maandag 30 november 2015

Filippijnen: Hello Manila

Manila (Slouch Hat Hotel (206)

Na een heerlijke week in Angeles city hebben we besloten om ons verblijf in de Filippijnen over enkele weken hier ook maar te beëindigen. Het is tenslotte toch ook een beetje vakantie voor ons!

Manila! Geen vakantie in de Filippijnen is compleet zonder een kort verblijf in Manila?

Het voordeel van de bus van half een naar Manila is dat je in een overgangsgebied van hoteltijd terecht komt. Een soort niemandsland voor hotelgasten. Uitchecken voor twaalf uur, je kan de tijd nemen en lekker lang op de kamer blijven, en na een reis van ongeveer drie uur wacht er aan de andere kant van je reis een frisse hotelkamer en een vers bed.
“Fly the bus” van de Swagman was zoals verwacht op tijd. Alleen waren de medepassagiers, zoals gewoonlijk, vreemd. Een mix van oudere en jongere mannen en een vreemde oudere, waarschijnlijk Filippijnse vrouw. Wij bleken de op twee na laatste passagiers die werden opgepikt. Op de eerste rij achter de chauffeur lag een wat corpulente, zeg maar gerust dikke, Australiër, zo bleek later, op de bank in een positie zodat hij twee stoelen voor zichzelf nodig had. Nu heb ik vanzelfsprekend wel eens vaker met dat bijltje gehakt. Rust en overwicht zijn het beste middel om zo’n probleem op te lossen.
Demonstratief keek hij over zijn schouder door de opening tussen de hoofdsteunen als teken dat we maar ergens anders plaats moesten nemen. Nou, dat zou niet gebeuren. Lyka kijkt me vragend aan en ik ga haar voor om naast de Australiër plaats te nemen. Deze mini-busjes zijn zo gebouwd/ingericht dat ze plaats bieden aan drie Aziatische personen naast elkaar met een totaalgewicht van laat eens zeggen iets over de tweehonderd kilo. Neem mijn negentig en Lyka’s vijftig kilo dan zitten we samen al over het gemiddelde dat voor de drie stoelen is ingericht.
Ik schuif op mijn plek en Lyka neemt plaats op de halve stoel die nog vrij is. Dan begint het kontje draaien en langzaam opschuiven totdat we op onze plaatsen zitten waar we recht op hebben. De zonnebril gaat omhoog en de jongeling bekijkt me van kop tot teen. Het vizier is omhoog en dat ik een goed moment om een psychologisch charme offensief met drang in te zetten.
‘How’ yar doin’?’, is mijn klassieke opening.
Hij schrikt, schiet wat op en is weer een centimeter of drie gewonnen.
‘OK, how’ about yourself?’, spreekt hij automatisch.
‘Not bad!’
Het begin is er en ik win weer een centimeter. De eerste klap is een daalder waard en alle plaats die we hebben gewonnen is meegenomen. Uit ervaring weet ik dat er nog passagiers zijn die voordat we ècht vertrekken nog moeten betalen. Bij het “Swagman Resort” voor de deur moet hij naar het papiergeld in zijn broekzak grijpen. Hij is verplicht om overeind te komen om de weg naar het geld in de broekzak van zijn korte broek vrij te maken. Dat is een winst van zeker tien centimeter!
Wanneer hij voorover leunt om de chauffeur een briefje van duizend peso te overhandigen moet hij met zijn dikke kont van de zitting omhoog komen. Ik neem de laatste twaalf centimeter van hem over en hij weet dat hij de slag en oorlog om de stoel naast hem heeft verloren. Mokkend probeert hij rechtop te komen en bij elke schokkende beweging van zijn lichaam neem ik nog meer centimeters op de smalle bank van hem over. Hij capituleert en gaat zo rechtop als mogelijk zitten en probeert wat in te schikken zonder het comfort voor de bijna drie uur durende reis te verliezen.
Een half uur later glijden we over de tolweg richting Manila. Vanaf het midden van onze bank heb ik een zicht op het weinig aantrekkelijke landschap dat links en recht geruisloos aan ons voorbij schuift. Een afwisselend dor en nat landschap, met de littekens van de laatste tyfoon doorklieft. Door de voorruit van de minibus zie ik het lelijke verkeer met hun onhandige, brutale en levensbedreigende manoeuvres. Alleen god weet hoeveel mensen elke dag hun leven op de gevaarlijke Filippijnse wegen achterlaten!
En dan verschijnen in de verte, door de grijze smog van honderdduizenden zwarte rook uitblazende motoren, jeepney’s en vrachtauto’s, de woontorens van de miljoenenstad Manila! De vierbaans tolweg lost op in een straat tussen oude verveloze betonnen blokkendozen. Manila was na de 2e wereldoorlog een van de meest verwoeste steden ten gevolge van de oorlog. Hier werd in juni en juli 1945, toen er in Europa al vrede was, nog heftig gevochten tussen de Japanners en de door de Amerikanen ondersteunde Filippijnse guerrilla’s. Manila is een lelijke stad! Misschien wel de lelijkste stad die ik ooit in een derde wereldland heb bezocht?
Ik zet het geforceerd van me af, ik wil hier eigenlijk niet zijn, en wacht gelaten dat het langzaam voortkruipende verkeer ons naar het eindpunt heeft geschoven. Het is zo druk in Manila dat je geen keuze hebt om zelf je snelheid te bepalen. Je drijft mee in de stalen stroom voertuigen en moet al ver tevoren bepalen waar je heen wil want het is al snel te laat! Als een snelstromende bergrivier sleurt het verkeer je mee zonder dat je ook maar een moment kan afremmen of stoppen. Bouwputten in het midden van de weg en viaducten zijn hindernissen als rotsblokken in de bergstroom! De verkeersstroom splijt zich om verder, heftig toeterend, weer aaneen te sluiten.
Bij het “Swagman Hotel”, wat niet meer is wat het geweest is sinds het door een Chinees is opgekocht, komt de bus tot stilstand en we zijn plotseling verworden tot opgejaagd wild. Iedereen die er belang bij heeft, of kan hebben, weet na al die jaren hoe laat de bus uit Angeles City arriveert en velen proberen een paar peso te verdienen. Het is moeilijk om uit te stappen en voordat je een voet op vaste grond hebt gezet is er al van alles aangeboden. Van taxi’s tot iPhones 6 en van meisjes tot antieke zilveren peso munten. De alles overstemmende geur van menselijke urine bereikt je neus.

‘Welkom in Manila’, klinkt het in mijn hoofd.

Gelukkig zien de verkopers al snel in dat er bij ons weinig te halen valt en de menigte verkopers opent zich voor ons als de Rode Zee voor Mozes en zijn volk. Wij lopen samen rustig naar het “Slouch Hat Inn & Hotel”. Het was het tweede hotel waar ik lang geleden, tijdens mijn eerste bezoek aan Manila, sliep en sindsdien blijf ik er komen. Het ligt dicht bij de bushalte en het straalt ouderwetse gezelligheid, tegen het oubollige aan, uit.
Jammer genoeg wordt er door de receptie een spelletje gespeeld want de geserveerde kamer blijkt bezet. Er wordt een andere kamer aangeboden die vanzelfsprekend acht euro per nacht duurder is. Mijn voorstel om die duurdere kamer voor een week te nemen maar wel voor de prijs van de kamer die ik geserveerd heb wordt zonder enige twijfel geaccepteerd en daarmee tevens mijn samenzweringstheorie ontkracht. Maar toch, het blijft verdacht! De kamer is veel lawaaiiger dan we gewend zijn maar is ook groter en zonniger. Een compromis waar we wel een week mee kunnen leven.

Na een handvol ijskoude biertjes gaan we eten bij de “Duck Inn”, een eindje verderop in de straat. Ook hier hebben we mooie herinneringen aan. Twee jaar geleden vierden we hier mijn verjaardag met David en Harry. Een wandeling langs Memory Lane. Wat kan er in twee jaar veel veranderen! Het eten is redelijk maar de prijzen liggen 25% hoger, dan wordt de prijs/kwaliteit verhouding toch wel heel slecht. We spreken unaniem samen af dat het de laatste keer was dat we hier hebben gegeten. Voor dat geld moeten we wat beters kunnen vinden!

Een lange dag maakt na nog enkele biertjes in de Slouch Hat plaats voor de nacht. Ik vraag me in gedachten af wat we hier eigenlijk doen en denk aan het zwembad dat we vanochtend hebben achtergelaten in Angeles. Welterusten

vrijdag 27 november 2015

Filippijnen: Vertier

Angeles City (Walkabout Hotel (Poolside 01)

Er is geen wezenlijk verschil tussen de dagen in het verlaten vissersdorp en de dagen in het drukke Angeles City. De dagen smelten naadloos aaneen en worden dragelijk door dezelfde routines en op gezette tijden onderbroken door maaltijden. De boeken en films zijn hetzelfde maar de maaltijden worden meer gewaardeerd omdat je gewend bent geraakt aan de povere maaltijden van de armen der aarde.

‘Wanneer je niet blij bent met wat je hebt, hoe kun je dan blij zijn meer?’

Deze spreuk las ik voor de eerste keer in 1999 in een tempel bovenop een berg in Mae Hong Son. We hadden die berg in alle vroegte beklommen om de zon te zien opkomen boven een benevelde hoogvlakte. Die spreuk spookt, sinds ik hem voor de eerste keer heb gelezen, altijd in mijn achterhoofd. Bij alles wat ik doe, zie of eet! Bij elke ervaring, geluid of beeld!
Het is een filosofie van de Boeddha. Die Boeddha die mijn leven, na al mijn omzwervingen in Azië, indringend verandert heeft en mijn koers gewijzigd in de juiste richting. Met hoe weinig kan een mens op latere leeftijd tevreden? Hoeveel kan een mens van een simpele maaltijd met goedkope wijn genieten? Vragen waarop ik geen antwoord kan geven. Wat ik wel weet is dat een mens zich eerst moet bevrijden van het juk der consumptie. De machtige machine van de rijken der aarde die alleen maar bedoelt is om ons onzinnige producten aan te smeren, te verspillen en zo snel mogelijk ons geld afhandig te maken. Het hele systeem berust op de indoctrinatie dat we nooit genoeg hebben en altijd meer willen. Wanneer je die cirkel weet te doorbreken ben je verlost!

‘Besparen wanneer het kan en uitgeven wanneer het moet!’

Is een regel die ik mezelf tijdens al mijn reizen in het verre Oosten heb aangeleerd en die ik hier ook in de praktijk breng. Angeles City, de City of Sin, een vieze stad die in de jaren zestig en zeventig als een kankergezwel aan een Amerikaanse luchtmachtbasis is gegroeid. Het was bestemd voor de R&R voor het Amerikaanse personeel van de luchtmacht, landmacht en marine. Er is sinds die tijd niet veel verandert! De militairen hebben plaats gemaakt voor vrijgezellen, weduwnaars en leugenaars uit Australië, Europa en Azië. Het is voor de buitenstaanders en moraalridders dan ook een plaats om links te laten liggen.
Zelf heb ik het hier, omdat ik niet tot de bovenstaande groepen behoor, prima naar mijn zin. Ik ga graag al vroeg op pad en ben ook weer vroeg in het hotel. De happy hour prijzen zijn daar een belangrijke reden voor. Op straat mag er slechts beperkt reclame worden gemaakt voor wat er zich achter de gesloten deuren en gordijnen afspeelt. Dat hebben ze hier snel geleerd van de fouten die in Thailand zijn gemaakt. De namen hebben meer met de fantasie of herkomst van de eigenaar van de gogo-bar te maken dan met het geboden entertainment!
De eerste gogo-bar die ik binnen stap valt meteen in de categorie “opdrinken en wegwezen!”. Mijn biertje wordt geserveerd met het voor Angeles kenmerkende servetje om de hals gedraaid. Het verhaal gaat dat dit een gewoonte is geworden sinds een uitbraak van leptospirose oftewel de rattenpisziekte in een ver verleden. Maar niemand in Angeles City kan me vertellen wanneer die uitbraak van leptospirose zou zijn geweest of hoeveel soldaten er aan gestorven zouden zijn. In principe maakt het weinig uit want het maakt je biertje, dat nu SMB (San Miguel Beer) heet, alleen maar feestelijker. SML (San Miguel Light) is de tegenhanger en ook de reden waarom ze de namen hebben aangepast ergens in de afgelopen twee jaar.
Op een stuk of tien enorme LCD schermen speelt een videoclip van een Amerikaanse Hip-hop rap-duo. De muziek staat zo hard dat een gesprek bij voorbaat al is uitgesloten en de bas stompt je bij elke dreun van de speakers in je maag. Het is mijn muziek in ieder geval niet maar een groep Amerikaanse jongens, inclusief achterstevoren gedraaide honkbal petjes, driekwart schreeuwende shorts en opzichtig gekleurde Nike gymschoenen, vermaken zich prima. Een wijnkoeler gevuld met gele pingpongballen wordt door een van de jongens onverwacht geleegd op het podium en de danseressen duiken over elkaar heen als dolfijnen. Een wirwar van lichaamsdelen is het gevolg.
Een enkele danseres, die zonder enige twijfel op de been blijft en doordanst, kijkt met afschuw naar de collega’s die over elkaar heen duiken om zoveel mogelijk balletjes te bemachtigen. Die balletjes brengen namelijk geld op en dat is ook de reden waarom die meisjes hier staan te dansen. Geld! Voor vijf euro per avond staan ze hier vanaf vijf uur ’s middags tot twee uur ’s nachts zichzelf uit te sloven. Hun uniformen zijn een mengsel van een witte bikini met overblijfselen van oude vitrage’s. Persoonlijk kan ik het niet prikkelend noemen wat ik zie. Maar ik ben geen expert op dit gebied. Als ik een cijfer voor het geheel zou moeten geven dan zou dat zeker geen voldoende zijn.
Terwijl ik over “Fields Avenue” terug richting ons hotel loop probeer ik me bij de namen van de bar en de kleding van het deurpersoneel voor te stellen wat ik binnen zal aantreffen. Een onmogelijke opdracht! En dat is ook precies de reden waarom ik bij “La Bamba” binnenstap. Het licht is gedempt rood en uit de muziekinstallatie klinken de Rolling Stones. Ik wordt direct herkend en de serveerster bied me dezelfde kruk aan als eergisteren.

‘SMB’, zeg ik tegen het meisje achter de bar en ik krijg het biertje exact hetzelfde geserveerd als in de bar die ik ben ontvlucht.
De muziek bepaalt wat voor soort klanten en mannen hier binnen zitten. Ze zijn allemaal, geen enkele uitzondering, boven de veertig. Op het podium staan een twintigtal meisjes in gouden bikini’s te dansen. Ik denk voor een moment na. Waren die bikini’s twee dagen geleden ook goudkleurig? Niet dat het belangrijk is maar ik meen me van vorige bezoeken aan Angeles City te herinneren dat ze voor elke dag van de week een andere kleur bikini op voorraad hebben.
Ik drink van mijn biertje en zie twee mannen, 100% zeker Australiërs gezien de kleding, binnenkomen. Ze staan direct voor het gordijn als zoutpilaren bevroren in de tijd. Die zijn hier voor het eerst! Dat is ook 100% zeker. Ze kunnen hun ogen niet van de dansende meisjes af houden! Ze nemen na enkele minuten plaats op een van de banken aan de overkant van de bar en bestellen onwennig wat te drinken.
Onwennig omdat ze hier voor het eerste zijn. De serveerster moet eerst de hele drankkaart inclusief de prijzen oplezen voordat de twee tot een beslissing kunnen komen. Het opsteken van mijn wijsvinger naar het meisje achter de bar is voldoende voor mij om een volgend biertje te krijgen. Een Coke Zero en een SMB worden geserveerd en het bonnetje gecontroleerd.
De dansers worden gewisseld en gaan over tot de verplichte animatie van de wachtende klanten. Zij weten, uit de oogopslagen van de klanten, wie er een potentiële klant is of wie waarschijnlijk zal bezwijken voor het geven van een lady-drink. Een wandeling rond het podium terwijl Rod Steward vraagt of we hem sexy vinden. Enkele van de meisjes raken verstrikt in de grijpende tentakels van een van de toeschouwers. Het wordt druk voor de serveersters die de “lady-drinks” moeten serveren. Ook deze lady-drinks brengen voor de meisjes geld op.
Geld, dat is de enige reden dat die meisjes hier zijn. Geld, om hun arme familie elders in de Filippijnen te voeden. Geld, om hun leven enigszins te verbeteren. Soms komt er meer bij kijken. Een nieuwe partner die maandelijks een paar centen stuurt? Een nieuw leven in een ver vreemd land? Maar altijd met de gedachte om het leven van hun arme familie thuis op hun geboortegrond te verzachten of te verbeteren.
Ik bestel nog een biertje terwijl AC/DC over de snelweg naar de hel rijdt. Ik ken geen medelijden meer. Bedelaars zijn gewone medemensen. Ik ken wel respect. De danseressen verwisselen weer van plaats en de molen draait langzaam verder tot sluitingstijd. Één veertig voor een biertje is best te doen met deze oneindige klucht voor mijn ogen!

dinsdag 24 november 2015

Filippijnen: Angeles City

Angeles City (Walkabout Hotel (Poolside 01)

Goede morgen wereld, goedemorgen Angeles City! Om half zeven open ik mijn ogen in een vreemde wereld. Een reukloos hoofdkussen en bed. Buiten is er rumoer van de schoonmakers en ik ruik gebakken eieren. Terwijl ik de waterkoker aanzet voor de eerste koffie van de dag kijk ik naar Lyka die nog slaapt als een roosje. Het is heerlijk om hier te zijn. Ik trek de gordijnen open en kijk naar het zwembad. Ècht vakantiegevoel.
Met mijn eerste kop koffie binnen handbereik kijk ik een stuk van mijn verhaal van gisteren na. Ik vul wat zinnen aan, verwijder of verander woorden en schrijf het einde. Ik geniet ervan om weer zo in de weer te zijn. Waar ik niet van geniet is de koffie. De eerste slok was als een klap in mijn gezicht. Wat is die eerste kop Nescafé smerig! En dan ook nog te bedenken dat ze hier niets anders hebben, dat wordt ’s morgens dus afzien. Plannen voor vandaag heb ik niet! Vandaag doe ik waar ik zin in krijg of wat er in me opkomt.
Na een eerste duik in het zwembad droog ik me lichtjes af en neem plaats in een stoel voor onze kamer. Ik lees op dit ogenblik “De fatale driehoek” van Peter Fröberg Idling. Een boek over de goede voornemens waar achteraf niets van terecht komt. De “Khmer Rouge” vermoorde meer dan 25% van de bevolking van Cambodja. Een bezoek aan de “Killing Fields” en “de S-21 gevangenis” vergeet ik nooit meer! Waarom praten we nog wel over de Joden maar worden de moorden in naam van het Socialisme verzwegen? Propaganda? Ik denk het wel, en daarom heb ik niets meer met politieke partijen die zich laten leiden door een geloof of idealisme.
Zodra Lyka wakker is en in de deur van de kamer verschijnt zoeken we een plaatsje aan het zwembad voor ons eerste ontbijt. Wat heb ik hiernaar uitgekeken! Ik heb niet lang nodig om te beslissen wat er op mijn bord gaat verschijnen! Een “Full Ozzie Breakfast” en voor Lyka, die iets meer tijd nodig heeft om te beslissen, een “Phinoy Bangus Breakfast”. De nationale vis van de Filippijnen. Het smaakt ons prima en het is een goede start van onze eerste dag in Angeles City. 
Er hangt ’s morgens op dit tijdstip een heerlijke rust rond het zwembad achter het hotel. Ik ben nu voor de vierde of vijfde keer in dit hotel. Het is een populair hotel, gisteren heb ik geprobeerd om te boeken. Aan het einde van ons verblijf gaan we hier nog een dag of tien naar toe. Met nog twee maanden te gaan was er nog slechts een kamer beschikbaar, en dan ook nog maar voor zes nachten. Gelukkig krijgen we een duurdere kamer voor dezelfde prijs zodat we niet naar een ander hotel op zoek moeten of ons verblijf in Angeles afstellen.
Na het ontbijt vertrekt Lyka naar de kapper/schoonheidssalon om haar haar en nagels te laten doen. Ze kijkt hier al vijf weken naar uit dus ze is erg opgewekt. Ik blijf alleen achter in onze kamer naast het zwembad. Met mijn handen achter mijn hoofd lig ik op mijn rug op bed en kijk naar het plafond. Ik probeer wat van de raadsels van het leven te ontrafelen, mijn gevoelens en gedachten te analyseren, tevergeefs. Ik kom niet veel verder dan gisteren maar dat kan niet de pret bij me wegnemen.
Om twee uur is Lyka nog niet terug en mijn maag begint opnieuw te knorren. Ik besluit om maar eens te gaan kijken waar ze blijft. Ze heeft me verteld naar welke haarsalon ze zou gaan maar je weet het nooit, ze kan zomaar op andere gedachten zijn gekomen. Ze zit nog steeds met haar haar in een of andere chemische crème en een vrouw zit aan haar teennagels te wroeten.
‘Nog een uur!’, roept ze zodra ik binnenstap.
‘Dan ga ik naar SM Clark! Bel me wanneer je daar bent?’
Enkele seconden later sta ik weer buiten in de brandende zon. Ook hier in Angeles City lijkt het verkeer meer dan verdubbelt. Het ergste is nog dat ze nergens rekening met voetgangers houden. Hoge betonnen barrières staan in het midden van de weg, zover als het oog reikt, opgesteld. Voetgangers zijn er wel maar ze bestaan voor de gemeente niet! Mensen met weinig geld zullen altijd nog proberen een goedkope tricycle te nemen zodat ze niet in de zon hoeven te lopen en bruin worden.
Onderweg is de confrontatie met de armoede niet te ontlopen! De weggegooide kleding in de gemiddelde zak van Max is beter dan wat de mensen hier op straat dragen. Een jongetje van een jaar of acht, ik schat maar wat want door de slechte voeding hebben de meeste kinderen hier een ontwikkelingsachterstand, ligt in een hoek van een portiek op een kartonnen doos te slapen. Ik vraag me af waar de middenklasse van de Filippijnen is. Bestaat die wel? Òf is het hier alleen maar rijk en arm? Wie wel geld hebben zijn de expats, die lopen met hun minnaar, vrouw of vriendin op straat en zijn goed gekleed. Het is ook veelal deze groep die in de restaurants te vinden is.
Jonge meisjes in schooluniformen flirten met me. Een buitenlandse man alleen is een mogelijk doelwit. Nooit geschoten is altijd mis! Aan de andere kant kan die man de weg uit de armoede zijn voor jouw en je familie. Het is een vreemde wereld waar je je niet te ver in moet verdiepen want dan wordt je uiteindelijk gek.
“SM Clark”, zoals dit grote winkelcentrum heet, is aan het veranderen. Veel kleinere winkels zijn verdwenen of verhuisd en de grotere internationale modeketens hebben nu ook hier een filiaal geopend. Dus er moet geld in omloop zijn! Binnen, in de verkoeling van de airconditioning, gonst het van de activiteit en de blanke mannen die met hun partners in grote pick-up trucks zijn komen winkelen. Maar hier merk ik dat de Filippijnse middenklasse echt wel bestaat. En willen dat ook graag aan iedereen laten zien!
De fastfood restaurants puilen uit van de Filippijnse gezinnen met dikke kinderen die zich volstoppen met te zout, te vet en te zoet eten. Aangevuld met enorme bekers frisdrank die strak staan van de overvloedige suiker. De mensen in Azië worden steeds dikker! Veel dikker! Door hun verandering van dieet en het gebrek aan beweging gaan er straks hele generaties verloren aan welvaart ziekten.
Ik loop wat rond om het wachten te versnellen en bemerk dat alles hier veel duurder is geworden dan twee jaar geleden. De goedkope tijden zijn definitief verleden tijd en om hier rond te komen met een Nederlandse AOW uitkering moet je ook zuinig leven. Eindelijk is mijn blije Lyka daar. Haar haar ziet er prachtig uit en wij duiken neer bij de gouden bogen. Na al die weken rijst is een Big Mac Menu toch wel lekker! Nog een bakkie koffie en dan voor het eerst in Angeles City een biertje drinken.
De eerste biertjes van de dag drinken we op het, nog heel rustige, terras van de 7-11 in het “Clark Jeepney Station”. Opnieuw die armoede en bedelende kinderen terwijl de ouders van een afstand etend en bier drinkend hun kroost in de gaten houden. Het doet mij niets meer! Ik heb het nu zo vaak en van zoveel verschillende kanten gezien dat ik het misdadig vindt! Die ouders zouden moeten worden gestraft, en dan zijn de kinderen zeker ook nog beter af.
Na nog een biertje, Lyka heeft een San Miguel bier met appelsmaak??, gaan we samen richting het hotel. Het avondeten wordt niet gepland want Lyka gaat bij haar zus op bezoek en ik duik een van de vele gogo-barren in. Gedempt rood licht, airconditioning en jaren 70/80 rockmuziek. Een clientèle van gepensioneerde kalende mannen wordt vermaakt door een groep schaars geklede dansende meisjes op een klein podium. Happy Hour: € 1,40 een flesje bier en € 1,30 voor een rum-cola.

Maar daarover later meer!
Copyright/Disclaimer