zaterdag 22 mei 2010

Taiwan, de “Lotus Pond”

Kaohsiung (San Duo Hotel)

Voor een stad met anderhalf miljoen inwoners heeft het zeker het minste aantal pagina’s met bezienswaardigheden in de Lonely Planet. Vandaag hebben we nog de “Lotus Pond”, een natuurlijk meer in het noorden van de stad te bezichtigen en dan zit het er op in deze enorme moderne en uitgestorven stad.
Het meer is al eeuwen oud en world al honderden jaren bezocht door de lokale bevolking, priesters, monniken, vorsten, edelen en leiders van Taiwan. Het is dan ook niet vreemd dat hier enkele van de meest invloedrijke tempels in Taiwan zijn gebouwd. Een jaar geleden heeft het park, ook weer met een hoog braderiegehalte, een flinke oppoetsbeurt gekregen toen de World Games in Kaohsiung waren neergestreken.
De rit met de ondergrondse was eenvoudig en ik liet me door Tettje leiden. Tett is deze reis druk met het leren kaartlezen en om eerlijk te zijn gaat het steeds beter. Er was ook nog een andere reden om naar R16 (Zuoying), in plaats van naar R15 (Ecological District), te reizen. Namelijk de "THSR", Taiwan High Speed Rail, is de tegenhanger van de Shinkansen in Japan en wij zouden misschien wel een stukje met deze trein willen reizen. Het station is precies bovenop het metrostation gebouwd dus dat was geen probleem. De prijs van het kaartje zou ik later wel op het internet opzoeken want dat kon nooit veel zijn voor een ritje van vijftig kilometer.
En trokken we onder een brandende zon richting het meer. Leegstaande hoogbouw rond het nieuwe station verraadde dat ze misschien iets te optimistisch waren geweest bij het plannen van deze nieuwe buurt. Een fout die ik wel vaker in Azië heb gezien. Tegenover een markt zagen we de eerste tempel die we wilden bezoeken. Weer een “Confusius Temple”! Er moeten er wel honderden zijn in Taiwan en deze filosoof wordt overal geëerd voor zijn bijdragen aan de menselijkheid en bestuurbaarheid van de mensen. Soberheid kan toch ook wel mooi zijn!

We zetten onze ontdekkingstocht voort langs de westzijde van het meer. Daar zijn de mooiste tempels gebouwd. Het wordt nog warmer en we gaan op zoek naar wat te drinken en dat blijkt veel moeilijker dan we ons ooit hadden kunnen voorstellen. Er was geen spoor te bekennen van een 7-11 of Familymart. Waarom is me ook een raadsel maar het hield wel in dat ik me to het water moest wenden dat ik gratis in een grote tempel kreeg.
Vanaf verre konden we het enorme beeld van Yuan-Di al zien. Het beeld is aan het einde van een pier gebouwd die zeker een meter of honderd lang is. Een stortvloed van kleuren en Chinese goden kwam er over ons heen. Natuurlijk hebben we allemaal al veel van deze beelden gezien maar in het midden van een meer op de kop van een pier maakt het toch wel bijzonder.

Vanaf de pier hadden we ook een goed overzicht over het meer en we konden de laatste tempels vanaf verre zien. De laatste tempel van vandaag zou meteen het hoogtepunt vormen. Maar eerst kwamen we nog langs de “Spring and Autumn Pagodas”, meer kleuren en beelden aangevuld met draken en watermonsters. Die Chinezen hebben heel wat goden en fabelfiguren goed te stemmen op een dag!

Wat was het verschrikkelijk warm, de vochtigheidsgraad lag zo hoog dat het wel leek dat je onder water liep. Ik was nat tot op het bot en alleen de onderste rand van mijn korte broek was nog droog. Heelijk die tropen! En de douche die in een verre toekomst vanavond op me wachtte zou ook een heerlijke verfrissing zijn. En daar waren we dan aangeland bij de “Dragon & Tiger Tower”. Waarom zou ik proberen deze mooie verschijning te beschrijven als ik zulke mooie foto’s heb.




Dragon Tiger Tower in Kaohsiung

Het was net half twaalf geweest maar voor ons zat de dag er al op. Het is fijn als je vroeg begint dan ben je ook op tijd klaar. Mijn speurende ogen zagen in de verte een grote zeven omringt door oranje, groene en rode strepen. We waren gered! En ik kon eindelijk een ijskoude Coke Zero drinken. De koelte van de airconditioning was zo aangenaam dat we ook maar meteen wat te eten namen, knakworsten en rijstrolletjes. Er was gratis internet en we speelden natuurlijk wat met onze iPhones. Om de weersverwachting moesten we nog het hardste lachen. Morgen 90% kans op regen! We keken met onze gezichten tegen het glas naar boven en zagen de blauwe lucht. We moesten er samen nog harder om lachen!
‘Regen?’
‘Zeker!’
‘En strenge vorst!’
We konden onze ogen niet geloven. Na drie kwartier moesten we toch echt verder.
De warme vochtige lucht omsloot ons en binnen vijf seconden waren we weer net zo nat als drie kwartier geleden.
‘Snel naar het hotel!’ was het motto en wij spoeden ons richting het dichtstbijzijnde metrostation.
Na een korte middagrust en internetsessie was het weer tijd om te gaan eten. En dat is in Taiwan altijd een plezierige gebeurtenis. Zeker toen ik op de terugweg naar het hotel een avondmarkt, of althans iets wat er op leek, had gezien. We waren aan wat anders toe en en in overleg kozen we om daar maar eens te gaan kijken.
Recht voor de 7-11 was er een tentje dat gebakken mie verkocht. We keken over de borden van de gasten die zaten te eten.
‘Tett, mie met vlees?’, vroeg ik zonder er bij te vermelden wat voor vlees.
‘OK!’, antwoordde mijn maat resoluut.
‘Dan haal ik binnen een paar pilsjes’, lachte hij terwijl hij de winkel instapte.
Bij het toasten op weer een mooie dag vermeldde ik dat we geitenvlees op het bord hadden liggen. Tettje verblikte of verbloosde niet en haalde zijn schouders op. Hij keek eens om zich heen en begon de vochtige hete noedels naar binnen te slurpen.
‘Dat was in het verleden wel eens anders geweest!’, dacht ik hardop.

Mijn reismaat is heel veel veranderd in de vier keer in drie jaar die we nu samen op pad zijn geweest. De noedels waren hemels en de biertjes smaakten ook goed. Op de terugweg kwamen nog lang een stalletje dat “Takoyaki” verkocht en ik had niet veel overredingskracht nodig om Tettje dit te laten proberen.
‘Heerlijk’, zei hij met een brede glimlach.
We keken omhoog en zagen een grote heldere maan aan een wolkeloze hemel staan.
‘Morgen 90% kans op regen!’, lachten we.
‘Zeker!’
En zo was er weer een einde aan een zo niet nog mooiere dag gekomen. Morgen gaan we op pad naar een eiland.

vrijdag 21 mei 2010

Taiwan, Kaohsiung een spookstad?

Kaohsiung (San Duo Hotel)

Onze eerste dag in deze tweede grote stad van Taiwan was er één met flinke tegenstellingen, maar daarover later meer.
Het ontbijt in het hotel viel niets tegen en de koffie was van uitstekende kwaliteit. En dat hebben we wel eens anders meegemaakt in Azië! Het brood was helaas wel wat minder, althans voor mij. Tettje had geen probleem met het zoete brood omdat hij er toch jam op smeert. Sinds mijn eerste reis in Azië staat het zoete Chinese brood mij tegen. Ik probeer het keer op keer maar het aangezoete brood krijg ik niet door mijn keel, het is zo erg dat ik bij mijn tweede boterham aan tafel zat te kokhalzen. Dat moet morgen dus anders!
Ons eerste doel van vandaag lag aan het einde van de straat waaraan ons hotel ligt en we konden de toren al van verre zien. Natuurlijk zijn Taipei en Kaohsiung rivalen, zoals zoveel steden in evenzoveel landen. Er zijn diverse pogingen ondernomen op uiteenlopende terreinen om elkaar de loef af te steken. Soms wint Kaohsiung maar meestal is Taipei de winnaar. Zoals met de “Tuntex Sky Tower” in Kaohsiung, die kan met zijn 378 meter niet eens in de schaduw staan van “Taipei 101”.

Maar toch, er is namelijk niet zo heel veel te zien in deze moderne industriestad en dus stond ook deze toren op onze lijst. Het kleine dorp aan de zuidkust is uit haar voegen gegroeid door haar moderne haven die een paar jaar geleden nog één van de grootste havens in de wereld was.
Op straat is het opvallend rustig als we langs de San Duo Road lopen. Zo rustig zelfs dat het ons gaat opvallen en wij er een gesprek over beginnen.
‘Waar is iedereen?’, vragen wij ons hardop af.
Een antwoord op deze vraag kunnen we niet vinden en als we voor de “Tuntex Sky Tower” staan wordt het nog vreemder! Het is al half tien geweest en wij kunnen de ingang niet vinden! De weinige Taiwanezen die we zien kijken schuin naar onder weg om ons te ontwijken zodra ze ons zien. Hun kennis van de engelse taal is zo beknopt dat ze zich er voor schamen. Ik zie een deur die toegang geeft tot de kantoren die in de toren gevestigd zijn. Op goed geluk lopen we door gangen en galerijen totdat een man in een uniform ons aanspreekt en de weg wijst naar de lift die ons naar boven zal brengen.
NT$ 100 per persoon voor de rit naar het observatie deck van de toren. Boven aangekomen zijn we weer helemaal alleen op de enorme verdieping. Het voelt zo vreemd aan dat het een beetje eng is. Vanaf grote hoogte kijken we neer op een zonnig en verlaten Kaohsiung. Opnieuw komt de vraag in ons op!
‘Waar is iedereen?’
Tettje gaat op zoek naar de kantinejuffrouw zodat we een kop koffie kunnen drinken. Mijn ogen gaan door de reisgids om te bekijken wat we vandaag nog meer kunnen doen. We hebben in totaal drie dagen, vier nachten, in Kaohsiung maar de bezienswaardigheden zijn zo dun gezaaid dat we waarschijnlijk moeite hebben om de drie dagen te vullen. Dan lassen we maar een rustdag in!
Van Taiwan 2010

Zodra Tettje terug is met de koffie komen er nog twee toeristen op de verdieping en die beginnen een praatje met ons. “Meneer en mevrouw Hoer” uit Amerika. Ja echt! Ik kan mijn ogen maar moeilijk van de naambordjes afhouden.
‘Met zo’n naam kan je Amsterdam maar beter niet bezoeken!’
Tijdens ons korte gesprek neem ik aan dat de familienaam oorspronkelijk Hör moet zijn geweest. Die vreemde vogels noemen Köln tenslotte ook Koeln!
Na een kort overleg is onze tocht voor vandaag uitgestippeld en vol goede moet gaan we op pad. De stad is wel heel anders dan Taipei. Je kan goed zien dat het allemaal voorzichtig en weldoordacht gepland is. Brede straten met veel groen. Gemengde gebouwen met winkels, meestal met de stalen rolluiken omlaag, op de begane grond en woningen er boven. Met een klinische en karakterloze stad als resultaat.

De nieuwe stad gaat plotseling, wanneer we een rivier hebben overgestoken, over in een vriendelijkere omgeving. Een korte blik op de kaart leert ons dat we in het oude gedeelte van de stad zijn aangekomen. En er is ook meteen meer leven op straat! Een oude man vlecht stoommanden van geweekt bamboe.

Aan de monding van de haven staan meteen twee van de belangrijkste bouwwerken van Kaohsiung. Een oud fort dat vroeger de haven moest bewaken en het huis van de voormalige Britse Consul.

‘Alweer één?’, komt er meteen in ons op.
De weinige toeristenattracties van Kaohsiung worden overspoeld met Chinezen van het vasteland met hun oude gewoontes. Spugend, duwend en schreeuwend lopen ze in enorme kuddes op en rond de gebouwen.
‘De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn als die miljard Chinezen op reis gaan!’, hebben Kris en ik menig keer besproken.
En het is zo! We kunnen nog blij zijn dat de Russen weer veel van hun economische voorspoed hebben ingeleverd maar als die ook nog op pad gaan dan wordt het alleen maar erger. Van het oude consulaat een foto nemen blijkt heel moeilijk maar in de naastgelegen tempel hebben we meer geluk.

Hoofdschuddend verlaten we na een kwartiertje de luide mierenhoop en gaan verder naar de veerboot die ons naar de andere kant van de haven brengt. Op Cijin Island is het gelukkig weer wat rustiger. Toch kan het kleine dorp met een hoog braderie gehalte ons maar weinig bekoren. Op en neer naar het strand en dan terug naar het hotel. Onze eerste dag zit er op!

‘s Avonds vallen we weer neer bij het restaurant op de hoek tegenoven de 7-11. Binnen in de verkoelende airconditioning van de kruidenierswinkel drinken we een koud biertje voordat we gaan eten. Het eten is van hoge kwaliteit en de prijs is om te lachen! We genieten met volle teugen en de eigenaar is zo trots dat we weer haar restaurant hebben gekozen dat ze met een fles bier aankomt en met haar moeten toasten. Iedereen die ze kent wordt aan ons voorgesteld en in één uur schudden we meer handen dan de koningin op een staatsbanket.

Tien uur geweest en de lichten gaan uit. Welterusten Kaohsiung, morgen zien we elkaar weer.

Trappen

Een kunstwerk van glas in een station van de metro
Copyright/Disclaimer