zondag 12 januari 2014

Filippijnen: Aan de grenzen van de echte armoede

Legaspi (Legaspi Tourist Inn (317)

De laatste drie dagen heb ik doorgebracht in een klein vissersdorp aan de grens met de armoede. Het is werkelijk onvoorstelbaar wat er allemaal in zo’n economisch dood dorp gebeurd, namelijk weinig tot niets. De mannen die nog een vissersboot kunnen betalen vertrekken tegen middernacht en komen net na het verschijnen van het eerste daglicht weer aan land. Doe goede vis, wanneer ze het geluk hebben gehad om die te vangen, gaat naar de stad en wat er overblijft wordt zelf opgegeten, verkocht of verdeeld in het dorp.
Dat kleine beetje geld dat de vis opbrengt is het enige nieuwe geld in het dorp. Vaak moet er een gedeelte van dat geld worden gebruikt voor reparatie en onderhoud van de vissersboot. Dat geld blijft dus in de stad! Er is geen werk dus is er verder ook niets te doen dan zinloos rond te hangen. Je hoort muziek uit verschillende radio’s schallen en de mannen en vrouwen zitten de hele dag in een absolute stilte bij elkaar. Wat heb je elkaar tenslotte na een week nog te vertellen?
Armoede staat in dit gebied van de Filippijnen onzichtbaar geschreven op alles wat je ziet. Toch zie je ook veel glimlachende trotse mensen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, en vooral de kinderen zijn nog steeds vrolijk en fleuren het hele dorp op. Het vertrouwen in Jezus en geloof is rotsvast verankert in de samenleving en het kan in de toekomst alleen maar beter worden.
Af en toe hoor je iemand in de verte een persoon schreeuwen en dan rennen de vrouwen naar buiten om te zien of de aangeboden vis of groente de moeite waard is voor de gevraagde prijs. Ik zit over mijn eboek gebogen wanneer mijn schoonmoeder trots met een flinke bundel kousenband terugkomt.
‘Kijk, een hele bos kousenband voor maar zestien peso zegt ze trots!’, ongeveer 25 eurocent, en dat is dan voldoende om zes monden te vullen!
Ik weet zeker dat wanneer ik de volgende keer in een Nederlandse supermarkt de luie en verwende huisvrouwen die al voorverpakte, schoongemaakte en gedopte groene boontjes zie kopen voor een veelvoud van die prijs dat ik aan die bos kousenband terug denk.

Doordeweeks gaan de kinderen naar school en staan ze vroeg op, maar op zaterdag en zondag blijven ze wat langer liggen zodat de dag dan wat korter wordt. Internet bestaat hier nog niet! Het is soms zelfs tijdens een storm een signaal op je mobiele telefoon te krijgen. Nadat het daglicht is geworden, de hanen van de omringende buren zijn dan al een uur wakker en hebben ons dat ook laten weten, begint voor mij de dag met een kop oploskoffie. De moeder van Lyka heeft al een ketel (drink)water voor ons gekookt en de rest van het gezin komt langzaam tot leven. Voor mij is er weinig anders te doen in het dorp dan lezen, nadenken en schrijven. De dag kabbelt vredig tot het einde alleen onderbroken door een geregelde simpele, maar smakelijke, maaltijd. De geur van eten hangt altijd in het huis.

Het waren twee heerlijke rustige dagen in een afgelegen vissersdorp in een uithoek van Luzon. Toch voel ik een een licht verdriet wanneer we afscheid moeten nemen. De twee dagen onthaasten met slechts een boek en een gesprek als afleiding verandert wat in een mens. Het was haast als toen ik met Kris zesenvijftig uur in een trein in China zat. Omgeven door mensen waarmee je niet of moeilijk kan communiceren en daarmee veranderen in attributen met menselijke trekken. Maar er was overdag dat eindeloze uitzicht op het voorbijtrekkende Chinese landschap dat anders was. Dat landschap ontbrak hier in het dorp en daarmee werd de ervaring van het onthaasten alleen maar puurder.

Met de motorfiets met zijspan, die ongetwijfeld het eigendom van een familielid is, worden we verplaatst naar Pilar vanwaar we naar onze bestemming gaan. Voor een laatste keer zit ik ongemakkelijk opgevouwen in het kleine bakje met de rugzak op mijn schoot. Het zal nu ook wel weer een paar jaar duren voordat ik in San Antonio terugkeer. Maar dat ik terugkeer staat als een paal boven water.
Voor het vervoer naar Legaspi hebben we de keuze uit een paar verschillende mogelijkheden. Het verschil zit hoofdzakelijk in comfort gekoppeld aan de prijs. Voor mij persoonlijk maakt het weinig uit dus Lyka mag kiezen op welke manier we onze reis vervolgen! Het wordt de minibus!
Al snel heb ik in de gaten dat ik het beste voorin kan gaan zitten omdat mijn breedte en lengte achterin de kleine Kia bestelbus zeker problemen zal geven. Zodra me ter oren komt dat er twee personen voorin moeten zitten vertel ik Lyka om de chauffeur te vertellen dat ik voor twee personen betaal. Die extra euro zal ik ook wel overleven! Dan drink ik vanavond maar een biertje minder uit naam van de comfortabele rit naar Legaspi.
De oude bus blijkt een defecte accu te hebben en moet door een toegestroomde groep mannen worden aangeduwd. In z’n achteruit nog wel! Dat heb ik in al mijn omzwervingen nooit meegemaakt. Zodra de bus vol is, en geen moment eerder, Kunnen we eindelijk op weg en ik hoop vurig dat de chauffeur, een nog jonge man met slechts enkele tanden in zijn mond, de bus onderweg niet zal laten afslaan. Ik heb weinig zin om al mijn spullen in de gammele vierwieler achter te laten en dan de bus aan te duwen.
De man naast me lijkt zenuwachtig en ik zie geen enkele reden waarom. Desnoods rijdt ik zelf het stuk naar Legaspi. Of is het misschien de verantwoording over het voertuig dat toebehoord aan een transportmaatschappij? De chauffeur grijpt om de paar minuten naar het houten kruisje onderaan een rozenkrans aan de achteruitkijk hangt. Dit wordt gevolgd door het slaan van een kruis op zijn borst en voorhoofd, èn een kus op de duim. Persoonlijk heb ik liever dat hij zich met het verkeer bezighoudt! De weg van Pilar naar Legaspi heeft alle ingrediënten in zich voor een perfecte dodenweg.
Een keer, slechts een keer tijdens de veertig kilometer, een rit van bijna een uur, knijp ik mijn ogen dicht en hoop dat Jezus me het overlopen naar de Boeddha heeft vergeven. Zodra de toon van de luchthoorn van de grote vrachtwagen met oplegger verandert weet ik dat we elkaar hebben gepasseerd zonder elkaar te raken. Ik open mijn ogen en voor een moment kijken de chauffeur en ik elkaar verontschuldigend aan. Ik twijfel of ik enkele zweetdruppels op zijn voorhoofd zie maar nog voordat ik die zweetdruppels kan bevestigen draait hij zijn hoofd terug en verlegt zijn aandacht weer op de weg voor ons.

De “Legazpi Tourist Inn” is een hotel wat ik verwacht voor deze prijs. Ik heb enkele waarderingen gelezen die dit hotel geen goed deden, maar ik weet ook dat er mensen zijn die voor een dubbeltje in een vijfsterren hotel willen slapen maar helaas heb ik die hotels nog nooit, ook niet in dit deel van de wereld, kunnen vinden. De kamer is licht, schoon en op dit moment van de zondag, halverwege de middag, al redelijk stil. Het is alleen jammer dat het wifi signaal te zwak is en niet onze kamer bereikt.
We eten als lunch een snelle hap bij “JolliBee” maar het smaakt me niet. De burger is verdronken in mayonaise en ketchup, en daar ben ik niet zo gek op. Hij lijkt wel of mijn lichaam zich naar de eenvoudige maaltijden van de afgelopen dagen in het vissersdorp heeft ingesteld. Een langer verblijf bij de moeder van Lyka in het eenvoudige vissersdorp zou me zeker goed hebben gedaan en waarschijnlijk hebben veranderd in een kruisridder tegen de verspilling van voedsel en goederen. Ik ben op dit moment al niet meer zo’n grote fan de consumptiemaatschappij.
Om half zes lig ik in de eerste schemer van de avond samen met Lyka op bed en kijk naar de lucht. Een asgrijze bewolkte lucht zoals op een koude herfstdag in Zaltbommel. Over een half uur zal het hier pikdonker zijn en wij erop uitgaan om een plaats te vinden waar we wat kunnen eten. Fastfood is hier voldoende te koop maar daar heb ik de komende drie weken geen zin in dus we gaan op zoek naar een restaurant.
Legaspi is een lelijke stad, zeker wanneer het donker is en de regen het asfalt heeft veranderd in zwarte spiegels die de weinige verlichting weerspiegelen. Overal staan groepjes mannen opeengehoopt onder een afdakje te wachten op wat er komen gaat. Wat zou er moeten komen? Thuis zijn brengt niets op en ik denk dat ze hier met zovelen aanwezig zijn om wanneer het moment zich aanbied meteen te plaatse te zijn. Het is een vreemd maar toch verklaarbaar fenomeen in de Filippijnen. Ik voel me wel ongemakkelijk wanneer ik met Lyka het hotel verlaat om wat te gaan eten.
We kunnen het niet te laat maken om te gaan eten want de restaurants blijven hier, bij gebrek aan klandizie niet zoals in de rest van Azië, de hele avond geopend. Overal staan die groepjes, jongens en mannen door elkaar, en kijken ons na. Fluisterend in ons voorbijgaan in een taal die ik niet versta maar ze zullen het wel hebben over de blanke met de Filippijnse vriendin. Ook zonder mijn contactlenzen herken ik in een zijstraat, wanneer ik mijn ogen halfdicht knijp, het silhouette van een kok met een grote witte koksmuts op.
In het enorme, op de tweede verdieping gevestigde, “Chef Lu Tea House” zitten maar twee klanten te eten. Maar daar prik ik meteen doorheen, dat hoeft op z’n moment niets te zeggen. Het is namelijk zondagavond in een streng katholiek land en dan zullen de meeste mensen wel thuis of in de kerk zijn. Een korte blik op de menukaart verteld me dat we het vanavond wel hier zullen redden.

Mijn “beef curry” en Lyka’s “Pork Chop Tomato” zijn voor de twee euro per kom zeer goed te noemen, alleen de geïmproviseerde “Chop Suey” (gebakken groenten) is een van de slechtste die ik ooit op heb. Ik vraag me waarschijnlijk de rest van mijn leven af wat die varkenslever en ander onherkenbaar vlees in de gebakken groeten te zoeken had. Het ontbreken van cola light op de drankenkaart geeft me voldoende ruimte om een biertje bij het eten te bestellen. Een lauw biertje met een klein glas voor de helft gevuld met ijs. Een half uurtje later zitten we vol en voor het bedrag dat we moeten afrekenen hebben we toch nog redelijk getafeld.
Dat eerste kleine biertje is de aanleiding om ook nog een grote fles, van een liter, San Miguel te kopen voor op de kamer. Nu zijn we samen en de hele omgeving is alleen van ons. We hebben onze privacy terug en genieten van elkaars gezelschap.

donderdag 9 januari 2014

Filippijnen: Spaghetti

San Antonio (Mama Marita thuis)

Na een hele korte nacht landt het vliegtuig om iets voor vijf, lokale tijd, op de Nina Aquino International Airport, midden in het nog in diepe slaap verkerende Manila. Mijn lichaam doet pijn. Ik voel me als gegeseld en gestenigd omdat ik een misdaad heb begaan. De misdaad van het reizen met een minimum aan bagage voor een minimum aan uitgaven. Eigenlijk zou ik na al die jaren beter moeten weten!
Het getal van mijn bloedsuikerspiegel is nu net zo laag als de winterse temperaturen aan de poolcirkel in Canada en mijn hersenen willen bij gebrek aan brandstof maar niet opstarten. Ik heb moeite met denken en relativeren. Alleen een diabeet kan zich gevoel voor de geest halen. In stilte, en met twee kleine ingevulde formuliertjes, volg ik de langzaam voortkruipende stroom mensen uit het vliegtuig richting de immigratiedienst en de douane.
‘Niets aan te geven!’ -> groen kanaal
‘Transferdesk!’ -> ‘geen check-in bagage?’ -> deze kant op en dan daarheen!
Opnieuw wordt ik onderworpen aan de, nu in mijn ogen zeer onnodige, controle van mijn bagage op wapens, zwart geld en springstoffen. We maken foto’s van een net ontdekt zonnestelsel zo ver van de aarde af dat het merendeel van de wereldbevolking het aantal nullen niet eens kan uitspreken maar een concluderende foto maken van een persoon of zijn bagage is onmogelijk. Ik geloof daar persoonlijk niet in!
De bagagecontrole heeft een hele nieuwe industrie gecreëerd die ze nu niet zomaar weer kunnen opheffen. Honderden duizenden beveiligingsbeambten, die onnodig uit onze zakken worden betaald, zouden plotsklaps op straat komen te staan. En omdat de consument geen andere keuze heeft kunnen ze doen wat ze willen. Net als met heel veel andere onnodig dure oplossingen in onze westerse samenleving.
Maar zeg nu eens eerlijk: ‘Zou je voor vijfentwintig euro minder in een vliegtuig stappen waarvan de bagage niet is gecontroleerd?’
Corrupte ambtenaren die een Filippijnse zeeman van zijn souvenirs, voor zijn zichtbaar gemiste gezin en familie, proberen afhandig te maken. Het smekende gezicht van een ontheemde gastarbeider tegen de pet en uniform van de gemachtigde, op voorhand een ongelijke strijd. Mijn oplettendheid en blikken worden door de corrupte bewaker duidelijk niet op prijs gesteld. Vriendelijk lachen en rustig doorlopen Jielus! Je kan de wereld niet in je eentje verbeteren, maar je kan alvast wel een begin maken.

Een stukje verder kan ik eindelijk wat suiker tanken om mijn getergde lichaam op te starten. Hoewel het eenvoudige ontbijt waarschijnlijk uit een magnetron komt smaakt het voor mij toch al is geserveerd in een drie Michelin sterren luchthaven restaurant.
Rillend neem ik een slokje van mijn haast lauwe cola om de drie verschillende pillen voor deze ochtend en een stuk gebakken spek weg te spoelen. Mijn eetlust verbeterd bij elke hap en het eenvoudige ontbijt, zonder het echt te proeven of ervan te genieten, verdwijnt uit het zwarte plastic magnetron schaaltje naar mijn maag. Ik rilde bij aanvang van het ontbijt zelfs zo hard dat ik niet in staat was om een fatsoenlijke foto te maken.
De Filippijnen is meteen een heel andere wereld! Engelse radio, soft rock van Europese rock bands om de mensen in de donkere wereld langzaam te laten ontwaken. Geen gratis internet op de luchthaven en een ATM kan ik ook niet vinden. Terminal drie is de terminal van Cebu Pacific, een budget luchtvaart maatschappij die de middenklassen nu per vliegtuig, in plaats van met de bus en de veerboot, tussen de honderden eilanden heen en weer vervoerd. Een ATM lijkt niet nodig, de armen hebben geen bankrekening en de middelklasse heeft contant geld op zak.
Er is nog twee uur te wachten op het vertrek van mijn tweede vlucht van Manila naar Legaspi. Het schrijven van mijn avonturen of gedachten lukt niet echt met een lage suikerspiegel dus begin ik maar aan het tweede boek voor 2014 op mijn Kobo. “de Vergelding” van Jan Brokken, een boek over de invloed van de tweede wereldoorlog op een klein dorp onder de rook van Rotterdam, een op het eerste oog gelijkende sabotage, of beter gezegd, moord op een Duitse soldaat en de vergelding die daarop volgt. Intriges en verdachtmakingen in een gemengde, en daardoor toch al moeilijke, hervormde en gereformeerde gemeenschap. Nog drie uurtjes en dan ben ik weer herenigd met mijn vrouw.
Tijdens de korte vlucht van Manila naar Legaspi zie ik de problemen van dit land alweer een beetje duidelijker onder me doorglijden. De busrit van twaalf uur tussen Manila en Legaspi wordt ingekort tot ongeveer veertig minuten per vliegtuig! Het verschil in prijs tussen de bus en het vliegtuig is minder dan zeshonderd peso, zo’n tien euro. Niet zo’n groot prijsverschil zullen jullie denken maar wanneer je helemaal geen geld in je zakken hebt is het verschil astronomisch groot.
De Filippijnen is een arm land zonder enige natuurlijke grondstoffen. Een eeuw van dictatuur, corruptie, religieuze conflicten en een nooit ontwikkelde, of zeer slecht onderhouden, infrastructuur hebben dit land met haar bevolking kreupel gemaakt. Ik heb dan ook zelden zulke arme mensen tijdens mijn reizen gezien!
Tel daar dan ook nog de moeilijke weersomstandigheden, gemiddeld meer dan tien tyfoons per jaar, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen bij op en je het een optelsom van pure ellende. In elk arm gezien wordt er tijdens hun, volgens de WHO, korte bestaan enkele keren weer met niets begonnen omdat de natuur hun weinige bezitting heeft weggenomen. Ik weet uit ervaring dat de mensen hier in hun hart vriendelijke katholieke mensen zijn maar al die aanhoudende armoede en tegenslagen hebben ze wel heel achterdochtig tegen buitenstaanders, ook hun eigen landgenoten, gemaakt. Een achterdocht dat noodzakelijk is om het kleine beetje dat ze bezitten te beschermen. Ze slapen bijvoorbeeld niet voor niets ‘s middags. Het daglicht beschermt het weinige dat ze bezitten. Het is de nacht die ze zorgen baart wanneer onder de bescherming van de duisternis de minderbedeelden op zoek gaan naar de socialistische gedachten om alles te delen.
Het toerisme, kokosnoten en afgeleide producten zijn een belangrijke bron van inkomsten. Maar het allerbelangrijkste exportproduct en bron van inkomsten zijn de moderne slaven van onze consumptiemaatschappij die zich overal op de wereld laten gebruiken voor werk wat een ander niet wil of kan doen voor een oneerlijk salaris.
Gebruikte, ik gebruik met nadruk niet misbruikte, Filipino’s en flipina’s kom je overal in de wereld tegen wanneer je je ogen opent. Of het nu gaat om kindermeisjes, wasserij knechten of de leden van de band aan boord van een cruiseschip. Uiteindelijk worden ze allemaal gebruikt voor hun afkomst of armoede. Als schapen naar de slachtbank laten ze zich leiden door de arbeidsmakelaars, wetend wat hun te wachten staat, maar de verantwoordelijkheid om voor hun familie te zorgen is sterker dan de ontberingen die ze ver van huis te wachten staat.
En wij, in onze westerse weelde, kunnen maar niet begrijpen waarom ze soms wel de helft van hun salaris naar huis sturen! Een vraag waarop het antwoord veel gemakkelijker is te geven dan de vooroordelen.

Armoede lijmt de maatschappij! Rijkdom maakt egoïstisch!

Van binnen smeulde er nog wat van de woede over die domme actie van een zeurpiet in november 2013, “Zwarte Piet is Racisme!” Hoe durft een omhooggevallen medelander, die op eigen initiatief naar Nederland is gekomen, uit een van de verloren overzeese voormalige koloniën van Afrikaanse origine in hemelsnaam zoiets over een onschuldige kindertraditie te verklaren terwijl het lijkt dat hij geen enkel idee heeft over wat zich verder dan zijn platte zwarte neus in de rest van de wereld afspeelt?
‘Wat zie je wanneer je in de spiegel kijkt, een neger of een Nederlander? Hebben de Nederlandse afstammelingen van de Afrikaanse negers het auteursrecht of alleenrecht op het zwart zijn? Waren er in Suriname ook niet heel veel gekleurde Hindoestanen?’
Ook niet echt een volk met een kleur waar Hitler mee gedweept zou hebben! Hoe vaak heb ik in Azië niet een maaltijd geserveerd gekregen door een Tamil uit noord Sri Lanka die driekwart van de Surinaamse bevolking naar een lichtere huidskleur op de RAL waaier verschuift?
Schop ze allemaal uit hun Bijlmerpaleizen met platte tv’s en openbaar vervoer onderaan de galerij en laat ze een maand op het platteland van de Filippijnen doorbrengen! Elke dag kiezen uit een eenvoudig menu van rijst zonder groenten, rijst zonder vis of rijst zonder kip! Daarna drie maanden ver van huis twaalf uur per dag werken onder dezelfde omstandigheden als deze mensen. Er zullen dan nog weinig gekleurde medelanders over zijn die denken dat de slavernij alleen op zwarte mensen, suiker, katoen, een bronzen beeld in het Oosterpark van Amsterdam, Amerikaanse plantages, Nederlandse slavenschepen en het verleden betrekking heeft. Een beeld dat overigens gevormd is door de film en tv-industrie.
Wanneer ik over racisme nadenk dan kom ik meestal tot de conclusie dat het niet ontstaat uit een gevoel van suprematie maar vanuit een minderwaardigheidscomplex.
Als laatste wil ik hier nog over opmerken: Mijn goede vriend Wes Brown uit Buffalo, New York, is een Amerikaan. Een gekleurde Amerikaan, maar hij vertikt hem om zich een “Afro American” te laten noemen omdat dat racistisch is, net als “Hispanic American” of “Native American”, dat is het jezelf onderscheiden van de anderen en dat is racisme. Ik kan hem daar in volgen.

En daar staat mijn vrouw! Nog net zo betoverend, misschien zelfs wel mooier, als toen ze afscheid van me nam in Bangkok. Ze lijkt wat magerder geworden maar dat kan ook niet anders met een dieet van rijst met wat vis of kip, groenten zijn hier een luxe die zich velen niet kunnen veroorloven. Ik ben blij om eindelijk op de plaats van bestemming te zijn en dat ik straks kan gaan slapen, een dutje doen zal dichterbij komen. Geld nog moeite worden bespaard en we nemen een taxi naar Pilar, de dichtstbijzijnde nederzetting met een schrale vorm van een supermarkt.
Ik ga drie nachten doorbrengen in Lyka’s geboortedorp San Antonio en dan moet ik, met mijn westerse levensstijl, toch wel wat goeds te eten hebben. Eieren, brood, varkensgehakt, een blik boterhamworst, Coke Zero en nog wat kleine zaken. Er is in het dorp wel wat te koop maar zeer beperkt. Van Pilar naar San Antonio wordt het wat moeilijker. Als een boog onder spanning zit ik een klein half uur in een kleine  zijspan die provisorisch aan een brommer is gemonteerd.
Welkom in de Filippijnen!

Het kleine huisje van Lyka’s moeder is nog lang niet klaar, dat heeft zijn tijd nodig, maar het ziet er al goed uit en ik heb alle hoop dat het over een paar jaar een mooi huisje is waar ze nog heel lang, en heel gelukkig, zullen wonen. Het weerzien met haar moeder en broer is emotioneel. Ze zijn dankbaar dat ik de moeite neem om ze te bezoeken.
Haar andere Nederlandse schoonzoon is hier precies een keer geweest, alweer bijna vijf jaar geleden, en heeft ze meteen duidelijk gemaakt dat hij nooit meer een voet in San Antonio zal zetten. Maar dat niets met zijn stiefzoontje, een mooi jongetje uit een vorig huwelijk van zijn vrouw, te maken wil hebben doet me pijn. Daar kan ik persoonlijk maar weinig begrip voor opbrengen omdat ikzelf ook door mijn grootmoeder ben opgebracht. Mijn moeder kon niet voor me zorgen maar ik werd ook niet doodgezwegen of genegeerd.
Na een uurtje te hebben geslapen maken we een wandeling door het dorp. Het is overal druk, mensen liggen niets te doen op bamboe meubelen voor of naast de kleine huisjes, want er is geen werk. Iedereen wacht tot het weer donker wordt. Alles wat je hier ziet is oud en versleten.

De school, die een opstapje naar een beter leven voor de jongere generatie zou moeten zijn, is niet meer dan een krot die in Nederland vijftig jaar geleden al zou zijn gesloopt. Het zijn treurige beelden gevuld met goedlachse en op het eerste gezicht gelukkige mensen. De armoede en de kerk houd ze samen en leert ze om elkaar te helpen in moeilijke tijden.

Mijn komst is voor het gezin Reverente goed nieuws, we gaan een paar dagen lekker eten. Eric, Lyka’s broer, maakt spaghetti met een dikke saus vol met varkensgehakt. Met z’n zessen genieten we van deze overheerlijke maaltijd waar veel mensen in Nederland hun neus voor zouden ophalen.

Armoede lijmt de maatschappij! Rijkdom maakt egoïstisch!

woensdag 8 januari 2014

Filippijnen: Ouderwets?

Cebu Pacific (In het vliegtuig (27F)

Als een onschuldige gevangene die na het uitzitten van zijn onterechte straf eindelijk uit de hechtenis wordt ontslagen. Zo voelde ik me toen om zes uur vanochtend de wekker afliep. Het enige probleem was alleen dat ik vanavond pas om zes uur van mijn ijzeren bal en ketting zou worden verlost. Ik heb dus nog een kleine twaalf uur om me voor te bereiden op het begin van mijn vrijheid en het afscheid van de, in mijn ziel brandende, eenzaamheid. Gelukkig ben ik ondertussen een graag geziene gast in het hotel en is het aanbod van potentiële klanten de afgelopen dagen ingestort. Zonder extra kosten, en op aanbod van de manager, mag ik tot mijn vertrek gebruik maken van de faciliteiten van het leegstromende hotel.
En nu ik op mijn bed naar de om mij heen uitgestalde spullen zit te kijken, die straks hun vaste plaats krijgen in mijn rugzak, wil ik niet meer nadenken over het verleden maar mijn aandacht verleggen naar de toekomst. Thailand en het alleen zijn worden vannacht om ongeveer kwart voor een, wanneer de wielen van het vliegtuig de grip op het beton van de startbaan verliezen, afgesloten. Voorlopig, want we komen hier over bijna vier weken voor een laatste korte vakantie nog terug.
De minibus is twintig minuten te vroeg maar dat maakt me weinig uit. Het gevoel dat de hereniging is begonnen, ook al moet de chauffeur nog drie kwartier door Pattaya rondrijden om andere passagiers op te halen, is beter dan het wachten in de lege “Boxing Roo”. De overvloed aan gasten die zich in het verleden aan het koele bier en de hete meiden te goed kwam doen lijkt voorgoed in Pattaya te zijn opgedroogd.
Tijdens de anderhalf uur durende rit naar de luchthaven van Bangkok duik ik in mijn Kobo ereader en lees de laatste pagina’s van “De gevangene van de hemel”, en zoals het vaak gaat bij een serie worden de delen steeds minder. Dit derde deel is nog maar een schim van de suspense en intrige van het eerste deel.
Ik ben nu, met de laatste bus van zeven uur, wel erg vroeg in Bangkok en probeer een gesprek aan te knopen om de tijd wat te doden. Dat blijkt later een verkeerde keuze te zijn geweest. De oudere man die ik vriendelijk groet begint met een opsomming van de problemen die hij in zijn leven is tegengekomen en in het bijzonder dat hij een dag te laat voor de vlucht naar Manila op de luchthaven aanwezig is.
Voor mij is het meteen duidelijk wat de gevolgen voor hem zullen zijn. Zelf heb ik voldoende ervaring met Cebu Pacific om te kunnen concluderen dat zelfs wanneer het vliegtuig maar voor een kwart gevuld zou zijn de onbekende ongelukkige een nieuw ticket zou moeten kopen. Zo werken die budget luchtvaartmaatschappijen nu eenmaal!
Toch kies ik ervoor om hem een hart onder de riem te steken en een beetje met hem mee te redeneren dat het waarschijnlijk allemaal wel zal meevallen. Wanneer ik met twee instapkaarten in mijn paspoort de incheckbalie verlaat staat aan de balie naast me de man nog steeds tevergeefs als een streng gereformeerde dominee tijdens de zondagse preek voor zijn zaak en goede bedoelingen te pleiten.
Met een brok in mijn keel denk ik voor een moment aan het vertrek van Lyka en hoe ze op deze zelfde roltrap met een laatste groet en brede glimlach ruim twee maanden geleden uit mijn beeld verdween.
Onze problemen met het paspoort en mijn verloren reis naar de MotoGP in Maleisië, het lijkt allemaal al weer jaren achter me te liggen. De tijd gaat me nu echt te snel! Terwijl ik van elk moment van de dag zo goed als mogelijk probeer te genieten wordt ik ook steeds vaker overvallen door de gedachte dat dit leven maar tijdelijk is. Terwijl ik over de wereld reis en soms vecht tegen de verveling vecht mijn jeugdvriend Jack Machielsen zijn laatste strijd tegen de kanker. Een grotere tegenstelling lijkt me niet denkbaar.
‘De goeie gaan het eerst!’, een waarheid als een koe die niets veranderd en slechts steun biedt aan diegene die verslagen achterblijven.
Het vliegen is ondertussen ook gedegradeerd van een exotische manier om je snel over een grote afstand te verplaatsen tot een van de normaalste zaken van de dag. De romantiek van de piloot met zijn pet en gouden strepen op de mouwen met aan elke arm een bloedstollend mooie stewardess is allang afgebladderd en wat er is overgebleven is een moderne buschauffeur hoog in de lucht waar er een overschot van op de wereldarbeidsmarkt is ontstaan. Bijna iedereen kan vandaag de dag piloot worden.
In het aquarium heeft de oude man me weer in zijn vizier gekregen en ik ben zijn gewraakte slachtoffer om het hele verhaal over zijn tegenslagen aan te horen. De eerste akte gaat over zijn verloren ticket en de ontbrekende wil van de medewerkers van Cebu Pacific om mee te werken aan een voor beide partijen bevredigende oplossing. M.a.w. het gratis omzetten van het gemiste ticket naar een nieuw vervoersbewijs.
De tweede akte verbaasd me nog veel meer! Zijn verhaal begint ergens in het einde van de tachtiger jaren toen hij engelse lessen gaf in een grote stad in het nog haast gesloten China. Zijn affaires met ruim twintig jaar jongere vrouwelijke partners en het onontkomelijke afscheid wanneer er zich een betere optie voor zijn toekomstige bruid aanbood.
Ik mag dan wel naar de Filippijnen op weg zijn maar ik hoop niet dat ik dat soort moedeloosheid en eenzaamheid uitstraal wat ik soms zelf wel eens bij mannen van boven de vijftig meen te zien. Mijn mededeling dat ik al bijna twee jaar gelukkig getrouwd ben lijkt aan hem voorbij te gaan.
Hij gaat zo op in zijn eigen klaagzang dat ik mijn gehoor maar afsluit en vervang door een onregelmatig geknik tijdens zijn betoog zodat het in ieder geval toch nog lijkt dat ik naar zijn geneuzel en onzinnige raad luister. Als een bokser door de bel wordt ik gered door een mededeling uit de luidsprekers in het aquarium dat de rijen 33 t/m 23 aan boord kunnen gaan. Ik sta op en knik nog een keer in zijn richting en probeer een zweem van medelijden op mijn gezicht te onderdrukken.
Terwijl ik mijn stoel in het nog lege vliegtuig opzoek bedenk ik dat het op een week na vijftien jaar geleden is dat ik voor de eerste keer in Thailand arriveerde. Een heel ander Thailand, een Thailand waar ik nog vaak aan denk. Een Thailand dat ik probeer zolang mogelijk in mijn gedachten vast te houden.
Ook tijdens mijn afgelopen twee trips op de motor heb ik veel van die oude bekende plaatsen bezocht om bijna keer op keer te worden teleurgesteld omdat er maar weinig van het romantische beeld dat ik in mijn herinneringen koesterde is overgebleven.
Waarschijnlijk is dat een eerste teken dat ik nu oud begin te worden. Een eerste teken dat ik de wereld om me heen niet meer wil laten veranderen maar zolang als mogelijk vasthouden aan de mij bekende wereld om me heen. Ik wordt te oud voor vernieuwing. Het heet toch niet voor niets ouderwets?
Copyright/Disclaimer