San Antonio (Slouch Hat Hotel (206)
Dinsdagochtend om iets voor zes beginnen de jaarlijkse trainingen voor de grote prijs Formule 1 in Manila, althans, zo lijkt het! Een verdieping lager onder ons slaapkamerraam ligt een smalle eenrichtingsstraat die een slagader in het verkeersstelsel van de Filippijnse hoofdstad is. Een slagader die tientallen keren per uur dichtslibt en een verkeersinfarct veroorzaakt groter dan dat wij ooit in Nederland hebben mogen ervaren.
Om de twee à drie minuten springt er een eindje verderop op VN Avenue een verkeerslicht op groen wat het startsein is voor de volgende race voor tientallen brommers en jeepney’s, uitlaten zijn bekend maar geluidsdempers ontbreken of zijn gewoonweg kapot. Een symfonie van honderdduizenden motoren klinkt de rest van de dag door Manila.
In een haast geautomatiseerde beweging ga ik op zoek naar de elektrische ketel om water te koken. Mijn lichaam schreeuwt om he eerste kopje koffie van de dag! Tevergeefs, ook mijn kleine spiraalvormige waterkoker ligt nog in een lade in Nederland en dat maakt de start van de dag uiterst ongelukkig. Mijn mogelijkheden zijn uitgeput en € 1,50 voor een kopje Nescafé van zes eurocent beneden in het restaurant gaat me te ver.
Ik hijs me in mijn kleren en strompel nog lichtjes slaapdronken door het hotel en de trap af naar de bar/restaurant waar een jongen slaperig tv zit te kijken. Zijn nachtdienst zit er bijna op! Hij wordt om zeven uur afgelost.
‘Goodmorning!’, klink luid en duidelijk tussen ons maar of het voor ons beiden een goede morgen is laat ik maar in het midden.
Tussen twee verkeersgolven door steek ik over en slenter ik naar de 7-11 op de hoek aan de overkant. Ik had wat tijd om me op het ergste voor te bereiden en om eerlijk te zijn ben ik na een week alweer redelijk gewend aan de Nescafé ’s morgens. Manila om kwart overzes ’s morgens. De eerste zonnestralen weerspiegelen in de gouden ruiten van de wolkenkrabber aan de baai. De nieuwe rijken willen in het oude vervuilde Manila wonen met een uitzicht over het water van de baai. Nu is het nog een achterbuurt maar over een jaar of tien moeten de armen van de stad zijn verjaagd en hier naast de Amerikaanse ambassade een nette buurt zijn ontstaan. Vanzelfsprekend met de verwachtte enorme winsten op de appartementen in de woontorens.
Bij mijn eerste blik die ik door de 7-11 werp gaan mijn ogen wagenwijd open. In plaats van een enorme boiler met kokend heet water die dienst doet voor alles waar heet water voor nodig is zie ik een ultramodern koffieapparaat staan. Ik krab me op mijn hoofd en twijfel of ik misschien nog droom. Op dit vroege tijdstip, ik ben ècht nog niet wakker, wil ik me niet wagen aan de bediening van een onbekend elektronisch apparaat dus roep ik een van je jongens van achter de kassa om mij te assisteren, ook voor hun zit om zeven uur de dienst er op.
De jongen is aan het einde van zijn dienst nog uiterst behulpzaam. Hoe zou een Nederlander in dit geval reageren? Hij verdient tenslotte zes hele euro’s per nacht en dan mag je wel wat vriendelijkheid en service verwachtten! Service in Nederland is net zo zeldzaam geworden als een Tasmaanse Duivel. Misschien komt het omdat ik ouder, en daarmee sarcastischer, wordt maar mijn beeld van de Nederlandse samenleving is een bende zichzelf verrijkende vette witte boorden criminelen die maar een persoon dienen, namelijk zichzelf!
Eerst moet ik kiezen hoe groot ik de koffie wil hebben! Nou, op dit tijdstip van de dag is dat gemakkelijk: De grootste die je me kan leveren! Het wordt dus de grootste beker die ze hebben en is dan een 16 Oz.. Begrijpt u het nog? Plotseling bevindt ik me in het Imperialistische maatwerk! Die ounces zijn een inhoudsmaat die hier nog van de Amerikanen is blijven hangen. Maar hoeveel is in hemelsnaam 16 Oz.?
Een beker van ongeveer de grootte van een milkshake gaat onder de mond waar de straal koffie wordt verwacht. Een molen begint te draaien en maalt de koffiebonen in het bruin en chromen apparaat. Het eerste pisstraaltje koffie land in de beker en een hemelse geur bereikt mijn neus. De beker is minder dan de helft gevuld wanneer de machine stopt. Daar sta ik dan. Wat moet ik doen? Nog een knop drukken? Het beste is om nog even te wachten! Op de kleine display staat nog steeds de tekst: “Brewing coffie, please wait?”. Dus dat doen we dan maar. De molen slaat opnieuw aan en niet veel later begint het bruine goud weer te stromen. Manila. Échte koffie ’s morgens. En dat voor € 0,80 voor ongeveer twee Hollandse koppen koffie! Het begin is niet slecht.
Op de terugweg met de beker gloeiend hete koffie in mijn handen zijn mijn ogen alweer wat verder open, mijn hersenen zijn ook een beetje wakker en nu zie ik ook de schaduwzijde van Manila. Ik onderdruk het uitzicht waar ik niet aan herinnerd wil worden en wil alleen maar aan mijn koffie denken. Manila? Wat doen we eigenlijk hier? Wat bezielde me om hier naar toe te gaan?
Na die eerste grote beker volgt nog een tweede en een derde. Ondertussen is Lyka ook wakker geworden en zij kiest voor een mierzoete mix van koffie en cacao. Voor het ontbijt hoef ik niet echt na te denken nu ik zie ook de prijzen in de Slouch Hat stevig zijn gestegen. Tien euro per persoon voor een ontbijt zijn prijzen die ik zelfs in Japan of Singapore niet zou betalen! Niet wil en niet kan betalen! Toch zijn de prijzen wel begrijpelijk. Het merendeel van de cliënten van dit hotel zijn oudere mannen die gescheiden zijn of hun vrouw hebben verloren. Australische mannen met enorme pensioenen en vermogens die in de herfst van hun leven niet op een paar stuivers hoeven te kijken. Voor ons als veredelde rugzakartiesten zijn deze prijzen niet te betalen. Dat worden dus de hele week de broodjes ei met worst van de gouden bogen!
We moeten wel ruim voor tien uur in het fastfoodrestaurant zijn want dan wordt er overgeschakeld op het gewone menu van diverse soorten burgers en een èchte winnaar bij de MacDonald’s in de Filippijnen. Een klein drumstick van de kip à la KFC met een balletje rijst en een cola voor slechts € 1,60. Ik vindt het onbegrijpelijk hoeveel van die rode mandjes over de toonbank gaan maar het lijkt of de helft van de mensen in de stad hun dag hierop starten.
Twee menu’s van de broodjes ei met worst, hash brown en koffie? En nog een extra broodje ei met worst! Ik heb ze gegeten van Japan tot Indonesië en van Ierland tot de Filippijnen. Het is verbazingwekkend hoe uniform het menu van MacDonald’s is! Deze broodjes zijn ècht overal ter wereld precies hetzelfde. Het mag dan volgens velen te zout, te vet en ongezond zijn maar op reis is het een prima basis voor het begin van de dag. Ik denk: Het is hygiënisch, het is voldoende, de koffie is uitstekend en de prijs/kwaliteit verhouding is uitmuntend. Wij zitten aan het raam en kijken tijdens het eten naar buiten. Het contrast met deze kant van de dikke glazen plaat kan niet groter zijn! Binnen enkele happen in mijn broodje verschijnen de eerste straatkinderen aan de andere kant van de dikke smetteloze glazen wand.
Straatkinderen, in Nederland een woord dat gevolgd wordt door een gironummer! Straatkinderen zijn hier een plaag net als de ratten en de kakkerlakken. Het klinkt oneerbiedig maar er worden hier in de Filippijnen geen stille tochten voor kinderen of ongedierte georganiseerd. Ik kijk een meisje van een jaar of acht recht in de ogen. Matte ogen! Ogen zonder een fonkeling die je zou moeten verwachten van een kind van deze leeftijd die nog een heel leven voor zich heeft. Nee, matte ogen, als ogen van een mens dat al een zwaar en oneerlijk leven achter de rug heeft. Haar donkere zwarte lange haar hangt vet en vuil langs haar met zweren bezaaide gezicht.
Ze houd demonstratief haar hand op en zegt, zonder dat ik het door het dikke glas kan horen: ‘Coins Sir?’
Muntjes, muntjes van twee eurocent houden je hier in Manila in leven! De twee strepen vloeibare snot uit haar neusje worden strak omlijnt door vier zwarte strepen stof, straatstof, fijnstof, vuilstof. Ik neem haar zo goed als mogelijk zonder te staren in me op. Vanaf haar knieën worden haar onderbenen steeds vuiler totdat haar voeten zo zwart zijn dat het lijkt dat ze zondagse schoenen aan heeft.
Bedelaars spelen in op je schuldgevoelens! En velen voelen zich schuldig voor het leven dat ze zelf bij elkaar verdient hebben. En waarom zou ik me dan schuldig moeten voelen voor een straatkind in de Filippijnen? Er zit een veel dieper verhaal achter! Kinderen die worden verhandeld, kinderen die zijn verlaten en verkocht, kinderen die worden geprostitueerd, maar bovenal kinderen die niet meer te helpen zijn. In de harde leerschool op de straten van de straatkinderen is geen plaats voor de zwakkeren of domme, hier geld de wet van de sterkste en de wet van de jungle! Het meisje heeft ondertussen de aandacht getrokken van nog twee andere kinderen, deze keer van het andere geslacht. Zij zijn jonger en sluiten zich aan bij het meisje. Slechts gekleed in een smerig hemdje staan ze in hun blote kont aan de andere kant van de ruit hun handen op te houden. Helaas voor de jongens onder de straatkinderen hebben meisjes toch een beentje voor. In de diepe duistere onberedeneerbare instincten van de mens heeft de vrouw altijd voorrang. De vrouw die zorgt namelijk voor de voortplanting en een man is later een concurrent.
Met zijn drieën staan ze nu met hun vuile neuzen plat tegen het glas aan en spreken in koor de onhoorbare woorden: ‘Coins Sir?’
De bewaker van de gouden bogen heeft de bedelaars opgemerkt en haast zich naar buiten. Hij jaagt de kinderen weg met bedreigende woorden en angstaanjagende bewegingen van zijn armen. Bij de gouden bogen zijn ze niet gediend van enig gedrag dat de smaak van hun fastfood kan ondermijnen of aantasten. Geweld is er niet. Maar zodra de kinderen zich op een veilige afstand wanen wordt de bewaker door de lachende kinderen overspoelt met een scheldkanonnade die wij ook niet kunnen verstaan. Het is hier een dagelijks spel van kat en muis. En een beetje plezier daarbij is toch best toegestaan?
Nadat ik de broodjes en mijn koffie in mijn slokdarm heb laten verdwijnen kijk ik vanaf mijn veilige positie achter het dikke glas de straat in. Een willekeurige straat in een redelijke buurt in Manila. En geloof me, het is hier al niet om aan te zien. Er zijn nog veel slechtere buurten maar hier zou menigeen uit Nederland spontaan beginnen te janken. En er is geen oplossing! Er is niet voldoende geld in de wereld om deze problemen op te lossen. Onbewust denk ik aan het Calcutta van een paar jaar geleden. Calcutta is in mijn herinnering mooier en veiliger dan Manila. Waarschijnlijk heeft dat met geloof te maken? Hindoes en Boeddhisten staan anders in het leven. Moslims en katholieken hebben andere normen en waarden. Een andere instelling over de dood en het materiële bezit. De een geloofd in een eeuwig leven en reïncarnatie, de andere in een beloning na de dood, namelijk de hemel.
Voldaan slenteren we weer richting ons hotel. Er is wat in me verandert! Mijn gevoelens zijn nog hetzelfde maar de beleving van mijn omgeving is verandert. In een portiek van een leegstaande winkel is een straatmensenwoning gebouwd van lege kartonnen dozen. “Sony Bravia 60” ” lees is op het dikke golfkarton. Recycling mag een chique woord zijn in Nederland maar hier in de Filippijnen is het een vorm van overleven. Een lege doos van een platte breedbeeld tv een muur van een woning voor een minder bedeelde van de maatschappij. Er moet altijd iemand thuis blijven want anders is je woning snel verdwenen.
De geur die iedereen in Manila probeert de onderdrukken bereikt mijn hersenen. De stank van verschraalde urine die je bijna overal ruikt. Die mensen leven ècht op straat! Wassen zich op de straat en doen hun behoeften op de straat. AIDS en drugs zijn wijd verspreid net als alle andere besmettelijke ziekten die wij in de westerse wereld hebben overwonnen. TBC tiert welig onder de minder bedeelden, en dan heb ik het nog niet over de levensbedreigende malaria en dengue koorts. Het is in de wereld nu eenmaal niet eerlijk verdeeld en dat zal altijd zo blijven.
Het meest irriterende is eigenlijk nog dat de geïndoctrineerde bankhanger het met zijn eigen ogen op tv heeft gezien! Zij vormen een mening en wijzen met vingers. Er zijn hier geen schuldigen en slachtoffers, wij zijn allemaal slachtoffers van de medelijden industrie die elk jaar honderden miljoenen van ons geld verdelen onder zogenaamde goede doelen. Maar wel nadat er eerst uiterst riante salarissen in de “old boys club” zijn ingehouden. Ondervinden is de beste leerschool!
Alleen de gedachte maakt me al misselijk en in mijn hoofd zie ik het graf van Moeder Theresa in Calcutta. Vanuit haar eigen Albanese armoede naar de armoede in de straten van Calcutta. Wanneer jezelf van de armoede hebt geproefd weet je hoe je armoede moet bestrijden. En niet zoals die managers in hun dikke leasebakken, vette salarissen en ultieme ontslagvergoedingen. Nee, de liefdadigheid industrie zou moeten worden bestuurd door mensen die zelf weten hoe het is om arm te zijn. Maar helaas hebben velen van die groep ook van het vergif van de rijkdom geproefd en zijn daardoor voor altijd verslaafd aan het kapitalisme
Een taxichauffeur voor de Slouch Hat, een illegale taxi die daar altijd op een buitenlander staat te wachten, jaagt de kinderen weg die mij hebben gezien en de achtervolging hebben ingezet. Ik wuif data het me niets kan schelen en dat ik er geen last van heb. Wij zijn weer bij het hotel en ik haal aan de overkant nog snel een grote beker zwarte koffie. In de 7-11 vraag ik mezelf nog eens hardop af: ’Wat doen we eigenlijk in Manila?’
dinsdag 1 december 2015
maandag 30 november 2015
Filippijnen: Hello Manila
Manila (Slouch Hat Hotel (206)
Na een heerlijke week in Angeles city hebben we besloten om ons verblijf in de Filippijnen over enkele weken hier ook maar te beëindigen. Het is tenslotte toch ook een beetje vakantie voor ons!
Manila! Geen vakantie in de Filippijnen is compleet zonder een kort verblijf in Manila?
Het voordeel van de bus van half een naar Manila is dat je in een overgangsgebied van hoteltijd terecht komt. Een soort niemandsland voor hotelgasten. Uitchecken voor twaalf uur, je kan de tijd nemen en lekker lang op de kamer blijven, en na een reis van ongeveer drie uur wacht er aan de andere kant van je reis een frisse hotelkamer en een vers bed.
“Fly the bus” van de Swagman was zoals verwacht op tijd. Alleen waren de medepassagiers, zoals gewoonlijk, vreemd. Een mix van oudere en jongere mannen en een vreemde oudere, waarschijnlijk Filippijnse vrouw. Wij bleken de op twee na laatste passagiers die werden opgepikt. Op de eerste rij achter de chauffeur lag een wat corpulente, zeg maar gerust dikke, Australiër, zo bleek later, op de bank in een positie zodat hij twee stoelen voor zichzelf nodig had. Nu heb ik vanzelfsprekend wel eens vaker met dat bijltje gehakt. Rust en overwicht zijn het beste middel om zo’n probleem op te lossen.
Demonstratief keek hij over zijn schouder door de opening tussen de hoofdsteunen als teken dat we maar ergens anders plaats moesten nemen. Nou, dat zou niet gebeuren. Lyka kijkt me vragend aan en ik ga haar voor om naast de Australiër plaats te nemen. Deze mini-busjes zijn zo gebouwd/ingericht dat ze plaats bieden aan drie Aziatische personen naast elkaar met een totaalgewicht van laat eens zeggen iets over de tweehonderd kilo. Neem mijn negentig en Lyka’s vijftig kilo dan zitten we samen al over het gemiddelde dat voor de drie stoelen is ingericht.
Ik schuif op mijn plek en Lyka neemt plaats op de halve stoel die nog vrij is. Dan begint het kontje draaien en langzaam opschuiven totdat we op onze plaatsen zitten waar we recht op hebben. De zonnebril gaat omhoog en de jongeling bekijkt me van kop tot teen. Het vizier is omhoog en dat ik een goed moment om een psychologisch charme offensief met drang in te zetten.
‘How’ yar doin’?’, is mijn klassieke opening.
Hij schrikt, schiet wat op en is weer een centimeter of drie gewonnen.
‘OK, how’ about yourself?’, spreekt hij automatisch.
‘Not bad!’
Het begin is er en ik win weer een centimeter. De eerste klap is een daalder waard en alle plaats die we hebben gewonnen is meegenomen. Uit ervaring weet ik dat er nog passagiers zijn die voordat we ècht vertrekken nog moeten betalen. Bij het “Swagman Resort” voor de deur moet hij naar het papiergeld in zijn broekzak grijpen. Hij is verplicht om overeind te komen om de weg naar het geld in de broekzak van zijn korte broek vrij te maken. Dat is een winst van zeker tien centimeter!
Wanneer hij voorover leunt om de chauffeur een briefje van duizend peso te overhandigen moet hij met zijn dikke kont van de zitting omhoog komen. Ik neem de laatste twaalf centimeter van hem over en hij weet dat hij de slag en oorlog om de stoel naast hem heeft verloren. Mokkend probeert hij rechtop te komen en bij elke schokkende beweging van zijn lichaam neem ik nog meer centimeters op de smalle bank van hem over. Hij capituleert en gaat zo rechtop als mogelijk zitten en probeert wat in te schikken zonder het comfort voor de bijna drie uur durende reis te verliezen.
Een half uur later glijden we over de tolweg richting Manila. Vanaf het midden van onze bank heb ik een zicht op het weinig aantrekkelijke landschap dat links en recht geruisloos aan ons voorbij schuift. Een afwisselend dor en nat landschap, met de littekens van de laatste tyfoon doorklieft. Door de voorruit van de minibus zie ik het lelijke verkeer met hun onhandige, brutale en levensbedreigende manoeuvres. Alleen god weet hoeveel mensen elke dag hun leven op de gevaarlijke Filippijnse wegen achterlaten!
En dan verschijnen in de verte, door de grijze smog van honderdduizenden zwarte rook uitblazende motoren, jeepney’s en vrachtauto’s, de woontorens van de miljoenenstad Manila! De vierbaans tolweg lost op in een straat tussen oude verveloze betonnen blokkendozen. Manila was na de 2e wereldoorlog een van de meest verwoeste steden ten gevolge van de oorlog. Hier werd in juni en juli 1945, toen er in Europa al vrede was, nog heftig gevochten tussen de Japanners en de door de Amerikanen ondersteunde Filippijnse guerrilla’s. Manila is een lelijke stad! Misschien wel de lelijkste stad die ik ooit in een derde wereldland heb bezocht?
Ik zet het geforceerd van me af, ik wil hier eigenlijk niet zijn, en wacht gelaten dat het langzaam voortkruipende verkeer ons naar het eindpunt heeft geschoven. Het is zo druk in Manila dat je geen keuze hebt om zelf je snelheid te bepalen. Je drijft mee in de stalen stroom voertuigen en moet al ver tevoren bepalen waar je heen wil want het is al snel te laat! Als een snelstromende bergrivier sleurt het verkeer je mee zonder dat je ook maar een moment kan afremmen of stoppen. Bouwputten in het midden van de weg en viaducten zijn hindernissen als rotsblokken in de bergstroom! De verkeersstroom splijt zich om verder, heftig toeterend, weer aaneen te sluiten.
Bij het “Swagman Hotel”, wat niet meer is wat het geweest is sinds het door een Chinees is opgekocht, komt de bus tot stilstand en we zijn plotseling verworden tot opgejaagd wild. Iedereen die er belang bij heeft, of kan hebben, weet na al die jaren hoe laat de bus uit Angeles City arriveert en velen proberen een paar peso te verdienen. Het is moeilijk om uit te stappen en voordat je een voet op vaste grond hebt gezet is er al van alles aangeboden. Van taxi’s tot iPhones 6 en van meisjes tot antieke zilveren peso munten. De alles overstemmende geur van menselijke urine bereikt je neus.
‘Welkom in Manila’, klinkt het in mijn hoofd.
Gelukkig zien de verkopers al snel in dat er bij ons weinig te halen valt en de menigte verkopers opent zich voor ons als de Rode Zee voor Mozes en zijn volk. Wij lopen samen rustig naar het “Slouch Hat Inn & Hotel”. Het was het tweede hotel waar ik lang geleden, tijdens mijn eerste bezoek aan Manila, sliep en sindsdien blijf ik er komen. Het ligt dicht bij de bushalte en het straalt ouderwetse gezelligheid, tegen het oubollige aan, uit.
Jammer genoeg wordt er door de receptie een spelletje gespeeld want de geserveerde kamer blijkt bezet. Er wordt een andere kamer aangeboden die vanzelfsprekend acht euro per nacht duurder is. Mijn voorstel om die duurdere kamer voor een week te nemen maar wel voor de prijs van de kamer die ik geserveerd heb wordt zonder enige twijfel geaccepteerd en daarmee tevens mijn samenzweringstheorie ontkracht. Maar toch, het blijft verdacht! De kamer is veel lawaaiiger dan we gewend zijn maar is ook groter en zonniger. Een compromis waar we wel een week mee kunnen leven.

Na een handvol ijskoude biertjes gaan we eten bij de “Duck Inn”, een eindje verderop in de straat. Ook hier hebben we mooie herinneringen aan. Twee jaar geleden vierden we hier mijn verjaardag met David en Harry. Een wandeling langs Memory Lane. Wat kan er in twee jaar veel veranderen! Het eten is redelijk maar de prijzen liggen 25% hoger, dan wordt de prijs/kwaliteit verhouding toch wel heel slecht. We spreken unaniem samen af dat het de laatste keer was dat we hier hebben gegeten. Voor dat geld moeten we wat beters kunnen vinden!


Een lange dag maakt na nog enkele biertjes in de Slouch Hat plaats voor de nacht. Ik vraag me in gedachten af wat we hier eigenlijk doen en denk aan het zwembad dat we vanochtend hebben achtergelaten in Angeles. Welterusten
Na een heerlijke week in Angeles city hebben we besloten om ons verblijf in de Filippijnen over enkele weken hier ook maar te beëindigen. Het is tenslotte toch ook een beetje vakantie voor ons!
Manila! Geen vakantie in de Filippijnen is compleet zonder een kort verblijf in Manila?
Het voordeel van de bus van half een naar Manila is dat je in een overgangsgebied van hoteltijd terecht komt. Een soort niemandsland voor hotelgasten. Uitchecken voor twaalf uur, je kan de tijd nemen en lekker lang op de kamer blijven, en na een reis van ongeveer drie uur wacht er aan de andere kant van je reis een frisse hotelkamer en een vers bed.
“Fly the bus” van de Swagman was zoals verwacht op tijd. Alleen waren de medepassagiers, zoals gewoonlijk, vreemd. Een mix van oudere en jongere mannen en een vreemde oudere, waarschijnlijk Filippijnse vrouw. Wij bleken de op twee na laatste passagiers die werden opgepikt. Op de eerste rij achter de chauffeur lag een wat corpulente, zeg maar gerust dikke, Australiër, zo bleek later, op de bank in een positie zodat hij twee stoelen voor zichzelf nodig had. Nu heb ik vanzelfsprekend wel eens vaker met dat bijltje gehakt. Rust en overwicht zijn het beste middel om zo’n probleem op te lossen.
Demonstratief keek hij over zijn schouder door de opening tussen de hoofdsteunen als teken dat we maar ergens anders plaats moesten nemen. Nou, dat zou niet gebeuren. Lyka kijkt me vragend aan en ik ga haar voor om naast de Australiër plaats te nemen. Deze mini-busjes zijn zo gebouwd/ingericht dat ze plaats bieden aan drie Aziatische personen naast elkaar met een totaalgewicht van laat eens zeggen iets over de tweehonderd kilo. Neem mijn negentig en Lyka’s vijftig kilo dan zitten we samen al over het gemiddelde dat voor de drie stoelen is ingericht.
Ik schuif op mijn plek en Lyka neemt plaats op de halve stoel die nog vrij is. Dan begint het kontje draaien en langzaam opschuiven totdat we op onze plaatsen zitten waar we recht op hebben. De zonnebril gaat omhoog en de jongeling bekijkt me van kop tot teen. Het vizier is omhoog en dat ik een goed moment om een psychologisch charme offensief met drang in te zetten.
‘How’ yar doin’?’, is mijn klassieke opening.
Hij schrikt, schiet wat op en is weer een centimeter of drie gewonnen.
‘OK, how’ about yourself?’, spreekt hij automatisch.
‘Not bad!’
Het begin is er en ik win weer een centimeter. De eerste klap is een daalder waard en alle plaats die we hebben gewonnen is meegenomen. Uit ervaring weet ik dat er nog passagiers zijn die voordat we ècht vertrekken nog moeten betalen. Bij het “Swagman Resort” voor de deur moet hij naar het papiergeld in zijn broekzak grijpen. Hij is verplicht om overeind te komen om de weg naar het geld in de broekzak van zijn korte broek vrij te maken. Dat is een winst van zeker tien centimeter!
Wanneer hij voorover leunt om de chauffeur een briefje van duizend peso te overhandigen moet hij met zijn dikke kont van de zitting omhoog komen. Ik neem de laatste twaalf centimeter van hem over en hij weet dat hij de slag en oorlog om de stoel naast hem heeft verloren. Mokkend probeert hij rechtop te komen en bij elke schokkende beweging van zijn lichaam neem ik nog meer centimeters op de smalle bank van hem over. Hij capituleert en gaat zo rechtop als mogelijk zitten en probeert wat in te schikken zonder het comfort voor de bijna drie uur durende reis te verliezen.
Een half uur later glijden we over de tolweg richting Manila. Vanaf het midden van onze bank heb ik een zicht op het weinig aantrekkelijke landschap dat links en recht geruisloos aan ons voorbij schuift. Een afwisselend dor en nat landschap, met de littekens van de laatste tyfoon doorklieft. Door de voorruit van de minibus zie ik het lelijke verkeer met hun onhandige, brutale en levensbedreigende manoeuvres. Alleen god weet hoeveel mensen elke dag hun leven op de gevaarlijke Filippijnse wegen achterlaten!
En dan verschijnen in de verte, door de grijze smog van honderdduizenden zwarte rook uitblazende motoren, jeepney’s en vrachtauto’s, de woontorens van de miljoenenstad Manila! De vierbaans tolweg lost op in een straat tussen oude verveloze betonnen blokkendozen. Manila was na de 2e wereldoorlog een van de meest verwoeste steden ten gevolge van de oorlog. Hier werd in juni en juli 1945, toen er in Europa al vrede was, nog heftig gevochten tussen de Japanners en de door de Amerikanen ondersteunde Filippijnse guerrilla’s. Manila is een lelijke stad! Misschien wel de lelijkste stad die ik ooit in een derde wereldland heb bezocht?
Ik zet het geforceerd van me af, ik wil hier eigenlijk niet zijn, en wacht gelaten dat het langzaam voortkruipende verkeer ons naar het eindpunt heeft geschoven. Het is zo druk in Manila dat je geen keuze hebt om zelf je snelheid te bepalen. Je drijft mee in de stalen stroom voertuigen en moet al ver tevoren bepalen waar je heen wil want het is al snel te laat! Als een snelstromende bergrivier sleurt het verkeer je mee zonder dat je ook maar een moment kan afremmen of stoppen. Bouwputten in het midden van de weg en viaducten zijn hindernissen als rotsblokken in de bergstroom! De verkeersstroom splijt zich om verder, heftig toeterend, weer aaneen te sluiten.
Bij het “Swagman Hotel”, wat niet meer is wat het geweest is sinds het door een Chinees is opgekocht, komt de bus tot stilstand en we zijn plotseling verworden tot opgejaagd wild. Iedereen die er belang bij heeft, of kan hebben, weet na al die jaren hoe laat de bus uit Angeles City arriveert en velen proberen een paar peso te verdienen. Het is moeilijk om uit te stappen en voordat je een voet op vaste grond hebt gezet is er al van alles aangeboden. Van taxi’s tot iPhones 6 en van meisjes tot antieke zilveren peso munten. De alles overstemmende geur van menselijke urine bereikt je neus.
‘Welkom in Manila’, klinkt het in mijn hoofd.
Gelukkig zien de verkopers al snel in dat er bij ons weinig te halen valt en de menigte verkopers opent zich voor ons als de Rode Zee voor Mozes en zijn volk. Wij lopen samen rustig naar het “Slouch Hat Inn & Hotel”. Het was het tweede hotel waar ik lang geleden, tijdens mijn eerste bezoek aan Manila, sliep en sindsdien blijf ik er komen. Het ligt dicht bij de bushalte en het straalt ouderwetse gezelligheid, tegen het oubollige aan, uit.
Jammer genoeg wordt er door de receptie een spelletje gespeeld want de geserveerde kamer blijkt bezet. Er wordt een andere kamer aangeboden die vanzelfsprekend acht euro per nacht duurder is. Mijn voorstel om die duurdere kamer voor een week te nemen maar wel voor de prijs van de kamer die ik geserveerd heb wordt zonder enige twijfel geaccepteerd en daarmee tevens mijn samenzweringstheorie ontkracht. Maar toch, het blijft verdacht! De kamer is veel lawaaiiger dan we gewend zijn maar is ook groter en zonniger. Een compromis waar we wel een week mee kunnen leven.

Na een handvol ijskoude biertjes gaan we eten bij de “Duck Inn”, een eindje verderop in de straat. Ook hier hebben we mooie herinneringen aan. Twee jaar geleden vierden we hier mijn verjaardag met David en Harry. Een wandeling langs Memory Lane. Wat kan er in twee jaar veel veranderen! Het eten is redelijk maar de prijzen liggen 25% hoger, dan wordt de prijs/kwaliteit verhouding toch wel heel slecht. We spreken unaniem samen af dat het de laatste keer was dat we hier hebben gegeten. Voor dat geld moeten we wat beters kunnen vinden!


Een lange dag maakt na nog enkele biertjes in de Slouch Hat plaats voor de nacht. Ik vraag me in gedachten af wat we hier eigenlijk doen en denk aan het zwembad dat we vanochtend hebben achtergelaten in Angeles. Welterusten
Meer verhalen over:
Filipijnen
vrijdag 27 november 2015
Filippijnen: Vertier
Angeles City (Walkabout Hotel (Poolside 01)
Er is geen wezenlijk verschil tussen de dagen in het verlaten vissersdorp en de dagen in het drukke Angeles City. De dagen smelten naadloos aaneen en worden dragelijk door dezelfde routines en op gezette tijden onderbroken door maaltijden. De boeken en films zijn hetzelfde maar de maaltijden worden meer gewaardeerd omdat je gewend bent geraakt aan de povere maaltijden van de armen der aarde.
‘Wanneer je niet blij bent met wat je hebt, hoe kun je dan blij zijn meer?’
Deze spreuk las ik voor de eerste keer in 1999 in een tempel bovenop een berg in Mae Hong Son. We hadden die berg in alle vroegte beklommen om de zon te zien opkomen boven een benevelde hoogvlakte. Die spreuk spookt, sinds ik hem voor de eerste keer heb gelezen, altijd in mijn achterhoofd. Bij alles wat ik doe, zie of eet! Bij elke ervaring, geluid of beeld!
Het is een filosofie van de Boeddha. Die Boeddha die mijn leven, na al mijn omzwervingen in Azië, indringend verandert heeft en mijn koers gewijzigd in de juiste richting. Met hoe weinig kan een mens op latere leeftijd tevreden? Hoeveel kan een mens van een simpele maaltijd met goedkope wijn genieten? Vragen waarop ik geen antwoord kan geven. Wat ik wel weet is dat een mens zich eerst moet bevrijden van het juk der consumptie. De machtige machine van de rijken der aarde die alleen maar bedoelt is om ons onzinnige producten aan te smeren, te verspillen en zo snel mogelijk ons geld afhandig te maken. Het hele systeem berust op de indoctrinatie dat we nooit genoeg hebben en altijd meer willen. Wanneer je die cirkel weet te doorbreken ben je verlost!
‘Besparen wanneer het kan en uitgeven wanneer het moet!’
Is een regel die ik mezelf tijdens al mijn reizen in het verre Oosten heb aangeleerd en die ik hier ook in de praktijk breng. Angeles City, de City of Sin, een vieze stad die in de jaren zestig en zeventig als een kankergezwel aan een Amerikaanse luchtmachtbasis is gegroeid. Het was bestemd voor de R&R voor het Amerikaanse personeel van de luchtmacht, landmacht en marine. Er is sinds die tijd niet veel verandert! De militairen hebben plaats gemaakt voor vrijgezellen, weduwnaars en leugenaars uit Australië, Europa en Azië. Het is voor de buitenstaanders en moraalridders dan ook een plaats om links te laten liggen.
Zelf heb ik het hier, omdat ik niet tot de bovenstaande groepen behoor, prima naar mijn zin. Ik ga graag al vroeg op pad en ben ook weer vroeg in het hotel. De happy hour prijzen zijn daar een belangrijke reden voor. Op straat mag er slechts beperkt reclame worden gemaakt voor wat er zich achter de gesloten deuren en gordijnen afspeelt. Dat hebben ze hier snel geleerd van de fouten die in Thailand zijn gemaakt. De namen hebben meer met de fantasie of herkomst van de eigenaar van de gogo-bar te maken dan met het geboden entertainment!
De eerste gogo-bar die ik binnen stap valt meteen in de categorie “opdrinken en wegwezen!”. Mijn biertje wordt geserveerd met het voor Angeles kenmerkende servetje om de hals gedraaid. Het verhaal gaat dat dit een gewoonte is geworden sinds een uitbraak van leptospirose oftewel de rattenpisziekte in een ver verleden. Maar niemand in Angeles City kan me vertellen wanneer die uitbraak van leptospirose zou zijn geweest of hoeveel soldaten er aan gestorven zouden zijn. In principe maakt het weinig uit want het maakt je biertje, dat nu SMB (San Miguel Beer) heet, alleen maar feestelijker. SML (San Miguel Light) is de tegenhanger en ook de reden waarom ze de namen hebben aangepast ergens in de afgelopen twee jaar.
Op een stuk of tien enorme LCD schermen speelt een videoclip van een Amerikaanse Hip-hop rap-duo. De muziek staat zo hard dat een gesprek bij voorbaat al is uitgesloten en de bas stompt je bij elke dreun van de speakers in je maag. Het is mijn muziek in ieder geval niet maar een groep Amerikaanse jongens, inclusief achterstevoren gedraaide honkbal petjes, driekwart schreeuwende shorts en opzichtig gekleurde Nike gymschoenen, vermaken zich prima. Een wijnkoeler gevuld met gele pingpongballen wordt door een van de jongens onverwacht geleegd op het podium en de danseressen duiken over elkaar heen als dolfijnen. Een wirwar van lichaamsdelen is het gevolg.
Een enkele danseres, die zonder enige twijfel op de been blijft en doordanst, kijkt met afschuw naar de collega’s die over elkaar heen duiken om zoveel mogelijk balletjes te bemachtigen. Die balletjes brengen namelijk geld op en dat is ook de reden waarom die meisjes hier staan te dansen. Geld! Voor vijf euro per avond staan ze hier vanaf vijf uur ’s middags tot twee uur ’s nachts zichzelf uit te sloven. Hun uniformen zijn een mengsel van een witte bikini met overblijfselen van oude vitrage’s. Persoonlijk kan ik het niet prikkelend noemen wat ik zie. Maar ik ben geen expert op dit gebied. Als ik een cijfer voor het geheel zou moeten geven dan zou dat zeker geen voldoende zijn.
Terwijl ik over “Fields Avenue” terug richting ons hotel loop probeer ik me bij de namen van de bar en de kleding van het deurpersoneel voor te stellen wat ik binnen zal aantreffen. Een onmogelijke opdracht! En dat is ook precies de reden waarom ik bij “La Bamba” binnenstap. Het licht is gedempt rood en uit de muziekinstallatie klinken de Rolling Stones. Ik wordt direct herkend en de serveerster bied me dezelfde kruk aan als eergisteren.

‘SMB’, zeg ik tegen het meisje achter de bar en ik krijg het biertje exact hetzelfde geserveerd als in de bar die ik ben ontvlucht.
De muziek bepaalt wat voor soort klanten en mannen hier binnen zitten. Ze zijn allemaal, geen enkele uitzondering, boven de veertig. Op het podium staan een twintigtal meisjes in gouden bikini’s te dansen. Ik denk voor een moment na. Waren die bikini’s twee dagen geleden ook goudkleurig? Niet dat het belangrijk is maar ik meen me van vorige bezoeken aan Angeles City te herinneren dat ze voor elke dag van de week een andere kleur bikini op voorraad hebben.
Ik drink van mijn biertje en zie twee mannen, 100% zeker Australiërs gezien de kleding, binnenkomen. Ze staan direct voor het gordijn als zoutpilaren bevroren in de tijd. Die zijn hier voor het eerst! Dat is ook 100% zeker. Ze kunnen hun ogen niet van de dansende meisjes af houden! Ze nemen na enkele minuten plaats op een van de banken aan de overkant van de bar en bestellen onwennig wat te drinken.
Onwennig omdat ze hier voor het eerste zijn. De serveerster moet eerst de hele drankkaart inclusief de prijzen oplezen voordat de twee tot een beslissing kunnen komen. Het opsteken van mijn wijsvinger naar het meisje achter de bar is voldoende voor mij om een volgend biertje te krijgen. Een Coke Zero en een SMB worden geserveerd en het bonnetje gecontroleerd.
De dansers worden gewisseld en gaan over tot de verplichte animatie van de wachtende klanten. Zij weten, uit de oogopslagen van de klanten, wie er een potentiële klant is of wie waarschijnlijk zal bezwijken voor het geven van een lady-drink. Een wandeling rond het podium terwijl Rod Steward vraagt of we hem sexy vinden. Enkele van de meisjes raken verstrikt in de grijpende tentakels van een van de toeschouwers. Het wordt druk voor de serveersters die de “lady-drinks” moeten serveren. Ook deze lady-drinks brengen voor de meisjes geld op.
Geld, dat is de enige reden dat die meisjes hier zijn. Geld, om hun arme familie elders in de Filippijnen te voeden. Geld, om hun leven enigszins te verbeteren. Soms komt er meer bij kijken. Een nieuwe partner die maandelijks een paar centen stuurt? Een nieuw leven in een ver vreemd land? Maar altijd met de gedachte om het leven van hun arme familie thuis op hun geboortegrond te verzachten of te verbeteren.
Ik bestel nog een biertje terwijl AC/DC over de snelweg naar de hel rijdt. Ik ken geen medelijden meer. Bedelaars zijn gewone medemensen. Ik ken wel respect. De danseressen verwisselen weer van plaats en de molen draait langzaam verder tot sluitingstijd. Één veertig voor een biertje is best te doen met deze oneindige klucht voor mijn ogen!
Er is geen wezenlijk verschil tussen de dagen in het verlaten vissersdorp en de dagen in het drukke Angeles City. De dagen smelten naadloos aaneen en worden dragelijk door dezelfde routines en op gezette tijden onderbroken door maaltijden. De boeken en films zijn hetzelfde maar de maaltijden worden meer gewaardeerd omdat je gewend bent geraakt aan de povere maaltijden van de armen der aarde.
‘Wanneer je niet blij bent met wat je hebt, hoe kun je dan blij zijn meer?’
Deze spreuk las ik voor de eerste keer in 1999 in een tempel bovenop een berg in Mae Hong Son. We hadden die berg in alle vroegte beklommen om de zon te zien opkomen boven een benevelde hoogvlakte. Die spreuk spookt, sinds ik hem voor de eerste keer heb gelezen, altijd in mijn achterhoofd. Bij alles wat ik doe, zie of eet! Bij elke ervaring, geluid of beeld!
Het is een filosofie van de Boeddha. Die Boeddha die mijn leven, na al mijn omzwervingen in Azië, indringend verandert heeft en mijn koers gewijzigd in de juiste richting. Met hoe weinig kan een mens op latere leeftijd tevreden? Hoeveel kan een mens van een simpele maaltijd met goedkope wijn genieten? Vragen waarop ik geen antwoord kan geven. Wat ik wel weet is dat een mens zich eerst moet bevrijden van het juk der consumptie. De machtige machine van de rijken der aarde die alleen maar bedoelt is om ons onzinnige producten aan te smeren, te verspillen en zo snel mogelijk ons geld afhandig te maken. Het hele systeem berust op de indoctrinatie dat we nooit genoeg hebben en altijd meer willen. Wanneer je die cirkel weet te doorbreken ben je verlost!
‘Besparen wanneer het kan en uitgeven wanneer het moet!’
Is een regel die ik mezelf tijdens al mijn reizen in het verre Oosten heb aangeleerd en die ik hier ook in de praktijk breng. Angeles City, de City of Sin, een vieze stad die in de jaren zestig en zeventig als een kankergezwel aan een Amerikaanse luchtmachtbasis is gegroeid. Het was bestemd voor de R&R voor het Amerikaanse personeel van de luchtmacht, landmacht en marine. Er is sinds die tijd niet veel verandert! De militairen hebben plaats gemaakt voor vrijgezellen, weduwnaars en leugenaars uit Australië, Europa en Azië. Het is voor de buitenstaanders en moraalridders dan ook een plaats om links te laten liggen.
Zelf heb ik het hier, omdat ik niet tot de bovenstaande groepen behoor, prima naar mijn zin. Ik ga graag al vroeg op pad en ben ook weer vroeg in het hotel. De happy hour prijzen zijn daar een belangrijke reden voor. Op straat mag er slechts beperkt reclame worden gemaakt voor wat er zich achter de gesloten deuren en gordijnen afspeelt. Dat hebben ze hier snel geleerd van de fouten die in Thailand zijn gemaakt. De namen hebben meer met de fantasie of herkomst van de eigenaar van de gogo-bar te maken dan met het geboden entertainment!
De eerste gogo-bar die ik binnen stap valt meteen in de categorie “opdrinken en wegwezen!”. Mijn biertje wordt geserveerd met het voor Angeles kenmerkende servetje om de hals gedraaid. Het verhaal gaat dat dit een gewoonte is geworden sinds een uitbraak van leptospirose oftewel de rattenpisziekte in een ver verleden. Maar niemand in Angeles City kan me vertellen wanneer die uitbraak van leptospirose zou zijn geweest of hoeveel soldaten er aan gestorven zouden zijn. In principe maakt het weinig uit want het maakt je biertje, dat nu SMB (San Miguel Beer) heet, alleen maar feestelijker. SML (San Miguel Light) is de tegenhanger en ook de reden waarom ze de namen hebben aangepast ergens in de afgelopen twee jaar.
Op een stuk of tien enorme LCD schermen speelt een videoclip van een Amerikaanse Hip-hop rap-duo. De muziek staat zo hard dat een gesprek bij voorbaat al is uitgesloten en de bas stompt je bij elke dreun van de speakers in je maag. Het is mijn muziek in ieder geval niet maar een groep Amerikaanse jongens, inclusief achterstevoren gedraaide honkbal petjes, driekwart schreeuwende shorts en opzichtig gekleurde Nike gymschoenen, vermaken zich prima. Een wijnkoeler gevuld met gele pingpongballen wordt door een van de jongens onverwacht geleegd op het podium en de danseressen duiken over elkaar heen als dolfijnen. Een wirwar van lichaamsdelen is het gevolg.
Een enkele danseres, die zonder enige twijfel op de been blijft en doordanst, kijkt met afschuw naar de collega’s die over elkaar heen duiken om zoveel mogelijk balletjes te bemachtigen. Die balletjes brengen namelijk geld op en dat is ook de reden waarom die meisjes hier staan te dansen. Geld! Voor vijf euro per avond staan ze hier vanaf vijf uur ’s middags tot twee uur ’s nachts zichzelf uit te sloven. Hun uniformen zijn een mengsel van een witte bikini met overblijfselen van oude vitrage’s. Persoonlijk kan ik het niet prikkelend noemen wat ik zie. Maar ik ben geen expert op dit gebied. Als ik een cijfer voor het geheel zou moeten geven dan zou dat zeker geen voldoende zijn.
Terwijl ik over “Fields Avenue” terug richting ons hotel loop probeer ik me bij de namen van de bar en de kleding van het deurpersoneel voor te stellen wat ik binnen zal aantreffen. Een onmogelijke opdracht! En dat is ook precies de reden waarom ik bij “La Bamba” binnenstap. Het licht is gedempt rood en uit de muziekinstallatie klinken de Rolling Stones. Ik wordt direct herkend en de serveerster bied me dezelfde kruk aan als eergisteren.

‘SMB’, zeg ik tegen het meisje achter de bar en ik krijg het biertje exact hetzelfde geserveerd als in de bar die ik ben ontvlucht.
De muziek bepaalt wat voor soort klanten en mannen hier binnen zitten. Ze zijn allemaal, geen enkele uitzondering, boven de veertig. Op het podium staan een twintigtal meisjes in gouden bikini’s te dansen. Ik denk voor een moment na. Waren die bikini’s twee dagen geleden ook goudkleurig? Niet dat het belangrijk is maar ik meen me van vorige bezoeken aan Angeles City te herinneren dat ze voor elke dag van de week een andere kleur bikini op voorraad hebben.
Ik drink van mijn biertje en zie twee mannen, 100% zeker Australiërs gezien de kleding, binnenkomen. Ze staan direct voor het gordijn als zoutpilaren bevroren in de tijd. Die zijn hier voor het eerst! Dat is ook 100% zeker. Ze kunnen hun ogen niet van de dansende meisjes af houden! Ze nemen na enkele minuten plaats op een van de banken aan de overkant van de bar en bestellen onwennig wat te drinken.
Onwennig omdat ze hier voor het eerste zijn. De serveerster moet eerst de hele drankkaart inclusief de prijzen oplezen voordat de twee tot een beslissing kunnen komen. Het opsteken van mijn wijsvinger naar het meisje achter de bar is voldoende voor mij om een volgend biertje te krijgen. Een Coke Zero en een SMB worden geserveerd en het bonnetje gecontroleerd.
De dansers worden gewisseld en gaan over tot de verplichte animatie van de wachtende klanten. Zij weten, uit de oogopslagen van de klanten, wie er een potentiële klant is of wie waarschijnlijk zal bezwijken voor het geven van een lady-drink. Een wandeling rond het podium terwijl Rod Steward vraagt of we hem sexy vinden. Enkele van de meisjes raken verstrikt in de grijpende tentakels van een van de toeschouwers. Het wordt druk voor de serveersters die de “lady-drinks” moeten serveren. Ook deze lady-drinks brengen voor de meisjes geld op.
Geld, dat is de enige reden dat die meisjes hier zijn. Geld, om hun arme familie elders in de Filippijnen te voeden. Geld, om hun leven enigszins te verbeteren. Soms komt er meer bij kijken. Een nieuwe partner die maandelijks een paar centen stuurt? Een nieuw leven in een ver vreemd land? Maar altijd met de gedachte om het leven van hun arme familie thuis op hun geboortegrond te verzachten of te verbeteren.
Ik bestel nog een biertje terwijl AC/DC over de snelweg naar de hel rijdt. Ik ken geen medelijden meer. Bedelaars zijn gewone medemensen. Ik ken wel respect. De danseressen verwisselen weer van plaats en de molen draait langzaam verder tot sluitingstijd. Één veertig voor een biertje is best te doen met deze oneindige klucht voor mijn ogen!
Meer verhalen over:
Filipijnen
Abonneren op:
Reacties (Atom)

