dinsdag 16 februari 1999

Thailand, slecht nieuws?

Nong Khai, 16/02/1999

Natuurlijk was ik weer vroeg uit bed, ik slingerde door de lange donkere gang naar de douche waar een kaal vijftien watt lampje zachte schaduwen op de muur wierp. Heerlijk zo’n warme douche ‘s morgens.
Na mijn ontbijt bracht ik de brommer terug en de eigenaar probeerde mij nog een tweede dag in rekening te brengen. Theoretisch had hij gelijk maar ik was gisteren niet in de gelegenheid geweest om de brommer terug te brengen omdat hij vroeger dan normaal was gesloten. Uiteindelijk accepteerde hij na lang aandringen de 120 Baht en alles was opgelost.
De busreis zou misschien een uurtje of anderhalf duren en zodoende had ik nog voldoende tijd om het één en ander te bezichtigen en voor te bereiden. Nong Khai was gewoon een volgende grote stad. De drukte van het verkeer deed vreemd aan na al die kleine gehuchten die ik de laatste week had bezocht. Het enorme aanbod van guesthouses was een beetje overweldigend maar ik ben niet kieskeurig dus de eerste de beste die redelijk is en niet te duur had mijn voorkeur. En deze keer viel mijn keuze op het “Maekhong Guest House”, het was zo goed als vol en dat was voor mij voldoende bewijs dat het hier wel goed zou zitten. Een kleine kamer zonder uitzicht onder een trap werd mij toegewezen en voor maar 150 Baht per nacht was er weinig reden tot klagen.
Het was nog geen half elf en ik was al klaar met de belangrijkste zaken voor vandaag en zou eerst eens beginnen met het controleren van mijn email. Het is onbegrijpelijk hoe snel veranderingen kunnen gaan. Vorig jaar in Australië, toch een ontwikkeld land zou je zeggen, moest ik echt zoeken naar een gelegenheid om te emaillen. Nu, nog geen jaar later zat ik in Thailand aan de Mae Kong rivier in Nong Khai en er waren zeker een dozijn plaatsen om te emaillen. Ongelofelijk!
Er waren een paar berichten en één van die berichten was hoogst verontrustend, ik moest met spoed contact opnemen met thuis. Er was wat gebeurd dat mijn persoonlijke aandacht verdiende. Verder niets, geen enkele aanwijzing. Ik zat te prakkizeren wat er gebeurd zou kunnen zijn. Je denkt altijd meteen het ergste, niet waar? Brand? Iemand overleden? Een ongeluk? Een snelle blik op mijn horloge vertelde me dat het nu vijf uur ’s ochtends was in Zaltbommel. Ik zou nog zeker vier uur moeten wachten voordat ik kon bellen en zekerheid had over wat er was gebeurd. In de tussentijd moest ik toch maar wat gaan doen en Nong Khai verkennen was de meest voor de hand liggende keuze.
Met de onzekerheid in mijn achterhoofd en pijn in mijn buik van deze onwetendheid ging ik op pad. Als eerste werd de “Wat Pho Chai” met een bezoek vereerd. Ik realiseerde me dat ik een beetje mijn interesse in de tempels begon te verliezen. Er waren er ondertussen zoveel de revue gepasseerd dat ze allemaal op elkaar begonnen te lijken. Nu werd het tijd om een les, die ik had geleerd tijdens mijn reis in Australië, in de praktijk te brengen. Blijven fotograferen! Later heb je spijt dat je net die ene foto niet hebt gemaakt. Dus bleef ik gewoon fotograferen ook al was interesse voor de tijd zijnde afgenomen.
In de tempel staat een bronzen beeld ban een Buddha met een 100% puur gouden hoofd. Meer dan vijfhonderd jaar oud en omgeven met verhalen en mythes.
Vanuit deze tempel liep ik langs de rivier naar een andere bijzondere bezienswaardigheid, de “Phra That Klang Nam”. Een echte bijzonderheid, deze stupa is namelijk alleen maar te zien bij laag water. Heel lang geleden stond deze stupa aan de oever van de rivier. Overstromingen en ondermijning door de stroming van de rivier hebben er voor gezorgd dat de stupa langzaam naar het midden van de Mae Kong is gegleden. Wat natuurlijk niet wegneemt dat hij nog steeds wordt vereerd maar nu vanuit kleine gammele bootjes.
Het was nu half drie en ik kon eindelijk bellen, en dat was prijzig. Je kon zo maar het geld voor twee overnachtingen verbellen zonder dat je ook maar één woord wijzer was geworden. Gelukkig had ik meteen een goede verbinding en het nieuws was niet zo slecht als ik had verwacht. De mensen die op mijn huis zouden passen, Terry en Vicky, hadden elkaar bijna doodgeslagen tijdens een kleine huiselijke ruzie. Net geen politie aan de deur maar het meest verontrustende was dat hij zijn afspraken niet na kwam om de rekeningen voor het water/gas/elektriciteit/telefoon te betalen. Ik moest nu een brief opstellen en die naar Nederland faxen zodat ze die dan aan hem konden overhandigen. Allemaal heel omslachtig en moeilijk, dit was het laatste waar ik op zat te wachten.
Gerustgesteld slenterde ik naar het guesthouse waar ik tot mijn teleurstelling moest ontdekken dat ik het één en ander was vergeten in te pakken vanochtend in Si Chiang Mai. Wat nu? Ik dacht snel na en belde het guesthouse of ze misschien wilde kijken of mijn spullen er nog lagen, een paar minuten later werd dat bevestigd en met de mededeling dat ik het morgen zou komen ophalen nam ik afscheid. Mooi opgelost!
De rest van de middag bestede ik aan het opstellen van de fax en het vertsturen ervan. Dat kostte me ook weer een vermogen. Tijdens het avondeten zat ik te mijmeren over wat ik verder zou gaan doen. Ik wilde best wel naar Laos maar dan wel met een visum vanuit Bangkok. Hier kreeg ik maar twee weken voor hetzelfde geld en twee weken leek me toch wel een beetje kort. Ik miste Julie ook al. Het werd steeds moeilijker om alleen te zijn. Vooral tijdens het eten en ’s avonds als je wat wilde gaan wandelen of drinken. Toch waren er ook nog momenten dat ik me goed voelde, het was een beetje alsof ik op een schommel zat en tussen de twee gemoedstoestanden heen en weer werd geslingerd. Ik weet zeker dat het allemaal wel goed komt.

maandag 15 februari 1999

Thailand, in de voetstappen van de Buddha

Si Chiang Mai, 15/02/1999

Nadat ik vroeg onder de lakens was gekropen was ik natuurlijk ook vroeg uit de veren. Om kwart over zes stond ik naast mijn bed en keek vanuit mijn raam naar een langzaam wakker wordende wereld. Aan de overkant van de rivier zag ik kleine vuurtjes met recht opstijgende rookpluimen.
Voor de koffie moest ik nog even wachten en dus werd de radio aangezet en met een glimlach op mijn mond luisterde ik naar het nu bekende: “Goedemorgen, dit is de wereldomroep van uit een koud en donker Hilversum”. Ongelofelijk wat de techniek allemaal heeft voortgebracht. Ik nam een douche en las wat in mijn Lonely Planet over wat te doen vandaag.
Om iets over half acht liep ik de trap af en gelukkig waren er al mensen op. De koffie met toast en gebakken eieren smaakte goed en het duurde niet lang voordat Julie zich bij mij aan tafel zette. Ze was een beetje bang voor wat er vandaag zou gaan komen. Ik stelde haar gerust met de mededeling dat ik al meer dan twintig jaar op motoren reed en om kwart over acht reden we samen weg van het guesthouse. Ik reed niet al te hard want de brommer was een oudje en voelde sowieso niet al te goed aan. De remmen waren niet geweldig en hij maakte het geluid van een opstijgende straaljager wat de illusie van snelheid alleen maar opvoerde.
We waren nog geen vijf minuten onderweg toen we werden gesommeerd om te stoppen door een politieman. Een klein gedrongen mannetje in een veel te klein bruin uniform met een veel te grote pet op.
Geen valhelm op! Ik wist dat het bij de wet verplicht was om een valhelm te dragen in Thailand maar buiten Bangkok had ik nooit iemand met een valhelm op de brommer gezien. Ik probeerde hem zo goed als mogelijk uit te leggen dat de man die mij de brommer had verhuurd er geen valhelmen had gegeven of zelfs maar had aangeboden.
“Two hundred, Two hundred”, stamelde hij op een autoritaire toon.
Ik besloot mijn geld maar tevoorschijn te halen en mijn deel aan de politietoeristenbelasting bij te dragen. Hij was nu plotseling heel verontwaardigd!
“No, no, Tomorrow”, hakkelde hij terwijl hij boven op mijn hoofd tikte.
Ah, ik begreep het. Als hij me morgen weer zou zien zonder helm dan zou ik een boete krijgen. Ik bedankte hem en startte de brommer en reed weg in de wetenschap dat de overnachting vanavond gratis zou zijn.
Julie was ook geschrokken en hield mij stevig vast, voor het eerst voelde ik de kou van de vroege ochtend. Het was hier erg koud in de ochtend. Si Chiang Mai is de hoofdstad van de tomatenketchup en loempiavellen. Overal stonden in de tuinen bamboe drooghekken met daarop honderden ronde vellen van rijstpapier, klaar om gevuld te worden. Enorme vrachtwagens tot de rand toe gevuld met tomaten kwamen van heinde en ver op weg naar de “Roza” tomatenketchup fabrieken, en vergeet vooral de sardines in tomatensaus niet.
Wij waren op weg naar het “Phu Phrabat Historical Park” en wat ik in de Lonely Planet had gelezen zou dit in interessante plaats zijn. Julie begon zich meer op haar gemak te voelen en begon nu ook onderweg tegen mij te praten. Eerst over koetjes en kalfjes en iets later over wat we die dag van plan waren om te gaan doen. Om eerlijk te zijn had ik daar geen antwoord op, we zouden wel zien.
Bij de ingang van het park betaalden we de toegangsprijs van 30 baht en het was net of ik dit toegangsbewijs kende. En inderdaad was het eens toegangsbewijs voor een ander park waar ik al geweest, alleen was er hier de naam van het “Phu Phrabat Historical Park” op gestempeld.
Maar eerst was het tijd om de stoffige kelen te spoelen voordat we het park zouden betreden. En zoals overal in Thailand was eten en drinken nooit verder dan twintig meter van je verwijderd. Na het overheerlijke ijskoude colaatje liepen we het park in, niet zeker over wat we zouden aantreffen.
In het park troffen we een mengeling van enorme stenen die balanceerden op andere stenen aan, met daaronder altaren met mooie Buddha’s om te aanbidden. Er waren grotten met, volgens de reisgids, muurschilderingen uit de prehistorie. Daar omheen waren drie kloosters met de bijbehorende stupa’s en tempels. In één van die tempels zou zich een voetstap van de Buddha bevinden.
Vol van de mystiek die de Buddha omgeeft betrad ik de kleine tempel. Het moet toeval zijn geweest maar in het midden bevond zich een groot gat in de vloer met een wit hek er omheen. Ik heb zeker tien minuten naar de opgedroogde aarde staan te kijken of ik de omtrek van een kleine of misschien wel twee voeten in de opgedroogde aarde kon ontdekken. Nee, ik zag niets en dat zou zo ook blijven. Mijn ideeën hadden mijn inbeeldinggeest zo vertroebelt dat ik een voet van wel twee meter hoog aan de andere kant van de tempel niet eens had gezien. Als een donderslag bij heldere hemel verscheen het beeld op mijn netvlies. Het was de onderkant van een voet met de vijf tenen. Zwart en schitterend ingelegd met paarlemoer. Taferelen uit het leven van de Buddha, geometrische figuren, en al die tijd had ik gedacht dat er een klein voetje in de modder zou staan. Het was niet eens in mij opgekomen dat de Buddha Thailand waarschijnlijk nooit heeft bezocht. Ik moest hier wel heel erg om mezelf lachen.
Na een kleine drie uur hadden we het wel gezien en vonden het tijd om huiswaarts te keren. Maar niet voordat we een gebakken rijst met, jullie raden het al, een gebakken ei er bovenop hadden genuttigd. Ik had de laatste week zoveel eieren gegeten dat ik bang was dat ik veren zou krijgen.
De terugreis verliep helaas anders dan gepland. We kwamen door een omleiding wegens wegwerkzaamheden in het midden van het niets terecht en na een tweede omleiding bevonden we ons op een stoffige zandweg. Volgens mijn berekeningen waren we zeker nog dertig kilometer van onze bestemming verwijderd. Wat wel grappig was dat we door een klein dorpje reden waar zingende en dansende mensen bij een wegafzetting stonden te dansen. Het was een inzameling voor de lokale tempel. Een soort kleine kerstboom die bestond uit bamboestokjes met geld eraan stond langs de kant van de weg. Ik vond het wel gepast om twintig baht bij te dragen en de mensen waren erg dankbaar.
Twee uur met zijn tweeën op een oude brommer over een hobbelende zandweg. Mijn ogen trilden nog steeds in hun kassen toen we eindelijk weer op een effen asfaltweg kwamen. Onderweg had ik nagedacht wat ik verder ging doen. Hier was het dus op, morgen zou ik verder trekken naar Nong Khai.
De brommerzaak was al gesloten toen ik probeerde de brommer terug te brengen. “Morgen dan maar”, dacht ik bij mijzelf. We konden niet wachten om onder de douche te gaan. Het stof had zijn weg gevonden naar de meest intieme plaatsen. Heerlijk zo’n hete douche na een dag onderweg. Julie had ook van onze dag samen genoten en als dank gaf ze mij haar Laos taalgids tijdens onze maaltijd samen.
“Een hete douche is soms lekkerder dan sex”, merkte ze op.
Mijn kont deed enorm pijn. Het was best onaangenaam om op die harde stoelen te zitten. Na een paar grote “Beer Chang” namen we afscheid. We zouden elkaar waarschijnlijk nooit meer zien.

En dit is nu het moeilijkste van reizen. Je deelt ervaringen met nieuwe mensen die je onderweg ontmoet en je geniet van elk moment dat je samen bent. Daarna sterft er iets in je als je de realiteit onder ogen ziet dat je elkaar waarschijnlijk nooit meer zal ontmoeten. Ondanks alle beloften en het uitwisselen van emailadressen.
Blijf reizen Julie!!

zondag 14 februari 1999

Thailand, een Franse enclave

Si Chiang Mai, 14/02/1999

Vandaag ging de verplaatsing zonder problemen. Na het bekende ontbijt van witte rijst met twee gebakken eieren vertelde ik de eigenaar dat hij een sfeervol guesthouse had alleen zouden een paar klamboes en een warme douche het een stuk aangenamer maken. Met honderdvijftien kilo achterop de brommer bracht hij mij naar de busstop. Het was niet meer dan een muurtje aan de secundaire weg. Ik plaatste mijn rugzak tegen het muurtje.
“Wanneer komt de bus?”, vroeg ik aan mijn gastheer.
“Bus will come soon”, antwoordde hij vol overtuiging.
“What time?”, vroeg ik nogmaals.
“Sure come”, reageerde hij met de wetenschap dat de bus gisteren en eergisteren hier ook had gestopt. We namen afscheid en hij vertrok op zijn oude brommer in een dikke blauwe wolk van onverbrande olie uit zijn uitlaat. Een kleine twintig meter verderop stond een klein kraampje met groenten en fruit. De tros bananen zag er aantrekkelijk uit en was voldoende om de dag mee door te komen.
Niemand wist wanneer de bus zou komen maar ze waren er wel zeker van dat hij zou komen. Er zat dus niets anders op dan te wachten.
De bus was niet meer dan een grote Songthaew met als eindbestemming “Pak Chom Nam”. Hier deed de marktplaats tegelijkertijd dienst als busstation en een uur later was ik weer op weg naar “Si Chiang Mai”, in een echte bus welteverstaan.
De aankomst in het aangename plaatsje was halverwege de middag langs de drukke secundaire weg. Ik werd de bus uitgeknikkerd en wist nu dat ik linksaf moest richting de rivier. Waar ik precies uitkwam was me onbekend maar de tempel was snel gevonden en vanuit dit navigatiepunt liep ik binnen tien minuten naar het guesthouse wat ik van tevoren had gekozen.
Het “Tim guesthouse” was een vriendelijk klein guesthouse en ik had geluk, een mooie kamer met uitzicht op de rivier. Beneden in het restaurant werd er snel een gebakken rijst gegeten en tijdens de maaltijd ontrolde zich een vreemd schouwspel voor mijn ogen. Oude mannen speelden “Jeu de boule” en sipte uit glazen gevult met melkwitte “Pastis”, de spreektaal was Frans en als ik niet zeker had geweten dat ik in Thailand was dan had ik mij in de “Provence” gewaand. Het verhaal achter het guesthouse werd ook aan mij verteld.
Jaren geleden was hier een Zwitser uit het Franse gedeelte van Zwitserland met zijn vrouw neergestreken. Helaas had hij het niet lang meer gemaakt en vertrok voortijdig naar de schepper, zijn vrouw achterlatend met een goedlopend guesthouse. De korte tijd dat hij hier was geweest was lang genoeg geweest om een grote groep Fransen aan te trekken en die hebben de plaats nooit meer hebben verlaten.
Tijdens de middag liep ik wat rond langs de rivier en trof wat voorbereidingen voor morgen. Een brommer werd gereserveerd en een slechte kaart van de omgeving werd gekocht. Het was niet anders, ik moest roeien met de riemen die ik had.
Het luieren beviel me prima en het was heerlijk om een beetje te relaxen en uit te rusten. Ik begon de vermoeidheid nu wel te voelen.
Hoe lang zou ik zo nog door kunnen gaan?
Wanneer zou ik zo moe zijn dat ik wel een week rust moet nemen?
Wat zou mijn volgende bestemming zijn na “Nong Khai”?
Zou ik de oversteek naar Laos wagen?
Hoeveel kilometer had ik al afgelegd sinds ik mijn huis in Nederland had verlaten?
Vragen zonder antwoorden en de ene na de andere grote fles “Beer Chang”.
Ondertussen had een meisje haar intrek genomen in één van de goedkopere kamers aan de achterkant van het guesthouse. Julie kwam uit Wales en had al heel wat rondgereisd in Azië. Ze kwam uit Laos en raadde me aan om dit land zeker te gaan bezoeken. Ik twijfelde want dat ging een totaal andere kant uit dan ik mij had voorgenomen. Ik moest namelijk richting het zuiden.
Julie was aardig en onder het eten bespraken we veel uiteenlopende onderwerpen. Het was erg plezierig allemaal en zo kwam het tot een uitnodiging of ze zin had om morgen mee te gaan achterop de brommer. Ze durfde zelf namelijk niet te rijden.
Ik lag al om half negen op bed en had ondertussen uitgerekend dat ik ongeveer 14780 kilometer had afgelegd sinds mijn vertrek.
Copyright/Disclaimer