zondag 20 januari 2008

Maleisië, zit het weer niet mee?

Taiping, 18/01/2008

Na een redelijke nachtrust in een pikdonkere kamer stond ik een uurtje later op dan gepland. Buiten op de parkeerplaats lagen grote plassen regenwater, de overblijfselen van de machtige tropische regenbuien die de afgelopen nacht waren gevallen. De lucht was nog donkerder dan gisteren en stond niet alleen op regen maar schreeuwde regen. “Taiping” is niet al te groot maar als je wordt overvallen door een tropische regenbui heb je maar weinig tijd om een schuilplaats te vinden. We zullen wel zien wat het brengt vandaag.
Na het gebruikelijke ontbijt met een krant slenterde ik het dorp in om eens te onderzoeken wat er hier allemaal te zien was. Ik had een route uitgestippeld die langs alle bezienswaardigheden, zoals beschreven in de gratis toeristenkrant voor “Perak”, van Taiping zou gaan. Met de klok mee welteverstaan en beginnend bij weer een klokkentoren. Die vreemde Engelsen toch met al die klokkentorens over de wereld. Op zich was het niet al te bijzonder maar wat mijn aandacht meer trok was een echt oude vuurrode Engelse gietijzeren telefooncel. Schitterend in het Knalrood in originele staat. Een klein bordje net boven de grond vermeldde dat de telefooncel was vervaardigd door de “Carron Company” uit Stirlingshire. Helaas is de klokkentoren, vroeger een onderdeel van de brandweerkazerne, nu omgeven door lelijke Chinese hoogbouw.
Vanhier ging het richting een paar shophouses van de kapitein” Chung Keng Kooi”, misschien was de persoon belangrijk voor Taiping geweest maar van zijn shophouses gaan er dertien in een dozijn. Na de Taiping regeringsgebouwen, die gewoon zijn overgenomen van de Engelsen na de verklaring van de onafhankelijkheid in 1957, liep ik tegen een oud kerkje aan dat rustig verscholen lag tussen de kokospalmen en bananenbomen.
Dit was een plaats van aanbidding voor de leden van het Anglicaanse kerkgenootschap in Taiping. Het is tevens een sprekend voorbeeld hoe de hogere (moslim) ambtenaren misbruik maken van hun macht. Deze kerk wordt in het geheel niet vermeld in de toeristen brochures, waarom? Heel eenvoudig, het is geen moskee! Wel jammer, want deze kerk is gebouwd in 1886 en was de eerste Anglicaanse kerk in Maleisië. Binnen straalt het de rust uit die je van een kerk verwacht, met de namen van de verdwenen notabelen gegraveerd in messing plaatjes op de banken geschroefd. Grote messing platen aan de zijkant op de houten wanden vertellend over het leven en de dood van de grote onderzoekers, pioniers en soldaten die hier ver van huis het leven voor het eeuwige hadden gewisseld. Buiten op het kerkhof waren de grafstenen ook als een geschiedenisboek te lezen. Kinderen van vier maanden die aan tropische ziekten waren gestorven. Jonge politiemannen die waren vermoord tijdens de bloedige “Larut Oorlogen”. En hele oude mannen en vrouwen die nooit naar Europa waren teruggekeerd omdat het leven hier zo rustig en aangenaam was in den verre. Één van die stenen vertelde over een scheepsramp met de “S.S. Vyner Brooke” in de “Banka Straights” op 14 februari 1942 en over zijn vrouw die was gestorven op 22 april 1945 in een Jappenkamp op Sumatra. Een vriendelijke vrouw vertelde mij nog het één en ander waarna ik een briefje van RM 10 schonk om het geheel in ere en goede staat te houden.
Vanuit hier vervolgde ik mijn weg en kwam zo langs de gevangenis, die nog steeds in gebruik is na 129 jaar. Jammer dat ik alleen maar de aangepaste buitenkant kon zien en niet daar binnen een kijkje mocht nemen, ik stel me zo voor dat alleen het zien van de faciliteiten al een afschrikkend effect heeft op misdadigers in de dop. Recht tegenover de gevangenis is het “Perak Museum”, was het museum in Ipoh er één van een teleurstelling van de buitengewone categorie deze kon met zekerheid wedijveren om de titel “Slechtste Museum van Perak”. Het zou zeker een close finish worden tussen die twee als de stemmen eenmaal waren geteld. Om kwart voor twaalf stapte ik naar binnen nadat de bewaking mij had medegedeeld dat wegens de vrijdagsgebeden het museum van kwart over twaalf tot kwart over drie gesloten zou zijn. Zolang had ik niet nodig gehad, voor twaalf uur was ik alweer op weg naar de volgende attractie. “Old English Radio” had het bordje voor de “Telefunken” radio vermeld! Ik moest er in mijzelf om lachen.
We waren nu bijna aan het einde van de lijst en één de laatste bezienswaardigheden was de “Oorlogsbegraafplaats”. Pas op het laatste moment had ik deze toegevoegd aan mijn rondje, ik had hem niet eerder gezien op de kaart. Zoals ik al eens eerder in mijn verhalen heb vermeld vind ik de geschiedenis van de tweede wereldoorlog in Azië bijzonder interessant. Vooral het feit dat wij als Nederland doormiddel van Nederlands Indië in deze oorlog betrokken zijn geweest. Van school herinner ik mij dat alleen maar de oorlog in Europa is onderwezen met uitzondering van de twee atoombommen op Japan. Het bijzondere van deze begraafplaats is dat hij in tweeën wordt gesplitst door een weg. Aan de ene kant liggen de Christenen met een groot granieten kruis aan het einde van de begraafplaats en aan de andere kant liggen de Hindoes en de Moslims met een betonnen blok “Opdat wij niet vergeten”. Vreemd vanuit het broeders in de wapenen en zijde aan zijde gevochten en gesneuveld. Is dit weer de duidelijke invloed van de hogere (moslim) ambtenaren?
Ik weet het, maar het valt je wel meteen op. Het zweet gutste nu uit mijn lichaam en het werd tijd om uit de hete middagzon te gaan. Even wat te eten en dan wat rusten in de koelte van de airconditioning. Weer kon ik de gebakken noedels niet weerstaan en samen met een 100+ vormden ze een heerlijke lunch.
Na de lunch was er nog een kleine omweg en dan zat de bezichtiging van Taiping er op. Eerst werd het lokale busstation bezocht om te kijken wat de mogelijkheden waren om in Penang te komen. Dat was al snel duidelijk, drie bussen per uur voor 85 sen rechtstreeks naar het “Kemunting Busutation” vanwaar de bussen naar alle uithoeken van Maleisië vertrekken. Ik had het beste voor het laatst bewaard. De oude Indiase moskee die in 1897 is gebouwd en later door de Maleisiërs is ingepikt. Het is moeilijk te geloven dat de “Oude Kota Moskee” op de lijst staat met bezienswaardigheden. Een blik van enkele seconden was voldoende en ik wil niet eens plaats op mijn harde schijf gebruiken om een foto van dit onding op te slaan. Wat wel heel fijn was, ik vond een Indiaas restaurant waar ik vanavond zou gaan kunnen eten. Ik kijk er nu al naar uit.
Na de tocht legde ik mijn hoofd voor een uurtje op het kussen en dacht na over wat ik zou gaan schrijven over vandaag. Gemiddeld gebruik ik zo’n twee uurtjes per dag aan mijn verhalen, inclusief publiceren en de foto’s verwerken. Het is wel heel leuk en relaxend om te doen. Vroeger ging ik gewoon uit verveling bier zitten drinken. Morgen dus op weg naar Penang, het einde komt nu snel dichterbij en ik kan eerlijk zeggen dat ik weer heerlijk ben opgeknapt en uitkijk naar mijn volgende bestemming.

vrijdag 18 januari 2008

Maleisië, een dag met een verrassing of twee

Taiping, 17/01/2008

Buiten was de lucht muisgrijs en zelfs om acht uur leek het nog donker buiten. De lucht stond op regen. Ik had tijd genoeg dus ik deed het rustig aan. De spullen die ik niet meer nodig had pakte ik alvast in mijn rugzak, slikte mijn medicijnen voor de dag en ging op pad voor mijn ontbijt.Het was heerlijk om met een krantje en een bakkie koffie rustig aan te doen in een geairconditioneerd restaurant.
Vroeger dan ik had verwacht was ik weer terug op mijn kamer en stuurde mijn verhaal van de dag naar mijn weblog. Dat was dat, dan hebben jullie ook weer wat te lezen! Nadat ik de meisjes achter de receptie had bedankt en het overgebleven bedrag had terug ontvangen ging ik op weg naar “de Taj Mahal” oftewel het treinstation. Het kaartje voor de anderhalf uur durende treinreis kostte RM 8, nog geen twee Euro. Terwijl ik op de trein wachtte las ik wat in de Lonely Planet en kwam zo in aanraking met “Kuala Kangsar”, een oude hoofdstad van het sultanaat Perak. Ik speelde nog een moment of twee met het idee om hier voor één nachtje te stoppen of een dagtocht vanuit Taiping te maken. Maar het werd gewoon, “Nee”. Ik hou zo hier nog wat over zodat ik de volgende keer nog wat te zien heb in deze hoek van Maleisië.
Mijn trein had twintig minuten vertraging. Dat is heel normaal in deze streken. Wat wel vreemd en verontrustend was dat de minutenteller van de vertraging meeliep met de klok. 39 minuten, 41 minuten, 43 minuten en ik moest naar het toilet. Net voordat ik het toilet aan het andere uiteinde van het perron binnenstapte klonk er in het Maleis en Engels uit de luidspeakers dat de trein elk moment het station kon binnenrijden. Ik durfde de gok niet te wagen en dat werd dus anderhalf uur langer ophouden!
De treinreis was een aangename verrassing. Vooral het stuk Jungle tussen Kuala Kangsar en Taiping was erg mooi. Zeker zo mooi als de beroemde “Jungletrain” tussen “Jerantut” en “Kota Bharu” maar niet zo lang en niet zo vroeg. Deze rit was misschien nog wel beter, hij was dan wel niet zo lang maar er werden wel bergen aan het uitzicht toegevoegd.
“Taiping” zag er op het eerste gezicht uit als een slaperig provinciestadje. Later zou ik wel op onderzoek uitgaan maar eerst ging ik op zoek naar een hotel. Ik had twee hotels op het oog en bij de eerste was het meteen raak. Het “Peking Hotel” is gevestigd in een oud huis. Een mooi oud huis met achter een aanbouw waar zich nog meer kamers bevinden. Voor RM 40 per nacht zou het wel twee nachten voldoen aan mijn eisen. Al bij het inschrijven werd mij amandelbrood en Chinese thee aangeboden. Gastvrijheid op zijn best.
Om de trek te stillen ging ik nu eerst naar de supermarkt, brood met tonijn en boterhamworst uit blik was mijn late lunch. Daar had ik nu echt zin in gehad! Vanavond wordt het toch weer rijst. Nog voordat ik mij had geïnstalleerd in mijn kamer kwam de regen met bakken uit de hemel. Het satellietkanaal op de TV stopte en er bleef weinig over dan even te rusten en een stukje te schrijven over vandaag.
De fris geurende lucht na de regenbui deed mij goed. Er was nog voldoende tijd over voor een avondwandeling gevolgd door een bord rijst met bijbehoren. De route voor de wandeling was vanzelfsprekend rond het park. Het park is een verlaten tinmijn die al in 1880 was omgevormd tot de “Taiping Lake Garden”, en het is een leuke plaats. Met een dierentuin en troepen apen die er vrij in rondlopen.
De zon zakte langzaam aan de horizon en kleurde de hemel van licht oranje tot diep paars. “Avondzon geeft regen in de ton”, zei mijn grootmoeder altijd als ze zo’n lucht zag. Laten we het maar niet hopen. Wat opvallend is in deze plaats is de grote hoeveelheid eettentjes. Al dan niet overdekt en met merendeels Chinese verkopers. De “Hokkien Mee” zag er appetijtelijk uit, dan toch maar weer noedels. Heerlijk met een grote kop thee. Om half negen stapte ik mijn hotel weer binnen. Morgen gaan we dus op ontdekkingstocht in “Taiping”.

Maleisië, het koloniale verleden van Ipoh

Ipoh, 16/01/2008

Om iets voor tien deed ik het licht en even later liep de wekker af, althans zo voelde het voor mij. Versuft keek ik op mijn horloge en het was inderdaad al half acht. Buiten was het nog schemerig, dit omdat de zon nog niet boven de kalkstenen bergen was geklommen. Ik voelde me een stuk beter maar was nog niet geheel uitgerust.
Nadat ik nog even had nagedut stond ik op en genoot van de vette straal warm water uit de douchekop. Dit was inderdaad een piekfijn hotel. Vandaag stond een dag lopen langs de bezienswaardigheden van “Ipoh” op de agenda. Maar daar zou ik pas aan beginnen nadat ik mijn ontbijt had genuttigd en de krant had gelezen.
Na mijn ontbijt liep ik eerst nog even voor een toiletstop naar mijn hotel en even later ging ik met de gratis brochure in de achterzak op weg. De eerste stop was het “Darul Ridzuan Museum”, een teleurstelling van de buitengewone categorie. Onderweg had ik al mooie koloniale gebouwen gezien en ook het gebouw waarin het museum was gevestigd was een juweeltje. Alleen de permanente tentoonstelling in het museum ging eigenlijk nergens over. Van vier elektrische strijkijzers, Philips zat er ook bij, naar vijf oude op kolen gestoken strijkijzers. Een houten plaat met tinnen naamplaatjes en een grote tinnen trofee. Een vitrine met zijden kostuums. Een fotowand met de dieren van Saba/Sarawak en een grote kamer met uit hout en rotan vervaardigde gebruiksvoorwerpen. Het is te begrijpen dat ze geen toegang vragen.
Na deze teleurstelling ging ik op pad naar het belangrijkste gebouw van “Ipoh”. Het treinstation uit 1915 wordt door de lokale bevolking ook wel “de Taj Mahal” genoemd. Een mengeling van koloniale Victoriaanse en Moorse architectuur heeft een uniek gebouw geschapen. En het mag er zijn. Er hangt nog steeds een wolk van grandeur over het gebouw. Jammer dat het heel erg verwaarloosd is, maar dat is ook wel te begrijpen met zes treinen per dag. In en om het station kan niemand zijn brood verdienen. Hier zou de Maleisische regering in moeten investeren om toeristen te lokken. Een ander monument dat ik nog wilde zien voor de lunch was de “Birch Memorial Tower”. Een klokkentoren in de stijl zoals de Engelsen er duizenden hadden laten bouwen in de steden en grote dorpen in alle hoeken en uiteinden van de koloniën. Zo’n klokkentoren herinnerde de lokale bevolking aan de macht van de koning/koningin in Engeland en verwachte onderdanigheid in ruil voor veiligheid en beschaafdheid. De toren had een mooie schildering rondom waaruit er één persoon was weg geschraapt. Ik vraag me nu nog af wie dat kan zijn geweest.
Schuin tegenover mijn hotel was een restaurant waar het eten er zo goed uit zag dat ik zelfs een stukje omliep om daar mijn lunch te gebruiken. De palmolie in het gebakken spul had mijn spijsvertering weer versneld en de rijst briyani moest als rem gaan werken. De rijst met groenten was heerlijk en met een banaan als toetje was mij maaltijd compleet.
Nu begon ik aan de moeilijkste tocht, een grottempel buiten de stad. Hemelsbreed zou het een kilometer of zes moeten zijn volgens mijn GPS. In het echt zou het veel meer zijn was mijn ervaring. Vol goede moed ging ik met een fles water op mijn kont op pad. Het was flink meer dan de zes kilometer! Ik liep onder de brandende zon door de saaie buitenwijken van Ipoh. Villa’s voorzien van alle gemakken voor de ultra rijken. Het was geen mooie weg, ik had me een mooiere tocht voorgesteld.
Voordat ik bij de “Kek Lok Tong” en de “Sam Poh Tong” tempels was moest ik eerst nog een achtbaan autosnelweg oversteken. Met gevaar voor eigen leven kwam ik, na het juiste moment te hebben gekozen, aan de overkant. De twee tempels zijn een voorbeeld van de fantasie van de Chinese bevolking. Kleurrijke dieren en draken vermengd met goden en demonen uit cement en beton. Gehuld in felle oogverblinde gekleurde verf, de indringende geur van wierrook en geld van de hel bank dat wordt verbrandt vult je neusgaten en prikt in je ogen. Ik moest eerst even zitten en wat drinken. Vanaf de betonnen bank keek ik naar de vijver waar een paar schilpadden langzaam in rond zwommen. Ik was te moe om de 139 treden naar het uitzichtpunt te beklimmen maar de wandeling was wel de moeite waard geweest.
Met vermoeide benen en zere heupen begon ik aan de tocht terug. Ik zou nu de hoofdweg volgen want er was verder toch heel weinig te zien. Tijdens de wandeling dacht ik na wat ik verder zou gaan doen. Uiteindelijk viel de keuze op doorreizen. Ik kon nog wat overlaten hier zodat ik later nog een keer terug zou kunnen gaan. Met de trein naar “Taiping” was mijn nieuwe plan. Eenmaal terug in mijn hotel nam ik een verdiend uurtje rust, 22 kilometer gelopen vandaag.
Voor het avondeten werd opnieuw het restaurant van deze middag gekozen. Het was me goed bevallen en de darmen waren nog steeds rustig. Een korte avondwandeling met een chocolade milkshake in de hand en dan nog even TV kijken. Ja, ik heb hier zelfs het Discovery Channel.
Morgen lekker uitslapen en ontbijten, ik hoef pas om half twaalf op het station te zijn voor de trein naar “Taiping”. Ik mag hem niet missen want er zijn er maar twee per dag en de laatste gaat om iets over half zes.
Copyright/Disclaimer