maandag 18 februari 2008

Sri Lanka, op weg naar het fort van Galle

Galle, 18/02/2008

Wat er gebeurd was weet ik niet maar om drie uur in de nacht was ik klaarwakker. Dit is natuurlijk geen tijd om op te staan dus probeerde ik nog maar wat te slapen. In de drie uur die volgden was ik half tussen de slaap en het wakker zijn en had de meest vreemde dromen en ervaringen.
Daar zat ik dan voor de laatste keer aan het ontbijt op de vierde verdieping van het "Grand Oriental Hotel" met een schitterend uitzicht op de haven. Het is een mooi en goed hotel maar de "oorlog" of beter gezegd "politieke tweestrijd voor zelfbestuur" heeft de omgeving van het fort omgetoverd naar een geestenstad. Er is niets te doen gewoon.
Volgepropt ging ik om half acht op weg naar het hoofdstation van Colombo dat op nog geen tien minuten lopen van het hotel lag. één kaartje tweede klasse voor 110 Roepie en afzakken naar perron nummer vijf. De lokettist zocht naar de stapel kaartjes met de voorgedrukte bestemming "Galle" en plaatste het kaartje in een machine die nog het meest op een middeleeuws martelwerktuig leek. Ik ging terug in mijn herinneringen toen ik het hardkartonnen kaartje in mijn handen gedrukt kreeg. één gulden vijf en zeventig voor een retourtje Den Bosch op een zaterdag met mijn grootmoeder.
Rustig gaan zitten en wachten tot het vijf over half negen is en de trein voor je neus verschijnt. Hier was een paar weken geleden nog een bom ontploft! Waar had ik me weer druk over gemaakt? Het was allemaal doodeenvoudig geweest en ik kocht voor de trek onderweg nog twee bananen van een vrouwtje op het perron. De prijs lag wel vijftig procent hoger dan normaal omdat ik een blanke ben. De trein verscheen niet op perron vijf maar op perron zes, meteen werden we door een grote groep behulpzame Srilankanen duidelijk gemaakt dat dat onze trein was. Ons, dit omdat er ondertussen contact was gemaakt met een Duits stel uit Duisburg die ook dezelfde kant op gingen. Een aardig stel waarvan de vrouwelijke zijde al meer dan vijftien jaar in Sri Lanka kwam. Natuurlijk hengelde ik naar wat tips en wetenswaardigheden totdat ze de trein verlieten op een klein station waar een badplaats aan de kust lag. Misschien iets voor een ander maar zeker niet voor mij weggelegd. Strand is leuk maar ik verveel me daar alleen binnen een uur. Ik was ook niets wijzer geworden omdat ze eigenlijk alleen maar van de stranden in het zuiden konden vertellen.
In de trein waren de gebruikelijke groepen van bedelaars, muzikanten en verkopers aanwezig. één been en één arm, blind doof en krom, pinda's, water en bananen, tamboerijn en trommel. Ze trokken in een lange stoet aan ons voorbij, er werd niet echt veel opgehaald en het zien van drie witte gezichten verhoogde de hoop op een goede dag aan de bedelstaf. Sorry, ik ben daar nu wel ongevoelig voor geworden.
De kaart van "Galle" had een groot vraagteken voor me opgeworpen! Volgens de kaart was "Galle" het einde van de spoorlijn maar de trein zou verder gaan naar een andere plaats, "Matara". Dit kon ik niet begrijpen en ik ging er maar van uit dat de kaart fout was. Bij aankomst bleek "Galle" echter toch het einde van de spoorlijn en ik zit nog steeds met de vraag hoe dit nu mogelijk is.
De prijzen liggen buiten Colombo duidelijk lager! De Tuk-tuk chauffeurs beginnen met vijftig roepies en schakelen meteen naar de dertig roepies als ze geen beet krijgen. De prijs maakte voor mij helemaal niets uit, ik wilde gewoon wandelen na zo'n lange zit, na een korte wandeling stond ik voor de poort van het fort. Het was erg imposant, Hollands Glorie op alle wereldzee‰n. Het fort is een kleine wereld op zich, smalle straten lopen kriskras als een handvol kruizen van bastion naar bastion. Eerst moest er nog wel een slaapplaats worden gevonden en een blik in de reisgids was mijn keuze gevallen op "Hotel Weltevreden". Ja, jullie lezen het goed! "Hotel Weltevreden" in Galle op Sri Lanka.
Een aardige oude man begroette mij in de deuropening en liet me één van de kamers zien. Voor 1000 Roepies was het een koopje. Er waren ook nog wat duurdere kamers en na een beetje aanhouden kreeg ik de 1250 Roepies kamer met 250 Roepies korting. De kamers liggen aan een kleine binnenplaats met een tuin, ik heb zelden op zo'n mooie locatie geslapen.
Ik liet het hotel nu voor wat het was en ging op pad. De zon stond hoog aan de staalblauwe hemel maar toch is het niet zo warm als ik had verwacht. De aanhoudende wind vanuit zee koelt het heerlijk af. Binnen het fort zijn de oude, Hollandsche, gebouwen aan elkaar geregen als een kralenketting. Het is jammer genoeg ook ‚‚n grote bouwput! Overal waar je kijkt zijn ze aan het restaureren en opknappen. Met steun van de Nederlandse regering wordt het "Fort van Galle" omgetoverd naar een oude stad om trots op te zijn. Het wordt zijn "Unesco Heritage Site" benoeming dubbel en dwars waard.
Ook hier wordt je zodra je uit je hotel stapt door een klein leger van oude mannen gevolgd die je willen helpen om bepaalde zaken zo snel mogelijk te vinden. Of ze worden betaald door de uitbaters van die zaken die ze aanbevelen zal ik waarschijnlijk nooit weten maar dat ze handig zijn staat als een paal boven water. Zo ook de man die ik deze keer aan mijn broekspijp had hangen. Mijn maag was leeg dus lunch stond nu hoog op mijn prioriteitenlijst, een restaurant waar ik rijst met kerrie kon eten zou wel voldoen. De eerste plaats waar hij me mee naar toe nam bezorgde me bijna een hartverlamming. In het "Mama Guest House" durfden ze mij, zonder te verblikken of te verblozen, 655 Roepies te vragen voor een simpele maaltijd van rijst met kerrie. Een fles water erbij werd voor de ronde prijs van 100 Roepies geleverd terwijl die in mijn vier sterren hotel uit de minibar slechts 80 Roepies had gekost! Het verbaasde me dan ook niets dat het restaurant leeg was en aan de sporen van de stoel op de stoffige vloer te zien was deze ook al een paar dagen niet van de plaats geweest.
De oude man had een tweede optie voor me klaar en die was veel beter, althans dat probeerde hij me te doen geloven. Een eethuisje met één tafel en twee stoelen. Een simpel bord rijst met drie bijgerechten werd er voor mijn neus geplaatst, dahl, een onbekende groente en een geraspte groente. De oorsprong van de meeste ingrediënten was onbekend maar het smaakte voortreffelijk. Honderd Roepies en twintig tip voor de oude man die mij naar deze plaats had geleid. Met een blij gezicht en brede glimlach op zijn mond gingen we uit elkaar. Ik zal hem morgen zeker nog wel een keer zien.
Nu werd het tijd om het oude vestingstadje voor de eerste keer te verkennen. Een wandeling rond het fort kan je binnen een half uur voltooien, ik deed rustig aan en maakte er ruim anderhalf uur van. Nog voor de avond viel had ik het gevoel dat ik alles had gezien. Toch blijf ik hier nog een dagje langer, omdat het zo'n leuk hotel is en dat ik gewoon tijd genoeg heb.

Ook hier in de vierde grootste stad van Sri Lanka is 's avonds weinig te doen. Er is geen reden om 's avonds rond te gaan lopen want de hoeveelheid onafhankelijke toeristen is zo klein dat het geen nut heeft voor de restaurants en cafés om open te blijven. De groepsreizen zitten natuurlijk in van die grote resorts een kilometer of wat buiten de stad aan een strand en hebben luxe en internationaal eten.
Wij deden het met een eenvoudige maaltijd van noedels met dahl en gebakken vis met groente. Het was lekker en vulde, het was gewoon genoeg en samen met de twee flessen bier zou het voldoende zijn om vanavond de slaap eenvoudig te kunnen vatten. Er was een goed gesprek aan tafel met Graham die voor een NGO, zeg maar een onafhankelijke liefdadigheidsinstelling, werkt. Hij is bezig met het opzetten van micro financieringen voor de kleine zelfstandigen na de tsunami. Om iets voor half tien lag ik op mijn kamer en keek een film op de Laptop. Heerlijk! Morgen gewoon wakker worden de nieuwe stad een beetje ontdekken.

zondag 17 februari 2008

Sri Lanka, zondag is de rustdag

Colombo, 17/02/2008

Mijn laatste dag is aangebroken en vandaag maak ik er een rustdag van. Zondag is ook een rustdag in Colombo. Ik ben nog nooit in een stad in zuidoost Azië geweest die op zondag gesloten was. Colombo is dicht! Alleen in de westerse winkelcentra zijn er winkels open.
Een rustige wandeling langs de “Galle Face” waar nu tientallen verliefde stelletjes onder paraplus plannen zitten te maken voor de toekomst. Een frisse zeebries maakt het heel aangenaam. Ik plaats me ook op één van de weinige beschikbare bankjes en kijk rustig naar de aanrollende golven van de Indische Oceaan. Het leven is goed! Het duurt niet lang voordat een verveelde maar alerte soldaat een praatje met me komt maken. Een jongen van nog maar twintig jaar die midden in een serieuze oorlog zit. In de stad heb ik overal de affiches gezien van de “Tamil Tijgers” en de propaganda van de staat. Ik weet niet wie er nu het meeste recht heeft op zijn idealen maar dat het bloedvergieten zinloos is staat als een paal boven water.
Wat zou de wereld een mooie plaats zijn zonder die kleine groepen fanaten die ten koste van alles hun gelijk willen halen. Zo kom ik tijdens het dagdromen in het “Galle Face Hotel” terecht waar een oude bell boy mij snel een rondleiding geeft. De man werkt al zestig jaar in het hotel en heeft de groten der aarde zien komen en gaan. Het is inderdaad een schitterend hotel. Mocht ik hier ooit terugkeren dan slaap ik zeker in dit hotel. Het straalt een grootsheid uit die ik zelden heb gezien. Voor mij is het zelfs mooier dan het ultra dure hotel in Brunei waar ik een halfjaar geleden samen met Tettje was.
Langzaam slenterde ik door naar de meer drukke zijde van Colombo waar het nu ook enorm rustig was. Een korte stop bij de Délifrance voor een kopje koffie leerde mij weer iets nieuws over dit land. Het werd mij verteld door een kleine donkere geestelijke in zijn uniform, hij kwam zo uit zijn kerkdienst gestapt. De Engelsen hebben het altijd over de Pineapple, voor ons de Ananas. Dit woord is een verbastering van het woord dat de Srilankanen gebruiken voor de vrucht. Leuk om te horen, en ook dat hij de dominee was in de Protestantse kerk “Wolvendaal”. De kerk die is gesticht door de Protestantse Hollanders.
Het was nu tijd om weer richting het hotel te gaan. Ik wilde namelijk vroeg douchen en een biertje drinken in het “Galle Face Hotel” met de ondergaande zon als decor.
Na een snelle douche en een korte rust was ik weer bij het licht van de dag onderweg. Het was mooi om het hotel zo langzaam te zien opdoemen terwijl het daglicht langzaam afneemt. Natuurlijk zaten te honderden stelletjes nog steeds plannen voor de toekomst te maken maar de paraplus werden niet meer gebruikt om zich tegen de zon te beschermen maar om het één en ander te verbergen.
Ik zocht een plaatsje aan de bar en genoot van het tafereel dat zich voor mijn ogen afspeelde. Voor een moment dacht ik er nog aan om deel te nemen aan het Seafood buffet maar uiteindelijk koos ik er toch voor om weer wat in het CCC te eten. Helaas is het daar nooit meer van gekomen. Na mijn tweede biertje en het schouwspel van de pas getrouwde stelletjes die met de ondergaande zon als achtergrond werden gefotografeerd ging ik met de Tuk-tuk naar de CCC.
Het was de eerste avond zonder regen en de frisse bries van zee maakte het allemaal zeer aangenaam. Ik bestelde nog een biertje en plaatste me aan tafel bij een andere blanke die al anderhalf jaar in Sri Lanka werkt op de ambassade. Zo kwam ik nog wat interessante zaken te weten die me later misschien van pas kunnen komen. Van één biertje ging het naar een tweede biertje en zo schoot mijn avondeten er bij in. Er zat wel in mijn achterhoofd dat ik nog wat fruit en een kip/aardappelrol op mijn kamer had liggen. Ik zou niet omkomen van de honger!
Na de wedstrijd vond ik het wel genoeg en ging huiswaarts. Morgen zou ik me voor het eerst verplaatsen met de trein en alhoewel ik geen problemen verwachtte, iedereen spreekt namelijk goed Engels, speelde het toch een beetje door mijn hoofd.
Om half elf ging het licht uit en ik verwachtte dat de wekker me om zes uur zou wekken.

zaterdag 16 februari 2008

Sri Lanka, twee dagen zou genoeg zijn

Colombo, 16/02/2008

Om zes uur opstaan na vier grote flessen bier in mijn kraag? Dat geloven jullie zelf toch niet! Ik zette de wekker om zes uur uit en draaide mezelf op mijn andere oor. Om acht uur schrok ik opnieuw wakker maar wel op een meer natuurlijke manier.
Ik had nu door hoe de douche werkte en na een minuut of vijf doorspoelen van de warmwaterleiding had ik heerlijk warm water. Mijn trip met de trein naar Negombo was verschoven/afgezegd. Vandaag zou ik als vervanging van de treinreis een wandeling gaan maken naar een Boeddhistische tempel. De Lonely Planet noemde het niet een “moetjezien" maar als je tijd over had dan was het een bezienswaardigheid. Ruim zeven kilometer buiten de stad volgens de gids in een rustige buitenwijk.
Het was nu duidelijk drukker aan het ontbijt en er waren zelfs Russen aangekomen. Je kan ze niet missen met hun luid gepraat en borden met bergen voedsel die bijna onaangeraakt blijven. Ik hoop dat ze in de toekomst wat meer manieren leren.
Om half tien ging ik op weg en buiten aangekomen moest ik natuurlijk eerst een heel leger Tuk-Tuk chauffeurs te woord staan. Één voor één gingen ze terug naar hun voertuig. Een korte blik op de kaart leerde mij dat de kaart te klein was en dat ik op weg ging naar onbekend terrein. Ik zou het toch wel vinden ;). Ik was jullie nog vergeten te vertellen dat Colombo de stad van de “Kraaien” is. Er vliegen hier zoveel van die dingen rond dat “Edgar Ellen Poe” en “Alfred Hitchcock” zich hier niet op hun gemak hadden gevoeld. Hier ligt zoveel afval/voer in de straten dat het een paradijs is voor alles wat vliegt, loopt of rent. Er is zelfs een enorme vuilnisbelt met de bijbehorende geur in het midden van de noordelijke woonwijken!
De wandeling ging vanaf “Pettah” met zijn ontelbare winkeltjes en marktkramen naar de buitenwijken die bezaaid zijn met autobedrijven of bedrijfjes die maar wat te maken hebben met auto’s. Achterlichten, bumper, uitlaten en autobanden. Noem het maar op en ik heb er een winkeltje voor gezien. Autobanden zo glad als een aal liggen op hoge stapels te wachten op een nieuwe eigenaar die nog slechtere banden onder zijn voertuig heeft zitten.
Natuurlijk waren er onderweg meer dan een handvol controleposten, en daar ging het er serieus aan toe. De lokale bussen met soms wel meer dan vijftig mensen aan boord moesten allemaal stoppen en iedereen werd aan in inspectie onderworpen. De identiteitskaart, de bagage én de reden waarom je naar de stad ging. Zelf werd ik met een brede glimlach en een “Goodmorning Sir” begroet. Na ongeveer twee uur kwam ik aan bij de tempel en werd overvallen door een gevoel dat ik voor het laatst in Australië had ervaren. Hier werd iets verheven tot een bezienswaardigheid simpel om de reden omdat er niets anders te zien is! En nu begrijpen jullie ook de titel van dit verhaal. Ik heb vier dagen in Colombo gepland maar twee dagen zou meer dan genoeg zijn geweest. Omdat ik vanavond lekker voetbal ga kijken en een paar biertjes drink heb ik er geen probleem mee om nog een dagje langer te blijven. Maar mijn advies is toch dat als je naar Colombo komt zijn twee volle dagen voldoende!
De terugweg was veel van hetzelfde alleen aan de andere zijde van de weg. Ik had mijn kilometers gemaakt en de dag was gevuld. Lekker even ontspannen in de koelte van mijn kamer. Een paar verhalen geschreven en nagekeken. Het leven onderweg is mooi maar ik zou het wel graag met iemand delen!
Het eten was me gisteren goed bevallen in de “Cricket Club Café” dus was het een normale zaak dat ik hier weer zou eten. De weg erheen was een gevaarlijke! Ik zat nog geen tien seconden in de Tuk-tuk toen er een onweersbui losbrak. Hevige windstoten en grote regendruppels teisterden het kleine wagentje. Ik was al kletsnat toen één van de plastic zeilen naar beneden gingen. Het hielp niet veel en ondanks het tegenstribbelen van de chauffeur werd de tocht voortgezet. Totdat we op een weg kwamen die waarschijnlijk door een omgewaaide boom was geblokkeerd. Vanaf hier gingen we twee kilometer tegen het éénrichtingverkeer in naar het café. Grote autobussen met knipperende koplampen en luid blazende luchthoorns kwamen recht op ons af om op het laatste moment ons te ontwijken en een stoot opspattend regenwater over ons uit te gieten. Het was erg spannend en opwindend maar de chauffeur hoeft dit niet voor me te herhalen. Met een zucht van verlichting stapte ik uit het minuscule voertuig, blij dat ik het weer een keer had overleefd.
Ook in het “Cricket Club Café” was het nu veel drukker dan gisteren. Helaas zou de wedstrijd die ik graag had gezien pas om kwart voor elf beginnen. De zaak sluit om elf uur dus had het weinig nut om rond te blijven hangen. Na de overheerlijke “Kip Parmagan” en drie flessen bier was het einde van de dag daar. Een minder kleurrijke maar zeker zo leuke chauffeur scheurde me in een record tijd terug naar het hotel. Weer een mooie dag ten einde. Ik keek nog naar het nieuws en om half tien ging het licht uit. Nog één dag te gaan in Colombo en dan gaan we de wilde natuur in.
Copyright/Disclaimer