen om de buschauffeur te signaleren dat we mee terug wilden. Het gepaste geld viel in de doorzichtige perspex bak en wij waren op weg naar het “Indigenous People’s Cultural Park” in “Sandimen”.
Er was wel een vertraging van meer dan Tweeëneenhalf uur in onze planning gekomen. In stilte lieten we het landschap aan ons voorbij schieten.
‘Dit moesten we in de toekomst zien te voorkomen,’ daar waren we het over eens.
Bij aankomst aan de rand van de bebouwde kom van Sandimen zag ik plotseling een bruin bord, dat op veel plaatsen in de wereld gebruikt wordt om een toeristische attractie aan te geven, boven de weg met een tekst die op onze bestemming leek. Zonder na te denken of het wel een slimme beslissing was drukte ik op de rode knop boven mijn hoofd en de bus kwam piepend en zuchtend net voor de kruising tot een plotselinge stilstand.
‘Sje sje’, riepen we in koor en verlieten de bus.
Ook deze plaats was weer een grijze vlek op de gratis kaart van mijn GPS. De tekst was niet honderd procent hetzelfde maar ik kon me niet voorstellen dat er twee van die parken in een dorp met tweeduizend inwoners waren. We stapten dus in de richting van de pijl en begonnen weer voorzichtig te praten. We voelden ons allebei schuldig aan dit misverstand en we wisten ook dat dit ons in de toekomst niet meer zou overkomen.

Het was al bijna één uur in de middag toen we aan de kassa van het “Indigenous People’s Cultural Park” stonden. Het was enorm warm en het zweet gutste uit mijn poriën. We waren weer in de bergen aanbeland en het meeste van de wandeling was bergopwaarts geweest. Natuurlijk bezochten we eerst het museum dat meteen achter de kassa ligt. Opnieuw viel de enorme leegte op. De parkeerplaats was eng leeg. En ook het personeel gaf ons de indruk dat er vandaag nog niet veel bezoekers waren geweest.

Nadat we een berg verboden foto’s in het museum hadden geschoten, en weer waren afgekoeld, gingen we met een open bus naar het uiteinde van het park. En dat was lachen! Aan het einde van de weg begon onze tocht langs de verschillende stammen van Taiwan. Het park ligt in een mooie bergachtige omgeving en ook de meeste gemeenschappen van stammen bloeiden op in de bergen. Dus liggen de nagebouwde en verplaatste huisjes uit een nog niet zo ver verleden op berghellingen. Met deze temperaturen daalden we eerst af om te aanschouwen wat we niet of moeilijk konden begrijpen. De meeste borden waren in het Chinees. Nog voordat we aan de klim omhoog begonnen rustten we wat uit bij een huis waar vroeger het stamhoofd en zijn gezin woonde.

Na een vermoeiende tocht bergopwaarts, met twee korte ruststops, kwamen we weer bij de weg aan en keken omhoog naar het tweede dorp dat we konden bezoeken. Maar zover kwam het niet. We hadden genoeg gezien en we wilden onderweg nog ergens stoppen waar het wat vlakker was. De fraaie bus arriveerde en wij waren de enige passagiers op weg naar de volgende stop. Bij een groot, en leeg, restaurant werden we gedropt.
Dat was niet wat we zochten en we liepen meteen verder totdat een groot reclamebord mijn aandacht trok.
‘Show om 15:00 uur’, stond er in grote letters.
Ik vroeg het nog even, aan een bewaker in een smetteloos uniform, voor de zekerheid of het wel doorging en mijn vraag werd bevestigend beantwoord. De twintig minuten wachten in de donkere koele hal waren zeer aangenaam na de klim. Met nog vijf andere bezoekers begon er een show met muziek en dans uitgevoerd in klederdracht. Erg indrukwekkend en mooi!

Op mijn “Picasa pagina” staan nog meer foto’s.

Het was al bijna half vijf toen we het park verlieten en op zoek gingen naar de bus die ons terug naar “Pintung” zou brengen. En dan zijn we meteen weer bij een ander probleem aanbeland. De Chinese karakters zijn hetzelfde maar worden anders uitgesproken in het Mandarijn en Kantonees. Maar de vertaling van de Chinese klanken naar het westers alfabet kan verschillen op veel plaatsen. Zo kan een stad of een dorp wel op vier of vijf verschillende manieren gespeld worden, en dat maakt het niet gemakkelijker.
Gelukkig vonden bij de eerste hoofdweg een bord van de busmaatschappij en het leek er op dat de bus daar zou stoppen. Alleen de lokale bevolking bij een marktkraam aan de overkant van de weg was het er niet mee eens.
Bij het woord, ‘Pintung’ of ‘Pindong’ wezen ze steeds in alle windrichtingen.
Vanuit een ooghoek zag ik iets dat op onze bus leek in de verte aankomen en zonder te bedanken renden wij in de richting van de bus. Wij waren bang dat er misschien nog een afslag lag tussen ons en de bus. Gelukkig was dit niet het geval en de chauffeur was coulant genoeg om op een plaats te stoppen waar dat waarschijnlijk niet mocht. Vermoeid en bezweet vielen we achter in de bus op twee banken. Onze missie voor vandaag was geslaagd en we hadden mooie foto’s mee genomen. Onze dag was een succes geweest!
Het was onze laatste avond in Kaohsiung en afscheid nemen doet pijn. We namen afscheid van de 7-11 meisjes waar we elke avond een biertje hadden gedronken en natuurlijk namen we ook afscheid van de meisjes in ons favoriete restaurant achter het Sanduo Hotel. Als verrassing konden we nog wat doen waar ik van te voren op had gezworen! Het proberen van “Stinky Tofu”! En dat hebben we geweten! Het ziet er uit als gewone Tofu maar ruikt als een emmer rioolslib. De smaak is niet echt smerig totdat die geur je neus bereikt en je hard moet vechten om het binnen te houden. Ik zal het zelf niet bestellen maar ik kan wel zeggen dat ik het geprobeerd heb! Na vele biertjes en veel toasten op een goede reis gingen we op huis aan. Welterusten Kaohsiung, morgen op pad naar “Tainan”.
Copyright/Disclaimer