zondag 14 februari 1999

Thailand, een Franse enclave

Si Chiang Mai, 14/02/1999

Vandaag ging de verplaatsing zonder problemen. Na het bekende ontbijt van witte rijst met twee gebakken eieren vertelde ik de eigenaar dat hij een sfeervol guesthouse had alleen zouden een paar klamboes en een warme douche het een stuk aangenamer maken. Met honderdvijftien kilo achterop de brommer bracht hij mij naar de busstop. Het was niet meer dan een muurtje aan de secundaire weg. Ik plaatste mijn rugzak tegen het muurtje.
“Wanneer komt de bus?”, vroeg ik aan mijn gastheer.
“Bus will come soon”, antwoordde hij vol overtuiging.
“What time?”, vroeg ik nogmaals.
“Sure come”, reageerde hij met de wetenschap dat de bus gisteren en eergisteren hier ook had gestopt. We namen afscheid en hij vertrok op zijn oude brommer in een dikke blauwe wolk van onverbrande olie uit zijn uitlaat. Een kleine twintig meter verderop stond een klein kraampje met groenten en fruit. De tros bananen zag er aantrekkelijk uit en was voldoende om de dag mee door te komen.
Niemand wist wanneer de bus zou komen maar ze waren er wel zeker van dat hij zou komen. Er zat dus niets anders op dan te wachten.
De bus was niet meer dan een grote Songthaew met als eindbestemming “Pak Chom Nam”. Hier deed de marktplaats tegelijkertijd dienst als busstation en een uur later was ik weer op weg naar “Si Chiang Mai”, in een echte bus welteverstaan.
De aankomst in het aangename plaatsje was halverwege de middag langs de drukke secundaire weg. Ik werd de bus uitgeknikkerd en wist nu dat ik linksaf moest richting de rivier. Waar ik precies uitkwam was me onbekend maar de tempel was snel gevonden en vanuit dit navigatiepunt liep ik binnen tien minuten naar het guesthouse wat ik van tevoren had gekozen.
Het “Tim guesthouse” was een vriendelijk klein guesthouse en ik had geluk, een mooie kamer met uitzicht op de rivier. Beneden in het restaurant werd er snel een gebakken rijst gegeten en tijdens de maaltijd ontrolde zich een vreemd schouwspel voor mijn ogen. Oude mannen speelden “Jeu de boule” en sipte uit glazen gevult met melkwitte “Pastis”, de spreektaal was Frans en als ik niet zeker had geweten dat ik in Thailand was dan had ik mij in de “Provence” gewaand. Het verhaal achter het guesthouse werd ook aan mij verteld.
Jaren geleden was hier een Zwitser uit het Franse gedeelte van Zwitserland met zijn vrouw neergestreken. Helaas had hij het niet lang meer gemaakt en vertrok voortijdig naar de schepper, zijn vrouw achterlatend met een goedlopend guesthouse. De korte tijd dat hij hier was geweest was lang genoeg geweest om een grote groep Fransen aan te trekken en die hebben de plaats nooit meer hebben verlaten.
Tijdens de middag liep ik wat rond langs de rivier en trof wat voorbereidingen voor morgen. Een brommer werd gereserveerd en een slechte kaart van de omgeving werd gekocht. Het was niet anders, ik moest roeien met de riemen die ik had.
Het luieren beviel me prima en het was heerlijk om een beetje te relaxen en uit te rusten. Ik begon de vermoeidheid nu wel te voelen.
Hoe lang zou ik zo nog door kunnen gaan?
Wanneer zou ik zo moe zijn dat ik wel een week rust moet nemen?
Wat zou mijn volgende bestemming zijn na “Nong Khai”?
Zou ik de oversteek naar Laos wagen?
Hoeveel kilometer had ik al afgelegd sinds ik mijn huis in Nederland had verlaten?
Vragen zonder antwoorden en de ene na de andere grote fles “Beer Chang”.
Ondertussen had een meisje haar intrek genomen in één van de goedkopere kamers aan de achterkant van het guesthouse. Julie kwam uit Wales en had al heel wat rondgereisd in Azië. Ze kwam uit Laos en raadde me aan om dit land zeker te gaan bezoeken. Ik twijfelde want dat ging een totaal andere kant uit dan ik mij had voorgenomen. Ik moest namelijk richting het zuiden.
Julie was aardig en onder het eten bespraken we veel uiteenlopende onderwerpen. Het was erg plezierig allemaal en zo kwam het tot een uitnodiging of ze zin had om morgen mee te gaan achterop de brommer. Ze durfde zelf namelijk niet te rijden.
Ik lag al om half negen op bed en had ondertussen uitgerekend dat ik ongeveer 14780 kilometer had afgelegd sinds mijn vertrek.

zaterdag 13 februari 1999

Thailand, precies een maand op pad

Chiang Khan, 13/02/1999

Ik was vandaag precies een maand op pad en had het idee dat ik voor meer dan een jaar ervaringen had opgedaan. Er waren nieuwe vrienden gemaakt en mijn sociale vaardigheden waren opgefrist en bijgevijld. Ik was een compleet ander persoon geworden met een andere kijk op het leven.
Vandaag had ik weer een brommerdag voor de boeg en eigenlijk stond mijn hoofd er niet naar. De hele nacht was ik aan het vechten geweest om die lastige mug van zijn leven te beroven. Jullie herkennen dit ongetwijfeld. Net als je weer in bed ligt hoor je het hoge zoemen van een mug. Het geluid zwelt langzaam aan en op een moment kan je zelfs zijn vleugelslag voelen aan de rand van je oor. Snel het bed uit en het licht aan. Verblind door de kale 100 watt lamp probeer je het minuscule kleine insect te vinden, zonder succes. Dan maar weer het bed in en het licht uit. De hele cirkel begint van voor af aan. En dat een keer of tien tot dat je het kreng eindelijk naar een andere wereld heb geholpen en een kleine bloedvlek heeft nagelaten op de muur.
Nu was ik dus niet zo fris en ik had niet eens er aan gedacht dat het ontbijt bij de kamer was inbegrepen. Waaruit zou dat ontbijt bestaan. Nieuwsgierig zat ik, met een blik cola voor mijn neus, te wachten wat er komen zou in het kleine restaurant. En daar was het ontbijt! Witte rijst met twee gebakken eieren er op. Het was wat nieuws maar ik stierf van de honger. Het smaakte niet eens zo slecht.
De afgesproken brommer kwam niet opdagen. Dat was een tegenslag die ik snel moest verwerken en oplossen. Ik kon natuurlijk terug naar bed gaan maar dan zou ik een dag verliezen met niets doen. Ik haalde de Lonely Planet te voorschijn en de eigenaar keek mij eigenaardig aan. “Friendship guesthouse” stond vermeld als verhuurder van brommertjes en dat was dus mijn eerste mogelijkheid.
Ik informeerde bij de eigenaar en hakkelde vreemd, “No have motobike, Sure!” Het leek mij vreemd en ik ging op pad.
Het “Friendship guesthouse” was snel gevonden en ook het antwoord op de vraag waarom de eigenaar zo vreemd had gereageerd werd beantwoord. Gisteren waren er drie mensen gekomen om een brommer te huren en die waren meteen van het “Chiang Khan guesthouse” naar het “Friendship guesthouse” verkast. Zelf zat ik daar goed en het was toch nog maar voor één nachtje.
De brommer was een stuk duurder dan de vorige keer, 250 baht per dag. Niet onoverkomelijk, ik zou toch minder gaan drinken en dan had ik geld over voor andere dingen. Ik haalde mijn spullen voor de dag op in het guesthouse en de eigenaar zat neergeslagen op de bank in de lobby. Hij keek op toen ik binnen stapte en verwachtte het ergste. Ik kwam terug uit mijn kamer en wenkte hem tot ziens. Hij had verwacht dat ik met mijn complete rugzak zou verschijnen en nu ik met een klein zakje met wat belangrijke spullen voor hem stond stemde hem gelukkig.
“See you tonight”, glimlachte hij van oor tot oor.
“Yeh, see you tonight”, lachte ik terug.
Een uur later dan gepland zat ik op de brommer richting het westen, de “Mae Khong” aan mijn rechterzijde. De rit was schitterend, door dalen en over heuvels. Steeds een rivier aan mijn rechterzijde. Het enige wat de rit steeds onderbrak waren de politieposten die controleerde op papieren en zo het illegaal binnenkomen van mensen en goederen probeerden te voorkomen. De rivier was hier op plaatsen niet meer dan een halve meter diep.
Net na de middag was ik weer terug in het dorp en de zus van de eigenaar bakte voor mij rijst, Kaow Pat. De Thaise versie van Nasi Goreng. Natuurlijk weer met een gebakken ei er boven op.
Nu werd het richting het oosten, de rivier steeds aan mijn linkerzijde. De middag was teleurstellend. Een Nationaal Park met watervallen en een stroomversnelling was niet meer dan een verzameling van lelijke betonnen dammen die op de rotsen waren gebouwd. Onderweg dacht ik na, natuurlijk was ik wel geconcentreerd want het rijden aan de linkerkant van de weg is heel vreemd. Tessa was steeds in mijn gedachten, ik zag haar zo voor me met die mooie glimlach. Helaas mocht het niet zijn tussen ons.
Om vijf uur werd de brommer ingeleverd en met een koud biertje in de hand genoot ik van de zonsondergang over de “Machtige Mae Khong”. Snel nog wat gegeten en om acht uur lag ik alweer in bed. Ik was kapot.
Morgen had ik weer een reisdag voor de boeg.

vrijdag 12 februari 1999

Thailand, de tweede vreemde avond op rij

Chiang Khan, 12/02/1999

Het zou een heel vreemde avond worden, het begon allemaal zo.
Nadat mijn eerste biertje op had kon ik nog wel een tweede gebruiken. Ik bestelde mijn tweede fles bier en zag de eigenaar op zijn brommer stappen en vertrekken. Ik was erg verbaasd dat hij mij zo alleen achterliet in het guesthouse, tenslotte was ik de enige gast. Nadat hij was teruggekeerd met een koude fles bier gingen we over tot de orde van de dag en begonnen met het inchecken. De gegevens uit mijn paspoort werden zo goed mogelijk overgeschreven en de overnachtingen moesten vooruit worden betaald.
“Een goed idee als je er zelf weinig bent”, dacht ik nog.
“Dat is dan honderdzestig baht voor twee nachten inclusief ontbijt”, zei de man nadat hij klaar was met de rekenmachine.
Ik krabde eens aan mijn oor want ik kon niet geloven wat hij net had gezegd. Voor de zekerheid herhaalde ik wat hij tegen mij had gezegd.
“Honderzestig baht voor twee nachten inclusief ontbijt?”
Hij knikte met een brede glimlach alsof hij net de 64000 dollar vraag goed had beantwoord. Het geld ging van hand op hand en ik was nog steeds bezig met het verzinnen van wat er achter zou kunnen zitten. Mijn hersenen draaiden op volle toeren terwijl ik mijn intrek nam in de kamer. De kamer had een prachtig uitzicht over de Mae Kong. Alleen de vloer liep zo sterk af dat wanneer je iets liet vallen je meteen naar de lager gelegen hoek kon lopen om het weer op te pakken.
Ik had wel trek in een derde fles maar ik wilde nu eerst wat eten. In het restaurant werd het menu tevoorschijn gehaald en na een korte blik in de lijst van de bij de toeristen populaire gerechten koos ik voor gebakken groenten met kip. De eigenaar schreef het op een stukje papier en stapte weer op de brommer en verdween pruttelend in de nacht.
“Afhaal Chinees?”, lachte ik in mezelf.
Na ongeveer tien minuten keerde hij terug met een vrouw achterop de brommer die later zijn zuster bleek te zijn. Ze verdween in de keuken om mijn eten te bereiden. Nu was het wel tijd voor mijn derde, en waarschijnlijk niet mijn laatste, biertje van de avond. En weer stapte hij op zijn brommer om even later met een koude fles bier in de zijtas terug te keren. Ik moest hier wel heel erg om lachen. Zou hij zelf niet op het idee komen om te vragen hoeveel flessen bier ik van plan was om te drinken? Ik verwachtte het niet.
Het eten en de fles bier smaakten mij uitstekend en ik was gevuld en voldaan én blij dat ik weer een dag van zwaar onderweg zijn tot een goed einde had gebracht. Een heel klein beetje aangeschoten zat ik onderuitgezakt na te genieten op de sofa in de receptie van het guesthouse.
“What you do tonight?”, waakte mij uit mijn droomwereld.
“Eh, excuse me?”
“What you do tonight?”, herhaalde de baas.
“Eh, drink one or two more beers and than go to sleep”, antwoordde ik.
“Tonight my family have big party, you want to come?” klonk het uitnodigend.
“Why not, as long as we do not come back to late”.
“I want to get up early to make a tour on a motorbike”, vertelde ik hem.
“OK, we will back before twelve o clock”, en opnieuw verscheen die brede glimlach op zijn gezicht.
Na snel per telefoon een brommer voor mij te hebben geregeld gingen we op pad. Eerst werd zijn zuster naar het feest gebracht en even later kwam hij mij ophalen. Ik had ondertussen alle waardevolle spullen bij me want het lege guesthouse vertrouwde ik niet zo.
Na een korte rit achterop de brommer kwamen we aan bij een open veld aan de andere kant van het dorp. Er stonden oneindig veel brommers en pick-uptrucks geparkeerd rond het veld en op de achtergrond klonk traditionele muziek. Ik was nu tenslotte in “de Isaan”, in het echte Thailand in het noordoosten aan de grens met Laos.
Ik zat amper en er werd al een klein glaasje met een doorzichtig goedje voor mij neergezet waarna de mannelijke helft van de groep mij met gebaren suggereerde dat ik het in één keer achterover moest slaan. Ik wierp het goedje in één keer achterover waarna ik hoestend en proestend overeind sprong. De smakeloze vloeistof brandde zich een weg naar mijn maag zoals gootsteenontstopper op zoek gaat naar de verstopping in de afvoerpijp. Ik wilde wel eens weten wat dit was! Niet om het zelf te kopen maar om in de toekomst het drinken ervan te vermijden. Het was “Lao Khao”, een zelfgestookt drank gemaakt van gefermenteerde kleefrijst. Spiritus van een blindmakende kwaliteit. Het duurde niet zo lang voordat mijn gastheer het begreep dat ik liever wat anders dronk. Een colaatje met een beetje Thaise Whisky. Een beetje zoet maar in ieder geval beter dan dat bocht dat ik eerder had geproefd.
De baas van het guesthouse tilde mij aan mijn arm op om mee te gaan naar de tafels waar het buffet op stond uitgestald. Isaan voedsel in de breedste zin van het woord. Het enige wat ik kon herkennen op de grote tafel was een pan met rijst. Natuurlijk kreeg ik uitleg over wat het allemaal was. Orgaanvlees, rauw in reepjes gesneden en vermengd met knoflook en chilipepers. Natuurlijk zal er ook wel vissaus en limoensap inzitten. Mijn verontschuldigingen dat ik net had gegeten werden geaccepteerd en zo kwam ik goed weg. Vooral de schaal met “Dog” vlees vond ik minder aantrekkelijk.
Ik was ondertussen wel nieuwsgierig geworden waarom dit feest werd gegeven. Bij navraag kreeg ik een brok in mijn keel en ik wist niet goed of ik nu moest lachen of huilen. De gelegenheid waarom dit feest werd gegeven was omdat zijn schoonmoeder honderd dagen dood was. Het klinkt bij ons als een oude belegen grap maar hier waren ze serieus. Later heb ik uitgevonden dat het allemaal om geld draait. Des te rijker je bent des te uitbundiger wordt dit honderd dagen feest gevierd, als je heel rijk bent hou je ook nog een tweehonderd dagen feest.
Ondertussen was de muziek een paar tandjes hoger gezet en iedereen aanwezig zat uit volle borst de Thaise smartlappen mee te zingen. De tekst was mij onbekend en verder dan een beetje meeneuriën kwam ik niet. Het was al laat en ik vertelde mijn gastheer dat ik het wel tijd vond om terug te gaan. Dat was geen probleem, maar niet voordat ik nog een liedje in het Nederlands had gezongen. Er werd een microfoon in mijn handen gedrukt en ik dacht even na wat ik zou gaan zingen. Daar zat ik dan naast het podium “Eenzame Kerst” van André Hazes te zingen. Ze vonden het prachtig, mijn stem klonk als van een hese ezel.
Lachend in mijzelf zat ik achterop de brommer op weg naar mijn bed. Morgen vroeg op om een hele dag van de brommer te kunnen genieten.
Copyright/Disclaimer