maandag 18 mei 2009

Japan, meer tempels en een wilde wandeling

Kamakura (Komachi-so)

Na de wervelende dag van gisteren was het vandaag een rustige dag. Een flinke wandeling in een rustig tempo langs enkele van de belangrijkste tempels en schrijnen in Kamakura.
We hebben verrassend goed geslapen op de grond in het kleine kamertje en bij het eerste daglicht, wat hier al tegen vijf ‘s ochtends is, werden we wakker. Natuurlijk draaiden we ons nog even op de andere zijden om wat meer slaap te pakken.
Ontbijt bij McDonald's en daarna op pad. De koude noedels met wilde bosgroenten en wasabi was heerlijk. Tettje vond het allemaal wat minder maar je hoort hem nooit klagen over het eten. Zijn tijd komt later wel.
Op het tweede bospad ging het finaal mis. We namen een verkeerde afslag en belandden zo op een pad dat wel eindigde in de bewoonde wereld maar vraag me niet hoe. Benen vol met schrammen van de scherpe bamboebladeren en bulten van de brandnetels.
Aan het einde van deze mooie dag dronken we een paar biertjes en praatten na over deze dag. Morgen gaan we op weg naar één van de hoogtepunten van deze reis. Mt. Fuji oftewel Fuji San.

De Hase-Dera tempel.


Daibutsu tempel met de grote bronzen Boeddha


De koude lunch en automaten kom je overal tegen.


Kenchō-ji


Een koud biertje na een lange zware dag.

zondag 17 mei 2009

Japan, paniek!!

Kamakura (Komachi-so)

Met een schok schoot ik wakker uit mijn diepe slaap. Ik had honderd keer beter geslapen met de kachel aan dan in de kou. We kunnen dan wel binken zijn die goed tegen de kou kunnen maar een kamertemperatuur van twintig graden slaapt nu eenmaal goed.
Tett keep me verbaasd aan toen ik plotseling rechtop in bed zat. Buiten hoorden we de regen gestaag neerdalen op het stalen dak van de garage en het was nog harder gaan regenen dan gisterenavond. Eigenlijk hadden we gewoon geluk gehad gisteren. Stel je eens voor dat we door de stromende regen die tempels hadden bezocht. Dan was de lol er zo vanaf geweest.
Vandaag was weer een reisdag en heel erg ver lag ons reisdoel hier niet vandaan. Het enige dat me een onbehagelijk gevoel gaf was dat we voor het eerst in Japan op de bonnefooi gingen. Dat gevoel werd steeds sterker en met elke hap droog brood met kaas begon het steeds slechter te smaken. De laatste van het dozijn hardgekookte eieren verdween in mijn mond en met de laatste lauwe slok koffie was het hoofdstuk Nikko voor ons afgesloten.
Met afgrijzen keek ik door het raam naar de neerdalende regen. De vriendelijke vrouw van het hotel kon ons niet naar het station brengen omdat er een paar gasten waren die een ontbijt hadden geboekt. Weer pech dus! De enige oplossing was een prijzige taxi. € 7,-- voor een ritje van nog geen kilometer. Maar ja, alles is beter dan met een natte rug en een natte rugzak een paar uur in de trein zitten.
Op het kleine station van Nikko regelde ik meteen de reserveringen voor de Shinkansen naar Omiya en we hadden nu wel geluk dat de boemeltrein naar Utsunomya al op ons stond te wachten. In stilte reden we van de berg af. De supersnelle trein van vandaag was van een andere kwaliteit dan die van twee dagen geleden. Ik weet niet of hij ouder was maar hij was zeker niet zo modern. Misschien lag het ook wel aan mijn geestelijke gesteldheid?

Tijdens het overstappen naar Kamakura op het station van Omiya werden we meteen opgemerkt door een behulpzame medewerker van de Japan Rail. Met veel vertrouwen gaf hij ons aanwijzingen en zette ons zonder probleem op de verkeerde trein.
Deze reeks van tegenslagen maakte me nog nerveuzer dan ik al was. Tijdens mijn reizen zit het niet vaak tegen maar als het eenmaal tegen zit dan is het ook meteen met windkracht tien. Ik scheurde onbewust al mijn nagels af terwijl ik in mijn gedachten door onze mogelijkheden liep. We hadden niet geboekt en ik wist nu zeker dat het hostel vol of gesloten zou zijn. Van overleggen kwam nu niets meer dus zette ik snel plan B in werking.
“We zouden gaan kijken of er nog slaapplaatsen waren in het “Sakura Hotel” in Ikebukuro!”
Zelfs in het Ikebukuro treinstation kon ik van de zenuwen nu de uitgang niet meer vinden. Ik ben toch niet gek! Na een lange omweg kwamen we eindelijk bij de juiste uitgang naar buiten. Pech, domme pech! Één dorm en een verschrikkelijke dure éénpersoonskamer en dat ook nog maar voor één nacht. Dan maar weer verder naar Kamakura! Ik had het niet meer en de zenuwen gierden door mijn lichaam. Tett merkte dat er iets niet in orde met me was en ik hield me groot toen hij er naar vroeg.
Terwijl we steeds dichterbij onze bestemming kwamen liep ik door de Lonely Planet op zoek naar slaapmogelijkheden in de buurt. Zuid-Tokyo, Yokohama en nog een paar plaatsen boden maar weinig oplossingen voor ons probleem. Mochten we hier niets kunnen vinden dan zou ik per telefoon één voor één de bekende slaapplaatsen buiten het centrum van Tokyo proberen.
Buiten het station van Kamakura vroeg ik aan een willekeurige voorbijganger, een westerling, of ze ons misschien kon helpen en naar de YHA kon bellen. Ze kreeg een antwoordapparaat aan de lijn! Dat was in ieder geval meer dan de in gesprek toon die ik een uur geleden had gehoord. De rust keerde in me terug toen we in een tram van Kamakura centrum naar Hase reden.
Buiten het kleine station van Hase zag ik meteen een bord dat in de richting van het hostel wees. Tien minuten later waren we een illusie armer. Het hostel is maar vier maanden per jaar open. Nu zat er niets anders op dan in het centrum van Kamakura zelf de twee enige mogelijkheden te proberen!
Het eerste hotel was veel te duur en in de tweede had communicatie problemen. Volgens ons beide moesten we op een rieten matje slapen. En dat voor € 70,-- per nacht! Terwijl we alweer op weg naar buiten waren probeerde ik met een laatste poging tot de juiste informatie te geraken. Twee enorme schuifdeuren in de kleine slaapkamer hadden mij nieuwsgierig gemaakt en ik wilde weten wat er achter die schuifdeuren lag. Stapels matrassen en dekbedden! De oude vrouw greep er een paar en begon een bed op te maken. Tett en ik keken elkaar met grote ogen aan en schoten in de lach.

“OK, OK”, riepen we in koor en hielpen het oude vrouwtje met het opmaken van de bedden.
Lachend en grappen makend lagen er vijf minuten later twee opgemaakte bedjes op de grond. Ik had me weer eens een keer om niets druk gemaakt! Communicatie was nog steeds moeilijk maar na een potje groene thee wisten we een douche voor vanavond en een paar handdoeken te regelen.
Een korte wandeling door het centrum van het kleine stadje en wat kleine boodschappen doen voor later in de week. Voor de eerste keer stond er nu ook een hamburger met patat op het menu. Één keer per week heb ik er geen moeite mee, maar verder wil ik wel Japans eten. Samen liepen we ons te vergapen aan de onbekende artikelen in de supermarkt. We vinden het allebei schitterend om zo door die winkel te struinen.

Bij terugkomst in het “Komachi-So” werd Tett tijdens een rooksessie door de oude vrouw verteld dat het bad klaar was. Tett twijfelde geen moment en ging als eerste naar de badkamer. Toen hij terugkeerde luisterde ik naar zijn enthousiaste verhaal over een kleine afgedekte badkuip gevuld met warm water.
Het was mijn beurt en ik moest me volgens Tett haasten, er moesten er namelijk nog veel meer in dat badje vanavond. In de kleine badkamer kwamen er oude herinneringen boven over mijn eerste reis in Thailand ruim tien jaar geleden. Je moet namelijk niet in het bad gaan zitten maar het warme water over je heen gieten. Inzepen en wassen en dan weer met het pannetje het warme water over je heen gieten om jezelf af te spoelen. Tijdens het wassen moest ik er wel heel erg om lachen.
Tett luisterde later op de avond aandachtig naar mijn uitleg van het badritueel en ook hij moest er nu om lachen. Onwetendheid lag aan de grondslag van dit misverstand. De dag lag nu achter ons en hij was toch nog goed geëindigd. Met een weersvoorspelling van zon en de rustige maandag voor morgen weet ik zeker dat het allemaal goed komt.
Van Japan 2009

zaterdag 16 mei 2009

Japan, een klein misverstand

Nikko (Narusawa Lodge)

Het was vandaag een grijze dag! Gisterenavond waren de eerste wolken al binnen gedreven en deze ochtend stond de hemel op regen.
“Elk nadeel heb zijn voordeel!”, sprak Johan Cruyff ooit in een ver verleden.
Zo dus ook voor ons vandaag! Het zachte licht zou zeker mooie plaatjes opleveren en wij hoopten vurig dat het voorspelde slechte weer veel mensen thuis zou houden.
Vol goede moed stapten we de treden van de trap omlaag met een half witbrood in de ene hand en een dozijn eieren in de andere hand. Er was al een kopje koffie genuttigd en een paar gebakken eieren op een boterham zouden er nu wel ingaan.
“Helaas pindakaas!”
Wat er gisteren mis was gegaan is me niet duidelijk maar vanochtend was het plotseling niet mogelijk om iets met de eieren te doen. Nu heb ik weinig zin om met rauwe eieren in mijn rugzak op pad te gaan dus lieten we de doos maar op tafel staan en met een beetje de Péé er in gingen we met een lege maag op pad. Tett had al een droge witte boterham op maar ik had die afgeslagen. We zouden meteen bij de grote supermarkt een paar kilometer verderop inkopen doen.
Nog steeds verbaasd over wat er nu eigenlijk mis was gegaan zaten we samen op een muurtje voor de supermarkt de droge witte boterhammen met kaas op te eten. Een heerlijk kopje Japanse koffie erbij om alles weg te spoelen. Het was eigenlijk best lekker en toen we vol waren gingen we op pad.
Nikko heeft een paar heel belangrijke kunstschatten en het is dus niet vreemd dat de meeste toeristen daar meteen op af rennen. Wij namen een alternatieve route zodat we in ieder geval eerst in alle rust konden genieten.

Natuurlijk was eerst de Shinkyo brug aan de beurt en we vervolgden onze weg langs de snelstromende rivier. Na een paar kilometer kwamen we bij een kleine brug die ons naar de overkant bracht waar een rij Boeddha’s met rode mutsjes en slabbetjes stond. (De betekenis is mij niet duidelijk maar ik zal later zeker proberen uit te zoeken wat hiervan de betekenis is.)





In een restaurant voor de oude keizerlijke residentie, die geheel opgetrokken is uit hout, dronken we een kopje koffie. Na een paar dagen in Japan begin je de eenvoud en de functionaliteit van alle zaken te waarderen. Na overleg besloten we om aan het paleis geen tijd te besteden maar snel verder te gaan naar de tempels.

Zonder dat we wisten wat ons te wachtend stond kochten we de toegangsbewijzen en beklommen de asfaltweg naar het eerste gebouw. Terwijl de eerste druppeltjes uit de grijze hemel vielen beklommen we de granieten trap. Het was er erg druk en ik realiseerde me al snel dat het bijna onmogelijk zou zijn om foto’s zonder toeristen te maken. Maar ja, het is tenslotte niet voor niets één van de grootste trekpleisters van Japan. De “Taiyuinbyo schrijn” was van ongekende schoonheid en aan het einde van onze tour zou blijken dat dit ook de mooiste van het geheel was.

De tempels van Nikko beschrijven is een onmogelijke opgave! De details van het houtsnijwerk en de kleuren. Het brons en koper. De omgeving bezaaid met eeuwenoude naaldbomen die nu met bliksemafleiders zijn beveiligd zodat ze niet op de gebouwen van onschatbare waarde kunnen vallen. De middag was eigenlijk voorbij voordat we het in de gaten hadden.
Met een warm gevoel van binnen en een SD-kaartje vol met mooie foto’s gingen we in een langzaam aanzwellende regen weer richting het “Narusawa Lodge”. Het avondeten kon wachten totdat we ons gedoucht hadden, en misschien werd het zelfs wel weer droog vanavond! Bij terugkeer op de kamer stond ons een grote verrassing te wachten. Er stond namelijk een schaal met twaalf hardgekookte eieren en een klein kommetje met grof zout op de tafel.

Vol onbegrip keken we elkaar aan en probeerden een hardgekookt ei. Misschien was de communicatie dan toch wel goed geweest? We zouden nu in ieder geval niet omkomen van de honger. Helaas ging het alleen maar harder en harder regenen en het avondeten bleef wat het was. We hadden gewoonweg geen zin meer om door de regen te gaan om wat te eten. Brood en kaas met hardgekookte eieren was het avondeten.
Het begon weer koud in de slaapkamer te worden en ik had dus echt geen zin om weer een nacht in de kou door te brengen. Samen onderzochten we de kachel in onze kamer en probeerden alle knoppen op de bovenkant van het apparaat. De tekst was natuurlijk in het Japans en we snapten er helemaal niets van dat we het apparaat. Op zoek naar een mogelijke hoofdschakelaar kwamen we achter de reden waarom de kachel niet werkte.
“De stekker zat niet in het stopcontact!”
Hier moesten we natuurlijk wel erg hard om lachen. Met volle magen en de kachel op twintig graden gingen we voor de laatste nacht op de vloer. Morgen gaan we op pad naar Kamakura.
Copyright/Disclaimer