vrijdag 12 januari 2007

Thailand, De tempels

Ayuthaya 11-12/01/2007

Dit was dus de achtste dag sinds ons vertrek. Het werd steeds moeilijker. De ochtend zou een goed begin hebben. We hadden een vroeg ontbijt. We hadden gepakt en de rugzakken bij Henk in de kamer gegooid voordat we gingen ontbijten. We zouden vroeg in de middag verkassen. Chai was zoals gewoonlijk heel behulpzaam en een taxi die ons zou rondrijden was snel geregeld. De chauffeur kreeg zijn instructies die ik zelf nog aanvulde met een paar andere dingen die ik wilde zien of aan de jongens wilde laten zien. Om negen uur waren we onderweg, en deze keer was het niet koud!
Henk zijn videocamera zoemde er op los, mijn gedachten verzonken naar het verleden. Hier lagen heel wat goede herinneringen van mij. De eerste tempel die ik boven aan de lijst had gezet was “Wat Chai Wattanaram”, misschien hebben jullie die wel gezien in het tv-programma “de Mol”. Ik vindt dit zelf één van de mooiste, vooral vroeg in de ochtend en laat in de middag. Als het licht nog zacht is en de tourbussen er niet zijn. We liepen rustig rond en de jongens genoten, ze waren duidelijk onder de indruk.
Vanaf dit moment bezochten we tempels en zelfs een katholieke kerk. We aten een noodlesoep in een lokaal restaurant en na een lange ochtend arriveerden we rond twee uur weer bij het GH. Het was genoeg geweest, genoeg tempels voor één dag. De sfeer was veranderd en er waren spanningen. Dean zou morgen naar huis gaan en misschien zou het dan veranderen?
Na aankomst bij het GH moesten wij eerst gaan verkassen. Dean en ik grepen onze rugzakken en gingen naar de receptie. Thailand blijft verrassen en het was dus niet vreemd dat de kamers niet beschikbaar waren. De bewoners hadden besloten om nog wat langer te blijven. Henk was niet echt een steun en hij ging hard op door alle doemscenario’s met de bijbehorende vragen wat ik voor oplossing had. Kees zou niet komen dus de derde kamer hadden we ook niet nodig. Ik keek naar Dean en we wisten dat we nog maar een nacht in de slaapzaal zouden doorbrengen. Onze spullen gingen linea directa weer terug naar de oorspronkelijke plaats.
Dit zou een moeilijke middag worden. Het enige wat op het programma stond was een rugzak kopen voor Dean en de rest zouden we wat door de stad gaan slenteren.
De stad is niet veel, een gemiddelde Thaise stad met veel stof en lawaai. De stilte was enorm. We waren te lang met elkaar onderweg en wisten niet meer wat te zeggen. Ontsnappen zat er niet in, we moesten dit tot een goed einde brengen.
Vanaf hier wil ik een einde aan het verhaal over onze tocht maken. Er zijn dingen gebeurd en gezegd die ik onder ons wil houden. De tweede week samen met Henk is er nooit van gekomen. Het resultaat wil ik wel met jullie delen. Op vrijdag zijn wij met zijn drieën in grote stilte naar Bangkok gegaan. Ik liet Henk eindelijk een keer uitslapen! Dean zijn rugzak heeft Bangkok niet eens gehaald dus heeft hij er nog een moeten kopen. Henk en ik hebben, op weg naar Pattaya, Dean afgezet op de luchthaven en kort afscheid genomen. Het was goed hem weer te zien. Henk zijn lichtjes gingen weer aan toen we in de buurt van Pattaya kwamen.

Achteraf gezien was het een enorm leuke leerzame week.

woensdag 10 januari 2007

Thailand, Een lange zit

Sangkhlaburi - Ayuthaya 10/01/2007

Dat was een korte nacht. Mijn fototoestel liep om precies half zes af. Het alarm in mijn telefoon werkte niet meer omdat de batterij leeg was. Ik begreep zelf ook niet echt wat er was gebeurd. Ik klopte bij de mannen op de deur die met een kreun aankondigde dat ze ook wakker waren. Ik had gisteren al het meeste gepakt dus het was niet erg veel werk om weg te komen. Wat koud water in mijn gezicht en dat was het.
Het ontbijt zou simpel zijn deze ochtend, ik had gisteravond voor drie personen pannenkoeken met bananen en twee hardgekookte eieren besteld en die zaten nu netjes verpakt in een plastic tasje. Dat was waarschijnlijk het enige vaste voedsel wat we zouden krijgen tot aan Kanchanaburi, waar we zouden overstappen op een andere bus. We stonden dan ook ruim op tijd aan de weg voor het Pee Guest House.
Nu ben ik niet de persoon die een ochtend humeur heeft maar teveel vragen over zaken die misschien kunnen gaan gebeuren kunnen mij ook doen overslaan naar een licht geïrriteerde Jielus. Henk vroeg me alweer de oren van de kop. Mijn spijsvertering was van vast naar vloeibaar gegaan ondanks de voorzorgdosis Loperamide. Ik voelde de “rumble in the jungle” al aankomen en nog voordat ik amper vijf meter weg was gelopen moest ik de broek laten zakken. Sorry, ik kon niet anders dan op de oprijlaan mijn behoefte doen. Pee Guest House was nu Poo Guest House!
De taxi was tegen alle verwachtingen in niet op tijd, ik gaf hem nog een paar minuten en dan zouden we toch maar gaan lopen om zo snel mogelijk een motortaxi te zoeken. En ja hoor, we moesten gaan lopen. Ik had nog steeds last van naschokken in mijn darmen dus het lopen was een kwelling voor mij. Ik vroeg “de Buddha” of hij Henk misschien voor een half uur het zwijgen kon opleggen. De eerste motortaxi was voor Dean, de tweede voor Henk en die zou dan terugkomen om mij op te pikken. Iets over kwart over zes zaten we in het busstation.
Hier was dus verdomme weinig te krijgen, de koffie die ik besteld had werd nooit geserveerd en de “slimme” Hollander die op een kilometer afstand al had gezien was gelukkig een prooi voor Henk geworden. Rustig wachtte wij af wat er zou gaan gebeuren. Het was deze ochtend zo koud dat je je adem kon zien. Dit had ik ook niet verwacht. Nadat de buschauffeur zich achter in de bus had omgekleed konden we de (gebruikelijke) plaatsen weer innemen. Daar gingen we dan om tien over half zeven in een lege bus.
De kaartjesjongen waarschuwde Henk voor de slechte plaats die hij had. De kou zou snijdend zijn als de bus eenmaal snelheid kreeg. Henk wist dat hij het wel kon hebben, hij had zich een keer “de Bikkel” genoemd en ik gebruikte die koosnaam nu af en toe. Alleen in de verkleinde vorm, “het Bikkeltje”. De kou was snijdend, zelfs op de plaats waar ik zat. Ik vroeg aan Dean of ik misschien zijn sweatshirt mocht hebben, dat was geen probleem. Hij was de enige die de kou redelijk kon verdragen, hij komt tenslotte uit Schotland. Henk kon het na een half uurtje ook niet meer houden en verkaste naar een plaats waar hij minder wind zou vangen.
Nu begon het ook drukker te worden in de bus die de taak van schoolbus had aangenomen. Het is de enige weg in de wijde omtrek dus alle nederzettingen inclusief scholen liggen aan deze weg. De bus liep langzaam vol en was in één keer bij de volgende school weer leeg. Dit herhaalde zich een paar keer. Ook kwamen er weer van die oranje mannen aan boord die dan weer naast ons kwamen zitten. De zon was ondertussen opgekomen en we werden op plaatsen waar we in de zon zaten als reptielen opgewarmd.
We arriveerden voor mij gevoel zeer snel in die redelijke grote plaats ergens halverwege. We stopten naast de markt, ik zag een klein koffiestalletje en schoot als een haas naar buiten terwijl ik onderweg aan Dean vroeg of hij misschien ook een bakkie wilde. Twee koffie dus. Het uitstekende bakkie verwarmde mij nu van binnen uit. Het was nog steeds te koud om de sweater terug te geven. Ik scoorde nog een tweede bakkie bij de 7-11 en met een bekertje koffie met deksel waren we schuddend op weg naar Kanchanaburi.
De weg schoot nu met grote snelheid onder ons door, we lagen goed op schema en we begonnen grapjes te maken over “D’n Hollander” die op de luxe snelle aircon bus had gewacht. We vroegen ons af of hij ons wel zou inhalen. We kwamen dus voor hem aan op het busstation in Kanchanaburi. Er stond een bus met onze bestemming klaar om te vertrekken maar toen ik zag dat onze plaatsen al bezet waren koos ik voor een plaspauze en wat te eten te kiezen. Om de beurt pissen omdat er één bij de rugzakken moet blijven en ik ging daarna kijken of ik wat te eten kon vinden.
Toen ik terug kwam met een paar knakworsten en flessen frisdrank was “D’n Hollander” ook aangekomen. Achter in de bus wachtte wij al etend en drinkend op het vertrek. Het overstappen was een snelle handeling omdat de bus naar Ayuthaya altijd wacht op de bus die uit Kanchanaburi komt. Daar zaten wij dan weer met zijn drieën.
Ayuthaya gaf mij meteen weer een goed gevoel. Het was vier jaar geleden dat ik hier was geweest, het was niet veel veranderd. In een moordend tempo liep ik naar de straat waar zich de meeste GH’s bevinden. Op dit moment is het belangrijk een slaapplaats te kunnen bemachtigen. Het was al laat in de middag en om deze tijd arriveerden ook de mensen die vanuit Bangkok kwamen met de trein of de bus. Met de hulp van twee twijfelende Japanse meisjes hadden we meteen één kamer, de tweede was niet goed genoeg en wees ik af. En de dorm voor jullie? Nee, dank je! Ik bedoel voor jullie privé. Dat is anders. Snel gekeken en goed bevonden, het was tenslotte toch maar voor één nachtje. Morgen zouden we de kamers naast Henk krijgen en voor Kees zou er dan ook een kamer beschikbaar zijn. Acht bedden voor ons samen, de kamer was groot genoeg.
Het eten zou geen probleem zijn want we hadden een restaurant ontdekt dat een Indiase bladzijde in hun menu had. Grote Singha bieren met curries en naan, de smaak van de bewoonde wereld. Ook kwamen de vragen over de barretjes weer omhoog. Een barretje zou het worden. De “Sun and Moon Bar” is de beste bar van Ayuthaya, in Nederland zou hij nog niet eens de top 10.000 halen. Dat was het einde van het barretjes verhaal, ik legde nu Henk voor de laatste keer uit dat hier geen barretjes waren. Morgen zouden wij een drukke dag hebben rond de tempels en Kees zou later in de middag arriveren.

dinsdag 9 januari 2007

Thailand, Een brommer met versnellingen

Sangkhlaburi 09/01/2007

Het was opnieuw om zeven uur op. Na een ander ontbijt, gekookte eieren in plaats van gebakken met het geroosterde zoete Thaise brood informeerde ik naar de brommers. Volgens mij hadden ze er maar twee voor ons, een derde was zo geregeld.Daar stonden we dan om negen uur bij de brommers. Deze keer met versnellingen. Henk begon natuurlijk meteen te klagen. Ik verzekerde hem dat we rustig aan zouden doen en dat we hem goed in de gaten zouden houden.
Mijn achterband was niet al te hard en het meisje van de receptie vertelde mij om haar te volgen om de band op te pompen. Ze verdween snel in de verte en ik ging als een hazewindhond er achter aan. Mijn band was al vol toen Henk met een knalrood hoofd mij had gevonden. Het was te kort en te lang dat ik niet op hem had gewacht en nu waren we ook nog Dean kwijt en de versnellingen waren ook niet alles enzovoort enzovoort. Ik probeerde hem een beetje te kalmeren maar uiteindelijk had dit een averechtse werking.
Zwijgend reed ik met Henk in mijn kielzog terug om Dean te zoeken. Even later reden we met zijn drieën door de koude, niet koele, ochtendlucht. Al snel werd de snelheid aangepast aan de temperatuur. We reden met een snelheid die de kou niet onaangenaam maakte. Heel rustig waren we op weg naar de “Three Pagodas Pass”, het punt waar de Burma spoorlijn de bergketen had doorsneden. Er wordt zelfs geloofd dat het Buddhisme over deze bergpass in Thailand is gearriveerd.
Er stond niets anders op het programma dus het zou een rustige dag worden. Misschien zouden we nog de laatste eer aan een belangrijke Mon Monnik gaan bewijzen. Hij zou tot 26 januari, in totaal 100 dagen na zijn overlijden, boven de grond blijven staan.
We namen de tijd om te filmen en foto’s te maken en reden een afslag op die naar een waterval zou leiden. Maar eerst zagen een rubberfabriek in actie. We stopten om te zien wat het productieproces voor rubber nu eigenlijk inhield. De waterval was snel gezien, ze vroegen 200 baht entree. Waarschijnlijk om de portemonnee van de plaatselijke legerchef te spekken, Nee dank je wel.
Om kwart over tien stonden we oog in oog met de drie pagodes. Ze waren wel klein en de braderieachtige markt er omheen was ook niet van een hoog aantrekkelijkheidgehalte zodat ik die maar oversloeg. We liepen wat rond en dronken wat. Het was nog te vroeg voor lunch dus dat zouden we onderweg wel nuttigen. Henk stond te morren dat hij zich er meer van had voorgesteld. En hij wilde weten wat we nu gingen doen.
Er zat niets anders op dan terug te keren naar Sangkhlaburi en ergens onderweg te lunchen. Een noedelsoep bij een pompstation zou het voor ons wel doen. We zouden nu op weg gaan naar het klooster waar de monnik lag opgebaard. Tijdens de rit naar het klooster werden we ingehaald door een colonne van politieauto’s met zwaailichten die een grote touringcar begeleiden. "Waarschijnlijk ook op weg naar het klooster", dacht ik nog.
Dat bleek een juiste gedachte te zijn geweest. Bij onze aankomst was het hoofdgebouw al leeg geveegd van zijn lokale bezoekers en wij stapten een enorme bijna lege ruimte binnen. Ze durven tegen buitenlanders toch bijna geen nee te zeggen. Een oplettende monnik leidde ons naar een paar stoelen en vertelde ons om te wachten. Dit was heel hoog politie bezoek uit Bangkok. Hij zou ons later komen ophalen. Geïnteresseerd keken Dean en ik naar het schouwspel dat zich voor onze ogen afspeelde. We deden zo goed als mogelijk mee met de gebaren. Henk was het snel zat en wilde weg. Zijn opmerking, “ik doe toch ook niet mee met de ramadan, ik ben geen Marokkaan” schoot bij mij in het verkeerde keelgat. “Ga dan maar, we zien je buiten wel”, antwoordde ik.
Nadat de politie mensen klaar waren met de rituelen kwam de monnik ons zoals afgesproken ophalen. Hij leidde ons naar het altaar met het lichaam en vertelde ons wat te doen. We lieten ons op de foto zetten door duidelijk verbaasde Thai die het toch wel speciaal vonden dat twee farangs de laatste eer kwamen bewijzen. We kregen samen een speciale kralenketting die later wel op zijn waarde werd beoordeeld door de lokale bevolking. Terwijl zich dit allemaal afspeelde zat Henk met een gezicht als onweer op ons te wachten.
Eenmaal buiten was er ook weinig animo voor een gesprek. We liepen stil met zijn drieën over het tempelcomplex. Het was nog vroeg, te vroeg om de brommers in te leveren, dus koos ik voor de optie om maar wat in het wilde weg te gaan rijden. Achteraf gezien ook niet zo’n best idee. De weg was saai en de nederzettingen zijn nu eenmaal dun bezaaid in deze afgelegen gebieden. Dan maar terug naar Sangkhlaburi.
Dean ging zijn e-mail controleren en ikzelf moest nog even informeren voor de bus. Henk had geen zin om te aan zwemmen en wilde nog het dorp inlopen dus brachten Henk en ik de brommers terug en liepen het dorp in. Het was een welkome wandeling, een beetje lichaamsbeweging is altijd lekker. We vonden Dean die bijna klaar was en spraken af om te aan zwemmen. Henk was nog steeds niet overtuigd. Toen we lopend aankwamen bij het GH stond Dean al op de steiger, ik kleedde me snel uit en was zelfs sneller al in het water. Een fijne afsluiting van een dag vol stress.
Tijdens het avondeten maakte ik duidelijk dat we vroeg op moesten staan. De bus zou om half zeven vertrekken. Ik had een taxi geregeld die klokslag om zes uur aan de poort zou staan, ik had weinig trek om die anderhalve kilometer door het donker te lopen. De maaltijd van verschillende Thaise gerechten smaakte ons opnieuw bijzonder goed. Ook Henk liet zich de dubbele portie spaghetti met tomatensaus goed smaken. Nog een paar biertjes en dan slapen. Terug naar de bewoonde wereld.
Copyright/Disclaimer