vrijdag 12 januari 2007

Thailand, De tempels

Ayuthaya 11-12/01/2007

Dit was dus de achtste dag sinds ons vertrek. Het werd steeds moeilijker. De ochtend zou een goed begin hebben. We hadden een vroeg ontbijt. We hadden gepakt en de rugzakken bij Henk in de kamer gegooid voordat we gingen ontbijten. We zouden vroeg in de middag verkassen. Chai was zoals gewoonlijk heel behulpzaam en een taxi die ons zou rondrijden was snel geregeld. De chauffeur kreeg zijn instructies die ik zelf nog aanvulde met een paar andere dingen die ik wilde zien of aan de jongens wilde laten zien. Om negen uur waren we onderweg, en deze keer was het niet koud!
Henk zijn videocamera zoemde er op los, mijn gedachten verzonken naar het verleden. Hier lagen heel wat goede herinneringen van mij. De eerste tempel die ik boven aan de lijst had gezet was “Wat Chai Wattanaram”, misschien hebben jullie die wel gezien in het tv-programma “de Mol”. Ik vindt dit zelf één van de mooiste, vooral vroeg in de ochtend en laat in de middag. Als het licht nog zacht is en de tourbussen er niet zijn. We liepen rustig rond en de jongens genoten, ze waren duidelijk onder de indruk.
Vanaf dit moment bezochten we tempels en zelfs een katholieke kerk. We aten een noodlesoep in een lokaal restaurant en na een lange ochtend arriveerden we rond twee uur weer bij het GH. Het was genoeg geweest, genoeg tempels voor één dag. De sfeer was veranderd en er waren spanningen. Dean zou morgen naar huis gaan en misschien zou het dan veranderen?
Na aankomst bij het GH moesten wij eerst gaan verkassen. Dean en ik grepen onze rugzakken en gingen naar de receptie. Thailand blijft verrassen en het was dus niet vreemd dat de kamers niet beschikbaar waren. De bewoners hadden besloten om nog wat langer te blijven. Henk was niet echt een steun en hij ging hard op door alle doemscenario’s met de bijbehorende vragen wat ik voor oplossing had. Kees zou niet komen dus de derde kamer hadden we ook niet nodig. Ik keek naar Dean en we wisten dat we nog maar een nacht in de slaapzaal zouden doorbrengen. Onze spullen gingen linea directa weer terug naar de oorspronkelijke plaats.
Dit zou een moeilijke middag worden. Het enige wat op het programma stond was een rugzak kopen voor Dean en de rest zouden we wat door de stad gaan slenteren.
De stad is niet veel, een gemiddelde Thaise stad met veel stof en lawaai. De stilte was enorm. We waren te lang met elkaar onderweg en wisten niet meer wat te zeggen. Ontsnappen zat er niet in, we moesten dit tot een goed einde brengen.
Vanaf hier wil ik een einde aan het verhaal over onze tocht maken. Er zijn dingen gebeurd en gezegd die ik onder ons wil houden. De tweede week samen met Henk is er nooit van gekomen. Het resultaat wil ik wel met jullie delen. Op vrijdag zijn wij met zijn drieën in grote stilte naar Bangkok gegaan. Ik liet Henk eindelijk een keer uitslapen! Dean zijn rugzak heeft Bangkok niet eens gehaald dus heeft hij er nog een moeten kopen. Henk en ik hebben, op weg naar Pattaya, Dean afgezet op de luchthaven en kort afscheid genomen. Het was goed hem weer te zien. Henk zijn lichtjes gingen weer aan toen we in de buurt van Pattaya kwamen.

Achteraf gezien was het een enorm leuke leerzame week.

woensdag 10 januari 2007

Thailand, Een lange zit

Sangkhlaburi - Ayuthaya 10/01/2007

Dat was een korte nacht. Mijn fototoestel liep om precies half zes af. Het alarm in mijn telefoon werkte niet meer omdat de batterij leeg was. Ik begreep zelf ook niet echt wat er was gebeurd. Ik klopte bij de mannen op de deur die met een kreun aankondigde dat ze ook wakker waren. Ik had gisteren al het meeste gepakt dus het was niet erg veel werk om weg te komen. Wat koud water in mijn gezicht en dat was het.
Het ontbijt zou simpel zijn deze ochtend, ik had gisteravond voor drie personen pannenkoeken met bananen en twee hardgekookte eieren besteld en die zaten nu netjes verpakt in een plastic tasje. Dat was waarschijnlijk het enige vaste voedsel wat we zouden krijgen tot aan Kanchanaburi, waar we zouden overstappen op een andere bus. We stonden dan ook ruim op tijd aan de weg voor het Pee Guest House.
Nu ben ik niet de persoon die een ochtend humeur heeft maar teveel vragen over zaken die misschien kunnen gaan gebeuren kunnen mij ook doen overslaan naar een licht geïrriteerde Jielus. Henk vroeg me alweer de oren van de kop. Mijn spijsvertering was van vast naar vloeibaar gegaan ondanks de voorzorgdosis Loperamide. Ik voelde de “rumble in the jungle” al aankomen en nog voordat ik amper vijf meter weg was gelopen moest ik de broek laten zakken. Sorry, ik kon niet anders dan op de oprijlaan mijn behoefte doen. Pee Guest House was nu Poo Guest House!
De taxi was tegen alle verwachtingen in niet op tijd, ik gaf hem nog een paar minuten en dan zouden we toch maar gaan lopen om zo snel mogelijk een motortaxi te zoeken. En ja hoor, we moesten gaan lopen. Ik had nog steeds last van naschokken in mijn darmen dus het lopen was een kwelling voor mij. Ik vroeg “de Buddha” of hij Henk misschien voor een half uur het zwijgen kon opleggen. De eerste motortaxi was voor Dean, de tweede voor Henk en die zou dan terugkomen om mij op te pikken. Iets over kwart over zes zaten we in het busstation.
Hier was dus verdomme weinig te krijgen, de koffie die ik besteld had werd nooit geserveerd en de “slimme” Hollander die op een kilometer afstand al had gezien was gelukkig een prooi voor Henk geworden. Rustig wachtte wij af wat er zou gaan gebeuren. Het was deze ochtend zo koud dat je je adem kon zien. Dit had ik ook niet verwacht. Nadat de buschauffeur zich achter in de bus had omgekleed konden we de (gebruikelijke) plaatsen weer innemen. Daar gingen we dan om tien over half zeven in een lege bus.
De kaartjesjongen waarschuwde Henk voor de slechte plaats die hij had. De kou zou snijdend zijn als de bus eenmaal snelheid kreeg. Henk wist dat hij het wel kon hebben, hij had zich een keer “de Bikkel” genoemd en ik gebruikte die koosnaam nu af en toe. Alleen in de verkleinde vorm, “het Bikkeltje”. De kou was snijdend, zelfs op de plaats waar ik zat. Ik vroeg aan Dean of ik misschien zijn sweatshirt mocht hebben, dat was geen probleem. Hij was de enige die de kou redelijk kon verdragen, hij komt tenslotte uit Schotland. Henk kon het na een half uurtje ook niet meer houden en verkaste naar een plaats waar hij minder wind zou vangen.
Nu begon het ook drukker te worden in de bus die de taak van schoolbus had aangenomen. Het is de enige weg in de wijde omtrek dus alle nederzettingen inclusief scholen liggen aan deze weg. De bus liep langzaam vol en was in één keer bij de volgende school weer leeg. Dit herhaalde zich een paar keer. Ook kwamen er weer van die oranje mannen aan boord die dan weer naast ons kwamen zitten. De zon was ondertussen opgekomen en we werden op plaatsen waar we in de zon zaten als reptielen opgewarmd.
We arriveerden voor mij gevoel zeer snel in die redelijke grote plaats ergens halverwege. We stopten naast de markt, ik zag een klein koffiestalletje en schoot als een haas naar buiten terwijl ik onderweg aan Dean vroeg of hij misschien ook een bakkie wilde. Twee koffie dus. Het uitstekende bakkie verwarmde mij nu van binnen uit. Het was nog steeds te koud om de sweater terug te geven. Ik scoorde nog een tweede bakkie bij de 7-11 en met een bekertje koffie met deksel waren we schuddend op weg naar Kanchanaburi.
De weg schoot nu met grote snelheid onder ons door, we lagen goed op schema en we begonnen grapjes te maken over “D’n Hollander” die op de luxe snelle aircon bus had gewacht. We vroegen ons af of hij ons wel zou inhalen. We kwamen dus voor hem aan op het busstation in Kanchanaburi. Er stond een bus met onze bestemming klaar om te vertrekken maar toen ik zag dat onze plaatsen al bezet waren koos ik voor een plaspauze en wat te eten te kiezen. Om de beurt pissen omdat er één bij de rugzakken moet blijven en ik ging daarna kijken of ik wat te eten kon vinden.
Toen ik terug kwam met een paar knakworsten en flessen frisdrank was “D’n Hollander” ook aangekomen. Achter in de bus wachtte wij al etend en drinkend op het vertrek. Het overstappen was een snelle handeling omdat de bus naar Ayuthaya altijd wacht op de bus die uit Kanchanaburi komt. Daar zaten wij dan weer met zijn drieën.
Ayuthaya gaf mij meteen weer een goed gevoel. Het was vier jaar geleden dat ik hier was geweest, het was niet veel veranderd. In een moordend tempo liep ik naar de straat waar zich de meeste GH’s bevinden. Op dit moment is het belangrijk een slaapplaats te kunnen bemachtigen. Het was al laat in de middag en om deze tijd arriveerden ook de mensen die vanuit Bangkok kwamen met de trein of de bus. Met de hulp van twee twijfelende Japanse meisjes hadden we meteen één kamer, de tweede was niet goed genoeg en wees ik af. En de dorm voor jullie? Nee, dank je! Ik bedoel voor jullie privé. Dat is anders. Snel gekeken en goed bevonden, het was tenslotte toch maar voor één nachtje. Morgen zouden we de kamers naast Henk krijgen en voor Kees zou er dan ook een kamer beschikbaar zijn. Acht bedden voor ons samen, de kamer was groot genoeg.
Het eten zou geen probleem zijn want we hadden een restaurant ontdekt dat een Indiase bladzijde in hun menu had. Grote Singha bieren met curries en naan, de smaak van de bewoonde wereld. Ook kwamen de vragen over de barretjes weer omhoog. Een barretje zou het worden. De “Sun and Moon Bar” is de beste bar van Ayuthaya, in Nederland zou hij nog niet eens de top 10.000 halen. Dat was het einde van het barretjes verhaal, ik legde nu Henk voor de laatste keer uit dat hier geen barretjes waren. Morgen zouden wij een drukke dag hebben rond de tempels en Kees zou later in de middag arriveren.

dinsdag 9 januari 2007

Thailand, Een brommer met versnellingen

Sangkhlaburi 09/01/2007

Het was opnieuw om zeven uur op. Na een ander ontbijt, gekookte eieren in plaats van gebakken met het geroosterde zoete Thaise brood informeerde ik naar de brommers. Volgens mij hadden ze er maar twee voor ons, een derde was zo geregeld.Daar stonden we dan om negen uur bij de brommers. Deze keer met versnellingen. Henk begon natuurlijk meteen te klagen. Ik verzekerde hem dat we rustig aan zouden doen en dat we hem goed in de gaten zouden houden.
Mijn achterband was niet al te hard en het meisje van de receptie vertelde mij om haar te volgen om de band op te pompen. Ze verdween snel in de verte en ik ging als een hazewindhond er achter aan. Mijn band was al vol toen Henk met een knalrood hoofd mij had gevonden. Het was te kort en te lang dat ik niet op hem had gewacht en nu waren we ook nog Dean kwijt en de versnellingen waren ook niet alles enzovoort enzovoort. Ik probeerde hem een beetje te kalmeren maar uiteindelijk had dit een averechtse werking.
Zwijgend reed ik met Henk in mijn kielzog terug om Dean te zoeken. Even later reden we met zijn drieën door de koude, niet koele, ochtendlucht. Al snel werd de snelheid aangepast aan de temperatuur. We reden met een snelheid die de kou niet onaangenaam maakte. Heel rustig waren we op weg naar de “Three Pagodas Pass”, het punt waar de Burma spoorlijn de bergketen had doorsneden. Er wordt zelfs geloofd dat het Buddhisme over deze bergpass in Thailand is gearriveerd.
Er stond niets anders op het programma dus het zou een rustige dag worden. Misschien zouden we nog de laatste eer aan een belangrijke Mon Monnik gaan bewijzen. Hij zou tot 26 januari, in totaal 100 dagen na zijn overlijden, boven de grond blijven staan.
We namen de tijd om te filmen en foto’s te maken en reden een afslag op die naar een waterval zou leiden. Maar eerst zagen een rubberfabriek in actie. We stopten om te zien wat het productieproces voor rubber nu eigenlijk inhield. De waterval was snel gezien, ze vroegen 200 baht entree. Waarschijnlijk om de portemonnee van de plaatselijke legerchef te spekken, Nee dank je wel.
Om kwart over tien stonden we oog in oog met de drie pagodes. Ze waren wel klein en de braderieachtige markt er omheen was ook niet van een hoog aantrekkelijkheidgehalte zodat ik die maar oversloeg. We liepen wat rond en dronken wat. Het was nog te vroeg voor lunch dus dat zouden we onderweg wel nuttigen. Henk stond te morren dat hij zich er meer van had voorgesteld. En hij wilde weten wat we nu gingen doen.
Er zat niets anders op dan terug te keren naar Sangkhlaburi en ergens onderweg te lunchen. Een noedelsoep bij een pompstation zou het voor ons wel doen. We zouden nu op weg gaan naar het klooster waar de monnik lag opgebaard. Tijdens de rit naar het klooster werden we ingehaald door een colonne van politieauto’s met zwaailichten die een grote touringcar begeleiden. "Waarschijnlijk ook op weg naar het klooster", dacht ik nog.
Dat bleek een juiste gedachte te zijn geweest. Bij onze aankomst was het hoofdgebouw al leeg geveegd van zijn lokale bezoekers en wij stapten een enorme bijna lege ruimte binnen. Ze durven tegen buitenlanders toch bijna geen nee te zeggen. Een oplettende monnik leidde ons naar een paar stoelen en vertelde ons om te wachten. Dit was heel hoog politie bezoek uit Bangkok. Hij zou ons later komen ophalen. Geïnteresseerd keken Dean en ik naar het schouwspel dat zich voor onze ogen afspeelde. We deden zo goed als mogelijk mee met de gebaren. Henk was het snel zat en wilde weg. Zijn opmerking, “ik doe toch ook niet mee met de ramadan, ik ben geen Marokkaan” schoot bij mij in het verkeerde keelgat. “Ga dan maar, we zien je buiten wel”, antwoordde ik.
Nadat de politie mensen klaar waren met de rituelen kwam de monnik ons zoals afgesproken ophalen. Hij leidde ons naar het altaar met het lichaam en vertelde ons wat te doen. We lieten ons op de foto zetten door duidelijk verbaasde Thai die het toch wel speciaal vonden dat twee farangs de laatste eer kwamen bewijzen. We kregen samen een speciale kralenketting die later wel op zijn waarde werd beoordeeld door de lokale bevolking. Terwijl zich dit allemaal afspeelde zat Henk met een gezicht als onweer op ons te wachten.
Eenmaal buiten was er ook weinig animo voor een gesprek. We liepen stil met zijn drieën over het tempelcomplex. Het was nog vroeg, te vroeg om de brommers in te leveren, dus koos ik voor de optie om maar wat in het wilde weg te gaan rijden. Achteraf gezien ook niet zo’n best idee. De weg was saai en de nederzettingen zijn nu eenmaal dun bezaaid in deze afgelegen gebieden. Dan maar terug naar Sangkhlaburi.
Dean ging zijn e-mail controleren en ikzelf moest nog even informeren voor de bus. Henk had geen zin om te aan zwemmen en wilde nog het dorp inlopen dus brachten Henk en ik de brommers terug en liepen het dorp in. Het was een welkome wandeling, een beetje lichaamsbeweging is altijd lekker. We vonden Dean die bijna klaar was en spraken af om te aan zwemmen. Henk was nog steeds niet overtuigd. Toen we lopend aankwamen bij het GH stond Dean al op de steiger, ik kleedde me snel uit en was zelfs sneller al in het water. Een fijne afsluiting van een dag vol stress.
Tijdens het avondeten maakte ik duidelijk dat we vroeg op moesten staan. De bus zou om half zeven vertrekken. Ik had een taxi geregeld die klokslag om zes uur aan de poort zou staan, ik had weinig trek om die anderhalve kilometer door het donker te lopen. De maaltijd van verschillende Thaise gerechten smaakte ons opnieuw bijzonder goed. Ook Henk liet zich de dubbele portie spaghetti met tomatensaus goed smaken. Nog een paar biertjes en dan slapen. Terug naar de bewoonde wereld.

maandag 8 januari 2007

Thailand, De boottocht

Sangkhlaburi 08/01/2007

Met het gesprek van Henk met de toevallige Nederlanders nog in het achterhoofd zat ik om zeven uur al aan het ontbijt. We hadden dan wel om acht uur afgesproken, maar op je bed blijven liggen is het laatste wat ik wil als ik onderweg ben. Het terras met uitzicht op het meer was de moeite waard.
Eenmaal alledrie klaar met het ontbijt voelde ik al dat we geluk hadden. Het was maandag, daarom hadden we gisteren ook geluk gehad met de kamers, dat betekende dat de meeste toeristen (Thai) moesten werken. Wij waren met zijn drieën de enige voor de boottocht. Even had ik nog gedacht dat Henk misschien de Hollanders had overtuigd om met ons mee te gaan. Maar nee hoor, we zouden de boottocht met zijn drieën gaan doen.
Tijdens het wachten op de boot overlegden we wat te doen met het “Bambooraften”, zeg maar met een bamboe vlot over een rivier varen. Zelf had ik er geen trek in, het was koud en een set extra droge kleren meenemen leek mij geen goed idee. Ik had tenslotte al vaker geraft maar dan wel in wat warmere omstandigheden. Henk was als gewoonlijk, “wat jullie willen, ik vindt alles goed” en Dean twijfelde. Uiteindelijk kozen we om niet te gaan raften.
Om iets over negen gleed de boot met een groot lawaai over het stille meer. We voeren een ronde over het meer op weg naar een bergstammendorp. We zagen de houten brug van de onderkant en de verzonken tempels. Het enige dat nog zichtbaar is van het verzonken dorp, verzwolgen door het enorme stuwmeer. Onbewoonde eilandjes en steile bergwanden.
Na ongeveer een uur werd er aangelegd bij het dorp. We gingen aan wal en werden over een rubberplantage naar het opstappunt voor de olifantentocht geleid. Henk ging uit zijn bol bij het zien van de eerste olifant. Hij lette nu zo slecht op dat meer dan de helft van wat we bespraken langs hem heen ging. Hij kwam dan ook regelmatig met een vraag die ik vijf minuten ervoor al beantwoord had. Maar dit terzijde.
Nadat we de olifanten wat suikerriet hadden gevoerd reden we langs een rivier naar het keerpunt, het was leuk maar na een half uur deed mij kont al zo’n pijn dat ik wenste dat het allemaal snel voorbij zou zijn. Dean had ondertussen het “stuur” van zijn olifant overgenomen en na een uurtje kwamen we terug in het kamp waar onze kapitein de lunch klaar had staan. De gebakken rijst en verse ananas smaakte ons goed. Henk lette even niet op en een snelle hond uit het Kamp had zijn zakje met rijst al te pakken, maar Henk was sneller.
Omdat het raften niet door ging sprak ik met de kapitein af om nog een uurtje rustig rond te varen, hij knikte en we gingen met een bloedgang richting ons GH. We keken elkaar dan ook verbaasd aan toen we net voor één uur weer op de aanlegsteiger stonden.
Om er maar het beste van te maken gingen we het Mon dorp aan de overkant van de houten brug bezoeken. Het dorp was redelijk modern en er was dan ook veel beton zoals we gewend zijn in de moderne Thaise bouwstijl. We waren op zoek naar de tempel met de gouden toren die we vanaf het terras van het GH konden zien. Overal waren ze aan het bouwen. Het ontwaken van de Aziatische landen! Rond de tempel was een markt waar er van alles werd verkocht. Henk kocht een klein souvenir en zelf vond ik een houten Buddha die de schoonheid zelf is. We slenterden verder over het tempelcomplex en sloegen de weg in terug naar het GH.Om een uur of half vijf waren we weer terug op de thuisbasis. Omdat ik niet meteen een antwoord had op Henk zijn, “wat gaan we nu doen?”, ging Henk een middagdutje doen. Hij moest eerst wel een tijd hebben voor het eten. “Zeven uur aan tafel, Henk”. Een goedkeurende OK en hij verdween naar zijn bungalowtje. Ik bevestigde de drie brommers voor morgen en liet de receptie weten dat we toch een dagje eerder weg zouden gaan. Wij gingen nog even het dorp in om te kijken of we de problemen met mijn telefoon konden oplossen.
Om half acht besloot ik maar om Henk te gaan roepen voor het avondeten. “Waarom heb je mij niet eerder geroepen”, was de vraag van de nog half slapende Henk. “Omdat je voor jezelf moet zorgen”, was mijn antwoord. Vanaf dit moment werd de sfeer anders. Toen Henk weer over Ping (grote kut), Lai, Porn, Nok, Nid en de rest begon zonk ook bij mij de hoop dat het allemaal nog goed zou komen. Even later kwamen de barretjes ook nog naar boven en dat was voor Dean het moment om maar naar zijn kamer te gaan om te lezen.
Ik had geen zin om het allemaal opnieuw aan Henk uit te leggen en ging met Henk op weg naar het inmiddels gesloten dorp. Onderweg hoorde ik muziek bij de tempel die niet al te ver weg was van ons GH. Het was een welkome afleiding om niet de drie kilometer heen en weer naar het gesloten dorp te lopen. Er was een dodenwake aan de gang. Bergmensen rookten de lokale tabak en dronken cola. Een paar groepen dansers/danseressen dansten om de beurt op de lokale muziek. Al met al erg indrukwekkend om te zien.
Om een uur of tien waren we terug in het GH waar het gelukkig al donker was. Ik was moe na een lange inspannende dag.
Henk was niet moe, maar dat kan ook niet als je drie en een half uur had geslapen in de middag.

zondag 7 januari 2007

Thailand, Met de bus

Kanchanaburi-Sangkhlaburi 07-01-2007

Tijdens de avondmaaltijd was het duidelijk dat we van de dag op de brommer hadden genoten. We pasten onze plannen aan en zouden verder de bergen in trekken. Ik was zelf ook nog nooit die kant op geweest en het leek mij wel leuk. Henk miste zijn meisjes. Hij bleef maar bezig over de barretjes en even wat gaan drinken in de stad. “Dan gaan we toch vroeg naar huis”, was steevast zijn antwoord. Wij hadden daar geen zin in en om een uur of tien gingen we richting het bed.
We hielden de ontbijt tijd nu aan en om zeven uur zouden we ontbijten. Je moet nu eenmaal vroeg onderweg zijn omdat anders veel zaken ingewikkelder worden dan ze hoeven te zijn. Twee gebakken eieren met toast en twee bakken koffie/thee en afscheid nemen. Henk was nu al gewend aan de schoonzuster van Marco die een leuke glimlach had en wel speciale gevoelens bij hem opriep.
Het deed Henk zichtbaar pijn om afscheid te nemen toen de taxi (songthaew) de hoek om scheurde om ons op het busstation af te zetten. Het zou een stevige wandeling zijn geweest dacht ik nog bij aankomst. De bus was snel geregeld en de jongens zochten meteen de plaatsen die nog vrij waren achter in de bus, dit in verband met het verschil in de lengte van de “Farang” en de Thai. De stoelen staan namelijk nog al dicht op elkaar. Het arriveren van een monnik veranderde het één en ander. De monniken zijn zeer gewaardeerd en staan boven aan de sociale ladder in Thailand. Zij krijgen dus de beste plaatsen in de bus zodat ze geen vrouwen kunnen aanraken en niets van hun heilig zijn verliezen. We moesten allemaal twee plaatsen opschuiven om de monnik en zijn begeleider er tussen te laten. Zwaar puffend en een zwarte rook spuwend verliet de bus het station om ons in vijf á zes uur naar Sangkhlaburi te brengen.De reis was in het begin minder interessant omdat we gisteren deze weg op de brommer hadden gedaan. Er kwamen nog drie van die knapen in het oranje in de bus, maar ik was niet van plan om een uur of vier opgevouwen te zitten op een klein bankje. We bleven dus gewoon op onze plaats zitten. De boys gingen dan maar voor ons zitten, het was nu eenmaal niet anders. Na anderhalf uur bevonden we ons eindelijk op onbekend terrein. We klommen gestaag in de veel kabaal makende bus richting het stuwmeer waaraan Sangkhlaburi zich bevond. Een korte stop in Thong Pha Phum maakte ons duidelijk dat we ons in de minder bezochte gebieden van Thailand bevonden. Tien minuten later stopte de bus voor de lunch die helaas niets voor drie buitenlanders had.
Ruim een half later gingen we verder. Een adembenemende mooie tocht door de bergen langs een stuwmeer. Om twee uur reden we Sangkhlaburi binnen. Dean en ik hadden onze reisboeken bestudeerd en we waren het erover eens dat we P. Guest House zouden proberen. Een stevige wandeling van een kilometer of anderhalf, die welkom was na de lange zit, bracht ons bij het GH aan het meer. We zouden hier blijven mits er kamers waren. En ja hoor, we hadden geluk. Drie kamers, mooie bungalowtjes met een gedeelde badkamer. Allemaal heel luxe met een koude douche! Het zij zo.
We dronken wat en informeerden wat er allemaal te doen was. Een boottocht over het meer. Een dagtocht met de brommer naar de “Three Pagodas Pass” en een voettocht naar de overkant van het meer. Daar bevond zich een dorp van bergstammen met enkele tempels. Het klonk allemaal goed en ik lichtte de receptie in dat we geen twee maar drie nachten zouden blijven. Allemaal geen probleem. Voordat we het kleine stadje introkken boekten we de boottocht en reserveerden drie brommers. Dat was tenminste geregeld.In het dorp was net zoveel te doen als in Staphorst op een zondagmiddag. De markt was het middelpunt van alles en was ook bijna alles op het zelfde moment. We aten en dronken wat en gingen weer richting het GH. Henk begon weer te vragen over de barretjes. Er waren hier geen barretjes! Gelukkig konden we morgen uitslapen omdat de boot pas om negen uur zou vertrekken. Een mooie maaltijd van veel verschillende Thaise gerechten met rijst en Singha bier was het einde van de dag. Lekker slapen, deze bedden waren wel wat beter dan die van gisteren.

vrijdag 5 januari 2007

Thailand: De trein naar Nam Tok

2007-01-05_140000headblogw

Kanchanaburi (Mr Tee Guesthouse), vrijdag 5 januari 2007

Afgelopen nacht was het even wennen met drie volwassen kerels op een kamer in éénpersoonsbedden. Snurken, scheten, draaien en natuurlijk slecht slapen. Een mooier begin van deze korte rondreis door Thailand kan haast niet! Maar alles is beter dan de 52 persoonsslaapzaal met 26 stapelbedden waar ik in Ayer’s Rock (Australië) enkele nachten heb doorgebracht.
We hebben erg slecht geslapen omdat we gewoonweg nog niet moe genoeg zijn, dat zal de komende dagen wel veranderen. De geuren van onze voeten en onze adem hebben zich in de nachtelijke uren goed vermengd tot een bouquet die als martel instrument zou kunnen worden gebruikt.
De wekker gaat sneller dan verwacht af. Het is echt al half zes dus gaat onze reisdag beginnen. Als eerste gaat de airconditioning in onze kamer uit, die zullen vanaf nu hoogstwaarschijnlijk niet meer kunnen gebruiken omdat we heel sober gaan overnachten. Als tweede gaat het kleine raam van onze kamer open en niet lang daarna ook de deur van onze kamer. Een frisse zucht Bangkok wind trekt door de kamer van de raamopening naar deuropening. Een mengeling van geuren die je je moeilijk kan voorstellen wanneer je nooit in Bangkok bent geweest wervelt door onze kamer. Geroosterde kip, kruiden en specerijen vermengt met een vleugje riool.
Zodra de wekker na negen minuten voor de tweede keer afloopt, zo rond kwart voor zes, worden de andere twee ook langzaam wakker. Snel om de beurt in de “warme” douche, dat kan voorlopig ook de laatste zijn, en snel aankleden. Tijd is de belangrijkste factor in Thailand wanneer er een bus of trein gehaald moet worden. Het kan voorkomen dat er maar twee of drie vertrektijden per dag zijn en dan wil je die natuurlijk niet missen.
Het ochtendritueel gaat gelukkig snel genoeg en geen van ons allen heeft een ochtendhumeur. Ondanks dat Henk zich op dit vroege uur als een Eskimo in de woestijn voelt. Meer dan de toiletartikelen heeft onze rugzakken vandaag niet verlaten. Het inpakken gaat snel en in stilte. De schoonmaakster steekt een hoofd om de deur van de kamer en verteld me dat ik de sleutel in de deur kan achterlaten. Ze gaat aan de slag zodra we om kwart over zes het Merry V Guesthouse verlaten op weg naar de pont over de rivier.
Het is op dit vroege tijdstip al aardig druk op straat. Bangkok slaapt nooit! Toeristen vertrekken en arriveren vanuit, en naar, alle uithoeken van Thailand. Tropische stranden òf ruige bergketens, Thailand heeft het allemaal. Na al die jaren kijk ik nog steeds met veel verbazing naar de vreemde mêlee van jonge en oude reizigers met hun rugzakken die aan ons voorbij trekken. Het is en blijft een schitterende omgeving dat Khaosan Road.
Vanzelfsprekend heb ik wat reservetijd ingebouwd om niet in de problemen te komen. We zijn zelfs te vroeg voor de veerboot en het hek naar de pier van de veerboot is nog op slot.
“Maak altijd het beste van je tijd!’, is een boerenwijsheid die elke rugzakartiest heel snel leert.
Wij maken gebruik van deze onverwachte extra tijd om nog even snel naar een 7-11 winkel te lopen om wat broodjes en een kop koffie te scoren. Mijn medereizigers zijn opvallend stil, waarschijnlijk in de afwachting van èn de onzekerheid wat er de komende dagen allemaal gaat komen.
Als een moeder hen loop ik voorop met de kuikens volgzaam achter mij aan, Dean en Henk volgen. Dit zal de rest van de rondreis ook wel zo blijven omdat ik nu eenmaal “de weg” weet. Deze tocht met de trein van Bangkok naar Nam Tok is een van de eerste lange reizen in Thailand die ik zelf heb ook heb gedaan met het openbaar vervoer. Het is alweer acht jaar geleden dat ik samen met mijn Vlaamse vriend Kris met de trein naar Nam Tok reed. Na een keer of tien vind ik de dagreis met de trein naar Nam Tok nog steeds mooi. Het wordt voor ons drieën dus hopelijk weer een hele dag genieten in de boemeltrein.
Met twijfelachtige vleeswaren, met mierzoete mayonaise, belegd witbrood sandwiches en een veel te hete beker oploskoffie in de hand wagen we voor de tweede keer een poging om op de veerboot te komen. Een kleine man lacht ons vriendelijk toe en met zijn rammelende bos sleutels opent hij het oude hangslot. De roestige ketting rammelt tussen de tralies en de pier naar de veerboot is geopend.
Binnen enkele minuten arriveert de eerste lange smalle gammele veerboot in de juiste richting en voor de zekerheid vraag in aan de conducteur, die op de drijvende ponton is gestapt: ‘Satani Bangkok Noi?’, de vrouw kijkt me verbaasd aan en monstert mij van top tot teen, dat ik de term “Treinstation Bangkok Klein” in het Thais gebruik en knikt met een brede glimlach.
Wij springen op de boot die met een touw tijdelijk aan de ponton is vastgemaakt. De vrouw blaast op haar fluitje een code die betekend dat iedereen aan boord is en dat de kapitein kan vertrekken. In een dikke wolk zwarte dieselrook varen we naar de overkant. De verwarring is begrijpelijk want de reisgidsen en haast alle toeristen praten altijd over het “Thonburi treinstation”
Al tijdens het van de veerboot afstappen voelt West-Bangkok heel anders aan. Hier zijn maar heel weinig toeristen! De treinreis die wij gaan doen is voor de echte die-hards. Een hele dag in de trein om een brug te zien die door een boek en een film wereldberoemd is geworden.
Op weg naar Nam Tok We zijn zoals verwacht ruim op tijd, Henk en Dean zoeken een plaatsje op een bank van het perron terwijl ik even de kaartjes ga kopen. Treinkaartjes zijn in Thailand altijd enkele reis dus dat maakt het een stuk gemakkelijker omdat we op de terugweg in Kanchanaburi uitstappen. In alle stilte nemen we de eerste indrukken van een ander, een onbekend, Thailand in ons op en wachten wij op de trein.
Boeddha langs het spoor De derde klas trein rijdt langzaam schommelend door het Thaise landschap en stopt bij elke palmboom. Tenminste, dat gevoel heb je! Dean en Henk genieten van de reis en het landschap dat langzaam veranderd van vlakke velden met rijst, en andere gewassen, naar een berglandschap. We passeren kleine dorpen en tempels. Beelden van de Boeddha, hoe vreemd die ook mogen lijken, zijn alom aanwezig en altijd fotogeniek.
Des te dichter we bij de beroemde brug komen des te drukker het wordt met toeristen in de trein. Tientallen toeristenbussen, groot en klein, zetten de dagjesmensen zo dicht als mogelijk op de stations voor de brug af. Na de brug worden ze weer opgepikt. Ook deze keer verschijnen de toeristen enkele stations vroeger in de hoop ze een plaatsje aan het raam kunnen bemachtigen.
Dean en Henk in de trein
Zoals altijd komen eerst de gidsen de trein in die indruk proberen te maken dat er gereserveerde plaatsen voor hun klanten zijn. Daar klopt natuurlijk niets van! Niet lang daarna worden ze lastig en proberen ze met meerdere gidsen de passagiers te intimideren. Dat lukt bij ons natuurlijk ook niet.
Ik haal demonstratief mijn vervoersbewijs tevoorschijn en wijs met mijn vinger aan dat er zwart op wit staat: “Free Seating”. Daarna worden ze ongeduldig en soms ook fysiek opdringerig. Ondertussen zijn de dagjesmensen ook in de trein gearriveerd en die kijken met vragende ogen naar de gidsen waar de, in de brochure, beloofde zitplaatsen aan het raam zijn.
De sfeer veranderd en de dagjesmensen die zich bedrogen voelen halen verhaal op de gidsen die proberen ons weer het leidend voorwerp van het probleem maken. Ik blijf vriendelijk lachen en wij blijven vriendelijk op de houten bank aan het raam zitten. De conducteur verschijnt en dan is het probleem snel opgelost.
Alleen het Engelse woord: ‘Corruption’, is voldoende om de plichtgetrouwe conducteur in de houding te laten springen terwijl hij langzaam zijn vlakke hand naar de rand van zijn smetteloze pet brengt.
Een korte blik op mijn vervoersbewijs dat aangeeft dat wij in alle vroegte vanuit "Satani Bangkok Noi” zijn vertrokken brengt een brede glimlach op zijn mond en respect voor ons vroege vertrek in zijn ogen.
Enkele korte luide bevelen in het Thais is voldoende om de gidsen te laten afdruipen en de dagjesmensen te kalmeren. Een laatste vriendelijke knik naar mij en een voor iedereen duidelijk gebaar met zijn uitgestoken wijsvinger naar mijn zitplaats dat wij het recht hebben om aan het raam te zitten.
Dodenspoorweg Elke dwarsligger is een mensenleven wordt er altijd over de doden spoorweg verteld! Het zijn niet alleen krijgsgevangen van de Jappaners die hier zijn omgekomen maar ook slaven en tegenstanders van de Thaise regering in de jaren veertig.
Die regering gaf de Japanners vrij spel in Thailand zolang zo ook alle tegenstanders van de zittende Thaise regering om de zeep hielpen. Een duistere periode in de Thaise geschiedenis. Het meest vreemde voor mij is nog dat een Japanse investeerder een enorm resort heeft gebouwd met uitzicht op de doden spoorweg. Hier aan de beruchte Birma-spoorlijk heeft de tweede wereldoorlog al veel van haar waardevolle lessen voor de mensheid verloren!
Nadat we de brug zijn gepasseerd, en de trein al bijna leeg is, is er aan het einde van de spoorlijn helaas heel weinig tijd om uit stappen en wat rond te kijken. Hedendaags stopt de trein slechts tien minuten aan het einde van de spoorlijn in Nam Tok, de tijd die nodig is om de oude diesel/elektrische locomotief van de achterkant weer naar de voorkant te rangeren. In die tien minuten verlaten de overgebleven toeristen de trein en maken plaats voor de volgende kudde toeristen die naast het spoor staan te wachten in de hoop ook een plaatsje aan het raam te bemachtigen.
Elke keer wanneer ik in Nam Tok kom wordt het drukker en ik kan me niet aan de gedachte onttrekken dat het hier over tien jaar een complete chaos zal zijn. Ik stuur Dean op pad om voor ons drieën nieuwe kaartjes naar Kanchanaburi te kopen Zelf ga ik op pad voor enkele geroosterde kippenpoten met kleefrijst voor de late lunch. Henk blijft achter met de belangrijkste taak van het team om onze zitplaatsen aan het raam bezet te houden.
Bij terugkomst in de trein kijken enkele toeristen ons vreemd aan. Henk heeft zijn taak goed uitgevoerd en wij hebben onze plaatsen aan het raam behouden. Ik deel de kippenpoten en de kleefrijst uit. Na een korte uitleg hoe je dit eenvoudige klassieke Thaise gerecht moet eten slaan Dean en ik aan het schrokken. Henk onderzoekt de gegrilde kippenpoot als een patholoog anatoom. Wij hebben geen idee waar hij naar op zoek is. Veren, haren of misschien levende maden?
Met enige terughoudendheid zet hij zijn tanden in het vlees van de dode vogel. Dean en ik volgen het tafereel met veel interesse. Waarschijnlijk wordt hier al de toon gezet voor Henk zijn voorkeur voor zijn eten in de komende dagen.
Op het kleine station in Kanchanaburi, net na de spoorbrug, stappen we uit en ik wil meteen op weg naar het beoogde guesthouse. Henk klaagt dat hij eerst foto’s wil maken en ook de brug filmen. Mijn uitleg dat we hier over een drie kwartier weer terug zijn valt op doveman’s oren.
Ik ben de precieze locatie van het guesthouse waar ik een paar keer heb geslapen vergeten. Het klagen van Henk gaat maar door en nu is de afstand die we moeten lopen naar onze slaapplaatsen het leidend voorwerp van zijn klaagzang. Om de vijftig meter probeer ik me te oriënteren maar het lukt me niet, ondanks een paar bekende gebouwen, het guesthouse te lokaliseren. Met elke stap die zetten wordt het gezeur van Henk minder.
Uiteindelijk kies ik ervoor om een ander guesthouse aan de rivier te proberen. Slaapplaatsen komen en gaan in de toeristische plaatsen in Thailand. Of ze maken plaats voor hotels en restaurants, snel geld is de taal die vandaag de dag in Thailand gesproken wordt.
Het Mr Tee Guesthouse is niet slechter dan het vorige guesthouse uit mijn herinnering. Het is maar voor twee nachten dus moet het maar. Het is even wennen voor de nieuwe backpackers wanneer ze hun slaapplaatsen voor de komende twee nachten aanschouwen, in gepaste stilte aanvaarden ze mijn suggestie.
Een steenhard bed met alleen een oude acryl deken en een koude douche in een ruimte die de titel badkamer nauwelijks kan dragen. Maar wat kan je verwachten voor € 4,50 per kamer per nacht? Ik ben allang blij dat niemand het idee oppert om een kamer te delen!
Met Dean en Henk op de brug over de "river Kwai" Na een korte installatie in de bungalow en de andere officiële handelingen aan de receptie lopen we rustig terug naar de brug. Nu is er alle tijd om foto’s en films te maken! Midden op de brug toasten we met een paar ijskoude Singha biertjes, volgens Henk het een veel te vroeg tijdstip om bier te drinken, op de goede start van deze korte rondreis. We zijn vol goede moed en het gaat tot nu toe gelukkig allemaal vlotjes.
Het schemert al wanneer we bij het guesthouse terug komen. Het laatste stuk ging niet zo snel omdat onze Thaise grasparkieten jager bij elk verlicht huis langs de weg bleef staan om te zien wat er binnen allemaal voor vrouwelijk vlees word aangeboden. Weinig dus, en dat heeft hij nu gelukkig zelf ook wel in de gaten!
De meerderheid van onze beslist dat we vanavond bij het guesthouse zullen blijven voor het avondeten. Maar eerst nog een koud biertje! De Thaise menukaart heeft alle bekende toeristen favorieten en Dean stelt voor om mij een viertal Thaise gerechten te laten bestellen en dan gewoon de rekening te delen. Een paar ogen aan onze tafel scant de menukaart naar een gerecht dat ook op elke Hollandse camping in Spanje zou worden geserveerd. Uiteindelijk kiest Henk voor spaghetti Bolognese, een van zijn grootste favorieten zoals hij het enthousiast aan ons laat weten.
De rijst, en onze drie gerechten, worden geserveerd terwijl we genieten van het uitzicht op de brug over de“River Kwai” en natuurlijk de rivier zelf. De spaghetti blijft wel heel erg lang weg en terwijl wij al aan onze tweede grote fles bier beginnen is het voor Henk zijn neus nog steeds leeg. Onze borden zijn al bijna leeg! Zonder een woord te zeggen, met trouwe hondenogen, zit hij mij te smeken om eens te gaan vragen waar zijn spaghetti blijft. Zodra de derde grote fles Singha aan Dean en mij wordt geserveerd vraag ik in mijn beste Thai wat er met de spaghetti is gebeurd. Het is het meest verstandige om Henk maar niet in te lichten wat het antwoord is.
Mijn, ‘Het is bijna klaar!’, is voldoende om een zure glimlach op zijn gezicht te brengen.
Nog voordat de spaghetti is geserveerd zitten Dean en ik bij een Nederlandse jongen aan tafel genaamd Marcel. Hij is afgekeurd en woont al een paar jaar in Kanchanaburi. Hij komt hier bij het guesthouse twee keer per week kaarten. Kaarten om geld welteverstaan, de meeste Thai zijn ook niet vies van een gokje. Marcel zal ook moeten wachten tot de kok klaar is met de spaghetti voor Henk!
Marcel helpt ons onverwacht goed op weg. Hij zorgt ervoor dat er morgenvroeg drie brommers voor ons klaar staan. Dean en ik zijn het er over eens dat we brommers voor een dag gaan huren. Het is voor Henk ruim dertig jaar geleden dat hij brommer heeft gereden. Hij blijft maar klagen dat hij het geen goed idee vind. Dat wordt morgen dus lachen! Ik heb geen trek om de hele dag met hem achterop rond te rijden, zoals in Pattaya. De keuze voor Henk is dus zelf rijden òf in Kanchanaburi blijven en jezelf vermaken.
Henk heeft zijn spaghetti ondertussen genuttigd en begint voorzichtig te hengelen hoe laat we op stap gaan. Hij hoort de muziek en de Thaise Grasparkieten in de verte, in de Thaise bebouwde jungle,zingen.
Op stap? We staan morgen om zeven uur op en zijn de hele dag op de brommer onderweg. Wanneer hij op stap wil dan gaat hij maar, hij heeft een sleutelhanger met de naam van het guesthouse er op dus zal hij vannacht niet verdwalen.

donderdag 4 januari 2007

Thailand: Een nieuwe start

Gedroogde garnalen

Bangkok (Merry V Guesthouse), donderdag 4 januari 2007

Mijn laptop is helaas nog niet gerepareerd en dus moet ik nu de verhalen op de ouderwetse manier met pen en papier schrijven. Dat is een beetje jammer want op deze manier gaan er toch wel heel wat indrukken verloren. Het neemt ook duidelijk meer tijd in beslag, tijd die ik liever op een andere manier had ingevuld. Terwijl ik schrijf kijk ik op het kleine beeldscherm achterop mijn nieuwe camera de foto’s. Dat zijn de digitaal vastgelegde herinnering die ik als een kralensnoer aan elkaar rijg tot een verhaal van woorden.
Na de Westerse feestdagen, die we uitbundig hebben gevierd, is het eindelijk tijd om er met de jongens op uit te trekken. We hebben Henk gevraagd of hij misschien een dagje eerder, gisteren dus, wilde vertrekken. Nee dus! Hij mist zijn Thaise grasparkieten, zoals hij zijn meisjes noemt, al voordat we zijn vertrokken. Maar hij wil ook niets missen van onze korte reis door Thailand en later spijt hebben dat hij niet is meegegaan. We nemen Henk mee uit pure beleefdheid. Dean en ik zijn bang dat Henk de Vries niet in het team zal passen. Hij heeft tenslotte heel andere interesses dan Dean en ik.
Op deze donderdagochtend kijken Dean en ik elkaar in stilte vragend aan terwijl we nippen van onze oploskoffie. Zal Henk wel verschijnen? We hebben onze twijfels. Henk heeft het opperbest naar zijn zin in Pattaya en kan maar heel moeilijk afscheid nemen van zijn harem. Vroeg naar bed zit er al helemaal niet in voor hem.
‘Allemaal verloren tijd!’, predikt hij als de dominee van zijn kansel.
Hij kan het nog steeds niet bevatten dat er honderden meisjes in Pattaya zijn die tegen hem praten. Hij schuimt tot diep in de nacht de straten van Pattaya af en draait virtuele nachtdiensten terwijl Dean en ik elke ochtend vroeg op pad gaan om zoveel mogelijk van de dag te maken en zoveel als mogelijk te kunnen bezichtigen.
Henk is op tijd en de taxi een paar minuten te laat. We hebben het andersom verwacht. In een vlotte rit zoeven we naar Bangkok waar we de eerste nacht zullen doorbrengen. Het is onderweg beangstigend stil in de taxi. Henk haalt slaap in en Dean en ik kijken elkaar (on)begrijpend aan. Als dat de komende week maar goed gaat?
Het Merry V. Guest House, waar ik al honderden nachten heb doorgebracht is door mij gekozen als eerste plaats om te overnachten. Dean, die voor de eerste keer in Thailand is, heeft alleen mijn verhalen aangehoord over het backpacken in het algemeen. Hij heeft geen enkele ervaring en hij heeft geen flauw idee over wat hem de komende dagen te wachten staat. Ik heb een korte rondreis door het westen van Thailand uitgestippeld die we naar believen enkele dagen kunnen inkorten of langer maken.
Henk die al vaker in Thailand is geweest is nooit verder gekomen dan een paar nachten in Bangkok in een klein hotel. We hebben steeds een kamer gedeeld zodat Henk zoveel mogelijk geld voor zijn meisjes kon besparen. Het met zijn drieën een kamer delen is dan ook de eerste backpacker ervaring die de boys te verwerken krijgen.
Het gebrek aan privacy brengt bij Henk het zweet op zijn voorhoofd. Het delen is deze keer niet om geld uit sparen maar om er zeker van te zijn dat er niemand te laat opstaat en de anderen laat wachten. Een trein later bestaat deze keer niet! Er zijn maar twee treinen per dag van Bangkok naar Nam Tok.
Drie bandieten in Bangkok Deze foto van het team is van ons bezoek aan Bangkok twee weken eerder. De gezelligheid straalt ervan af! We zijn op deze ochtend al vroeg in Bangkok. Onze kamer is gereed en we worden met open armen ontvangen in het Merry V. Guest House.
De gesprekken tussen ons willen niet echt los komen en wanneer er dan toch een gesprek ontstaat dan duurt het gesprek nooit lang. Binnen twee minuten is het gesprek weer in Pattaya bij de grasparkieten aanbeland. Ook NIVO-Sparta kan Dean en mij niet bekoren als onderwerp voor een gesprek. Een van ons drieën is nogal kort van stof en de andere twee hebben geen interesse over verhalen van Thaise grasparkieten of een amateurvoetbalclub in Nederland.
Op weg naar het station Dus trekken maar de stad in om wat rond te slenteren. China Town verveeld tenslotte nooit, dus dat word onze bestemming. Er is hier voldoende te zien op nog geen half uur van ons guesthouse. Henk filmt er op los en verwisseld zijn videocamera regelmatig met zijn fotocamera. Hij lijkt zijn gedachten nu eindelijk verzet te hebben van Pattaya naar onze korte rondreis.
Gedroogde garnalenGedroogde vis Het Aziatische voedsel, en met name de gedroogde garnalen en vissen, zijn niet ieder zijn ding. Henk verlaat kokhalzend en klagend de groep. Er is weinig positiefs over de rest van onze wandeling door China Town te melden!
Aan het einde van de toch wel lang durende middag drinken we een paar biertjes op een van de honderden terrasjes die je rond Khaosan Road kan vinden. Hoewel Henk erover klaagt dat het nog wel erg vroeg is om bier te drinken genieten Dean en ik van het ijskoude gerstenat.
Het is erg vreemd dat geen enkele van mijn twee reisgenoten me ook maar een vraag heeft gesteld over wat we de komende dagen gaan doen. Ik denk dat ze het maar over zich heen willen laten komen! De leiding uit handen geven is natuurlijk de gemakkelijkste oplossing.
Op het platteland, buiten de toeristengebieden, van Thailand is westers eten, en dat is wat Henk prefereert, erg zeldzaam. Als afscheidsmaaltijd van de bewoonde wereld gaan we shoarma met patat eten bij het Shoshana Restaurant. Gelukkig smaakt het mijn beide gasten net zo goed als het mij smaakt. De bierconsumptie staat deze avond op een laag pitje want we moeten morgenvroeg om half zes op om de trein te kunnen halen.
Om een uur of elf stel ik voor om naar bed te gaan. Onze nachtbraker kijkt een tiental keren op zijn horloge en kan het maar moeilijk geloven dat hij op dit vroege tijdstip naar bed moet. Dit is het tijdstip waarop hij normaal in Pattaya pas op stap gaat. Waarschijnlijk twijfelt hij dat hij beter in Pattaya had kunnen blijven?
Na enig tegenstribbelen accepteert hij met een duidelijke tegenzin mijn advies om niet alleen op Khaosan Road te blijven maar te gaan slapen. Hij mag van mij best op stap gaan maar dan moet hij eerst mee naar het guesthouse om zijn spullen te pakken en op zoek gaan naar een andere kamer.
Dean en ik hebben er geen trek in om midden in de nacht wakker te worden gemaakt om een dronken Henk binnen te laten en naar zijn bed te begeleiden. Om kwart over elf liggen we in onze kistjes, morgen om half zes op (de tweede ervaring) om de veerboot over de rivier naar het treinstation Bangkok Noi (Rot fai) te nemen. De trein vertrekt om 10 over half acht. Onderweg naar de trein moeten we ook nog wat te eten zien te kopen want het is een lange zit naar onze bestemming.

woensdag 3 januari 2007

Thailand, Nieuwjaar

Pattaya, Thailand

Allereerst natuurlijk de beste wensen voor 2007 voor zover jullie die nog niet ontvangen hadden.

Het was me het jaar wel. Ik ben verschrikkelijk druk geweest met van alles en nog wat met als resultaat dat de kerstkaarten er dit jaar bij in zijn geschoten. Volgend jaar beter!
Na mijn bezoek aan Bangkok met Henk en Dean zijn Henk en ik terug gegaan naar Pattaya. het is nu eenmaal niet de beste tijd om zo rond de kerst en oud en nieuw te reizen, Dean voegde zich op de dinsdag bij ons omdat de geplande bruiloft was verplaatst. De papieren waren nog niet in orde.
Over de rest van die twee weken kan ik kort zijn.
Henk heeft twee weken huis gehouden en is op zijn vroegst om half vier naar bed gegaan, elke middag vroeg op!
Dean en ik hebben steeds de ochtendloop ( 10 kilometer ) gedaan, met uitzondering van twee dagen, en hebben verder genoten van het strand en goed eten.
Morgen gaan we op pad de jungle in. Gewoon met de rugzak het achterland, het echte Thailand, ontdekken.
Ik probeer om elke dag een blog met foto's te maken zodat jullie ook op de hoogte blijven van onze avonturen.

Tot morgen.

Copyright/Disclaimer