woensdag 13 juni 2007

Korea, nog één tussenstop?

Jongju, 12/06/2007

Mijn trip is nu over de helft en ik kan niet zeggen dat ik het erg vindt. Sinds mijn vertrek uit Seoul heb ik misschien vijf blanken gezien, de eenzaamheid begint nu zwaar te wegen. Het alleen reizen in geen probleem voor mij maar het niemand om je heen om even wat tegen te praten is wel moeilijk. Vandaar dat ik nu nog niet weet wat de laatste acht dagen zullen brengen.
Mijn busreis naar “Jongju” was aangenaam, ik hoefde geen één keer over te stappen. Ruim vier en een half uur over een kleine 160 kilometer door een mooi berglandschap. Het “Sydney Hotel” in Jeonju is erg goed en op een makkelijke plaats gesitueerd. Naast het grote busstation wat mijn uitstapjes naar de NP’s zal vergemakkelijken. Alleen de buurt is een beetje vreemd. Ik ben natuurlijk heel wat gewend maar een tarief per uur voor de kamer en een condoomautomaat op de kamer zet je wel aan het denken. De kast met videobanden aan het einde van de gang was ook een grote verrassing, er stond van “The Godfather” tot en met “Zachte Porno” op de planken. Aan het einde van de dag is het tenslotte maar een bed om in te slapen en ook het grootste bed tot nu toe hier in Korea.
Jongju is eindelijk weer een vriendelijke stad. Er zijn veel meer mensen op de been en het ziet er niet armoedig uit. Grote troepen ouderen gewapend met een plastic zak en gekleed in rode hesjes van de gemeente zwerven door de stad om alles op te ruimen wat ze maar kunnen vinden. Ik begrijp zelf niet dat ze geen vuilnisbakken plaatsen. De markten zijn hetzelfde overal waar ik ga met grote bergen knoflook en zakken uien. Het lijkt wel of ze hier niets anders eten. Het is maar goed dat ik beter weet.

Jongju, 13/06/2007

Mijn eerste echte dag had een wandeling op de agenda staan naar de oude stad. Er is hier in “Jongju” namelijk nog een wijk die bijna geheel uit authentieke huisjes bestaat. De weersverwachting was niet best maar misschien had ik toch nog geluk vandaag. Nee dus, de regen was net genoeg om onaangenaam te zijn maar het regende toch niet hard genoeg. Iets over de helft op weg naar de stad besloot ik om terug naar het hotel te gaan, ik droeg tenslotte alleen maar een overhemd met korte mouwen en dat was toch wat aan de koele kant als je vochtig was.
Na een uurtje of twee ondernam ik een tweede poging alhoewel het nog steeds spetterde. Ik had de tijd gebruikt om een route uit te stippelen door de stad en die had ik nu in mijn “Garmin GPSmap 60CSx” geladen. Dit met een stukje software dat nieuw voor mij was. Het werkte allemaal perfect.
De oude huisjes zijn op sommige plaatsen de moeite waard maar er zal nog veel moeten gebeuren om er een mooie buurt van te maken. Opnieuw, het lijkt wel of toerisme hier volledig onbekend is! De mensen trekken in het weekend massaal de natuur in als ze vrij hebben en de cultuur en architectuur blijft links liggen.
Plotseling werd mijn aandacht aangetrokken door een voorwerp waarvan ik op voorhand het idee had om er één van te kopen. Een wierookbrander van porselein, ik heb nu mijn aandenken (souvenir) van Korea in mijn rugzak.
De dag was vruchtbaar en uiteindelijk niet zo verregend als het er naar had uitgezien. Mijn plannen voor morgen zijn eenvoudig. Het “Maisan NP” ook wel bekend als het paardenoren park is mijn doel. Eerst een busreis door de bergen en dan een trek van een uur of vier. Ik ben benieuwd.
Morgen zal ik ook besluiten wat ik verder ga doen, er is namelijk nog een park wat ik graag wil bezoeken. Op maandag wil ik uiterlijk weer in Seoul zijn om mijn laatste dagen wat te rusten en wat inkopen te doen. Misschien is er nog tijd voor een laatste tussenstop?

maandag 11 juni 2007

Korea, een dag aan zee

Yeosu, 10-11/06/2007

Ik was erg moe maar wel goed voorbereid deze keer. Het gebrek aan slaap was gecompenseerd met een lange leessessie in de LP en ik zou nu op weg gaan naar de zee in het zuiden. De “dramatische mooie kusten”, zoals de LP het beschreef, klonken mij als muziek in de oren.
De namen van de plaatsen die ik zou doorkruisen en waar ik zou overstappen stonden nu als Koreaanse tekens in mijn notitie boekje, ik wilde voorkomen dat ik in een gehucht terecht kwam waarvan ik de naam had uitgesproken. Het was heel rustig deze ochtend. Vanaf de brug keek ik naar wat voetballende mensen in geel en rood gestoken shirts. Er speelde weinig door mijn hoofd maar het feit dat ik al zo lang geen blanke had ontmoet, ik had er wel één gezien vanuit de bus, begon nu een beetje op te spelen. Ik begon nog niet in mijzelf te praten maar ik was er niet ver vanaf.
Ondertussen heb ik in de gaten gekregen hoe de bussen het gemakkelijkst werken, gewoon de naam van de bestemming in het Koreaans laten zien en ongeveer dertig minuten, geef of neem tien minuten, ben je weer onderweg. Nadat ik van noordwest naar noordoost en daarna naar middenwest en zuidwest ben gereisd kan ik zeggen dat het landschap niet veel veranderd. De bergen zijn de ene keer wat hoger dan de andere keer en de ene keer staan er wat meer bomen dan de andere keer maar verder is het allemaal hetzelfde. Na 18 dagen ik Korea is de glans er dan ook wel een beetje vanaf. Het landschap is hetzelfde, de forten zijn hetzelfde en het eten is hetzelfde. Ik vraag me nu dan ook af of vier weken niet een beetje teveel van goede is? Of komt het omdat ik alleen reis? Komt het omdat er geen buitenlanders zijn? Ik weet het niet. Één ding is mij wel duidelijk, het ontbreken van een avond en buitenleven is een gebrek. s’Avonds na zeven uur is er, buiten de echt grote steden, geen hond meer op straat. Cafés en bars zoals wij ze kennen zijn er niet dus het enige vertier is een restaurant. Vandaar dat ik dan ook meestal om een uur of half negen alweer op mijn kamer ben. Ik heb in de laatste week meer TV gekeken dan ik de drie maanden ervoor tezamen.
“Yeosu” was mij tweede teleurstelling van deze reis. Het is een industriestad aan het water en is zeer uitgespreid. Zij ligt verspreid over het hele eiland en alleen de bergen zijn onbebouwd gebleven. Het intercitybusstation is dan ook ruim vier kilometer van mijn hotel. De stad ziet er ook erg onvriendelijk uit en overal zijn lege winkels.
Nadat ik een hotel had gevonden bekeek ik in de stad wat mijn mogelijkheden waren en die waren beperkt. Een paar kleine bezienswaardigheden in de stad en een NP een kilometer of twintig buiten de stad. Mijn plan was dus om één dag de stad te doen en één dag het park.
Een sandwich en een bakkie koffie vanuit de supermarkt was mijn ontbijt. Toen ging ik op pad naar de “Jinnamgwan”. Het is het grootste traditionele gebouw in Korea, het is 75 meter lang en 14 meter hoog en gebouwd in de 18e eeuw. Het was mooi, maar weer veel van hetzelfde. Het lopen beviel mij uitstekend ondanks dat ik weer problemen heb met mijn rechterbeen. De pijn in mijn bil is terug en zodra die verdwijnt is de pijn in mijn middelste teen weer daar.
Op weg naar “Odongdo”, een mooi eiland, kocht ik nog wat te drinken en liep in een omweg naar de dam die het eiland met het vaste land verbind. Ook hier was het geen Ooe’s of Ahh’s, ik had dit allemaal al eens gezien. De klim naar de top van de vuurtoren was een keerpunt. Ik keek eens goed om mij heen en na het zien van de 360 graden van het uitzicht nam ik een besluit. Morgen verkassen! Het is nevelig en de kust is niet bijzonder. Het waterballet op keiharde rockmuziek van Queen, “We will rock you”, maakte wel gevoelens in mij los maar die waren zeker niet waar de architect van deze attractie opgehoopt had. Later besloot ik om ook Busan maar links te laten liggen. Ik kan nog twee keer op een plaats stoppen tijdens deze reis en waarom zou ik dan niet richting Seoul gaan. Dus eenvoudig gezegd ga ik weer naar het noorden en mijn eerste stop zal een plaats zijn die “Jeonju” heet. Meer tempels en forten, dat is nu eenmaal niet anders in Korea. Lekker eten en twee flessen bier en ik zie wel hoe laat ik op pad ga. Ik heb tenslotte nog tijd genoeg.

zaterdag 9 juni 2007

Korea, twee musea en nog een fort

Gongju, 08/06/2007

Vandaag zou een rustige en eenvoudige dag worden. De twee flessen bier hadden hun werk gedaan en ik stond vandaag dus pas om tien uur op de stoep van het hotel. Dit zouden twee dagen worden die voor jullie vast niet zo opwindend zijn.
Het eerste museum was nog geen kilometer van mijn hotel dus besloot ik om maar de langere weg naar het museum te nemen. Rustig wandelde ik door het rivierenlandschap. Het leek wel een beetje op de Moezel.
Bij aankomt in het museum was het hemels rustig. Alleen een TV ploeg was er opnamen aan het maken voor de BBC. Bijna in mijn eentje liep ik door de galerijen die een expositie over een koningsgraf uit de zesde eeuw bevatte. Erg indrukwekkend! De volgende logische stop was het graf zelf, nou ja, het paviljoen waar het graf is nagebouwd. Het echte graf is meteen weer gesloten om de invloed van licht en het koolzuur in onze adem zo klein mogelijk te houden. Ook hier was het een erg indrukwekkende expositie.
Ik verkende het dorp aan de andere kant en liep rustig al genietend van deze plattelandsgemeente weer terug naar mijn hotel. Na een paar uur in deze musea was ik kapot en mijn oogjes verlangden naar slaap. Ik kneep dan ook de oogjes een uurtje dicht, ik had in deze kleine slaperige provinciestad sowieso weinig meer te doen.
Om vier uur stond ik weer buiten om het plaatselijke fort te bekijken, en om eerlijk te zijn, dit is waarschijnlijk het laatste fort dat ik op deze reis in Korea bezoek. Het wordt allemaal een beetje veel van hetzelfde. Het rondje van twee en een halve kilometer was zo gemaakt. Mijn dag zat er op, alleen nog avondeten bij mijn vaste restaurant en wat TV kijken. Morgen naar “Buyeo” waar ik meer van hetzelfde ga bekijken.

Buyeo, 09/06/2007

De busreis op zich was al een avontuur, ze zijn niet gewend aan buitenlanders en zeker niet aan Europeanen. De Toeristen Informatie kon ik niet vinden dus besloot ik om maar een foto te maken van een plattegrond op een enorm billboard langs de weg. Deze kaarten zijn nooit op schaal! De ene keer denk je, “ik ben er zo”, en dan is het drie kilometer lopen. De andere keer dank je, “ik moet even flink doorstappen”, en dan sta je binnen honderd meter voor de attractie. Het zou dus wel weer een verrassing worden wat deze wandeling mij zou brengen!
In “Buyeo” werd de dynastie van de koningen uit “Gongju” voortgezet. De hoofdstad werd om onbekende redenen verplaatst. Het museum hier was ook de moeite waard zei het dat ik alleen niet veel interesse had in al die aardewerk potjes en pannetjes die waren opgegraven. De bronzen wierookbrander was wel een kunstwerk van ongekende schoonheid. Meer dan 1400 jaar geleden gemaakt! Het was nog te vroeg om naar huis terug te keren dus keek ik nog maar eens op mijn plattegrond en bedacht dat het misschien wel leuk zo zijn om het oorlogsmonument, iedere stad en dorp heeft er één, en de vijver met het paviljoen te bezoeken. Het monument heb ik nooit gevonden en de vijver werd eerst voorbij gelopen. Ik moest terug. Dan maar eerst een “Kim Bap” eten. Ja, het bestellen is nu al uitgebreid tot vijf a zes gerechten. De Kim Bap was goed en met een voldaan gevoel ondernam ik een tweede poging om de vijver te vinden. En dat was gelukt binnen vijftien minuten.
Dat was dan Buyeo en ik kon de bus weer opzoeken voor mijn terugreis.
Op de terugweg werd er twee keer gestopt om passagiers uit te laten stappen. Toen ik vlak bij mijn hotel was vroeg ik ook of hij wilde stoppen. Helaas mocht hij niet binnen de stadsgrenzen stoppen en ik moest mee naar het busstation aan de overkant van de rivier. Nou ja, het was niet anders en het was tenslotte ook een plezierige wandeling naar het hotel.
Na mijn avondeten kocht ik weer twee koude flessen bier en mijn plan was om na die twee flessen onder de dekens te kruipen. Om half elf was ik bijna klaar om te gaan slapen. Het meeste was al gepakt dus zou ik morgenvroeg zo klaar zijn. Als het programma op het “Discovery Channel” was afgelopen ging het licht uit. Helaas bleek ik om kwart voor elf in “Love Hotel” te slapen. Links en rechts van mij werd er geschreeuwd en gekreund en ook het ritmisch bonken van het hoofdeind van het bed tegen de muur was overal in het hotel goed te horen. Uit ervaring sprekend duurt dit geen uren! Een half uurtje zou al een flinke prestatie zijn. En ik zat er niet ver vanaf. Het hoofdkussen werd opgeschud en ik maakte me gereed om te gaan slapen. En daar begon om kwart over elf in het restaurant recht tegenover een dronken Koreaan karaoke te zingen. Binnen vijf minuten werd het een duet met een vrouw. Het klonk zo hard dat ik er zeker van ben dat ze in het restaurant gehoorbeschermers droegen. Ik vroeg mezelf hard op af wanneer ze zouden sluiten. Ervaring had ik hier niet mee want ik ben nog niet op pad geweest in Korea. Twaalf uur? Half één? Uiteindelijk werd het tien over één toen de dronken Frank Sinatra, hij eindigde met “My Way” in het Koreaans, de microfoon neerlegde.
Wat ik nog het ergste had gevonden was dat ik geen bier meer had aan het einde van de avond. Morgen dus maar een uurtje later op pad. Ik ga nu naar een plaats aan de zee, Yeosu. Een verandering in landschap.
Copyright/Disclaimer