maandag 10 maart 2008

Sri Lanka, de rommel van Negombo

Negombo, 10/03/2008

De laatste excursiedag vandaag. De kwaliteit van het ontbijtbuffet is dusdanig laag dat ik het idee heb dat ik morgen weer dezelfde broodjes en beleg gepresenteerd krijg. Broodjes met een hardheid die kan worden vergeleken met staalsoorten en een kaas met uitgedroogde randen die steeds breder worden. Gewoon wegspoelen met een bakkie slechte koffie en er niet over nadenken.
Negombo, een ander bolwerk uit de tijd van de “Verenigde Oost-Indische Company”. De wandeling naar het dorp ging over de weg die meteen de slagader is voor het verkeer langs de kuststrook. Tuk-tuks en bedelaars in een rij wachtend op die ene rijke toerist. Voor de rest gewoon iedereen lastig vallen die langs komt. Je wordt moe van het beleeft zijn en iedere keer netjes antwoord te geven. Het “Hallo Money” klinkt iedere keer weer irritanter. Bedelen is gemakkelijker dan werken en hier uitgegroeid tot een complete industrie!
In de stad aangekomen werd ik ingehaald door een toergroep die ook nog uit Nederland bleek te komen. Ze waren ook op weg naar de vismarkt die een bezienswaardigheid zou moeten zijn.

Helaas is de mentaliteit van de mensen hier zo verslechterd dat ze nu geld eisen voor een foto van een bergje vissen. Niet betalen, geen foto! Ze blijven gewoon voor de camera heen en weer bewegen totdat je betaald.
Na de vismarkt was het fort van Negombo aan de beurt. Het fort bestaat uit niet meer dan een per ongelijk bewaard gebleven poort tegenover de gevangenis. Hier was het nog erger! Personen gingen steeds midden in je foto staan totdat je betaalde, dan gingen ze pas aan de kant. En dat brengt me meteen tot het hoogtepunt van de tocht naar Negombo vandaag. Een lange stoet aan elkaar geketende gevangenen werden door een klein leger gevangenisbewaarders met getrokken revolvers naar de rechtbank aan de andere zijde van de poort geleid. Een machtig schouwspel in de zich langzaam opwarmende stad. Van andere gebouwen die interessant hadden moeten zijn kon ik geen spoor ontdekken. Met een tros bananen in de hand ging ik voor twaalf uur alweer richting mijn hotel.

Een lange middag aan het zwembad van mijn hotel was het enige dat mij restte tot het einde van de dag. Weer daalde de regen neer in grote hoeveelheden. Nu had ik een drinkmaat in de vorm van Richard, een vriendelijke jongen uit Zoetermeer. Later meldde ook Mark zich nog bij ons en we hadden een smakelijk gesprek over de “Engelse Humor”. Om acht uur ging het licht weer uit.

Ik tel de uren die ik nog te gaan heb. Ik zal blij zijn als het vliegtuig voor me klaarstaat en vertrekt naar Maleisië.

zondag 9 maart 2008

Sri Lanka, Strand!

Negombo, 09/03/2008

Ja, wat kan ik nu schrijven over dit strand? Na een korte wandeling in de omgeving moet ik helaas weer tot de conclusie komen dat hier niet veel te doen is. De lijn die in Colombo is begonnen trekt zich verder door, er zijn haast geen toeristen en er is geen moer te doen. Het strand, dat om de paar honderd meter doorsneden wordt door de uitloop van een open riool, ligt vol met zwerfvuil en hondenpoep. Het strand van Negombo is dus geen romantisch Bounty strand met wuivende palmen en een diepblauwe zee.
Na de korte wandeling wilde ik eigenlijk niets anders meer doen dan een beetje uitrusten en aan het zwembad liggen. Er zijn maar vier andere gasten in het hotel voor zover ik het kan zien. Twee Hollandse jongens spelen een bordspel dat ik eerder in Birma heb gezien aan de rand van het zwembad. Bier vanaf half elf in de ochtend voorspeld weinig goeds voor de avond.
Die avond viel sowieso in het water. De lucht begon te betrekken rond een uur of vijf en binnen een half uur viel de regen met bakken uit de hemel. Wel jammer want ik had wel zin gehad in een wienersnitzel met friet. Nu zat er niets anders op dan om acht uur naar bed te gaan met drie bananen als avondmaal in de maag. Morgenvroeg ga ik het dorp bekijken en dan zit ook de laatste excursie er op. Ik heb nu echt het gevoel dat het einde nabij is en kijk er naar uit om naar Maleisië te gaan.

zaterdag 8 maart 2008

Sri Lanka, mijn laatste treinreis

Negombo, 08/03/2008

De laatste dagen en de laatste geneugten. Ik wilde nog één maal met de trein reizen, het was in de afgelopen weken steeds de meest aangename manier van transport geweest. Mijn informatie over de vertrektijden bleek totaal verkeerd. Ik moest meer dan een uur wachten maar dat kon me niets schelen. Ik had de hele dag en ik wilde nog één keer met de trein.
Toen eindelijk het loket opende kon ik een tweede klasse kaartje kopen naar Gampaha vanwaar ik zou overstappen op een bus naar Negombo. Goede planning en tijd genoeg. De enige tweede klasse wagon van de trein vulde zich sneller dan verwacht en al voor het vertrek zat ik bekneld in mijn stoel naast een dikke Srilankaan die op pad was met zijn vrouw, dochter en kleinkind. De laatste maakte een geluid dat zelfs een dove tot waanzin kon drijven. En zo ging ik in een nog voller gepakte dan een derde klasse wagon op weg naar Gampaha.
Het was de express trein dus verwachtte ik niet dat er veel zou worden gestopt. Die laatste veronderstelling was dus geheel verkeerd. De trein stopte bij elk klein station en ik vroeg me af op welke tijd ik vanavond in Negombo zou arriveren. Met de rugzak tussen mijn benen, die nu een pijnlijk werden, genoot ik van het geboden landschap. Sri Lanka heeft nu eenmaal een mooie natuur en schitterende vergezichten.
Dertig kilometer voor Colombo begon ik voorzichtig aan mijn overburen, de dikke man naast mij was in diepe slaap, te vragen wanneer we in Gampaha zouden zijn. Synchroon schouderophalend en met hun hoofd schuddend glimlachten ze naar mij. Ik weet niet of ze me niet verstonden of dat ze niet wisten wanneer we in Gampaha zouden zijn. De trein verloor snelheid en de oude vrouw met slechts twee voortanden als een konijn keek uit het raam en las voor mij het naambord van het station. Nu schudde ze met haar hoofd alsof hij nog maar met één bout vast zat en ik dacht dat het deze keer “Nee” betekende.
Bij het volgende station gingen haar ogen open en verscheen er een brede glimlach, die weer de twee konijnentanden liet zien, en ze begon weer met haar hoofd te slingeren. Deze keer verwachtte ik dat het “Ja” betekende en ik stond op en greep mijn rugzak. Het bloed vloeide weer terug in mijn gevoelloze benen en met kleine voorzichtige stapjes ging ik, al afscheidnemend van de hele wagon, richting de uitgang. Nu zag ik het zelf ook, “Gampaha” stond er in het engels op de stationsborden. Het enige probleem was dat de trein geen snelheid verminderde, ik dacht voor een moment dat hij misschien wel aan het einde van het perron zou stoppen. Nee dus, de treinmachinist gaf weer gas en de snelheid nam toe.
Daar stond ik dan in het gangpad met de rugzak tussen mijn benen. Mijn plaats was al ingenomen door een kleine Srilankaan, die zeker niet zou opstaan voor mij, en de trein denderde verder. Ik wist gelukkig dat we steeds dichterbij Colombo kwamen en dat een aansluiting niet moeilijk was te vinden. De dikke man was door de plaatswisseling wakker geworden en keek met slaapzand in zijn ogen en een gekreukt gezicht mij heel verbaasd aan. De vrouw met de twee voortanden lachte nog steeds naar mij en ik moest even denken aan een “Duracell” reclame. Ze mompelde wat in haarzelf en de dikke man maakte haar zinnen af in het engels.
“At the next station you can switch for a train to Negombo”, sprak hij met een iele hoge stem die je niet van een man van zijn omvang zou verwachten.
Het duurde niet lang of de trein kwam tot stilstand in een plaats die niet op mijn kaart was vermeld. Ik kon natuurlijk blijven staan tot aan Colombo maar de vier sporen van het station haalden me over om toch maar uit te stappen. Eerst het station verlaten om buiten weer een kaartje te kopen naar Negombo.
“14 Roepies meneer”, klonk het vanuit het loket.
De trein was opnieuw bomvol en als sardientjes in een blik gingen we richting Negombo. Mensen hingen uit de trein en stonden op uitsteeksels halverwege tussen de deuren. Evenwicht bewarend en zich met twee handen strak vasthoudend aan de rand van de openstaande ramen. Het was erg warm. Ik was dan ook erg blij toen ik in Negombo arriveerde en dat ik weer een reis tot een goed einde had gebracht zonder wat van mijn bagage te verliezen.
Het is al meerdere malen gezegd maar alles ziet er hetzelfde uit. Ik had wel een idee in welke richting ik zou moeten gaan en liet dus alle vragen van de taxichauffeurs onbeantwoord. Met een stevige pas ging ik naar het noorden richting de strook strand die Negombo haar rijkdom heeft gebracht. “Beach Villa’s” zag er goed uit en voor USD 9,- kreeg je een mooie kamer met uitzicht. Het probleem was alleen dat er geen warm water was. Graham had mij verteld over een hotel naast “Beach Villa’s” met een zwembad en een leuke bar. Daar zouden ze wel geneigd zijn om een beetje korting te geven omdat er helemaal niets te doen was. Vragen staat vrij en na een kort gesprek met de receptiemedewerker was ik een prijs overeen gekomen die mij goed genoeg was. USD 38 inclusief ontbijt en airconditioning. Een beetje prijzig maar de laatste vier dagen zou ik gepaste luxe doorbrengen aan het strand (zwembad).
Op de eerste avond werd er wat bier gedronken en ik bracht een bezoek aan de “Rodeo Pub”, die zou het hart van het uitgaansleven moeten zijn. Het hotel was bijna leeg dus verwachtte ik ook in de pub niet al teveel volk. Mijn verwachtingen bleken uit te komen en een mix van Srilankanen en Duitsers bevolkte de barkrukken. Homoseksueel Sextoerisme, ik ben heel wat gewend maar dit kon ik niet aanzien. Na één biertje ging ik weer richting het hotel om mijn bed op te zoeken. Het was weer een lange mooie dag geweest.
Copyright/Disclaimer