zaterdag 5 november 2016

Frankrijk: Op Franse bodem

Oye-Plage (Camping Bouscarel), zaterdag 5 november 2016


Het was een rustige nacht. Om zeven uur sta ik onder aan de trap controleer de accumonitor die nog steeds 12,1 Volt aangeeft. Dat is goed te noemen maar het kan nog beter. De weersverwachting is niet al te best dus hebben we gisteren het plan opgepakt om enkele honderden kilometers verder naar het zuiden te rijden. Toch ziet het er niet al te slecht uit op deze ochtend.

Tijdens het overheerlijke, maar zware vullende, Engelse ontbijt besluiten we om het nog een dagje aan te zien. Vanaf de eettafel zien we onze Engelse buren voor de nacht vertrekken. Niet meer dan een minibusje met 4 personen, twee kinderen en twee volwassenen. De man kleed zich buiten snel aan om niet te lang bloot te staan in de snijdende koude wind. Met interesse volg ik de handelingen van hun ontbijt. Het is misschien klein en behelpen maar het is beter dan niets. Ik weet voor 100% zeker dat deze twee meisjes altijd warme herinneringen zullen hebben aan de tochten met hun ouders in de kleine camper.
We verlaten onze België route nummer 8 en steken in de Noord-Frankrijk route 2. Het eerste kerkdorp dat we bezoeken is Hondschoote. Hondschoote? Ja, Hondschoote in Frankrijk! Wereldberoemd in Noord-Frankrijk door haar molen en kerk.
Vanzelfsprekend kan een standbeeld van de man die Frankrijk bevrijdde van de Duitse bezetters niet ontbreken en meteen hebben ze de naam van het kerkplein ook maar meteen omgedoopt tot “Place du Général de Gaulle”. Voor de jongere lezers: Dat is die vreemde man met die enorme neus en dat rare petje!
Tijdens deze eerste halte maak ik van de gelegenheid gebruik een poging te wagen om de lege jerrycan met water te vullen. De plaatselijke VVV is het slachtoffer. Enkele minuten na het rinkelen van de ouderwetse bronzen deurbel verschijnt er een goed verzorgde dame op leeftijd die geen moment twijfelt en me meteen een flirtende glimlach toewerpt.’ ‘Allo ‘allo’, de Britse komedie over het Franse verzet, schiet me meteen te binnen. Met mijn kolenfrans, inclusief een gespeeld dialect weet ik haar uit te leggen dat ik graag water zou willen hebben voor mijn jerrycan. Het is geen probleem. Ze neemt de 17,5 liter jerrycan van me aan en verdwijnt door een openstaande deur naar de achterkamer.
Het duurt nog al even en door de deuropening hoor ik vreemde geluiden die ik niet direct thuis kan brengen.
‘Madam?’, fluister ik haast in de richting van de openstaande deur.
‘Monsieur, ik ben hier!’, roep ze terug in het frans met een gedempte stem.
Mevrouw Hennekam, mijn Franse lerares op de MAVO, zou trots op me zijn dat ik dat allemaal zo maar kan verstaan!
Ik twijfel een moment maar loop toch voorzichtig de achterkamer binnen. Het tafereel is ontwapenend. De oudere vrouw vult eerst een kleine roze plantengieter onder een kraan van de wasbak waarna ze de inhoud van de plantengieter in de jerrycan laat lopen. De jerrycan past niet onder de kraan! Ik onderdruk een lach en produceer een glimlach die haar aan het blozen maakt.
Ik bedank haar uitgebreid voor haar hulp en als teken van mijn waardering koop ik een grote fles “Zonneblussch Bier” in de kleine winkel annex toeristenbureau. 7 Procent en voor maar € 3,60, dat bier zal later deze reis zeker goed smaken! Bij het naar buiten stappen kijk ik nog een keer over mijn schouder en als twee voor eeuwig afscheid nemende geliefden glimlachen we elkaar vaarwel.

De kerk uit de 16e eeuw is een plaatje en een verheerlijking van het katholicisme zoals we dat niet in Nederland gewend zijn. Overweldigd door beelden, kleurrijke gebrande ramen en houtsnijwerk, hoofdzakelijk in het plaatselijke eiken, wandelen wij in gepaste stilte door de kerk van St-Vaast.

Wat we volgens de Womo reisgids ook niet mogen missen is de molen. Deze molen Spinnewyn (ook: Moulin de la Victoire), op 7 september 1793 speelde de molen een rol in de Slag bij Hondschote, waarbij de Fransen overwonnen. De molen werd toen verwoest op last van generaal Kellermann. Blijkbaar werd de molen herbouwd? We weten niet wat we ervan moeten denken maar dat de molen ooit nog terug komt in een van mijn verhalen valt te betwijfelen.
We vervolgen onze reis in komen langs Bergues. Ik moet eerlijk toegeven dat het stadje met haar fraaie stadsmuur uitnodigend is. De parkeerplaats voor campers is ook een dikke zeven waard maar wij besluiten om deze stad later, misschien op de terugweg te bezoeken.
En niet veel later komen we in de eerste van vele Franse havensteden. Dunkerque, is aan de buitenkant een grijze industriële stad. Naarmate je dichter bij de haven komt wordt het beter. Wij houden niet van steden dus na een korte rondrit gaan we snel weer verder.
Op een parkeerplaats aan de haven van Grand-Fort Philippe is het tijd voor de lunch en gaat voor de eerste keer de “Dream Chef Oven”, zeg maar “Omnia Oven 2.0”, voor de eerste keer op het gas. Een onaangename brandgeur vult de camper. De oven is nieuw en zal eerst toch een beetje opgestookt moeten worden om de verontreinigingen weg te schroeien. Na een kwartiertje kunnen de pistolets onder de rode deksel en met enige precisie regel ik het gas en hou de tijd in de gaten.
Met zo’n oven zonder regelaar en thermometer is het experimenteren totdat je het onder de knie hebt. Medium gas en drie minuten is mijn eerste gedachte. Na drie minuten zijn de broodjes warm maar nog niet knapperig, dus dat wordt nog een minuutje extra. En ja hoor, na vier minuten komen er heerlijke warme en knapperige pistolets onder het rode deksel vandaan, met een paar schroeiplekken, dat moet ik in de gaten houden.
Beenham, salami en een flink stuk Emmentaler kaas maken de lunch compleet. Tijdens het eten bespreken we onze gedachten voor de rest van de dag. Vandaag is het “campingdag” en dan willen we niet te laat op de camping arriveren. Zeker niet nu het al rond vijf uur donker is met de wintertijd.
De eerste camping die we tegenkomen is in de winter gesloten, een probleem dat we waarschijnlijk nog wel vaker tegen zullen komen op weg naar het zuiden, en de volgende camping uit de reisgids is een dik uur rijden verder naar het zuiden. Dus dat is eigenlijk ook geen optie!
Dus bij het eerste bord camping volgen wij de peilen en belandden op de “Camping Bouscarel in Oye-Plage”. Veel eisen hebben we niet! We willen douchen en de dikke 230 Ah huishoudaccu weer helemaal volladen. De ontvangst is vriendelijk en met de prijs van € 20,- per nacht kunnen we ook goed leven.

Achterop de camping krijgen we plaats 27 toegewezen en gelukkig werkt onze verloopkabel ook in Franrijk. Terwijl ik binnen bezig ben met van alles en nog wat zoekt Lyka haar badspullen snel bij elkaar en vertrekt naar de warme en toch verfrissende douche.
Kabels worden aangesloten, batterijen worden opgeladen en de koelkast wordt op netstroom geschakeld. Zodra Lyka terug is is het mijn beurt om te gaan douchen. In de enthousiaste haast vergeet ik mijn nieuwe zeepdoos en bij de douches aangekomen wordt ik als verrassing uitgebreid te woord gestaan door de knecht of misschien wel eigenaar. Ik weet het echt niet maar zijn door alcohol aangewakkerde stortvloed van Franse woorden gaat me echt te boven. Ik knik wat vriendelijk en verder dan een kolenfranse ‘Wie’ ga ik niet. Dan wijst hij me eindelijk de douches voor de l’ Hommes en geeft nog een uitgebreide uitleg in het frans over de drukknop voor het licht en de drukknop voor de warme douche, even later sta ik onder het stromende warme water.
Het douchen is heerlijk, alleen er zijn geen spiegels en zo wordt het scheren wel erg moeilijk! Ik sla het dus maar over tot de volgende douchedag! Schoon, koud en ongeschoren kom ik terug in de camper waar de kachel letterlijk snort. De dag zit er op en we kunnen gaan ontspannen met de laptop en de foto’s van vandaag. Een gewone Bavaria smaakt na België in Frankrijk ook ècht gewoon! We hebben er niet zoveel bij ons dus na twee gewone gaan we eten.

Het tocht achter in de camper nu er buiten een herfststorm rond de camper jaagt. De wind staat recht op de kont van de camper! Ik zal die ventilatieroosters maar weer eens afplakken, net als in Schotland. Alleen met dit verschil dat de koelkast nu niet meer op gas koelt maar gewoon op elektriciteit. Dat zal de veiligheid zeker ten goede komen. Een rol tape voor noodgevallen doet wonderen en het tochten is verdwenen!

Koreaanse noedelsoep met varkensvlees is ons avondmaal. Kokend heet en brandend pittig, met veel verse soepgroenten voor wat extra vitaminen op deze koude dagen. Het smaakt ons prima en na het eten komen onze digitale vermakelijkheden weer op tafel.
Een chocolade toetje en een koffie, een Ypra bier en de hoofdfilm voor vanavond: “The Admiral - Roaring Currents”, een Koreaans histories drama uit 2014 over de tweede Koreaanse-Japanse oorlog van rond 1600.
Ik denk niet dat film historisch erg correct zal zijn omdat de Koreanen en Japanners nog slechter met elkaar overweg kunnen als de Duitsers met de Fransen! De film is oké en mijn glas is leeg. Kwart voor elf, een mooie tijd om naar bed te gaan! Buiten raast de herfststorm nog steeds rond de camper en wiegt de oude dame ons voorzichtig maar beschermend in slaap.

vrijdag 4 november 2016

België: Het wordt kouder!

Veurne (aan de jachthaven)

Met de verduisteringsgordijnen dicht scheelt het veel aan warmteverlies tijdens de nacht maar het heeft ook een nadeel. Het blijft pikkedonker in de camper en het daglicht kan je niet verleiden om vroeg op te staan! Dus om iets voor acht wekt mijn gevulde blaas mijn verstand met de mededeling dat verder slapen wel eens een natte bedoeling kan worden. De Bavaria 8.6 verlaat geraffineerd mijn lichaam in de oude thermoskan die even later in de berm van de parkeerplaats wordt geleegd.

Ik ben wakker, ik ben leeg en ik heb trek in koffie. Gezien de lengte van de nacht is Lyka ook redelijk vroeg wakker en kunnen we aan het ontbijt beginnen. Een dubbele bruine boterham met een dikke plak ham, nogmaals bedankt Jess en Kris, met een gebakken ei moet voldoende zijn om de eerste activiteit van energie te voorzien.

We staan namelijk aan de rand van een domein met een kasteel en een uitgebreid netwerk van wandelpaden. Ik laat het helemaal aan Lyka over of ze met me meegaat. het is een frisse windstille ochtend in de uiterste zuidwest hoek van Vlaanderen. We kleden ons dik aan en gaan gewapend met een fles thee en wat koekjes op pad.

De langste wandeling is 9600 meter en die laten we maar aan ons voorbij gaan. Het is een mooie wandeling maar een drassig modderig veld oversteken is net iets teveel van het goede voor ons. De tijd werkt ook niet in ons voordeel dus volgen we het pad een stukje terug totdat we op een splitsing komen en zo een rondje kunnen maken dat ons weer bij de parkeerplaats terug brengt.

Het is een heerlijke wandeling in herfstsferen. De geur van de rottende bladeren en paddestoelen die overal uit de grond schieten. De wind steekt op en de koude bijt in je neus. Je haar waait om je hoofd en witte vlokken jagen langs een blauwe hemel. Je hele lichaam heeft baat bij zo’n wandeling, inclusief je geest want wandelen is ook heel goed voor de innerlijke mens. De sluimerende problemen vallen van je af of waaien weg met de koude wind.
Hoewel we een camper vol met voedsel hebben moet er toch nog wat worden ingekocht. Net voor de lunch passeren we een LIDL in Diksmuide waar ik snel nog even wat inkopen doe. Voor € 0,29 p/st kan ik de verse pistolets niet laten liggen en ook de Pecan notenbroodjes gaan in een zak. Een snack voor bij de thee later deze middag.

Als een buitenaardse obelisk torent het kruis boven Diksmuide uit. Een poort en de ruïne van de oude toren zijn zeker zo indrukwekkend. Tijdens de lunch, de gisteren gekochte paté is hemels, hebben we vanuit de camper aan de overkant van “de IJzer” een mooi uitzicht op deze imposante monumenten.

Deze monumenten vertellen naast een verhaal van de grote oorlog ook nog het verhaal van de tweede wereldoorlog die Europa in een tijdsbestek van vijf en twintig jaar trof. Opnieuw vielen er miljoenen slachtoffers aan beide zijden. Oorlog heeft geen overwinnaars doch slechts verliezers. Toch denken er nog steeds mensen dat ze wat kunnen winnen met dood en verderf.


De oorspronkelijke toren werd door de “verliezers” van de eerste wereldoorlog in de tweede wereldoorlog opgeblazen. Gevaarlijk patriottisme waar ook Geert Wilders in Nederland van wordt beschuldigt. Het grote verschil met Nazi-Duitsland is dat Geert het op eigen bodem voert en niet in een bezet gebied. Of zijn er ècht Nederlanders die denken dat Geert Wilders straks de Nederlandse pantservoertuigen rond Europa stuurt om andere landen te bezetten en in Polen geheime concentratiekampen bouwt om moslims te vergassen? Zonder het onderwerp van de Nederlandse politiek op te zoeken wil ik wel met u delen dat het in mijn beleving linkse socialistische populistische uitspraken zijn.

We zijn al haast aan het einde van onze dag en op weg naar Veurne, waar we de nacht zullen doorbrengen, passeren we nog een ander museum, “De Dodengang”. Een stuk loopgraven op de originele lokatie is hier nagebouwd zodat iedereen kan ervaren hoe het leven tussen 1914 en 1918 was.
Misschien is het jullie al opgevallen maar wij betreden niet veel musea of toeristische attracties. Wij blijven meestal aan de buitenkant om foto’s te maken. De reden hiervoor is erg simpel. Het zou ons namelijk veel teveel geld kosten! Dertig à veertig euro per dag per persoon zou geen uitzondering zijn. We kunnen dat geld beter voor andere zaken gebruiken.
Het is nog vroeg wanneer we onze plaats voor de nacht innemen op de kade aan de jachthaven in Veurne. Niet veel later begint er een miezerige regen die langzaam overgaat in een echte regen. Langzaam vult de camper zich met het geluid van de op het dak stervende regendruppels. Binnen brand te kachel, het is knus, Lyka is bezig op de Samsung tablet en ik op mijn MacBook. Foto’s en verhalen van gisteren en vandaag. Op de achtergrond speelt de radio oude deuntjes afgewisseld door een presentator met een zacht Vlaams accent. Backpacken 2.0!

We zijn nog steeds bezig met het opeten van de van huis meegebrachte etenswaren. Vanavond staan er aardappelen met bloemkool en een varkenskarbonade op het menu. We zijn zuinig met de elektriciteit en de lantaarns buiten aan de kade geven genoeg licht, ook door de gordijnen heen, dus zitten we in het schemer. Tijdens het aardappelschillen moet ik even hard lachen om de mensen die dertig kilo aardappels meenemen achter in de caravan wanneer ze naar Spanje gaan, nu hebben we zelf vijf kilo in het toilet staan.
De zware wintermaaltijd smaakt ons goed. De kou draagt daar zeker ook aan bij. Het klinkt misschien vreemd maar de camper geeft in de herfst met haar lage temperaturen misschien wel meer plezier dan in de zomer met haar hoge temperaturen. Het is knus en buiten zingt de wind om de “oude dame”.
We hebben nog maar net voldoende ampères om een film te kijken. De eerste avondvullende hoofdfilm van deze reis is “Fargo”, een waar gebeurd verhaal over een in scene gezette ontvoering die gruwelijk uit de hand loopt. Vooral de scene met het onderbeen en de sok die uit een hout versnipperaar steekt zal me altijd bij blijven.

donderdag 3 november 2016

België: De eerste sporen van de grote oorlog (1914-1918)

Diksmuide (De Blankaart natuurgebied)

Met een voorzichtige klop op het grote zijraam meld Jess dat de koffie klaar staat. Ik ben zelf ook pas een tiental minuten uit bed. De nacht naast de doorgaande weg kan ik een mager zesje geven. Het was rustig genoeg maar als een haas onder een lantaarnpaal in een open veld voelde ik me toch wel erg bloot. Het voordeel is dat er hoogstwaarschijnlijk ook niemand tegen je zal aanrijden.
Om half zes kwam het werkverkeer op gang. Met elk voertuig dat passeerde bewoog de verplaatste lucht de zware camper in haar vering alsof we met een roeiboot op de golven dansten. De onrustige slaap wordt mede veroorzaakt door een onwennige slaapplaats in combinatie met te weinig vermoeidheid. Met de komende dag gaat de vermoeidheid toenemen en wij beter slapen. Het is gewoon nog wat onwennig!
Heerlijke kleine zoete broodjes, vers gebakken in de oven, en een bakkie koffie maken mijn start van de dag in ieder geval goed. Lyka soest nog wat na onder de dekens in de frisse camper. Buiten is het negen graden en binnen blijft het kwik s’nachts rond de zestien graden hangen.
Helaas heeft Kris deze ochtend maar weinig tijd om afscheid van ons te nemen maar we spreken af om op de terugweg een weekend bij ze te blijven zodat Kris ook niet naar zijn werk hoeft. Lyka verschijnt fris en met een grote glimlach, ze heeft het ook heel erg naar haar zin in de camper. De kleine ongemakken neemt ze voor lief. Het avontuur en de ontdekkingstocht over een continent waar ze nog maar zo weinig van weet stemt haar gelukkig. Nog een bakkie koffie en een paar broodjes en we zijn onderweg.
Richting Roeselare raken we de beslagen ramen kwijt en warmt de motor zich op. Nog voordat we op een doorgaande weg richting het zuiden rijden is het aangenaam warm in de cabine. Ik hoop dat het ingevoerde waypoint het juiste is. We proberen op een route uit het WOMO boekje te komen en die te volgen tot aan de zee.
Zodra we de stad uit zijn zoek ik een geschikte plaats om te stoppen en even wat te reorganiseren, wat op te ruimen en spullen te zoeken waarvan ik haast zeker weet dat ze in de camper liggen maar die ik sinds Schotland niet meer heb gezien.
Die eerste halte is Moorslede. Zodra we daar arriveren kan ik het niet laten om wat foto’s te maken in het mooie. Een oud gebouw op de hoek van de doorgaande weg laat me bij de eerste mogelijkheid stoppen. Lyka is druk met haar telefoon dus ga ik even alleen een frisse neus halen en de beentjes strekken.

Er is ook een kasteel met een fraaie tuin. “De pompeschitter” valt me op en bevalt me wel, je ziet nu eenmaal niet vaak een standbeeld met de broek op de knieën. Het andere beeld is, hoe kan het ook anders in het historisch bewogen Vlaanderen, van een ridder die vroeger in het kasteel heeft gewoond.
Voor mij wordt het tijd om een thermisch T-shirt op te zoeken want de combinatie van bovenkleding die ik nu draag voldoet niet meer aan de eisen van het Vlaamse herfstweer.

Een klein halfuurtje verder komen we in Zonnebeke, het Polygoonbos, om precies te zijn. Hier leeft de historie van “de grote oorlog 1914-1918” nog voort, de eerste wereldoorlog zoals wij die in Nederland noemen en waar ons op lagere en middelbare school helemaal niets over is verteld.
We zijn aan een van de ontelbare frontlinies beland rond Ieper, er zijn in dit gebied meer dan 1.000.000 (één miljoen) soldaten gesneuveld in de meest onzinnige oorlog van de 20ste eeuw! Ondanks dat het al honderd jaar geleden is dat hier hevig werd gevochten hangt er toch nog altijd een onzichtbare sluier van de dood over deze velden. Op dit mooie rustige plekje omringt door de bossen drinken we eerst nog maar een bakkie koffie voordat we onze eerste echte wandeling van deze reis gaan maken.

Alles om je heen is verheven tot historisch punt met een toeristische waarde. Soms iets teveel van de “De grote oorlog = inkomen” gedachte. Er liggen hier tientallen begraafplaatsen om de Ieper en haast iedereen die in de buurt van een begraafplaats woont probeert er een slaatje uit te slaan.

Na een aangename wandeling komen we bij de eerste begraafplaats. Deze is voor de jonge Nieuw-Zeelandse mannen die ver van huis hun leven in een nutteloze oorlog gaven. Waarvoor? Verteld u het me maar?

Een omgeving als deze maakt je stil en respectvol. Helaas worden jonge kinderen nooit naar deze plaatsen gebracht om hun op jonge leeftijd al respect en waarden bij te brengen. Vrijheid wordt vandaag de dag als vanzelfsprekend gezien. De nieuwe kruistochten zullen daar voor de jongste generaties verandering in brengen. De vrije opvoeding van de jaren zeventig en tachtig heeft twee generaties Tokkies opgeleverd met een instelling die de maatschappij nog maar moeilijk kan corrigeren.

Een stuk verder tussen de honderd jaar oude bomen ligt een oude betonnen constructie half onder de grond. Een van de eerste experimenten met beton. Een idee over de bescherming van de soldaten tegen de ontelbare Duitse granaten die dag in en dag uit op de Nieuw-Zeelandse manschappen neerdaalden. De bunker is geboren en zal in de volgende dertig jaar tot een geducht verdedigingswerk worden geperfectioneerd.

Nog voordat we Zonnebeke verlaten neem ik nog enkele foto’s van het monument voor de Schotse Highlanders, het “Black Watch” regiment waarvan ik regelmatig de kleuren draag. Mijn kilt is een “Black Watch” en vanaf vandaag zal ik hem met nòg meer trots en respect dragen.

Route 8 uit het Womo boekje nummer 45 (België en Luxemburg) brengt ons nu naar Ieper waar we een parkeerplaats naast het nieuwe station vinden. In Ieper is “De Menenpoort” de belichaming van de grote oorlog. Een enorm monument met op de wanden ontelbare namen van hen die vielen in het marmer en graniet gegraveerd. Een plaats om stil van te worden! Èn onbegrijpelijk dat het verkeer er gewoon doorheen kan rijden. Op de terugweg naar de camper koop ik nog wat souvenirs in een van de vele souvenirwinkels die de binnenstad rijk is. Met twee flessen Ypra bier en een flink stuk paté slenter ik terug naar het station. Die gaan we morgen soldaat maken!
We zijn bijna aan het einde van de dag. De slaapplaats die ik op het oog had blijkt € 12,- per nacht te kosten en ligt honderd meter van een varkensstal. De buitenlucht kan bij een stedeling oergevoelens oproepen maar voor een jongen van het platteland is het een onaangename stank. Dat gaat dus over.

Zo komen we bij het “De Blankaart” natuurpark terecht. Er is een mooi plaatsje achter op de parkeerplaats vrij. Dit gaat het worden, hier blijven we overnachten. Lyka gaat lezen en ik ga schrijven, foto’s verwerken en eindelijk eens kijken of dat onbeperkt internet (128 Kb/s) voor € 7,50 van de KPN ook in deze uithoek van Vlaanderen wil werken.

De snelheid valt me wel wat tegen, maar voor die prijs kun je eigenlijk niet klagen, dus ga ik maar aan het avondeten beginnen. Ik kan de wokolie nergens vinden dus moeten we met vloeibare margarine aan de slag. Het varkensvlees in zwarte peper saus met gebakken bloemkool en paprika smaakt anders dan normaal maar honger maakt rauwe bonen zoet. Onze eerste echte dag op reis zit er op!
Copyright/Disclaimer