San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)
De oude pick-up draaide de parkeerplaats op van een enorme Big C supermarkt en Steef werd nu toch wel wat achterdochtig. Het was zijn eerste dag in Buriram en gingen ze hem nu al uitmelken? Nog voordat de pick-up tot stilstand kwam had hij zijn PIN-pas uit zijn portefeuille gehaald en in een lichte paniek zocht hij tevergeefs naar zijn zak zware tabak. Hij was in zijn paniek vergeten dat hij zes maanden geleden gestopt was met roken. Hoofdschuddend stopte hij de PIN-pas weer terug in zijn portefeuille. Het was vanaf nu opletten geblazen!
Binnen nam zijn schoonmoeder de grootste winkelwagen die ze kon vinden en de rest, met zijn schoonvader voorop, volgde de winkelwagen. Steef en zijn meisje kwamen als laatste. Op Steef zijn lippen branden de engelse woorden die hij op de avondschool had geleerd maar zijn meisje was niet erg spraakzaam. Was ze nog kwaad dat Steef zo moeilijk had gedaan over de taxi? Of was er wat anders?
‘Alles Oké?’, vroeg Steef zachtjes aan zijn meisje zodat niemand van de familie het zou horen.
‘Mai sabai’, antwoordde ze met een zielig piepstemmetje.
‘Wat is er dan mis?’, vroeg Steef bezorgd.
‘Ik ben ongesteld en heb pijn hier’, ze draaide met een vlakke hand over haar onderbuik tot de cirkels steeds groter werden en uiteindelijk draaide haar hand over haar hele torso.
Nou, dacht Steef, dat “sanuk sanuk" voor vanavond kan ik ook op mijn buik schrijven. Hij moest lachen over zijn eigen gedachten en zag de vlakke hand van zijn meisje in zijn gedachten weer over haar buik draaien. Ze keek naar Steef met vuurspuwende ogen, ze dacht dat Steef haar uitlachte omdat ze ziek was.
Steef was zo druk met zijn meisje bezig geweest dat hij niet eens in de gaten hadden dat ze niet de supermarkt maar de bouwmarkt, die in hetzelfde gebouw gevestigd zijn, waren binnen gegaan. Steef haalde verbaasd zijn wenkbrauwen op en had geen idee wat ze hier deden. Een dik uur reden ze er met de lege winkelwagen rond. Steefs verbazing groeide met de minuut want de winkelwagen bleef leeg, ze spraken gèèn enkel woord met elkaar, ze raakten van alles en nog wat aan waarna ze het netjes, na goedkeurend naar elkaar geknikt te hebben, weer terug op de plaats waar ze het gepakt hadden. Heel erg on-Thai moest Steef opgelucht constateren.
De hele optocht ging eindelijk de supermarkt binnen en Steef werd door zijn meisje naar voren geloodst. Met zijn schoonmoeder aan zijn zijde liepen ze langs de uitgestalde gekoelde tafels gevuld met verse producten. Verder gebeurde er niets! Steef kon zijn ogen niet geloven en dacht voor een moment dat hij droomde. Met een Thaise familie in een supermarkt lopen en de winkelwagen blijft leeg is net zo onwezenlijk als dat de koning van Thailand bekend maakt dat ze een Thaise raket naar de maan gaan schieten. Wat zijn ze toch van plan?, dacht Steef. Lang hoefde hij niet naar een antwoord te zoeken.
‘Wat wil je eten?’, vroeg zijn meisje.
‘Ehhh, we kijken wel’, antwoordde hij nog steeds verbaasd.
‘We doen vandaag inkopen voor drie dagen. Denk even goed na?’, vroeg zijn meisje, ‘we kunnen niet elke dag naar de supermarkt rijden, dat is te duur!’
Steef liep met zijn familie in zijn kielzog door de enorme supermarkt. Hij hoefde maar te wijzen en er werd wat in de winkelwagen gelegd. Soms twee of drie. De winkelwagen was bijna halfvol en Steef had de familie nog steeds niets in de winkelwagen zien leggen. Zat er een addertje onder het gras? Steef voelde zich door het gedrag van zijn schoonfamilie opgelaten.
Hij kon het niet langer meer voor zich houden en vroeg aan zijn meisje: ‘Hebben jullie niets nodig?’
‘Nee!’, antwoordde ze resoluut, ‘alleen medicijn voor mijn ziekte! Wij hebben Isaan voedsel genoeg in huis. Koop voor jezelf wat je lekker vind en vergeet je Hollandse kaas niet!’
Steef viel bijna om van verbazing en kon zijn oren niet geloven. Waren ze dan zo veranderd in die korte tijd dat hij in Holland was weggeweest? En dat van die kaas was niet nodig! Hij had vijf bolletjes jong belegen Edammer gekocht bij de ALDI en die zaten nog in zijn koffer. Ondertussen had hij voldoende eten en drinken voor drie dagen ingeslagen, inclusief twee dozen Singha bier, en konden ze richting de kassa.
Op de afdeling huishoudelektronica gingen de familie steeds langzamer lopen en kwam als een trein langzaam tot stilstand voor een grote 50 inch Samsung LED-tv. Het beeld was scherp als een scheermes en de kleuren van de natuurfilm die werd afgespeeld sprongen in je gezicht.
‘You like?’, vroeg zijn meisje glimlachend terwijl ze aan zijn arm trok en de rest van de familie wachtte gespannen op zijn reactie en antwoord.
‘It’s OK’, speelde Steef het spelletje mee.
Ze dachten toch niet serieus dat Steef voor hun zo’n grote dure tv zou kopen? Steef had thuis niet eens zo’n groot apparaat! Thuis had hij een 40”. Als aanbieding gekocht op het internet! Steef had sinds zijn moeder was overleden namelijk het internet ontdekt. Hij had een goede laptop gekocht, was gaan internet bankieren en nog veel meer! Bellen met zijn meisje deed hij nu via Skype en teksten sturen via Whatsapp. Hij had de laptop in zijn bagage om de Nederlandse kranten te lezen en zijn geld in de gaten te houden. Steef was in ieder geval geen digibeet meer!
De tv’s die in de supermarkt naast elkaar stonden opgesteld werden steeds kleiner naarmate de rij vorderde, bij de 32” begon Steef te twijfelen. Ze mochten dan wel een antenne hebben met maar twee kanalen, maar in Steef zijn handbagage zat een memorystick met een flink aantal mooie films. Hij had die stick meegenomen om hem op een hotelkamer of andere plaats te kijken. Het idee om thuis een film te kijken wanneer de rest om negen uur al lag te slapen sprak hem toch ook wel aan!
‘Wat denk je van deze?’, vroeg hij aan zijn meisje.
‘Ja, ook mooi!’, antwoordde ze licht teleurgesteld, ‘die is mooier!’, terwijl ze achter zich naar de rij tv’s wees.
Ja dacht Steef, maar die grote kost ook bijna vier keer zoveel! Hij dacht diep na over de prijs en of hij dat er wel voor over had. Omgerekend was het toch bijna tweehonderd vijf en zeventig euro, en dat was niet niets voor een cadeau op de eerste dag van zijn vakantie. En daar kwam nog bij dat hijzelf maar maximaal twee weken bij zijn schoonfamilie was. Zijn hele schoonfamilie stond afwachtend naar Steef en zijn meisje te kijken. Steef keek nog eens naar de tv en toen weer naar zijn schoonfamilie die allemaal tegelijk goedkeurend naar Steef knikte.
Hij keek naar zijn meisje en zei, ‘laten we er eerst thuis nog eens over praten?’
Ze knikte, ze wist dat Steef aan het aas snuffelde en dat hij snel zou bijten. Ze draaide zich om en duwde de winkelwagen richting de kassa waar de rekening best wel mee viel. Die dozen bier telden flink aan maar de rest van de geïmporteerde etenswaren waren redelijk geprijsd, niet te duur maar wel duurder dan in Nederland.
Met een ontelbaar aantal groene plastic tasjes en twee dozen bier in de winkelwagen gingen ze naar de uitgang. De enige halte was nog een Farmacie. Zijn meisje ging naar binnen en ratelde tien minuten onafgebroken Thai tegen de jonge jongen achter de toonbank die een brilmontuur zonder glazen droeg om er wat intelligenter uit te zien. Steef wist wel beter! Een tegelzetter die genoeg geld bij elkaar had gespaard voor een witte doctorsjas was de volgende dag apotheker die advies gaf aan de zieke patiënten die aan de andere kant van de toonbank voor hem verschenen. Hij kende meer dan een verhaal over mensen die verkeerde medicijnen hadden geslikt voor hun kwaal. Daar waren ze pas in Nederland bij hun eigen doctor achter gekomen. Maar ja, de Thai was zo goedgelovig dat ze een aspirientje zouden slikken als medicijn tegen AIDS.
Bij elke knik van de apotheker werd er een doordrukstrip pillen of capsules op de toonbank gelegd. De stapel medicamenten groeide gestaag en toen ze met elkaar klaar waren was er een flinke witpapieren zak nodig om alles in te verpakken. Het enige dat ontbrak waren de bijsluiters en termijnen, en tijden, waarop de medicijnen moesten worden ingenomen. Zijn meisje haalde een krakend vers briefje van duizend baht tevoorschijn en betaalde voor de medicijnen. Nu brak Steef zijn klomp! Waar had zijn meisje in hemelsnaam duizend baht vandaan gehaald?
Achterop de pick-up truck, tussen zijn inkopen, zat Steef te pijnzen. Hij had geen oog voor zijn omgeving meer. Hij kreeg dat krakend verse briefje van duizend baht maar niet uit zijn hoofd. Waar was dat briefje vandaan gekomen? Steef zocht tevergeefs naar een antwoord. De antwoorden die hij wel vond, en die het meest voor de hand lagen, wilde hij niet accepteren! Wat was er gebeurd op de boerderij en waar kwam dat geld vandaan? Het mysterie werd alleen nog maar groter toen de pick-up werd volgetankt en er opnieuw een krakend briefje van duizend baht uit de portemonnee van zijn meisje tevoorschijn kwam. Steef zijn hersenen draaide nu op volle toeren. Hij kwam steeds bij dezelfde antwoorden op zijn vraag uit. Antwoorden die hij niet wilde accepteren! Zodra ze thuis waren moest hij maar eens goed met zijn meisje praten.
Hij zat nog diep in zijn gedachten te wroeten toen ze het nieuwe witte huisje passeerden. De kleine grijze man zat nu op een stoel aan een tafeltje in de schaduw te genieten van een biertje, tenminste, zo leek het. Steef keek snel op zijn horloge! Tien minuten later stopte de pick-up naast het huisje. Steef nam opnieuw de tijd en berekende snel dat 10 minuten bij een gemiddelde snelheid van 30 Km/u ongeveer 5 à 6 Km moest zijn.Het was dus te lopen. Hij wilde die nieuweling met zijn huisje wel eens bezoeken. Misschien wel vandaag, er was nog voldoende tijd voordat de duisternis over de Isaan zou invallen.
Veel langer kon Steef er niet over nadenken! Toen zijn ogen binnen langzaam aan de duisternis in het huisje begonnen te wennen ontwaarde hij zijn alcoholistische zwager gebogen over zijn geopende koffer. De zorgvuldig ingepakte koffer was één grote puinhoop. Steef kreeg bijna een hartstilstand toen hij zijn bolletjes kaas op de tafel zag liggen. Uit elk van de bolletjes was een stevig stuk gesneden. Steef vloekte inwendig en stierde op zijn zwager af. Hij greep hem aan zijn oude verschoten t-shirt en schudde hem flink door elkaar. De glazige blik in de ogen van zijn zwager gaf aan dat er niemand thuis was.
‘Inteelt! Jij bent verdomme het product van inteelt! Halve zool! Je moet met je vuile poten van mijn spullen afblijven!’, schreeuwde Steef zo luid dat zijn schoonfamilie, inclusief de honden die zich aan de afgesneden stukken kaas tegoed deden, er stil van werden.
De zwager grijnsde onverschillig als een waanzinnige naar Steef die zowaar medelijden met hem kreeg. Zijn moeder overhandigde de waanzinnige zwager een nieuwe fles Lao Khao waarna hij grinnikend naar buiten verdween. Steef wist niet goed wat hij met deze situatie aan moest. Het kwam hem voor dat zijn schoonfamilie zijn zwager met opzet dronken voerde. Dat dit de enige manier was om haar geestelijk gestoorde zoon in bedwang te houden.
Aan geestelijke gezondheidszorg werd er in Thailand niet gedaan! Daar kwam alles voort uit de Boeddha. Hier beredeneerde ze alledaagse zaken zeer eenvoudig! Die jongen was namelijk slecht geweest in zijn vorige leven en nu moest hij in dit leven boeten voor zijn daden. Zijn ouders en familie restte niets anders dan voor hem te zorgen en op een spoedige dood aan te sturen. Vergiftigen mocht niet van de Boeddha dus werd een overvloed aan blind makende Lao Khao toegediend. Des te sneller hij dood was des te sneller zou zijn geest worden herboren in een nieuw lichaam en was hij uit zijn lijden verlost.
Steef pakte zijn spullen weer in en sleepte zijn zware koffer naar de slaapkamer. Één van twee slaapkamertjes wel te verstaan! Steef en zijn meisje sliepen samen in een kamertje en de rest van de familie in het andere slaapkamertje en de woonkamer. Steef schudde onbegrijpelijk met zijn hoofd toen hij het gordijn aan de kant trok. Van deuren en privacy hadden ze hier nog nooit gehoord. Nog een beetje mopperend pakte hij enkele van zijn toiletspullen en zijn laptop uit zijn koffer.
Van zijn meisje en de rest van zijn schoonfamilie was geen spoor meer te bekennen toen Steef weer de woonkamer instapte. Hij greep nog maar een koud biertje, zette zijn zonnebril op en stapte weer naar buiten. Zijn zwager lag naast de lege fles Lao Khao op zijn vaste plaats aan de zijkant van het huis in de schaduw te slapen. Steef werd overmand door medelijden. Hij had spijt van zijn uitbarsting en staarde lang naar zijn slapende zwager. Er waren duidelijke overeenkomsten met de waakhond die een eind verder aan een boom geketend lag. Ook zijn zwager had een waar hondenleven!
Nu er niemand te zien was keek Steef op zijn horloge en berekende snel dat hij nog voldoende tijd had om naar dat nieuwe witte huisje te lopen, kennis te maken en op tijd voor het vallen van de duisternis weer terug te zijn. Hij beende naar binnen, trok zijn korte broek en sandalen aan, zette zijn hoedje tegen de brandende zon op en ging op pad. Het weer was aangenaam, niet te warm in december. Steef neuriede een liedje en dacht na over de komende twee weken in de Isaan.
Het duurde niet lang of hij kwam met zijn gedachte weer bij die twee krakend verse briefjes van duizend baht. Hoe was dat toch in hemelsnaam mogelijk? Dat was zijn prioriteit nu en vanavond moest dat mysterie maar eens worden ontrafeld!
zaterdag 23 januari 2016
donderdag 21 januari 2016
Filippijnen: Getallen
San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)
Alweer een jaar verder? Het lijkt als de dag van gisteren dat ik het verhaal over dat nare getal 55 schreef.
Getallen? Als kind had ik al iets met getallen en jaartallen. Niet dat ik een rekenwonder ben, ik ben gemiddeld van gemiddeld en blink ècht nergens in uit. Maar die getallen die me vanaf mij eerste bewuste gedachten zijn bijgebleven zijn: 10, 12, 16, 18, 21, 40, 56, 65, 2000 en dan komt het grote oneindige.
Nog steeds loopt deze getallenreeks door mijn leven en ik denk regelmatig aan deze nummers. Later zijn er nog enkele getallen bijgekomen zoals 13, 15, en 73. Huisnummers waar ik een gelukkig en onbezorgd leven heb geleid.
Dat eerste getal tien was eigenlijk een magisch getal omdat ik op 21 januari 1960 ben geboren. Die nul op het einde maakte 1970 het eerste magische getal omdat dat ook op een nul eindigde. Vanzelfsprekend was 1980 geen magisch getal omdat ik toen al verder was ontwikkeld en een jaartal met een nul op een einde werd nog maar een keer verder in mijn leven belangrijk.
Dat tweede getal, de twaalf was de leeftijd dat ik eindelijk de Dr. A.F. Philipsschool kon verlaten. De eerste stap naar de volwassenheid. Andere vrienden, andere vakken en een andere school die buiten de vertrouwde binnenstad lag. Elke dag op de fiets naar de oude Buys Ballot. Langs de ITO-school, de Hugo de grootschool, Körver de melkboer, een slager, van der Voorn de supermarkt en van der Pol de sigarenwinkel werden op weg naar school gepasseerd. Bij de scholen en de winkels die ik passeerde heb ik allemaal herinneringen. Goedkope rosé wijn uit de supermarkt van van der Voorn die we bij het tunneltje opdronken, waarna ik mijn maaginhoud in de gracht stortte.. Kussen met de meisjes van de huishoudschool. Bij van der Pol kocht ik tijdschriften over motoren. Een motorfiets was al vroeg in mijn jeugd mijn grootste droom, een logisch vervolg op een brommer.
Zestien was natuurlijk het getal voor een brommer! Wat ging dat laatste jaar langzaam, zeker omdat ik met goedkeuring van mijn grootouders al mocht oefenen op een oude witte Puch Maxi automaat. Op dat ding scheurde ik met een knalgele helm, een Nolan, door de Bommelerwaard. En ik maar denken dat ik onzichtbaar was en dat de politie me niets kon maken. Steeds het verhaal dat ik de brommer stiekem uit de schuur had meegenomen. Dat verhaal werd na enkele keren niet meer geloofd door de agenten. Dus het rijden op dat ding, die ik ondertussen voorzien had van zwarte safari camouflage en mijn “Daktari Puch” noemde, werd alleen maar spannender. Een aanrijding was meteen het einde voor mij en voor mij Daktari Puch. De brommer was haast dubbelgevouwen en het zou nog maar enkele maanden duren voordat ik legaal op een brommer mocht rijden.
In december werd de fietsenwinkel van “van Alphen” in de Gamerschestraat bezocht en werden mijn wensen bekeken. Eigenlijk waren er maar vier merken gangbaar. Kreidler, Zündapp, Tomos en de nieuwkomer op de markt Yamaha! Die laatste zou het vanzelfsprekend moeten worden. Yamaha vierde grootse triomfen in de motorracerij en al mijn helden op de tweewielers reden op een Yamaha. Een gele met als eerste bromfiets in Nederland voorzien van een schijfrem in het voorwiel.
Wanneer ik nu terugdenk kan ik me maar moeilijk inbeelden dat ik minder dan twee en een half jaar op dat ding heb rondgereden. Ik zie Japke nog op mijn, intussen zwart gespoten, Yamaha in haar witte Afghaanse schapenjas naar Bruchem rijden! Ik weet niet eens waar mijn Yamaha gebleven is! Was hij nu gestolen of heb ik hem 2e hands verkocht? Een zwarte vlek in mijn geheugen die misschien op latere leeftijd weer wordt ingevuld?
Na de met liefde en andere ontdekkingen van de volwassenheid doorspekte jaren op de brommer kwam eindelijk het getal achttien. Ik was al voorbereid en hyper gemotiveerd. In het afgelopen jaar hadden Erwin van Leeuwen en ik wel eens de motor van Erwin’s zus uit de schuur genomen om in de polder te gaan rijden. Op de lichtgele Honda 400f Four leerde ik de kracht van een grotere machine kennen. Ook ging ik wel eens met Ad van Beurden mee achterop door de polder maar dat ging me een beetje te snel op de Yamaha TZ350. Een twee cilinder tweetakt machine die eigenlijk gewoon een aangeklede racemotor was!
Op zaterdag 21 januari 1978 stapte in ik Zaltbommel op de trein naar Den Bosch. Met mijn gele helm in de hand en de leren handschoenen in mijn leren jas. Het was koud, winters, maar niet glad. Om iets voor elf stapte ik bij motorrijschool Hoessen, achter het station voor het eerst legaal op de motor. Het waren de jaren dat je eerst nog iemand achterop had die een set handels had om je tot stoppen te dwingen of uit gevaarlijke situaties te halen. Het was volgens mij een 500cc Honda V-motor met cardanaandrijving. Een oude mannenmotor maar dat maakte mij op dat moment weinig uit. Die eerste lessen door Den Bosch zijn me altijd bijgebleven. Onder de gouden draak door naar Vught waar we oefenden op de bekende parcoursen die door de examinatoren van het CBR werden gebruikt.
Mijn grootouders vonden een L-plaat zoals dat toen heette geen goed idee. Er gebied door een paar straten afgegrensd en daar mocht je dan van de burgemeester van Zaltbommel oefenen. Met een blauwe L-plaat naast de kentekenplaat. Mijn grootouders hadden donders goed in de gaten dat die Blauwe L achter de kentekenplaat werd verborgen en daarmee de grenzen voor het oefenen waren verdwenen!
Binnen drie maanden stond ik als examenkandidaat met mijn helm en de afrijdmotor, een motor speciaal om examen te doen, op de parkeerplaats van “de IJzeren man” te wachten op de examinator. Het afrijden ging niet helemaal lekker maar voor mijn theorie was ik voor 100% zeker geslaagd. Na een kwartier werd ik gefeliciteerd door de examinator en enkele weken later kon ik op het gemeentehuis in Zaltbommel mijn rijbewijs ophalen. Ik had ook een voorlopig rijbewijs op zak dus ik kon eindelijk de wereld op twee wielen gaan verkennen.
Mijn eerste motor was een Kawasaki z650, een blauwe moordmachine die eigenlijk gevaarlijk snel was voor zijn tijd. Het was de tijd van supersnelle machines! Motoren die met gemak boven de 200 Km/u reden. Gelukkig heb ik nooit een ongeluk gehad maar ik ben er wel enkele keren dichtbij geweest! Binnen een jaar was mijn Kawasaki z650 verleden tijd! Ik vraag me nu nòg steeds af of het de hand van god is geweest die mijn leven heeft gered?
Iemand van school reed de Kawasaki aan gort tijdens een examenfeest. Ik kreeg zijn motor, een Yamaha XT500, en een geldbedrag als compensatie. Die Yamaha XT500 werd al snel verkocht aan mijn buurjongen, Ton de Leur, en van het geld kocht ik een Yamaha SR500 van Trudy van Leeuwen, inderdaad de zus van Erwin. Aan deze motor heb ik nog steeds de mooiste herinneringen! De eenvoud, het gewicht en de uitstraling. Het geluid dat je leek in te halen wanneer je in het donker over de Van Heemstrabaan naar huis reed!
Een en twintig, op 21 januari 1981 zou ik voor de Nederlandse wet volwassen zijn. Om dat feit kracht bij te zetten vierde ik mijn 21st verjaardag op “Legerplaats Seedorf” in Noord-Duitsland. Twee maanden daarvoor was ik opgeroepen voor de militaire dienstplicht en ik had het geluk dat ik op de “Rijinstructie Tilburg” mijn vrachtwagenrijbewijs kon gaan halen. Ondertussen had ik ook al mijn autorijbewijs en de gratis opleiding van de Nederlandse staat betekende dat ik mijn roze papiertje vol gestempeld zou krijgen.
Ik slaagde met vlag en wimpel voor mijn vrachtwagenrijbewijs en ik vertrok, nadat ik voor de VN in Libanon was afgewezen, vrijwillig voor een jaar naar Duitsland. Als ik dan toch in militaire dienst moest dan moest ik ook maar iets nuttigs doen. Dat eenentwintigste jaar van mijn leven is nog steeds een van de mooiste jaren geweest. Het was een schitterende zomer! Ik ging met de motor op en neer naar Duitsland en op vakantie naar Italië en Groot Brittanië. Ik was verliefd op die twee wielen!
Mijn leven ging na de militaire diensttijd stationair lopen! Er was werk, ik kocht een huis, er waren enkele vriendinnen die uiteindelijk niet verder met me wilden omdat ik een vrijbuiter was. Achteraf gezien kan ik ze geen ongelijk geven. Voor mij was het leven ook goed en ik genoot met volle teugen. Mijn grootmoeder, die me had opgevoed, was wel een beetje teleurgesteld maar aan de andere kant had ze ook waardering voor mijn zucht naar de vrijheid. Ze was allang blij dat ik niet was gaan varen op de koopvaardij!
En zo kwam ik ongemerkt bij het getal veertig, een getal dat als kind me erg tot mijn verbeelding sprak. Veertig! En dat zou samenvallen met het getal 2000! Niemand had het in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw over het millennium, 2000 was magisch, de 1 als begin van het jaartal zou voor 1000 jaar gewijzigd worden in een 2. En die twee werd vaak gebruikt in Science Fiction films en stripboeken die ik vroeger graag las. Ik ben opgegroeid met Star Trek, The Thunderbirds, TV 2000 en meer van die tijdschriften.
De mooie verhalen met al die technische vooruitgang ging minder snel dan in de film en op 31 december 1999 stond ik met Dean Barber en Tam MacKinly, en nog een handvol andere vrienden, in Princess Street in Edinburgh, Schotland. Een mooiere plaats om de eeuw en het millennium uit te zwaaien kon ik me op dat moment niet voorstellen. Het was een haast filosofische ervaring. Het was ook een keerpunt in mijn leven.
In de drie jaren voor het begin van het nieuwe millennium was er veel gebeurd! Ik was mijn grootmoeder verloren en daarna in een depressie geraakt. Door die depressie verloor ik ook mijn werk. Ik moest vluchten, en die vlucht bracht me voor drie maanden naar Australië. Die vrijheid in 1998 veranderde mijn leven! In 1999 vertrok ik voor negen maanden naar Azië en de toon voor de rest van mijn leven was gezet.
Elke keer dat ik een datum schreef en eindigde met 2000 dacht ik aan veertig. Ik was veertig! Mocht ik geluk hebben en nog steeds het gemiddelde van de Nederlanders vertegenwoordigen zou ik over 38 jaar dood zijn. M.a.w., ik was over de helft en vanaf nu ging het alleen nog maar bergafwaarts! Mijn grootste nachtmerrie was om na een werkzaam leven te sterven voordat ik meer van de wereld had gezien. Er was nog zoveel te zien en dat was meer waard dan al die materialistische zaken waar iedereen zich letterlijk voor kapot werkte. En dat zou ik niet laten gebeuren!
Ik verkocht in 2001 mijn huis en van dat geld heb ik de wereld kunnen zien. Ik ben nog veel op reis en zeker niet van plan om te stoppen. Misschien wat rustiger aan gaan doen maar zeker niet stoppen.
Hoe ik als kind aan het getal 56 kwam is minder mysterieus dan het op het eerste gezicht lijkt. Als kind woonde ik 13 jaar lang in mijn geboortehuis op Nonnenstraat 56. Die 56 was dus gewoon puur toeval. Was ik in een huis ernaast geboren dan was dat getal 54 òf 58 geweest.
Maar 56 leek me als kind een ongelofelijke hoge leeftijd die zo ver in de toekomst lag dat ik vaak lag te dagdromen hoe de wereld er dan uit zou zien. 2016 was een jaartal in de volgende eeuw! Met vliegende auto’s en vreemde hoge woontorens! Tenminste, zo zag het er op de tv en in SF stripboeken uit!
En vandaag ben ik dus die 56 jaar oud, of beter gezegd, jong! Bijna 50 jaar later is er maar weinig van het in het verleden geschetste toekomstbeeld bewaarheid. De wereld is voor mijn gevoel sindsdien alleen maar slechter geworden en wordt alleen nog maar slechter. Ik ben zeker geen doemdenker maar de signalen voor de wereld zoals wij die in de vorige eeuw kenden staan wel op rood of oranje.
Het enige voordeel van deze leeftijd is eigenlijk dat 56 het nieuwe 46 is! Ik mag dan wel tien jaar ouder zijn maar de mensen om me heen gedragen zich veel jonger dan dat ik me van vroeger kan herinneren. Vroeger was je ècht oud wanneer je 56 was. In het heden voel ik me nog steeds veel jonger dan ik in werkelijkheid ben, alleen mijn spiegelbeeld kan mijn ware leeftijd niet verbergen.
Helaas is ook de realiteit van de oneindigheid van het leven tot me doorgedrongen. Om me heen sterven vrienden, bekenden en jeugdhelden. De wereld die ik de afgelopen 56 jaar om me heb heen verzameld en opgebouwd brokkelt langzaam af totdat ikzelf aan de beurt ben. Die zekerheid beangstigd me niet omdat ik al heel lang geleden, samen met Kris in China, heb geaccepteerd dat je nooit alles zal kunnen zien, plaatsen kunnen bezoeken, boeken lezen en nieuwe vrienden ontmoeten.
De cirkel zal weer altijd en onvermijdelijk weer rond worden. Geboren - Leven - Sterven.
Het getal 65 was heel lang magisch omdat dat getal lag vastgelegd in de “Algemene Ouderdoms Wet”. De naoorlogse kabinetten durfden onder geen enkel beding aan dit getal te tornen. Het was in de nieuwe tijd, in het nieuwe millennium dat die nieuwe politici de wet gingen aanpassen. Politici met geen aandacht voor de wil van het volk. Politici die de democratie als werktuig zien. Beloven is stemmen winnen en beloften breken heeft geen directe gevolgen. Het magische getal 65 is nu volgens de website www.mijnoverheid.nl voor mij persoonlijk 67 geworden. Maar wel onder voorbehoud! Het kan nog hoger uitvallen met als direct gevolg dat er veel arbeiders nooit een euro zullen terugzien van al hun betaalde AOW premie.
De verhalen die ik heb moeten aanhoren over de VUT, het pre-pensioen en de gebroken pensioenen. Alsof 10.000 + 10.000 plotseling nog maar 12.500 is? Al deze onrechtmatige diefstallen van de gewone man in de straat deden mij besluiten om op mijn 41ste te stoppen met werken. Ik was gelukkig in de positie om voor mezelf te zorgen. En tot op de dag van heden heb ik daar nog geen moment spijt van gehad. Het huis dat ik in 2001 heb verkocht is op dit moment nog maar 60% waard van waar ik het voor heb verkocht. Ik ben er op tijd uitgestapt en heb al veel gezien en genoten. En ik hoop nog lang te kunnen genieten!
Vorige week kwam er onverwacht nog een getal voorbij! 250.000, twee honderd en vijftig duizend bezoekers op mijn weblog. Ik had dat nooit kunnen dromen toen ik mijn eerste verhaal naar blogger stuurde vanaf een hotelkamer in Singapore, ruim negen jaar geleden, dat mijn verhalen en foto’s zoveel mensen zou kunnen interesseren en motiveren.
Daarom wil ik langs deze weg al mijn lezers bedanken voor hun bezoeken aan mijn weblog, de felicitaties voor mijn zes en vijftigste verjaardag en de vele berichten aan mij en mijn vrouw via Faceboek.
Vrienden, bekenden en onbekenden, allemaal hartelijk dank.
Jielus en Lyka

Alweer een jaar verder? Het lijkt als de dag van gisteren dat ik het verhaal over dat nare getal 55 schreef.
Getallen? Als kind had ik al iets met getallen en jaartallen. Niet dat ik een rekenwonder ben, ik ben gemiddeld van gemiddeld en blink ècht nergens in uit. Maar die getallen die me vanaf mij eerste bewuste gedachten zijn bijgebleven zijn: 10, 12, 16, 18, 21, 40, 56, 65, 2000 en dan komt het grote oneindige.
Nog steeds loopt deze getallenreeks door mijn leven en ik denk regelmatig aan deze nummers. Later zijn er nog enkele getallen bijgekomen zoals 13, 15, en 73. Huisnummers waar ik een gelukkig en onbezorgd leven heb geleid.
Dat eerste getal tien was eigenlijk een magisch getal omdat ik op 21 januari 1960 ben geboren. Die nul op het einde maakte 1970 het eerste magische getal omdat dat ook op een nul eindigde. Vanzelfsprekend was 1980 geen magisch getal omdat ik toen al verder was ontwikkeld en een jaartal met een nul op een einde werd nog maar een keer verder in mijn leven belangrijk.
Dat tweede getal, de twaalf was de leeftijd dat ik eindelijk de Dr. A.F. Philipsschool kon verlaten. De eerste stap naar de volwassenheid. Andere vrienden, andere vakken en een andere school die buiten de vertrouwde binnenstad lag. Elke dag op de fiets naar de oude Buys Ballot. Langs de ITO-school, de Hugo de grootschool, Körver de melkboer, een slager, van der Voorn de supermarkt en van der Pol de sigarenwinkel werden op weg naar school gepasseerd. Bij de scholen en de winkels die ik passeerde heb ik allemaal herinneringen. Goedkope rosé wijn uit de supermarkt van van der Voorn die we bij het tunneltje opdronken, waarna ik mijn maaginhoud in de gracht stortte.. Kussen met de meisjes van de huishoudschool. Bij van der Pol kocht ik tijdschriften over motoren. Een motorfiets was al vroeg in mijn jeugd mijn grootste droom, een logisch vervolg op een brommer.
Zestien was natuurlijk het getal voor een brommer! Wat ging dat laatste jaar langzaam, zeker omdat ik met goedkeuring van mijn grootouders al mocht oefenen op een oude witte Puch Maxi automaat. Op dat ding scheurde ik met een knalgele helm, een Nolan, door de Bommelerwaard. En ik maar denken dat ik onzichtbaar was en dat de politie me niets kon maken. Steeds het verhaal dat ik de brommer stiekem uit de schuur had meegenomen. Dat verhaal werd na enkele keren niet meer geloofd door de agenten. Dus het rijden op dat ding, die ik ondertussen voorzien had van zwarte safari camouflage en mijn “Daktari Puch” noemde, werd alleen maar spannender. Een aanrijding was meteen het einde voor mij en voor mij Daktari Puch. De brommer was haast dubbelgevouwen en het zou nog maar enkele maanden duren voordat ik legaal op een brommer mocht rijden.
In december werd de fietsenwinkel van “van Alphen” in de Gamerschestraat bezocht en werden mijn wensen bekeken. Eigenlijk waren er maar vier merken gangbaar. Kreidler, Zündapp, Tomos en de nieuwkomer op de markt Yamaha! Die laatste zou het vanzelfsprekend moeten worden. Yamaha vierde grootse triomfen in de motorracerij en al mijn helden op de tweewielers reden op een Yamaha. Een gele met als eerste bromfiets in Nederland voorzien van een schijfrem in het voorwiel.
Wanneer ik nu terugdenk kan ik me maar moeilijk inbeelden dat ik minder dan twee en een half jaar op dat ding heb rondgereden. Ik zie Japke nog op mijn, intussen zwart gespoten, Yamaha in haar witte Afghaanse schapenjas naar Bruchem rijden! Ik weet niet eens waar mijn Yamaha gebleven is! Was hij nu gestolen of heb ik hem 2e hands verkocht? Een zwarte vlek in mijn geheugen die misschien op latere leeftijd weer wordt ingevuld?
Na de met liefde en andere ontdekkingen van de volwassenheid doorspekte jaren op de brommer kwam eindelijk het getal achttien. Ik was al voorbereid en hyper gemotiveerd. In het afgelopen jaar hadden Erwin van Leeuwen en ik wel eens de motor van Erwin’s zus uit de schuur genomen om in de polder te gaan rijden. Op de lichtgele Honda 400f Four leerde ik de kracht van een grotere machine kennen. Ook ging ik wel eens met Ad van Beurden mee achterop door de polder maar dat ging me een beetje te snel op de Yamaha TZ350. Een twee cilinder tweetakt machine die eigenlijk gewoon een aangeklede racemotor was!
Op zaterdag 21 januari 1978 stapte in ik Zaltbommel op de trein naar Den Bosch. Met mijn gele helm in de hand en de leren handschoenen in mijn leren jas. Het was koud, winters, maar niet glad. Om iets voor elf stapte ik bij motorrijschool Hoessen, achter het station voor het eerst legaal op de motor. Het waren de jaren dat je eerst nog iemand achterop had die een set handels had om je tot stoppen te dwingen of uit gevaarlijke situaties te halen. Het was volgens mij een 500cc Honda V-motor met cardanaandrijving. Een oude mannenmotor maar dat maakte mij op dat moment weinig uit. Die eerste lessen door Den Bosch zijn me altijd bijgebleven. Onder de gouden draak door naar Vught waar we oefenden op de bekende parcoursen die door de examinatoren van het CBR werden gebruikt.
Mijn grootouders vonden een L-plaat zoals dat toen heette geen goed idee. Er gebied door een paar straten afgegrensd en daar mocht je dan van de burgemeester van Zaltbommel oefenen. Met een blauwe L-plaat naast de kentekenplaat. Mijn grootouders hadden donders goed in de gaten dat die Blauwe L achter de kentekenplaat werd verborgen en daarmee de grenzen voor het oefenen waren verdwenen!
Binnen drie maanden stond ik als examenkandidaat met mijn helm en de afrijdmotor, een motor speciaal om examen te doen, op de parkeerplaats van “de IJzeren man” te wachten op de examinator. Het afrijden ging niet helemaal lekker maar voor mijn theorie was ik voor 100% zeker geslaagd. Na een kwartier werd ik gefeliciteerd door de examinator en enkele weken later kon ik op het gemeentehuis in Zaltbommel mijn rijbewijs ophalen. Ik had ook een voorlopig rijbewijs op zak dus ik kon eindelijk de wereld op twee wielen gaan verkennen.
Mijn eerste motor was een Kawasaki z650, een blauwe moordmachine die eigenlijk gevaarlijk snel was voor zijn tijd. Het was de tijd van supersnelle machines! Motoren die met gemak boven de 200 Km/u reden. Gelukkig heb ik nooit een ongeluk gehad maar ik ben er wel enkele keren dichtbij geweest! Binnen een jaar was mijn Kawasaki z650 verleden tijd! Ik vraag me nu nòg steeds af of het de hand van god is geweest die mijn leven heeft gered?
Iemand van school reed de Kawasaki aan gort tijdens een examenfeest. Ik kreeg zijn motor, een Yamaha XT500, en een geldbedrag als compensatie. Die Yamaha XT500 werd al snel verkocht aan mijn buurjongen, Ton de Leur, en van het geld kocht ik een Yamaha SR500 van Trudy van Leeuwen, inderdaad de zus van Erwin. Aan deze motor heb ik nog steeds de mooiste herinneringen! De eenvoud, het gewicht en de uitstraling. Het geluid dat je leek in te halen wanneer je in het donker over de Van Heemstrabaan naar huis reed!
Een en twintig, op 21 januari 1981 zou ik voor de Nederlandse wet volwassen zijn. Om dat feit kracht bij te zetten vierde ik mijn 21st verjaardag op “Legerplaats Seedorf” in Noord-Duitsland. Twee maanden daarvoor was ik opgeroepen voor de militaire dienstplicht en ik had het geluk dat ik op de “Rijinstructie Tilburg” mijn vrachtwagenrijbewijs kon gaan halen. Ondertussen had ik ook al mijn autorijbewijs en de gratis opleiding van de Nederlandse staat betekende dat ik mijn roze papiertje vol gestempeld zou krijgen.
Ik slaagde met vlag en wimpel voor mijn vrachtwagenrijbewijs en ik vertrok, nadat ik voor de VN in Libanon was afgewezen, vrijwillig voor een jaar naar Duitsland. Als ik dan toch in militaire dienst moest dan moest ik ook maar iets nuttigs doen. Dat eenentwintigste jaar van mijn leven is nog steeds een van de mooiste jaren geweest. Het was een schitterende zomer! Ik ging met de motor op en neer naar Duitsland en op vakantie naar Italië en Groot Brittanië. Ik was verliefd op die twee wielen!
Mijn leven ging na de militaire diensttijd stationair lopen! Er was werk, ik kocht een huis, er waren enkele vriendinnen die uiteindelijk niet verder met me wilden omdat ik een vrijbuiter was. Achteraf gezien kan ik ze geen ongelijk geven. Voor mij was het leven ook goed en ik genoot met volle teugen. Mijn grootmoeder, die me had opgevoed, was wel een beetje teleurgesteld maar aan de andere kant had ze ook waardering voor mijn zucht naar de vrijheid. Ze was allang blij dat ik niet was gaan varen op de koopvaardij!
En zo kwam ik ongemerkt bij het getal veertig, een getal dat als kind me erg tot mijn verbeelding sprak. Veertig! En dat zou samenvallen met het getal 2000! Niemand had het in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw over het millennium, 2000 was magisch, de 1 als begin van het jaartal zou voor 1000 jaar gewijzigd worden in een 2. En die twee werd vaak gebruikt in Science Fiction films en stripboeken die ik vroeger graag las. Ik ben opgegroeid met Star Trek, The Thunderbirds, TV 2000 en meer van die tijdschriften.
De mooie verhalen met al die technische vooruitgang ging minder snel dan in de film en op 31 december 1999 stond ik met Dean Barber en Tam MacKinly, en nog een handvol andere vrienden, in Princess Street in Edinburgh, Schotland. Een mooiere plaats om de eeuw en het millennium uit te zwaaien kon ik me op dat moment niet voorstellen. Het was een haast filosofische ervaring. Het was ook een keerpunt in mijn leven.
In de drie jaren voor het begin van het nieuwe millennium was er veel gebeurd! Ik was mijn grootmoeder verloren en daarna in een depressie geraakt. Door die depressie verloor ik ook mijn werk. Ik moest vluchten, en die vlucht bracht me voor drie maanden naar Australië. Die vrijheid in 1998 veranderde mijn leven! In 1999 vertrok ik voor negen maanden naar Azië en de toon voor de rest van mijn leven was gezet.
Elke keer dat ik een datum schreef en eindigde met 2000 dacht ik aan veertig. Ik was veertig! Mocht ik geluk hebben en nog steeds het gemiddelde van de Nederlanders vertegenwoordigen zou ik over 38 jaar dood zijn. M.a.w., ik was over de helft en vanaf nu ging het alleen nog maar bergafwaarts! Mijn grootste nachtmerrie was om na een werkzaam leven te sterven voordat ik meer van de wereld had gezien. Er was nog zoveel te zien en dat was meer waard dan al die materialistische zaken waar iedereen zich letterlijk voor kapot werkte. En dat zou ik niet laten gebeuren!
Ik verkocht in 2001 mijn huis en van dat geld heb ik de wereld kunnen zien. Ik ben nog veel op reis en zeker niet van plan om te stoppen. Misschien wat rustiger aan gaan doen maar zeker niet stoppen.
Hoe ik als kind aan het getal 56 kwam is minder mysterieus dan het op het eerste gezicht lijkt. Als kind woonde ik 13 jaar lang in mijn geboortehuis op Nonnenstraat 56. Die 56 was dus gewoon puur toeval. Was ik in een huis ernaast geboren dan was dat getal 54 òf 58 geweest.
Maar 56 leek me als kind een ongelofelijke hoge leeftijd die zo ver in de toekomst lag dat ik vaak lag te dagdromen hoe de wereld er dan uit zou zien. 2016 was een jaartal in de volgende eeuw! Met vliegende auto’s en vreemde hoge woontorens! Tenminste, zo zag het er op de tv en in SF stripboeken uit!
En vandaag ben ik dus die 56 jaar oud, of beter gezegd, jong! Bijna 50 jaar later is er maar weinig van het in het verleden geschetste toekomstbeeld bewaarheid. De wereld is voor mijn gevoel sindsdien alleen maar slechter geworden en wordt alleen nog maar slechter. Ik ben zeker geen doemdenker maar de signalen voor de wereld zoals wij die in de vorige eeuw kenden staan wel op rood of oranje.
Het enige voordeel van deze leeftijd is eigenlijk dat 56 het nieuwe 46 is! Ik mag dan wel tien jaar ouder zijn maar de mensen om me heen gedragen zich veel jonger dan dat ik me van vroeger kan herinneren. Vroeger was je ècht oud wanneer je 56 was. In het heden voel ik me nog steeds veel jonger dan ik in werkelijkheid ben, alleen mijn spiegelbeeld kan mijn ware leeftijd niet verbergen.
Helaas is ook de realiteit van de oneindigheid van het leven tot me doorgedrongen. Om me heen sterven vrienden, bekenden en jeugdhelden. De wereld die ik de afgelopen 56 jaar om me heb heen verzameld en opgebouwd brokkelt langzaam af totdat ikzelf aan de beurt ben. Die zekerheid beangstigd me niet omdat ik al heel lang geleden, samen met Kris in China, heb geaccepteerd dat je nooit alles zal kunnen zien, plaatsen kunnen bezoeken, boeken lezen en nieuwe vrienden ontmoeten.
De cirkel zal weer altijd en onvermijdelijk weer rond worden. Geboren - Leven - Sterven.
Het getal 65 was heel lang magisch omdat dat getal lag vastgelegd in de “Algemene Ouderdoms Wet”. De naoorlogse kabinetten durfden onder geen enkel beding aan dit getal te tornen. Het was in de nieuwe tijd, in het nieuwe millennium dat die nieuwe politici de wet gingen aanpassen. Politici met geen aandacht voor de wil van het volk. Politici die de democratie als werktuig zien. Beloven is stemmen winnen en beloften breken heeft geen directe gevolgen. Het magische getal 65 is nu volgens de website www.mijnoverheid.nl voor mij persoonlijk 67 geworden. Maar wel onder voorbehoud! Het kan nog hoger uitvallen met als direct gevolg dat er veel arbeiders nooit een euro zullen terugzien van al hun betaalde AOW premie.
De verhalen die ik heb moeten aanhoren over de VUT, het pre-pensioen en de gebroken pensioenen. Alsof 10.000 + 10.000 plotseling nog maar 12.500 is? Al deze onrechtmatige diefstallen van de gewone man in de straat deden mij besluiten om op mijn 41ste te stoppen met werken. Ik was gelukkig in de positie om voor mezelf te zorgen. En tot op de dag van heden heb ik daar nog geen moment spijt van gehad. Het huis dat ik in 2001 heb verkocht is op dit moment nog maar 60% waard van waar ik het voor heb verkocht. Ik ben er op tijd uitgestapt en heb al veel gezien en genoten. En ik hoop nog lang te kunnen genieten!
Vorige week kwam er onverwacht nog een getal voorbij! 250.000, twee honderd en vijftig duizend bezoekers op mijn weblog. Ik had dat nooit kunnen dromen toen ik mijn eerste verhaal naar blogger stuurde vanaf een hotelkamer in Singapore, ruim negen jaar geleden, dat mijn verhalen en foto’s zoveel mensen zou kunnen interesseren en motiveren.
Daarom wil ik langs deze weg al mijn lezers bedanken voor hun bezoeken aan mijn weblog, de felicitaties voor mijn zes en vijftigste verjaardag en de vele berichten aan mij en mijn vrouw via Faceboek.
Vrienden, bekenden en onbekenden, allemaal hartelijk dank.
Jielus en Lyka

Macau 2011
Meer verhalen over:
Filipijnen
vrijdag 1 januari 2016
Nieuwjaar met een melkkoe (Deel 3)
San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)
Steef zijn kwaadheid was alweer verdwenen toen de mini-bus met een schok op de zandweg voor het huisje van zijn meisje tot stilstand kwam. Steef was geen man die lang kwaad was want zijn moeder had hem geleerd dat hij met lang kwaad zijn zichzelf het meest schaadde. Die ander waar hij lang kwaad op bleef dacht er al lang niet meer aan! De schuifdeur gingen open en de hele optocht schoonfamilie verdween in het kleine vervallen huisje. Steef bleef met zijn bagage en de chauffeur achter.
‘Tip? Tip?’, fluisterde de chauffeur verwachtingsvol toen hij de twee koffers van Steef achter het busje op het zand had geplaatst.
‘Neem een andere kapper!’, fluisterde Steef de chauffeur lachend toe die hem onbegrijpend aankeek.
De chauffeur begreep snel dat er bij Steef niets meer te halen viel en maakte zich uit de voeten. Steef bleef alleen achter met zijn twee koffers in een enorme stofwolk op het platteland van de Isaan. Hij keek eens goed om zich heen. Er was niets te zien. Een oud vervallen huisje, rijstvelden doorsneden met rijen suikerpalmen en af en toe een klein bamboe hutje met een rieten dak voor de boeren om te schuilen voor de regen en de brandende middagzon. Hier op het platteland bestaat er maar een klok! De zon. Wanneer het licht wordt gaan de hanen kraaien en is het tijd om op te staan en aan het werk te gaan. Zodra de zon haast recht boven de rijstvelden staat is het tijd om te slapen om de hitte van de middagzon te ontwijken. Zodra de lucht oranje kleurt ga je naar huis om te eten en te slapen. Het ritme van het leven van een arme rijstboer in de Isaan.
Steef slenterde met zijn koffers naar het kleine huisje waar de meesten van zijn schoonfamilie alweer lagen te slapen. Thai en slapen? Wat bezielt die mensen toch om de meeste tijd van hun leven met hun ogen dicht door te brengen? Er was het een en ander in het huisje verandert. Het viel Steef meteen op. De roze koelkast stond nog op dezelfde vertrouwde plaats. Steef opende nieuwsgierig de deur en tot zijn grote verbazing lagen er twaalf kleine ijskoude flesjes Singha bier en een voorraadje van zijn geliefde ham en eieren op hem te wachten. Hij opende meteen een flesje met de vertrouwde opener die aan een stuk touw aan de deurhandel van de koelkast bungelde en nam een flinke slok. Zo, dacht Steef. Ik ben weer thuis en we gaan eens heerlijk vakantie vieren!
In een schuur achter het huis kwam een oude diesel kwam rochelend op gang en het geluid kwam langzaam dichterbij. Het leek wel of er een handvol lagerkogels door de motor heen werden geschoten. Het kon Steef niet van zijn idee afbrengen dat hij nu eerst een ijskoud biertje ging drinken op de veranda van het huisje. Verblind door het scherpe zonlicht buiten had Steef niet meteen in de gaten dat de oude donkerblauwe Isuzu pick-up truck voor het huisje op hem stond te wachten. Zijn meisje riep iets dat hij niet verstond. Toen hij eindelijk zijn zonnebril had gevonden zag hij door de donkere glazen van zijn zonnebril dat de cabine al vol zat en dat hij plaats moest nemen achter in de laadbak van de pick-up truck. Steef aanvaarde zijn zitplaats met een gevoel voor romantiek. De romantiek van het platteland van de Isaan, de romantiek van het tegenovergestelde van Nederlandse gebruiken. De romantiek van het reizen gegoten in afzien en diepe ellende. Niet veel mensen zouden dit zonder te vloeken hebben geaccepteerd! Maar niet Steef, de romantiek van Thailand had hem alweer helemaal in haar macht.
Steef zag de alcoholische broer van zijn meisje aan de zijkant van het huisje op een stoel in de schaduw zitten. Zijn hoofd schudde als van een mens met de zwaarste vorm van Parkinson. Alleen in dit geval was de zoveelste fles Lao Khao verantwoordelijk, deze man zou zich zonder enige twijfel op zeer jonge leeftijd dood drinken en het kon niemand wat schelen.
‘Up to Buddha!’, zeggen ze hier en daarmee zijn ieders en tegelijk alle problemen opgelost want de oorsprong en oplossing van alle problemen worden gestuurd door de Boeddha!
De oude pick-up kwam schokkend op gang en reed de zandweg op. Een weg met gaten en kuilen waar je een Thaise olifant in kan verbergen! De zuigende werking van de open laadbak omgaf Steef in een dikke wolk rood stof vermengt met de onverbrande zwarte koolstof uit de rook van de pick-up. Het deerde Steef niet, ook dit hoorde bij de romantiek van het Thaise platteland.
Een eindje verderop passeerden ze een mooi nieuw wit huisje dat Steef nog niet eerder had opgemerkt. Voor het huisje in de kleine groene tuin zwaaide een kleine grijze man naar de passerende pick-up truck. Steef zwaaide terug totdat de kleine man met het huisje door de enorme rode stofwolk was verzwolgen. Hij moest niet vergeten straks aan zijn meisje te vragen wat het verhaal achter die man is. Misschien was het wel een bondgenoot en kon Steef hem dagelijks bezoeken.
Daar was eindelijk het verlossende asfalt, zo vlak als een biljartlaken. Het stof bleef achter boven de zandweg en Steef kon eindelijk ongestoord om zich heen kijken. Niet dat het uitzicht zoveel anders was dan om het huisje van zijn meisje, maar toch. Een grote waterbuffel, een trekdier voor op de rijstvelden die nu snel werden verdrongen door rode Chinese tractoren, rolde zich rustig in een ondiepe modderpoel tussen de jonge rijst. Het enorme bruine beest was nu door de modder muisgrijs geworden. Een witte reiger pikte de insecten van zijn dikke huid. een romantisch beeld uit het verleden.
Nog een paar jaar, dan kon Steef met pensioen en zou hij hier ook een huisje op het land van zijn schoonouders bouwen. Steef zou de dagen vullen met bier drinken en ….? Ja, wat eigenlijk nog meer? Hobby’s had Steef nooit gehad. Ja, hij had voor zijn moeder gezorgd, er was de biljartclub in het plaatselijk café en de visclub maar daar kon hij hier niet veel mee. Hij moest maar eens diep gaan nadenken over een hobby om de tijd in Thailand mee door te brengen. Met alleen bier drinken zou hij snel achter zijn zwager aan in het crematorium van de tempel eindigen, en daar had hij ècht geen trek in.
Steef realiseerde zich op dat moment dat hij geen idee had waar ze naar toe gingen en wat zijn schoonfamilie van plan was. Er was hem niets gevraagd en er was hem niets verteld voordat hij achter op de pick-up truck plaats nam! Lang kon hij er niet over nadenken! De pick-up stopte langs de weg en de cabine stroomde leeg. Twee tafels werden aan elkaar geschoven en iedereen nam plaats op kleine blauwe lage plastic krukjes. Voor Steef was er een plaatsje naast zijn meisje vrij gehouden. Kleine restaurantjes als deze vindt je op de meeste plaatsen in Thailand. Een menukaart is er niet dus toeristen laten deze restaurantjes vaak voor wat ze zijn. Pas wanneer ze enkele gerechten uit hun hoofd kunnen opzeggen strijken ze hier neer. Maar Steef was met zijn schoonfamilie en die konden alle klassieke Thaise gerechten in hun slaap opnoemen.
Er werd eten besteld en toen Steef aan de beurt was zei hij trots: ‘Khao Pad Kung Kai Dao?’
De serveerster knikte goedkeurend naar Steef en ging naar de keuken.
‘Laat het nu voor iedereen duidelijk zijn dat ik geen toerist in Thailand meer ben! Thailand is mijn tweede thuisland!’, sprak Steef terwijl de rest van de mensen aan tafel hem aankeek alsof hij net zijn verstand had verloren.
Twee flessen koud water en een grote fles Beer Leo verschenen op tafel met een half dozijn glazen. Er werd ingeschonken en er werd gedronken. Zijn schoonfamilie besteedde geen enkele aandacht aan hem! Steef had toch op zijn minst wel enkele goedkeurende blikken verwacht nadat hij zelf in het Thais zijn eten had besteld. De serveerster verscheen met de eerste schalen en zijn schoonfamilie doken op het geserveerde voedsel als gieren op een vers karkas.
Steef moest nog even wachten totdat hij aan de beurt was. Zo gaat dat namelijk in Thailand. Het eten dat klaar is in de keuken wordt direct geserveerd en je kan meteen eten. Wachten totdat iedereen aan tafel zijn eten heeft gekregen is onmogelijk omdat dan drie kwart van de tafel met koud eten zit op een ander zit te wachten.
Steef lacht in zichzelf over een voorval dat hij lang geleden in Khorat had meegemaakt. In een restaurant had hij het voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht tegelijkertijd besteld. Met als direct gevolg dat als eerste het ijsje, dat vanzelfsprekend als nagerecht was bedoeld, als eerste werd geserveerd. Samen met de koffie! Toen Steef de serveerster daarop attent maakte dat dat niet kon had ze Steef met grote ogen en een vreemd gezicht aangekeken. Zonder een woord te zeggen was ze weer van de tafel weggelopen. Dus het ijsje werd het voorgerecht en het voorgerecht het nagerecht. Steef wist sindsdien dat je altijd gang voor gang moet bestellen in Thailand. Dat vinden ze hier in Thailand helemaal niet erg.
Steef liet zijn blikken over de borden van zijn schoonfamilie gaan. De witte rijst was duidelijk maar wat er nog meer op tafel stond zou zelfs de maag van een Hollandse geit overstuur maken! Er stond een grote schaal met Som Tam, een salade van groene papaja met knoflook, vissaus, suiker, groene tomaten, pinda’s, chilipepers en nog veel meer. Het smerigste vond Steef wel de gefermenteerde krab òf vis die er in ging. De aanblik van het doorzichtige emmertje met die verrotte zwarte krabben was voor Steef al voldoende om te kokhalzen. En de geur! Stel je voor? Het ruikt als het lekwater van een vuilniswagen die op een tropische zomerdag een hele middag in de brandende zon heeft gestaan. En als klap op de vuurpijl is het gerecht zo pittig dat de volgende ochtend de tranen je opnieuw in de ogen schieten waneer je op de pot zit! En toch zat zijn familie te genieten van dit voor veel Nederlanders vreemde gerecht.
Daarnaast stond nog zo’n voor Nederlanders onbegrijpelijk gerecht. Een schaal met rauwe reepjes varkenslever aangemaakt met chilipepers, knoflook, limoen, citroengras en nog wat meer. Het was zo pittig dat de chilipepers alle bacteriën in het gerecht doodden. Kun je je indenken wat dat spul in je maag doet! Steef had het één keer per ongelijk geprobeerd. Toen hij nog niet wist wat het was en ook een beetje teveel van het Singha bier had geproefd. Eens maar nooit meer!
En daar was de Thaise nasi goreng met garnalen voor Steef! Het zag er fantastisch appetijtelijk uit en Steef was al aan het eten toe hij besefte dat ze het bestelde gebakken ei op het gerecht waren vergeten. Precies op dat moment arriveerde de serveerster met een gebakken ei op een klein schoteltje. Steef moest om zichzelf lachen! Man, dìt was het èchte leven! Dìt was wàt hij wilde wanneer hij eindelijk gestopt was met werken!
Voor het eerst in zijn leven bekroop hem de gedachten dat hij ook ontslagen zou kunnen worden op de fabriek. Het vreemde was dat de gedachte hem niet beangstigde. Hij pelde met zijn onhandige dikke worstvingers nog een garnaal en liet die met een golf Beer Leo in een donker gat verdwijnen. Misschien zou hij de oude van Rijn kunnen vragen of ze hem in plaats van iemand met een gezin zouden kunnen ontslaan? Dan kon hij al eerder naar Thailand. Zijn pensioen zou dan wel wat minder zijn maar de ontslagvergoeding zou aan de andere kant misschien wel voldoende kunnen zijn voor een eenvoudig huisje op het Thaise platteland. Hij schudde met zijn hoofd om de foute gedachte kwijt te raken. Met opzet werkeloos raken en dan met een uitkering naar Thailand vertrekken? Zijn oude moeder zou zich in haar graf omdraaien! Zo was Steef niet opgevoed! Nee, hij zou werken totdat hij een receptie in de kantine van de fabriek kreeg en voor de laatste keer zijn met kleurige slingers versierde garderobekast leeg maakte!
De schalen, borden, kommen en flessen waren leeg en het was tijd om af te rekenen en dat was Steef het meest plezierige moment van de maaltijd. De rekening kwam en nadat alle zes personen van de familie de rekening hadden gecontroleerd, voor de flauwekul want ze kunnen geen van allen rekenen, kreeg Steef hem in handen. Het hele feestmaal inclusief het bier had omgerekend nog geen vijftien euro gekost. Wat hield Steef toch van Thailand! Haar heerlijke gerechten en haar eenvoudige bevolking.
De zitplaatsen werden weer ingenomen en vol en voldaan reed de oude pick-up naar de volgende bestemming. Steef kon zich wel voor zijn kop slaan! Door het genot van de overheerlijke maaltijd was hij helemaal vergeten aan zijn meisje te vragen waar de rit naartoe ging. Hij was meegevraagd omdat hij de enige in het gezin was met geld in zijn zak, zo dom was Steef nu ook weer niet. Maar Steef had zich tijdens de elf uur durende vliegreis van Amsterdam naar Bangkok wel voorgenomen om zich niet meer te laten leegzuigen, figuurlijk dan.
Buriram verscheen en het werd steeds drukker. Steef had de stad in de laatste jaren enorm zien veranderen! De stad was groter geworden en alle grote winkels en restaurantketens hadden nu een filiaal in Buriram. Aan de ene kant was Steef daar niet blij mee want hij hield van het eenvoudige provinciale karakter. Aan de andere kant kon hij ook enorm genieten van zijn uitsmijter ham/kaas voor het ontbijt. Hij hield van het Thaise eten maar zijn wortels waren toch in Nederland ontwikkeld. Een varkenskarbonade met gebakken aardappelen, boontjes en jus òf een bordje met blokjes kaas en harde worst aan het einde van een warme dag bij een ijskoud biertje op de veranda voor het huisje waren toch ook niet fout?
Nee, Steef had het in de loop der jaren alleen maar meer naar zijn zin gekregen in Thailand.
Steef zijn kwaadheid was alweer verdwenen toen de mini-bus met een schok op de zandweg voor het huisje van zijn meisje tot stilstand kwam. Steef was geen man die lang kwaad was want zijn moeder had hem geleerd dat hij met lang kwaad zijn zichzelf het meest schaadde. Die ander waar hij lang kwaad op bleef dacht er al lang niet meer aan! De schuifdeur gingen open en de hele optocht schoonfamilie verdween in het kleine vervallen huisje. Steef bleef met zijn bagage en de chauffeur achter.
‘Tip? Tip?’, fluisterde de chauffeur verwachtingsvol toen hij de twee koffers van Steef achter het busje op het zand had geplaatst.
‘Neem een andere kapper!’, fluisterde Steef de chauffeur lachend toe die hem onbegrijpend aankeek.
De chauffeur begreep snel dat er bij Steef niets meer te halen viel en maakte zich uit de voeten. Steef bleef alleen achter met zijn twee koffers in een enorme stofwolk op het platteland van de Isaan. Hij keek eens goed om zich heen. Er was niets te zien. Een oud vervallen huisje, rijstvelden doorsneden met rijen suikerpalmen en af en toe een klein bamboe hutje met een rieten dak voor de boeren om te schuilen voor de regen en de brandende middagzon. Hier op het platteland bestaat er maar een klok! De zon. Wanneer het licht wordt gaan de hanen kraaien en is het tijd om op te staan en aan het werk te gaan. Zodra de zon haast recht boven de rijstvelden staat is het tijd om te slapen om de hitte van de middagzon te ontwijken. Zodra de lucht oranje kleurt ga je naar huis om te eten en te slapen. Het ritme van het leven van een arme rijstboer in de Isaan.
Steef slenterde met zijn koffers naar het kleine huisje waar de meesten van zijn schoonfamilie alweer lagen te slapen. Thai en slapen? Wat bezielt die mensen toch om de meeste tijd van hun leven met hun ogen dicht door te brengen? Er was het een en ander in het huisje verandert. Het viel Steef meteen op. De roze koelkast stond nog op dezelfde vertrouwde plaats. Steef opende nieuwsgierig de deur en tot zijn grote verbazing lagen er twaalf kleine ijskoude flesjes Singha bier en een voorraadje van zijn geliefde ham en eieren op hem te wachten. Hij opende meteen een flesje met de vertrouwde opener die aan een stuk touw aan de deurhandel van de koelkast bungelde en nam een flinke slok. Zo, dacht Steef. Ik ben weer thuis en we gaan eens heerlijk vakantie vieren!
In een schuur achter het huis kwam een oude diesel kwam rochelend op gang en het geluid kwam langzaam dichterbij. Het leek wel of er een handvol lagerkogels door de motor heen werden geschoten. Het kon Steef niet van zijn idee afbrengen dat hij nu eerst een ijskoud biertje ging drinken op de veranda van het huisje. Verblind door het scherpe zonlicht buiten had Steef niet meteen in de gaten dat de oude donkerblauwe Isuzu pick-up truck voor het huisje op hem stond te wachten. Zijn meisje riep iets dat hij niet verstond. Toen hij eindelijk zijn zonnebril had gevonden zag hij door de donkere glazen van zijn zonnebril dat de cabine al vol zat en dat hij plaats moest nemen achter in de laadbak van de pick-up truck. Steef aanvaarde zijn zitplaats met een gevoel voor romantiek. De romantiek van het platteland van de Isaan, de romantiek van het tegenovergestelde van Nederlandse gebruiken. De romantiek van het reizen gegoten in afzien en diepe ellende. Niet veel mensen zouden dit zonder te vloeken hebben geaccepteerd! Maar niet Steef, de romantiek van Thailand had hem alweer helemaal in haar macht.
Steef zag de alcoholische broer van zijn meisje aan de zijkant van het huisje op een stoel in de schaduw zitten. Zijn hoofd schudde als van een mens met de zwaarste vorm van Parkinson. Alleen in dit geval was de zoveelste fles Lao Khao verantwoordelijk, deze man zou zich zonder enige twijfel op zeer jonge leeftijd dood drinken en het kon niemand wat schelen.
‘Up to Buddha!’, zeggen ze hier en daarmee zijn ieders en tegelijk alle problemen opgelost want de oorsprong en oplossing van alle problemen worden gestuurd door de Boeddha!
De oude pick-up kwam schokkend op gang en reed de zandweg op. Een weg met gaten en kuilen waar je een Thaise olifant in kan verbergen! De zuigende werking van de open laadbak omgaf Steef in een dikke wolk rood stof vermengt met de onverbrande zwarte koolstof uit de rook van de pick-up. Het deerde Steef niet, ook dit hoorde bij de romantiek van het Thaise platteland.
Een eindje verderop passeerden ze een mooi nieuw wit huisje dat Steef nog niet eerder had opgemerkt. Voor het huisje in de kleine groene tuin zwaaide een kleine grijze man naar de passerende pick-up truck. Steef zwaaide terug totdat de kleine man met het huisje door de enorme rode stofwolk was verzwolgen. Hij moest niet vergeten straks aan zijn meisje te vragen wat het verhaal achter die man is. Misschien was het wel een bondgenoot en kon Steef hem dagelijks bezoeken.
Daar was eindelijk het verlossende asfalt, zo vlak als een biljartlaken. Het stof bleef achter boven de zandweg en Steef kon eindelijk ongestoord om zich heen kijken. Niet dat het uitzicht zoveel anders was dan om het huisje van zijn meisje, maar toch. Een grote waterbuffel, een trekdier voor op de rijstvelden die nu snel werden verdrongen door rode Chinese tractoren, rolde zich rustig in een ondiepe modderpoel tussen de jonge rijst. Het enorme bruine beest was nu door de modder muisgrijs geworden. Een witte reiger pikte de insecten van zijn dikke huid. een romantisch beeld uit het verleden.
Nog een paar jaar, dan kon Steef met pensioen en zou hij hier ook een huisje op het land van zijn schoonouders bouwen. Steef zou de dagen vullen met bier drinken en ….? Ja, wat eigenlijk nog meer? Hobby’s had Steef nooit gehad. Ja, hij had voor zijn moeder gezorgd, er was de biljartclub in het plaatselijk café en de visclub maar daar kon hij hier niet veel mee. Hij moest maar eens diep gaan nadenken over een hobby om de tijd in Thailand mee door te brengen. Met alleen bier drinken zou hij snel achter zijn zwager aan in het crematorium van de tempel eindigen, en daar had hij ècht geen trek in.
Steef realiseerde zich op dat moment dat hij geen idee had waar ze naar toe gingen en wat zijn schoonfamilie van plan was. Er was hem niets gevraagd en er was hem niets verteld voordat hij achter op de pick-up truck plaats nam! Lang kon hij er niet over nadenken! De pick-up stopte langs de weg en de cabine stroomde leeg. Twee tafels werden aan elkaar geschoven en iedereen nam plaats op kleine blauwe lage plastic krukjes. Voor Steef was er een plaatsje naast zijn meisje vrij gehouden. Kleine restaurantjes als deze vindt je op de meeste plaatsen in Thailand. Een menukaart is er niet dus toeristen laten deze restaurantjes vaak voor wat ze zijn. Pas wanneer ze enkele gerechten uit hun hoofd kunnen opzeggen strijken ze hier neer. Maar Steef was met zijn schoonfamilie en die konden alle klassieke Thaise gerechten in hun slaap opnoemen.
Er werd eten besteld en toen Steef aan de beurt was zei hij trots: ‘Khao Pad Kung Kai Dao?’
De serveerster knikte goedkeurend naar Steef en ging naar de keuken.
‘Laat het nu voor iedereen duidelijk zijn dat ik geen toerist in Thailand meer ben! Thailand is mijn tweede thuisland!’, sprak Steef terwijl de rest van de mensen aan tafel hem aankeek alsof hij net zijn verstand had verloren.
Twee flessen koud water en een grote fles Beer Leo verschenen op tafel met een half dozijn glazen. Er werd ingeschonken en er werd gedronken. Zijn schoonfamilie besteedde geen enkele aandacht aan hem! Steef had toch op zijn minst wel enkele goedkeurende blikken verwacht nadat hij zelf in het Thais zijn eten had besteld. De serveerster verscheen met de eerste schalen en zijn schoonfamilie doken op het geserveerde voedsel als gieren op een vers karkas.
Steef moest nog even wachten totdat hij aan de beurt was. Zo gaat dat namelijk in Thailand. Het eten dat klaar is in de keuken wordt direct geserveerd en je kan meteen eten. Wachten totdat iedereen aan tafel zijn eten heeft gekregen is onmogelijk omdat dan drie kwart van de tafel met koud eten zit op een ander zit te wachten.
Steef lacht in zichzelf over een voorval dat hij lang geleden in Khorat had meegemaakt. In een restaurant had hij het voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht tegelijkertijd besteld. Met als direct gevolg dat als eerste het ijsje, dat vanzelfsprekend als nagerecht was bedoeld, als eerste werd geserveerd. Samen met de koffie! Toen Steef de serveerster daarop attent maakte dat dat niet kon had ze Steef met grote ogen en een vreemd gezicht aangekeken. Zonder een woord te zeggen was ze weer van de tafel weggelopen. Dus het ijsje werd het voorgerecht en het voorgerecht het nagerecht. Steef wist sindsdien dat je altijd gang voor gang moet bestellen in Thailand. Dat vinden ze hier in Thailand helemaal niet erg.
Steef liet zijn blikken over de borden van zijn schoonfamilie gaan. De witte rijst was duidelijk maar wat er nog meer op tafel stond zou zelfs de maag van een Hollandse geit overstuur maken! Er stond een grote schaal met Som Tam, een salade van groene papaja met knoflook, vissaus, suiker, groene tomaten, pinda’s, chilipepers en nog veel meer. Het smerigste vond Steef wel de gefermenteerde krab òf vis die er in ging. De aanblik van het doorzichtige emmertje met die verrotte zwarte krabben was voor Steef al voldoende om te kokhalzen. En de geur! Stel je voor? Het ruikt als het lekwater van een vuilniswagen die op een tropische zomerdag een hele middag in de brandende zon heeft gestaan. En als klap op de vuurpijl is het gerecht zo pittig dat de volgende ochtend de tranen je opnieuw in de ogen schieten waneer je op de pot zit! En toch zat zijn familie te genieten van dit voor veel Nederlanders vreemde gerecht.
Daarnaast stond nog zo’n voor Nederlanders onbegrijpelijk gerecht. Een schaal met rauwe reepjes varkenslever aangemaakt met chilipepers, knoflook, limoen, citroengras en nog wat meer. Het was zo pittig dat de chilipepers alle bacteriën in het gerecht doodden. Kun je je indenken wat dat spul in je maag doet! Steef had het één keer per ongelijk geprobeerd. Toen hij nog niet wist wat het was en ook een beetje teveel van het Singha bier had geproefd. Eens maar nooit meer!
En daar was de Thaise nasi goreng met garnalen voor Steef! Het zag er fantastisch appetijtelijk uit en Steef was al aan het eten toe hij besefte dat ze het bestelde gebakken ei op het gerecht waren vergeten. Precies op dat moment arriveerde de serveerster met een gebakken ei op een klein schoteltje. Steef moest om zichzelf lachen! Man, dìt was het èchte leven! Dìt was wàt hij wilde wanneer hij eindelijk gestopt was met werken!
Voor het eerst in zijn leven bekroop hem de gedachten dat hij ook ontslagen zou kunnen worden op de fabriek. Het vreemde was dat de gedachte hem niet beangstigde. Hij pelde met zijn onhandige dikke worstvingers nog een garnaal en liet die met een golf Beer Leo in een donker gat verdwijnen. Misschien zou hij de oude van Rijn kunnen vragen of ze hem in plaats van iemand met een gezin zouden kunnen ontslaan? Dan kon hij al eerder naar Thailand. Zijn pensioen zou dan wel wat minder zijn maar de ontslagvergoeding zou aan de andere kant misschien wel voldoende kunnen zijn voor een eenvoudig huisje op het Thaise platteland. Hij schudde met zijn hoofd om de foute gedachte kwijt te raken. Met opzet werkeloos raken en dan met een uitkering naar Thailand vertrekken? Zijn oude moeder zou zich in haar graf omdraaien! Zo was Steef niet opgevoed! Nee, hij zou werken totdat hij een receptie in de kantine van de fabriek kreeg en voor de laatste keer zijn met kleurige slingers versierde garderobekast leeg maakte!
De schalen, borden, kommen en flessen waren leeg en het was tijd om af te rekenen en dat was Steef het meest plezierige moment van de maaltijd. De rekening kwam en nadat alle zes personen van de familie de rekening hadden gecontroleerd, voor de flauwekul want ze kunnen geen van allen rekenen, kreeg Steef hem in handen. Het hele feestmaal inclusief het bier had omgerekend nog geen vijftien euro gekost. Wat hield Steef toch van Thailand! Haar heerlijke gerechten en haar eenvoudige bevolking.
De zitplaatsen werden weer ingenomen en vol en voldaan reed de oude pick-up naar de volgende bestemming. Steef kon zich wel voor zijn kop slaan! Door het genot van de overheerlijke maaltijd was hij helemaal vergeten aan zijn meisje te vragen waar de rit naartoe ging. Hij was meegevraagd omdat hij de enige in het gezin was met geld in zijn zak, zo dom was Steef nu ook weer niet. Maar Steef had zich tijdens de elf uur durende vliegreis van Amsterdam naar Bangkok wel voorgenomen om zich niet meer te laten leegzuigen, figuurlijk dan.
Buriram verscheen en het werd steeds drukker. Steef had de stad in de laatste jaren enorm zien veranderen! De stad was groter geworden en alle grote winkels en restaurantketens hadden nu een filiaal in Buriram. Aan de ene kant was Steef daar niet blij mee want hij hield van het eenvoudige provinciale karakter. Aan de andere kant kon hij ook enorm genieten van zijn uitsmijter ham/kaas voor het ontbijt. Hij hield van het Thaise eten maar zijn wortels waren toch in Nederland ontwikkeld. Een varkenskarbonade met gebakken aardappelen, boontjes en jus òf een bordje met blokjes kaas en harde worst aan het einde van een warme dag bij een ijskoud biertje op de veranda voor het huisje waren toch ook niet fout?
Nee, Steef had het in de loop der jaren alleen maar meer naar zijn zin gekregen in Thailand.
Meer verhalen over:
Nieuwjaar met een melkkoe
Abonneren op:
Reacties (Atom)

