maandag 19 mei 2008

Indonesië, het graf van Soekarno

Blitar, 19/05/2008

Na het kleine probleem van gisteren konden we vandaag toch nog met een brede glimlach afscheid nemen van de mensen in het Kartika Kusuma Hotel. We moesten er nogmaals hartelijk om lachen wat er gisteren was gebeurd.
Tijdens de korte wandeling naar het treinstation keken we nog een keer rond naar deze fijne stad. Misschien kom ik hier nog wel eens terug.
Op het station aangekomen was het loket nog gesloten en een rij vormde zich langzaam voor het loket. Ik had weinig trek om een half uur in de rij te staan en probeerde op het perron te komen zonder een kaartje. Mijn ontwapende glimlach functioneerde nog steeds en we werden zonder probleem toegelaten. De klok liep langzaam door en terwijl ik een beetje over het perron slenterde lette Tettje op de rugzakken.
Ondertussen was ik te weten gekomen dat de kaartverkoop voor de trein naar Blitar om tien uur zou beginnen. Vijf voor tien stak ik mijn hoofd, over de verkorte achterdeur, in de ruimte waar de meisjes de kaartjes verkochten.
“Eh, dua tiket Blitar?”, in mijn beste Indonesisch.
Glimlachend stond een vrouw op en nam mijn 10.000 Rupiah aan. Even later overhandigde ze mij twee kaartjes en een briefje van 1.000 Rupiah.
“Terimah Kahsi”, lachte ik haar toe.
“Samma, samma”, antwoordde ze en liep naar het loket om aan de kaartverkoop te beginnen.
Tettje had het allemaal rustig gadegeslagen en was opnieuw verbaasd hoe ik deze dingen allemaal met gemak voor elkaar krijg.
Het perron vulde zich langzaam en de hoeveelheid mensen zou gemakkelijk een lege trein kunnen vullen. We waren niet in paniek maar wel ongerust. Hoe we het ook voor elkaar zouden moeten krijgen, we moesten met die trein mee. Met de toeterende trein in aantocht schoten verschillende mensen nog even over het spoor en ik twijfelde geen moment.
“Kom op Tett, naar de overkant”, riep ik.
Tett keek verbaasd maar zonder na te denken stapte hij ook op de rails en liep naar de overkant. Aan deze kant stapte geen mensen uit en zodoende kon je ondanks de hoge instap gemakkelijker in de trein komen. Het plan verliep succesvol en zonder problemen namen we twee staanplaatsen bij de deur in. De trein was zo vol dat er zelfs mensen op het toilet stonden. Een zitplaats was nooit een mogelijkheid geweest. Zijn hoorn blazend kwam de diesellocomotief in beweging, de overvolle wagons achter zich aan slepend.
Het duurde niet lang of we reden door sawa’s vol met rijst en groenten. Dit was het echte platteland en terwijl we ons met beide handen vasthielden in de deuropening genoten we van het geboden schouwspel.
De twee uur waren erg snel voorbij, korte gesprekken met medereizigers en het uitzicht versnelden de tijd. Op het station van Blitar zou de locomotief worden gewisseld. We waren dus aan de verkeerde kant uit de trein gestapt en moesten opnieuw aan boord klimmen en de wagon aan de andere kant verlaten. Daar stond het leger sjacheraars natuurlijk weer te wachten. Ze spraken erg slecht Engels en mijn antwoord in babytaal trok menig wenkbrauw omhoog. Gelukkig waren ze niet erg volhardend in hun pogingen en binnen enkele minuten liepen we samen richting het postkantoor waar we nog een paar postkaarten moesten versturen. Onze pogingen in Malang waren allemaal gestrand en we moesten dit nu écht doen.
Het hotel was veel sneller gevonden dan verwacht, het was wel in naam veranderd en heette nu Tugu – Sri Estari. Mijn verzoek om een korting werd meteen ingewilligd en met de 10% procent korting kostte de kamer nu ongeveer € 16,--. Het is een prachtig hotel en de kamer is zeker zo goed als in Lovina Beach.
Nadat we de papieren hadden ingevuld en alle formaliteiten afgehandeld gingen we op weg naar het graf van de vader van Indonesië, Soekarno. Een onaangename verrassing stond ons te wachten! Eenmaal op straat was de lucht veranderd van licht bewolkt naar pikzwart. In de verte was de donder al hoorbaar en de regen zou niet lang meer op zich laten wachten. We overlegden wat we zouden doen en kwamen tot de conclusie dat we eerst maar eens moesten eten. We hadden alweer trek want het ontbijt was alweer vijf uur geleden.
Een restaurant dat zich specialiseerde in Bakso was het enige wat we zo snel konden vinden. Het bleek gewoon een noedelsoep te zijn met verschillende gehaktballetjes en wonton’s er in. Het was nieuw en smaakte goed, zo hadden we weer wat anders ontdekt wat we hier konden eten. Ondertussen was het begonnen met regenen, niet echt hard maar wel onaangenaam. Het zag er niet naar uit dat het vandaag nog droog zou worden en dat we op weg naar het praalgraf van Soekarno zouden kunnen gaan. Morgen dan maar, het is niet anders! De rest van de middag brachten we in en rond de kamer door. Het was best fijn om een beetje tv te kijken in het Engels.
Tussen de druppels door liepen we om een uur of zeven naar het restaurant waar ons een aangename verrassing stond te wachten. Het restaurant was fantastisch desondanks dat we wat meer moesten betalen dan normaal. Na een overvloedige maaltijd van Gado-gado en biefstuk in zwarte pepersaus met witte rijst zochten we om negen uur alweer ons bed op. We waren weer helemaal opgebrand en morgen staat ons een drukke dag te wachten.

zondag 18 mei 2008

Indonesië, van kamer wisselen

Malang (Surya Hotel)

Een halve rustdag was sowieso gepland maar na het ontbijt werd het probleem van kamer wisselen alleen maar groter. We kregen 10% korting op de prijs van de nieuwe kamer waardoor het verschil nog maar zeventien eurocent was geworden. Ik moet eerlijk zeggen dat ik geen idee meer had waarover het nu ging. Maar! We moesten verkassen van kamer 109 naar 107. Deze kamer was duurder en slechter en met de wanhoop nabij probeerde ik nog één keer de zaak te beredeneren met de receptioniste en die bleef bij een resoluut NÉÉ. Daar gingen we dan van 109 naar 107.
Bij het afsluiten was er een probleem ontstaan. Tettje is sleutelbewaker en zijn taak en verantwoording is dat de deur op slot gaat en hij voor de sleutel zorgt. Ik wilde nog even naar de kamer om van het toilet gebruik te maken en tot mijn grote schrik was de deur van de kamer niet afgesloten. Ik wist niet goed hoe ik hierop moest reageren. Een tweede inspectie van de deurknop toonde de reden. De knop en ingebouwd slot lagen los in de opening in de deur en daardoor kon ik de deur zo opendraaien.
Nadat ik een medewerker van het hotel had ingelicht over het probleem verscheen de klusjesman die verwoede pogingen ondernam om het te repareren. Tevergeefs! Daar stond ik dan voor een kamer die niet op slot kon en met al onze spullen voor het oprapen voor éénieder die maar naar binnen probeerde te komen. Tettje was ondertussen komen kijken waar ik bleef en begreep ons probleem. Voor de allerlaatste keer wilde ik met de receptioniste praten over mijn probleem. Helaas! Haar oplossing was om alles in te pakken en de lege kamer open te laten terwijl onze spullen in een hok achter de receptie stonden. Ze zou om twee uur vanmiddag nog een andere monteur laten komen om te zien of hij het misschien kon repareren.
Een slechte en moeilijke oplossing voor ons en de moed zakte me in de schoenen. Op twee kaartjes schreef ik de kamernummers en de prijs. Ik legde ze naast elkaar en de receptioniste keek geïnteresseerd naar mijn handelingen.
“Kijk”, begon ik langzaam op zachte toon.
“Wij betalen voor de dure kamer 107, maar slapen in de goedkope kamer 109”, nog steeds langzaam en op zachte toon.
“De nieuwe gasten betalen de goedkope kamer 109, maar mogen van ons in de dure kamer 107 slapen”, nu met een voorzichtige glimlach op mijn gezicht keek ik op om te zien of ze begreep wat ik bedoelde.
De receptioniste keek van mij naar de kaartjes en begreep nu, waarschijnlijk voor het eerst, wat ik bedoelde.
“You pay for 107 but stay in 109?”, sprak ze voorzichtig.
“Yes, that is my plan”, antwoordde ik opgelucht.
“OK, no problem”, “You move back to 109”, lachte ze opgelucht.
Deze hindernis was ook weer genomen en wij verhuisden weer terug naar onze oude kamer die ondertussen weer was schoongemaakt en de bedden netjes opgemaakt.
Ondertussen liep het al tegen half twaalf en we konden eigenlijk weinig meer gaan doen dan een Chinese tempel bezoeken die we gisteren hadden gezien en een beetje door de stad sjokken. Het was meer afscheid nemen van het aangename Malang, een paar loempia’s voor de lunch en al vroeg gereed maken voor de laatste avond in Toko Oen. Bieren en geen avondeten, dat deden we morgen wel weer. Afscheid van en ook een nieuwe ontmoeting met een stel andere Nederlanders. Voldaan liepen we voor de laatste keer over de brug huiswaarts, morgen met de trein naar Blitar.

zaterdag 17 mei 2008

Indonesië, een rondje Singosari

Malang (Surya Hotel)

Een combinatie van een gebrek aan bezienswaardigheden en het toch nog iets langer willen blijven in het aangename Malang maakte dat we in één dag een rondgang langs vier monumenten van de Singosari Dynastie zouden maken. Wat moet je je hierbij voorstellen? Het zijn vier relatief kleine monumenten uit de 13e eeuw die redelijk goed bewaard zijn gebleven en voor de tweede wereldoorlog zijn gerestaureerd met de steun van de Nederlandse regering. Ze liggen alle vier in een kring rond Malang en zijn met het openbaar vervoer redelijk gemakkelijk te bereiken.
Binnen een minuut zaten we in een microlet op weg naar de busterminal van Arjosari. We zouden hier vandaag nog wel een paar keer langskomen omdat de busterminal het hart van het spinnenweb is voor het microlet vervoer in en rond Malang. Zo moeizaam als het bij de aankomst in Malang ging zo gemakkelijk ging het nu. Echt! Binnen vijf minuten zaten we in een microlet naar een dorp genaamd naar het oude koningrijk Singosari. De chauffeur vroeg geen vreemde bedragen en deed net of we gewone passagiers waren. Voor een moment dacht ik dat het mis zou gaan toen hij ons vroeg of we naar Candi Sumberawan gingen. Ik knikte bevestigend en de chauffeur beantwoordde dit met de opmerking.
“I take you for 50.000 Rupiah”, een glimlach op zijn mond alsof hij net het wiel had uitgevonden.
“No thank you”, reageerde ik en hij knikte en stribbelde niet eens tegen.
Eerlijk als hij was zette hij ons netjes af op de hoek bij de ojeks (brommertaxi’s) en bedankte ons voor de 10.000 Rupiah. De chauffeurs van de ojeks sprongen op en hun ogen gingen nog verder open bij het zien van het briefje van 10.000 Rupiah dat ik aan de chauffeur overhandigde. Ze wilden dus 10.000 Rupiah voor een ieder van ons. Ik lachte hardop en het duurde niet lang voordat hetzelfde bedrag voor beiden van ons accepteerde.
In de verte doemde een vulkaan op en we reden over het echte platteland van Indonesië. Links en rechts rijstvelden afgewisseld met rietsuiker en maïs. In het midden van al dat niets stopten de brommers en de berijders wezen ons op een pad langs een klein irrigatiekanaal. Even verderop zagen we ook het bord “Candi Sumberawan”. Het kanaal was een waterweg vol met leven, er werd door kinderen in gezwommen terwijl de moeder rustig op een van de zon beschutte plaats de was deed. Een oude man repareerde een bamboe loopbrug en een boer schepte water in zijn emmer om zijn groenten mee te bewateren. Om een hoek net achter een klein bos beschermd door een hek met prikkeldraad stond de kleine stupa. Na alles wat ik al heb gezien was het niet de meest indrukwekkende maar het avontuur van de weg er naar toe en de omgeving maakte hem de moeite waard.
Het was maar zes kilometer lopen naar de volgende tempel in Singosari zelf en natuurlijk gingen we die zes kilometer lopen. En het was een interessante weg! Het eerste wat onze aandacht greep was het hoge gezang van een zaagmachine en een verzameling van houten zolen, eh schoenen. Hoe je het ook bekijkt de hoofdonderdelen van vrouwenschoenen die voor het grootste gedeelte uit hout bestaan. Het hele dorp maakt deze schoenen in gedeelten. Zolen, hakken, rubberen zool en leren bovenstuk worden in dit dorp samengevoegd tot het kant en klare product. Een kilometer of twee voor onze bestemming kregen we gezelschap van de dorpsgek die in zijn vuile en afgedragen kleding een paar meter al hardop pratend achter ons bleef lopen. Wat we ook deden we konden niet van hem af komen en hij bleef ons maar volgen. We hadden geen last van hem totdat we bij de Candi Singosari arriveerde. De dorpsgek had een aangeboren talent om op de verkeerde plaats te gaan staan en zo elke keer mijn foto te vervuilen met zijn beeltenis. Toen we ons opsplitsten en ieder aan een zijde van de weg foto’s maakten raakte hij verward. Maar dat was van korte duur want bij de hoofdtempel was hij weer van de partij.
Op weg naar de busterminal van Malang waren we hem toch kwijt en opgelucht genoten we van een koud colaatje voor de deur van een supermarkt. Uit het niets dook hij weer op en zag ons zitten aan de overkant van de drukke autoweg. Terwijl hij het juiste moment zocht om over te steken stapten wij in de eerste microlet die voorbij kwam. Toen ik voor de laatste keer omkeek zag ik hem om zich heen kijkend in het midden van de autoweg staan, hij keek verbaasd in de richting waar wij een minuut geleden nog hadden gezeten. Wij waren in (diesel)rook opgegaan!
Geluk was aan onze kant vandaag en binnen twee minuten in de Arjosari busterminal zaten we nu in een spierwitte microlet op weg naar Tumpang. Tijdschema’s worden gemaakt om in ieder geval te proberen om alles wat er op de lijst staat te zien binnen een dag. Het is heerlijk om op tijd in en uit bussen te springen en hier en daar nog wat tijd over te houden om wat te eten en te drinken. Meestal bleef het wel bij drinken want het eten langs de weg zag er of niet goed uit, of was er helemaal niet te vinden. De dagen op Coca cola en wat kroepoek zijn dan ook talrijk.
Onderweg naar Tumpang vulde de kleine minibus zich tot de nok met een groep vrouwen die net klaar waren met hun werk en met hun kleine pakketjes Nasi Pecel in de hand zich in de bus wurmde. Het duurde niet erg lang of de twee witgezichten waren het middelpunt van de spot.



“What your name, misterrrr?”, klonk het in koor.
En wij antwoorden op onze beurt, “Johnnie and Retteketett”.
Een bulderende lach ging door de bus en de eerste pogingen om Retteketett uit te spreken werden ondernomen. Bij het uitstappen van andere passagiers namen we nog een andere gekheid op in de vorm van Baai baai, zwaai zwaai. De kinderen en ouderen stonden ons elke keer na te zwaaien als wij weer met de bus in de verte verdwenen. Het duurde niet lang of de twee werden samengevoegd en de hele minibus oefende in koor.
“Baai Baai, zwaai zwaai, retteketett”, gevolgd door een lang lachen van de passagiers.
Toen de laatste vrouw de bus verliet klonk het ook voor het laatst. Wij moesten er zelf ook erg om lachen. Het duurde niet lang en we stonden in het centrum van Tumpang en konden het kleine stukje lopen naar de Candi Jago. Het was een monument opgericht voor een bezoek van een koning, een beetje meer van hetzelfde om eerlijk te zijn en behalve een erotische afbeelding konden we weinig nieuws ontdekken in deze hoop stenen. De tempel is niet al te best bewaard gebleven en aan de verschillende bouwstenen te zien lag niet alles op de juiste plaats. Vanaf een afstand leek het in ieder geval op een oud monument.
De laatste van het kwartet, de Candi Kidal, was een tegenvaller en we hadden ook een beetje pech. Het was goed om te zien dat er in ieder geval iets gedaan wordt aan “conservasie” en dat je donaties worden gebruikt om de tempels in stand te houden. Ze waren net bezig de bamboesteiger aan het afbreken en als we een dag of twee later waren gekomen hadden we het grafmonument van Koning Anusapati in volle glorie kunnen aanschouwen.
Nu gingen we onverrichter zaken weer terug op weg naar Malang en het geluk bleef ons bij tot aan het hotel. Hier wachtte ons een onaangename verrassing! Het hotel was volgeboekt voor morgen dus we moesten verkassen. Natuurlijk was ik erg verbaasd want ik had duidelijk vermeld dat we vier nachten zouden blijven en ik had voor twee nachten betaald. Het jaknikken van de receptionist betekende echter “ik begrijp er geen moer van!” en zo waren wij dus maar voor twee nachten ingeschreven. Ontmoedigd probeerde ik nog het één en ander te redden en gelukkig begreep de nieuwe receptioniste de engelse taal wat beter. We konden blijven maar dan moesten we morgen naar een andere kamer verhuizen. Die kamer was € 1,50 per nacht duurder. Natuurlijk was dat geen probleem en het leek dat het probleem voorgoed uit de wereld was.
Eten en drinken bij Toko Oen stond op het avondprogramma. Gisterenavond hadden we kort gesproken met een echtpaar uit Indonesië dat heel lang in Nederland had gewoond. Vanavond waren wij aangeschoven en hadden een fijn gesprek met Rob en Olga gehad. Een paar biertjes en een goed gesprek en de avond is zo aan een einde, zeker in Toko Oen dat om half tien de gordijnen sluit. Er was weer een mooie dag ten einde in de Republiek van Indonesië en we wisten diep in ons hart dat er nog veel mooie dagen zouden volgen.
Copyright/Disclaimer