zondag 17 juni 2007

Korea, mijn laatste activiteiten

Seoul, 17/06/2007

Het was heerlijk om in Seoul in een vertrouwde omgeving wakker te worden. De wekker liep normaal om zeven uur af en ik kon mij veroorloven om nog even wat langer te blijven liggen. Na een extra uurtje was het lang genoeg geweest en de douche maakte het laatste in mij wakker. Zondag vandaag! Het ontbijt werd aangevuld met twee hardgekookte eieren in plaats van gebakken eieren maar de toast met aardbeienjam bleef hetzelfde, natuurlijk ontbrak het kopje koffie niet. Tijdens het ontbijt lag de LP open op tafel want ik moest nu mijn laatste dagen plannen.
Maandag zou een dag worden om te gaan lopen, dit omdat de meeste bezienswaardigheden dan zijn gesloten. Dinsdag een museum of zo. Woensdag nog wat lopen en donderdag uitrusten en een beetje rondhangen. Maar wat vandaag? Er stonden nog wat paleizen in het boek die ik niet had bezocht en één sprong eruit. Het “Changdeokgung” paleis. Dit paleis kon je namelijk niet op eigen gelegenheid bezoeken en er waren gebieden binnen de muren die nog steeds gesloten waren voor het publiek. De laatste telgen van de het oude Koreaanse koningshuis hadden hier gewoond en de laatste was nog niet eens zo lang geleden hier overleden. de gids die meeging sprak Engels. Dat was dan mooi meegenomen.
Ik waste snel het gebruikte serviesgoed en bestek af en wandelde richting de ingang van het paleis. De ingang was nog geen tien minuten lopen van het hotel. Daar stond ik dan met het kaartje in mijn hand te wachten tot 11:30, het tijdstip dat de Engelse tour zou beginnen. De groep was niet te groot en gelukkig waren er ook geen overactieve bezoekers die steeds vooraan in je foto willen staan. Uiteindelijk was het gewoon weer een ander paleis. Dit was nu echt de laatste die ik wilde bezoeken!
Toen we weer buiten stonden sprak een wat vreemd geklede jongeman, met werkschoenen en een grijze ouderwetse platte pet die ik eerder in mijn hotel had gezien, mij aan en vroeg wat ik verder wilde gaan doen die zondag. Een derde jongen voegde zich bij ons en wij zaten even later voor de supermarkt wat te drinken en te praten. Beide waren gisteren aangekomen en hadden geen idee wat er in Seoul te doen was. Mijn ervaring kwam hun dus goed uit. De Zwitser, vreemd geklede, kwam net na een verblijf van vijf maanden in Australië voor één dag naar Korea. Hij had een tussenstop. Alan, de andere was een Maleisiër die nu in Zuid-Afrika woonde. Hij was op een visa run vanuit Thailand.
Het was al tegen half twee toen we op zoek gingen naar de lunch. Ik realiseerde mij dat er daarna niet echt veel tijd was om wat anders te gaan doen. Ik zou onder het eten wel wat bedenken! En dat lukte, we zouden naar de “Treasure number One” lopen. Onderweg nog wat drinken en ik had mijn zinnen gezet op een heupgordel. Niet een heuptasje, maar een echte heupgordel. Ik was het nu na al die jaren zat om steeds met mijn LP en fles water in de hand te lopen. Het lopen in de bergen maakt het zeker extra moeilijk als je niet je beide handen vrij hebt.
Voor de lunch bestudeerden ze de kaart in een Koreaans Fast Food restaurant en vroegen mij om iets aan te bevelen. Ik vertelde over de meeste gerechten, ik had tenslotte zelf al heel veel van die kaart voor mijn neus gehad. Een uur is zo voorbij en dus stonden we al halverwege de middag weer in de brandende zon. Nog even wat lopen en dan terug naar de kamer, speelde er door mijn hoofd.
Beide plannen waren uitgevoerd, ik kocht een mooie heupgordel in één van de vele outdoor sport winkels en de mannen zagen de oude stadspoort van Seoul. Het was grappig want wij arriveerden net op tijd om het wisselen van de wacht te zien. Het leek op iets wat ik al had gezien maar dat was niet belangrijk. Tevreden zetten wij de terugweg in.
Het was tot nu toe een reis geweest met weinig bier. Het vele lopen en verplaatsen hadden het gewoon niet toegelaten en eerlijk gezegd had ik het ook niet gemist. Mijn buikomvang was al aardig afgenomen en mijn broeken gingen ook steeds ruimer zitten. Ik denk zelf dat ik onder de negentig kilo weeg nu. Op mijn vraag of de jongens misschien zin hadden om een biertje te drinken antwoorden ze met een brede glimlach en een “Ja, natuurlijk” in koor. Daar zaten we dan midden in Seoul op een bankje bij een minimarkt. Van één werd het twee enz.enz. Het avondeten was erbij in geschoten en tevreden gingen we om een uur of negen uit elkaar.
We hadden nog geprobeerd om een afspraak voor maandag te maken maar hier zou waarschijnlijk niets van terecht komen. Ik kan me niet herinneren dat ik mijn kussen heb gezien, maar ik was wel een heel tevreden mens. Eenzaamheid is een monster! Morgen een flinke wandeling.

zaterdag 16 juni 2007

Korea, de laatste

Seoul, 16/06/2007

Veel dingen die ik nu onderneem of meemaak zijn nu voor de laatste keer. Het was mijn laatste busreis binnen Korea toen ik aan boord stapte van de bus naar Seoul. 220 kilometer zou het zijn naar een busstation waar ik nog nooit van had gehoord. Het moest zo zijn en ik maakte mij er ook niet druk om,als ik maar weer in Seoul ben dan zal ik de ondergrondse ook wel weer snel weten te vinden. En inderdaad, het tweede iets kleinere, busstation lag ietsjes verder buiten de stad maar aan dezelfde metro lijn. Ik moest wel steeds goed nadenken en opletten om niet mijn tweede rugzak te vergeten, ik was er tenslotte niet aan gewend om met een extra rugzak onderweg te zijn.
Bij aankomst in het hotel bleek mijn reserveringsemail niet te zijn ontvangen of eigenlijk niet te zijn gelezen. Gelukkig waren er toch nog wat kamers over en ik kreeg één van mijn favoriete kamers, 306. Deze kamer heeft een goede ontvangst van het draadloze netwerk van de buren, en daarom slaap ik daar zo graag.
Het was goed om weer terug te zijn in de bewoonde wereld. Ik deed snel wat boodschappen om mijn koelkast mee te vullen en liep fluitend door de stad waar ik in een half uur meer blanken zag dan in de laatste twee weken bij elkaar. Een Big Mac ging ook erg gemakkelijk naar binnen. Daar was ik echt aan toe geweest! De laatste week is aangebroken en er staan nog een paar plaatsen op het programma die ik graag wil bezoeken. Als het weer allemaal meezit heb ik nog vier dagen om wat te lopen en wat te bezichtigen. Morgen start ik met een paleis en een wandeling in de middag.

vrijdag 15 juni 2007

Korea, en daar was de regen

Jongju, 14/06/2007

Ik was er helemaal klaar voor toen de pieptonen mij wekten om zeven uur. Met een grote schep slaapzand nog in de ogen schoof ik het luik van mijn raam open. Een glanzende straat en druipende daken lagen stil in de regen. De auto’s in de verte zwiepten hun ruitenwissers heen en weer. Zo, daar was dan de regen. Je hoort mij niet klagen. Als je na bijna drie weken reizen alleen een middag miezerige regen hebt gehad is dat al geluk genoeg. Mijn plannen voor vandaag vielen dus wel letterlijk en figuurlijk in het water.
Ik voelde mij sowieso al niet al te best. De eenzaamheid begon zijn tol te eisen en ik had mij niet zo alleen gevoeld sinds Australië 2003. Maar er was weinig aan te doen. Wat kon ik er aan doen? Ik bracht de ochtend door met koffie drinken en paste mijn weblog aan op kleine dingen. Steeds uit het raam kijkend of het weer wilde veranderen.
Om twaalf uur zag ik eindelijk langzaam een droge streep op de straat verschijnen. Het was nu te laat om nog naar het park te gaan, een gewone wandeling zou genoeg zijn voor deze middag. Er zat nog een track in mijn GPS die ik niet had gelopen, er waren nog twee bezienswaardigheden die ik eerder had gemist in Jongju. Ik kleedde mij snel aan en met goede moed vertrok ik in de koele vochtige middaglucht Nog geen twee kilometer van huis voelde ik de eerste druppels regen alweer in mijn gezicht. De lucht was muisgrijs en het leek dat de bergen aan de horizon langzaam verdwenen. Alles wees op een terugkeer van de regen en een terugkeer naar mijn hotel.
Daar zat ik dan weer, ruim een uurtje later dan ik was vertrokken, in mijn hotelkamer. Mijn plan om nog een tussenstop te maken was nu ook in het water gevallen. Dan morgen maar naar de paardenoren! Lekker uitrusten en TV kijken.

Jinan (Jongju), 15/06/2007

Deze ochtend was het een genot om een droge weg te zien, het was wel zwaar bewolkt maar het was toch een genot. De sandwiches uit de koelkast kwamen op temperatuur terwijl ik onder de douche stond. Koffie was in de ban sinds mijn laatste problemen met de stoelgang, Cola One was de nieuwe drank.
Binnen een half uur zat ik alweer in de bus richting “Jinan”. Mijn eerste fout voor vandaag was alweer ontdekt. Ik had mijn bananen op mijn bed laten liggen, dom, dom, dom! Nou ja, dan probeer ik maar wat te eten te vinden in het “Mt. Maisan NP”.
De busreis was maar de helft van de tijd die door de LP vermeld was, maar mijn LP is dan ook al drie jaar oud ;). De overstap naar de bus die naar de ingang van het park ging was ook een vloeiende beweging. Mijn tweede fout kwam nu aan het licht. Ik was iets te optimistisch geweest over het weer en ik had dus mijn fleece niet meegenomen. Daar stond ik dan voor een rij gesloten winkels aan de voet van de bergen. Een koude wind blazend in mijn rug die de moed mij in de schoenen deed zakken. Ik speelde voor een moment met het idee om terug te keren en alles maar te laten zoals het was. Het waren de restjes van mijn kleine depressie gisteren.
Kom op, we gaan er tegen aan! En dat deden we dan ook. De klim begon langzaam maar werd steiler naarmate ik bij de kloof tussen de twee bergen kwam. De kassa was open en ik betaalde netjes mijn bijdrage voor het onderhoud van het park. 2000 won, een koopje. De eerste klim was een trap die mij tot een respectabele hoogte binnen de kloof bracht. Eenmaal net over de top en uit de wind had ik iets nodig om mij op te warmen. Koffie!!!! En ik had er zin in na twee dagen. Een dubbele zwarte koffie smaakte uitstekend en warmde mij een beetje op. En, ik zat bij de eerste tempel van de dag. Tempels, Buddha’s en waterbronnen, met een genezende werking natuurlijk.
De afdaling was aangenaam, ik warmde mijzelf langzaam op met de wandeling en het alleen lopen in de bossen had ook een positieve invloed op mijn gemoedstoestand. Daar stond ik dan oog in oog met het eigenlijke doel van deze dagtocht, de “ Stone Pagoda’s of Mt. Maisan”. Gebouwd in een periode die meer dan dertig jaar heeft geduurd door een monnik die hier heeft geleefd om zijn diepere bewustzijn te ontdekken. De meeste zijn gebouwd met stenen uit de buurt maar er zijn er ook bij die met stenen zijn gebouwd vanuit heel Korea. Dit om de stroom van energie in balans te houden. Het was nog steeds erg rustig, ik had misschien zes Koreanen gezien in het laatste uur.
Alles ging op rolletjes en ik liep zelfs in mijzelf te zingen. Nu werd het tijd voor mijn tweede doel van de dag, een wandeling van een uur of drie over de bergtoppen met mooie vergezichten over het berglandschap en op de twee paardenoren. Op zoek naar het begin hoorde ik in de verte een monnik zingen en natuurlijk werd ik aangetrokken door dit onverwachte zingen.

Na een bocht in de weg kreeg ik een tempel te zien die zeer eigenaardig was. Hij was van onder tot boven goudkleurig geschilderd. Dit had ik nog nooit gezien, en het zingen kwam uit deze tempel. Schoorvoetend ging ik op de tempel af om te kijken wat er aan de hand was. Eenmaal dichterbij gekomen zag ik binnen in de tempel mensen bewegen. Er was een ceremonie aan de gang in de “Geumdangsa” tempel. Zonder mijn schoenen uit te trekken ging ik op de drempel zitten en keek naar het schouwspel dat zich binnen afspeelde. Er werd gebeden gevolgd door een gesprek, of misschien wel een debat, tussen de monnik en de gelovigen. Natuurlijk sprong ik ook in het oog en toen er iets werd uitgedeeld deelde ik mee. Ik had geen idee wat het was maar ik bedankte de hulpmonnik en de hoofdmonnik symbolisch met samengevoegde handen en een diepe buiging.
Met mijn cadeau in de hand verliet drie kwartier later de tempelgrond mezelf afvragend of ik misschien geld had moeten schenken aan de tempel. Ik had wel een idee wat het was en later bleek dat ik gelijk had. Jullie krijgen het later wel te zien als weer veilig thuis ben.
En daar stond ik dan voor de wegwijzer die de verschillende paden aangaf in vloeiend Koreaans. Nu, ik had een kaart in het Engels en daar stond geen letter Koreaans op. Normaal had ik de symbolen kunnen vergelijken maar nu vroeg ik de weg aan een groep oude mannetjes die toevallig passeerden en heel geïnteresseerd waren in zo’n lange blonde buitenlander. Niet echt veel wijzer zag ik de groep in de verte verdwijnen. Ik bestudeerde de kaart nog een keer en kwam tot de conclusie dat het waarschijnlijk wel goed zat. Het gemakkelijke van deze trek was dat als ik eenmaal boven op de bergkam was zou ik rechtsaf slaan en daarna was het alleen maar rechtdoor.
Al fluitend liep ik het langzaam stijgende pad op. Het klimmen werd zwaarder en het pad steeds smaller. Hier kreeg ik onverwachts hulp van gekleurde vaantjes die door anderen waren achter gelaten. Het leek dat ik op het pad van de rode vaantjes was. Het was een mooie wandeling met heel weinig tegenliggers, het leek wel dat ik alleen op pad was. Er zaten een paar stevige klimmen in die mij naar ruim 520 meter brachten. Ik voelde de kou niet meer, de zon kwam af en toe door de wolken en warmde de lucht snel op. Slokje voor slokje ging ik door mijn drinkwater en vervloekte mezelf dat ik de bananen was vergeten. Er werd nu gezocht naar brandstof in alle hoeken en gaten van mijn lichaam. Er was niets meer, ik was leeg. Dit maakte dat ik binnen tien minuten een hongergevoel ontwikkelde en mijn maag begon te knorren. Ik probeerde de honger met water te stillen en dat lukte gedeeltelijk. Ik klom en ik daalde herhaaldelijk, steeds mijn GPS raadplegend of ik wel in de juiste richting ging. Plotseling stond ik voor een klim waar ik een afdaling had verwacht. Dit was een dilemma. Had ik een afslag gemist? Ik bestudeerde de kaart nog eens, ik zag nog steeds rode vaantjes. Nee, het was goed. Dan nog maar een klim met mijn lege vermoeide lichaam.
Uiteindelijk kwam ik weer beneden bij de stenen pagoda’s in plaats van de parkeerplaats. Ik moest wat eten en gelukkig waren er nu ook wat winkels open. Een gevulde chocolade reep, ik kon mij niet herinneren wanneer de laatste had gekocht. 500 won, een koopje. Hij smaakte mij zo goed dat toen ik hem nog niet voor de helft op had de tweede alweer had gekocht. De krachten vloeide weer terug in mijn lichaam en ik maakte mij op voor de klim door de kloof. Precies op de plaats waar ik op de heenweg koffie had gedronken kocht ik opnieuw een kop koffie en genoot van de omgeving. Bij de parkeerplaats zag ik dat het pad dat ik niet kon vinden was afgesloten voor onderhoud, het had dus niet aan mij gelegen.
Drie kilometer tot aan de bushalte stond er op het scherm van de GPS. Lekker even de spieren leeg en los lopen! De bus arriveerde precies op hetzelfde moment als ik. De chauffeur was zo vriendelijk om even te wachten terwijl ik snel een kaartje kocht.
Uit het raam kijkend naar de bergen die langzaam voorbij gleden analyseerde ik de dag die achter mij lag. De conclusies waren simpel. Ik zou een tweede rugzak kopen voor die korte tochten en ik wist wat een mooi tweede souvenir uit Korea is voor mijzelf zou kopen.
In beide ben ik geslaagd en ik ben nu de trotse eigenaar van een nieuwe “Cerro Torre Ocelot 35” rugzak. 25% kleiner dan mijn “Delta 47”. En het antwoord op de vraag, “Wat is de volgende tussenstop?”. Geen! Morgen stap ik op de bus terug naar Seoul waar ik nog wat ga lopen en het één en ander bezoeken. De laatste week ik aangebroken en ik ga er een mooi einde aan maken.
Copyright/Disclaimer