zondag 30 november 2003

Australië, de dolfijnen van "Monkey Mia"

Warroora Sheep Station, 30/11/2003

En slechte nachtrust werd afgewisseld met een hele slechte nachtrust. Onze Zwitserse vriend snurkte als een zaagmolen. De vele bieren hadden mij niet geholpen. Het afscheid van enkele mensen uit de groep kwam echter ook dichterbij. We hadden het er duidelijk moeilijk mee. Van een georganiseerd ontbijt was geen sprake meer. Iedereen greep maar snel wat te eten. Honger maakt rauwe bonen zoet dus alles was goed! De aanhanger werd geladen en aangekoppeld geladen en snel op weg naar “Monkey Mia” voor het voeren van de dolfijnen. Dit was een hoogtepunt voor vele in verschillende opzichten. Het was nog vroeg in de ochtend. Cappuccino of koffie met broodjes, echt beleg! Eindelijk weer wat fatsoenlijks te eten.
Het circus dat is ontstaan rond het voeren is wat minder. Je denkt (hoopt) er met een paar mensen te zijn en dan blijken er een paar honderd te zijn. Waar komen al die mensen in hemelsnaam vandaan? Het is één van de weinige attracties in de buurt. Geen wonder dat iedereen hier op af komt. Uiteindelijk is het is toch wel schattig, vooral als er een babydolfijntje naast haar moeder zwemt. De grote pelikanen proberen ook een hapje mee te pikken en dan is het afscheid daar. E-mail adressen worden uitgewisseld en een laatste groepsfoto. We namen deze keer afscheid van vier mensen.
De rest van de groep ging verder op weg naar de "Stromatolites", de oudste nog in leven zijnde organismen ter wereld. Op zich om te zien is het niets bijzonders en dat is dan ook meteen de reden dat ze nog niet zo lang geleden ontdekt zijn. Ondertussen zijn ze beschermd en tot bezienswaardigheid verheven. Een groeve waar vroeger schelpsteen uit werd gezaagd en dat was dan meteen de volgende attractie. Attractie werden dun nu en hadden een levendige fantasie nodig om het nog allemaal te zien. Er werd gerust en gelachen. We gingen goed geluimd weer verder naar onze volgende slaapplaats.
Een farmstay, the "Warroora Sheep Station". Aangezien het al laat in de middag was werd de aanhanger snel afgekoppeld en Rob sleurde ons mee over een zandweg naar een stuk ongebruikt strand. Zwemmen, bier drinken en een zonsondergang. In het donker reden we duidelijk vermoeid terug naar onze bedjes. Een open vuur na het eten. Natuurlijk bemoeide iedereen zich er mee om het vuur aan te maken en nu was er voor de eerste keer een mindere sfeer. Rob vind ondertussen ook dat de maaltijden aan de dunne kant zijn. Wij blijven er ook maar over zeuren.
Thailand is een gebruikelijke stopplaats voor de jongeren die op weg zijn naar of terugkomen van Australië om daar een paar maanden of een jaar te gaan werken. Er werd wat gepraat aan het vuur en er ontstonden nu plotseling kliekjes. Ik weet ook niet waarom. Wat ik wel weet is dat dit onnozel wicht even de keuken aanveegde met "Thailand". En wel de kinderprostitutie en de prostitutie en hoe slecht de toeristen wel zijn en hoe goed de Thai zijn, etc, etc. Nadat ik haar een half uur heb aangehoord vroeg ik hoelang ze dan wel niet in Thailand is geweest. Ze heeft ondertussen veel kennis vergaard. "Nou, wel vier weken", was haar antwoord. Ik probeer haar tevergeefs een andere kant van Thailand uit te leggen. Dat ik in Pattaya woon zegt haar al genoeg. Ze blijft bij haar mening en dat is dan ook meteen het einde van het gesprek. Ik ga lekker slapen. Ik ben kapot.

zaterdag 29 november 2003

Australië, het "Rabbit Proof Fence"

Denham, 29/11/2003

Ik had een slechte nacht in een overvolle slaapzaal. Er was redelijk wat bier gedronken die avond zodat er elk half uur wel iemand in het donker richting het toilet strompelde. Half struikelend over de bagage en rugzakken omstotend in de donkere slaapzaal vonden we één voor één de deur naar het toilet. Tel het krakende matras, zoals in mijn vorige tour, daarbij op en een slechte nachtrust is de som.
De volgende ochtend was de groep bijna compleet toen we de parkeerplaats verlieten om naar de zonopgang te gaan kijken. In het halfdonker reden we over een zandweg naar een top van een heuvel. Ik hou van de woestijn in Australië. De stilte, de rode aarde, de uitgestrektheid, het maakt je zo klein. Terug in het hostel lieten we ons de eieren met spek goed smaken, afgezien van een paar vegetariërs. Het zou een drukke dag worden.
Goed geluimd gingen richting de Z-bend van de Kalbarri. Er was het één en ander georganiseerd. Je kon je opgeven voor het abseilen en als we daar mee klaar waren zouden we een lange wandeling door de Z-bend gaan maken. Ongeveer de helft van de groep voelde wat voor het abseilen. Ook de oudste van de groep, Brian, deed mee. Mijn petje af voor hem. Zelf deed ik niet mee. Ik ben nu eenmaal niet zo'n actief persoon. Het kijken naar de deelnemers was leuk genoeg voor mij.
Na het abseilen rusten we wat en er werd democratisch besloten om de lange tocht af te blazen. De gewonnen tijd zou worden gebruikt voor het zwemmen in een verlaten mijnschacht midden in de woestijn. Langzaam slopen we langs de rivier die langzaam over de bodem van de kloof stroomde. Hier en daar werd gestopt voor een foto. Ook al is het haast onmogelijk om de magie van het landschap te vangen in een plaatje. Een klim langs aluminium ladders naar de rand van de kloof en daar werden opnieuw plaatjes geschoten bij een gat in een rots. "The Window" geheten.
Australië staat voor veel natuurschoon en dit gaat natuurlijk op een bepaald moment vervelen. Daarom is het belangrijk om variatie in de tour in te bouwen. Zo komen we meteen op het punt waarom het soms beter is om een tour te doen. De gids weet vaak van die plaatsen waar je normaal gesproken nooit komt. Je rijdt er alleen gewoon voorbij omdat je domweg gewoon niet weet dat die plaatsen er zijn. Een van die mooie herinneringen is het zwemmen in een verlaten mijnschacht. Een gat in de grond, niet zover van een brug over een opgedroogde rivier. Als je het niet weet dan rij je er zo voorbij. En was die verfrissende duik welkom? Yes, heel welkom!
De kilometers gleden onder ons weg en de groep vermaakte zich goed met elkaar. De gesprekken werden persoonlijker en de groep zat goed in elkaar. Een hemelsbreed verschil met mijn vorige tour. Als blije kinderen op een schoolreis doken we met elkaar in het koele blauwe water. Vissen? Ja, vissen. Midden in de woestijn in een waterhole. Hoe komen die dingen hier in hemelsnaam? Waarschijnlijk erin gegooid door één of andere grappenmaker. We voerden de vissen wat oud brood en keken verbaasd naar de enorme school die zich tegoed deed aan het voer. Steeds meer vissen kwamen omhoog uit de diepte. We droogden ons af en een uurtje later waren we op weg naar "Shell Beach".
Onderweg stopten we nog één keer en wel bij het "Rabbit Proof Fence". Deze 3000 km lange afscheiding is aangelegd om de konijnen buiten de landbouw gebieden te houden. Het waargebeurde verhaal dat hierbij hoort is een verhaal over het onrecht dat de oorspronkelijke bevolking van Australië is aangedaan. Het verhaal gaat over drie meisjes, 14, 11 en 8, die in 1931 bij hun ouders worden weggehaald en bij een gastgezin in de buurt van Perth worden ondergebracht. Deze kinderen worden later bekend als de "Stolen Generations". Natuurlijk zijn die meisjes daar niet op hun plaats. Zij horen thuis in de bush. De oudste beslist dan ook dat ze samen weglopen en op weg naar huis gaan, 2300 km naar het noorden. De oudste heeft gehoord dat de afscheiding van oost naar noord loopt. Ze gaan dan ook naar het oosten en aangekomen bij de afscheiding gaan ze richting het noorden. Er worden zoektochten georganiseerd maar de meisjes worden niet gevonden. Dit verhaal is ook verfilmd. RABBIT-PROOF Fence. Een ontroerende film over moed en doorzettingskracht.
Wat valt er te zeggen over "Shell Beach"? Een paar woorden: eenzaamheid, azuurblaauw koud water en een strand van miljarden schelpjes. Op dit moment was ik al te lang in Australië om nog onder de indruk te raken van weer een stuk strand. Wat wel bijzonder was aan het einde van de dag was een warme bron die we bezochten. Echt heerlijk in dat warme water, een koud biertje op de rand en een beetje kletsen met je reisgenoten. Op nieuw een nacht in een jeugdherberg in Denham. En deze keer gemengd. Geen probleem dus. We zochten onze slaapplaatsen en een gedeelte van de groep ging zich aan het eten wijden.
Zelf had ik nog geen enkele keer deelgenomen aan het koken. Ik had wel sporadisch geholpen met de afwas. Man, heb ik daar een hekel aan. Nadat we opnieuw een slechte maaltijd van een spaghetti bolognaise, met wel een heel dunne saus, hadden gegeten spoedde ik mij naar de receptie van de jeugdherberg. De dame had mij beloofd dat ik even kon inloggen op het internet met mijn computer. Dat was wel enorm welkom.
Ondertussen had de groep besloten om voor een paar bier naar de lokale kroeg te gaan en wat poolbiljard te spelen. Door veel getreuzel waren we helaas te laat zodat we na een enkele ronde al gevraagd werden om de pub te verlaten. Jammer, het was de laatste avond van de complete groep.

vrijdag 28 november 2003

Australië, naar het noorden

Kalbarri, 28/11/2003

Een nieuwe tour, een nieuwe kans. Na de vorige tour die achteraf gezien rampzalig was geweest had ik enkele momenten getwijfeld om toch maar zelf te gaan rijden. Ik wist in mijn achterhoofd dat ik mijn geld nooit terug zou krijgen. Eigenlijk was het alleen maar zo dat ik voor mezelf wilde bevestigen dat ik niet de oorzaak van het probleem was geweest. De rustdag tussen de twee tours in had ik gebruikt voor de vuile was en een beetje rusten. Ik was gewoon kapot. De hele affaire had me veel energie gekost.
Ik voelde me fit toen ik opstond. Een beetje opgelaten door de gebeurtenissen in de afgelopen dagen maakte dat ik al wakker was voordat de wekker afliep. Een douche en een kopje koffie op mijn kamer. Rustig de laatste spullen in mijn rugzak leggen en de koelkast leegmaken. Het laatste restje Leerdammer kaas, een broodje kaas en bacon en een paar blikjes frisdank stopte ik in een plastic tasje. De Griekse salade was rijp voor de vuilnisbak. De zon klom langzaam omhoog in de staalblauwe hemel. Op mijn weg naar Richard in het "Cockney Café" schoot ik de laatste foto's van mijn hotel. Het was heerlijk rustig in Perth op deze vrijdagochtend. Het gebruikelijke “full cooked breakfast” werd geserveerd door een vrolijke Richard. Ik keek de krant in en sprak kort met een groep wegwerkers. Ze hadden een stevig overgewicht, ze moesten hier wel vaker komen.
Een kwartier te vroeg zat ik met mijn hele hebben en houden op het muurtje voor de North Lodge. Een paar minuten later kreeg ik gezelschap van een paar Japanners. Het communiceren was moeilijk maar toch begreep ik, uit wat ze vertelden, dat ze met een andere tour mee zouden gaan. Precies op tijd stopte er een stationwagen voor de Lodge. Hij riep iets dat op mijn naam leek. Ik begroette de chauffeur en gooide mijn bagage achterin de auto. Het "Centraal Station" van Perth was opnieuw het punt vanwaar we zouden gaan vertrekken.
De rest van de troep kwam langzaam binnengedruppeld met verschillende manieren van vervoer. Ik was nerveus en de slechte tour speelde nog steeds in mijn onderbewustzijn. De bus verscheen en we plaatsten onze rugzakken in de aanhanger. Daarna zochten we onze plaats in de bus. Ik koos voor de stoel naast de chauffeur. Dat is mijn favoriete plaats. Je ziet het meest en ik val ook niet in slaap.
Met een nieuwe groep vreemden achter mij verliet ik de parkeerplaats. Eenmaal op de snelweg greep onze chauffeur de microfoon en stelde zich voor. Hij legde ook de regels en vrijheden die we hadden aan ons uit. Het klonk allemaal een beetje autoritair in mijn oren. Toen de chauffeur, Rob, klaar was met zijn betoog begreep ik dat we eigenlijk konden doen waar we zin in hadden. Met één beperking, wij waren Rob zijn verantwoordelijkheid dus had hij een vetorecht. Dat was allemaal begrijpelijk. Voor mij was er ook een tegenvaller. Elke dag moest je op een andere plaats gaan zitten. Nou ja, dat was dan niet anders. In ieder geval zouden de problemen van de vorige tour zich niet herhalen.
Achter mij was de hele groep al in gesprek. Ik praatte wat met Rob en kwam te weten dat hij met een Nederlandse getrouwd was. Nou ja, een dochter van Nederlandse immigranten. We kletsten aan één stuk door, af en toe onderbroken door Rob als hij de microfoon greep, en vergaten het uitgestrekte eentonige landschap. Het eerste dat uit de toon sprong waren de bloeiende "Christmas trees". Vlekken van oranje boven de rode aarde in de staalblauwe lucht. Ze bloeien in december en vandaar de naam. Onderweg werd er geluncht in “Kangaroo Bay” en op dit moment zag alles er goed uit. Een fijne groep en geen gezeur.
Na weer een enorme afstand te hebben gereden kwam de eerste echte bezienswaardigheid in zicht. En wel de "Pinnacles", een speling van moeder natuur die wel leuk is om te zien. Rotsen steken uit het witte zand omhoog in verschillende vormen. Natuurlijk heeft de verveling en de herkenning geleid tot de vreemdste namen. Het zijn er dan ook teveel om op te noemen. Na de wandeling door het park kwam iedereen voldaan terug in de bus.
We waren ons er nu al van bewust dat we de meeste tijd in de bus zouden doorbrengen. Een minidisk speler van één van de deelnemers werd aangesloten op de stereo en met onze favoriete deunen reden we door stille woestijn van Western Australia, oftewel WA.
De weg naar het noorden volgt zoveel mogelijk de kust. De zee en het strand aan de linkerkant en de woestijn aan de rechterhand. Veel zand dus en dat maakt dat het zandboarding niet echt als een verrassing kwam. Het plezier was er niet minder om en we raasden om de beurt van de 30 meter hoge duinen af. Na een half uur geraasd te hebben ging de bus verder richting onze eerste slaapplaats, Kalbarri. Rob zorgde goed voor ons en zijn kleine wijzigingen in het oorspronkelijk programma waren dan ook van harte welkom.
Rob is een romanticus en dat brengt met zich mee dat er dan ook geen enkele zonsondergang op deze tour gemist zou gaan worden. De eerste zonsondergang was op de "Potbelly". Maar eerst werd er gestopt bij een Roadhouse, om wat bier in te slaan en te kijken naar de kangoeroe weesjes. Vreemd om naar dieren te kijken in een weeshuis die je ook kan eten. Al met al was het weer een welkome stop zodat de beentjes gestrekt konden worden. Nadat er ontelbare plaatjes waren geschoten sommeerde Rob ons naar de bus zodat we de zonsondergang niet zouden missen.
De zonsondergang was mooi, en speciaal het warme oranje licht op de rode rotsen. Al starend in de verte realiseerde ik me dat daar ergens achter de horizon Zuid Afrika moest liggen. Ik had alleen geen idee hoeveel duizend kilometer dat zou moeten zijn. Zuid Afrika wil ik namelijk ook in de toekomst bezoeken. De groep waaierde uiteen op de rotsen en iedereen deelde het moment van de zonsondergang met de mensen waarmee zij op reis waren. Ik zat dus alleen. Toch twijfelde ik geen enkel moment dat het geen goede trip zou worden. Het was het einde van de eerste dag. Het avondeten zou meer duidelijkheid verschaffen over de groep.
En duidelijkheid zou het zeker verschaffen over één ding waarvoor deze tour geen prijs zou ontvangen. Het eten was ronduit slecht. Vegetarische gele Kerrie uit een zakje aangevuld met witte rijst. Enkele leden van de groep hadden dit dus meteen in de gaten en gingen hun eigen weg en kookten een andere avondmaaltijd voor zichzelf. Op zich vond ik dat heel vreemd omdat Rob de groep met ijzeren hand had geleid die dag. Eigenlijk kon het mij dan ook niets schelen.
Er was ook een voorval waarin Rob uit zijn rol viel. Aan de zijlijn staande keek ik het spektakel aan. Rob schreeuwde tegen de kleine Japanner dat hij de rijst had verbrandt en dat we nu geen avondeten hadden. De Japanner trok zichzelf terug en zonderde zich af van de groep. In de tijd die ik samen met Rob voorin de bus had doorgebracht had ik nooit vermoed dat er ook een andere Rob in hem leefde. Het deed de sfeer in de groep die avond dan ook geen goed.
Vroeg op de avond werd er nog besproken of we als groep naar de zonopgang zouden gaan kijken. Een breed spectrum van ideeën passeerde de revue. Alles van om half vijf opstaan tot en met uitslapen werd besproken. Wat echter belangrijk was voor mij was dat ook het ontbijt werd besproken. Eieren met spek. OK, voor één keer hebben we bij ons, daarna. Vergeet het maar, als je eieren met spek wil voor je ontbijt dan moet je dat zelf kopen. Een beetje vreemd als je AU$ 90 per dag hebt betaald voor een tour.
Er waren er een paar meer in de groep van deelnemers die graag een wat beter ontbijt hadden. Brood met pindakaas en de gewoonlijke cornflakes met melk en suiker. Het ontbijt van morgen kon niet meer gered worden maar de volgende dag zouden we eieren en spek kopen in één van de roadhouses langs de weg.
Ik dronk een paar bier en praatte met wat mensen en we gingen daarna naar bed.
Copyright/Disclaimer