zondag 21 oktober 2012

Maleisië: Schoenen vol met water

Kuala Lumpur (My Hotel @ Bukit Bintang (802)

Om zes uur ben ik al klaarwakker. Het is “raceday”, de dag waarvoor we naar Kuala Lumpur zijn gekomen. De weersverwachting staat zoals bijna altijd op zeven dagen kans op onweer maar dat mag de pret vandaag niet drukken. Laten we hopen dat het niet zo’n treurige dag wordt als vorig jaar!
De reis naar het circuit is ieder jaar weer een verrassing. Jaren op rij werd het elke keer beter en daarna weer elk jaar slechter. Dit is een punt waar ik met mijn hele verstand niet bij kan. Er rijden voldoende treinen om de passagiers veilig en snel dichtbij het circuit te brengen maar er wordt met die capaciteit niets gedaan. Alle oude touringcars uit de buurt van Kuala Lumpur die beschikbaar zijn worden gehuurd en de stoelen tegen woekerprijzen verkocht! Waarschijnlijk is dit ook omdat de MotoGP het weeskind van de toeristenindustrie is en de Formula 1 race de publiekstrekker van het jaar is. De Formula 1 race trekt 115.000 tegen de MotoGP 77.000 bezoekers. Ook hier wint het grote geld!
Het is pas negen uur wanneer we de heuvel naar de ingang van het “Sepang International Circuit” oplopen. Het is nog koel, voor zover je temperaturen van boven de vijfentwintig graden in de tropen koel kan noemen. Frans doet het rustig aan maar dat zijn we nu wel gewend en Lyka bungelt ergens tussen Frans en mij in. Het is nog vroeg en de drukte valt nog mee. Een stroom in leer gestoken mannen en vrouwen op zware motoren, vermengt met magere jongens in kleurige T-shirts op brommers, zoeken hun weg naar de parkeerplaatsen.

De vraag die elke keer weer in me opkomt wanneer ik een race bezoek en door onbekenden met de motorsport aan me wordt gesteld probeer ik te beantwoorden: ‘Wat is er nu leuk aan een dag op de tribune zitten om mannen in hun autootjes of motorfietsen rondjes op het circuit te zien rijden?’

Het antwoord is veel ingewikkelder dan je op het eerste gezicht zou denken. Het is ook heel anders dan het bezoeken van een voetbalwedstrijd dat je het groepsgevoel, het oergevoel van bij een stam wilden te horen, geeft. Wij zitten hier in ieder geval niet om de sappige ongelukken die het zo goed op de tv doen te zien.
Het is eigenlijk net als een grote opera! Het begint in de ochtend met een wandeling langs de vele kraampjes en stalletjes die hun waar aanbieden als overture. Ik geniet van de kleine markt voor de ingang. Mooie Maleisische hostessen die hun beste beentje voor zetten.
Dan komt de warming-up waarbij de harten van de vroege bezoekers al sneller beginnen te slaan. Het geluid en de geur van de motoren! Met een warm gevoel diep van binnen denk ik terug aan de oude tijden van de twee-takt motoren die op benzine vermengt met een speciale olie, castorolie ofwel wonderolie. De zoete weeïge blauwe rook hing als een deken over het circuit. Er is veel veranderd in de loop der jaren. Ik kan me nog goed van mijn eerste bezoek aan de TT van Assen in 1974 herinneren dat er zes klassen - 50cc, 125cc, 250cc, 350cc, 500cc en zijspannen - op het programma stonden en dat erg veel coureurs in twee of zelfs drie klassen uitkwamen.
Nu zijn er bijna veertig jaar later nog maar drie klassen over en de motoren zijn zo kostbaar en gespecialiseerd dat het haast onmogelijk is om in meer dan een klasse uit te komen. En ook de kosten die meer dan € 8.000.000 per motor per seizoen - zonder de beloningen voor de coureur - kunnen bedragen zullen hieraan bijdragen.

Na de warming up is er de pauze waarin iedereen zich gaat voorzien van een hapje en een drankje zodat je later niets meer van de races hoeft te missen.

En dan beginnen de races! Langzaam wordt de spanning opgebouwd van Moto3 naar Moto2 en dan het grote spektakel van de dag, de MotoGP. Een precisie machine van 160 Kg en een vermogen van meer dan 250 pk en een topsnelheid die hoger ligt dan 350 Km/u. De meesten van ons zouden niet eens op zo’n motorfiets kunnen rijden!

Nadat de Moto3, met de lokale held Zulfahmi Khairuddin, de spits met een klinkende overwinning heeft afgebeten is het tijd voor de Moto2.

Nog voor het spektakelstuk begint verdwijnen de bergen rondom het circuit achter een gordijn van vallend water. En dat is jammer! Racen in de regen is te gevaarlijk en niet leuk. Er rolt een golf van teleurstelling over de tribune. En dat is jammer want alle indicatoren wijzen er op dat de MotoGP ook op een nat circuit van start zal gaan!

De start van de MotoGP race wordt uitgesteld en het eindeloze wachten begint. Veel fans denken aan het afschuwelijke moment van vorig jaar dat de race na twee ronden werd onderbroken en niet meer gestart. Niet wetende dat onze grote vriend Marco Simoncelli zich niet meer onder ons bevond. Het wachten wordt niet beloond en de race wordt officieel een regenrace.

Tijdens de rondjes van de moderne gladiatoren gaat het steeds harder regenen totdat de raceleiding beslist dat het te gevaarlijk wordt. De rode vlag komt tevoorschijn en voor de tweede jaar op rij eindigt de Grote Prijs van Maleisië in een teleurstelling.

We nemen ook afscheid van een groot coureur en meervoudig wereldkampioen: Het gaat je goed Casey Stoner, we zullen je nooit vergeten!


Goodbye Casey Stoner, thanks for the good times!

De enorme menigte komt in de neerdalende regen langzaam op gang en gaat op zoek naar het vervoer om terug naar Kuala Lumpur te geraken. Op een droge dag is dit al een ramp maar wanneer de hemelsluizen zich nog verder open zetten wordt het bijna een ramp van bijbelse proporties. Gelukkig heb ik mijn gele poncho voor noodgevallen bij de hand om mijn dure elektronica en mezelf zo goed als mogelijk tegen het vallende water te beschermen. Het regent zo hard dat het niet lang duurt voordat het koude en kleverige overhemd op mijn torso voelbaar wordt.
De regen loopt in straaltjes langs mijn benen naar beneden mijn schoenen in met zo’n volume dat ik na vijf minuten het water in mijn schoenen kan zien staan. Ik hoef dus niet meer om diepe plassen heen te lopen! Recht door alle opgeworpen hindernissen van stromend regenwater gaan we op de bussen af waar al rijen mensen in de stromende regen op hun vervoer naar de stad staan te wachten.
De ruim drie uur in de bus zijn een ware martelgang! De gelegenheidschauffeur is helemaal de weg kwijt! Dat kan ik zien omdat ik mijn GPS bij me heb, we rijden in de tegenovergestelde richting verder de regenachtige avond door. Zonder te verblikken of te verblozen gaat hij bij een benzine station de weg vragen. Rechtsomkeert mars! De airconditioning in de bus is ondertussen veranderd in een modern martelwerktuig en houdt de, tot op het bot toe natte en verkleumde, passagiers in toom.
Zo bereiken we veel later dan verwacht het centraal station Kuala Lumpur in de regen! We zijn de laatsten en er is geen spoor meer van de andere bezoekers van de race van vandaag te bekennen. Chinatown wordt geannuleerd en ik kan nu alleen maar denken aan droge kleding en een dampend bord eten. Klagen helpt in dit geval niet niet dus we gaan zo snel als onze benen ons kunnen dragen terug naar het hotel.
Het is al over half elf wanneer het eten op tafel verschijnt. Het bier smaakt me niet eens. In stilte denk ik nog eens terug aan de gebeurtenissen van vandaag. En zoals ook vorig jaar komt de vraag weer in me op of ik hier volgend jaar weer zit.
En het antwoord is een volmondig, ‘Ja!’
Kuala Lumpur is een heerlijke stad en het was ondanks alle tegenslagen een heerlijke dag. We nemen na het eten afscheid van Frans die alleen verder gaat naar Singapore terwijl wij morgen op het vliegtuig naar Zuid-Korea stappen.
Een nieuw avontuur tegemoet!

zaterdag 20 oktober 2012

Maleisië: Toch verkassen

Kuala Lumpur (My Hotel @ Bukit Bintang (802)

Op deze zaterdag ben ik al om half negen aan de receptie beneden om te vragen of er wellicht een andere kamer voor ons is. Helaas! We eten wat brood met kaas op de kamer in ik vraag me hardop af of het wel zo’n goed idee is om vandaag te verkassen. Het zijn tenslotte nog maar drie nachten! Aan de andere kant hebben we ook weinig meer te doen vandaag. Het moeilijk ter been zijn van Frans heeft een negatieve invloed op Lyka die ook meteen haar kans waar neemt om zo min mogelijk in de zon te komen. Helemaal niet lopen is zelfs nog beter! Eindeloos Facebook, up, down, up, down, like, like, share, share. Nog geen nieuw bericht? Hoe kan dat? Waar zit iedereen? Ik krijg het er benauwd van. Dit is het toppunt van zinloosheid wanneer buiten een nieuwe wereld klaar ligt om ontdekt te worden. Ik gebruik de blauwe F (facebook) ook maar het is geen tijdverdrijf omdat ik me zo alleen voel of verveel.
Om half elf waag ik een tweede poging en nu krijg ik het gevoel dat de net begonnen dagploeg meer behulpzaam wil zijn dan de net vertrokken nachtploeg. Er wordt met de walkie-talkie tussen de receptie en huishoudster in een voor mij totaal onbekende taal, waarschijnlijk Hindi, heen en weer geschreeuwd.
‘We hebben een kamer voor u maar die moet nog worden schoongemaakt, u blijft toch nog drie nachten?’, vraagt de vrouw in een kleurige sari en wel dertig armbanden om elke pols.
‘Ja, dat klopt! Maar dat schoonmaken is geen probleem, we zetten onze spullen gewoon in de kamer en zijn dan direct weer vertrokken! Daarna kan de kamer gewoon worden  schoongemaakt. Wij vertrouwen jullie wel met onze spullen! Wat is het nummer van de nieuwe kamer?’
Ze kijkt op het beeldscherm en komt met een van de beste nummers die je je hier kan voorstellen: ‘Kamer 802.’
‘Dat is maar een verdieping lager, dan kunnen we mooi lopend verhuizen!’
Ze overlegd voor de laatste keer met de huishoudster die het plan goedkeurt.
En ik weer met de lift naar boven waar Lyka in de puinhoop van de kleine tweepersoonskamer de blauwe F bezigt. Ze is blij, aangebrand en verbaasd tegelijk wanneer ik haar vertel dat we gaan verhuizen. Ze volgt elke beweging van me terwijl ik al mijn rondslingerende elektronica in mijn rugzak prop. Het duurt niet lang of ze begint mijn voorbeeld te volgen. We lopen allebei twee keer op en neer, gevolgd door een kamerjongen uit Burma, en we zijn verhuisd.
Frans is ons voor een moment kwijt wanneer de kamer hebben verlaten. Hij knikt lachend als teken dat hij begrijpt dat we naar die andere kamer wilden verhuizen. Wij hadden het kleinste kamertje, op een badkamer na, in het hotel tot onze beschikking. Een snelle blik in onze nieuwe kamer leert hem dat deze kamer zelfs beter is dan zijn kamer.
Om half twaalf stappen we het felle zonlicht tegemoet. Boven ons kruipen grote witte wolken langs de blauwe hemel. Het is een van die perioden dat je elke dag veel regen kan verwachten. Ik probeer het niet al te moeilijk te maken en stel voor dat we naar de laatste echte natte markt van Kuala Lumpur gaan. Elk bezoek aan de “Chow Kit Market” kan de laatste zijn. Er is al jaren sprake van om deze markt, de laatste authentieke, te verhuizen naar een nieuwe lokatie met alle voorzieningen die nodig zijn voor een goede hygiëne. Het gemeentebestuur van Kuala Lumpur neemt helaas niet altijd de beste beslissingen op het gebied van toerisme in cultuur.
Helaas hebben de moslims daar ook in het algemeen weinig gevoel voor. Beelden zijn verboden en een moskee is het mooiste en heiligste dat ze kunnen bouwen. Vandaar dat er op elk moment van de dag tientallen moskeeën in Maleisië in aanbouw zijn. De een nog mooier dan de ander en alles betaald door de zittende UMNO coalitie met oliedollars en belastinggeld. De bouw van de moskeeën is gehuld in een nevel van corruptie en populistische politiek. Zodra de UMNO in een regio haar macht dreigt te verliezen kondigt de plaatselijke politiek en de imam de bouw van een grote moskee aan. Goed voor de werkgelegenheid in de regio, goed voor de corruptie en goed voor het geloof. Helaas zijn die prachtige staaltjes van islamitische architectuur vaak op plaatsen die moeilijk te bereiken zijn. De moskee bij de nationale luchthaven en de moskee op het kunstmatige eiland voor Malacca zijn hier goede voorbeelden van.

Terug naar de markt! Een lokale markt, in elk land ter wereld, is voor mij de beste plaats om zijn bewoners te leren kennen. Hun voedsel, hun wensen en hun dromen. Onder de, als schubben op een reusachtige vis, over elkaar strak getrokken marktzeiltjes gaat er een nieuwe wereld van geuren en kleuren voor je open.
Gebogen, de zeilen hangen te laag voor de lange witte mensen, sluip je tussen de dicht op elkaar staande marktkramen en inkopende mensen door. Het constant alert zijn om niet rechtop te lopen lijkt ook je andere zintuigen aan te scherpen. De kruiden en specerijen die hier al eeuwen bekend zijn en de basis vormen voor de heerlijke kerries en andere exotische gerechten liggen op grote hopen op klanten te wachten. Ze ruiken anders dan de zakjes van Verstegen en Conimex. Dit is het echte Azië! Dit is de oosterse keuken thuis.
De vloer onder je sandalen wordt nat en de geur van de dood komt je tegemoet. Lekwater van de bergen verse vis, inktvis en garnalen op smeltend ijs zoekt een weg naar het dichtstbijzijnde afvoerputje naar het riool. Afbrekende eiwitten in het langzaam stromende lekwater geven zwavelige en ammoniakgassen af die onder de zorgvuldig aangebrachte marktzeilen blijven hangen. Als jet regenwater er niet doorheen kan komen dan heeft het gas het ook moeilijk om te ontsnappen. Je krijgt het steeds moeilijker om het kokhalzen te onderdrukken en je neus dichtknijpen en snel doorlopen lijkt de enige verlossing.
Verschillende dieren hebben verschillende geuren. Even plotseling als ze is gekomen maakt de geur van de vis plaats voor de geur van de zoogdieren. Een zoete weeïge lucht van bloed vult je neusgaten. Haast even aantrekkelijk als afstotelijk, een paradox! Voor een moment zijn je hersenen door je instincten in de war. Je associeert de geuren met strijd, overleven, het eten van de gedode dieren na de succesvolle jacht. Een rij afgehakte koppen van runderen kijken je aan. Wij waren gezond voordat we ons einde tegemoet gingen!
En dan eindelijk de verlossing! De andere, haast geurloze, ingrediënten als groenten, fruit, suiker en zoute eendeneieren volgen elkaar in een rap tempo op. Je neus opent zich voorzichtig om de delicate geuren te registreren. Sterke Maleisische koffie, zoete zwarte rijst met kokos, het einde van de markt is in zicht. Er zijn maar weinig toeristen die na een tocht van bijna dertig minuten door deze martelkamer trek hebben om te eten.
Ik hoor bij de andere groep! Langzaam, een flink stuk achter mijn twee reisgenoten, loop ik langs de kraampjes waar de Maleisische heerlijkheden op staan uitgestald. Ik zou wel wat lusten of in ieder geval een kop sterke Maleisische koffie drinken. Een koffie die gebrand wordt met zout en boter. Een koffie zo sterk, niet bitter, dat je darmen het liefste de dikke vloeistof meteen weer uitscheidt. Helaas, een eind verderop staan de twee demonstratief op me te wachten wat ik verder voor ze in petto heb.
Het is nog geen één uur dus de middag moet nog worden gevuld. Een wandeling van een kleine vier kilometer! Dat zou toch iedereen moeten kunnen in een rustig tempo? Onderweg nog wat eten of drinken en dan is het al snel weer tijd om terug naar het hotel te gaan.
Om de gemoederen niet al te hoog te laten oplopen vertel ik ze bewust niet de afstand maar dat het ongeveer een uurtje lopen is.
‘Lopen jullie maar voorop en als jullie een plaats zien om te lunchen laat het me dan weten?’, zo, dat is weer een probleem opgelost.
Drie kwartier later en al op de helft van de wandeling hebben ze nog steeds niets gezien terwijl we al drie van mijn favoriete restaurants voorbij zijn gelopen. Het maakt mij niet uit hoe een restaurant er in Maleisië er aan de buitenkant uitziet. Het maakt me ook niets uit of de inrichting gezellig is. Het enige dat telt is de prijs/kwaliteit verhouding van het eten! En hier in Maleisië betekend een vol restaurant is een goed restaurant.
Dit is meteen ook één van de belangrijkste redenen waarom ik het liefst alleen, met twee òf hooguit drie personen op pad ben. Wordt de groep te groot dan wordt hij onbeheersbaar en door de geforceerde democratie onhandelbaar. Met z’n tienen wordt je het maar moeilijk eens waar met de groep te gaan eten! Ik ga het liefste mijn eigen weg, maar niet wanneer we maar met z’n drieën zijn dan wil ik me wel bij een besluit van de meerderheid neerleggen.
De irritatie slaat bij Lyka toe en ze laat zich weer eens van haar slechtste kant zien. Als een blind paard rent ze door de straten van Kuala Lumpur. Ze heeft trek, dorst en ik kwaad. Op mij maakt het geen indruk meer maar Frans maakt zich zichtbaar zorgen. Ik stel hem gerust en zeg dat er een stukje verderop een marktkraam is die de beste kebab van Kuala Lumpur serveert. En dat al langer dan ik hier kom! Voor een moment is er rust in de groep. Het aanzien van het openlucht restaurant is voor de twee voldoende om het af te slaan. Verbaasd kijk ik ze aan. Ik had van Frans toch wel wat anders verwacht. Lyka vraagt zoals gewoonlijk weer naar iets dat niet te vinden is òf ze wil naar KFC, dus daar luister ik niet eens meer naar.
Als laatste toevluchtsoord is er altijd nog “Restoran Yussouf” tegenover de “Central Market”. Hoeveel vrienden en reisgenoten ik naar dit authentieke moslimrestaurant heb meegenomen is niet te tellen. Helaas kan ik wel op een hand tellen hoeveel er hier van de maaltijd hebben genoten. Waarom willen de mensen het, op een enkeling na, altijd zoals thuis? Waarom kookt mama en moeder de vrouw eeuwig en altijd het lekkerste van iedereen? Gebrek aan moed en fantasie! Sta open voor nieuwe gerechten en nieuwe smaken! Bij een prijs van een euro of twee per gerecht kun je je de luxe permitteren om een bord na één hap van je weg te schuiven en een ander gerecht te bestellen! Ik wil niet zeggen dat ik alles eet. Ik gruwel van orgaanvlees en insecten. Maar in Maleisië heeft de islam ervoor gezorgd dat het eten er goed en lekker is.
Wanneer ik ook hier wordt overspoeld met tegenwerking is de dag voor mij ten einde. Ik bestel waar ik zin in heb geniet in stilte van de afwisselende zoete en pittige kerries. Het rundvlees is als kauwgom en wordt met een enorme huishoudschaar door de kok in stukjes geknipt. In de lamskerrie zitten scherpe botscherven en dikke brokken onverteerbaar vet die een heerlijk aroma afgeven. Af en toe neutraliseer ik het palet met een flinke slok koele 100+. Bij me aan tafel zitten er twee hun best te doen om het ook lekker te vinden, ze schuiven de kip op hun bordje heen en weer. Vol smaak scheur ik een stuk van het nog warme naan brood af en doop die ombeurten in de dikke bruine kerrie of de dunne gele daal. Kaneel en komijn voeren de boventoon wanneer het brood onder mijn neus verdwijnt. Wat kan het leven onderweg toch mooi zijn!
Ik reken af, RM 29,50 (€ 7,50), voor ons drieën en wij gaan in een gepaste stilte op het hotel aan. De een heeft het warm, de ander kan niet meer en ik wil koud bier drinken, om deze dag zo snel mogelijk te vergeten, totdat ik vol genoeg ben om te gaan slapen. Door alle regen van de afgelopen twee avonden zijn we nog niet in Chinatown geweest en nu we er zo dicht bij zijn kunnen we er best even doorheen lopen op weg naar het monorail station.
En die plotselinge wijziging in de planning brengt me oog in oog met de oude mr. Lee. We kijken elkaar voor een moment aan en vallen in elkaars armen. Mr. Lee, al enkele jaren doodgewaand, onvindbaar en ondanks herhaaldelijk naar hem te hebben gevraagd nooit een teken van leven te hebben gekregen. Ik kijk in zijn oude ogen en zie ontroering, wij gaan samen terug naar 1999 toen ik voor de eerste keer in Kuala Lumpur kwam.
‘Morgen drinken we na de race een Guinness!’, spreek ik met hem af.
Hij knikt en lacht breed, geen enkele tand meer zichtbaar. Zijn dunne zwarte haar ligt in sliertjes op zijn bezwete hoofd. Hij duwt de gegalvaniseerde stalen kar vol met namaakartikelen uit China verder de markt op en verdwijnt langzaam in de menigte. De twee hebben een stukje verderop naar onze onverwachte ontmoeting staan te kijken. Lyka schud haar hoofd als teken dat ik waarschijnlijk gek ben. Ze heeft haast om terug naar de blauwe F te gaan.
Met Frans heb ik minder moeite, het loopt al tegen vijf uur wanneer Jalan Alor passeren en ik voorzichtig aan hem vraag of hij zin heeft in een biertje.
‘Het is nog wel vroeg!’, antwoord hij.
‘Lekker drinken en eten en dan vroeg naar bed. Dan zijn we morgenvroeg uitgeslapen en fris voor de grote dag van de MotoGP!’
Terwijl we op het terras zitten zien we het dagelijks terugkomende tafereel, van het opbouwen van de openlucht restaurants, voor onze ogen afrollen. Een bericht van Henk dat hij ons gisteren niet heeft kunnen vinden en dat ze vandaag bij het hotel in de buurt blijven. Misschien morgen op het circuit? Op dat moment maakt het me allemaal niet meer uit. Genietend van mijn koude Tiger bier absorbeer ik de sfeer van Kuala Lumpur als een droge spons in een bak water. Wat is dit toch een heerlijke stad!
Fles na fles verdwijnt in mijn keelgat en de stress van de middag verdwijnt met mijn urine in het gat in de vloer van het Chinese toilet. Een toilet dat menigeen zou doen besluiten om Maleisië maar liever niet te bezoeken! Lyka sluit zich bij ons aan de menukaarten komen op tafel. Mijn trek is vanmiddag door de flessen bier al gestild!
‘Bestellen jullie maar, ik prik wel een vorkje mee!’
Gebakken vis en gebakken rijst, zelf zit ik vol met bier en de onverschilligheid is als een deken over me heen gegleden. Nog een laatste biertje en de dag zit er voor me op. Ik voel dat mijn reisgenoten me niet helemaal begrijpen. Maar dat is ook niet het doel van het leven, begrijpen. Want zodra je denkt dat je iets begrijpt wordt het meer ingewikkeld dan te  voren en is het weer onbegrijpbaar.
Morgen is de grote dag van de MotoGP.

vrijdag 19 oktober 2012

Maleisië: Rust en regen

Kuala Lumpur (My Hotel @ Bukit Bintang (908)

Met de beperkingen van onze gast Frans in mijn gedachten probeer ik voor deze dag ook een programma te bedenken dat iedereen leuk zal vinden. Het is niet gemakkelijk. Lyka zeurt zoals zoveel Aziaten over het bruin worden in de zon en Frans kan het gewoon lichamelijk niet aan. We wachten daarom tot het al voorbij tien uur is voordat ik aan de overkant op de deur klop. Voor Frans lijkt het nog op negen uur omdat hij dacht dat Kuala Lumpur in dezelfde tijdzone als Bangkok ligt.
‘Schiet op!’, zeg ik nog nadrukkelijk, ‘want om elf uur is het ontbijt bij McDonald’s voorbij.’
In een recordtijd wordt er door Frans gedouchte, geschoren en aangekleed.
Met nog tien minuten, tot de wisseling van het ontbijt menu naar het dagmenu, te gaan staan we ik rij voor ons ontbijt, terwijl Frans en Lyka boven een zitplaats gaan zoeken. Een enorme vrouw, met de omvang van een berg, in een niets onthullende dikke zwarte wollen jurk staat samen met haar al even dikke Arabische echtgenoot, in een groen poloshirt en gebloemde korte broek, voor me. In plaats van de wachttijd in de rij te gebruiken voor het nadenken over je bestelling stellen dit soort mensen het altijd uit totdat ze aan de beurt zijn. Eerst de vraag of het ècht halal is, dat staat met grote letters op de glazen toegangsdeur, en dan omhoog kijken naar de grote foto’s van de broodjes. Ze gaan dan uitgebreid, soms wel meer dan vijf minuten, staan te overleggen wat ze in die vette zweterige lijven willen persen.
De cassiëre kijkt me verontschuldigend aan. En ik geef op mijn beurt ook een teken aan haar dat ik even aan mezelf moet denken. Ik bots zo lomp als mogelijk tegen de dikke vrouw aan en voel de rollen vet als bij een hangbuikzwijn. Zij schrikt en stapt automatisch op zij, ze draait haar hoofd om en ik weet dat daar ergens twee ogen me anstaren. Ik kijk direct daarna de besnorde Ali Bombari recht in zijn ogen en glimlach. Hij is zichtbaar verbaasd en luistert wat zijn vrouw vanonder de zwarte hoofdkap, als een beulsmuts, hem heeft te vertellen.
‘Drie Sausage McMuffin with Egg, twee koffie en een warme Milo’.
De cassiëre volgt het amusante tafereel met een brede glimlach en slaat meteen mijn bestelling aan op de kassa. Zo, mijn dag is goed begonnen!
Om een minuut voor elf laat ik mijn kartonnen koffiebeker nog een keer vullen, gratis, en mijn dag kan dan al niet meer kapot. Op de terugweg naar boven zie ik Ali Bombari weer samen met zijn vrouw naast de deur aan een veel te kleine tafel zitten. Ik groet met een brede glimlach waarvan hij niet weet hoe me terug te groeten.
Vanaf de eerste verdieping hebben we een goed uitzicht op Bukit Bintang, Jalan Sultan Ismael en het Lot 10 warenhuis dat in de afgelopen twee jaar een transformatie heeft ondergaan. De lucht boven Kuala Lumpur is al aan het betrekken. Dat is heel erg vroeg! Normaal begint dat pas rond een uur of één! Grote witte onweerswolken bouwen zich op en de randen veranderen langzaam van lichtgrijs naar pikzwart.
‘Ik denk dat we het vanmiddag niet droog houden!’, meld ik aan de andere twee aan tafel.
‘Laten we dan maar niet te ver lopen!’, zegt Frans, ‘proberen zo dicht mogelijk bij het openbaar vervoer te blijven.’
Niet ver van het restaurant met de gouden bogen is het “Berjaya Times Square” winkelcentrum met daarbinnen een heus recreatiepark. Lyka heeft een tijdje geleden op het internet enkele foto’s gezien en haar wens is om het park te bezoeken. Frans stemt ermee in zolang het maar niet te ver lopen is. Dat stoort me een beetje. Het op voorhand de nek omdraaien van een leuke dag met oneigenlijke argumenten vindt ik niet leuk. Probeer het dan in ieder geval, als het niet lukt kunnen we altijd nog aanpassen.
En zeker niet wanneer er steeds twee mensen naast me staan te vragen: ‘Wat gaan we nu doen?’
Het afwijzen van ideeën heb ik nu al lang genoeg en met teveel mensen meegemaakt. ‘Zoek zelf maar uit wat je wil gaan doen en ik breng je er wel naar toe!’, wil ik soms wel eens van de daken schreeuwen.
Het recreatiepark heeft een prijskaartje dat ik mezelf al meteen uitsluit om naar binnen te gaan. Lyka twijfelt nog en Frans sluit zich meteen bij mij aan. We nemen plaats aan een tafel, weer bij een McDonald’s restaurant, die vrijkomt met een uitzicht op de achtbaan en ik ga nog maar eens een lekker bakkie koffie halen. Terwijl we zo met zijn drieën zitten te kijken naar de achtbaan komt Lyka ook tot een besluit. Ze besteed het geld liever aan winkelen wanneer we in Zuid-Korea zijn. We blijven nog even hangen en ik denk diep na wat we kunnen gaan doen.
De wandeling langs Jalan Raja Chulan is een niet te lange en aangename wandeling met de finish in Chinatown. Hij gaat hoofdzakelijk bergafwaarts, geeft mooie uitzichten op de KL Menara en als je zin hebt kun je ook nog even een stukje Bukit Nanas, een stukje echt tropisch regenwoud in het midden van Kuala Lumpur, in lopen. Maar de wandeling er naar toe is al teveel. Dus wordt het de monorail van Times Square naar Raja Chulan. De lucht is gesloten en de monorail is vol.
De lokalen weten uit ervaring dat het niet lang meer kan duren voordat Pluvius de sluizen van de hemel opent. De toerist, ikzelf dus, heeft nog hoop dat het wel zal meevallen. Ervaring wint van de hoop en nog voordat we de trappen naar de begane grond af zijn gelopen komt de regen met een geweld naar beneden dat alleen maar in de tropen mogelijk is. Het dondert en het bliksemt, geuren verdwijnen en maken plaats voor nieuwe onbekende geuren wanneer het rioolgas door het water uit de riolen omhoog wordt geperst. Het regent zo hard dat wolkenkrabbers op minder dan driehonderd meter geheel in het vallende water oplossen. Er zit niets anders op dan iets nieuws te bedenken. Gelukkig komen ze zelf met een idee! Waarom gaan we niet naar KL Sentral Stesen?
Opnieuw de monorail in die zich als een speedboot door het vallende water naar het nieuwe treinstation van Kuala Lumpur ploegt. Aan het begin van de lijn stappen we uit en het verbaasd me niet dat het daar ook regent, al is het veel minder hard. We wachten een kwartiertje in het kleine station en wagen dan de spurt naar de beschermende wandelgalerijen. We hebben trek en hier in de buurt zijn geen goedkope restaurants. Maar we moeten toch eten! Uiteindelijk valt de keus op een veel te duur Indiaas eethuis met airconditioning en een ober die je alle gerechten aanraad die je nog niet besteld hebt. Ik wordt er moe en prikkelbaar van. Na een laatste sneer verlaat hij het restaurant, waarschijnlijk naar de keuken, om de bestelling door te geven.
Gelukkig is het eten van een goede kwaliteit hoewel de porties niet al te groot zijn. Ik heb het slechter en beter gegeten in Kuala Lumpur. De eerste dag is om. Het ziet er niet naar uit dat het weer vandaag nog zal opklaren. Perioden met regen in het vooruitzicht. Dan maar terug naar de kamer om wat te schrijven en foto’s te verwerken.
Tijdens de eerste poging om de gordijnen dicht te doen komt de complete rails met vitrages en overgordijnen met een flinke plof naar beneden. Verbaasd kijken Lyka en ik elkaar aan en beginnen hard te lachen.
‘Wat nu?’, vragen wij ons af.
Een grondige inspectie van de schade, òf de oorzaak, wijst meteen uit dat het niet de eerste keer dat de gordijnen naar beneden zijn gekomen. De gaten in de gipsplaat aan het plafond zijn zo groot dat ik me afvraag of die maat plug wel hebben in Maleisië. Mijn vijftien jaar ervaring in de bouw zegt in ieder geval paraplupluggen. Maar probeer ze dat meer eens uit te leggen! Ik moet het in ieder geval meteen melden, slapen zonder gordijnen is niet prettig. Hoop op een andere kamer heb ik in ieder geval niet. Het is vrijdagavond èn het is een populair hotel bij budgetreizigers en toeristen uit de wat armere landen. Beneden aan de receptie kijken ze niet verbaasd op van het ongeval op onze kamer, het geen mij ook zeer verbaasd.
‘We zullen kijken of we morgenvroeg een andere kamer voor u hebben!’, zegt de receptioniste behulpzaam.
‘Nou, dan horen we het morgenvroeg wel’, lach ik haar toe en ga weer terug naar boven.
Op de kamer moeten Lyka en ik weer hard lachen om wat er is gebeurd. De verhalen over de ijsblokjes spugende airconditioning en de gloeiende spiraal in de waterkoker in Kuala Lipis, komen ook weer naar boven.
Precies om acht uur klopt Frans op de deur en we zijn klaar om op pad te gaan. Helaas zorgt de regen ervoor dat we niet al te ver kunnen gaan. Dus dan maar weer naar Jalan Alor. Het eten is er goed en het bier koud. Hoewel het menu zeer sober is weten we toch weer een heerlijke Chinese maaltijd bij elkaar te vinden.
Gebakken noedels, varkensvlees met gedroogde chili’s, gebakken inktvis en de boontjes met zoute vis worden voorafgegaan door wel twintig stokjes saté. Niet zoveel bier als gisteren want ik hoop dat we morgen nog een dag goed weer hebben zodat we wat kunnen gaan doen. Met een kater door de vochtige hitte van Kuala Lumpur te struinen is geen leuke bezigheid.
Copyright/Disclaimer