zondag 20 september 2015

Nederland: Het vertrek komt langzaam naderbij!

Zaltbommel

Haast negentien maanden verblijven we nu in Nederland. Het waren geen gemakkelijke maanden. In die negentien maanden hebben genoeg ellende en tegenslagen over ons heen gekregen voor tien jaar. Ik wil niet op de details ingaan want dan lijkt het op klagen.
Je hebt het zelf niet altijd voor het kiezen en dan ik ga er maar vanuit dat Boeddha ons wilde testen en voorbereiden op betere tijden. Drie maanden en twaalf dagen geleden moesten we ook, geheel onverwacht, afscheid nemen van mijn moeder, slechts 72 jaar. Ik had al heel wat kleine depressies weg gevochten tijdens ons verblijf in Nederland maar deze was zwaarder dan alle andere depressies bij elkaar opgeteld. Wij zijn al geen al te grote familie maar met dit vertrek kan ik mijn familieleden op twee handen tellen.
Vandaag plukken we de appel van de boom waar mijn moeder zo trots op was. De boom die ze elke ochtend als eerste zag en waar ze af en toe voor opstond om te kijken of het wel goed met de boom ging. De boom waar ze blij mee was. De boom die het leven voor haar symboliseerde als een cyclus van leven, geboren worden en de dood. Het onvermijdelijke zoals zo mooi beschreven door Adriaan van Dis in zijn boek “Ik komt terug”.

Vandaag plukken we de enige appel van deze oogst en eten hem met mijn moeder in onze gedachten. Er is een symboliek aan deze appel verbonden zoals aan de appel die Adam en Eva uit het paradijs verdreef. Deze appel verdrijft ons eindelijk weer voor een paar maanden uit het paradijs dat Nederland heet.
Via Thailand gaan we voor een langere periode naar de Filippijnen. Niet op vakantie maar beter gezegd “in retraite”, we verblijven in een vissersdorp aan de westkust van Luzon, het grootste eiland van de Filippijnen. Ik ga proberen mijn onrustige geest en lichaam tot harmony met de natuur te brengen. Het materialisme uit me te bannen en me voor te bereiden op de laatste jaren van mijn leven. Dat klinkt zwaarder dan ik het bedoel. Dermate je ouder wordt des te meer ga je denken, en beseffen, over de dood. Sommige van ons beginnen aan vreemde diëten of gaan hardlopen of fietsen. Of het nu heeft weet ik niet, maar een gezonde geest leeft in een gezond lichaam.
We gaan enkele maanden leven zoals de arme lokale bevolking in een vissersdorp. We verblijven in een piepklein kamertje in het huisje van mijn schoonmoeder. De koude douche is een van de weinige luxe! Geen ramen of deuren, geen gas en alleen lokaal voedsel. We hopen tijdens ons verblijf wat te kunnen sparen voor de laatste maand van ons verblijf in Azië en wat extra hulp aan mijn schoonmoeder te geven.
We gaan de dagen vullen met een dagelijkse wandeling, schrijven, muziek luisteren, lezen en een film kijken op mijn laptop. Het grootste avontuur zal in de eerste weken bestaan uit het vrijdagbezoek aan een kleine kruidenierswinkel en de markt in een stadje zestien kilometer verderop.
Ik zal zeker weer pogen mijn dagelijkse weblog te schrijven. Ik kan het niet beloven om dagelijks te schrijven maar ik zal toch mijn best doen om het leven in het verre Azië zo goed mogelijk over te laten komen.

dinsdag 14 juli 2015

Thailand: Op weg naar huis

Zaltbommel

Het is pas half vijf in de ochtend wanneer mijn wekker voor de eerste keer vandaag zijn geluid laat horen. Redelijk uitgerust strompel ik uit bed naar de wc om direct met mijn eigen spiegelbeeld te worden geconfronteerd. We hebben het weer overleeft! Vier weken Pattaya! Wat voor de één een heerlijke vakantie is kan voor de ander een straf zijn.
Ik kijk mezelf verbaasd aan en vraag me af wat ik in mijn hoofd had toen ik besloot zonder mijn vrouw naar Pattaya af te reizen. Dat doe ik dus nooit meer! Op de automatische piloot pak ik mijn rugzak en reiskoffertje in. Alles vindt een plaatsje en zodra de wekker om vijf uur voor de tweede keer afloopt realiseer ik me dat het nu middernacht is in Nederland. Met een beetje geluk ben ik over ruim vier en twintig uur weer thuis in Zaltbommel.
De minibus van Bell Travel Service is precies op tijd om me naar het grote busstation van Pattaya te brengen vanwaar er een grote touringcar naar de luchthaven van Bangkok rijdt. Ik probeer me niet te ergeren aan de schofterige chauffeur die me afsnauwt alsof ik een hond ben. Dit is het nieuwe Pattaya denk ik dan maar.
Ik heb twee zitplaatsen gekocht en dan schept de gebruikelijke problemen. Ze tellen de hoofden en komen bij elke telling een passagier te kort  kort terwijl alle buskaartjes zijn ingenomen. Mijn eerste poging om uit te leggen dat ik voor twee mensen heb betaald wordt met een boos ochtendgezicht weggewuifd. Ik laat me weer achterover zakken en terwijl de toiletten en de winkel van het busstation worden doorzocht naar de vermiste passagier onderneem ik een nieuwe poging om de juffrouw met de kaartjes uit te leggen dat ik voor twee plaatsen heb betaald. Ook deze keer spuwen de ogen vuur en het is me duidelijk dat ik mijn mond moet houden totdat de problemen zijn opgelost! Weer zak ik onderuit en laat ze maar zoeken. De kaartjes worden nu op het dashboard gesorteerd in een kakofonie van Thaise (scheld)woorden. Elke stoel wordt nu met de nummers op de kaartjes vergeleken en bij stoel 11 en 12 treffen ze alleen mij aan.
Ik overhandig de twee plaatsbewijzen en met een sjagerijnig gezicht een ondervragingstoon vraagt de juffrouw: ‘Where you friend?’
Rustig wijs ik naar mijn rugzak en op dat moment beseft ze dat ik haar dat al twee keer eerder had willen vertellen! Safe face! Vloekend in het Thais en zeker mij de schuld gevend verteld ze de chauffeur dat de groep compleet is en dat hij eindelijk kan vertrekken.
Met elke kilometer die de grote touringcar dichterbij de luchthaven komt klaren mijn gedachten op. Ik voel de glimlach langzaam weer op mijn gezicht verschijnen, de mist in mijn geest trekt op en de terugreis voelt als een ontsnapping uit deze wereld. Een surrealistische wereld die me doet denken aan het oude Indonesië uit “De stille kracht” van Louis Couperus. Een klamme vochtige wereld waarin menig man ten ondergaat aan de verveling, de eenzaamheid en de drank. Het is moeilijk te begrijpen wat de drukkende vochtige hitte in de tropen met je geest kan doen. In “Ze komt terug” van Adriaan van Dis wordt hetzelfde probleem door de moeder van de schrijver ook zeer precies geschreven.
Op het toilet in de luchthaven ziet mijn spiegelbeeld er voor mijn gevoel heel anders uit. Mijn ogen staan niet meer zo flets, ik denk zelfs een schittering van geluk in mijn ogen te zien. Mijn ontsnapping is gelukt en morgen ben ik weer thuis bij mijn vrouw. Het is belangrijk na deze zware weken de draad weer op te pakken en de depressiviteit uit mijn leven te bannen. Mijn moeder komt, in tegenstelling tot die van Adriaan van Dis, nooit meer terug maar ze zal in mijn gedachten toch wel voortleven.
Haast filosofisch denk ik ook na over mijn eigen toekomst. Ben ik de volgende die het huidige voor het eeuwige verwissel? Of heb ik nog heel wat mooie jaren voor de boeg? Niemand kan dat met enige zekerheid vertellen. Het beeld van een mens die in minder dan een week aftakelt van een strijdbare vrouw tot een leeg vleselijk omhulsel in een goedkope houten fineer kist blijft wel voor eeuwig op mijn netvlies.
Tijdens de vlucht die meer dan tien uur duurt druk ik per ongeluk op een verkeerde knop van mijn KOBO ereader en daarmee is ook de moeder van Adriaan van Dis voor even uit mijn leven verdwenen. Binnensmonds vloekend probeer ik tegen mijn eigen gedachten in het probleem te herstellen. Helaas heeft de KOBO zich geheel in de nieuwstand gezet en daarmee alle instellingen en boeken gewist. Het maakt de tien uur aan boord van het vliegtuig twee keer zo lang.
Hoewel dit een droge dag had moeten worden neem ik bij de laatste maaltijd in het vliegtuig toch maar een rood wijntje. Even ontspannen, vergeten, èn vooral vooruit kijken. Naar de toekomst. Waar ligt die toekomst? Ik weet het zelf even niet meer. Wat ik wel weet is dat met elk persoonlijk verlies er een verbinding, een band met Zaltbommel wordt verbroken. Er is steeds minder dat me aan Zaltbommel bind.
Ik sluit voor een paar minuten mijn ogen en laat mijn gedachten de vrije loop. Hoewel ik de vrouw nooit in levende lijve heb gezien zie ik moeder van Dis toch voor me staan, net als mijn eigen moeder, ook een moeder die er niet meer is. Een paar slokken wijn en ik wordt wat melancholisch. Het licht uit en in het donker denk ik naar de wereld die met acht honderd kilometer per uur onder ons door glijd.
Is het jachtige leven op zoek naar fortuin het eigenlijk wel allemaal waard? Of kun je maar beter een eenvoudig leven leiden? Het antwoord op deze vraag kun je pas geven wanneer je je laatste adem hebt uitgeblazen. Ik geloof in ieder geval in geestelijke rust, en een leven niet gebaseerd op bezittingen maar op geluk.

woensdag 24 juni 2015

Thailand: Opgelicht?

Pattaya (Phil's Place)

Mijn eerste week zit er bijna op en er gebeurt maar weinig. Of misschien beter gezegd, ik doe maar weinig! Wat moet ik hier in Pattaya hemelsnaam nog doen? Na al die dagen, weken, maanden en jaren die ik in Thailand heb rondgezworven is het eigenlijk wel allemaal gedaan en gezegd. Mijn motivatie is dan ook tot onder het vriespunt gedaald. Ik mis mijn vrouw nog het meest, eenzaamheid is niet het gevoel dat ik wil omschrijven maar het is meer het gemis. Steeds vaker realiseer ik me dat mijn moeder er ook niet meer is om me te begroeten wanneer ik weer eens van een reis terugkom.
In het begin van dit jaar schreef ik ook al over vijf en vijftig, een vreselijke leeftijd voor mijn gevoel. Het besef dat het leven eens zal eindigen is opgelaaid en ik denk dat het een proces is die de meesten van ons doormaken. Het verliezen van je ouders is de laatste psychologische stap naar het besef dat nu jou leven zal eindigen. Gelukkig krijgen we geen bericht over wanneer het zal eindigen maar we hopen stilletjes wel dat het snel en pijnloos zal zijn want uiteindelijk is ieder mens gedoemd om weer een te worden met de kosmos.
Ik vul mijn dagen met lezen, een beetje op bed liggen in een verkoelende bries uit de ventilator. Radio2 altijd op de laptop en mijn vrienden en familie in mijn gedachten. Gelukkig kan ik nog steeds genieten van de heerlijke goedkope gerechten die hier overal worden aangeboden.

En dan op een woensdagavond wordt ik geconfronteerd met de donkere zijde van Thailand! Na een gezellige middag met Peter en Jan bij de apotheek besluit ik om eindelijk maar eens bij dat Japanse straattentje aan de Third road te gaan eten.

Het eten was heerlijk en de bediening vriendelijk totdat ik moest betalen. Ik haal demonstratief mijn zuurstokroze Filofax tevoorschijn en laat nadrukkelijk het briefje van 1000 baht aan de ober zien. Aan de ongeïnteresseerdheid van de ober lees ik af dat ik vanavond aan de beurt ben.
En ja hoor! Hij komt terug met de rekening en een schaaltje met 500 baht te weinig. Mijn eerste beklag valt op doveman’s oren. Het volume van mijn stem gaat met twee stappen omhoog en de eerste andere gasten raken geïnteresseerd in het meningsverschil dat ik met de ober heb. Niet veel later komt hij kijken wat er fout is. Voorzichtig en met veel respect en theatrale armgebaren leg ik hem uit dat hij een fout heeft gemaakt. Ik heb hem een briefje van 1000 baht gegeven en hij heeft mij van 500 baht teruggegeven.
In Thailand bestaat er een ongeschreven wet dat je nooit, en dan ook nooit een fout zal toegeven. “Losing Face” heet dat zo mooi, ik weet niet eens of er wel een Thais woord voor bestaat maar dat betwijfel ik want daar zijn ze dan ook weer veel te narcistisch voor. Na enkele minuten welles en nietes te hebben gespeeld en wij beiden onze argumenten aan elkaar kenbaar hebben gemaakt loopt hij zonder wat te zeggen weg. Voor hem is het probleem opgelost!
Een voorbij lopende serveerster pakt het schaaltje met geld op en wil het begeleidende bonnetje nog een keer afrekenen. Een luide kreet van een dikke jongen, die later de bedrijfsleider blijkt te zijn, is voldoende voor haar om het schaaltje direct weer los te laten alsof het gloeiend heet is.
De dikke jongen houdt me, vanuit zijn ooghoeken, nauwlettend in de gaten. Zodra hij beseft dat ik geenszins van plan ben om de zaak te verlaten voordat ik mijn geld heb komt hij polshoogte nemen. Ik vertel hem netjes, op een volume dat de gehele clientèle mee kan luisteren, dat ik 100% zeker ben van mijn zaak. Hij roept de betrokken ober erbij en ze beginnen samen een gesprek is het Thais waarbij het glimlachen van de twee weinig goeds voorspeld. En dat lost niets op want ook de oplichtende ober claimt 100% zeker te zijn van zijn zaak.
Als scherprechter begint de dikke jongen de balans van de kassa op te maken om zo aan te tonen dat er geen kasverschil is! Alsof ik voor zoiets doms zou vallen? Die 500 baht zitten bij de dief in zijn zak of onder de lade wanneer ze allemaal meedoen in het complot. Hij laat me een strook papier met een hoop getallen zien en met een triomfantelijke grijns van een misdadiger verteld hij me dat de kassa klopt.
Ik sta plotseling op en voor een moment gun ik hem het zoete gevoel van de overwinning. Hij kijkt triomfantelijk naar het bedienend personeel en de koks die alle activiteit nauwlettend in de gaten houden. Wanneer hij weer bij de les is kijkt hij opnieuw naar het schaaltje geld dat ik nog steeds niet heb aangeraakt. Hij voelt dat er iets mis is!
Mijn rechterhand verdwijnt in mijn broekzak en ik haal mijn kleingeld tevoorschijn, ‘Tang Lek!’ Ik zie angst in zijn ogen verschijnen want nu blijkt de opgelichte en lichtelijk aangeschoten “Falang” ook nog eens wat Thais te praten. Mijn kleingeld verdwijnt weer in mijn broekzak en nu haal ik mijn roze agenda tevoorschijn, ‘Tang Yai! Pan Nueng!’ Ik haal een stuk of vier briefjes van 1000 baht uit mijn agenda en ik voel zijn ogen door de geopende portemonnee gaan waar hij nog meer briefjes van 1000 baht ziet zitten.
Als laatste speel ik de troefkaart van mijn Thaise rijbewijs. Het is de bedrijfsleider nu wel duidelijk dat hij niet met een dronken toerist heeft te maken. Ik spui nog wat woorden en termen die alleen mensen kunnen kennen wanneer ze veel tijd in Thailand, en met name niet in de toeristengebieden, hebben doorgebracht.
Hij voelt zich betrapt, dat is duidelijk aan zijn lichaamshouding af te lezen. Hij is duidelijk niet geamuseerd en roept kort maar krachtig dat de gewraakte ober ‘Ha Roi’, 500 baht, moet komen brengen. Nadat ik mijn geld in mijn broek heb weggestopt bedank ik uitgebreid de troep dieven in spé met de vermelding dat ik overmorgen weer kom eten!
Dat hoef ik dus niet meer te doen. Ik weet uit ervaring dat ik dan gewoon niet meer zal worden bediend. Het is jammer dat zo’n leuke dag met zo’n heerlijke maaltijd aan het einde zo in mineur moet eindigen. Maar toch heb ik er weer wat van geleerd: “Zorg dat je altijd voldoende kleingeld bij je hebt om je maaltijd gepast te kunnen betalen!”

En dan verval ook ik in de meest zinloze bezigheid die hier in Pattaya aan de orde van de dag is: Het zinloos bier drinken uit pure verveling.
Copyright/Disclaimer