woensdag 26 mei 2010

Taiwan, een misverstand!

Kaohsiung (San Duo Hotel)

Te weinig of slechte communicatie kan tot onaangename verrassingen leiden!
‘We zien wel!’
‘Daar moeten we nog even over praten!’
‘Misschien kom ik nog terug!’
En meer van die zweverige en nietszeggende opmerkingen. En nu waren wij na ruim twee weken ook aangeland bij dit punt. Slecht overleg en het niet duidelijk uitkomen op een “Ja” of “Nee”.
Er waren twee opties voor vandaag! Er was natuurlijk nog de tocht naar het “Litttle Liuchiu Island” maar ik had ook gelezen over een park met veel interessante tentoonstellingen over de oorspronkelijke bevolking van Taiwan. We hadden geprobeerd te overleggen en in mijn beleving was het eiland als bestemming gekozen. Het eerste deel van de reis per trein naar “Pindong (Pintung)” was hetzelfde. Daarna moesten we overstappen en ik kocht twee kaartjes voor de bus naar “Donggang”. Na een uur in de bus waren we op de plaats van bestemming en gingen we op zoek naar de aanlegsteiger van de veerboot. Ik had geen kaart van de stad en ook de GPS gaf maar een enkele straat aan. De meeste veerboten starten op het water dus waren we op zoek naar het water dat in het westen moest liggen.
Totdat Tettje met de vraag kwam, ‘Hoe ver is het naar het park?’.
‘Eh, hoe bedoel je?’
‘We gaan naar het eiland!’
‘Ik dacht dat je naar het eiland wilde!’, vervolgde ik.
‘Nee, ik dacht dat we naar het park gingen!’, antwoordde Tettje op zijn beurt.
Een misverstand voortgekomen uit slechte communicatie.
Ik schudde met mijn hoofd en we draaiden meteen om en versnelden onze pas. Als we geluk hadden dan konden we weer met dezelfde bus mee terug naar Pindong. En dat geluk was gelukkig aan onze kant. De bus kwam ons al tegemoet toen we op ongeveer een honderd meter van het kleine busstation waren. Ik zwaaide met mijn armen om de buschauffeur te signaleren dat we mee terug wilden. Het gepaste geld viel in de doorzichtige perspex bak en wij waren op weg naar het “Indigenous People’s Cultural Park” in “Sandimen”.
Er was wel een vertraging van meer dan Tweeëneenhalf uur in onze planning gekomen. In stilte lieten we het landschap aan ons voorbij schieten.
‘Dit moesten we in de toekomst zien te voorkomen,’ daar waren we het over eens.
Bij aankomst aan de rand van de bebouwde kom van Sandimen zag ik plotseling een bruin bord, dat op veel plaatsen in de wereld gebruikt wordt om een toeristische attractie aan te geven, boven de weg met een tekst die op onze bestemming leek. Zonder na te denken of het wel een slimme beslissing was drukte ik op de rode knop boven mijn hoofd en de bus kwam piepend en zuchtend net voor de kruising tot een plotselinge stilstand.
‘Sje sje’, riepen we in koor en verlieten de bus.
Ook deze plaats was weer een grijze vlek op de gratis kaart van mijn GPS. De tekst was niet honderd procent hetzelfde maar ik kon me niet voorstellen dat er twee van die parken in een dorp met tweeduizend inwoners waren. We stapten dus in de richting van de pijl en begonnen weer voorzichtig te praten. We voelden ons allebei schuldig aan dit misverstand en we wisten ook dat dit ons in de toekomst niet meer zou overkomen.

Het was al bijna één uur in de middag toen we aan de kassa van het “Indigenous People’s Cultural Park” stonden. Het was enorm warm en het zweet gutste uit mijn poriën. We waren weer in de bergen aanbeland en het meeste van de wandeling was bergopwaarts geweest. Natuurlijk bezochten we eerst het museum dat meteen achter de kassa ligt. Opnieuw viel de enorme leegte op. De parkeerplaats was eng leeg. En ook het personeel gaf ons de indruk dat er vandaag nog niet veel bezoekers waren geweest.

Nadat we een berg verboden foto’s in het museum hadden geschoten, en weer waren afgekoeld, gingen we met een open bus naar het uiteinde van het park. En dat was lachen! Aan het einde van de weg begon onze tocht langs de verschillende stammen van Taiwan. Het park ligt in een mooie bergachtige omgeving en ook de meeste gemeenschappen van stammen bloeiden op in de bergen. Dus liggen de nagebouwde en verplaatste huisjes uit een nog niet zo ver verleden op berghellingen. Met deze temperaturen daalden we eerst af om te aanschouwen wat we niet of moeilijk konden begrijpen. De meeste borden waren in het Chinees. Nog voordat we aan de klim omhoog begonnen rustten we wat uit bij een huis waar vroeger het stamhoofd en zijn gezin woonde.

Na een vermoeiende tocht bergopwaarts, met twee korte ruststops, kwamen we weer bij de weg aan en keken omhoog naar het tweede dorp dat we konden bezoeken. Maar zover kwam het niet. We hadden genoeg gezien en we wilden onderweg nog ergens stoppen waar het wat vlakker was. De fraaie bus arriveerde en wij waren de enige passagiers op weg naar de volgende stop. Bij een groot, en leeg, restaurant werden we gedropt.
Dat was niet wat we zochten en we liepen meteen verder totdat een groot reclamebord mijn aandacht trok.
‘Show om 15:00 uur’, stond er in grote letters.
Ik vroeg het nog even, aan een bewaker in een smetteloos uniform, voor de zekerheid of het wel doorging en mijn vraag werd bevestigend beantwoord. De twintig minuten wachten in de donkere koele hal waren zeer aangenaam na de klim. Met nog vijf andere bezoekers begon er een show met muziek en dans uitgevoerd in klederdracht. Erg indrukwekkend en mooi!

Op mijn “Picasa pagina” staan nog meer foto’s.

Het was al bijna half vijf toen we het park verlieten en op zoek gingen naar de bus die ons terug naar “Pintung” zou brengen. En dan zijn we meteen weer bij een ander probleem aanbeland. De Chinese karakters zijn hetzelfde maar worden anders uitgesproken in het Mandarijn en Kantonees. Maar de vertaling van de Chinese klanken naar het westers alfabet kan verschillen op veel plaatsen. Zo kan een stad of een dorp wel op vier of vijf verschillende manieren gespeld worden, en dat maakt het niet gemakkelijker.
Gelukkig vonden bij de eerste hoofdweg een bord van de busmaatschappij en het leek er op dat de bus daar zou stoppen. Alleen de lokale bevolking bij een marktkraam aan de overkant van de weg was het er niet mee eens.
Bij het woord, ‘Pintung’ of ‘Pindong’ wezen ze steeds in alle windrichtingen.
Vanuit een ooghoek zag ik iets dat op onze bus leek in de verte aankomen en zonder te bedanken renden wij in de richting van de bus. Wij waren bang dat er misschien nog een afslag lag tussen ons en de bus. Gelukkig was dit niet het geval en de chauffeur was coulant genoeg om op een plaats te stoppen waar dat waarschijnlijk niet mocht. Vermoeid en bezweet vielen we achter in de bus op twee banken. Onze missie voor vandaag was geslaagd en we hadden mooie foto’s mee genomen. Onze dag was een succes geweest!
Het was onze laatste avond in Kaohsiung en afscheid nemen doet pijn. We namen afscheid van de 7-11 meisjes waar we elke avond een biertje hadden gedronken en natuurlijk namen we ook afscheid van de meisjes in ons favoriete restaurant achter het Sanduo Hotel. Als verrassing konden we nog wat doen waar ik van te voren op had gezworen! Het proberen van “Stinky Tofu”! En dat hebben we geweten! Het ziet er uit als gewone Tofu maar ruikt als een emmer rioolslib. De smaak is niet echt smerig totdat die geur je neus bereikt en je hard moet vechten om het binnen te houden. Ik zal het zelf niet bestellen maar ik kan wel zeggen dat ik het geprobeerd heb! Na vele biertjes en veel toasten op een goede reis gingen we op huis aan. Welterusten Kaohsiung, morgen op pad naar “Tainan”.

dinsdag 25 mei 2010

Taiwan, Japanse schema’s

Kaohsiung (San Duo Hotel)

Net als vorig jaar in Japan gingen we vandaag op pad voor een dagtochtje. Ons doel was Manong op het platte land en bekend om haar “Hakka” bevolking.
De bus was ons vervoermiddel en om eerlijk te zijn is het reizen met de bus erg gemakkelijk in Taiwan. Bussen vertrekken regelmatig en de kosten vallen erg mee. Ons doel, Manong, ligt op ongeveer vijftig kilometer van Kaohsiung en de reis zou een anderhalf uur duren. De gemiddelde snelheid voor een verplaatsing ligt dan net zo laag als in de minder ontwikkelde landen in ZO-Azië. Maar het maakt voor ons niets uit want wij genieten van de reis die ons een blik op het dagelijkse leven buiten de grote steden van Taiwan geeft.

Bij aankomst in Manong was het eerste wat ons opviel de drukkende hitte op het platte land. Het was er verzengend heet en de hoed ging meteen op. Na een vervroegde lunch, erg goed en erg goedkoop, in het busstation gingen we op pad naar de eerste attractie. Het “Meinong Folk Village” was volgens de Lonely Planet wel erg toeristisch maar desondanks ook wel de moeite waard om te bezichtigen. De zes kilometer onder de brandende zon zouden dus niet tevergeefs zijn.
Op weg naar het park passeerden we enkele oude traditionele boerderijtjes. Braakliggende verlaten boerderijtjes! En dat is erg jammer omdat je in je gedachten al de bulldozers ziet aankomen om deze unieke oude gebouwen met de grond gelijk te maken. Men verkiest ook hier de lelijke betonnen, bij voorkeur met witte tegeltjes belegde, blokkendozen als de norm voor de voorspoed van de 21st eeuw. Ik hoop dat het bewustzijn hoe belangrijk deze culturele juweeltjes zijn snel gevonden wordt.

Over het “Meinong Folk Village” kan ik erg kort zijn.
‘Nul foto’s!’
‘En dat zegt genoeg!’
De braderie in haar Chinese oervorm is hier tot een hogere kunst verheven en alles is ingesteld op de verkoop van zakjes pinda’s tot en met drie meter hoge beelden. We kochten nog wat te drinken en gingen weer op de stad aan.
Op de terugweg stopten we voor een moment in een klein zaakje waar een vrouw parasols maakte van bamboe en lakpapier. Wegdromend bij beelden in mijn hoofd hoe deze gebruiksvoorwerpen al honderden jaren op dezelfde manier worden gemaakt keek ik naar de vlugge snelle kleine handen die het werk deden.

Na deze korte onderbreking liepen we verder naar een 7-11 winkel die we op de heenweg hadden gezien. De hitte begon ons uit te putten en we begonnen ons ongemakkelijk te voelen. We moesten wat drinken en rusten in de koelte van de minimarkt.

Na de korte, en verfrissende, stop liepen we door het centrum van Manong naar de andere kant van de stad waar het “Meinong Folk Museum” gevestigd is. Het stond goed aangegeven op de kaart maar aan de buitenkant lijkt het van verre meer op een verlaten fabriek dan op een museum. Het ruige grijze moderne beton past misschien in een moderne stad maar het is volledig misplaatst in dit slaperig provinciestadje.
Misschien komt het omdat het doordeweekse dag is maar er was dus helemaal niemand in het museum! Tettje en ik betraden de zonnige binnenplaats en we hadden het hele gebouw voor onszelf. In sommige zalen moesten we zelf het licht aan en uit doen!
En dat is op zich erg vreemd want het museum bleek best de moeite waard. We hebben ze wel eens slechter gezien. Misschien ligt het ook wel aan de touroperators die de mensen liever van braderie naar braderie slepen omdat ze daar geld voor krijgen inplaats van geld voor de toegang van een museum te betalen. Voor ons is het een voordeel omdat het heerlijk is om door een koel en verlaten museum te zwerven.



Deze fiets van een ijscoman uit een ver verleden vonden we erg mooi.

Onze dag zat er alweer op en wij gingen terug naar Kaohsiung. Het was een goed besluit geweest om dagtochtjes te gaan maken.
Het avondeten leek veel op dat van eergisteren maar deze keer hadden we ook geitensoep naast onze geitenbamie besteld. En beide waren hemels.
Morgen gaan we opnieuw een poging wagen om op een eiland te komen.

maandag 24 mei 2010

Taiwan, “Kaohsiung, een dag te lang!”

Kaohsiung (San Duo Hotel)

Droog was het dus niet maar er was ook geen zware regen! Dus onze dag naar het eiland viel weer in het water.
Zoals Tettje altijd zo mooi zegt: ‘Je kan alles op je vakantie plannen behalve het weer!’
En zo is het ook! Maar dat maakt het ook wel avontuurlijker én moeilijker. Dus met een lichte miezer regen gingen we gewoon wat door de stad wandelen om te zien of we misschien een foto van iets leuks of ongewoons konden maken.
‘En dus gingen we dieper op het karakter van Kaohsiung in!’
Kaohsiung is op zich geen onvriendelijk stad maar het is ook geen uitnodigende stad. Het is eigenlijk een vreemde stille grote spookstad. Het is totaal anders dan haar grote zus in het noorden. Al wandelend en pratend met haar inwoners probeerden we dieper in haar ziel door te dringen.

Na een flinke afstand met heel weinig foto’s kwamen we weer terug bij het hotel. Het was ons niet gelukt om de raadsels rond de stilte te ontrafelen! Maar wij hadden ons bezoek aan Kaohsiung virtueel afgesloten en morgen zouden we verder trekken!
Was het niet dat het ontbreken van enig interessante onderwerp met tot diep nadenken over het vervolg van onze reis door Taiwan had aangezet. En ik had een nieuw plan gesmeed dat ik met Tettje moest bespreken. Onder het genot van een kop koffie in onze zeer comfortabele hotelkamer gooide ik mijn plan in de groep!
‘Wat vindt je ervan als we hier nog twee nachten blijven en met de bus en/of de trein dagtochten buiten Kaohsiung gaan maken?’
‘Net als we in Japan hebben gedaan’, vroeg ik aan Tett.
Tettje dacht enkele momenten diep na en antwoordde, ‘Dat lijkt me een goed idee!’
‘Maar laten we dan wel het hotel voor volgend weekend boeken?’, ging hij verder.
Daar waren we het dus over eens en ik opende mijn MacBook en boekte meteen het hotel in Tainan voor vier nachten. Ik ging nog verder. Ik boekte ook meteen het hostel in Taipei voor onze laatste nachten in Taiwan. Nu hadden we nog maar vier nachten over die ingevuld moesten worden. Maar dat zou geen problemen moeten geven!

De regen was ondertussen ook gestopt en we gingen voor de laatste keer op pad in Kaohsiung. Het was al bijna half vier maar dat maakte ons niets uit. We gingen nog één keer naar het oude gedeelte van de stad. In één of andere hoek is er een kunstenaars enclave gemaakt waar moderne kunst vermengd wordt meer traditionele kunstvormen.


Zelf nam ik daaraan actief deel toe ik dit tafereel aantrof in de goot langs de weg!

Handschoen en bloem in de goot


En zo was ons verblijf in Kaohsiung onverwacht met twee nachten verlengd.Morgen gaan we naar het platteland om wat oorspronkelijke bevolking te zien.
Copyright/Disclaimer