woensdag 17 maart 2004

Maleisië: Naar Kuala Lumpur

De bus naar Kuala Lumpur

Kuala Lumpur (Hotel Fortuna (202), woensdag 17 maart 2004

Vandaag is het na mijn avonturen aan de oostkust weer een reisdag. Gelukkig is het in de kamer naast me rustig en buiten schijnt de zon. Ik moet niet al teveel van die regenachtige dagen achter elkaar hebben want daar wordt ik erg depressief van. Het is vandaag in ieder geval een dag zonder haast! Mijn zitplaatsen op de bus zijn geboekt en het hotel in Kuala Lumpur is gereserveerd voordat het internet in Mersing plat ging. Ik heb alleen spijt van die taxi, ik kan alleen maar hopen dat hij niet komt opdagen.
Twee bekers oploskoffie en dan snel mijn rugzak(ken) inpakken. Je zou verwachten dat je op een bepaalt moment genoeg krijgt van elke dag je rugzak in- en uitpakken, en dat is ook zo. Vooral bij het ongemakkelijke model rugzak dat ik heb waarbij je alles op elkaar stapelt in het bovenste compartiment. Hoewel ik een redelijk opgeruimd persoon ben komt het toch nog wel eens voor dat er wat niet zit op de plaats waar het zou moeten zitten. Dan arriveert de frustratie en kan de hele rugzak op het bed binnenstebuiten worden gekeerd. Mijn rugzak is niet slecht door de twee enorme zijzakken. Die zou ik direct missen wanneer ze zouden verdwijnen!
Mijn twee rugzakken staan broederlijk klaar naast de deur van mijn hotelkamer wanneer ik naar buiten ga om te gaan ontbijten. Het is erg rustig op straat en op de gewoonlijke plaatsen die ik bezoek wordt ik begroet als een vaste klant. Broodjes, een Engelstalige krant en het ontbijt bij “H & H Kitchen”. Deze keer wijkt mijn bestelling enigszins af van de voorgaande dagen.
Ik bestel vandaag vier gebakken eieren in plaats van twee. Verbaasde gezichten kijken me aan maar de eieren worden geserveerd zonder een vraag. Het wordt alleen maar vreemder voor ze wanneer ik ook nog eens drie bananen bestel in plaats van de gewoonlijke eenzame banaan. Met enkele onhandige bewegingen prepareer ik de broodjes gebakken ei en verpak ze weer terug in het plastic zakje voor onderweg in de bus.
Het kwartje is gevallen en de uitbaters van “H & H Kitchen” begrijpen dat hun “vaste” klant vandaag zal vertrekken. Omdat er ook op deze ochtend weer veel westerlingen de weg naar hun restaurant hebben gevonden willen ze niet dat ik betaal voor het ontbijt. Ik voel me daar ongemakkelijk bij en weet ze gelukkig toch te overtuigen om mijn geld aan te nemen. Na een uitbundig en ook een beetje emotioneel afscheid verlaat ik met lood in de schoenen voor de laatste keer het “H & H Kitchen” restaurant in Mersing.
‘Wachten is wachten, waar je ook bent!’, zeg ik altijd.
Persoonlijk wacht ik zo liefst mogelijk zo dicht mogelijk bij het punt van vertrek om daarmee het aantal mogelijkheden dat mijn vertrek kan frustreren aanzienlijk afneemt. Het geeft me rust en het maakt tenslotte niets uit waar je moet wachten. Wachten is wachten, waar je ook bent!
Ik ben veel te vroeg voor de geserveerde taxi. Met een ongemakkelijk gevoel loopt ik zwaar bepakt door de brandende ochtendzon naar de parkeerplaats vanwaar de bus naar Kuala Lumpur zal vertrekken. In de hoop dat de chauffeur van de gereserveerde taxi me onderweg niet zal herkennen. De bus van “Transnasional” staat al met een draaiende motor te wachten.
De chauffeur merkt mij meteen op en helpt mij met het afnemen van mijn, nu toch wel heel zwaar geworden, rugzakken. Ik probeer te voorkomen dat mijn rugzak onderin de buik van het beest moet, er zitten namelijk enkele breekbare dingen in. Tevergeefs, het is een regel van het vervoersbedrijf dat alle grote stukken bagage onderin vervoerd moeten worden in verband met de veiligheid van de andere passagiers. Uiteindelijk geef ik maar toe, ondanks dat ik een lege stoel naast me zal hebben in de bus!
De bus naar Kuala Lumpur Een laatste foto van Mersing, met de zee op de achtergrond, voordat ik in de koelte van de airconditioning van de bus verdwijn. Dan begint het wachten op het vertrek! Mijn boek komt tevoorschijn en ik dood de tijd met lezen. Af en toe kijk ik op uit mijn boek en kijk op mijn horloge. Met elke kwartier dat verstrijkt verschijnen er meer mensen in de bus en komt het tijdstip van het vertrek naar Kuala Lumpur dichterbij.
Er komt een groep Vietnamese bouwvakkers in de bus. Ik heb ze gefascineerd gadegeslagen wanneer ze alles wat ze bij zich hebben in de bagageruimte laten verdwijnen. Rijst koker, ventilatoren, potten en pannen, een opgerold matras en nog meer van dat huishoudelijk spul.
Waarschijnlijk sjouwen ze heel hun hebben en houden mee van bouwplaats naar bouwplaats, kris kras door Maleisië. Zij spreken geen Maleis en de chauffeur spreekt geen Vietnamees. Nieuwsgierig en vol interesse kijk ik wat er gaat gebeuren. Ze laten hun vervoerbewijzen zien en wachten in een respectvolle stilte.
Maleisiërs, en met name de moslims, zijn vaak niet het vriendelijkste behulpzame volk. Uitbuiting is meer de taal die ze begrijpen en spreken. De Vietnamezen zitten allemaal bij elkaar op de verkeerde stoelen. Er wordt snel een stoelendans uitgevoerd en alle problemen lijken opgelost.
Vanuit een ooghoek heb ik al enkele keren opgemerkt dat de chauffeur zenuwachtig door de bus loopt waarna hij weer naar buiten gaat om een sigaret te roken met zijn collega’s. We zijn al ruim een kwartier voorbij de geplande vertrektijd wanneer ik begrijp wat die chauffeur aan het doen is. Hij telt de koppen in de bus!
Voordat hij gaat tellen kijkt hij paniekerig en onzeker op een stuk papier dat hij in zijn handen heeft. Dan valt bij mij het kwartje! Hij heeft een passagier te weinig in de bus omdat ik twee kaartjes heb gekocht. Met het schaamrood op de kaken laat ik hem in het passeren de twee vervoersbewijzen zien waarna hij, zonder een woord te zeggen, als een stier de bus uitstapt en de luiken aan de zijkant sluit. Hij kijkt nog een keer kwaad over zijn schouder naar mij voordat hij de bus in de eerste versnelling zet en in beweging komt.
Binnen tien minuten zijn alle gordijnen in de bus dicht geschoven en is iedereen, met uitzondering van de chauffeur en ikzelf, in diepe slaap. Een zwart hoedje voor me probeert ook het gordijn naast mijn stoelen dicht te schuiven. Hij heeft problemen met het zonlicht! Nou, jij bent geen islamitische vampier en ik heb voor twee zitplaatsen betaald dus het gordijn blijft open! Ik hou ervan om tijdens een busreis naar buiten te kijken! Mompelend in zichzelf in het Maleis zoekt hij een andere zitplaats in de bus.
Dat blijkt voor hem moeilijker dan verwacht. We zijn in islamitisch Maleisië en dan kun je als man niet zomaar ergens gaan zitten. Zo mag je niet naast een vrouw gaan zitten en geen enkele weldenkende andere Maleisische man zit te wachten op een zwart hoedje naast hem! Ik moet in mezelf lachen om deze, in mijn ogen, achterlijke regel. Wanneer hij enkele minuten later onverrichter zake weer op de stoel voor mij plaatsneemt heeft hij toch een laatste wapen, om wraak op de kafir (ongelovige) te nemen, in handen. Zijn stoel gaat helemaal achterover en ontneemt mij alle comfort voor deze lange reis naar Kuala Lumpur.
Mijn verwachtte reactie blijft uit en gelukkig is dat platliggen toch niet zo comfortabel voor hem als ik had verwacht. Hij kijkt voor een laatste keer kwaad over zijn schouder naar mijn brede glimlach en zet zijn stoel weer wat meer rechtop. Zwarte hoedjes, meer dan de helft van de Maleisische bevolking moet ze niet! Zij zijn het zand in de economische motor van Maleisië! Zeker aan de oostkust van het schiereiland.
De reis verloopt voorspoedig en we stoppen een enkele keer om passagiers op te pikken of af te zetten. Ook word er onverwacht een tweede chauffeur opgepikt die onafgebroken in de deuropening staat te roken, totdat hij achter in de bus gaat liggen slapen. De Vietnamezen achter mij zijn ook direct na het vertrek in een diepe slaap geraakt.
Het geluid van de sissende pneumatische remmen wekt me en een snelle blik op mijn horloge verteld me dat ik ook bijna twee uur in dromenland ben geweest. Het is tijd voor de eerste, en misschien wel laatste, toiletpauze die aanzienlijk korter zal zijn dan normaal. Het onnodig wachten op “passagier X” heeft veel kostbare tijd gekost die zal moeten worden ingehaald. Gelukkig heb ik alles onder controle! Ik eet met tegenzin een broodje met ei en neem enkele flinke slokken van mijn flesje 100+. Het zwarte hoedje komt als laatste, veel te laat, in de bus terug maar niemand zegt wat. Het gevoel bekruipt me dat niemand wat durft te zeggen omdat hij lid is van de gerespecteerde “Zwarte Hoedjes stam”. Dit is mijn moment om toe te slaan!
Ik tik hem op de schouder en wijs nadrukkelijk en theatraal naar mijn horloge. Hij is zichtbaar verbaasd dat er iemand tegen hem in opstand durft te komen. De rest van de passagiers glimlacht tevreden naar me en een van de passagiers steekt zelfs zijn duim op als teken van goedkeuring. Tien minuten later is iedereen weer in diepe slaap en rijd de touringcar door het gifgroene jungle landschap van het zuiden van Maleisië.
Het is nu de eerste keer dat ik mijn nieuwe I-pod aan een èchte test kan onderwerpen. En ik kan je na tien minuten al zeggen dat het één van de beste dingen is die ik op mijn reizen kan meenemen. Ik geniet meer dan drie uur onafgebroken van mijn favoriete muziek terwijl ik naar buiten kijk en het Maleisische tropenlandschap in mij op neem.
Wanneer ik in de verte de "Petronas Towers" en de "Menara Tower" aan de horizon zie opdoemen ben ik verheugd om weer in KL te zijn. “Kee El”, is de afkorting die iedereen in Maleisië gebruikt voor Kuala Lumpur. Net na een tol station stopt de bus op de vluchtstrook en de Vietnamezen worden half slapend met hun hele handel in de berm van de autosnelweg afgezet. Een kort telefoontje van de buschauffeur en we rijden weer verder het centrum van KL in. Dat er iets niet klopt is wel duidelijk! De twee chauffeurs schreeuwen gemeen en achterbaks lachend naar elkaar in het Maleis. Dit ruikt naar de misdaad, of beter gezegd de minachting van een ogenschijnlijk superieur volk naar de lager geplaatste Vietnamese bouwvakkers.
Tijdens de laatste stop heeft de chauffeur mij gevraagd waar ik moet zijn in Kuala Lumpur. Kuala Lumpur heeft enorm veel busstations en de bekendste is “Pudu Sentral” midden is het toeristisch centrum van deze moderne wereldstad. Bij het horen van “Bukit Bintang” glimlacht de chauffeur, dat is dan geregeld. Op de afgesproken plaats verlaat ik de bus en met mijn twee rugzakken loop ik licht omhoog “de Sterrenheuvel”, wat de letterlijke vertaling is van Bukit Bintang, op. Vanachter het raam van de langzaam wegrijdende bus zwaait een jonge vrouw getooid met een hoofddoek me verlegen na. Dat is ook Maleisië, de islam kan hier heel menselijk en vrij zijn. Dit land heeft een gouden toekomst wanneer de “Zwarte Hoedjes stam” haar macht heeft verloren!
De korte wandeling is best wel lekker na een hele dag in de bus te hebben gezeten. Het “Hotel Fortuna” is niets veranderd. De receptionist herkend mij meteen en begroet mij als een oude vriend, dat strijkt toch wel een beetje je ego. Ik begroet de rest de hele staf van het hotel en nadat ik de formaliteiten heb afgewikkeld ga ik naar mijn kamer.
Gelukkig krijg ik de kamer waar ik naar gevraagd heb. Ik slaap graag in kamer 202 om de volgende redenen. De kamer ligt aan het einde van de gang en aan de achterkant, dat is aanzienlijk rustiger slapen dan in een kamer dichter bij de lift en aan de voorkant. De kamer ligt ook precies in het verlengde van een steeg tussen twee hotels aan de straat “Bukit Bintang”. En laat die straat vorig jaar een gratis wifi-netwerk voor de toeristen hebben gekregen. Met een beetje meubels heen en weer schuiven zou ik de komende week zo maar gratis, en hopelijk, goede wifi hebben.
De duisternis is al ingevallen wanneer ik het hotel weer verlaat. De neon knippert en probeert de toeristen te lokken. Met een glimlach passeer ik het bordje “Remy’s”, een hostel waar ik niet zo lang geleden goede tijden met Kris heb beleefd. Een enorme gouden M weerspiegelt in de groene glazen gevel van het “Lot 10” winkelcomplex.
Zoals alle steden veranderd ook Kuala Lumpur elk jaar. Er is nu een Ierse pub op de hoek schuin tegenover het hotel. De grootste schok krijg ik echter wanneer ik in China Town arriveer. De vroegere ò zo gezellige avondmarkt is nu een overdekt toeristenmonster geworden.Een van de belangrijkste straten is afgesloten wegens een renovatie, alles wordt met een waas van kitsch overgoten. Onbegrijpelijk!!! Één van de belangrijkste toeristen weekeinden van het jaar en het centrum is gewoon afgesloten.
Gelukkig is mijn favoriete Chinese restaurant gewoon open en ik word begroet door mijn oude vrienden, Mr. Lee ziet er nog steeds gezond uit. Ik neem een stoel aan een tafel op het geïmproviseerde terras en bestel een fles bier voordat ik naar de menukaart kijk. Ik laat mij de grote fles Tiger Beer goed smaken. Na een snack en nog een biertje, schiet het avondeten erbij in en ga ik terug naar mijn kamer. Het zal morgen een drukke dag worden!
17 maart betekend “St. Patrick’s Day”, de officieuze nationale feestdag van Ierland, en dat is geen goed moment om in een hotel tegenover een Ierse pub te slapen. Als door een onzichtbare kracht wordt ik naar de Ierse pub getrokken. Het is er heel gezellig en met een goede mix van toeristen en motorsport fans drink ik een paar bier, waarvan enkele teveel. Dat zal morgen wel weer een rustige drukke dag worden!

dinsdag 16 maart 2004

Maleisië: Regen

ma 15 mrt 2004 15:37:58

Mersing (Embassy Hotel (C8), dinsdag 16 maart 2004

Het gedonder en de bliksem wekt mij om zes uur in de ochtend. Ik ben niet de enige die door het noodweer wordt gewekt. De kamer naast mij is nu ook bezet, en wel door zes personen. Zodra de eerste buur de douche gebruikt is het slapen voorbij. De warmwaterleiding maak zoveel kabaal dat het lijkt dat ik naast een startbaan sta waar een 747 het luchtruim kiest.
Dan eerst maar een bakkie koffie. Een heerlijk bakkie op de kamer, met een glimlach kijk ik naar het borrelende water in mijn grijze “Australische Outback Beker”. Een souvenir van een andere reis niet zo lang geleden. Kan ik iedereen aanraden zo'n 220 Volt dompelaar van de ANWB!
Nadat de zesde jumbojet is opgestegen word het weer wat rustiger in mijn kamer. Buiten valt de regen gestaag op het natte asfalt. In de grote plassen zie ik die enorme tropische waterdruppels vallen. Geloof me? Je hebt nooit echte regen gezien totdat je met de regentijd of een tropische storm heb meegemaakt.
Mensen vragen mij vaak wat de beste maanden van het zijn om naar Maleisië te bezoeken.
‘Overdag!’, antwoord ik dan steevast.
Ze kijken mij dan vreemd aan omdat ik weet dat het in een land met een tropisch regenwoud elke dag van het jaar kan regenen. Een groter contrast met de mooie zonnige dag van gisteren kan er niet zijn. Voor een moment heb ik medelijden met de mensen die gisteren in mooi weer van onze boot zijn gestapt en die nu waarschijnlijk ook teleurgesteld vanuit hun kamer naar de tropische regen zitten te kijken.
Ik heb verder geen plannen voor vandaag, ik kan ook niet meer slapen. Ik schuif een stoel voor het raam en met mijn boek in mijn hand kijk ik af en toe naar buiten. Ik heb geen idee wat het weer vandaag voor me in petto heeft maar ik weet uit ervaring dat wanneer het ’s morgens regent aan de kust in Maleisië het meestal de hele dag blijft regenen. Ik heb het al eens eerder vermeld: Wanneer ik op reis ben maakt het voor mij niets uit waar ik ben of waar ik slaap. Er is maar een datum in de nabije toekomst voor me belangrijk. Dat is “zaterdag 20 maart”! Jeff komt over uit Pattaya om samen met mij de Formule 1 race te bezoeken in Sepang.
Het is tijd om te gaan ontbijten, ook wanneer de regen nog met bakken uit de hemel komt. Ik pak mijn paraplu, die ik Singapore van de chinees achter de receptie heb gekregen, en stap de regen in. Ik voel de ogen van de op de bus wachtende medepassagiers van gisteren. Zij kunnen niets anders doen dan wachten tot hun bussen vertrekken en kijken naar de regen.
Ik ben op weg naar de bakker en het zo ondertussen vertrouwde “H & H Kitchen” restaurant voor mijn ontbijt. Een Engelstalig krantje erbij en de regen deert mij niet. Ik ben wel blij dat ik gisteren de bootreis niet heb uitgesteld tot vandaag. Dat zou een regelrechte ramp zijn geweest.
Broodje, gebakken eitje, kopje koffie, Diet Coke, krantje en een banaantje. Mijn ontbijt is ook op deze regenachtige ochtend weer een succes. Ondertussen heb ik ook wat zitten nadenken. Zes uur in de bus morgen! Met god weet wie er naast je komt zitten? Staan er tientallen magere mensen naast de bus op het vertrek te wachten en ik zit altijd naast die dikke die met zijn vette arm over de leuning heen hangt! Een buskaartje naar Kuala Lumpur kost iets meer dan twee euro. Ik ga de stoel naast die van mij voor de rit naar Kuala Lumpur ook boeken!
Na het ontbijt loop ik door de, ondertussen iets lichter geworden, regen naar het reisbureau. Ook hier zitten er enkele bekende gezichten van gisteren op een bus te wachten. De stoel naast de door mij gereserveerde zitplaats is nog vrij en het kaartje is zo geboekt en geprint. Zo, dat was het dan voor vandaag.
Het regende de hele dag. Ik loop er nog één keer uit om mijn e-mail te controleren maar het netwerk in Mersing is down. Onverrichter zaken ga ik weer terug naar het hotel, met uitzondering van een taxi die ik reserveer om mij de volgende dag om tien uur s'ochtends op te halen om naar de vertrekplaats van de bus te brengen. De bus zal om twaalf uur vertrekken. Dat is dus ruim genoeg om op tijd te zijn.

maandag 15 maart 2004

Maleisië: Naar de eilanden

ma 15 mrt 2004 15:37:58

Mersing (Embassy Hotel (C8), maandag 15 maart 2004

Het is geen wonder dat ik op deze maandagochtend pas om tien uur uit mijn bed kom. Na de gezellige zondagavond is mijn hoofd hol en de geluiden rollen galmend door mijn lege schedel. Mijn darmen gaan tekeer als een oude versnellingsbak en ik zweet al peentjes voordat ik wat het ondernomen. Heb ik toch weer een paar flessen bier teveel gedronken! Ik roep al tijden dat ik moet gaan minderen maar het komt er nooit van. Het is gewoon altijd te gezellig wanneer je op reis bent.
Na een voorzichtig kopje Nescafé oploskoffie loop ik naar de bakker om toch maar wat van die zoete broodjes te proberen. Elke ochtend een broodje vette gefrituurde kip met friet is ook geen aantrekkelijke gedachte. Een zakje van zes zachte half zoete witte bolletjes kost me 35 eurocent.
‘Dat zal ondertussen in Nederland wel wat meer kosten’, zeg ik tegen mijzelf.
Gisteren tijdens de lunch heb ik gebakken eieren gezien. Twee broodjes gebakken ei, met veel zout want dat is belangrijk in de tropen, is dan ook mijn ontbijt voor vandaag. Een banaan en een "Diet Coke” maken mijn ontbijt bij “H & H Kitchen” compleet. Na een kopje sterke Maleisische koffie zonder suiker voel ik me weer aardig goed en vind het geen slecht idee om te kijken of ik misschien vandaag ook nog naar het eiland kan. Een paar uur lekker lui op een schommelende boot hangen lijkt mij een goed idee om de maandagmiddag mee door te brengen.
Speedboten liggen er voldoende op passagiers te wachten, maar dat is niet wat ik zoek, ik wil met een “Slowboot” naar Pulau Tioman. Eenmaal een beschikbare veerdienst gevonden koop ik de twee kaartjes die samen het retourtje naar Pilau Tioman vormen. Naarmate de vertrektijd nadert worden de wachtende medepassagiers steeds ongeduldiger. Zij moeten waarschijnlijk nog wennen aan het Aziatische tempo? Een verdwaalde zenuwpees gaat naar het loket en vraagt met een te luide stem wanneer die boot nu eindelijk eens vertrekt. Welke boot? Er is in de hele omgeving nog geen boot te zien!
Veerboot naar Pulau Tioman Ik heb gisteren al gezien dat de langzame veerboot een uur later vertrok in verband met de waterstand. Laag water dus! Ik volg geïnteresseerd wat er allemaal gaat komen. Het doet de man van de veerdienst absoluut niets dat hij door wel tien toeristen tegelijk met een verheven stem word aangesproken en tot een uitleg word gesommeerd.
‘Boat come in ten minutes, sure’, zegt hij met een grote rustgevende Maleise glimlach op zijn gezicht.
Tien minuten later speelt hetzelfde tafereel zich nogmaals af. En nog een keer, en nog een keer. Tot uiteindelijk in de verte, langzaam, de contouren van een grotere boot zichtbaar word.
Opgelucht, en in een recordtijd, gaat iedereen aan boord en kan de boottocht beginnen. Dus niet, eerst moest er nog een kubieke meter dieselolie worden ingenomen. Één uur en dertig minuten later word er eindelijk aan de overtocht naar Pulau Tioman begonnen. Mij heeft het op geen enkele manier geschaad. Heerlijk heen en weer wiegend, op een schaduwrijke plaats aan het buitendek, heb ik de hele voorstelling bekeken. Ik hou van die boottochten. Lekker niets doen, een beetje met medepassagiers kletsen en wat om je heen kijken. Het klotsende zeewater tegen de romp werkt erg rustgevend.
Open zee Langzaam word een eiland groter aan de horizon. Enkele passagiers, waaronder ik zelf, denken dat we er al zijn. Dus niet! We varen verder richting een puntje aan de horizon. “Land in zicht!”, schreeuw ik in mijn gedachten en neem nog maar een slokje van mijn flesje, langzaam warmer wordende, drinkwater.
Vissersboten op zeePulau TiomanPulau TiomanEnorm resort Het moet echt een mooi eiland zijn geweest voordat het massatoerisme hier neerstreek! Ondanks de enkele enorme resorts, en ook de kleinere lijkt het me een prima plaats om een paar dagen te luieren. "De volgende keer", beloof ik mezelf, hoewel ik niet zo van eilanden hou.
Ik begin mij nu wel zorgen te maken. Het is al half vier en we zijn nog geen enkele keer gestopt om passagiers van de boot te laten. Om vier uur gaat mijn speedboot terug naar Mersing, vanaf de andere kant van het eiland wel te verstaan. Dan moet dat afmonsteren van de passagiers wel heel erg snel gaan!
Om kwart voor vier verlaten de eerste passagiers de veerboot. Zij stappen over op een paar kleinere bootjes die al liggen te wachten. Dat lijkt me aanzienlijk sneller te gaan dan aanleggen aan de gammele steiger. Aan een voorbij lopend bemanningslid merk ik op dat ik met de speedboot mee terug naar het vaste land zou gaan. Verbaasd kijkt hij me aan en loopt verder.
Panuba Inn Resort Om vijf voor vier verlaten er weer enkele passagiers de boot en ik begin hem nu wel te knijpen. Ik heb weinig trek om op het eiland een nacht zonder enige vorm van bagage door te brengen. Ik spreek hetzelfde bemanningslid weer aan en hij verzekerd mij dat alles onder controle is. Ja ja, dat zal wel! Ondertussen varen we rustig door het heldere smaragd groene water op weg naar de volgende plaats waar enkele passagiers van boord gaan. Vijf over vier!! Ik heb het niet meer en ga naar de brug. Ik heb de deur nog niet opengeschoven of de kapitein zegt in perfect Engels dat hij via de marifoon de speedboot heeft gemeld om op mij te wachten. Ik slaak een zucht van verlichting wanneer ik een tiental minuten later de op mij wachtende speedboot naar Mersing zie liggen.
Er zijn een paar blanken aan boord die niet kunnen lachen wanneer ik aan boord van de speedboot kom. Zij hebben tenslotte 25 minuten op mij moeten wachten. Met zure gezichten vol onbegrip kijken ze mij aan. Ik lach schuchter en ga achterin zitten bij de loeiende tweetakt motoren.
Dan wordt het allemaal nog gênanter. De speedboot gaat precies dezelfde route terug en stopt bijna op dezelfde plaatsen om een paar passagiers op te pikken waar de slowboot mensen heeft afgezet. Deze mensen hebben dus onnodig een half uur op mij moeten wachten! Hé, wacht eens even? Waarom heeft die slimme kapitein mij niet op de eerste pier afgezet? Het is niet slim van hem geweest om mij helemaal mee te nemen naar het einde van zijn route!
600 Pardenkrachten Iedereen is aan boort en de oversteek naar het schiereiland kan beginnen! Oordoppen in en genieten. Het gehuil van de 600 paarden deert mij niets terwijl de andere passagiers zo ver mogelijk wegkruipen van de huilende 18 cilinders tweetakt die met plezier enorme hoeveelheden superbenzine verbranden. Er is helaas geen schaduw aan boord van de speedboot en de namiddagzon maakt me loom.
Open zee Ik voel me nu een stuk rustiger en langzaam vallen mijn ogen dicht. De warme zon, het schommelen van de boot op de golven en het monotone gezoem van de motoren wiegen mij langzaam in slaap. Ik schrik wakker wanneer de boot abrupt snelheid verminderd. We varen langzaam de rivier op. De schemer is in aantocht en dat gaat erg snel zo dicht bij de evenaar.
Er is geen hartelijk afscheid van mijn medepassagiers aan de pier. Enkele hebben hun aansluitende bus naar KL of Singapore gemist en om de een of andere onduidelijke reden geven ze mij daar de schuld van. Het deert me weinig. Iedere doorgewinterde reiziger in Zuidoost-Azië weet dat je voldoende tijd tussen aansluitend vervoer moet inplannen.
Ik slenter richting mijn hotel terwijl de met zware rugzakken behangen gefrustreerde medepassagiers voorbij snellen om een bed voor nacht veilig te stellen. Ik heb een bed dus ik heb geen haast, ik heb enkel trek in een ijskoud Tiger biertje om een heerlijk einde aan deze mooie dag te maken.
Het restaurant onder het hotel is op maandagen gesloten en ik ben genoodzaakt om ergens anders te eten. Waarom niet bij “H & H Kitchen”? Buiten voor het hotel staan enkele blanken versuft om zich heen te kijken op zoek naar een restaurant in het donker. Ook zij zijn verrast door het bordje “GESLOTEN” op het rolluik van het restaurant. Onder normale omstandigheden zou ik ze hebben geadviseerd waar ze wat zouden kunnen eten. Sinds die onvriendelijke blikken eerder op de dag laat ik ze maar zwemmen in hun onzekerheid en onwetendheid.
De eigenaar van “H & H Kitchen” staat al te zwaaien zodra ik op de eerste trede stap naar het restaurant. Ik neem een blikje frisdrank uit de grote koelkast en zoek een plaatsje in het half gevulde restaurant.
‘Nasi?’
‘Eh, ja graag, maar niet zoveel’,antwoord ik.
Ik wijs wat gerechten aan in de vitrine die schepje voor schepje rond de witte rijst in het midden op mijn bord worden gelegd. Dat ziet er weer heerlijk uit. Ik leeg mijn bordje en eet de gebruikelijke banaan als toetje. Het afrekenen is ook een waar genoegen. Elke keer wanneer ik hier weer terug kom voor een maaltijd krijg ik meer korting. Een prima klantenbinding.
De vele westerlingen die mij tijdens hun passeren zien zitten in het restaurant lijken op één of andere manier gerustgesteld en nemen ook plaats. Enkele herkennen me en proberen oogcontact te maken. Misschien hebben ze nu in de gaten dat ik helemaal niets te maken had met de vertraging vanmiddag. Het restaurant loopt langzaam vol terwijl de vitrine langzaam leger wordt! Meer business voor mijn vrienden dus. En dat wordt beloond! Mijn laatste maaltijd kost me iets meer dan een euro. Misschien heeft het iets te maken met de broodjes die ik na het ontbijt achterlaat voor de eigenaar.
Ik hou het droog op deze avond! In het islamitische restaurant wordt er absoluut geen alcohol geschonken en in het gesloten restaurant onder het hotel kan ik ook niet terecht! Dus na een lekker kopje thee en een half uurtje lezen doe ik het licht uit.
Copyright/Disclaimer