zondag 17 augustus 2008

Singapore, terug naar de tweede wereldoorlog

Singapore, 17/08/2008

Het was alweer zondag vandaag en dan trekt heel Singapore er zelf ook massaal op uit. Het is dan ook een goede raad om populaire plaatsen te mijden en een alternatief te zoeken. Mijn alternatief kwam in de vorm van het Fort Canning Park. Natuurlijk was ik hier jaren geleden al eens een keer geweest maar het voordeel van lichte Altzheimer is dat je veel plaatsen best nog een keer kan bezoeken.
Vandaag werd er gewandeld! Eigenlijk pas voor het eerst op deze reis, ik zit niet lekker in mijn vel en ik voel me niet 100%. Vermoeidheid of een virus? Ik weet het niet maar mijn eten smaakt me in ieder geval goed. Nu was ik wel op tijd voor mijn ontbijt en onder een half bewolkte lucht ging ik van het Funan IT center op weg naar de Fort Canning Hill. Onderweg dacht ik eigenlijk maar aan één ding. Een Apple iPhone. Ja ik weet het, ik heb eigenlijk helemaal geen werk voor dat ding maar ik zou er toch graag één hebben. Nu is er ook voor de helft van de prijs een alternatief aanwezig in de vorm van een iPod Touch, bijna helemaal iPhone maar je kan er niet mee bellen. Ik kijk wel wat ik doe.
Wat mij het eerste opviel was de rust in het park, ik was zo goed als alleen in deze groene oase midden in Singapore. In de loop der tijd heb ik een interesse opgebouwd voor botanische tuinen en de plantenwereld die er wordt tentoongesteld. Het is eigenlijk een dag rusten terwijl je actief bent in de natuur. Mijn eerste bezoek was aan de plaats waar er opgravingen zijn geweest met bewijzen dat Singapore rond 1200 als bewoond was. De Chinezen en Arabieren waren hier kind aan huis en de handel tierde welig. De lucht trok nu dicht en de donder kwam vanuit de verte aanrollen. De donder zwol aan en de lucht werd zwarter totdat er om een uur of half één de eerste regen naar beneden kwam. Losse verdwaalde grote regendruppels gingen over in een tropische regenbui zoals je alleen maar hier kan meemaken. Ik schuilde bij de tombe van Sultan Keramat Iskandar Shah. Nou ja, volgens de overlevering dan. Het verhaal gaat dat hij uit Singapore (Timasek) vluchtte na een aanval van de Siamezen en in Melaka een nieuwe nederzetting stichtte. Het is dus niet echt logisch dat hij na de nederlaag terug ging om hier begraven te worden. De moslims willen de legende graag in leven houden en daarom is hier een tombe. Helaas voor mij was er ook een vrijwilliger in de vorm van een opzichter aanwezig die de tombe rondom schoonmaakte en van duivenpoep ontdeed. Jammer genoeg voor mij want ik mocht onder geen beding op de tombe zitten terwijl ik schuilde voor de regen. Gelukkig was de bui maar van korte duur en ging over in een lichte miezer regen die best aangenaam en verkoelend was. Zo ging ik dus op weg naar het hoofdgebouw in het park.
Lichtflitsen als bij een zware onweersbui waren van verre te zien. Wat was hier aan de hand? Natuurlijk zo nieuwsgierig als ik ben ging ik er op af. Een grote groep fotografen was bezig met twee modellen in een vreemde mode te schieten. Nu ben ik niet onbescheiden van natuur en haalde dus ook mijn camera tevoorschijn en begon heerlijk mee te schieten. Toen het begon op te vallen knoopten de fotografen een gesprek met de vreemdeling met de grote hoed aan en ook de twee kanjers hadden interesse in me. Man, wat een kanjers die twee. Dat is helaas niet meer voor me weggelegd! We wisselden gegevens uit en gingen ieder onze weg.
Nu ging ik op zoek naar de The Battle Box. De oude bunker diep in de heuvel die als commando post en hoofdkwartier had gediend tijdens de verdediging van Singapore tegen de Japanse aanvallers. Natuurlijk waren ze niet opgewassen tegen zo’n overmacht. Het kleine ontvangstgebouw, waar een video over de oorlog in Singapore wordt vertoont voordat je afdaalt, was al aardig vol toen ik de donkere ruimte binnen stapte. Een toegangskaartje kost S$ 8,- en dat valt best mee voor wat je allemaal te zien krijgt.
Met sirenes en luid geschreeuw op de achtergrond wordt je de bunker ingeleid en slaat de zware stalen deur met een klap achter je dicht. Je bent nu ruim 65 jaar terug in de tijd en het beleg van Singapore is in volle gang! In een bijna een uur durende levendige rondleiding wordt je een beeld gegeven van het leven onder de grond en de geschiedenis van de overgave van Malaya en Singapore verteld. Mijn dag zat er alweer bijna op en na een goede kop koffie was ik op weg naar mijn hostel.
‘s Avonds doe ik meestal rustig aan met een maaltijd en een paar biertjes. De gebakken noedels smaakten me weer goed en ik zat deze keer met een wel heel stille oudere man aan tafel. Misschien had hij problemen of gewoon helemaal geen zin om te praten. Voor de verandering stapte ik nu een halte vroeger uit de MRT dan normaal en liep rustig door Geylang om te genieten van de drukte in de Chinese wijk. Wat een oploop van volk zo op de zondagavond. Iedereen eet en drinkt en heeft het prima naar zijn zin, een heel ander gezicht dan de zondagavond in Nederland. Morgen gaan we in ieder geval naar de Dinosauriërs in het Singapore Science Center.

zaterdag 16 augustus 2008

Singapore, een verloren dag?

Singapore, 16/08/2008

Nee, zo erg als de titel je wil doen geloven was het niet. Het begon dus allemaal met die verschrikkelijk slechte nacht slaap. Na het lawaai voor het slapen werd het nu lawaai na het slapen. De telefoon van één van de meisje begon een populair liedje te spelen om half zes in de ochtend. Één voor één stonden ze op en begonnen tassen en kleine koffers open en weer dicht te ritsen, een verschrikkelijk lawaai dus in de maagdelijke stilte. Het duurde niet al te lang en ze begonnen ook nog met elkaar te praten en de opera was compleet.
Ik kneep mijn ogen nog maar eens stevig dicht en probeerde verder te slapen. Het was voor mijn gevoel maar heel even en toen liep mijn wekker, die op acht stond, ook af. Toen het geluid was verstomd sloot ik met de intentie om nog een kwartiertje te blijven liggen mijn ogen en werd twee uur later wakker. Ik was te laat voor het ontbijt in het hostel en dat van McDonald's zou ik ook niet meer halen.
De ochtend zat er al bijna op toen ik de zon in stapte op weg naar de stad. Mijn plannen waren dus in het water gevallen en verder dan een beetje rondlopen op Orchard Road kwam ik niet. Nu moet ik ook eerlijk zeggen dat ik niet veel trek had om wat te gaan doen, het lijkt wel of mijn lichaam even rust nodig heeft. Waar ik wel last van had was een enorme eetlust. Na twee broodjes, een lunch van zes sushi had ik zelfs nog plaats voor een Indiase vegetarische maaltijd als snack. Later die avond at ik nog een flink bord Mee Goreng als diner.
De zaterdagavond bracht ik door op de Quay’s aan de rivier en keek sport, af en toe dacht ik aan de mensen die het hier erg duur vinden. Dat valt eigenlijk best wel mee als je bedenkt waar je je bevindt. Na het rugby en de eerste helft van een onbeduidende voetbalwedstrijd werd het tijd om naar de trein te gaan want de afstand die ik nu zou moeten lopen naar mijn bedje is een beetje te groot.
Wat bleek toen ik bij het hostel aan kwam? De drie Filippijnse meisjes lagen al als roosjes te slapen. Zo stil mogelijk kleedde ik me uit en kroop onder het dekbed. Helaas speelde mijn blaas het spelletje niet mee en moest ik na ruim een uur alweer naar het toilet met als gevolg dat ik de drie ook wakker had. Sorry, maar het kan nu eenmaal niet anders. Het slapen op een slaapzaal is geven en nemen. Maar ja, voor € 9,-- per nacht inclusief ontbijt kun je ook niet klagen.
Morgen gaan we wel wat doen! Ik wil in ieder geval naar Fort Canning Park en de geschiedenis van Singapore in de tweede wereldoorlog bekijken.

vrijdag 15 augustus 2008

Singapore, mijn eerste ontmoeting met een Couch Surfer

Singapore, 15/08/2008

Het is weer even wennen om met een vreemde op de kamer te slapen. Gelukkig waren we maar met zijn tweeën. De andere gast was een jongen uit de USA die een tijdje in Vietnam las had gegeven in het Engels. Hij stond op het punt om terug te keren naar de USA, hij had het er zichtbaar moeilijk mee.
We werden samen om acht uur wakker van mijn wekker en het was in de keuken en woonkamer van het hostel al veel drukker dan ik had verwacht. De worsteling om de boterhammen bleef uit maar het grootste gedeelte wilde toch niets missen van het ontbijt, je had er tenslotte voor betaald. Zelf vond ik een kop koffie al genoeg terwijl ik mijn email controleerde, ik had een rommelende maag. Ik was een beetje zenuwachtig en realiseerde me dat ik niet veel kon doen in de ochtend. Onze afspraak was om 12:00 uur in Vivo City aan het Harbour Front. Nu had ik dat laatste al honderden malen gelezen omdat het het einde was van de North-East line. Na mijn gebruikelijke ontbijt bij de gouden bogen ging ik dus eens langzaam richting de plaats waar we hadden afgesproken. Ik was echt zenuwachtig en ging wel drie keer in een uur naar het toilet. Voor een moment speelde ik nog met idee om snel af te zeggen, maar mijn nieuwsgierigheid overwon. Ik inspecteerde het nummer 02-147 en dat bleek een Pacific Coffee Place restaurant te zijn.
Helaas heb ik daar ruim een half uur staan te wachten. Toe het 12:20 op mijn horloge was heb ik maar opgegeven en hoopte dat ze verhinderd was en dat ze geen tijd had om te komen. Helaas heeft ze het moment van schrijven (16/08, 17:30) nog niets van zich laten horen en ik hoop dat het niets ernstig is. Dat was dus een tegenvaller en ik hoop op maandag nog iemand te ontmoeten voor een koffie.
Nu werd het tijd om te gaan winkelen en eens even, voor een goed advies, bij mijn vriend Gordon Tan van Adventure 21 in Chinatown langs te gaan. Anderhalf uur later stond ik weer buiten met precies de spullen die ik nodig had voor mijn reis naar Marokko. Alles is licht, klein en 100% noodzakelijk om het reizen zo aangenaam mogelijk te maken.
Na twee dagen kan ik eigenlijk al wel zeggen dat het me goed bevalt in het hostel. Het hostel ligt aan de Oost-West lijn en is maar een kwartiertje met de trein vanuit het centrum. Ik weet eigenlijk wel zeker dat ik de volgende keer weer hier slaap.
De avond verliep natuurlijk weer eens zoals ik het niet had verwacht. Van de geplande gebakken noedels kwam weinig terecht en van de wandeling langs de rivier nog minder. In plaats van dit alles bleef ik tot tien uur in het Foodmore zitten drinken met een paar oude Chinezen en een Indiase man. Het was uitzonderlijk gezellig en de Becks biertjes smaakten me uitstekend. Becks bier zal ik het laatst in december 1981 hebben gedronken. Hoe ik dat zo zeker weet? Het was mijn laatste maand van de dienstplicht die ik bijna in zijn geheel in Seedorf in Duitsland heb doorgebracht.
Bij terugkomst in het hostel bleek mijn kamer nu vol te zijn. Ik lag om elf uur onder de dekens met de airconditioning op 22 graden. Drie meisjes uit de Filippijnen hadden zich bij mij gevoegd en haalden me uit mijn slaap toen ze luidruchtig naar bed gingen.
Copyright/Disclaimer