dinsdag 7 april 1998

Australië: Ik ben op weg

Blue Mountains Katoomba (Katoomba YHA)

Na het vermoeiende uitstapje naar de Royal Easter Show in Sydney heb ik op paasmaandag maar eens rustig aan gedaan. Althans, een goede poging gewaagd! Op deze paasmaandag ben ik na het middageten met ome Kees een stevige wandeling gaan maken rond Long Jetty.
En dat is een aangename en mooie plaats om te wonen wanneer je gepensioneerd bent en jezelf goed kan vermaken. Je kan er gaan zwemmen, vissen, bowlen, wandelen, fietsen en bier drinken in het clubhuis van de plaatselijke bowls club. Een sport die een Europeaan niet kan bevatten! Mannen verkleed in witte slagerskleding en vrouwen in witte lange jurken rollen zware ovale ballen naar een klein balletje en wie er het dichtst bij ligt wint, een soort petanque alleen je rolt de bal.
De sfeer in het kleine clubhuis is er een van armoede. De kleinste glaasjes bier die ik ooit in mijn leven heb gezien worden genuttigd in een snelheid waar een mus nog van zou opkijken. Oude dames sippen een huiswijn die waarschijnlijk smaakt als verschraalde azijn. Je kan de armoede zien die een pensioen met zich meebrengt. Vooral hier is het verschil tussen het (staats)pensioen en het salaris van de werkende mens heel groot. Net als door de oude mensen in Nederland wordt er ook hier veel geklaagd over de politiek, de kinderen en de gezondheid.
Ik vraag me af of ik later zelf ook zo zal klagen wanneer ik oud ben, terwijl ik mijn tanden in het dikke schuim van een “Schooner Beer” zet. De glazen hebben hier in Australië namen die zijn verbonden met een inhoudsmaat bier. De “Schooner” heeft een inhoud van 425 mL (15 imp. fl. oz., of driekwart van een Imperial pint), een oude inhoudsmaat. De ouderen in Australië houden nog steeds vast aan het oude Engelse systeem - Australië is in 1971 begonnen met de “Metrication” en was in 1988 klaar met de omschakeling - van maten en afstanden. Ik moet er wel om lachen want nu drink ik gewoon twee in plaats van vier glazen, voor de bejaarden in het clubhuis is het oude Imperialistische systeem een principe waar ze mee het graf in gaan.

Dinsdag gaan ik dus op pad. Het is niet gemakkelijk om afscheid te nemen maar ik moet nu eenmaal een begin maken aan mijn zwerftocht rond Australië.

Op het parkeerterrein van het treinstation in Gosfort nemen we afscheid van elkaar. Het is een beetje een geforceerd afscheid. Kees en Betty willen me vast- of tegenhouden terwijl ik me los wil scheuren uit de comfortabele greep van mijn onbekende familie. Zij willen me vertroetelen en volstoppen met alle heerlijkheden die Australië biedt. Ik wil op ontdekkingsreis op dit enorme continent en in mijn onderbewustzijn, als een wild dier dat na een lange slopende ziekte weer is opgeknapt, de roep van de wildernis niet kan weerstaan. Ik zwaai nog een keer naar de auto - waarin mijn familie op het vertrek van de trein zit te wachten -  wanneer de trein het station verlaat en mijn avontuur in Australië echt is begonnen. Vanaf dit moment ben ik op mezelf aangewezen.
Tijdens het eerste stuk naar het Centraal Station van Sydney slaat de euforie over het vertrek om in angst voor de twee maanden alleen zijn met mezelf. Mijn depressieve gevoelens weten weer een weg naar buiten te vinden. Het is alweer enkele maanden geleden dat ik de Temazepam en Cipramil vaarwel heb gezegd om op eigen kracht weer de oude te worden. Dat dat zo’n moeilijke strijd zou worden had ik nooit kunnen bedenken. Je kan niet over depressies oordelen als je ze zelf niet hebt meegemaakt!
De eindeloze bossen - met hier en daar een enorme eenzame bungalow op een kale plek - schieten buiten voorbij. Plaatsnamen met exotische vreemde namen die soms op Chinese roerbak gerechten lijken. Ik speel nerveus met mijn rugzak en controleer onafgebroken de ritssluitingen en gespen of ze wel dicht zijn. Ik ben alleen. Dat wilde ik ook, maar ik wil ook samen met anderen zijn. En daar gaat deze reis over. Het leren om weer alleen te zijn. Na de breuk met mijn vriendin Petra en het overlijden van mijn grootmoeder is het me allemaal teveel geworden. Nu ben ik ook nog mijn baan kwijt. Het verdrinken van mijn problemen in de alcohol was ook geen goed idee. Dus ga ik op ontdekkingsreis in mezelf. Drie maanden, om als herboren terug te keren naar mijn geboortegrond.
Op het Centraal Station koop ik snel een beker koffie, koop een nieuw kaartje, en stap ik over op de volgende trein die al snel weer vertrekt voor de twee uur durende reis naar “Katoomba”, de hoofdstad van de “Blue Mountains”.
Volgens de Lonely Planet is dit een plaats in Australië om niet te missen. Zo dichtbij Sydney en toch zover weg van de stad. De stad met hoogbouw gaat al snel over in de buitenwijken met straat na straat grote lelijke bungalows met nog lelijkere hekken en enorme grasvelden - met twee of drie auto’s - voor het huis. Hier in Australië is er ruimte genoeg. Waarom zou je dan een boven- of onderbuurman willen hebben?
De ruimte tussen de huizen wordt steeds groter totdat we in de wildernis terecht komen. Eindeloos, vormloos, troosteloos en in een landschap dat ik nog nooit het gezien. Het is ook geen mooi bos. De bomen lijken allemaal op familie van de in Nederland bekende treurwilg. Het is een treurig landschap en voor de zoveelste keer vraag ik mezelf af waar ik aan ben begonnen. Zou ik niet beter terug kunnen gaan naar mijn familie en daar drie maanden niets doen?
Alleen al het opkomen van die gedachte jaagt me de schrik op het hart. Dit is een bijzondere reis en een kans waar velen hun hele leven van dromen. Ik moet deze reis tot een goed einde brengen, voor Petra, voor mijn grootmoeder en voor mezelf, zodat ik eindelijk weer verder kan met mijn leven.
En daar sta ik dan op het kleine station van dit dorp. Een stad is het zeker niet. De eerste beelden op mijn netvlies zijn allemaal op de een of andere manier verbonden met het toerisme. Reclames voor hotel’s, restaurants, excursies, auto-huur, live muziek, souvenirwinkels en nog meer bedrijven die je graag van je meegebrachte toeristendollars willen afhelpen.
‘Tonight, Live Music, Buy 3 get one Free!’, schreeuwt een enorm spandoek op een louche bar achter het station.

Wat ongemakkelijk loop ik de eerste paar honderd meter met mijn, te zware, rugzak naar mijn eerste “YHA” jeugdherberg. Een franchise van goedkope slaapplaatsen rond Australië en de rest van de wereld. Het is allemaal nieuw voor me en wat onwennig zoek ik de receptie van het hostel om tot de ontdekking te komen dat de receptie pas om vier uur weer open gaat.
The three sisters
De jeugdherberg ligt niet zover van “Echo Point” vanwaar je een goed uitzicht hebt op een van de meest iconische Aboriginal monumenten, “The Three Sisters”.
Blue MountainsBlue Mountains
Ik bevindt me midden in de “Blue Mountains” een Nationaal Park met een oppervlakte dat de gemiddelde Nederlander niet kan bevatten! Het zijn schitterende vergezichten De dampende eucalyptus bomen zorgen voor een blauwe mist die in de valleien hangt. Vandaar de naam “Blue Mountains”.
The three sisters
Na een tijdje te hebben getwijfeld vraag ik aan een toevallige passant of hij een foto van mij wil maken met de “Three Sisters” op de achtergrond. Het is tenslotte mijn eerste hoogtepunt van deze reis die me in drie maanden door het oosten van Australië zal leiden.
Eenmaal terug in de keuken raak ik in gesprek met wat andere mensen die hier slapen en die me meteen ook de weg wijzen. Gratis koffie en thee, zet je rugzak daar maar neer, ga maar even mee naar buiten, ik rook zelf niet maar ik wil niet alleen in de keuken achterblijven.
En dan komt die eindeloze reeks vragen die ik voor de eerste keer - maar zeker niet voor de laatste keer - moet beantwoorden. De vragen klinken alsof er een cassettebandje in een antwoordapparaat wordt afgespeeld.

‘Wat is je naam?’
‘Waar kom je vandaan?’
‘Hoe lang blijf je hier?’
‘Ben je al lang op reis?’
‘Waar ben je allemaal geweest?’
‘Waar wil je nog naar toe?’

Een serie korte vragen die zo snel en onafgebroken op je afkomen dat het lijkt dat ze niet eens een antwoord verwachten of willen horen. Het lijkt er meer op dat de vraag belangrijker is dan het antwoord. De vraagsteller staat in het middelpunt, niet de gevraagde! Een pure poëtische vorm van egoïsme van de vraagsteller die een medeslachtoffer vraagt om een bevestiging van de goede bedoelingen van zijn reis. Vreemd? Het is allemaal toch heel erg oppervlakkig? Als ik niet met iemand wil praten dan zeg ik gewoon niets!
Natuurlijk zijn we allemaal vreemden voor elkaar - in een vreemde keuken - op een vreemde plaats. Maar toch, die duidelijk in het oog springende oppervlakkigheid verbaasd me. Voor de eerste keer krijg ik het idee dat iedereen onderweg in dit rode landschap op zoek is naar zichzelf.
Zodra de receptie open gaat zie ik dat ik niet de enige ben die op zoek is naar een slaapplaats in dit hostel dat ook veel groter is dan ik had verwacht. In de rij - wachtend op mijn beurt - raak ik opnieuw in gesprek en krijg ik al snel enkele goede tips. Gewapend met al die kennis stap ik zelfverzekerd op de balie af wanneer ik eindelijk aan de beurt ben.
Als eerste wordt ik voor tien dollar lid van “Hostelling International”. Als tweede koop ik een boekje met tien vouchers voor overnachtingen in de deelnemende hostels overal in Australië. Voor $160,- krijg je tien overnachtingen waarvan je er maximaal twee in Sydney kan gebruiken, deze twee vouchers hebben een afwijkende kleur. De minimale korting van $ 2,- per nacht is een welkome opsteker waarvoor ik nog geen fles bier maar wel een eenvoudige maaltijd kan kopen!
Achter me in de rij blijft het opvallend rustig. De mensen wachten gelaten op beurt en praten met elkaar terwijl ik alle zaken rustig op mijn gemak regel. Niemand in het hostel lijkt haast te hebben en dat geeft een ontspannende sfeer. De manager van het hostel overhandigd me twee lakens, een kussensloop en een deken. Op mijn sleutelhanger staat het kamer- en bednummer! De kamer is snel gevonden en nog helemaal leeg.
Als ik voor de eerste keer binnen stap wordt ik overvallen door herinneringen uit mijn diensttijd. De kamer is schoon en alleen gevuld met de hoogstnodige meubels. Twee stapelbedden, vier kasten - van een afmeting waar een flinke rugzak in past en die je kan afsluiten met je eigen hangslot - en twee stoelen. Overgordijnen met een verduisterende zilverlaag aan de buitenkant hangen voor het raam.
Ik zoek naar mijn bed voor de komende drie nachten. Op het stalen frame zijn stickers met nummers geplakt en zodra ik mijn bed heb gevonden ga ik eerst voor een moment op het matras zitten. Dat oorspronkelijke idee over het dagelijkse budget steeds in mijn broekzak te stoppen is al van tafel! Ik laat het vanaf vandaag gelijk lopen met mijn voucher boekjes voor de overnachtingen. Die $ 35,- per dag was wel heel optimistisch gerekend! Ik weet het op de eerste dag al voor 100% zeker dat ik hier niet voldoende aan zal hebben. Ik kijk verder wel wat we doen en hoe we hier mee omgaan. Ik heb tenslotte een VISA kaart als vangnet voor noodgevallen en mocht ik aan het einde geld tekort komen.
Voordat de eerste kamergenoot de slaapzaal binnenstap is mijn bedje al gemaakt. Toch blijft hij een beetje vreemd voor mijn bed staan. Ik heb geen idee wat hem bezield totdat hij opmerkt dat ik zijn slaapplaats heb ingenomen. Ik kijk nog eens goed en zie nu dat mijn nummer correspondeert met het bovenbed van stapelbed. Ik verontschuldig me in de hoop dat hij er geen probleem mee heeft dat ik beneden slaap. We ruilen van sleutels en zo klopt alles weer. Hij blijft ook drie nachten! Enthousiast verteld hij over bushwalks en grotten die niet al te ver weg zijn. Misschien kunnen we samen iets ondernemen.
‘Ja misschien, ik weet het nog niet!’
Het is ondertussen al ruim na zes uur en ik kan na al die drukte wel een biertje gebruiken. Bij de bottleshop naast de “Coles Supermarkt” koop in een six-pack (6 flesjes) en kom tot de conclusie dat die nog duurder zijn dan een slab (24 flesjes). Het systeem gaat ongeveer zo: 1 flesje kost 2 dollar, 6 flesjes  zijn 9 dollar en 24 flesjes kosten 30 dollar! Rare jongens die Australiërs! Morgen toch maar eens kijken of ik andere bierdrinkers kan vinden om samen een hele slab te kopen en zo $ 0,25 per flesje uit te sparen.
Voor het slapen eet in nog wat brood met kaas en maak een praatje in de keuken. Enorme koelkasten van muur tot muur gevuld met zakken en dozen met namen en datums. Het is allemaal vreemd en nieuw voor me. Bier blijkt het meest gestolen goedje uit de koelkasten dus het is een goed idee om ze alle zes maar op te drinken voordat je ze toch kwijt bent! Daar gaat meteen mijn goede voornemen om niet teveel te drinken!
De kamer is aardedonker en ergens in de duisternis snurkt er iemand zachtjes. Het is een mannenslaapzaal. Australiërs zijn zo puriteins en ouderwets dat gemengde slaapzalen een zeldzaamheid zijn. In het donker kleed ik me op de tast uit, rol mijn kleren op en schuif ze samen met mijn laarzen en hoed onder het bed. Mijn portemonnee gaat onder mijn hoofdkussen. Voor een moment lig ik wakker op mijn rug - met mijn handen onder mijn hoofd op het kussen - en staar in de duisternis boven me die zich als een mini kosmos heeft omsloten. Het lijkt wel of ik zweef in de duistere kamer. De alcohol brengt enkele verwarde gedachten in mijn hoofd maar werkt ook genezend tegen de onwelkome depressies.
In alle stilte vraag ik me in mijn gedachten luid schreeuwend af: ‘Waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen?”

zondag 5 april 1998

Australië: Royal Easter Show

Houthak wedstrijd

Long Jetty (The Entrance), zondag 5 april 1998

Vandaag maak ik een stap dichter bij het èchte Australië! Al vroeg wordt de auto gereed gemaakt voor de anderhalve uur durende rit naar het park waar in 2000 de olympische spelen worden gehouden. Ons doel is de “Royal Easter Show”.
We zijn nog geen half uur op weg wanneer de auto vreemde geluiden begint te maken en zachtjes te schokken. Het zijn hier in Australië bijna allemaal automatische versnellingsbakken waardoor de techniek in de auto’s toch wat ingewikkelder dan in Europa is. Het tikken gaat over in ratelen en nog geen tien minuten later staan we stil langs de autosnelweg - die de mooie naam “Pacific Highway” draagt - naast de auto die niet meer vooruit òf achteruit wil.
Voor mijn eigen gevoel is dit ook een een gênante vertoning want ik heb - voor een kort - moment het idee dat ik verantwoordelijk ben voor het technische mankement. Ik ben tenslotte het middelpunt èn de reden dat we nu op weg zijn naar Sydney. Hoewel ik nog had voorgesteld om met z’n allen met de trein te gaan kon ik mijn familie er niet van overtuigen en zijn we toch met de auto gegaan. En daar staan we dan langs de weg.
De “The Australian Automobile Association (AAA)” wordt opgeroepen en een half uurtje later verschijnt er een - over de hele wereld bekende - gele bestelauto met zwaailichten bovenop het dak. De motorkap staat al open en de man kan zo aan het werk. Ik wil me niet bemoeien met het werk of overleg vooraan de wagen en heb weer plaatsgenomen in de auto in afwachting van de reparatie. Tenminste, ik ga er wel vanuit dat de auto gerepareerd kan worden en dat we niet zomaar in het midden van niets langs een autosnelweg zijn gestrand.
De monteur en Peter overleggen in een Australisch dialect dat zo sterk is dat ik er maar enkele woorden van kan thuisbrengen. Peter schudt steeds zijn hoofd en de monteur strekt zijn armen - met de binnenzijde naar boven gekeerde handen - als de Messias voor zijn borst. Maar ook de hogere macht kan de auto niet ter plaatse repareren. Er wordt wat heen we weer gebeld en ongeveer een half uur later verschijnt er ongeveer dezelfde auto in dezelfde kleur als die van ons met een vriendelijke man achter het stuur.
Peter onderhandeld, wij verplaatsen - na een signaal van Peter - onze spullen naar de net gearriveerde auto, een laatste controle of we niets vergeten zijn in de kapotte auto en we zijn weer onderweg. Verbaasd als ik ben vraag ik aan Peter, die naast me achter het stuur zit, wat er is gebeurd.
‘Automatische transmissie kapot’, antwoordt hij. ‘Dus hebben we deze auto maar gekocht en de kapotte ingeruild.’
Van verbazing verval ik in een zwijgen. Dus wat ik net voor mijn neus heb zien gebeuren was de aankoop van een andere auto? En die werd zo langs de snelweg met de credit card betaald! Ik voel automatisch en ook onbewust of mijn credit card nog op de juiste plaats zit en besef de kracht en de macht van dit kleine stukje plastic. Er rust een krediet van 5000 gulden op mijn kaart. Daar moet ik dus heel voorzichtig mee omgaan en er voor zorgen dat ik de kaart niet verlies of kwijt raak.
Sydney Olympic Stadium
Al piekerend over wat ik heb gezien bereiken we de parkeerplaats van het enorme terrein waar over twee jaar de Olympische Spelen zullen worden gehouden. Het is nog een enorme bouwput en er moet nog veel werk worden verzet. Direct na het passeren van de toegangspoort splitsen ze de groep op in “Vrouwen en meisjes” en “Mannen en jongens”. Ik val van de ene in de andere verbazing. Zouden we dan niet een dag met z’n allen - het complete gezin - doorbrengen? Maar ik wil ook niet zo brutaal zijn dat ik de mensen die ik bijna of nog nooit heb gezien het hemd van het lijf vraag. Ik stroom maar een beetje met ze mee en pas me gewoon aan.
De “Royal Easter Show” mag dan voor de agrarische Australiër het hoogtepunt van het jaar zijn, het is hier “Down Under” nu bijna herfst, voor de nuchtere en ontwikkelde Europeaan is het niets meer dan een uit zijn proporties gegroeide braderie. Kraam na kraam worden de lokale producten aangeprezen. Van biologische boterkoekjes tot Aziatische groenten, van poppenhuizen tot hoeden en van kaas tot wijnen. Vanuit de hele oostkust zijn de verkopers hier naar toe gestroomd om hun waren op de - ongetwijfeld zeer dure - marktkramen te slijten.
Het is een leuke dag maar ik ben nu klaar voor het èchte Australië. Ik heb het zo prima naar mijn zin maar dit is niet waarom ik naar Australië ben gekomen. Uit verveling koop ik ook nog een grote Australische hoed zoals veel toeristen een souvenir kopen waar ze later ook nog wat aan hebben.
Ik heb ook twee ontmoetingen die ik mijn leven nooit meer zal vergeten! De eerste is met de goden van het Australische rugby. Deze sport is hier populairder dan het voetbal. Wat zeg ik? Deze sport is hier nog veel populairder dan het voetbal in Europa. De spelers worden vereerd als halfgoden en verdienen fortuinen met de sport en de reclames. De helft van de tv-reclames die ik heb gezien bevat een of meer bekende sportfiguren. Ik moet even op het onvermijdelijke plaatje met Matt Burke, Cam Blades (NSW Waratah en Wallabies).
Matt Burke, Cam Blades (NSW Waratah en Wallabies)
Indrukwekkend, maar ook zo druk dat ik de kraam met de andere - voor mij net zo onbekende - sportmensen aan me voorbij liet gaan. Bij de kraam van de cricketspelers stond een nog veel langere rij te wachten op een foto en een handtekening.
Houthak wedstrijd
De tweede ontmoeting was er een met een zachtmoedige reus. "David Foster", god weet hoeveel wereldkampioenschappen houthakken en een graag geziene gast in heel Australië.
David Foster en Jielus
Een reus van een kerel waar je gewoon bang van wordt wanneer je er naast staat.
En zo loopt deze dag langzaam naar het einde waar ik eigenlijk niet naar durf te vragen. Bij de eerste voorzichtige aanwijzingen van Peter dat het bijna tijd is om weer naar huis te gaan haak ik meteen in. Na een half uurtje zit de hele club weer met z’n alle in de auto op weg naar huis.
Ik heb een leuke dag gehad maar ik kan niet wachten om weer verder te gaan. Ik ben er nu klaar voor. Ik voel me goed en heb al drie dagen geen depressie gevoeld. Tot nu toe lijkt deze reis een goed medicijn voor mijn geestelijke toestand te zijn.
Waar ik minder blij mee ben is dat er een gat zo groot als “morgen heel de dag” in mijn geschatte begroting is geschoten. Australië is duur! Zeker een biertje en wat eten op zo’n braderie. Ik hoop dat het allemaal wel wat goedkoper wordt wanneer ik onderweg ben want in dit tempo ben ik over 45 dagen al door mijn geld heen!

zaterdag 4 april 1998

Australië: En daar is de familie

Long Jetty

Long Jetty NSW (Thuis bij Betty en Casey), zaterdag 4 april 1998 

Je zal het bijna niet geloven maar de familie zou vandaag bijna 600 kilometer rijden om mij te begroeten. Denk daar eens goed over na? Een stukje verder dan Parijs om hallo tegen iemand te zeggen die je je haast niet kan herinneren. Het is een vreemde wereld en opnieuw wordt me duidelijk hoe uitgestrekt dit land is! De pionierscode is in in Australië sterker dan ik ooit had kunnen denken.
Mijn eerste kennismaking met de jetlag is meteen een goede. Ik heb wel geslapen maar de hele wereld om me heen voelt vreemd aan. Mijn geest zegt dat het dag is maar mijn lichaam denkt dat het nacht is. Na het ontbijt zit de dag er al bijna op, er is geen programma behalve wat rusten en eten. Ik voel me al een beetje verveeld want om eerlijk te zijn hebben we alles al gezegd wat er gezegd kan worden.
De familie uit Sydney en Bemboka arriveert in de ochtend en iedereen is blij om de rest van de familie weer te zien. Ik vindt het een beetje vreemd en gênant dat de aankomst van mijn persoon in Australië het middelpunt èn de reden is voor een familiebijeenkomst.

Na het eten vraag ik aan Kees en Peter of we misschien wat kunnen gaan wandelen. Ik ben hier tenslotte om wat te zien. Bier drinken kan tenslotte vanmiddag nog wel. Tijdens de wandeling val ik van de ene verbazing in de andere. Het is hier echt mooi, heel mooi! Maar waar zijn de mensen? De straten zijn verlaten als na een aanval met kernwapens. Er is echt niemand te zien op straat! Kees verteld me dat alle mensen achter hun huis en achter hoge schuttingen in hun tuin weggescholen zitten. Een vreemde gedachte voor een sociaal beest uit Nederland. In de supermarkt pikken we snel nog wat laatste boodschappen op voor het eten van vanavond. Ook in deze enorme winkel is het heel anders dan in Nederland. Wat je meteen opvalt zijn de enorme verpakkingen! 3½ liter melk in een plastic fles. Dozen met van alles en nog wat in het formaat “weeshuis”!
Peter roept me en verbaasd ga ik kijken wat er aan de hand is. Hij wijst tussen twee rekken door naar een spin die daar zijn web heeft gesponnen.
‘Redback spider’, zegt hij fluisterend. ‘Een van de meest giftige spinnen in de wereld’
Ik kijk nog een keer goed en prent het kleine insect goed in mijn geheugen. Ik weet in ieder geval dat ik contact met die beestjes de komende drie maanden moet zien te vermijden.

Langs de zee zoeken we een bankje om even in de zon te genieten van wat Australië te bieden heeft. Wat me direct opvalt wanneer we zijn gaan zitten zijn de eindeloze stroom verbodsborden langs de wegen en paden. Je mag dit niet, je mag dat niet, en alles met boetes waar je in Nederland maanden voor moet werken. Ik vraag me af wat hier nog wel mag!
Na het uitbundige avondeten drinken we nog wat, ondanks de hoge bierprijzen wordt er stevig door de mannen gedronken, maar niet voor al te lang. Ik heb het excuus dat ik nog moe van de reis ben en ga niet al te laat naar bed. Morgen staan we vroeg op om naar de “Sydney Royal Easter Show” te gaan. Peter en Johanna hebben me uitgenodigd, de kinderen gaan vanzelfsprekend ook mee. Dus morgen is eigenlijk mijn eerste echte dag in Australië.
Copyright/Disclaimer