zaterdag 3 februari 2018

Thailand: A wee one

Bua Yai (Yu en John) VIP boven voor), zaterdag 3 februari 2018

Een koude wind blaast over het dorre land van de Isaan. Dat is iets dat je absoluut niet verwacht in Thailand. Buiten ritselen de bladeren van de armdikke bamboe en de kokospalmen, het klinkt als regen. De hele nacht heb ik liggen draaien onder het dunne synthetische dekbed. Het tweede hoofdkussen tegen me aan gekneld om wat extra warmte te generen.
Om half zeven ben ik al klaar wakker en de koude maakt dat het geen nut heeft om te proberen verder te slapen. Mijn voeten voelen aan als ijsklompen en mijn fleece is onvindbaar. Op weg naar beneden, naar de keuken voor een verwarmende hete kop koffie, herinner ik me plotseling dat mijn fleece nog in de zadeltas van mijn motor zit. Verkleumd van de kou haal ik gekleed in alleen mijn onderbroek de rode fleece buiten op.
Het moet een zeer vreemd gezicht zijn voor de in dikke kleren gehulde en met wollen mutsen getooide dorpelingen. Met een dampende kop koffie naast het bed en de laptop in de aanslag kruip ik weer onder het dekbed. Mijn fleece maakt het een stuk aangenamer! Wachten op de warmte van de zon is het enige wat ik nu nog kan doen.
Zodra de zon, rond tien uur, door het wolkendek breekt veranderd de wereld buiten mijn ramen. De temperatuur loopt langzaam op en binnen een kwartier schop ik het dekbed van me af. Nu is mijn dag begonnen. In de keuken tref ik Yu en John aan terwijl ik op weg ben voor mijn derde kop koffie.
‘Doe maar rustig aan Johnnie!’, is John’s advies.
Op veel plaatsen noemen ze me nog steeds bij mijn Thaise bijnaam: “Johnnie”, van Johnnie Walker. Niet die van de Whisky maar omdat ik altijd te voet was. Vroeger wandelde ik minimaal vijftig kilometer per week in Pattaya! Terug op het bed sla ik weer aan het schrijven. Ik heb nog het een en ander in te halen.
Ontbijt met eendeneieren
Zodra mijn inspiratie is opgedroogd kleed ik me aan en ga op zoek naar het ontbijt. Wanneer ik bij Yu en John op bezoek ben kijk ik altijd uit naar de eendeneieren, gebakken of gekookt. Yu koopt ze met emmers tegelijk en ze vinden gretig aftrek in het gezin. Een uitsmijter ham met witte bonen in tomatensaus en ik kan er weer een hele dag op teren. De eieren smaken sterker en zijn ook veel rijker aan voedingsstoffen.
Sinds mijn bezoek aan de Filippijnen eet ik stukken minder. Een klein ontbijt en niet altijd een kleine lunch, het avondeten blijft het culinaire hoogtepunt van de dag. Dat ben ik van plan om door te zetten in Nederland. Niet meer eten omdat je denkt dat je moet eten, voortaan laat ik mijn lichaam spreken. Ik ben haast vijftien kilo afgevallen sinds mijn vertrek uit Nederland en voel me stukken beter. Ook hoop ik dat de getallen van mijn diabetes een stuk zijn verbeterd. Wat wel een probleem is is de persoonlijke hygiëne. Bij deze lage temperaturen op het platteland van Thailand is een douche niet echt uitnodigend dus blijf ik het maar voor me uitschuiven. Misschien later in de middag!
Mijn Honda Phantom
De vraag van John of ik zin heb om mee te gaan naar de supermarkt wordt natuurlijk positief beantwoord. Mijn motor blijft me roepen om een stukje te gaan rijden! Zonder helm, dat kan nog in de provincie, rijden we door de droge rijstvelden van de Isaan. Het is fris, John heeft ervoor gekozen om alleen een shirt te dragen maar ik ben blij dat ik toch mijn fleece heb aangetrokken.
Mijn Honda gromt en brult ombeurten. Af en toe trek ik de gasschuif open en dan gaan we er samen meteen vandoor. Het geluid suggereert dat we hoge snelheden bereiken maar ik weet wel beter. Op het kleine beeldscherm van mijn GPS wordt de exacte snelheid weergegeven en die komt zelden boven de 65 Km/h.
We kopen wat groente en bonen in tomatensaus in de supermarkt maar dat is op dit punt niet belangrijk, het rijden op de motor is het leidend voorwerp. Op weg naar de uitgang trek ik nog wat Thais geld uit de muur en dat zou nu voldoende moeten zijn om me weer terug te brengen naar Pattaya. Zelf heb ik ook een budget vastgesteld waar ik me aan moet houden. Veel plezier hebben terwijl je veel geld uitgeeft is niet moeilijk. Met een beperkt budget veel zien en veel plezier hebben dàt is de kunst! Op de terugweg score ik nog twee donuts, een voor Yu en een voor mij, die de koffie van vanmiddag zullen opfleuren.
John's auto op gasJohn's auto op gasJohn's auto op gas
Tijdens mijn verblijf in Nang Rong heb ik Brommer Peter belooft dat ik foto’s zou maken van John’s auto. Een voertuig dat hij helemaal, zonder een tekening, van restjes profiel en een oude Honda Phantom heeft gebouwd. Ook ik ben opnieuw verrast wanneer John verteld dat hij problemen had met de benzine toevoer. De benzinetank zat te laag. Na enkele experimenten is hij overgestapt op gas! Nu rijdt de zelfbouw auto dus op propaan. De fles staat achterop vast gesjord met een stuk touw.
Mijn Honda Phantom
We hebben nog een project te gaan deze middag. Geloof het of niet maar toen mijn GPS een jaar geleden in Spanje gebrekkig werd dacht ik meteen dat ik die tijdens mijn bezoek aan Yu en John zou repareren. De Garmin wordt eerst door ons van alle kanten bekeken. Tijdens de koffie met de donut bespreken we hoe het probleem gaan aanpakken, oplossen en repareren.
We zijn er al snel uit en John haalt het gereedschap en de andere benodigheden tevoorschijn. De rubberlijm blijkt te zijn verdroogt maar we hebben ook geluk. Het onderdeel dat we willen maken valt zo uit de plastic wegwerptas. We bekijken het van alle kanten en we zijn het erover eens dat dit de oplossing wel eens zou kunnen zijn. Ik begin het ventieldopje met een kniptang in te korten waarna John het van me overneemt en met een millimeter tegelijk er schijfjes plastic met een nieuw Stanley mes vanaf snijd. Totdat de hoogte van het ventieldopje gelijk is aan de diepte van de buitenkant van de GPS tot aan de micro schakelaar. Er steekt nog wel een klein randje uit en dat wordt met een combinatie van schuurpapier en het Stanley mes verwijderd. Een klein balletje plastic silly putty vult het gaatje in het ventieldopje en we zijn klaar met de voorbereidingen.
Dan gaan we weer met de motoren op pad om nieuwe rubber plakkers voor binnenbanden en een tube Thaise Solution, rubberlijm, te kopen. Op zich een kleine onschuldige aankoop maar niet in Thailand! Ze krijgen bijna een hartaanval wanneer de twee blanken de kleine fietsenwinkel binnenlopen. Een jongere man, waarschijnlijk een zoon, is bezig met het in elkaar zetten met een fiets. Misschien net verkocht, besteld of voor de showroom op de parkeerplaats buiten voor de winkel. Hij springt meteen op want hij weet uit ervaring dat moeders niet met buitenlanders praat. Gelukkig kunnen we hem ongecompliceerd uitleggen wat we nodig hebben en even later staan we € 0,75 armer weer buiten in de brandende zon.
Mijn gerepareerde Garmin GPS
Een beetje schuren, een laatste controle en dan de gaat lijm er op. Er is geen weg meer terug! Vijf minuten wachten en dan het plakkertje. Het resultaat is verrassend goed! Je voelt geen enkele verhoging en de weerstand van de micro-schakelaar lijkt ruim voldoende om het rubber van de plakker terug in de oorspronkelijke plaats te drukken. We zijn nu al trots op ons werk.
Scotch egg's
Terwijl wij buiten aan het werk zijn is Yu binnen in de keuken druk bezig met het maken van “Scotch Egg”, en die zien er nu al heerlijk uit! Dat wordt smullen vanavond! Ondertussen is de lijm voldoende gehecht en komt het moeilijkste moment van dit project. Met een onbekend Stanley mes moet ik de overtollige randen van het plakkertje wegsnijden. Dat klinkt een stuk gemakkelijk dan het blijkt. Het rubber is taaier dan verwacht en het mes snijd veel minder gemakkelijk dan verwacht. Maar na een kwartier ben ik dan toch klaar en kunnen we beiden blij zijn met het resultaat.
Na een sessie ontspannen op het bed in een verfrissende wind tussen de schuifdeur en de ramen boven mijn bed zoek ik om half vijf weer de weg naar beneden. Het is tijd voor een heerlijk koud biertje achter het huis. De laatste zonnestralen verwarmen me terwijl ik geniet van het biertje. Met John voer ik de heerlijkste gesprekken, techniek, politiek, de natuur of exotisch eten, John weet overal over mee te praten.
Scotch egg
Zodra Yu ons roept dat het eten op tafel staat schuiven we aan. Scotch Egg met friet en groente, in een woord: Heerlijk. Na het eten vervolgen we onze gesprekken en Yu voegt zich bij ons. Zaterdagavond in de Isaan, in de verte blaft een hond of kraait een haan.
Wee one
A wee one

Nog een fles bier en dan heeft John ook trek in een borreltje. Hij haalt een fles “Glenmorangie” met twee grote glazen tevoorschijn. Een mooi einde aan een heel plezierige dag.

vrijdag 2 februari 2018

Thailand: Onderhoud

Bua Yai (Yu en John) VIP boven voor), vrijdag 2 februari 2018

Na een redelijk nacht in de provincie, de honden blaffen de hele nacht tegen elkaar en aan het begin van de dag is het concert van de honderden hanen, voel ik me redelijk fris. Maar de schijn bedriegt! Ik ben in de veronderstelling dat het vandaag al zaterdag is. En dat is op zich geen probleem want in Thailand is alles zeven dagen per week open. Wat me wel tegenvalt zijn de lage temperaturen ’s nachts in de Isaan maar daar wennen we ook wel  weer aan.
Eendenei met baked beans
Na de gebruikelijke taferelen in de ochtend en twee koppen koffie meld ik me in de keuken voor het ontbijt. Precies zoals ik heb verwacht wordt ik getrakteerd op een gebakken eendenei op toast met witte bonen in tomatensaus. Een ontbijt voor kampioenen en een ontbijt dat me zonder enige moeite door de rest van de dag brengt.
Vandaag staan er twee taken op het programma! Als eerste moet ik met mijn motor naar de garage voor groot onderhoud. Ik ben al heel erg blij dat Yu en John op mijn motor passen, onderhouden en af en toe mee rijden, want zou dat niet gebeuren dan kon ik mijn motor nu wel bij het grof vuil zetten.
De originele accu is na ruim tien jaar overleden! We moeten de zware motor aanduwen en omdat ik lang niet op de motor heb gezeten kiest John ervoor om dat zelf maar op zich te nemen. Met behulp van twee Thai, die toevallig aan het kokosnoten plukken zijn, wordt mijn motor aangeduwd. Binnen enkele meters slaat de 200cc een cylinder viertakt aan en het geluid maakt me helemaal warm vanbinnen. Wat heb ik mijn tweede vrouw de afgelopen vier jaar gemist!
Ja ècht, het is bijna vier jaar geleden dat ik mijn motor hier heb gestald! Ik bestijg de “Honda Phantom” en om eerlijk te zijn voelt het een beetje onwennig. John heeft ondertussen zijn scooter gestart en staat naast me om op pad te gaan. We steken beiden onze duim op als teken dat alles goed is en dat we met de eerste taak van de dag kunnen beginnen.
Binnen vijfhonderd meter heb ik het gevoel weer te pakken. Motorrijden verleer je nooit, je moet alleen het gevoel weer terug vinden. Ik schakel een keer verkeerd en de motor huilt van ellende en remt op de compressie. Verder is het gewoon zoeken naar “het gevoel”. Zoals elke Nederlandse motorrijder dat heeft wanneer hij/zij in het voorjaar de motor weer van stal haalt. Ik voel dat de smalle voorband een beetje springt en daarmee naar de buitenkant van de bocht wil. Ook de achterkant, de dikke vette slof, voelt in het begin vreemd aan. Het middengedeelte van de band is vrij vlak en daardoor altijd een beetje zoekend op rechte stukken. In de bocht heb je dan plotseling een stuk minder rijvlak waardoor de motor zich weer rechtop wil richten.
Een nieuwe accu
Na zes en een halve kilometer staan we bij de motorzaak en ik heb het gevoel voor de motor alweer bijna helemaal terug. Als eerste komt er een nieuwe accu tevoorschijn. Typisch Thais wordt eerst de goedkope lokale versie aangeboden. Thai hebben nu eenmaal graag goedkoop en denken op de korte termijn. Wij westerlingen zien het nu van een duurdere die op de lange termijn de investering zal belonen. Uiteindelijk wordt het dus de duurdere 5Ah Yuasa accu.
En een nieuwe ketting
Als tweede komt de ketting aan de beurt. Die heeft er alweer zes duizend kilometer opzitten en is dus aan vervanging toe. Hoe tegenstrijdig dit ook mag klinken, hier kiezen we wel de goedkopere versie. Ervaring heeft ons geleerd dat ook de drie keer duurdere gesloten ketting slechts een 20% extra kilometers oplevert. Het is en blijft wennen hoe de Thaise monteurs met het gereedschap en de onderdelen omgaan. Veel Westerlingen worden half gek wanneer ze deze monteurs aan het werk zien. Voor ons is het de gewoonste zaak van de wereld! Ze doen het zo al vijftig jaar en over vijftig jaar doen ze het nog zo. Dan komt de rekening tevoorschijn en voor het astronomische bedrag van 1.047 baht is mijn motor weer tip-top in orde. 1.047 baht is ongeveer € 28,- dus dat valt wel mee na vier jaar.
Op de terugweg voel ik me steeds beter en trek de gasschuif eens flink open. Als een racepaard uit de starthokken schiet ze over de mooie stille geasfalteerde weg door de rijstvelden van de Isaan. Door mijn hoofd schieten de gedachten van vorige ritten door Thailand. Volgend jaar winter is het hopelijk weer zover dat Lyka en ik een maand met de Honda Phantom op pad gaan.
Yu en John zijn goede vrienden en willen nooit een ondersteuning hebben wanneer we bij hun verblijven. Het enige wat dan overblijft is met ze naar de supermarkt gaan om flink in te kopen. Ik hou zelf ook van lekker eten en John kookt altijd “British School Dinners". De winkelwagen gaat goed vol met een uiteenlopend aanbod van de lokale heerlijkheden. Mooier kan het niet! We brengen de middag door met kletsen over de vele oude herinneringen die we met elkaar delen.
Vanaf het balkon
Aan het einde van de middag trek ik me nog even een uurtje terug om wat te lezen en te schrijven. De deur naar het balkon gaat open en een heerlijke frisse wind trekt door mijn kamer. De internet radio speelt en ik hou via het internet contact met mijn vrouw in de Filippijnen. Heerlijk om zo te relaxen! Om vijf uur ga ik naar de tuin om te genieten van de laatste zonnestralen en een koude “Beer Leo”.
Koreaanse kip
Totdat het tijd is om te gaan koken. In de supermarkt heb ik een Koreaanse marinade gevonden en die wordt vanavond gelijk in combinatie met een stuk kipfilet uitgeprobeerd. Het is heerlijk maar onverwacht toch wel een beetje pittig. John houd zich op de vlakte en na enkele happen kip begint hij het zelfs te waarderen. De zoon vindt het overheerlijk en ook Yu weet na een hap al dat het een blijvertje is. Yu vindt het zelfs zo lekker dat ze wat varkensgehakt in de overgebleven saus smoort en samen met de overgebleven graag geziene broccoli en bloemkool op een bord rijst gooit. Het hele gezin inclusief de gast heeft heerlijk gegeten.
Het wordt op deze vrijdagavond wat later dan gewoonlijk maar om tien uur zoeken we toch onze bedden op. In principe ben ik hier al klaar met mijn taken maar we gaan de komende drie dagen toch nog genieten.

donderdag 1 februari 2018

Thailand: Een moeilijke verplaatsing

Bua Yai (Yu en John) VIP boven voor), donderdag 1 februari 2018

Om kwart voor zeven wordt ik wakker door een mengsel van de kou en het geratel van regen op het dak. Regen is absoluut het laatste wat ik wil en ook het laatste dat je verwacht in januari in Thailand. Ik draai me dus nog maar een keer om en hoop dat de regen ophoud zodat ik vandaag weer verder kan. Mijn trek in een kop koffie wordt met de minuut sterker dan mijn wil om te slapen. Rond half acht zwaai ik de keur van mijn bungalow open en wordt niet blij van wat ik zie. Het regent nog steeds en het is erg koud! Ik kijk naar beneden naar mijn voeten. Er zitten geen sokken in mijn rugzak en mijn schoenen staan in Pattaya.
Peter is al lang weer bezig met de was en het opruimen van de kamers. Zodra hij me ziet, in mijn rode fleece, komt hij naar de receptie en maakt een hete kop koffie voor me. We zijn het erover eens dat het niet het beste weer voor Thailand is en dat het erg fris is. Het is voor ons beiden in ieder geval een tijd geleden dat we deze koude hebben gevoeld. Op de terugweg naar de bungalow slaat plotseling de twijfel toe. Dat gebeurd me wel vaker tegenwoordig! De besluiteloosheid steekt de kop op en dan moet ik doorzetten om een beslissing te nemen.
“Zal ik nog een nacht blijven òf zal ik vandaag toch vertrekken?”, dat is de hamvraag op deze koude regenachtige ochtend!
Nog maar een tweede bakkie koffie en door de twijfels smaakt het brood met ham me ook niet meer. Dan hak ik de knoop door en besluit om toch maar op pad te gaan. De regen is overgegaan in een natte wind en de weersvoorspellingen zijn goed. De zon komt later op de dag tevoorschijn. Met een derde kop koffie in de aanslag pak ik mijn rugzak in. Dat heb ik al zo vaak gedaan dat het een automatisme is, ook al heb ik het al heel lang niet meer gedaan.
Untitled
Zodra ik klaar ben, en de kop is leeg gedronken roep ik Peter dat ik gereed ben om naar het busstation te gaan. Het weerbericht op de iPhone liegt er niet om, 15 graden Celsius! Dat verwacht je niet in het warme Thailand. Ik neem afscheid van Nung en bedank haar voor alle gastvrijheid. We komen hier zeker nog een keer terug want het waren heerlijke dagen hier in het “Smile Home Resort” in Nang Rong.
Busstation Nang Rong
Op het busstation neem ik afscheid van Peter en we spreken af dat het geen zeven jaar meer zal duren voordat we elkaar weer gaan zien. Dan begint de dag van strijden, reizen en wachten. De eerste etappe is naar “Khorat”, de afkorting voor “Nakhon Ratchasima”. Een van de grotere steden in het hart van de Isaan. Afstanden zijn niet erg belangrijk wanneer je met de bus reist. Reistijden zijn dat wel!
Omdat ik in principe niet meer met minibusjes door Thailand reis moet ik wat langer wachten totdat de eerste grote bus rond half elf arriveert die me voor 80 baht naar Khorat zal brengen. Ik heb gelijk mijn favoriete plaatsje achter de chauffeur zodat ik voor me naar de weg, en naast me naar het landschap kan kijken. Op de GPS kijk ik af en toe waar we ons bevinden en in welke richting we gaan. Dat komt wel goed!
In Khorat wordt je dan onverwacht uit de bus gezet en de chauffeur wijst naar een bord langs de weg “Busstation”. Nou, dat is dan meteen duidelijk en dat kan niet worden gezegd van de informatie die ik tien minuten later in het busstation krijg. Er zijn namelijk geen grote bussen naar “Bua Yai”, mijn bestemming voor vandaag. Wel minibusjes maar daar wil ik dan weer geen gebruik van maken. Volgens een medereiziger moet ik dus naar “Busterminal 2” van Khorat voor een grote bus naar Bua Yai.
Een eenzame motortaxi staat al van verre te zwaaien zodra hij me ontdekt in de Thaise menigte. Ik maak me op voor een volgende poging tot oplichting van een toerist maar tot mijn grote verbazing vraagt hij me de normale prijs, voor 40 baht arriveer ik een kwartier later bij “Terminal 2”. Ik heb mijn kont nog niet van het zadel en we zijn al omringt door een groep Thaise mannen van verschillend allooi die me gratis hulp aanbieden. Het eerste advies is dat ik naar het busstation moet voor een minibus omdat er vanaf Terminal 2 geen bussen naar Bua Yai vertrekken. Ik betaal de motortaxi en bij het zien van het pakje geld word de hulp alleen maar hardnekkiger en de kaartjes sjacheraars lastiger.
‘Where you go?’, klinkt het van alle kanten in duizend tonen.
‘Hong Naam!’, schreeuw ik wanneer ik het zat ben.
“Hong Naam” betekend toilet en een voor een druipen ze af op zoek naar een nieuw slachtoffer.
Ik moet trouwens ook echt pissen en na mijn blaas te hebben geleegd ga ik verder met mijn zoektocht. Alles is in het Thais geschreven en dat maakt het reizen in dit soort landen romantisch maar ook een stuk moeilijker. Het is gewoon wachten totdat iemand je aanspreekt in het engels die je graag wil helpen. En zo gaat het ook! De jonge Thaise vrouw is goed te verstaan en zij raad me aan om een bus naar “Khon Kaen” te nemen en de buschauffeur duidelijk te maken dat je naar Bua Yai wil.
Dan is het plotseling een stuk gemakkelijker. Een kaartjes sjacheraar grijpt me bij de arm en sleurt me letterlijk naar een loket waar een dikke vrouw met vette vingers aan een kippenpoot zit te plukken.
‘Khon Kaen?’
Ze kijkt op haar horloge en wijst naar de dubbeldekker tegenover het loket terwijl ze met de andere hand een stukje kleefrijst in haar enorme mond laat verdwijnen. De chauffeur wenkt me en de kaartjes sjacheraar verlaat me. Die zal later wel een paar baht bonus krijgen! Zodra ik in het half engels en half Thais heb uitgelegd wat de bedoeling is knikt hij bevestigend en wijst me een zitplaats aan op de bovenverdieping. Dat is dan 100 baht voor de volgende etappe. Enkele minuten later rolt de blauw/witte bus de Terminal 2 uit.
Terwijl we het mij zo bekende landschap doorkruizen zoek ik op de GPS uit wat de rest van het traject met worden. Het blijkt een stuk gemakkelijker dan ik had verwacht. Op het kruispunt van snelweg 2 en provinciale weg 202, bij een plaats genaamd “Sida”, moet ik er uit. Dan een stukje richting Bua Yai lopen en daar wachten op een lokale bus. Dat laatste is altijd een beetje onzeker omdat je nooit weet wànneer er een bus zal verschijnen.
Zodra ik op het kruispunt uit de bus stap staat er op de hoek een groep motortaxi’s te juichen alsof ze net de loterij hebben gewonnen. Laat mij nu bekend zijn met dit soort ontvangsten. De brutaalste rent op me af en vraagt in het Thai waar ik heen moet. Zodra ik mijn bestemming het gemeld zie ik de dollartekens in zijn ogen draaien.
‘You friend, only ha roi!’, dat is dus 500 baht, de gemene glimlach verraad dat hij niet veel goeds in de zin heeft.
Ik stap met een rustige tred verder en enkele tientallen meters verder is de prijs al gezakt tot 300 baht! Ik heb er geen trek in want het is pas twee uur in de middag en ik heb nog zeker drie uur daglicht om op de plaats van bestemming te komen. In een van de kleine restaurants, die je op elke kruising van wegen in Thailand kan vinden, hoop ik wat meer informatie te krijgen. Tevergeefs zo blijkt, het zou zo maar kunnen zijn dat die taxichauffeur haar zoon òf man is. Een winkel verder koop ik een blikje ijskoffie en het grote wachten begint.
Ik voel de ogen in mijn rug prikken en ik kijk om de paar minuten op mijn horloge. Zoals ik daar sta, met de rugzak nog op mijn rug, langs de weg die naar Bua Yai loopt moet het toch voor iedereen duidelijk zijn wat de bedoeling is. Het duurt dan ook niet lang voordat er een oude bordeaux rode pick-up, die tegen het verkeer in rijd, naast me stopt. Het hele bekende bandje van: ‘Where you go’, tot en met de prijsopgave wordt afgespeeld. Voor een moment twijfel ik aan zijn aanbod maar dan besluit dan toch om niet op zijn aanbod in te gaan. Verbaasd rijdt hij weg in de tegenovergestelde richting die ik voor ogen heb? Vraagtekens, vraagtekens.
Goed observeren, wanneer je onderweg bent is heel belangrijk! Er stopt een kleine Suzuki vrachtwagen langs de weg op ongeveer dertig meter bij me vandaag. Er rennen twee mensen, een man en een vrouw, met twee weekendtassen en wat plastic tassen naar het voertuig. Ik kijk nog eens goed en neem het hele beeld in me op. Razendsnel schakelen mijn hersenen en ze verwerken de beelden en indrukken. Puur op instinct beweeg ik in een versnelde pas richting het voertuig met de grote Thaise letters er op. Bingo! Het is een lokale bus zoals ik hier had verwacht. Alleen in een andere kleur en in een andere vorm. Het is tenslotte alweer jaren geleden dat ik met mijn rugzak door Thailand heb gereisd.
De vrouwelijke chauffeur is net zo verbaasd als ik maar wanneer ik haar in simpel Thais heb uitgelegd waar ik heen wil en wat de bedoeling is klaart haar gezicht op. Dat is dan 25 baht voor de laatste etappe naar het busstation van Bua Yai! Voor nog geen zeven euro ben ik de hele dag op reis geweest en heb zeker 240 kilometer afgelegd. Mijn twee medereizigers vragen me de oren van het hoofd in het Thais maar verder dan een “Mai kau jai”, ik versta het niet, komen we niet. Het is best een beetje zielig want ze nemen echt de moeite om met me te praten. En dan valt de stilte tussen ons, het lange zwijgen, totdat we afscheid nemen op het busstation van Bua Yai.
Mijn benen en kont doen pijn van het lange zitten dus beslis ik om naar het treinstation te lopen. Dat komt me ook wel goed uit want het is mijn plan om de volgende etappe naar Jan met de trein te reizen. Het wandelen doet me goed en het bloed begint weer door mijn benen te stromen. Onderweg bel ik John waar hij me kan vinden.
Achter de balie van de informatie voor de spoorwegen zit een jonge vrouw kleurrijke balletjes te schieten òf diamanten in de juiste volgorde te zetten. Ik kan het niet goed zien. Zodra ze mij ziet gaat haar telefoon in de la en die gaat dicht in het antieke bureau.
‘Can I help you?’, hakkelt ze bij het zien van de buitenlander of misschien wel de uitzonderlijke knappe man op leeftijd.
Zodra ik heb uitgelegd wat mijn plannen zijn komt er een A4tje tevoorschijn met daarop de dienstregeling van de treinen tussen Nong Khai en Khorat en op de achterkant staat de dienstregeling van de treinen tussen Khorat en Ubon Ratchathani. Vanzelfsprekend begint ze aan het verkeerde traject want ik moet overstappen in Khorat. Na wat gepuzzel zijn we er uit! Komende dinsdag moet ik de trein van 09:38 hebben vanuit Bua Yai en dan heb ik in Khorat een kleine veertig minuten speling totdat mijn aansluiting naar Sisaket vertrekt. Alleen de prijs is me nog een raadsel, en een puzzel!
Het is 18 baht van Bua Yai naar Khorat, daarna 18 baht van Khorat naar Sisaket. Wanneer ik hardop concludeer, in het Thais, dat ik dus in totaal 36 baht kwijt ben voor een treinreis van bijna zeven uur wordt ik door de jonge vrouw gecorrigeerd. Niet zeker van mijn zaak vraag ik of ze nu 18 òf 80 baht zei, die nummers klinken haast hetzelfde in het Thai. Maar nee, het klopte, het is 18 baht. Dus ik herhaal het nog een keer. Het is dus 36 baht in totaal en ik koop hier op het station van Bua Yai het kaartje voor het gehele traject.
Nee verbeterd ze me: ‘Het is 18 baht van Bua Yai naar Khorat, daarna 18 baht van Khorat naar Sisaket’.
Het is toch treurig dat een hoogopgeleide bij de Koninklijke Thaise Spoorwegen niet eens 18 + 18 uit haar hoofd kan uitrekenen? Of zou het de dochter van de stationschef zijn? Maar ik ben dat ondertussen wel gewend.
Even later verschijnt John op de scooter en op dezelfde plaats waar we haast vier jaar geleden afscheid van elkaar namen begroeten we elkaar weer. Het is goed om elkaar weer te zien. Thuis wacht Yu al op ons en dat weerzien is misschien nog wel hartelijker. Ik voel me meteen weer thuis en Yu vind het heel jammer dat Lyka er niet bij is. Ik deel haar gevoel en neem me voor om nooit meer alleen op reis te gaan!
Untitled
Ik drink wat bier en John maakt een maaltijd voor ons waar ik me lang op heb verheugd. Een verse kip pastei met patat en gemengde groenten. Ook hier in de Isaan gaan ze met de kippen op stok! Ik ga dus ook vroeg naar boven, het mag ook wel want ik ben vermoeid van de dag reizen.
Yoon en John
Na twee biertjes en met een voldaan gevoel zoek ik om kwart over acht mijn bed op. Het was weer een mooie avontuurlijke dag in de Isaan. Morgen gaan we met de motor op pad. Mijn eigen motor wel te verstaan.
Copyright/Disclaimer