dinsdag 30 oktober 2007

Thailand, na twee weken weer in Thailand

Pattaya, 30/10/2007

Zo, het zit er weer op en ik ben terug in Thailand. Natuurlijk heb ik heerlijk uitgeslapen en ben lui opgestaan. Rustig douchen en scheren, een broodje ei op de kamer met een kopje koffie en iets over elf uur stapte ik het hotel uit. De lucht in de verte zag er dreigend uit en onderweg naar de luchthaven vielen de grote druppels al uit de lucht.
Het maakt mij niet zoveel uit om op een luchthaven te wachten. Of ik nu in mijn hotelkamer zit of ik zit op de luchthaven. Lood om oud ijzer, wachten moet je toch. Alleen op de luchthaven voel ik mij rustiger, er kan dan weinig meer misgaan.
Onderweg dacht ik na over de ophef van vloeistoffen en gels in de handbagage. Ik reis nu eenmaal met alleen cabinebagage en dan ga je kijken of je legale toiletspullen kan kopen. Het antwoordt hierop is NEE! Drogisterij na drogisterij heb ik afgezocht voor tandpasta, shampoo en contactlensvloeistof. De meeste zijn altijd nog 120 ml of ultra klein 50 ml, dat zal wel afstammen van een Engelse inhoud of gewichtmaat.

Ik vraag mij af hoelang deze grondstoffen en mankracht verspillende operatie nog zal duren. Maar zouden de producenten hierop inspelen? Nee, natuurlijk niet. Want alles wat aan de ene kant wordt weggegooid moet aan de andere kant weer worden gekocht, we spreken hier over een miljardenspel. De andere zijde is dat wij als consumenten altijd een schuldgevoel van verspilling en vervuiling wordt aangepraat. Veel mensen zijn hier gevoelig voor en zitten ’s avonds in het donker met een dikke trui aan voor de plasma of LCD TV. Wij zijn niet de vervuilers en verspillers! Het zijn de producenten die hier verspillen en vervuilen! Wij worden met de meest ingenieuze marketinginstrumenten bespeeld om de economie maar draaiende te houden. Men schrikt er zelfs niet voor terug om hulpeloze hardwerkende burgers onnodige consumentenleningen met wurgrentes aan te praten.
En dan maar praten over de opwarming van de aarde. Dertig jaar geleden was het “Greenpeace” die tegen de kerncentrales streed. Het enige alternatief wat we hadden was gas en olie/kolen. Nu zijn diezelfde mensen tegen gas en olie/kolen gestookte elektriciteitscentrales en wordt kernenergie aangevoerd als de energiebron voor de toekomst. Zo hou je natuurlijk wel iedereen voor de gek en je blijft zelf aan het werk. Wij als consumenten hebben natuurlijk wel invloed op wat er met onze aarde gebeurd, maar goede plannen zoals gratis openbaar vervoer worden meteen de grond in geboord omdat de regering dan een aanzienlijk bedrag aan accijnzen en belastingen op de benzine zou mislopen. En hier komt dan de koolstofdioxide weer om de hoek. Het zou goed zijn voor het milieu en slecht voor de staatskas. Wie wint in dit dilemma? De staatskas natuurlijk, en ondertussen blijft men ons een schuldgevoel aanpraten.
Op de vraag of ik mij schuldig voel omdat ik veel gebruik maak van vliegtuigen moet ik negatief antwoorden. Nee, in zijn geheel niet. De schuld ligt bij onze regeringen met hun dubieus verstrengelde belangen in de industrie. Op het gebied van het milieu en de beveiliging tegen een zogenaamde terroristische aanslag met een vliegtuig. Wanneer men alle gemaakte kosten voor de beveiliging op alle luchthavens ter wereld van één dag zou samenvoegen dan is er geen enkel bedrijf die deze verspilling zou accepteren. De kosten wegen niet op tegen het risico! Deze kosten zouden misschien wel genoeg zijn om een heel hongerlijdend continent te voeden. Maar is dit belangrijk? Nee, geld verdienen wel en ook op de beveiliging zit BTW en het houdt mensen van de straat. Dit alles in het belang van onze grote beschermer, “de Staat”.
De samenzwering die wij de “Democratische Regering” noemen.
Salonsocialisten die er alleen maar op uit zijn om een plaats in de geschiedenisboeken te krijgen en de zakken van hun vrienden te vullen. Aan het einde van hun carrière wachten er dan wel een dozijn aantrekkelijke commissariaten met een gulle beloning. De ene hand wast de andere ten slotte.
“Brood en spelen” was het in de Romeinse oudheid. “Arbeit macht Frei” zette Hitlers legers van werkelozen aan het werk en bouwden de “Autobahn”, samen met goed uitgewerkte en doordachte propaganda. De regeringen van nu spelen in op de angst voor de toekomst, het welzijn van onze kinderen. Men strijd tegen het terrorisme maar de regeringsleiders namen massaal afscheid van de bedenker, Yasser Arafat. “Angst” is het wapen van deze tijd. Angst voor het milieu en angst voor terrorisme. Niets is zo eenvoudig in bedwang te houden dan een kudde bange mensen.

Helaas was mijn vriend niet op de luchthaven en moest ik een alternatief vinden in de vorm van de bus. De Airportbus reed in ongeveer veertig minuten van de “Suvarnabhumi” luchthaven naar het “Ekemai” busstation. Alwaar de bus naar Pattaya vertrekt. Deze tweede bus deed er ongeveer twee uur over, de totale kosten ongeveer 271 Baht per persoon.
Morgen gaat mijn gewone leven weer beginnen en worden de batterijen opgeladen voor de volgende trip naar Laos.

maandag 29 oktober 2007

Singapore, de mangrovebossen van Sungai Buloh

Singapore, 29/10/2007

Ik was al wakker voordat de hoorn op de bouwplaats aan de overkant van mijn hotel acht uur blies. De kou had me gewekt en ik was niet meer in slaap gevallen. Misschien was ik wat koortsig geweest en had de temperatuur van de airconditioning te laag gezet. Maar het maakte weinig uit want vandaag zou ik op pad gaan.
Het zou iets totaal anders worden dan wat ik normaal zou doen in een stad. Ik had al vaker het natuurpark op TV gezien en dat zou mijn eerste bestemming worden. Het “Sungai Buloh Wetlands Nature Reserve”, een estuarium van een rivier met zijn unieke bewoners in het brakke water. De reis van ruim een uur bracht mij naar de noordwestelijke uithoek van de stadstaat.
Om half elf stapte ik uit de bus en had daarna nog een kilometer of twee te lopen voordat ik aan de poort van het park stond. In het weekend en op vakantie en feestdagen rijdt de bus tot aan de ingang, doordeweeks moet er worden gelopen. Gratis entree klinkt een Hollander altijd als muziek in de oren en daar stond ik dan met een plattegrond van het park in de ene hand en mijn GPS in de andere hand. Ik zou zeker niet verdwalen.
De droge regen of natte wind, noem het zoals je wilt, kwam al vanaf mijn vertrek neer. De lucht zag er niet echt naar regen uit dus had ik mijn regencape thuis gelaten. Stil stapte ik het grindpad op waar de steentjes knarsten onder mijn schoenen. Stilte is belangrijk in een park waar je wilde dieren wil zien. Goed onderhouden paden slingerden door een jungle en hier en daar waren observatiehutten en schuttingen neergezet. Je keek stil door smalle spleten naar de vogels en anderen dieren.
Ik stopte bij een paar van die hutten en alle vogels leken hetzelfde voor mij. Wel werd er een mysterie voor mij opgelost! Ik wist namelijk nooit aan anderen uit te leggen wat een zilverreiger was, nu wist ik het. In het Engels is het een “Great Egret”. De drie uitgezette wandelroutes kruisten elkaar hier en daar en in totaal heb ik ongeveer negen kilometer afgelegd. Mooi, insecten, vissen, vogels, krabben, kreeften, eekhoorns, monitorhagedissen en één slang, ik heb ze allemaal gezien. En wat was het meest interessant? Boomkrabben, deze kleine donkereschaaldieren klimmen gewoon in een boom als het tij op komt. Heel vreemd om te zien. Er was ook de mogelijkheid dat je een krokodil zou tegenkomen, gelukkig was dat niet zo want later las ik dat ze heel agressief zijn en in het verleden ook bezoekers hebben aangevallen. Het was al met al heel interessant en ook de kleine permanente tentoonstelling was leerzaam. De tijd was omgevlogen en ik was pas om half twee terug op het “Kranji MRT Station”. Ik had nog plannen gehad om een klooster te bezoeken op de terugweg maar dat bezoek schoot er bij in. Ik moest eerst eten want ik trok nu krom
van de honger. Het zou een lunch worden in de “Funan IT Mall” en dan kon ik ook meteen het nieuwe besturingssysteem voor de Apple bekijken. Heerlijke gefrituurde Dim Sum en noedels met kip in oestersaus, de dunne groentesoep was gratis. Totale kosten SGD 7,50. Na het eten bleef ik nog even nagenieten en maakte mij op voor de laatste zaken in Singapore. Eerst nog naar de “Apple Showroom” en dan naar “Adventure 21” in het “China Centre Point”. Ik had nog wat zaken nodig en wilde ook wel weten waar de reis dit jaar naar toe ging. De eigenaar was niet aanwezig maar hij zou zo terug zijn van zijn uitstapje. En inderdaad, na een kwartiertje stond hij voor mij. De nieuwe bestemming zou weer Nepal zijn, wel een nieuwe trek maar toch weer Nepal. Hij was er van op de hoogte dat daar niet mijn prioriteit lag.
We bespraken de toekomst en kwamen overeen dat we nu echt goed contact met elkaar zouden houden omdat ik echt graag met hem mee wilde op een trek in de bergen. De “Kilimanjaro” was nog steeds een optie en hij was ook bezig met wat nieuwe bestemmingen. Ik kijk er echt naar uit om volgend jaar december iets moois te gaan doen. Nu kan ik dus ook verklappen wat mijn bestemming voor november/december wordt. Laos! Midden november begin ik in het uiterste zuiden van Laos en kijk hoe ver ik in vier weken kan komen. Vientiane is een bestemming en vandaar kan ik dan weer Thailand in reizen.
Mijn dag en mijn verblijf in Singapore zat er nu bijna op. Een beetje internetten en rondhangen zouden de laatste inspanningen zijn van deze korte trip. Ik heb geen zin om een afscheidsbiertje te drinken en lag om elf uur op mijn bed. Morgen terug naar Thailand.

zondag 28 oktober 2007

Singapore, ballen in mijn buik

Singapore, 28/10/2007

De laatste twee dagen stonden geheel in het teken van eten en bier drinken met oude en nieuwe vrienden. Ik voelde mij zaterdag overdag zo slecht dat ik vanuit de airconditioning van de McDonalds rechtstreeks naar de airconditioning van de Starbucks ging gevolgd door de airconditioning van mijn hotelkamer. Ik had in het geheel geen trek om ook maar wat te eten.
Moe en niet echt fit arriveerde ik voor mijn afspraak met Ilgan, hij had hetzelfde gevoel en verder dan een paar stukjes van een “Popia”, een soort koude loempia, kwam ik niet. We dronken een paar biertjes en eindigden bij “Bennie Carabau” voor een laatste biertje en dat was dat. Ik nam afscheid van iedereen en ging slapen ik moest tenslotte om acht uur op.
Ik voelde mij vanochtend een stuk beter dan gisteren, ik had dan wel slecht geslapen en vreemd gedroomd maar dan toch. Om acht uur op en om kwart over tien de taxi. Dat klinkt als ruim de tijd maar vandaag liep het van geen kant, ik besloot om voorlopig maar eens even niet te drinken. Het bier gaat me toch steeds slechter smaken, ik weet ook niet wat er aan de hand is.
De rugzak werd gepakt en ik liep er even snel uit voor een krantje en een broodje ei. Om tien uur precies stapte ik weer binnen in het hotel en in een poep en een scheet was ik op weg met de taxi naar het busstation. De bus stond al klaar en ik was blij dat ik met mij rugzak in de koele bus kon plaatsnemen, precies op tijd reden we het busstation uit op weg naar Singapore.
Ik voelde mij ongemakkelijk. De zaak van het visum, of beter gezegd, het niet hebben van een visum begon nu in me te rommelen. Drie lange uren had ik de tijd om er over na te denken wat er zou kunnen gebeuren. De meest positieve mogelijkheid was dat ik zo kon doorlopen en de meest negatieve was dat ik werd opgehouden en zo mijn bus zou missen om verder naar Lavenderstreet in Singapore te gaan. Die bussen blijven namelijk niet eeuwig wachten.
Met lood in de schoenen stapte ik de roltrap op die mij naar boven zou brengen in het “Immigresen” kantoor van Johor Bahru. Ik had een slechte rij en een paar mensen voor mij, donkergroene paspoorten dus waarschijnlijk Pakistani, werden aan een grondig onderzoek van de papieren blootgesteld. Het leek erop dat de beambte een “Pietje Precies” was. Ik zag mezelf al met een fikse boete achter de tralies. Zeven slagen met de rotan. De rij naast mij ging twee keer zo snel en ik keek zenuwachtig als een misdadiger om mij heen, het zweet parelde op mijn voorhoofd. Toen ik eindelijk aan de beurt was zette ik een gemaakte glimlach op mijn mond en gaf mijn paspoort aan de besnorde man aan de andere kant van het glas. Hij keek in mijn paspoort en keek daarna naar mijn gezicht. Hij bladerde verder en bestudeerde mijn onafgescheurde complete immigratiekaart.
“Eh, ik ben met de trein van Singapore naar Kuala Lumpur gegaan”, stotterde ik.
“OK, no probleem and have a nice day”, antwoordde hij.
Met drie doffe klappen kwam de stempel achtereenvolgens in mijn paspoort en twee keer op de immigratiekaart neer. Pfffffff, dat waren zorgen om niets geweest!
De bus stopte op nog geen kilometer van mijn hotel en na een uur of vijf in de bus is het fijn om even wat te lopen. Geluk was nu aan mijn kant, de eerste druppels daalde neer op het moment dat ik het hotel binnenstapte. Het was de voorbode van een wolkbreuk die een uur zou duren en de gehele straat blank zou zetten. Ik heb het zelden zo hard zien regenen hier in Singapore.
Zo staat er dertig centimeter water in de straat en zo loop je fluitend je hotel uit om een hapje te gaan eten en een wandeling door de stad. Nog één keer Indiaas en dan zou het weer een tijdje Thais en Chinees worden. Natuurlijk bij Komala’s en het smaakte weer erg goed. Tijdens mijn wandeling realiseerde ik dat het nu wel eens een flinke tijd zou kunnen duren voordat ik weer in Singapore kom. Ik heb al veel reizen gepland en geen van die bestemmingen gaan via Singapore. Ook de formule 1 race van volgend jaar wordt overgeslagen en zo zou het wel eens kunnen gebeuren dat ik volgend jaar helemaal niet in mijn geliefde Singapore kom.
Met deze gedachte in mijn achterhoofd probeerde ik wat voor morgen te plannen. Ik wil wel wat gaan doen op mijn voorlopig laatste dag in deze wereldstad. Ik had al heel wat keren een park met mangrovebossen op de TV gezien. Het moest gek zijn als ik dat niet kon vinden.
Net voordat ik bij mijn hotel arriveerde werd ik ingehaald door een groep mannen gekleed in gele gewaden, broeken en/of T-shirts. Ze droegen bosjes takken met bladeren en waren onderweg naar de tempel. Een toeschouwer vertelde mij dat het om Deepavali ging, dat had ik zelf ook wel begrepen. Wat wel interessant was dat ze vuurdansers waren. Gingen ze dan vuurdansen in de tempel? Nee, helaas niet. Ze waren net wezen vuurdansen ergens richting China Town. Misschien leuk om daar morgenavond eens even te gaan rondneuzen. Mijn lange dag zat erop en ik verlangde naar mijn bedje, morgen om acht uur op.
Copyright/Disclaimer