
Yangon (Motherland Inn 2), zondag 21 januari 2001
‘Gefeliciteerd met je verjaardag Jielus!’
Ik wordt alleen wakker op een smal eenpersoonsbed met een dun matras in een klein raamloos hokje achter de “Chana Songkhram" tempel in Bangkok. Twee Fransen bleven de hele nacht opgewonden ouwehoeren. Ik heb erg slecht geslapen en voel me een beetje depressief.
Het leukste waar ik mijn verjaardag mee kan beginnen is het cadeautje openen dat ik van Tadam heb meegekregen. Ik moest haar voor mijn vertrek uit Pattaya met de hand op mijn hart plechtig beloven dat ik het niet eerder dan vandaag zou openen. In de geschenkverpakking vindt ik een Engels/Thais woordenboekje en een kleine zakagenda. Heel attent van haar want beide zal ik zeker dagelijks gebruiken.
In het restaurant van het “Merry V Guesthouse” is het al aardig druk wanneer ik rond acht uur de trap af kom. Ik bestel deze ochtend een omelet als variatie van de gebakken eieren. Twee knakworstjes, twee dunne sneetjes geroosterd witbrood en een beker Nescafé oploskoffie maken mijn ontbijt compleet.
Zodra er een plaatsje vrijkomt achter een computer in het aquarium, zoals wij het glazen hok noemen waar de internet computers staan in het “Merry V Guesthouse”, bekijk ik mijn email en helaas is er geen bericht van mijn broer Ger. Dat vindt ik echt heel jammer want ik weet graag wat er aan het thuisfront allemaal afspeelt. De onwetendheid knaagt aan je innerlijke rust. Het maakt je onrustig in je onderbewustzijn en dat is geen fijn gevoel.
Het Deense meisje is in geen heinde of verte te bekennen en is ook niet op tijd voor onze afspraak. We zouden samen naar de “Don Muang International Airport” gaan. Misschien heeft ze andere mensen ontmoet en heeft ze ervoor gekozen om met hun naar de luchthaven te reizen. Bangkok mag dan een enorme stad zijn maar het reiswereldje rond Khao San Road blijft klein.
Na lang rondvragen, en een diepgaand onderzoek, hebben Kristoff en ik een van de grootste geheimen van Bangkok ontrafeld. Er vertrekken tientallen minibusjes per uur voor 100 baht per persoon vanaf Banglamphu naar de Internationale luchthaven van Bangkok. Kris en ik hebben ons er vaak over verbaasd hoe gewillig de zuinige rugzakartiesten zich naar de dure minibusjes laten voeren. Het moet toch een wonder zijn wanneer er niet een gewone stadsbus van de “Bangkok Mass Transit Authority” langs de luchthaven rijd?
Informeren als “Farang”, of Falang, naar een stadsbus richting de “Don Muang International Airport” is vloeken in de kerk en een hele keten in de toeristenindustrie van vervoer ondermijnen. Er worden gewoon teveel monden gevoed met de stapels rode biljetten van 100 baht die de toeristen neerleggen voor een enkele reis in een overvolle minibus met alle bagage vastgesjord op een krakkemikkige imperiaal op het dak.
Kris en ik hebben enkele maanden geleden onverwacht de code gekraakt en het geheim ontrafeld! We hebben via een slinkse omweg ontdekt dat we voor 12 baht met bus 59 van “Ratchadamnoen Avenue” naar de “Don Muang International Airport” kunnen reizen. Farang die aan boord gaan van bus 59 doet menigeen chauffeur en passagier de wenkbrauwen omhoog gaan.
Ik zoek een plaatsje in de bus waar ik mijn rugzak voor me op de vloer van de bus kan zetten en geniet met volle teugen van het schouwspel dat zich door de open omhoog gezette ramen voor me afspeelt. Wat ben ik en enkele jaren van Bangkok gaan houden, ze verrast me elke dag weer opnieuw.
In minder dan 75 minuten sta ik langs de snelweg met aan de overkant de “Don Muang International Airport”. Een betonnen brug voor voetgangers is de enige hindernis die ik nog moet nemen. De eerste etappe van mijn reis naar Birma, tegenwoordig Myanmar genoemd, is goed verlopen. Ik heb voldoende tijd over om het vliegtuig te halen.
Het inchecken voor vlucht BG61 van “Biman Bangladesh Airlines” gaat voorspoedig en gelukkig mag mijn kleine rugzak mee de cabine in. Biman Bangladesh Airlines is goedkoop en het is maar een uurtje vliegen. De luchtvaartmaatschappij heeft niet de beste reputatie maar ze vliegen ook op Europa en dan moet je aan strenge veiligheidseisen voldoen. Goedkoop was deze keer mijn gids en volgens Narin van het kleine reisbureau naast de tempel hoefde ik mij geen zorgen te maken.
Ik mag 30 kilo bagage meenemen maar daar kom ik lang niet aan. De afgelopen twee jaar is mijn bagage alleen maar minder geworden. In mij grote rugzak zit weinig van waarde en zeker niets dat breekbaar is. Nog even een kaartje van 500 baht voor de vertrekbelasting kopen en we kunnen verder naar de immigratiedienst.
Bij de pier, net voor het instappen, wordt ik herenigd met de Deense die nergens te vinden was. Ze is met een groep andere Denen in een minibus naar de luchthaven gekomen. Ik maak er verder geen woorden aan vuil want medereizigers zijn over het algemeen niet zo betrouwbaar. Ze heeft ook nog een andere Deen ontmoet die net als wij naar Yangon vliegt. Het delen van de kosten, hoe klein die ook mogen zijn, is een van de belangrijkste drijfveren voor veel rugzakartiesten die met een streng dagelijks budget op reis zijn.

Eenmaal op de luchthaven van Yangon gaat het allemaal veel eenvoudiger dan dat ik de afgelopen dagen heb gelezen op het internet. De immigratieambtenaar bekijkt je van top tot teen, kijkt naar je visum in je paspoort en laat een rode stempel met een harde klap neerkomen in je paspoort. Met een streng gezicht als de hoofdmeester op de lagere school wijst hij je naar het loket waar je onmogelijk aan kan ontsnappen om de eerste keiharde originele 200 Amerikaanse Dollars om te wisselen voor 200 Foreign Exchange Certificates. Het is een verplichting voor alle toeristen die Myanmar bezoeken om de generaals van de militaire dictatuur in het zadel te houden.De FEC biljetten voelen aan als goedkoop papier en lijken nog het meest op het monopolygeld van het bekende bordspel. Volgens de autoriteiten is de wisselkoers veel slechter dan de Birmezen er voor geven. De zwarte markt voor deze FEC’s en Amerikaanse Dollars is immens groot! En het koersverlies wordt op de zwarte markt weer ruimschoots goedgemaakt.
In 1993 begon Myanmar valutacertificaten (FEC) uit te geven, luidende in Amerikaanse dollars in coupures van $ 1, $ 5, $ 10 en $ 20. Deze werden uitgewisseld op een pariteitsverhouding met en werden apart gewaardeerd van de reguliere kyat. Het omzetten van vreemde valuta in kyats werd illegaal gemaakt omdat de wisselkoersen kunstmatig hoog werden vastgesteld. Gedurende een groot deel van deze periode kwamen twee waarderingen van de Myanmar-kyat naar voren; het officiële tarief dat gemiddeld rond de Ks. 6/- = US$1, en de zwarte marktrente die gemiddeld tientallen keren hoger was. Buitenlandse bezoekers van Myanmar konden alleen valuta verhandelen in FEC's of konden alleen kyats verkrijgen tegen de kunstmatig hoge officiële tarieven. Illegale geldwisselaars moesten vaak worden gezocht om valuta te wisselen.
De nieuwe medereiziger had een prima idee om voor 2 Dollar per persoon een taxi van de luchthaven naar het gereserveerde “Motherland Inn (2) Guesthouse” te nemen. Een geweldige ontvangst en we krijgen meteen een kamer toebedeelt. Zodra de minibus met een groep medepassagiers van onze vlucht arriveert realiseren we ons dat de taxi onbedoeld een veel betere keuze was. Wij hebben zeker de betere kamers toegewezen gekregen. Wie het eerst komt wie het eerst maalt! Ook in Myanmar.
Tijdens het invullen van de stapel benodigde formulieren om in Birma te mogen overnachten kijkt een van de Denen mee in mijn paspoort en merkt mijn geboortedag op.Niet veel later klinkt het: ‘Happy Birthday to you!’, terwijl we genieten van onze eerste ijskoude biertjes in Myanmar.
Nog een biertje verder spreken we met elkaar af om onszelf wat op te frissen en met elkaar te gaan eten in een bij de backpackers bekend restaurant. Onderweg naar het restaurant kan ik mijn ogen niet geloven. Ik passeer mooie kleine gracieuze mensen gehuld in sierlijke kleurrijke sarongs.
Eenvoudig straatvoedsel en thee verkopers op het trottoir langs de met militairen gevulde straten. Kleine plastic tafeltjes feestelijk verlicht door kaarsjes omringt door kleine plastic krukjes en stoeltjes.
Vriendelijke glimlachende gezichten in een zachte duisternis besmeert met een karakteristieke lichte crème op hun wangen. Prijslijsten met het Birmese schrift hangen aan de muur. Het schrift bestaat uit aan elkaar geregen ringen met hier en daar een uitsteeksel. Een tafereel dat ik nog nooit heb gezien.
De Denen hebben in de korte tijd tijdens het opfrissen nog een Amerikaan opgepikt voor de avondmaaltijd. Het bekende backpackers restaurant blijkt het Indiase “New Delhi Restaurant”. Ik laat me rustig meedrijven met de stroom reisgenoten omdat er onderweg altijd wat te leren is.Iedereen aan tafel gaat voor een thali, een groot roestvast stalen bord met een berg rijst en een handvol bijgerechten. Het is nieuw en avontuurlijk voor mij. Je hoort de thali met je hand te eten maar gelukkig kiest iedereen bij ons aan tafel voor het bestek. Het smaakt mij in ieder geval uitstekend.
De onvermijdelijke tocht naar het toilet in het Indiase restaurant is als een ontdekkingsreis. Ik sluip door bogen in dikke bakstenen muren als in een middeleeuwse kerker. Langs potten en pannen, schoon en vuil, die tot aan het plafond zijn opgestapeld. Door een menigte van kokende en afwassende besnorde mannen baan ik me een weg naar een hoek achter in de keuken naar het toilet dat menig toerist direct zou laten omkeren.
Mijn herinneringen over de toiletten in China schuiven een plaatsje naar beneden op de lijst van “slechtste toiletten in de wereld” in mijn geheugen. Wij zijn moderne avonturiers en ontdekkingsreizigers! Het kan ons niet deren, wat moet, dat moet!
De Indiase maaltijd heeft prima gesmaakt en de hoeveelheid voedsel was voor mij ruim voldoende. Voor twee FEC hebben we zeker geen recht van klagen. Zodra we naar buiten stappen worden we overvallen door de stilte. Het is nog vroeg in de avond maar de straten van de miljoenenhoofdstad Yangon, vroeger Rangoon genaamd, zijn griezelig verlaten. Er ligt een onzichtbare deken van angst vermengd met gehoorzaamheid over de stad.
Er is ook een voordeel! Voor het eerst zie ik de “Swedagon” pagode. Het is een vreemd gezicht. De stilte op straat om mij heen, de schoonheid van de religieuze architectuur, decadente westerse reclame in een land vol arme onderdrukte inwoners en vier toeristen op zoek naar een restaurant waar we het glas nog een keer kunnen heffen op mijn verjaardag.
De Amerikaan heeft onderweg ergens gehoord dat het restaurant van Jimmy Foo, een Singaporees, een bekende plaats is waar veel toeristen komen voor het ijskoude bier en de live muziek. We hadden geen betere plaats kunnen bedenken om een einde aan mijn verjaardag te maken! Het wordt wat later dan gepland maar ik kan terugkijken naar een mooie dag. Het was niet mijn eerste verjaardag buiten Nederland maar wel de beste tot nu toe.


