zondag 26 juli 2009

Maleisië, een dag Kuala Lumpur met een oude bekende

Kuala Lumpur, 26 juli 2009

Vanochtend liep om zes uur de wekker af en ik stond meteen naast mijn bed. Een douche, twee boterhammen met pindakaas en een kop koffie. Nu had ik nog een uurtje de tijd om mijn foto’s te verwerken en een verhaal te schrijven.
Klokslag half acht stapte ik uit de lift en verwachtte dat Carlos met zijn vriendin in de lobby zou staan. Helaas! Ik wachtte en sprak over koetjes en kalfjes met de man achter de receptie, steeds één oog op de verlichting boven de deuren van de twee liften. En daar waren ze dan! Carlos samen met zijn vriendin Stephanie. We omhelsden elkaar en het is moeilijk te geloven dat het pas twee maanden geleden is dat we afscheid namen. De tijd vliegt en ik maak zoveel mee in een maand dat het wel een jaar lijkt.
Met een stevig tempo liepen we al pratend naar de "Petronas Twin Towers", het regende licht maar dat baarde me weinig zorgen want hier is het zo droog als de zon eenmaal aan de hemel staat. Onder in de kelder van het KLCC waar de gratis kaartjes worden verstrekt was het zo verschrikkelijk druk dat de we al in de gang aan de zijkant moesten gaan staan. Ik heb het in al die jaren nog nooit zo druk meegemaakt, zelfs niet als het Formule 1 circus in de stad is. Het is moeilijk schatten maar ik denk dat er toch al gauw een vierhonderd mensen stonden te wachten. En het was nog geen acht uur! Ze zouden pas om negen uur open gaan.
Nog voordat het negen uur was werden de eerste potentiële bezoekers geweigerd en terug de roltrap op gestuurd. Er waren waarschijnlijk niet genoeg kaartjes meer voor vandaag. Het uur dat we nog moesten wachten ging snel voorbij omdat we aan elkaar vertelden wat we zoal de afgelopen maanden allemaal gezien hadden. Op het platte scherm liep de tijd voor de bezoeken flink op en tegen de tijd dat wij aan de beurt waren stond hij al op kwart voor twee.
“Drie kaartjes voor kwart over vijf alstublieft?”
Het meisje met het hoofddoekje overhandigde me de kaartjes en wij konden op weg naar het ontbijt. Het ontbijt bij “DeliFrance” was vroeger een favoriet van me maar tegenwoordig ga ik liever om de hoek bij de McDonald’s, ik ben een beetje lui geworden.
Na het ontbijt stonden de “Batu Caves” op het programma en als ik niet een verkeerde afslag had genomen in "Kampung Baru" dan waren we daar een klein uur eerder gearriveerd. Over de hindoe tempel heb ik al genoeg geschreven. Dus deze keer alleen een koppeling en de foto’s.



Op weg naar de volgende attractie koos ik ervoor om uit te stappen bij Chow Kit Monorail station om daar te lunchen. Indiaas natuurlijk en bij voorkeur een bananenblad (vegetarisch zuid-Indiaas). Een eethuis was snel gevonden en Carlos en Stephanie stonden open voor al het heerlijks dat uitgestald lag in de vitrine. Het was de eerste keer voor het stel en Stephanie was een beetje onwennig terwijl Carlos met flinke happen de rijst en kerrie liet verdwijnen.

Met de monorail vervolgden we onze excursie door Kuala Lumpur naar de "Thean Hou Tempel" aan de andere kant van de stad. Het was elke keer een flinke wandeling en het stukje de heuvel op naar de tempel is een echte kuitenbijter.

De dag was omgevlogen en we hadden niet genoeg tijd om via de Brickfields weer naar de stad te gaan. Je moet op tijd zijn voor het bezoek aan de brug tussen de torens want anders is je kaartje verlopen. Met nog een kwartiertje te gaan dronken we koffie in het KLCC en de twee waren zichtbaar onder de indruk van wat ze vandaag allemaal gezien hadden.
Na het bezoek aan de torens gingen we maar terug naar het hotel om ons op te frissen. De "Menara KL" werd op de lange baan geschoven en het stel zou de toren volgende week nog wel bezoeken.
Het afscheid was natuurlijk op het terras naast "Petaling Street" in China Town waar we wat aten en een paar biertjes dronken. Het was een geslaagde dag geweest met een oude bekende en zijn vriendin.

zaterdag 25 juli 2009

Maleisië, een rustige zaterdag in Kuala Lumpur

Kuala Lumpur, 25 juli 2009

Tijdens de stilte voor de storm deed ik vandaag maar eens rustig aan. Vanavond laat arriveert een jongen die ik in Japan heb ontmoet met zijn vriendin vanuit Zuid-Korea. Morgenvroeg hebben we om half acht afgesproken dus ik moet heel vroeg op om ze de mooiste plaatsen van Kuala Lumpur te kunnen laten zien.
Vandaag maak ik er dus een rustige dag van met opnieuw een een paar plaatsen waar ik zelf nog nooit ben geweest. “De grootste overdekte vlooienmarkt van Maleisië” schreeuwde het kleine visitekaartje dat ik in de lobby van mijn hotel had gevonden.
Na mijn gebruikelijke ontbijt met een broodje ei, een krantje en een bakkie koffie ging ik met de trein van KLCC naar Taman Jaya in de buitenwijken van Kuala Lumpur. Bij aankomst op het MRT station was er niet de verwachte drukte die het kleine advertentie papiertje had beloofd. Erger nog, het was er zo rustig dat ik geblinddoekt de straat kon oversteken.
Binnen in het complex werd het meteen duidelijk dat de organisator een beetje teveel vertrouwen in zijn geesteskind had gehad. In de kelder vond ik een tiental kraampjes en dat was meteen alles wat er te zien was. Ik maakte een kort rondje en schoot wat foto’s om te oefenen met het kunstlicht en zonder de flits.

Binnen dertig minuten stond ik weer buiten en richtte mijn pijlen op de volgende bestemming.
In de wijk die Pudu heet waren een Chinese tempel en een markt die je ook wel op je lijstje van plaatsen om te bezoeken op je lijstje kon zetten. Helaas vielen ze beiden zo tegen dat ik er geen enkele foto aan heb gewaagd. Het meest opmerkelijke van de middag was eigenlijk nog de heerlijke Nasi Kandar ergens in een klein tentje aan de zijkant van een winkelcentrum.

Het hele restaurant zat met open ogen te kijken hoe ik het volle bord met Kari Ikan en Sambal Ajam aangevuld met twee soorten groente naar binnen werkte. En beste lezers, het smaakte me weer voortreffelijk. Ik kan Maleisië als vakantiebestemming van harte aanbevelen, al was het alleen maar voor het voortreffelijke eten. Na een wandeling van een half uur onder de brandende zon was het natuurlijk weer goed vertoeven in de koelte van mijn kamer.
Het avondeten van Yakiudon was niet zo goed als ik had verwacht. Het was niet druk in het restaurant maar desondanks besteedde de kok niet voldoende aandacht aan mijn gerecht. Jammer, misschien later nog een tweede kans maar voor nu kom ik er zeker niet meer terug.

Op weg naar mijn hotel liep ik in een mensenmassa. Het is hier ongelofelijk druk! Morgen dus om zes uur op voor een lange dag als reisgids in Kuala Lumpur.

vrijdag 24 juli 2009

Maleisië, little India en het Jade Museum

Kuala Lumpur, 24 juli 2009

Met een kopje koffie en een paar boterhammen met pindakaas op de kamer had ik een heel ander begin van de dag dan anders. Het zou een rustige dag worden met een bekende wandeling door Little India en een bezoek aan een onbekende attractie, het “Jade Museum”.
Net na de middag stond ik onder een blauwe hemel aan het begin van mijn excursie voor de dag. Ik maakte mijn gedachten leeg en probeerde me voor te stellen dat ik hier voor de eerste keer was. Het was wel moeilijk maar het lukte me wel.
Aan het Onafhankelijkheidsplein, Merdaka Square, keek ik eens goed om me heen en realiseerde me dat Kuala Lumpur een mooie en een vriendelijke stad is. Rond het plein lijken de gebouwen uit een sprookje uit duizend en één nacht te komen. Mooie Islamitische architectuur in haar oude en nieuwe vorm. Persoonlijk heb ik wel iets met het postkantoor.
Nadat ik door Little India was gewandeld, waar de moskeeën uitpuilden met gelovigen, werd het tijd voor de lunch in het KLCC. Maleisisch deze keer, de Nasi Kandar ging er goed in en ik spoelde het laatste restje weg met een Coke Light.
Tijdens het eten had ik het kaartje van het “Jade Museum” zitten bestuderen en ik kwam er niet uit. Ik herkende verschillende straatnamen maar ze leken niet te kloppen, of beter gezegd, ze lagen niet op de juiste plaats!

Ik programmeerde de GPS en volgde de aanwijzingen die op het kleine scherm verschenen. Na een vermoeiende wandeling, die niet via de kortste weg ging, kwam ik bij het museum aan. Het museum is gevestigd in een groot huis in een wijk met veel restaurants. Ik kon de torens van “Times Square” goed zien en zo had ik ook een goed idee hoe ver ik van mijn hotel was.
Buiten stonden een paar kunstwerken van jade en je had een vorkheftruck nodig om ze te stelen. Ik rammelde aan de deur maar die was gesloten. Op een bordje naast de deur stonden de openingstijden en ik was zeker binnen de tijd! Teleurgesteld liep ik het erf weer af naar de weg toen ik een vrouw hoorde roepen.

Ze waren dus wel open maar de deur was op slot geweest. Binnen was het een rommel als in een antiekwinkel. Het museum is een bonte verzameling van alles wat er maar uit de jade gesneden kan zijn. Van levensgrote stoelen tot de kleinste amuletten. Alles wat je ziet hangt een prijskaartje en is te koop! Het is dus eigenlijk geen museum maar een winkel. Dat neemt niet weg dat het toch wel een interessante plaats is om te bezoeken. Ben je op zoek naar iets speciaals gemaakt van jade dan is dit de plaats! Opnieuw zeg ik, “je hoeft er geen dag voor uit te trekken maar als je wat tijd over hebt is het zeker de moeite waard.”

Na een Koreaanse maaltijd en een paar biertjes was deze vrijdag ook weer tot een goed einde gekomen. Met veel vragen in mijn achterhoofd keek ik naar het bordje op de receptie in mijn hotel. “Full House.” Wat was er mis gegaan in Thailand?
Copyright/Disclaimer