woensdag 23 januari 2008

Maleisië, hiep hiep hoera, weer een jaartje erbij!

Penang, 21/01/2008

Twee muggen die sterke familiebanden hebben met Dracula hielden mij de hele nacht wakker. Ik ben druk bezig geweest om ze te vangen maar zonder succes. Steeds als ik het licht uitdeed voelde ik enkele minuten later weer jeuk op een ander deel van mijn lichaam. Eerst werden mij voeten met een bezoek of tien vereerd. Daarna kwamen de andere onbehaarde delen van mijn lichaam aan de beurt. Ik sliep met oordoppen in maar de irriterende jeuk kroop ook naar mijn oren met als gevolg dat ik later ook de oordoppen maar uitdeed.
De jeuk was zo erg dat ik er niet van kon slapen. Na een paar vruchtloze pogingen ging ik, in plaats van slapen, maar naar een film op mijn laptop kijken. Één van die volgezogen ellendelingen had het lef om langs mijn beeldscherm te vliegen. Mijn levenvocht had hem zo zwaar en langzaam gemaakt dat ik hem in één keer uit de lucht kon grijpen. Hij verpletterde tussen mijn vingers, een grote rode bloedvlek achterlatend. One down, One to Go! Zover kwam het helaas niet, ik denk dat de anderej na het zien van de moord op zijn bloedbroeder is ontsnapt door een kier in de wand van mijn kamer.
Het was een aardige film met een verrassende afloop, Mr. Brooke of zo? Om half zes deed ik opnieuw het licht uit en probeerde nog wat te slapen. Een paar slaapjes van een klein uurtje deden toch nog hun werk en om kwart over negen stond ik onder de douche te zingen. Ik was nu echt jarig. Vannacht telde nog niet. Weer een jaartje op de teller hoewel het in werkelijkheid gewoon de volgende dag is. Ik heb er weinig gevoel meer bij. Dat ik alleen ben maakt me nu met al die moderne communicatie middelen niets uit. Email, Skype ze doen precies wat voor mij voldoende is.
Wat was mijn plan voor vandaag? Ik zou mijn oude lichaam eens flink gaan geselen met een flinke wandeling. Omdat ik gisteren zo lam was geweest stond nu de tocht van “Penang Hill” oftewel “Bukit Bandera” naar mijn hotel op de agenda. Een flinke tocht van een kilometer of dertien met zeker de helft als een zware afdaling. Mijn laatste dag van deze korte trip naar Maleisië zou sowieso weinig problemen kunnen opleveren, ik was namelijk op bekend terrein.
Na een oerslecht ontbijt ging ik met een flinke groep toeristen met de bus richting de heuvel. De busdiensten zijn in de afgelopen tien maanden, sinds mijn laatste bezoek, gewijzigd. De oude krakkemikkige bussen zijn vervangen door gloednieuwe moderne bussen van de beste kwaliteit. De romantiek van het reizen vervaagd zo langzaam naar de moderne wereld zoals wij die van thuis kennen. Alles wordt beter maar ook duurder, ter wijl we nog steeds gewoon van A naar B verplaatst worden.
Eenmaal uit de bus was de groep al aardig uitgedund omdat we eerst langs de “Kek Lok Si” tempel kwamen. De “Lady of Mercy” stond in de steigers en was daarom niet erg aantrekkelijk om te bezoeken. Vanaf een afstand was het wel goed te zien dat de kolommen nu al aardig waren gegroeid. Bij mijn volgend bezoek aan Penang zal het wel allemaal gereed zijn.
De tocht met de trein is niet echt spannend meer, althans voor mij, en eenmaal boven liet ik het uitzicht voor wat het was. Ik moest eerst naar het toilet voor een preventieve stop. Een fles “Revive” en een fles water voor de tocht naar beneden werden ingeslagen en na een kort bezoek met Carrie aan de Hindoetempel ging ik op pad. Tien maanden nadat ik voor de eerste keer deze tocht had gelopen. De afdaling van ruim 700 meter hoogteverschil is een aanslag op de knieën en kuiten. De vorige keer was ik minder fit en had drie dagen spierpijn opgeleverd. OK, het was geen makkie maar het feit dat de spierpijn wegbleef en ik zonder moeite de tocht kon afmaken op mijn sandalen was een goed teken. Ik was fitter dan ooit.
De dag zat er nu bijna op en ik was doodop. Mijn shirt doorweekt van het zweet met brede strepen uitgezweet lichaamsvet. Nog even een uurtje naar de Starbucks en dan even liggen. Het Chinees eten werd geannuleerd en in plaats daarvan ging ik opnieuw Indiaas eten. Mijn trek was vanavond niet zo groot en van het biertje drinken kwam ook niets terecht. Ik had gewoon geen zin om te drinken. Al voor negen uur lag ik op mijn kamer met de computer op mijn schoot. Deze reis is morgen ook weer ten einde.
Morgen ga ik weer op weg naar Thailand waar de voorbereidingen voor mijn reis naar “Sri Lanka” zullen beginnen. Ik heb drie weken om alles voor te bereiden en er zeker van te zijn dat alles goed gaat.

dinsdag 22 januari 2008

Maleisië, zeven flessen bier en een verloren dag

Penang, 20/01/2008

“Maleisië, een zondagswandeling in het “Penang National Park”” was de originele titel voor het verhaal over deze dag. Om tien uur werd ik wakker met een knallende hoofdpijn en een tong als leer. Zeven flesjes bier hadden hun tol geëist, ik was niet gewend meer om te drinken. Mijn wekker lag naast mijn bed en ik was bang dat het halve, zoniet hele, guesthouse kwaad op me zou zijn omdat ik de wekker om half acht had laten aflopen. En zelf sliep in met oordoppen in en had dus niets gehoord.
Om half twaalf moest ik wel gaan ontbijten. Mijn lichaam deed pijn en ik voelde me slecht. Een hamburger met patat als ontbijt kan voor niemand goed zijn. De koele lucht in het grote winkelcentrum voelde beter aan dan de warme vochtige lucht buiten. In de schaduw was het al warm, ik wil niet eens uitleggen hoe het in de volle zon aanvoelde.

Ik heb nog een minuut of tien zitten wachten op de bus naar “Teluk Bahang” maar de moet zakte me in de schoenen. Ik wilde geen lange wandeling door een bos gaan maken, alleen de gedachte aan de busrit maakte me al misselijk. Ik ging nu maar gewoon een beetje in het wilde weg door “Georgetown” lopen.
Langzaam en steeds gewapend met een fles water slenterde ik door de verlaten straten van de stad. Het was een feestdag vandaag en zeker tachtig procent van de winkels was gesloten. Ik nam de mooie oude shophouses in me op en maakte af en toe een foto terwijl het zweet uit mijn lichaam gutste. Drie uur heeft deze marteling geduurd voordat ik bij het hotel terug was. Met een doorweekt shirt en broek plaatste ik me voor een uurtje op bed.

Het is jammer dat je door een paar flesjes bier een hele dag kan verspelen. Nadat ik weer een beetje was opgeknapt ben ik maar weer naar het winkelcentrum gegaan voor een internetsessie. Tijdens deze sessie raakte ik aan de praat met een heel vriendelijk stel uit Canada, Nova Scotia om precies te zijn. We hadden een goed gesprek over de samenzweringen van de maatschappij en vele andere zaken. Ze waren onder de indruk van mijn weblog en ik was nog meer onder de indruk van de ASUS EeePC die hun zoon in Bangkok had gekocht.
De avond begon nog lammer dan de ochtend. Ik moest wel eten en deze keer had ik mijzelf beloofd om bij “Kapitan Tandoori” te gaan eten. Een koningsmaal voor een eenvoudige toerist. Een korte wandeling en een ijsje om de maaltijd te laten zakken en dan naar de kamer. Lekker vroeg in bed en een film op de computer kijken en dan morgen voor de laatste dag weer vroeg op.

maandag 21 januari 2008

Maleisië, weerzien met Penang

Penang, 19/01/2008

Een groter contrast met het weer van gisteren had er niet kunnen bestaan. Gisteren duifgrijs met regen en vandaag stralend blauw en geen wolkje aan de lucht, zelfs niet tegen de bergen. Vandaag was het weer een transportdag en de bestemming was “Penang”, een kleine honderd kilometer naar het noorden.
Het belangrijkste van een transportdag is het ontbijt. Je weet tenslotte nooit wanneer je weer de kans hebt om te eten en/of hoe lang de reis zal gaan duren. Ik kocht een krantje en tot mijn schrik kwam ik tot de ontdekking dat mijn vaste ontbijtadres (McDonalds) pas om tien uur open zou gaan vandaag. Gelukkig had ik nog een snee of zes bruin brood en een blik tonijn op de kamer. Deze twee samen konden gemakkelijk als ontbijt fungeren en ik hoefde ze dan ook niet meer mee te slepen in mijn rugzak. De koffie werd wel gemist terwijl ik op de rand van mijn bed de krant zat te lezen en de boterhammen met tonijn naar binnen werkte. Het was net voldoende om de maag te vullen en na de sleutel te hebben ingeleverd en afscheid te hebben genomen liep ik naar het kleine lokale busstation.
Bus nummer acht ging elke twintig minuten en ik had wel een beetje pech want ik kon de dikke zwarte dieselrook van de net vertrokken bus nog in het busstation zien hangen. Gelukkig heb ik geen haast en ik zocht een plaatsje tussen twee dikke zwarte Indiase vrouwen gehuld ik kleurige sari’s en een gouden ring door de neus. Het drong nu pas tot mij door dat ik in de afgelopen vier dagen in Ipoh en Taiping maar twee toeristen was tegengekomen. Én die twee sliepen ook in het “Peking Hotel”, wel vreemd als je weet dat het twee heel aangename plaatsen zijn om een dagje of twee te vertoeven. De twee vrouwen keken mij dan ook erg vreemd aan alsof ik van een andere planeet kwam. Ze waren hier geen toeristen gewend.
Bus nummer acht verscheen en ik zocht een plaatsje halverwege in de bus zodat ik in ieder geval wat rijwind zou hebben tijdens de korte rit naar “Kemunting”. Het was zo verschrikkelijk heet in die bus dat ik na een paar minuten alweer op het perron stond. Pas toen de kaartverkoper was ingestapt en de dikke chauffeur aanstalte maakte om weg te rijden sprong ik in de bus en zocht mijn plaatsje weer op. 85 sen alstublieft? Geen probleem, de kosten liggen hier niet zo hoog. Tien minuten later stond ik in het intercity busstation van “Kamunting”. Met kosten als € 1,40 voor een buskaartje kan je er soms best twee kopen voor jezelf. Ik hou er meestal niet van om naast een vreemde te zitten omdat ik altijd mijn rugzak mee de bus inneem. Dit natuurlijk in verband met de hoeveelheid kostbare elektronica.
Met mijn rugzak in de stoel naast me gingen we om elf uur op pad. Ik had op mijn GPS al het busstation van “Butterworth” ingesteld want dat was waar we naar toe gingen. Er was wel een bus rechtstreeks naar “Penang” maar die ging pas om half acht ’s avonds, dus moest ik overstappen in “Butterworth”. Het was niet anders, ik moest maar de weg zien te vinden naar een bus die mijn naar de “KOMTAR Tower” in “Penang” zou brengen. Naarmate we dichterbij dit noordelijk gelegen busstation kwamen werd mij meer duidelijk waar we terecht kwamen. Het busstation lag namelijk naast de veerboot terminal Butterworth-Penang! Dat was nog eens slim gepland, het zal wel per ongelijk zijn gegaan!
Eenmaal van de veerboot stond ik op mijn geliefde “Penang”, “Georgetown om precies te zijn. Ook hier zou ik in de toekomst, wanneer ik voorgoed Nederland verlaat, kunnen wonen. Een kilometertje sjokken om te zien of er in het “Continetal Hotel” nog goede aanbiedingen waren. Nog voordat ik daar was gearriveerd liep ik eerst de Starbucks binnen. Lekker een bakkie koffie en eerst even uitrusten. Aan de tafel naast mij nam een ouder stel plaats en het duurde niet lang of we raakten aan de praat. Het echtpaar kwam uit Luxemburg en zo moest ik snel omschakelen naar het Duits. Het ging niet geheel naadloos maar het was meer een goede ritssluiting. Het stel was voor zeven weken met de rugzak op pad, een hele prestatie in mijn ogen. Ik ken veel jongere mensen die het niet aandurven en liever georganiseerd op reis gaan. Mij niet gezien!
De kamers in het “Continental” waren te duur naar mijn zin en zo moest ik nu voor het eerst op zoektocht naar een slaapplaats in een toeristenstad. Bij het eerste guesthouse kreeg ik een, “Sorry, we zijn vol maar probeer het daar maar eens?” Dat deed ik dus en daar was het, “Sorry, we zijn vol maar probeer het daar maar eens?” Ik kreeg nu twijfels en dacht na over het aanbod dat ik in het “Continental Hotel” had gekregen. Ik wilde er nog twee proberen en dan zou ik terug gaan. Gelukkig was het bij de volgende wel raak. Het “Oasiss Hotel” is zo nieuw dat het zand en cement van de verbouwing nog op de uitrit lagen en in mijn kamer de lucht van Bison Kit lijm hing. Mijn matras had de krimpfolie nog aan en de prijs scheen door het nieuwe laken heen. 799 RM!
Samen met de zoon van de eigenaar verwijderde ik het plastic en spande het hoeslaken om het matras. RM 25 per nacht is een koopje, alhoewel ik wel met de oordoppen in zal moeten slapen. Nadat ik een uurtje had gerelaxte ging ik op pad om te eten.
Van mijn avondeten zou ik gaan genieten, het “Yong Pin” restaurant was de lokatie. Met de herinneringen nog vers in het geheugen van de vorige keer keek ik er al naar uit om hier “Dim Sum” oftewel “Dumplings” te gaan eten. Ik was erg vroeg en er was pas één tafel bezet in het restaurant. De serveerster, een jong meisje dat steeds verlegen glimlachend naar mij keek, zette een bakje met heet water voor mij neer. De in het bakje liggende kopjes, lepel en eetstokjes werden zo symbolisch gereinigd. Een klein potje thee maakte alles compleet. Ik was echt heel erg vroeg, het duurde zeker dertig minuten voordat de kok voor de eerste keer met de schaal “Dumplings” voorbij kwam. Rustig aan beginnen Jielus! Er werd begonnen met visballen en inktvishapjes. Heerlijk eerst in de lichte sojasaus dopen en dan naar binnen werken. Twee kleine loempia’s waren de volgende slachtoffers. Nu waren de garnalen met waterkastanjes aan de beurt en ondertussen werd mijn theepot ook nog een keer gevuld. Ik zat nu bijna aan mijn taks en moest een belangrijke keuze maken. Ik kon nog maar twee schaaltjes bestellen. De keuze viel na een lang beraad op garnalen in een andere vorm en varkensvlees met selderij. Ik was nu vol en slurpte nog een paar kopjes thee naar binnen. De vrouw achter de kassa zag me met mijn geld zwaaien en kwam onmiddellijk om de rekening op te maken. De schaaltjes werden geteld en voor het mooie ronde bedrag van RM 15 had ik als een koning gegeten.
Het was zaterdag vandaag en ik had al een week niet gedronken. Een paar biertjes konden vanavond geen kwaad tenslotte. Uit de Lonely Planet had ik twee barretjes genoteerd in mijn notitieboekje en die zou ik met een bezoek gaan vereren. De eerste was de “Pittstreet Corner Bar”. Met zwaaideuren zoals in een oude western leek het op een ruige kroeg. Binnen trof ik alleen maar donkere Hindoestanen aan die ijverig kleine flessen slechte Schotse whisky zaten leeg te drinken. Ik nam plaats aan de bar en bestelde een biertje. RM 6 is goedkoper dan ik in Thailand gewend ben. De man naast mijn zat een schoteltje Indiase snacks met beide handen naar binnen te werken, toen hij opkeek zag ik een heel krat Tiger bier in zijn ogen. India betekend natuurlijk Bollywood op de TV. Dansende en schietende stoere mannen afgewisseld met beeldschone vrouwen in de meest kleurrijke kostuums. Toen de dronken man tegen me begon te praten werd het tijd om weg gaan. Ik nam een laatste slok en maakte aanstalten om op te staan toen een andere klant mij aansprak en begon te informeren over mijn hoe en wat. Hij manuvreerde zich behendig tussen de dronken man en mij, ik kon hem nog wel steeds horen achter de grote kok van het Sangri-La hotel in Batu Feringi. We dronken nog een biertje en spraken wat over eten en koetjes en kalfjes. De man was helaas heel slecht te verstaan door de twee rammelende kunstgebitten die hij droeg. Een paar keer stak ik mijn handen uit omdat ik bang was dat ze uit zijn mond zouden vliegen. Na een laatste biertje nam ik afscheid en ging op pad naar het “Betelnut Café”.
Dit was het toppunt. Helemaal iemand binnen. Op weg naar de “Pittstreet Corner Bar” had ik voldoende andere plaatsen gezien waar ik misschien wel een biertje zou kunnen drinken. Helaas waren ze allemaal leeg of er zat een stelletje voorzichtig verliefd te wezen. Zo kwam ik bij de “Coco Island Traveller’s Corner” terecht. Een live band speelde goede rockmuziek uit de jaren zeventig en op een grootbeeld TV in de hoek werd de wedstrijd Fulham-Arsenal getoond. Mooie locatie met de rug tegen de bar en een koude Tiger in de hand. Hoe laat ik op de kamer was weet ik niet maar het was wel de plaats om met oordoppen te slapen. Morgen gaan we wandelen!
Copyright/Disclaimer