dinsdag 17 juli 2007

Maleisië: Sabah, op weg naar de mensapen

De grote gele bus

Sandakan (City View Hotel), dinsdag 17 juli 2007

Om iets voor negen vangen we de reis naar Sandakan aan. Ik wil hier niet langer blijven omdat ik de beklimming van de Kota Kinabalu tot het einde wil bewaren. Er is op dit moment weinig meer over van de oorspronkelijke doelen die we aan het begin van deze reis hadden. We moeten de laatste twee weken op Borneo gewoon volmaken met lokale attracties.
De grote gele bus De busreis naar Sandakan verloopt zonder problemen en hoogtepunten. Met een uitzicht van dichte jungle en eindeloze palmolieplantages vullen de heuvels tot aan de horizon. Tijdens het passeren van Mt Kinabalu is de top in dikke wolken gehuld. Ik mag de heilige berg zelfs niet eens zien. Het maakt dat ik me een beetje beter voel ondanks het feit dat ik nu wat het hoogtepunt van de reis had moeten worden in een grote gele bus voorbij rij. Dat was het dan voor de Mt Kinabalu, misschien volgend jaar beter.
Er is geen aanloop naar de stad aan de Oostkust van Sabah! Je valt met de deur in huis! Sandakan blijkt een dieptepunt in vergelijking met alles wat ik ooit in Maleisië heb gezien. Zelfs Kota Bharu is een bruisende stad vergeleken bij Sandakan. Het “City View Hotel” is wel een gelukje. Een mooi schoon goed onderhouden hotel met draadloos internet op de kamer.
Ik controleer meteen na aankomst mijn e-mail en er was een bericht van “Uncle Tan Jungle Tours”. Ze zitten helaas vol tot aan 22 juli. Dat is erg jammer want alleen op vrijdag beginnen is de enige mogelijkheid voor ons.
Ik wil na enkele uren niet drie hele dagen opgesloten zitten in deze troosteloze stad! Bij de receptie ligt gelukkig een boek over dagtrips die je rond Sandakan kan maken. Hier zit tot onze verbazing ook een jungle tocht bij.
Na een kort overleg met Tettje word de tocht door de jungle meteen geboekt en betaald. RM 399 per persoon (€ 110,-) voor drie dagen / twee nachten. Het is niet goedkoop maar de foto’s van de tocht door de jungle zien er aantrekkelijk uit!
Na een bordje gebakken rijst langs de straat zoeken we het bed op. Onze (reis)dag zit er op en morgen gaan we eerst naar een oorlogsmuseum.

maandag 16 juli 2007

Sabah, verkeerde timing

Kota Kinabalu, 16/07/2007

Ik snap nu nog niet dat ik naar die vent achter de receptie heb geluisterd. Bijna alles wat hij heeft gezegd was fout en ik ben zo dom om nog een keer naar hem te luisteren.
Net na half tien liepen we rustig naar het busstation om de bus naar Muara te nemen. Muara is de haven vanwaar de veerboten vertrekken naar Pulau Labuan. We zouden een dag en een nacht op het (belastingvrije) eiland blijven en dan de vroege boot naar Kota Kinabalu nemen. Het vinden van de bus naar Muara was geen probleem. Er stond al een bus klaar om te vertrekken maar volgens de chauffeur konden we beter wachten op de express bus naar de terminal. “Hoe laat gaat die express bus?”, vroeg ik. Een schouderophaal was zijn antwoord. Nu, dan vraag ik nog even aan een andere chauffeur en als ik geen bevredigend antwoord krijg, wat tot nu toe altijd het geval was in Brunei, dan gaan we met deze bus mee. Drie minuten later reden we met de gewone bus richting Muara.
Onderweg verbaasde ik mij wel over het armoedige uiterlijk van de kleine oliestaat. Was de sultan dan een beetje egoïstisch? Wilde hij zijn rijkdom niet delen met de gewone bevolking? Ik heb eens ergens gelezen dat hij meer dan 5500 auto’s bezit waarvan meer dan 350 Rolls Royces. Een beetje minder zou toch wel moeten kunnen! En dat terwijl bijna alles gratis is voor de lokale bevolking. Gratis scholen, gezondheidszorg, sportfaciliteiten en leningen voor populaire aankopen zoals huizen en auto’s. Tel daarbij nog eens op dat de inkomstenbelasting 0% is dan zou je toch anders verwachten.
Vanuit het centrum van Muara was het een paar kilometer lopen naar de steiger vanwaar de veerboten vertrokken. Dan moet dat maar. Het duurde gelukkig niet lang voordat een snorder (zwarte taxi) ons oppikte en voor twee Euro op onze bestemming afzette.
Nu ging het dus echt goed fout. De volgende veerboot naar het eiland bleek pas aan het einde van de middag vertrekken. Er was dus eigenlijk maar één andere optie. De speedboot naar Lawas aan de Sabah kant van Sarawak. Tijd voor overleg was er niet want het was druk en plaatsen werden snel gevuld. Ik betaalde voor ons twee de B$ 20 voor het kaartje naar Lawas en wij namen plaats in de wachtruimte bij de immigratiedienst. De stempels waren zo gezet en een klein gammel bootje, waarvan maar één buitenboordmotor werkte, bracht ons binnen een uur naar een klein haventje niet al te ver van Lawas.
Hier werden we als schapen naar een minibusje geleid dat de korte rit naar de immigratie zo snel mogelijk wilde afleggen. Goed door elkaar geschud lieten we onze paspoorten afstempelen en we waren op weg naar Lawas. Hier was het kiezen of delen. Een taxi, met het voordeel van de tijdwinst maar tegen een hogere prijs, of een gewone bus en dan zouden we niet verder dan Kota Kinabalu komen. Een nachtbus naar Sandakan zag ik niet zitten. Ik hou niet van nachtbussen en ik voel me altijd onveilig in die dingen. De broer van de chauffeur van de minibus kwam niet opdagen en het onderhandelen met de andere taxichauffeurs ging stroef. Zeker toen een Filippino, die had gevraagd of wij een taxi met hem wilden delen, zich bedacht en voor de gewone bus koos.
Nu was er rust! We wisten waar we aan toe waren en wat er zou gebeuren. De bus was goed genoeg en gelukkig hadden we twee stoelen per persoon kunnen bemachtigen. De grens van Sarawak naar Sabah hield nier meer in dan een extra stempel en met zo’n zestig kilometer per uur gemiddeld gingen we naar Kota Kinabalu.
Na hadden we eindelijk een beetje geluk. We stopten midden in de stad bij het oude busstation. Alle hotels lagen hier op loopafstand en een supermarkt zou ons van vers brood en vers beleg kunnen voorzien. Mijn voeten waren nog niet van de treedplank en we wisten ook al dat we hier kaartjes konden kopen naar Sandakan. Perfect!
Het Mandarin Hotel zou goed genoeg zijn voor één nacht, het was niet veel dan een hok in een oud gebouw voor RM 90. We hebben nog een paar biertjes gedronken bij een Chinees restaurant maar dat was pas nadat wij eerst een ander hotel hadden gezocht voor de laatste paar nachten in Kota kinabalu. Lekker luxe en rustig nagenieten aan het einde van de reis.
Morgen dus naar Sandakan dat ik mij kan herinneren van een TV serie uit de jaren zeventig.

zondag 15 juli 2007

Brunei, de verjaardag van de sultan

Bandar Seri Begawan, 15/07/2007

We waren al vroeg want zonder een koud biertje als slaapmutsje blijf ik maar tollen en draaien in mijn bed. Het brood op de kamer met een kopje koffie was ons goed bevallen. We deden rustig aan want we hadden eindelijk wat informatie gekregen over de tijden en de feestelijkheden.
s’Morgens zou de sultan naar het plaatselijke stadion gaan om de felicitaties van het volk en de strijdkrachten aan te nemen. Later die dag zou er een moskee bezoek volgen met een speciaal gebed dat rechtstreeks op de TV werd uitgezonden gevolgd door een galadiner met zijn gasten. De dag zou worden afgesloten met een groots vuurwerk. Volgens de man achter de receptie in het hotel.
Vanuit het raam van onze kamer zagen wij de drukte van de toeschouwers langzaam toenemen. Toen het erg druk werd was het tijd om zelf ook te gaan. We waren net op tijd! Tussen de scholieren die enthousiast met vlaggetjes zwaaide zagen wij de sultan in één van zijn Rolls Royces passeren. De foto’s zijn helaas mislukt. Wij waren enkele van de zeer weinig aanwezige buitenlanders. Het gevolg was dat wij de media aantrokken. Een kort interview voor een krant en een paar woorden voor de radio. Natuurlijk loofde ik Brunei, haar volk en haar vorst.
Een verslaggeefster vertelde ons dat het slim was om naar het kleine stadion te gaan. De sultan zou daar rondrijden in een open auto en wij zouden hem van heel dichtbij kunnen zien. Uiteindelijk viel het allemaal wel mee. Hij was verder dan 100 meter weg en het was dat wij wisten wie het was want wij hadden hem zeker niet herkend. De strijdkrachten opgesteld in drie peletons van erewachten marcheerden in een vreemde pas rond het veld. De sultan en zijn kabinet vertrokken weer in een stoet Rollsen en dat was het eerste onderdeel van zijn 61ste verjaardag. Voor de volgende twee onderdelen hadden wij geen uitnodiging ontvangen. Het vuurwerk was ook openbaar.
Het was dus al vroeg “einde oefening” en nu moest de rest van de dag worden ingevuld. De LP stond niet vol met dagtochtjes maar een bezoek aan “Tombe van Sultan Bolkiah”, die ergens in de vijftiende eeuw had geleefd, leek een mooie wandeling. Het zou een kilometer of acht zijn heen en weer en zo zou er weer twee uur vol zijn gemaakt in het niet erg opwindende Brunei. De wandeling was niet echt zwaar maar de warmte en het vals plat waren toch een addertje onder het gras. De tombe was eigenlijk best mooi en interessant. Gelegen in een park dat netjes was onderhouden omringt met magnolia’s. Kleine grafmonumenten omringde de grote tombe die wel wat invloeden vertoonde uit “Angkor Wat”. Misschien hadden die wel wat contact met elkaar?
Ik had voor Tettje nog een verrassing in Petto. We zouden nog gaan varen. Eenmaal het oerlelijke “Handnijverheid Gebouw” voorbij gekomen liepen we weer aan het water. Het duurde niet land en de eerste boten kwamen dichterbij. De bestuurders draaiden cirkels met de vingers, dat betekende: “Willen jullie ergens heen?” En ja, de prijs was zo gemaakt, B$ 10 per uur en als wij het goed naar ons zin hadden dan zou er een fooi bovenop komen.
De kapitein liet ons eerst het huis zien waar hij woonde in “Kampong A”, we vaarden verder langs scholen en huizen. Hier wonen bijna 40.000 mensen in huizen op palen boven het water. De stad zag er vanaf het water anders uit. Het leek niet eens een stad, het was meer een groot dorp met een enorme moskee. Na ruim een uur varen kwamen wij op de plaats waar ik om gevraagd had om uit te stappen. Een park aan het andere uiteinde van de stad.
Het park viel op door de moderne kunst, ik denk niet dat ook maar één persoon in BSB dit waardeert. Wij vonden het in ieder geval mooi. In een stevig tempo gingen we richting het hotel. Tettje had zin in het zwembad en ik wilde heerlijk in de koelte van de kamer slapen. We waren ondertussen aardig opgeknapt en onder het lopen besloten we om het nieuwe gebruik van het ontbijt op de kamer met nog een dag te verlengen. Dus gingen we nog één keer boodschappen doen in die enorme supermarkt onder het winkelcentrum.
Na een heerlijk rust verlieten we om half acht het hotel voor het vuurwerk, het zou erg spectaculair worden. Er was nog wel wat leven op straat maar echt druk was het niet. Ik vroeg eens rond wanneer en waar het vuurwerk zou zijn. De antwoorden liepen uiteen van acht uur tot elf uur maar niemand wist waar! We liepen nog een rondje en keken elkaar begrijpend aan. Het was al na tien uur en er was nog geen vuurpijl de lucht in gegaan.
Iets voor half elf ging het licht uit en wij hebben niets meer gehoord. Of er een vuurwerk was? Ik weet het echt niet, maar dat we blij zijn dat we naar Brunei zijn geweest? Ja, we weten nu dat we volgende keer meteen doorgaan naar de volgende bestemming. Morgen wordt een hele lange dag, we proberen in één ruk naar Sandakan te komen. Een reis van ruim 600 kilometer in dertien uur.
Copyright/Disclaimer