maandag 21 juli 2008

Thailand, een dag op Koh Phangan

Koh Phangan, 21/07/2008

Na een rustige nacht slaap werd ik wakker in een wereld die niet meer de mijne was, m.a.w. De wereld waar ik nu in terecht was gekomen was niet de wereld zoals ik mij herinnerde uit 2001.
Mijn hut was nu een zeer comfortabele bungalow van twee verdiepingen. Tijdens mijn langzame gang naar het restaurant analyseerde ik de beelden op mijn netvlies met mijn linker hersenhelft en projecteerde de beelden van 2001 in mijn gedachten met de rechter hersenhelft. Hier was dus heel veel veranderd en het was een wereld van verschil.
Na het ontbijt verliet ik het Coral Bungalows resort om eens te gaan kijken hoe de rest van bungalows langs het strand er nu uit zagen. Gelukkig was Pi Chai, voorlopig, de laatste in de rij langs Had Rin Nai die zijn oude gezellige bungalow complex had omgewisseld voor een betonnen geldfabriek.
Er was ook goed nieuws! Jaren geleden toen Pi Chai aan zijn levenswerk was begonnen had Yao, zijn trouwe medewerker, de meester verlaten. Hij werkte nu een paar honderd meter verderop bij een bungalowcomplex oude stijl. Bij aankomst werd ik warm onthaald door zijn vrouw en hoewel Yao nog op bed lag moest ik mee om hallo te zeggen. Tegenstribbelen hielp niet, het kon niet wachten tot vanmiddag!
“Yao”, gevolgd door een woordenvloed in het Burmees.
Ik hoorde wat gebrabbel en niet veel later stak de nog slaperige Yao zijn hoofd om de hoek van de deur. Dat was dat, het contact was gelegd en ik zou later op de dag terug komen.
Tijdens de aankomst bij de pier en mijn avondwandeling gisteren had ik al gezien hoe het dorp was veranderd. Daar waar vroeger een enkel gebouw van twee verdiepingen stond waren nu de oude bungalows zeldzaam. Een 7-11 op elke hoek en eigenlijk het enige wat onveranderd was gebleven waren de aanvangstijden van de illegaal gekopieerde films op DVD. “Dark Knight” om 10.00, The Mummy III – Tomb of the Dragon Emperor om 12.30, etc. etc. Nog steeds lagen de uitgeputte feestbeesten als zombies op een bedje naar films te kijken. De meeste tuinen waren nu vol gelegd met zwembaden en er was een heuse poging ondernomen voor een hotel met een shoppingcomplex. Dat laatste was om de één of andere reden mislukt, een betonnen/stalen casco lag nu verlaten langs de weg.
Na deze ochtendwandeling had ik het wel gezien. Ik zal wel een oude romanticus zijn geworden maar ik herinner me het eiland liever zoals het zeven jaar gelden erbij lag. Bij gebrek aan wat anders zocht ik mijn heil in een flinke wandeling. De hoofdstad van Koh Phangan is Thong Sala maar die is feitelijk kleiner dan Haad Rin waar de beroemde/beruchte Full Moon Parties worden gehouden. Een paar flinke heuvels maakten de twintig kilometer lange wandeling uitdagend en de mooie vergezichten over zee aangenaam.

Na een kleine vier uur wandelen stapte ik om half zes bij “Sea Side Bungalows” de bar binnen. Dit was de wereld zoals ik me herinnerde! Yao was druk bezig met de voorbereidingen voor de avond en het strand en de zee lagen er vredig bij. Dit was Koh Phangan op zijn best! Het werd een hele mooie en fijne avond. We dronken bieren en haalden herinneringen op over de oude tijden. De meeste oude vrienden en bekenden passeerden de revue. Ik had er één teveel op toen mijn hoofd om ongeveer tien uur het hoofdkussen raakte. Met gedachten over de fijne avond viel ik in slaap. Morgen om zes uur op en een heel lange reis naar Hua Hin voor de boeg.


zondag 20 juli 2008

Thailand, op zoek naar een oude vriend

Koh Phangan, 20/07/2008

Na mijn late broodmaaltijd van gisteravond was er niet erg veel meer over van het halfje wit dat ik had gekocht. Met een nuchtere maag ging ik op zoek naar de plaats waar ik de bus naar Don Sak zou vinden. Ik was zeker niet erg fit en scherp zonder ontbijt. De bushalte was ik, ondanks een enorm reclamebord, zo voorbij gelopen en belandde daardoor op het lokale busstation. En hier was het dus weer typisch Thailand zoals ik al in één van vorige verhalen heb beschreven. Prijzen van 350 tot 500 baht vlogen me om de oren en ik werd van het kastje naar de muur gestuurd.
Kleine reisbureaus hadden dezelfde tactiek en ik kwam geen steek verder.
“Only 400 baht to Samui”, schreeuwden ze me na.
Mijn redding kwam in de vorm van wel een eerlijke taxichauffeur die me haarfijn uitlegde waar ik moest zijn voor de boot van tien uur naar Koh Samui. Op dit busstation was ik helaas onbeschoft en geloofde geen woord van wat ze me allemaal vertelden. Minibusjes en meer van dat slap gelul ging er bij mij niet meer in. Nadat ik een colaatje had gedronken en mijn bloedsuiker weer op pijl was gekomen kon ik alles wel weer duidelijk zien. Deze mensen waren oprecht geweest en hadden geprobeerd me te helpen.
Ik bood mijn excuses aan en kocht een gecombineerd kaartje voor de minibus en de boot naar Samui. De busjes zaten vol met de lokale bevolking en dat is bijna altijd een goed teken. In de minibus op weg naar de veerboot zat ik na te denken over wat ik zou aantreffen op Koh Samui. Zou Dave the Pieman nog wel in zijn kleine restaurant werken? Zou Haad Chaweng nog wel om aan te zien zijn? Ik had geen andere keuze dan het langzaam op me af te laten komen.
Op de boot had ik andere problemen. Regen! Ik wordt er ondertussen wel heel erg moe van. Het lijkt alsof de regen me achtervolgd.
“Welcome to Koh Samui”, hoorde ik in mijn gedachten en direct werd ik geconfronteerd met een echte vakantiebestemming. De prijzen zijn hier door het dak gegaan en ik dacht dat het in Pattaya al duur was. De taxi vroeg gewoon 500 baht voor een ritje van ongeveer 15 kilometer en een Heineken biertje met Happy Hour kostte slechts 85 baht. “Slechts” stond bijna voor elke prijs die ik zag.
Eigenwijs als ik ben begon ik gewoon maar te lopen richting Haad Lamai en hield een oog op de weg om te zien of er geen goedkopere minibus zou passeren. En inderdaad, voor 60 Baht werd ik afgezet bij de jachtclub en dat zou niet ver zijn van Dave’s Little Oasis Restaurant. Na een paar minuten rondkijken had ik de aandacht getrokken van een paar meiden die in een massagesalon werkte aan de overkant van de weg. Met z’n tweeën gingen we dus verder op zoek. Een klein restaurant met een andere naam voldeed aan de beschrijving die Dave me vijf jaar geleden had gegeven. Bij navraag, in het Thai, bleek het juist te zijn. De zaak was drie jaar geleden gestart nadat de Falang ervoor was vertrokken. Mijn laatste aanknopingspunt was een telefoonnummer en dat was helaas ook opgeheven. Met het verkreukelde kaartje in de hand stond ik zo een paar minuten in het lege restaurant. Ik wreef het nog een keer over mijn hart en gooide het in de prullenmand.
“Vaarwel Dave, misschien zien we elkaar ooit nog wel eens”.
Nu dit achter de rug was begon ik na te denken over wat ik verder wilde en kon doen. Lamai zag er voor mij niet erg aantrekkelijk uit dus het meest voor de hand liggende was om maar verder naar Chaweng te gaan. Vroeger was ik er enkele keren geweest om geld te pinnen maar ik had er nooit geslapen. Een minibus was nu snel gevonden en terwijl ik in de verte verdween stonden de meiden van de massage me na te zwaaien. Chaweng is nog meer van de toeristenkwaliteit voor de vakantiegangers, drie kilometer van restaurants, bars en winkeltjes die gekopieerde rotzooi verkopen. Spanje, Griekenland en Turkije maar dan anders. Tijdens het eten, gecombineerd ontbijt/lunch observeerde ik de weinige witte gezichten die voorbij kwamen. Verveeld door de regen, net als ik liepen ze door de eenzame lege straten van Chaweng. Nog voordat ik de laatste hap van mijn Sheppeard’s Pie naar binnen had gewerkt stond mijn besluit vast.
Er was nog voldoende tijd om de boot van vier uur naar Koh Phangan te halen. Op de GPS stond de magische afstand van 5,74 Km en desnoods zou ik er gewoon heen lopen. De enorme hoeveelheid stilstaande taxi’s vroegen allemaal dezelfde prijs, 300 Baht voor de korte trip. De motortaxi’s maakten het nog bonter, 150 Baht voor een enkele reis. Vastberaden stapte ik het dorp uit op weg naar de pier vanwaar de boot zou vertrekken. Je zou toch verwachten dat de prijzen gaan dalen als je dichterbij je bestemming komt. Op Koh Samui daarentegen gaan ze juist omhoog.
Na een korte rit voor 50 Baht achterop bij een oude man belande ik bij de pier. In de verte aan de overkant van het water lag mijn bestemming. In mijn gedachten ging ik zeven, acht, negen jaar terug. De mooie herinneringen die ik heb van Coral Bungalow’s met Kris, Dean, Chai en nog ontelbare anderen. Zou Coral Bungalow’s er nog wel zijn? Zou het erg veranderd zijn? Gewoon afwachten en gaan kijken, er zat niets anders op.
Aan boord ontmoette ik een jongen uit Tilburg, Glen. Nadat ik hem het hele verhaal had verteld liep hij met me mee. Wat was het hier veranderd! Het enige wat nog hetzelfde was was het stratenplan. Hoge betonnen bunkers vol met volgevreten en volgedronken jongeren. Resorts die zeker niet aan de Spaanse Costa’s zouden misstaan. Bij Coral Bungalow’s aangekomen kon ik mijn ogen niet geloven. Het was in de loop van de jaren ook doorgegroeid tot een resort met wel 80 kamers, van bungalows was allang geen sprake meer.

In het restaurant zat Chai als een koning temidden van zijn onderdanen de zaken te regelen. Één blik naar mij was voldoende. Hij sprong meteen op en liep me tegemoet. Het was een moment om nooit meer te vergeten. Oude vrienden, het leek wel of ik nooit was weggeweest. Chai vertelde het verhaal over de laatste zeven jaar, hoe het allemaal zo was gegroeid en dat zijn formule nu een succesformule was geworden. 80 kamers, een zwembad, 30 brommers, jetski’s en nog veel meer. We dronken een paar biertjes en spraken over de oude tijden. Ondertussen had ik al besloten om hier twee nachten te blijven. Morgen ga ik het dorp verkennen en misschien met de gratis brommer op pad die Chai me heeft belooft.

vrijdag 18 juli 2008

Thailand, typisch Thailand

Trang, 18/07/2008

Een redelijke nacht lag achter mij toen ik door het zonlicht werd gewekt. De wekker was overbodig geweest omdat de kamer geen gordijnen voor de ramen had. Wel was ik vannacht een paar keer wakker geworden van de stortbuien die de westkust van Thailand tijdens de moesson teisteren. Als die buien ’s nachts vallen heb ik daar geen probleem mee, maar niet net als gisteren toe ik op Langkawi was.
Na de kop koffie en een paar boterhammen op de kamer werd de rugzak gepakt en we gingen op weg naar onze tweede stop in Thailand. Trang, er valt niet veel over te zeggen behalve dat het meerdere malen tot schoonste stad van Thailand is gekozen.
Om kwart voor negen plaatste ik me op een strategische locatie zodat ik de bus naar Trang al van verre kon zien aankomen. Twee winkelmeisjes van de zaak waar ik op de stoep zat hielden ook een oogje in het zeil. Om tien uur was er nog geen bus voorbij gekomen en ik moest nu maar eens aan plan B gaan denken.
Enkele minuten later zat ik in de bus naar Had Yai. Het was wel een stukje de andere kant op maar we reden in ieder geval. Misschien is het mijn inbeelding maar als ik beweeg heb ik in ieder geval het idee dat ik onderweg ben. Twee uur later arriveerde ik op het busstation van Had Yai en had de aansluiting zo gevonden. Ik had ongeveer tien minuten de tijd om te pissen en wat te eten en te drinken te kopen voor de volgende busreis die volgens mijn schema wel drie uur zou kunnen duren.
Het werden er uiteindelijk drie en een half en het geluk was dat de bus bijna voor het hotel dat ik op het oog had stopte. Zo, dat was dat. De kamer was mooi en ruim en redelijk geprijsd voor 350 baht. Eten was nu belangrijker en in een klein eettentje dat ik op een hoek niet ver van mijn hotel had gezien bestelde ik een gebakken noedels met een grote fles Heineken bier, het was tenslotte vrijdag vandaag. Het eten smaakte me uitstekend en ook het bier ging gemakkelijk naar binnen.
Eenmaal terug op de kamer werd het nu tijd om te douchen en daar bood het eerste probleem zich aan. Geen warm water! Met de handdoek om mijn middel geslagen liep ik naar beneden om aan de receptie te vragen of er even iemand naar kon komen kijken. Een medewerker van het hotel volgde mij en probeerde ook beide kranen. Koud water, OK! Warm water, niets! Hij krabde aan zijn kin en begon in het Thais te hakkelen.
“OK, OK, ik loop wel even mee naar beneden”, sprak ik met zachte beheerste stem in het engels.
De receptioniste riep de onderhoudsman op met een walkie-talkie en stuurde mij weer naar mijn kamer. De kleine dikke besnorde man had duidelijk instructies gekregen en deed zijn slippers uit voordat hij de badkamer betrad.
Koud water, OK! Warm water, niets! Hij krabde aan zijn kin en begon in het Thais te hakkelen.
Het was een exacte kopie van het toneelstukje dat enkele minuten ervoor voor mij was opgevoerd. Nu brak mijn klom en ik liep weer, nog steeds met de handdoek om mijn middel, naar beneden om met de receptioniste te overleggen wat er nu mis was. Zij sprak tenminste engels en daar kon ik wat mee! Na een kort gesprek kwam de aap uit de mouw, het Queen hotel in Trang heeft helemaal geen warm water. De knoppen zitten er wel maar de installatie is zo oud dat het niet meer werkt. Als je dat verzwijgt of liegt dat er wel warm water is dan blijven de buitenlandse gasten toch wel. En zo ook ikzelf. Alles was al uitgepakt en het was al bijna half zes, ik was moe en had geen zin meer om alles in te pakken en op zoek te gaan naar een ander hotel. Maar om eerlijk te zijn is dit typisch Thailand zoals de titel van dit verhaal al zegt, dit zal je in Maleisië nooit overkomen.
Één dag in Trang is voldoende want er is helemaal niets te doen. Morgen op weg naar Krabi waar ik waarschijnlijk wel een paar dagen zal blijven.
Copyright/Disclaimer