zondag 9 november 2003

Australië, De "Outback"

Broken Hill, 8-9/11/2003

Dat was de tweede slechte nacht! Een éénpersoons bed dat in het midden van de kamer staat is echt niets voor mij. Ik had best wel een paar biertjes op maar van slapen was niets gekomen. Elke keer als ik mij omdraaide was ik weer wakker uit angst om uit bed te vallen. Ik had de wekker uitgezet en was uiteindelijk gewoon blijven liggen tot negen uur. Mijn hele rotzooi weer naar de auto gesleept en zonder wat te zeggen naar de buren gereden. Ik wilde hier namelijk bij "Share a little Software" mijn e-mail voor de eerste keer controleren.
Ik was een beetje onzeker of e-mailcafé's wel mee zouden werken om je computer aan hun netwerk te koppelen. Virus angst! Geen probleem bij de computershop van de buren. Ik kreeg gewoon een eigen telefoonlijn en na 30 minuten moest ik $2.20 afrekenen. Erg fijn om het zo te kunnen doen.
Een broodje met een gebakken ei met spek was nu ook weer mijn ontbijt en binnen een kwartier zat ik weer in de auto richting Wentworth. Het plan was om twee nachten daar te blijven. Ik wilde namelijk vanuit Wentworth een tour maken naar het "Mungo National Park". Ook zouden vanavond de eerste twee kwartfinales van het wereldkampioenschap rugby worden gespeeld. Ik keek er naar uit om die op tv te zien. Niet dat ik een echte rugby fan ben maar als de bewoners van het organiserende land enthousiast zijn dan wordt ik dat ook. Het was niet echt een lang traject voor vandaag. Een kleine 350 kilometer schatte ik. Na ik blik op de kaart wist ik al meteen dat ik weer binnendoor zou gaan rijden. Hay ligt ongeveer twee kilometer van de "Sturt Highway", op deze weg zou ik sowieso een paar honderd kilometer moeten rijden die dag. Dus probeerde ik wel zo weinig highway als mogelijk was in mijn route op te nemen.Het landschap werd leger en leger. Hier en daar een huis in de verte en een wit hek met een brievenbus die elke vorm en afmeting kon hebben. "Maude", een dorp met zestig inwoners aan de Murrumbidgee rivier. Wat kan ik nog meer zeggen over de leegte en de eenzaamheid. Het geluid dat uit mijn radio kwam was ondertussen ook verandert van een mooi stereo FM geluid in een blikkerig mono AM geluid. Ik moest aan mijn jeugd denken toen de piratenstations de baas waren. Niks Radio drie, Sky of Ten Gold. Veronica, Mi Amigo, Radio Noordzee Internationaal om er maar een paar te noemen. Nadenken ga je vanzelf als je in de leegte van het binnenland komt. Zeker als je alleen op pad bent.
De eerder genoemde "Sturt Highway" is een weg met twee rijstroken. Als je 100 km/u rijd wordt je waarschijnlijk nooit ingehaald door een andere auto. Negen á tien tegenliggers per uur was in mijn geval een goed gemiddelde. Je raakt in een soort trance, het landschap veranderd niet meer, je omgeving veranderd niet meer, je handelingen veranderen niet meer. Je bestuurd de auto als een automatische piloot met een ingebouwde functie voor noodgevallen. Elke verandering of beweging in je omgeving valt meteen op en is bijna een noodgeval. Je gaat ook andere dingen zien omdat je het monotone beeld van de outback niet meer opslaat in je geheugen. Je zintuigen worden als het ware scherper. Een paar keer werd ik uit mijn trance gewekt omdat er iets op de weg was dat daar niet thuishoorde. Ik werd getrakteerd op hagedissen die zich zaten op te warmen in de ochtend zon. Kangoeroes die de weg kwijt waren en een heuse emoe die net niet nieuwsgierig genoeg was om te blijven staan. Meer waarschuwingsborden over fruit en fruitvliegjes.
In één van de zeldzame dorpjes met een supermarkt kocht ik zonder na te denken twee bananen en een halve liter sinasappelsap. Nog geen 25 kilometer verderop zat ik onder een waarschuwingsbord mijn tweede banaan naar binnen te proppen. Stommeling, koop er dan ook één tegelijk! De naderende dorpjes worden aangekondigd door het veranderende landschap. De eerste wijngaarden doemen op in de verte. Het lichtgeel in het landschap wordt langzaam vervangen door meer en meer groen. Boomgaarden, sommige al ontdaan van hun vruchten en anderen nog overvol met rijpe sinasappels. Ik begon ook steeds meer te twijfelen over mijn eindbestemming. Mildura? Wentworth? Of toch maar doorrijden naar Broken Hill? Heb je haast of zo? Ik had teveel tijd om te denken en was niet sterk genoeg om een besluit te nemen. Uiteindelijk besloot ik toch maar mijn eerste ingeving te volgen omdat dit vaak de beste blijkt te zijn. Om half vier reed ik Wentworth binnen.Zaterdag. De hele wereld is er op uit getrokken. Geen enkele kamer te krijgen in dat verdomde rotgat. Ik werd kwaad en wist zelf niet waarom. Uiteindelijk huurde ik een caravan op het "Willow Bend Caravan Park". Na lang zeuren gaf de eigenaar mij een gratis handdoek en vertelde me dat ik het "Mungo National Park" net zo goed op eigen gelegenheid kon bezoeken. De wegen waren goed aangegeven en het bezoekers centrum gaf alle informatie die je nodig had. Ik bleef dus maar één nacht. Ik ging van het park meteen door naar Broken Hill. De 123 km zandweg tussen Pooncarie en Menindee zou mij de echte outback laten zien. Het was een mooie caravan op een mooie camping. De zon in mijn hoofd begon weer te schijnen en ik liet me het eerste biertje van de dag goed smaken. Ik ging toch nergens meer naar toe. Ik was moe, ik had voldoende te eten bij me en ik had een kleuren tv waarop ik de rugby wedstrijden zou kunnen kijken. Ik werkte wat aan mijn website en kookte een potje voor mijzelf. Keek heerlijk rugby vanuit mijn bed met een biertje en ging om elf uur voldaan slapen.
Ik werd om half twee wakker van een snijdende kou. Ik was in mijn blote kont boven op het dekbed gaan liggen slapen. Ik had nooit verwacht dat het s'nachts zo koud zou worden. Ik wilde onder het dekbed kruipen toen het volgende probleem zich alweer aanbood. Het was helemaal geen dekbed! Het was meer een beddensprei waar je in je slaapzak op gaat liggen. Slaapzak? Ik had helemaal niets bij me. Ik rolde me zo goed mogelijk in het stuk gewatteerde stof en probeerde te slapen. Dit lukte van geen kant natuurlijk. De verwarming aanzetten dan maar. De verwarming is meer een omgekeerde airconditioner. Net als de achterkant van de koelkast die altijd warm wordt. Het werd warmer maar in het geluid van een opstijgend vliegtuig slapen is ook niet gemakkelijk. Dus toch maar weer uitgeschakeld en terug naar mijn oorspronkelijk plan. Mijn derde slechte nacht op een rij!
Gebroken werd ik wakker de deze ochtend. Ik smeerde een paar boterhammen voor die dag en legde ze in de koelbox. Mijn koelelementen waren in het vriesvak van de koelkast hard bevroren en dat was toch wel weer een voordeel van die caravan geweest. Ik dronk nog een kopje koffie, gooide mijn spullen in de auto en ging op weg naar het "Mungo NP".
De ochtendzon verwarmde mijn oude koude lichaam en na een kwartiertje zat ik alweer mee te zingen met de oldies op de radio. Nog vijftien minuten verder werd het tijd om de airconditioner aan te zetten. Een snelle blik op mijn horloge vertelde mij dat het nu half negen was. Ik reed over een geasfalteerde weg richting Menindee, een van de oudste nederzettingen in de buurt. Na een uurtje rijden kwam ik bij de afslag naar het park. Ik keek met een beetje angst in mijn hart naar de onverharde zandweg. Ik was bang voor autopech of een lekke band. Bang voor een aanrijding met een kangoeroe of een emoe. Met frisse tegenzin draaide ik de zandweg op in de hoop dat er niets zou gebeuren. Het was maar gewoon een volgende stap in mijn reis. 45 km naar het bezoekerscentrum. In dit eerste uurtje zandweg zag ik ook mijn eerste levende kangoeroe. Ik had er al tientallen gezien maar die lagen dood langs de weg. Aangereden door de enorme roadtrains die bij voorkeur s'nachts over de wegen razen. Later werd me verteld dat er maar weinig kangoeroes over zijn. De aanhoudende droogte heeft zijn tol geëist.Nadat ik de rondgang in het bezoekerscentrum had gemaakt besloot om toch maar het rondje meren maar te gaan maken. Ik had tenslotte tijd genoeg. 70 km zandweg, zeg maar anderhalf uur rijden met korte stops inbegrepen. Het bleek de moeite waard te zijn.
Het park bestaat uit een serie van opgedroogde meren die bekend staan als de "Willandra Lakes". Het is een gebied van ongekende schoonheid met zijn oneindig wijde droge vlaktes, vergezichten en de helder blauwe lucht. Het gebied is bezaaid met richels, opgedroogde beken en eeuwen oude zandduinen die de grenzen van de opgedroogde meren aangeven. Deze kenmerken vertellen het dramatische verhaal over de verandering van het klimaat en het landschap. Hier vindt je ook het unieke bewijs voor de voortdurende bewoning van dit gebied door de Aboriginals over meer dan 40.000 jaar en de innovatieve aanpassingen die zij hebben toegepast in hun steeds veranderende leefomgeving. Er woonden drie verschillende stammen van Aboriginals in het merengebied. De Paakantji in het westen en het zuiden, de Mutthi Mutthi in het zuid oosten en de Ngiyampaa in het noorden. In dit gebied zijn er ontdekkingen gedaan die uniek zijn voor Australië en ook voor de rest van de wereld. Vooral de gevonden bewijzen voor het zich steeds weer aanpassen aan de voortdurende veranderingen in hun leefomgeving zijn uniek. Het is hier in de "Willandra" waar men één van de oudste groepen van de moderne mens (Homo sapiens sapiens) heeft gevonden in een omvang die uniek is in de wereld. Onderzoek heeft een belangrijk bewijs geleverd dat een inzicht geeft in de gewoonten en culturele gebruiken van deze vroege Australische samenleving in het Pleistoceen. Deze stammen die ongeveer 26.000 jaar gelden rond de meren leefden kenden crematie als een vorm van afscheid nemen van hun doden. Dit is tot op heden het oudste bekende gebruik van een begrafenis ritueel in de wereld. Overblijfselen van verschillende dieren gevonden in kampvuren vertellen ook het verhaal overhun jachtgewoontes en voorkeuren voor voedsel. Zoetwater mosselen, zoetwatervis en Yabbies (een soort zoetwaterkreeft) vertellen over het leven aan de rand van het meer en de manier waarop zij werden verzameld of gevangen. Ook worden hier geologische bewijzen gevonden voor de verandering in het magnetisch veld van de aarde zo'n 28 tot 30.000 jaar geleden. Het is een enorm interessant gebied met een grote verscheidenheid van mooie landschappen.Toen ik terugkwam op het asfalt na 160 km hobbelige zandweg zat ik nog steeds na te schudden. Best aangenaam asfalt, dacht ik. 30 km verder zat ik alweer op een zandweg en daar zou ik er nog genoeg van zien. Ondertussen had de klok ook niet stil gestaan en ik wilde toch wel op tijd in Broken Hill zijn omdat ik nu wel een keer fatsoenlijk wilde slapen. De outback begon een beetje gewoon te worden en zonder ook maar een keer te stoppen reed ik rustig naar Broken Hill. Ik vond meteen een kamer, met een tweepersoons bed en ging mijn stoffilters schoonspoelen met een biertje in de bar. Ik dronk er nog een en ging me snel douchen. Zondagavond in Broken Hill betekend dat alles om acht uur dicht is. Ik haastte mezelf naar een plaatselijke club en bestelde een dagschotel. Voldaan slenterde ik terug naar mijn hotel waar ik nog twee uur met mijn computer speelde en twee biertjes dronk. Ik viel al snel in een diepe slaap. Ik had gepland om hier twee nachten te blijven. Morgen de mijn in en wat andere bezienswaardigheden bezoeken.

Hay - Maude - Balranald - Euston - Buronga - Wentworth = 338 km. + 856 km. = 1194 km. Totaal.
Wentworth - Mungo National Park - Pooncarie - Menindee - Broken Hill = 539 km. + 1194 km. = 1733 km. totaal

vrijdag 7 november 2003

Australië, Hay

Hay, 07/11/2003

Dat was nog eens een slechte nacht! Ik sleepte mijn bagage naar beneden en zonder ook maar één persoon te zien verliet ik het hotel, de sleutel in de deur van mijn kamer achterlatend. Ik parkeerde mijn auto bij de plaatselijke bakkerij en bestelde er een broodje gebakken ei met spek. Ik ben zo terug, even wat foto's schieten. De dame achter de counter keek mij vol ongeloof aan, ik kon in haar ogen lezen dat ze mij maar een rare snuiter vond.
Ik liep nog snel even door het dorp en maakte wat foto's van de oude hotels. Deze zijn uniek voor Australië en gelukkig blijven er veel overeind staan. De grote balkons en het gebruik van veel gietijzer maakt ze wel heel bijzonder.
Over rollende heuvels en met het broodje in mijn hand reed ik met een gangetje van 80 km/u richting mijn eerste doel. Young, de kersen hoofdstad van Australië, en aangezien het geen kersenseizoen is gebeurt er hier weinig. Veel kan ik dan ook niet over deze plaats vertellen behalve dat het echt een plattelands dorp was. Geen koffie te krijgen dus.
Ik ging verder in de richting van Temora, weer een oude goudzoekers stad. Onderweg, al luisterend naar de lokale radiostations, ving ik iets op over oude vliegtuigen die zouden vliegen van Sydney naar Ayer's Rock. Het was een initiatief van de "Flying Docters" om geld in te zamelen voor nieuwe vliegtuigen. Ik dacht dat dat wel interessant zou zijn en een beetje vroeg slapen zou mij ook wel goed uitkomen. De hoofdstraat van Temora was toch wat meer ontwikkeld dan die van Young. Een bruisend dorp. Ik parkeerde mijn auto en ging een hotel aan de hoofdstraat binnen. De barkeeper was net de krant aan het lezen en hij kon mij wel informatie verschaffen over de vliegtuigen. Zij zouden de volgende ochtend om ongeveer tien over acht landen, brandstof bijvullen en dan meteen weer vertrekken. Ik dacht er over na en kwam tot de conclusie dat het toch niet de moeite waard was om hier zo lang rond te hangen. De barkeeper vertelde mij ook dat het zeker de moeite was om het museum bij het vliegveld te bezoeken. Ze hadden daar een paar zeldzame vliegtuigen die één keer per maand van stal werden gehaald om een paar rondjes rond te vliegen. Maar ja, dat was twee weken geleden. Aangezien ik volgens planning over twee weken in Perth zit moet ik dat helaas overslaan. Met zijn aanwijzingen was het vliegveld met het museum snel gevonden. Gewapend met mijn camera's stapte ik het museum binnen. Ik had het geld voor het kaartje al in mijn hand toen de vriendelijke vrouw achter de kassa over de "Flying Docters" begon. Ik vertelde haar dat ik ze graag had willen zien. Een hele middag wachten om ze een kwartier te kunnen zien was teveel van het goede. "Nou, waarom kom je volgende week dan niet naar de vliegshow", antwoordde ze. "Eh, volgende week"? "Ja, volgende week is hier de maandelijkse vliegshow en die duurt bijna de hele dag". Het geld ging terug in mijn notitieboekje en ik vertelde haar dat ik volgende week weer terug kwam. Ik kan dit mooi combineren met mijn terugreis naar Sydney.
Eenmaal Temora verlaten begon het landschap ook weer langzaam te veranderen. Het werd steeds meer bush. Open stukken met hier en daar een boom, dan weer open velden met alleen heuphoge bosjes. Ik had ervoor gekozen om een weg binnendoor te nemen naar Griffith. Deze voerde me langs verlaten huizen en spookstadjes. In de verte doemde de eerste borden op met de waarschuwing voor fruitvliegjes. Ik herinnerde mij die van vorige reizen in Australië. Maar die stonden als je van de ene staat naar de andere ging. Niet zomaar in het midden van een staat. Ik was toch nog wel in New South Wales? Een snelle blik op de kaart bevestigde dat. Een paar kilometer verder weer een bord, nu met een waarschuwing. Als je fruit bij je hebt moet je het nu opeten, anders straks weggooien. Ik keek over mijn schouder naar de banaan en de zak mandarijnen die op de achterbank lagen. $11.000, ongeveer 7250 euro, boete is veel geld. Ik stopte langs de weg en at de banaan en twee mandarijnen. De rest ging in de berm. Zoals op veel plaatsen in Australië is ook hier in de Riverina de wijnbouw geïntroduceerd. Des te dichter ik bij Griffith kwam des te meer zag ik wijnstokken en boomgaarden. Ik vroeg me af wat dat voor fruitbomen zouden kunnen zijn. Ondertussen had ik er wel begrip voor, dat fruitvliegen gedoe. Het beste ik dan ook om gewoon één banaan tegelijk kopen, of gewoon het fruit dat je op die dag wilt eten. Ik reed langzaam door het stadje en deed snel wat boodschappen bij Woolworth, een supermarkt. Eenmaal buiten Griffith werd de cabine van de geairconditioneerde Toyota gevuld met een heerlijke zoete lucht. Ik keek eens goed om mij heen en zag de bomen volhangen met sinasappels. Dat had ik nog nooit gezien! Ik stopte de auto en ging een kijkje nemen in de boomgaard. Sinasappels! En nog wel aan een boom. Opgewonden als een klein kind dat voor het eerst sneeuw ziet nam ik dat eens allemaal rustig in mij op. De heerlijke zoete geur die ik eerder had geroken werd verspreid door de bloesem. Kilometer na kilometer lagen links en rechts van de weg boomgaarden en wijnstokken. Ver buiten het dorp werd het dan weer minder en minder, totdat het weer allemaal bush was wat je zag. Ik kwam nu dichter bij mijn eindbestemming voor die dag.
Hay, over deze plaats valt weinig te vertellen. Het enige is waarschijnlijk dat er hier in de tweede wereld oorlog een krijgsgevangene kamp was. Het kamp zat vol met Duitse en Oostenrijkse immigranten, later waren het Japanners die moeilijk hadden gedaan tijdens een ontsnapping in Cowra. De autoriteiten hadden alleen over het hoofd gezien dat de meeste intellectuele joden waren. Op de vlucht voor de vijand waarvoor ze nu zelf werden aangezien. Niet zo slim dus!
Eenmaal in Hay informeerde ik in een paar hotels of ze kamers hadden en ze bleken allemaal vol te zitten. Nog maar een paar proberen en uiteindelijk vond ik een kamer in het "Commercial Hotel", en commercieel waren ze. Ik kon $40.- neertellen voor een éénpersoonskamer met een slecht bed in het midden van de kamer. Ik was waarschijnlijk de enige gast in het hotel en vroeg beleefd of ik misschien in een tweepersoons bed kon slapen. Geen probleem, $60.- graag. Ik stamelde dat ik maar alleen was. Niets mee te maken. Een twee persoonskamer is een tweepersoonskamer en die kost $60.-. OK, dan maar het éénpersoons bed.Toen ik terug kwam in de bar en vroeg of ik het stopcontact naast de bar mocht gebruiken veranderde de opstelling van de jongen achter de bar meteen. Ook een oudere vrouw die twee krukken verderop zat werd nieuwsgierig. Een spervuur van vragen kwam op mij af. Ze wilden echt alles weten. Ik heb niets te verbergen dus gaf antwoord zolang het niet te persoonlijk werd. Na mijn tweede biertje klapte ik mijn laptop dicht en ging terug naar mijn kamer. De twee met grote vraagtekens achterlatend.
Nadat ik had gedouchte ging ik op zoek naar een restaurant of hotel waar ik fatsoenlijk kon eten voor een redelijke prijs. Ik informeerde eerst bij de barkeeper en kreeg te horen dat het "Caledonian Hotel" een goede steak serveerde. Caledonian? Daar was ik toch geweest? Toen ik bij het hotel aankwam klopte het dat de naam mij bekend voorkwam. Ik was er binnen geweest om te vragen of ze een kamer voor me hadden. Het hotel was nu een bar, aan de zijkant een kamer vol met gokkasten en s'avonds kon je er ook eten. Ik koos opnieuw voor de T-bone. Hij was OK. Niet zo goed als de vorige avond maar, OK. De prijs was ook anders, het was wat duurder maar toch nog acceptabel. Het zou ook moeilijk zijn om de T-bone van die eerste avond te verbeteren. Ik keek eens goed om mij heen en zag dat deze bar toch wel anders was dan die van vanmiddag. In de bar van het "Commercial" stapte iedereen weg van de bar die een sigaret wilde roken. Hier zat iedereen aan de bar te roken. Terwijl dit tegen de wet is! Ik liet het hier maar bij en besloot om niet te vragen naar het waarom. Nadat ik klaar was met mijn T-bone verliet ik de bar en slenterde langzaam richting mijn hotel.
Onderweg nam ik nog een biertje in een bar waar een bandje speelde maar de sfeer was zo gespannen dat ik besloot snel door te gaan naar mijn eigen hotel en daar nog een biertje te doen. Het was er niet druk. Twee jongens speelden poolbiljart. Aan de bar zat de vrouw van die middag samen met een andere man. Er zat nog een vrouw, ik schat van halverwege de zestig, alleen aan de bar die af en toe een opmerking in het niets plaatse gevolgd door een bestelling, Bacardi Coke. Ik bestelde een biertje en voelde de ogen van de twee biljarters in mijn rug prikken. De vrouw met de Bacardi Coke bekeek mij van top tot teen vanuit haar ooghoeken en het andere stel had plotseling een stuk minder gesprekstof. De man begon op een vriendelijke toon te informeren naar mijn afkomst en mijn doel. Ik vertelde dat ik op reis was en dat ik mijn ervaringen opschreef en korte verhalen of reisverslagen. Nee, ik was geen beroeps. Het was maar een hobby en het stelde dan ook niet veel voor. Met de minuut werd het gezelliger en ook de achterdocht van de vrouw verdween. De man bood mij een biertje aan en de jongens vroegen of ik wilde biljarten. Uiteindelijk had ik geen keuze. Ik hou niet zo van biljarten en ik kan er ook niets van maar in dit geval moest ik gewoon meedoen. Anthony, oftewel Tony de automonteur speelde samen met zijn vriend en ik speelde samen met de andere man. Tony was een goede speler. Al zingend en dansend bewoog hij rond het biljard en liet de ene na de andere gekleurde bal in één van de zakken verdwijnen. En als hij bij uitzondering miste zong hij nog harder en nam een slok van zijn Bourbon Coke. Ze moesten wel lachen als ik weer eens een bal totaal miste of de witte speelbal in één van de zakken liet verdwijnen.
De nieuwsgierige vrouw bleek de vrouw van de eigenaar te zijn. Zij hadden dit hotel drie jaar geleden gekocht. Ik begreep nu waarom de kamers zo duur waren geworden. Ze gooide een ruime hoeveelheid dollar munten in de jukebox en de muziek werd dus gratis. We begonnen omstebeurt gouwe ouwe te draaien. Voordat ik realiseerde wat ik deed had ik de eenzame vrouw, die Beth heette, tot grote hilariteit van de andere gasten ten dans gevraagd. We stonden te swingen op Elvis Presley. De sfeer zat er goed in. Ik werd nu ook ingelicht waarom ze zo stug waren geweest. Ze dachten dat ik één af andere controleur was die hotels doorlichte. Ik snap nu nog niet waarop ze dit gebaseerd zouden kunnen hebben. Een rare snuiter in shorts op sandalen. Sluitingstijd naderde snel en toen ik mijn laatste slok naar binnen had gewerkt nam ik van iedereen afscheid en ging snel naar bed. Morgen weer vroeg op.

Grenfell - Young - Temora - Griffith - Goolgowi - Hay = 459 km. + 397 km. = 856 km. Totaal.

donderdag 6 november 2003

Australië, Go west

Grenfell, 06/11/2003

Toen ik om zes uur opstond had ik niet kunnen bevroeden dat het zo'n vruchtbare dag zou worden. Mijn gebruikelijke ontbijt van witte bonen in tomatensaus op toast met gebakken eieren en spek stond om half zeven op tafel. Mijn bloedsuiker gemeten, die was in geen maanden zo goed geweest! Het was mijn gebruikelijke gang naar Sydney. De trein van zeven over zeven en deze keer niet de brug over lopen maar uitstappen in Town Hall. Een half uurtje lopen en voordat ik het wist zat ik al met de auto in de tunnel onder de haven van Sydney. Ik moest eerst nog even terug om mijn bagage op te halen en de voorraad die ik had aangeschaft. Teveel natuurlijk!
Ik heb namelijk mijn plannen alweer gewijzigd. Ik ga niet naar Perth rijden. Ik heb er goed over nagedacht en ik vindt de verdubbeling van de prijs voor de huurauto wel een beetje overdreven. Dus, nu eerst west richting "Broken Hill". Daarna waarschijnlijk vliegen naar Perth en daar opnieuw een auto huren. Zelfde bedrijf, twee dollar per dag goedkoper en duizend dollar uitgespaard. Een flink bedrag dus.
Nadat ik alles in de auto had geladen en afscheid genomen van mijn oom en tante reed ik richting Parramatta van waar ik de autoweg naar Lithgow zou nemen. Ik was eigenlijk al voorbij de afslag van Galston toen ik mij bedacht dat ik ook binnendoor zou kunnen rijden. De "Galston Gorge" schijnt mooi te zijn volgens de lokale reisgids en ik had hem nog nooit gezien.
Snel in Hornsby omgedraaid en de afslag genomen naar Galston. De wegen binnendoor zijn ook nog eens rustiger en je ziet dus meer! Als een complete verrassing stond ik net buiten Galston oog in oog met een kudde lama's. Lama's! Meteen op de rem en even een plaatje schieten. Het verhaal van de dag. Voorbij Galston slingerde ik me met een snelheid van zo'n zeventig kilometer per uur door het woud van eucalyptus bomen. Langzaam veranderde het landschap en ik kon merken dat ik dichter bij de "Blue Mountains" kwam.De bomen links en rechts van de weg vertoonden nog de littekens van de verschrikkelijke bosbranden die hier in de zomer van 2002/2003 hadden gewoed. Al lijkt het heel erg, veel van de bomen en planten zijn eraan gewend en ook op gebouwd. Er zijn zelfs bomen die een brand nodig hebben om zich te kunnen voorplanten.
Ik reed door Windsor en Richmond op een weg die weinig gebruikt wordt door het verkeer. Bij Lithgow werd het weer drukker. De hoofdweg door de "Blue mountains" voegde zich hier samen met de weg die ik had gereden. Eenmaal voorbij Bathurst werd het plotseling weer rustig. Het landschap ging over van bergen en kloven naar een meer rollend groen landschap. Schapenland!
Mijn lunch bestond uit drie volkoren boterhammen met sardientjes in tomatensaus en als toetje nog twee mandarijnen. Nou! Ik ga zelfs nog gezond eten dacht ik. En denken deed ik veel de eerste uren in de auto. Onder het genot van blues, dacht ik veel na. Ik had weer twijfels. Wilde ik dit wel? Alleen? Mijn trip met Stuart in Tasmanië was een hele goede geweest. Ik zou waarschijnlijk deze trip aan die in Tasmanië spiegelen. Ik wist niet eens waar ik heenging of voor hoelang! Rustig aan kereltje, rustig aan. Mijn gemoedstoestand klaarde op en voordat ik het wist zat ik uit volle borst mee te zingen met de muziek. Het zou allemaal wel goed komen.
Ontwaakt uit mijn trance zag ik velden met paarse bloemen. "Patterson's curse genoemd door de lokale bevolking. Een schitterend gezicht. Bij de eerste de beste mogelijkheid stopte ik om het eens allemaal goed te bekijken. Paarse heuvels! Het herinnerde mij eraan dat het nu lente is. Ja, november is lente "down under". Misschien als ik geluk heb staat de "outback" ook in volle bloei. Een paar kilometer verder stond er ook een stop gepland, en wel in "Carcour". Een oud stadje dat in 1839 is gesticht. Het stadje is bijna nog geheel in oorspronkelijk staat, daarom heeft de "National Trust" het op een lijst van erfgoed geplaatst. Het stadje sliep nog en afgezien van de moderne auto's leek het echt of de tijd had stil gestaan. Na een half uurtje te hebben rondgekeken werd het nu toch wel tijd om door te gaan naar "Grenfell" mijn eindbestemming."Grenfell", een ander slapend provincie stadje. Dat was in het verleden wel anders. Zoals veel van deze provincie stadjes is ook "Grenfell" ontstaan ten tijde van de goldrush. In 1867 waren er niet minder dan 10.000 goudzoekers in de buurt te vinden. De belangrijkste en meest bekende was de vader van "Henry Lawson". De bekende schrijver is hier in 1867 op de goudvelden geboren. Alles werd nu minder. Minder auto's, minder huizen, minder bomen, alles werd minder.
Ik heb mijn intrek genomen in het "Royal Hotel", een oud hotel zoals ik dat alleen maar uit Australië ken. $22.- voor een nacht, na een kort gesprek met de barkeeper kreeg ik het voor elkaar dat ik een kamer met een tweepersoons bed kreeg. Lekker breed liggen dus. In de bar zat de normale mengelmoes van klanten die je in een plattelandskroeg tegenkomt. Een paar zitten te gokken op de paarden of de windhonden. Een groepje zit verveeld achter speelautomaten. Een eenzame man zit uit het raam te staren, waar net zoveel gebeurd als op het testbeeld van je tv. De dorpsgek, Alan Crow, spreekt meteen iedere vreemde, mij dus, aan en iedereen heeft een avond uit.
Het dialect was een beetje te zwaar voor mij. Het is dus gevaarlijk om ja en nee te zeggen. Een vriendelijke man die veel te zwaar is voor zijn lengte schiet te hulp en hij legt uit dat het een traditie is dat de man, die ik niet verstaan kan, vecht met de zo juist aangekomen vreemdeling. Ik lach nerveus en vertel de oude knakker dat ik beter kan kussen dan vechten. De hele bar schatert van het lachen en het lijkt dat het gevaar is afgewend. Als hij weer tegen mij begint te praten begin ik hem al beter verstaan. Hij vraagt waar ik heen ga. Als ik antwoord, "Broken Hill" kijkt hij heel ernstig. Weet ik eigenlijk wel waarom in "Broken Hill" de kraaien achteruit vliegen? Nee. "Nou dan krijgen ze geen stof in hun ogen", antwoord hij. De hele bar begint opnieuw te schateren en het ijs is gebroken. Ik drink nog een biertje en heb een kort gesprek over niets met de dikke man.Een ander vermeldenswaardig punt is het eten. In deze hotels kun je eten als een vorst. Dus even de kaart gevraagd en met een goedkeurende blik de T-bone besteld. Ik had hem al zien staan op tafel bij een andere klant. Een joekel van een T-bone met jus, friet, wortelpuree, doperwten, bloemkool, pompoenpuree, aardappelpuree en aardappelen met kaassaus. Een koningsmaal voor de weggeefprijs van zes euro vijftig. De oude vrouw met iets te blauwe oogschaduw en rode lippen komt ook nog vragen of alles naar wens was.
Een korte wandeling, een biertje en dan naar bed. Dat viel tegen! De jukebox beneden dreunde dwars door het plafond heen. Normaal gesproken gaat een dorpje als dit om half elf dicht. Hier niet dus, er wordt hier op donderdag avond ook het aankomende weekend gevierd. Na een kopje thee en een tijdje gelezen te hebben begon het me te irriteren. Maar ja, wat kan ik doen? Niets, gewoon opletten in het volgende hotel. Toen om kwart over twaalf eindelijk de muziek verstomde was ik over mijn slaap heen. De hele nacht heb ik liggen woelen en de vreemdste dromen gehad. Over water en samenzweringen in de liefde en vriendschap.

Asquith - Galston - Pitt Town - Windsor - Richmond - Lithgow - Bathurst - Carcour - Grenfell = 397 km
Copyright/Disclaimer