vrijdag 17 september 2004

Spanje, Terminal

Amsterdam, 17/09/2004

Ik had tijdens mijn treinreis ongeveer zes en een half uur de tijd om mijn mislukking te analyseren.
“Waar was het misgegaan?”
“Was ik wel goed voorbereid?”
“Had ik mij wel genoeg verdiept in de tocht?”
“Was ik wel getraind genoeg voor de tocht?”
“Hadden mijn depressies parten gespeeld?”
“Was ik geestelijk wel fit geweest?”
“Was ik wel op het juiste moment gegaan?”
En nog een half dozijn onduidelijke vragen.
Ik kwam er dus niet uit.
Ruim zes en een half uur later reed de trein het “Barcelona Sains Station” binnen en ik had nog steeds niet de antwoorden gevonden waarna ik op zoek was. Moe, heel erg moe slenterde ik de ontvangsthal binnen voor de volgende fase in dit drama. Ik moest op zoek naar een slaapplaats. Er was een informatiebalie waar ik probeerde een redelijk hotel te vinden. Vol, vol en nog eens vol waren de antwoorden die de vriendelijke dame mij gaf.
“Waarom probeert U het stationhotel niet?”, stelde ze voor.
“Die hebben kamers vanaf € 65,-, de lift is daar om de hoek“, en ze wees richting een korte gang.
“Waarom ook niet?”, dacht ik bij mijzelf.
De korte rit in de lift bracht mij op een verdieping waar het er druk was, het bleek bij navraag de verkeerde verdieping te zijn.
“Één hoger”, antwoordde de man.
Nog één verdieping hoger dan maar en daar stond ik in een lobby die mij meteen verraadde dat dit geen hotel van € 65,- was. Ik zag nergens een prijslijst dus schraapte ik al mijn moed bij elkaar en vroeg aan de receptie of er nog kamers vrij waren.
“Jazeker, wij hebben nog enkele kamers vrij”, antwoordde de man achter de receptie terwijl hij mij vanachter een John Lennon brilletje van top tot teen inspecteerde.
Waarschijnlijk kon hij mij ook ruiken en rugzakken zouden hier zeker een zeldzame verschijning zijn.
Wij hebben nog enkele DeLuxe kamers voor € 145,- per nacht”, zei hij terwijl hij opnieuw opkeek van zijn beeldscherm.
Daar schrok ik van, ik was natuurlijk andere prijzen gewend in Azië.
“Ik zal er even over nadenken”, antwoordde ik en ging op zoek naar wat eten.
De gouden bogen van McDonalds zagen er erg aantrekkelijk uit en tijdens het nuttigen van mijn “Big Mac menu” besloot ik om het toch maar te doen. Ik was vies en moe, een heerlijk warm bad en een zacht bed was onweerstaanbaar. Ik gooide mijn zak weer op mijn rug en sleepte nu mijn oververmoeide lichaam opnieuw naar de hotellobby.
“Sorry, maar we zijn vol”, was nu het antwoord van de receptiemedewerker.
“Ik heb de laatste kamer net verhuurd, maar er zijn enkele andere goede hotels in de buurt.”
“Ze zijn wel wat duurder en U moet een taxi nemen om er te geraken, maar zij hebben zeker nog plaats”, stelde hij mij gerust.
Daar stond ik dan! Ik hoorde in mijn gedachten mijzelf een honderd keer advies geven aan anderen, “In het geval van een bed twijfel nooit maar sla meteen toe, voordat je het weet slaap je op straat.”
En nu zat ik zelf in dat schuitje.
“Wat nu?”
Uiteindelijk besloot ik om maar de trein naar de luchthaven te nemen en daar te overnachten. Gewoon met je hoofd op de rugzak en zo wachten tot zeven uur ’s avonds mijn vlucht naar Amsterdam zou vertrekken.
En zo gezegd, zo gedaan. Er heerste een drukte van jewelste op de perrons en ik kon met moeite op tijd de trein betreden. Eenmaal binnen slaakte ik een zucht van verlichting. Ik was aan het laatste hoofdstuk van deze dramatische reis begonnen.
Echter de grootste tegenslag moest nog komen!
Eenmaal op de luchthaven zocht ik naar redelijke plaatsen om te slapen. Een doodlopende gang met niet teveel licht zou het wel doen. Ik kon er helaas geen één vinden en de tweede optie was een rij stoelen midden in de goed verlichte vertrekhal.
Net voordat de winkels zouden sluiten werd het tijd om wat eten en drinken in te slaan voor de nacht. En hier kreeg ik de schrik van mijn leven. Ik was mijn kleine portemonnai kwijt en mijn zak was open. Ik was gerold! Waar? Wanneer? Wat nu? De stoot adrenaline ontwaakte mijn lichaam en mijn hersenen gingen in overdrive. Mijn gedachten werden nu automatisch gevormd in de stand “overleven”.
“Eerst bellen en blokkeren”, schoot mij meteen te binnen.
Ik belde mijn broer in Nederland en hij zorgde ervoor dat mijn Creditcard werd geblokkeerd.
“Aangifte doen”, was de tweede gedachte.
De politiepost was nog open en een half uur later stond ik weer buiten met een Proces Verbaal in de hand.
Nou, daar zat ik dan met mijn problemen die waren voortgekomen uit valse zuinigheid. Dit zou mij nooit meer overkomen, nam ik me voor.
Ondertussen waren de winkels dicht en de vierentwintig Euro die nog in mijn notitieboekje zaten waren nutteloos. Ik had honger en dorst en geld maar alles was waardeloos. Totdat ik nog een koffietent zag waar ze aan het schoonmaken waren. Gelukkig kon ik de vriendelijke dikke Spaanse dame er van overtuigen dat ik een slachtoffer was geweest en zij gaf mij twee flesjes water en twee “Muffins”. Ik gaf haar tien Euro want ik was al blij genoeg dat ik nog wat te eten en te drinken had. De overgebleven veertien Euro zou voldoende moeten zijn om morgen de dag door te komen.
Ik heb niet veel geslapen maar alle hazenslaapjes bij elkaar hadden toch de grootste vermoeidheid bij me weggenomen. Wachten en rondlopen, wat eten en drinken en eindelijk kon ik naar het vliegtuig. Ik kan onmogelijk alle gedachten die ik heb gehad opschrijven, maar één ding was zeker. Ik had weer veel geleerd en die kennis had me een stuk wijzer en kennis rijker gemaakt.
Schiphol kwam als een verlossing en ik was blij dat mijn goede vriend William me kwam ophalen. Hij was ook heel nieuwsgierig wat er allemaal was gebeurd. Met een biertje in de hand hebben we er samen in een bar op Schiphol hartelijk om gelachen. Deze reis was nu voorbij maar wat er was gebeurd zal me nog lang bezig houden.

donderdag 16 september 2004

Spanje, De grote beslissing

Pamplona, 16/09/2004

Dromen en draaien. Wikken en wegen. En af en toe door de schemer in de niet uitnodigende diepte kijken. Tientallen snurkers, een onderbuurman die ook niet kon slapen en de hele nacht lag te draaien. Ik wist het gewoonweg niet meer, ik voelde me eenzaam en verloren in de grote kudde.
Het licht ging om half zes aan en de slaapzaal kwam tot leven als een brandweerkazerne. Rennende schreeuwende mensen om als eerste onder de douche te staan en/of één van de waterketels te bemachtigen voor een kop thee of koffie. Binnen vijf minuten was iedereen bezig met pakken, eten of een andere voorbereiding voor de dag die ons te wachten stond. Mensen verdwenen in horden naar beneden in de kelder, het leek wel de trappen van een metrostation in de ochtend.
Ik kreeg het maar niet op zijn plaats gezet en bekeek vanaf mijn bed het Breugeliaanse schouwspel. Rust! Nadat ik een dit schouwspel een uurtje had aanschouwd was mijn beslissing gemaakt. Ik zou proberen te starten en dan maar kijken waar het zou eindigen. Ik had al twee dagen niet gedouchte en een snelle blik in de gemeenschappelijke ruimte, die nu bijna verlaten was, was voldoende om te besluiten dat het de derde dag ook nog wel kon. Met lood in de schoenen stapte ik naar buiten terwijl ik een droge boterham die ik van gisteren had overgehouden naar binnen werkte. De regen daalde neer over een donker groen en grijs berglandschap. Overal liepen mensen die supergemotiveerd aan de tocht begonnen.
Deze aanblik was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik schoot in een depressie en maakte onmiddellijk een einde aan mijn “Camino”. Ik was niet eens gestart! Het kon mij ook geen moer meer schelen, ik zou wel gaan proberen om met de bus in “Santiago de Compostela” te geraken.
De buschauffeur keek mij vreemd aan toen ik weer in de bus stapte en een plaatsje achterin aan het raam zocht. Hij was het misschien niet gewend dat er mensen niet starten. Het duurde wel dertig minuten voordat de bus in beweging kwam en ik was ondertussen ook niet meer de enige passagier. Ongeveer tien mensen, het meeste lokale bevolking, zat zwijgend in de bus naar buiten de kijken. Een man die op de bank zat aan de andere kant van het gangpad begon in het Spaans tegen mij te praten. Het duurde niet lang of we waren overgeschakeld naar het Engels. De vriendelijke Amerikaan was ook teleurgesteld in wat hem was overkomen gisteren en vandaag. Hij was op ontdekkingstocht in het land van zijn moedertaal en geloof. Ik was dus niet de enige die teleurgesteld was.
Wat nog het meest cruciale tijdens de busreis was de beslissing om maar alles af te blazen. Ik had er genoeg van en wilde naar huis. In Nederland zou ik dan wel weer zien wat er verder zou gebeuren. In de trein was er nog plaats en ik vond een internetaansluiting en het omboeken van mijn ticket was zo gebeurd. Het kostte me wel € 250,- extra maar dat kon me niets meer schelen. Ik wilde gewoon naar huis, hergroeperen en een andere bestemming zoeken. De gedachten over wat me was overkomen gierden door mijn hoofd, het was echt niet leuk geweest.
Om 12:33 vertrok de trein uit Pamplona naar Barcelona. Het was bijna voorbij en ik kon mij weer op de toekomst richten.

woensdag 15 september 2004

Spanje, De valse start in Roncesvalles

Roncesvalles, 15/09/2004

Die twee uurtjes slaap hebben me goed gedaan. Ik heb nog drie uur voordat de bus naar Roncesvalles vertrekt en dat geeft me de tijd om nog wat rond te lopen in de stad.
De stad ziet er anders uit als je niet doodvermoeid bent. Een mooie kathedraal waarvan ik de naam niet meer weet slokt me op in haar enorme stille lichaam. Gelovig of niet, deze enorme bouwwerken uit de middeleeuwen maken je stil en vullen je met respect.
Mijn rugzak was achter gebleven in het pelgrimshuis en werd op de terugweg opgehaald. Eindelijk ging ik nu naar de start van mijn tocht. Ik voelde mij goed alhoewel ik wel kleine problemen had met mijn gemoedswisselingen. Ik twijfelde nog een beetje en een minuut later wist ik het weer zeker. Het was echt moeilijk om boven in mijn kleine kamertje alles op een rijtje te houden.
Ik was al bekend met het kleine busstation en de plaats waarvan de bus zou vertrekken. Een snelle kop koffie in de cafetaria en dan op weg. Er waren wel wat medepassagiers die er ook uitzagen alsof ze de tocht wilden gaan lopen. Ik schat een persoon of twintig stapten uiteindelijk in de bus.
De tocht zou ruim een uur duren en voerde ons over een geasfalteerde weg door een berglandschap. Het pad liep voor 80% naast deze weg en het zag er allemaal heel zwaar uit. Het begin was volgens het boek ook het zwaarst.
“Gewoon rustig aan beginnen”, stelde ik mijzelf gerust.
Toen ik uitstapte in Roncesvalles werd mijn romantische beeld van de pelgrimstocht ruw verstoort. Honderden mensen stonden in een rij voor een slaapplaats, vreemde taferelen met scheldende en voordringende personen uit alle landen van de wereld.
“Wat is dit in hemelsnaam?”, vroeg ik mij verbaasd af. Ik kon mijn ogen niet geloven en probeerde mee te gaan in de ruwe stroom. Of het geluk was weet ik niet maar ik kreeg uiteindelijk een stuk papier met een nummer er op geschreven tegen vertoon van mijn pelgrimspas en een briefje van twintig euro. Vele armen wezen in alle richtingen en ik deed mijn best om te begrijpen wat er nu van mij werd verwacht. Ik volgde een man uit Argentinië en samen belandden we in een groot gebouw aan de overkant van de weg. Er was geen enkele vriendelijkheid te bekennen in de medewerkers/vrijwilligers die alles in goede banen moesten leiden. De controle was strenger dan op menige luchthaven die ik had bezocht.
Achter een lange tafel vol met papieren en grote dikke registers zaten vier of vijf mensen die je papier controleerden en je een nummer voor je bed gaven. Ik keek verbaasd in een grote ruimte waar honderden stapelbedden stonden opgesteld. Een enorme groep mensen gekleed in alle kleuren van de regenboog GORE-TEX® en Spandex® krioelden als mieren door elkaar heen. Ik was er niet meer bij met mijn hoofd. Er was mij een bovenbed toegewezen naast een brede trap die naar de kelder leidde waar de douches/toiletten en keukens waren. Ik zette mijn rugzak naast het bed en klom omhoog. Niets scheidde mij van de afgrond, ik keek zeker zes meter naar beneden waar ik nog net de laatste trede kon zien. Een val in dit gat zou dodelijk kunnen zijn. Het was allemaal te ongelofelijk om depressies te veroorzaken.
Ik ging op mijn rug liggen en staarde naar het vijftien meter hoge plafond van het oude gebouw en probeerde mijn gedachten te ordenen.
“Dus als al die mensen morgen van start gaan wie van die honderden starters slapen er dan in het eerste pelgrimshuis?”, vroeg ik me af.
“Waar slaapt de rest?”
“In één van de dure hotels die als paddenstoelen uit de grond schijn geschoten?”
Ik zat vol met vragen en had zeker een uur nodig om alles te verwerken.
De overige taken werden met militaire precisie op tijd afgewerkt. Dat moet waarschijnlijk ook wel als je met zo’n grote groep idiote mensen te maken hebt. Er zijn natuurlijk ook logistieke problemen. Het eerste probleem is het voeden van de kudde. Dat ging als volgt in zijn werk. Je kocht een kaartje voor het diner. Bij aankoop moest je aangeven wat je wilde eten, varkenskotelet of forel, en je kreeg een tijd toegewezen. Mijn tijd was van negen tot tien uur, ik nam aan dat het de laatste groep was en dat we wat langer konden blijven zitten. De bevestiging van deze veronderstelling zou ik later krijgen. Eerst werd er nog de mis bijgewoond in een kapel niet ver van het restaurant. De mis was in het Spaans aangevuld met Engelse anekdotes. Het was erg indrukwekkend met al die kaarsen en het gregoriaans gezang. Ik was er niet echt met mijn hoofd bij, ik had het nog te druk met het verwerken van de uiteengespatte droom.
Het eten was goed en het was gezellig aan tafel. De gesprekken gingen veelal over wat ons in de komende dagen te wachten stond en wat er was aangetroffen aan de start. De “Camino” is nu heel populair geworden. Het internet heeft hier zonder twijfel aan bijgedragen. Van de romantiek was weinig meer over. Er waren deelnemers die beter waren getraind dan deelnemers aan de olympische spelen.
Met gemixte gedachten ging ik in de grote drukke hal slapen. Licht uit om elf uur! Licht aan om half zes! Welterusten.

Copyright/Disclaimer