woensdag 25 juli 2007

Sabah, op weg naar Thailand

Kota Kinabalu, 25/07/2007

De maandagochtend stond geheel in het teken van de grote beslissing. We zouden niet via Tawau naar Kota Kinabalu vliegen maar rechtreeks met de bus gaan. In het kantoor van “Air Asia” was alles zo geregeld. De medewerkers waren meer dan vriendelijk maar konden mij helaas geen antwoord geven waarom het via het internet niet was gelukt. Ons oude ticket zou worden gewijzigd en wij moesten een flink bedrag bijbetalen. Alhoewel dit bedrag lager zou zijn dan het uitzingen van ons verblijf! Alles moest nu snel gebeuren.
Het was net tien uur toen we weer buiten stonden. Het was nu pakken, uitchecken en zo snel mogelijk naar het busstation. Pakken is niet veel werk als je een kilootje of zeven bij je hebt. Uitchecken duurde ietsjes langer maar nog voor half elf zaten we in een taxi. RM 10 voor een ritje van vier kilometer, het wordt zo langzamerhand duurder dan in Nederland! Er zou een bus om twee uur vertrekken, dat wist ik nog van de aankomst enkele dagen geleden. Maar elke minuut die we eerder konden vertrekken was verdiend. En we hadden geluk. We hadden een bus van half één. Dat betekende toch nog dat we bijna twee uur moesten wachten.
Zelf had ik weinig trek in eten of drinken. Het brood met de vette boterhamworst uit blik had zijn charmes verloren en ik moest op mijn hoede zijn voor mijn stoelgang. Om de beurt liepen we ergens naar toe en doodde de tijd met allerlei onzinnigheden. Tot het punt waar de chauffeur verscheen en zijn rituelen voor de start van de rit begon. Geïnteresseerd liep ik met hem mee naar de achterkant van de bus waar zich de enorme motor bevond. Olie, water, en nog een paar andere mechanische elementen werden gecontroleerd en goed gekeurd. Hij stapte achter het stuur en bracht het monster tot leven. En daar was de koelte van de airconditioning die langzaam de bus vulde. Eindelijk, dat zou het wachten een stuk aangenamer maken.
Om iets over half één verlieten we het kleine busstation en waren onderweg. Ik was aan de rechterkant gaan zitten omdat ik de berg toch nog wel wilde zien. Ik had hem op de heenweg niet gezien door de wolken en nu wilde ik een soort afscheid nemen. Een vaarwel tot aan mijn terugkeer, dan zal ik wel op de top staan.
We hadden een busreis van ongeveer 330 kilometer voor de boeg die een zes uur in beslag zou nemen. Tijd genoeg om te denken, overdenken en te evalueren wat er in de laatste twee en een halve week allemaal was gebeurd. De iPod ging op en ik ging in trance terwijl de kilometer na kilometer palmolieplantages voorbij gleden. De tijd ging tergend langzaam en Tettje was na een half uur alweer in diepe slaap. Aan de horizon hing de lucht als een dikke grijze deken over het land en het zou waarschijnlijk niet lang duren of het zou gaan regenen. De regen kwam als verwacht en beperkte het zicht tot een paar honderd meter. Ik probeerde ook wat te slapen maar dat lukte van geen kant, er speelde teveel door mijn hoofd.
Een korte stop langs de weg, de meisjes begeleidde ons onder grote paraplus, gaf me de mogelijkheid om de benen wat te strekken en wat nootjes en kroepoek te kopen. De magen werden in ieder geval weer wat gevuld. En twintig minuten waren we weer op weg door het donkere regenachtige landschap. Zou ik de berg wel te zien krijgen? Ik baalde als een stekker van het weer, het had niet zo mogen zijn. De volgende keer maar beter als ik alleen op pad ben. En inderdaad, bij de afslag naar de berg was het zicht nog geen driehonderd meter. Aangeslagen en teleurgesteld probeerde ik dwars door de nevel heen te kijken. Niets, en ook maar niets was er te zien. Plotseling, als een wonder opende de lucht zich en daar was de berg. Het was maar voor misschien vijf minuten, maar ik had genoeg gezien. Volgend jaar doe ik opnieuw een poging. Gesprekken met verschillende mensen die hem dit jaar wel waren beklommen hadden mij in ieder geval een stroom aan goede tips opgeleverd.
Door het donker reden we uiteindelijk na zes en een half uur Kota Kinabalu binnen. Een taxi van buiten het busstation bracht ons naar het nieuwe “King Park Hotel”, ik kan het aanbevelen, en wij namen een kamer op de tiende verdieping in ons bezit. De reis zat er op. De laatste twee dagen kwamen we niet meer verder dan een tochtje naar de Starbucks en een korte wandeling voor het avondeten.
Het was dus een week korter dan gepland. Van alles wat ik had willen doen op deze reis waren er maar twee onderdelen overeind gebleven: 1. Het “Bako NP” in Kuching en 2. De “orang-oetangs in Sepilok”. Noem het pech of probeer er een andere verklaring voor te vinden. Het is nu eenmaal een waarheid dat op de ene reis alles gewoon op zijn plaats valt en op de andere alles tegen zit. Dit was er één van de laatste catagorie, we hebben toch nog redelijk wat kunnen zien en hebben ook nog genoeg leuke mensen ontmoet. Nu drie weekjes Thailand en ik ben weer op weg naar Zaltbommel (Nederland).

zondag 22 juli 2007

Sabah, het roer gaat om na dit drama

Sabah, het roer gaat om na dit drama

Sandakan, 22/07/2007

Opnieuw hadden de oordoppen hun werk goed gedaan. Ik was mij er niet van bewust geweest dat de “nachtwandeling” na 45 minuten al weer terug in het kamp was, volgens Tettje zijn observaties. Maar ik werd wel wakker van het schudden van het slaapvertrek. Het duurde dan ook niet lang voordat we beiden op waren. Tien over zes! Meer dan twee uur wachten tot het ontbijt zou worden geserveerd. Nou ja, in het slechte oneven bed liggen was ook geen betere oplossing dus trokken wij dezelfde kleren weer aan en gingen naar het restaurant op zoek naar een kop koffie.
In het restaurant was er al redelijk wat activiteit te bespeuren. Waarschijnlijk omdat een wat gezette Maleisiër was komen opdagen. Zijn dure gouden brilmontuur, horloge en mobiele telefoon vielen meteen op. Wij waren dus de eerste bezoekers van het restaurant en iedereen keek ons zeer verbaasd aan. Ja, die Aziaten kunnen altijd wel slapen maar voor ons ligt dat anders! Gelukkig riep de gezette Maleisiër een paar opdrachten richting het personeel en het duurde niet lang voordat de oploskoffie en heet water op het tafeltje verscheen. Dat was lekker.
Tettje en ik keken wat over de langzaam wakker wordende rivier uit. De zon kroop stilletjes boven de bergen aan de overkant van de rivier uit. De warme ochtendzon deed mij goed. Het duurde echter niet lang voordat mijn gedachten weer over deze trip zweefden. Was ik wel objectief? Was ik niet te negatief? Er speelde veel door mijn hoofd. Wat gingen we morgen doen?
De tijd kroop maar langzaam verder en onze magen begonnen nu te knorren. Ik kon niet langer wachten en met mijn verhaal over de diabetes kon ik waarschijnlijk wel wat te eten versieren voor Tettje en mijzelf. Het was een complete verrassing wat ik in de keuken aantrof. Een enorme hoeveelheid borden met daarop één gebakken ei, twee sneetjes brood en twee gebakken knakworstjes. Er werden meteen twee borden in mijn handen geduwd en het bestek in mijn borstzakje gestoken. Dat was dus mooi, en we hoefden niet te wachten totdat de anderen terug kwamen van de boottocht. We waren nog niet halverwege het ontbijt en er werden nog een paar cake balletjes, een lokale delicatesse, bij ons op het bord gelegd. Ook deze smaakte uitstekend en na een twintig minuten zaten we weer, nu gevuld en voldaan, naar de overkant van de rivier te staren.
Het geluid van de boten zwelde langzaam aan en het duurde niet lang voordat ook de boten zichtbaar werden. Heftig pruttelend verschenen ze om de bocht in de rivier. Wat mij verbijsterde was het feit dat er een aantal mensen van onze groep aan boord waren. Zij hadden dus gewoon de boottocht meegemaakt in plaats van aan de kant te blijven. De gidsen hadden hier dus niets van gezegd bleek later. Slechte organisatie en informatie! Wij waren ook nog liever een keer meegegaan.
Gelukkig duurde ons verblijf nu nog maar een half uur en dit drama zou voorbij zijn. Wij waren al gepakt en gezakt toen de grote groep aan het ontbijt begon. Het arriveren van de eerste boot die ons naar de overkant zou brengen was voor mij het signaal om te vertrekken. Met Tettje in mijn kielzog ging ik aan boord en vroeg vriendelijk of hij ons al weg kon brengen. Dat was geen probleem en vijf minuten later stonden we naast de bus die ons weer naar het park zou brengen. In deze laatste vijftien minuten evalueerde ik ons verblijf in het “Sepilok Jungle Resort Experience” en kwam tot de conclusie dat het flink overprijsd was en geen kwaliteit voor ons geld was geweest. Ik kan het dan ook aan niemand aanbevelen om hier naar toe te gaan. Maar, mocht je geen enkele boottrip hebben gemaakt en/of een wandeltocht in één van de Nationale Parken (wat haast onmogelijk is) dan zou je voor je dure geld de één nacht voor RM 250 kunnen doen.
De bus startte en reed de zandweg op. In de bus heerste eerst een bedeesde stemming maar het duurde dan ook niet erg lang voordat we onze ervaringen met elkaar deelden. De conclusie was bijna unaniem! Wij zouden het niet aanbevelen aan anderen. Maar er was ook een uitzondering op de regel. Drie Deense meisjes hadden de tijd van hun leven gehad. Zij waren pas twee dagen op Borneo en waren van Sandakan rechtstreeks naar Sepilok gegaan en dit was dus hun eerste ervaring. Het is maar dat je het weet. Voor ons was het een verlossing.
Ergens halverwege namen we afscheid van Tim en Rachel uit Canada. Leuke mensen waar ik tenminste nog een beetje mee had kunnen lachen. De rest van onze eigen reis terug naar Sandakan is niet noemenswaardig. Bij aankomst in het “City View Hotel” was onze oude kamer weer gereed en ik moet ook een compliment voor de was maken. Alle bloedvlekken waren verdwenen en de shirts roken weer fris. Daar lagen we dan in de A/C en nu was het tijd om de rest te plannen. We hadden tenslotte nog tien dagen te gaan. Tettje haalde wat slaap in en ik werkte nog wat aan mijn verhalen.
Die avond namen we een rigoureuze beslissing. Onder het genot van kippensateetjes en grote flessen Tiger bier maakten we een virtueel einde aan onze reis. Morgen gaan we naar het “Air Asia” kantoor en bekijken wat de mogelijkheden zijn om zo snel mogelijk terug te vliegen naar Bangkok. Het zit er op!

zaterdag 21 juli 2007

Sabah, de “Sepilok Oliepalm Plantage Resort Experience”

Kampong Bilit, 21/07/2007

Kwart over vijf lieten wij de wekker aflopen. Tettje zette het verschrikkelijke apparaat, alleen als het zo vroeg is, uit en schakelde het licht aan. De barre TL verlichting wekte mij. Ik hoorde niets en werk wakker in een stille wereld. Ergens tussen het naar bed gaan en het wakker worden was ik opgestaan en had mijn oordoppen opgezocht (bedankt Ars, ze kwamen nu echt van pas!). In de wereld van absolute stilte had ik in ieder geval nog redelijk geslapen. Het was wel moeilijk geweest om de slaap te vatten want het onafgebroken heen en weer verloop veroorzaakte een beweging van de hut die te vergelijken was met een boot. Er was gelukkig niemand zeeziek.
Tettje en ik waren de eerste in het restaurant en ik schopte de gids wakker die op het podium lag te slapen. Dit stond mij meteen al tegen. De gidsen moeten fris en wakker klaar staan als de eerste gasten verschijnen. Snel werden de meiden in het kamp gewekt en te werk gesteld in de keuken. De “Maleisische Koffie” in de ochtend is een aangename ervaring. Deze koffie wordt tijdens het branden vermengd met ghee (ghee is boter waarvan het vet en water gescheiden zijn) en zout of suiker. Het resultaat is een erg milde koffie die er uit ziet als teer. Vele scheppen koffiecreamer hebben nauwelijks resultaat en de kleur van de koffie blijft donker. De smaak is moeilijk uit te leggen, sterk maar mild en niet zo bitter. Het smaakt mij in ieder geval naar meer en de stoelgang is er ook bij gebaat.
Langzaam druppelden de late opstaanders binnen, sommigen op de grens van het tijdschema. Wat heb ik een hekel aan die gasten die altijd net te laat komen en er van uit gaan dat iedereen wel op ze wacht. Tettje en ik stonden als eerste klaar op de aanlegsteiger met de oranje zwemvesten aan. De eerste boot voorin en als eerste weg. Het was mistig en zon was net boven de horizon verschenen. De boten kozen nu een andere richting en deze keer gingen we stroomopwaarts. Het pruttelend geluid van de buitenboordmotor joeg opnieuw de vogels van hun stekkies in de opkomende zon. We zagen de meeste dan ook weer in vlucht of misschien wel op de vlucht. Door de dunne rij bomen aan de oevers zagen we duidelijk de rijen oliepalmen er achter. Het was niet de jungle die we ons hadden voorgesteld! Het was ook een beetje fris, de zwemvesten verwarmden ons zodat de tocht niet echt onaangenaam was. We zagen een enkele krokodil en nog wat meer apen. Van zwemmende olifanten, zoals van tevoren besproken. of mooie meisjes in bikini was geen spoor te bekennen. De tocht in zijn geheel viel enorm tegen, eerlijk gezegd had ik er op dit moment al spijt van dat we voor twee nachten hadden geboekt.
Bij terugkeer in het kamp kregen we een ontbijtbuffet geserveerd dat opnieuw goed was te noemen en de koffie smaakte wederom magnifiek. Maar vanaf een uur of tien viel er een enorm gat in het schema. Er vertrokken gasten en alles werd in gereedheid gebracht om de nieuwe groep te verwelkomen. Ik hoorde iemand praten over dertig nieuwe gasten! Dit zou toch niet waar zijn? Voor de achterblijvers was er niets meer te doen. Er werd van ons verwacht dat we drie uur zouden niets doen of gaan slapen. Erg verveeld hingen er groepjes mensen in en om het restaurant, sommige kozen toch maar voor een korte slaap. De tijd gaat dan eenmaal sneller! Eindelijk was het moment aangebroken dat we de middagtrek gingen maken. De deelnemers klommen in de boten, niet iedereen ging mee, en we gingen op weg naar het droppingspunt. Dat lag een 500 meter verder rivieropwaarts. We klommen op de modderige oever en gingen op weg naar een afgesloten rivierbocht in de jungle. De gids was onder de indruk, maar niet zo blij, met mijn GPS. Ik wist namelijk precies hoe ver, hoe lang en waar naar toe we waren geweest. Het viel dan ook verschrikkelijk tegen. De 1200 meter van de trek door de jungle was een lachertje en de anderhalf uur wachten bij het water veel te lang. Het nuttigen van de lunch maakte het nog een beetje dragelijk maar verder was het gewoon saai. Ik klaagde maar dat we moesten gaan want uiteindelijk zat ik liever in het restaurant dan hier op een steiger mij te vervelen. Uiteindelijk gingen we weer op weg. Om de trek wat spannender te maken werd er soms even gestopt om naar een spoor van een olifant of een orang-oetang te kijken, er werd zelfs een orang-oetang nest in een boom gespot. Overal lagen olifanten drollen en waren er duidelijk voetstappen in de modder te zien. Toen ik eindelijk het kamp weer in zicht kreeg stond er 2465 meter op de teller. Ik heb in Nederland door tuinen gelopen die wilder waren begroeid dan de jungle die ik deze middag heb gezien. Tettje was niet meegegaan op de middagtrek en na mijn verhaal kon hij er alleen maar blij om zijn.
De nieuwe groep arriveerde en inderdaad zal het aantal dicht tegen de dertig hebben gelegen. De middag boottocht werd nu een opschuiven en inpassen. De boten werden niet breder of langer. Opnieuw veel van hetzelfde en de nieuwelingen waren zo blij als wij gisteren, niet wetend dat het vanaf nu allemaal hetzelfde zou zijn.
Net voor het eten kregen wij te horen dat we morgenvroeg niet met de boottocht mee mochten. Er waren teveel mensen dus moesten wij maar uitslapen! Jammer, maar echt zouden wij het toch niet missen.
Bij het avondeten was de koffie veranderd in oplospoeder en het eten kon niet snel genoeg worden aangevoerd. Er waren teveel mensen en de organisatie was hier niet op voorbereid. De kwaliteit van het avondeten was opnieuw erg goed. Het werd een anticlimax aan het einde van een dag die veel mooier had kunnen zijn. Deze dag was de reisorganisatie duidelijk tekort geschoten. De avondwandeling lieten we maar schieten, dat zou toch niets zijn. We dronken twee biertjes en gingen maar naar bed, hopend dat het verblijf zo snel mogelijk voorbij zou zijn.
Copyright/Disclaimer