donderdag 22 oktober 2015

Filippijnen: Vis op het menu

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Om iets over half vijf wordt de nachtelijke stilte verbroken door de eerste haan. Het zonlicht is nog ver weg maar het netwerk van hanen verkondigt dat de volgende dag spoedig zal aanbreken. Er komen steeds meer geluiden. Vanuit de verte hoor ik het klik-klak van goedkope badslippers langzaam dichterbij komen. De wereld komt hier al vroeg op gang omdat hier de vroege vogels nog wel de dikste worm vangen samen met de meest corrupte vogels.
Het is een vreemd gevoel zo primitief met z’n tweeën in een eenpersoonsbed wakker te worden. Het is geen hele nieuwe ervaring want er zijn toch wel enkele overeenkomsten met het Thailand dat ik zestien jaar geleden bezocht. Een eerste brommer komt knetterend voorbij en de klamboe wordt nu ook zichtbaar. 05:35 en de dag is begonnen. Een lange dag waarvan ik me afvraag wat ik vandaag zal gaan doen.
De eerste kop koffie duurt een oneindigheid op het houtskoolvuur. De geur van het verbrande aanmaakpapier verspreid zich door het kleine dorp. Flarden rook hangen stil tussen de kokospalmen. Het is een vreemde wereld! Maar tegelijk ook een intrigerende wereld. Ik probeer zoveel mogelijk in me op te nemen.
Om half zeven komen de eerste met schoolkinderen afgeladen tricycles, brommers met een overdekte zijspan, op weg naar school in Pilar voorbij. Enkele kinderen op het dak zijn al zo wakker dat ze spontaan naar me zwaaien. Zich pas verder, wanneer ik al lang uit het zicht ben, realiserend dat ik een buitenlander in San Antonio ben. Kleine John is ook klaar voor school en krijgt zijn ontbijt met een Milo vermengt met melkpoeder, overkill op zijn sterkst.

Eindelijk een tweede kop koffie en daar is mijn ontbijt. Het eerste brood dat ik gisteren heb gekocht is dus van dat zoete brood. Opeten, niet meer kopen en op zoek naar ander brood! De eieren zijn zo klein dat ik er wel vier zou lusten en de de knakworst is van een kwaliteit waar nog wel aan gewerkt kan worden. We zijn op reis dus moeten niet over het eten klagen!
Na het ontbijt zie ik eenstukje van de best dankbare recycling die ik ooit heb gezien. Wat er aan rijst overblijft op de borden is als eerste voor de zwangere kat die het huis vrijhoud van muizen en kakkerlakken.Dan is de hond van de buren aan de beurt die zonder het te weten ook het huis van mijn schoonmoeder bewaakt! Een enkele rijstkorrel die is blijven liggen wordt met veel smaak door een enkele witte kip met een tikkend geluid van het stalen blik gegeten. De kip kijkt nog een keer rond en dan komen de mieren! Binnen enkele minuten is het groene blik zwart gekleurd door mieren van reuzen tot lilliputters. Een half uurtje later is het blik schoon en weer klaar voor gebruik.
Nog maar een koffie! Mijn schoonmoeder gaat vandaag naar de stad om een twee pits gaskookplaat te kopen. Compleet, inclusief fles, slang en drukregelaar! Wat ik uit oude plastic tassen heb zien komen geeft me weinig vertrouwen! “Better safe then sorry”, is hier zeker op zijn plaats. De ochtendspits in het dorp is voorbij en de wegen en velden rond het kleine huis komen tot rust.
Mijn gedachten drijven af naar het Nederlands Indië van 100 jaar geleden. Geen radio, geen nieuws, alleen de rust en het groen. Vreemde geluiden en de stille kracht. Ik zal de film met Pleuni Touw een dezer dagen maar eens kijken. Ik kan het me goed voorstellen dat je langzaam gek kan worden van de drukkende hitte, de ijzige stilte en de vreemde blikken van de lokale bevolking.

woensdag 21 oktober 2015

Filippijnen: Wanneer begon de ochtend?

San Antonio (Mamsi Homestay (Front Room)

Zoals de titel al aangeeft ben ik na 22 uur aardig gaar en laten we de landing in Manila maar als ijkpunt nemen voor het begin van de dag? De laatste twee uur van de goede vlucht heb ik knikkebollen afgewisseld met hazenslaapjes. Die laatste blijken na academisch onderzoek vaak beter voor je concentratie dan een goede lange nachtrust!
Een enorme lange wandeling van het platform naar de immigratie en douane geeft me voldoende twijfels over de inhoud van onze koffers. Het stond er duidelijk zwart op wit dat ik alle agrarische producten en verwerkte agrarische producten moest aangeven. De kilo Old Amsterdam schreeuwt in mijn koffer en voor een moment ben ik zelfs bang dat mijn visum na de ontdekking van een leugen voor goedwil ook nog geweigerd zou kunnen worden. Ik blijf maar vriendelijk lachen en loop als een van de eersten door de medische controle die sinds de vogelgriep in de Filippijnen in leven wordt gehouden.
De eerste vraag die rijst is een gemakkelijke maar tegelijk ook een moeilijke! Voor een gezamenlijk “Balikbayan visum” moet je samen aan de balie van de immigratiedienst staan. Maar welke balie? Die voor Filipijnse paspoort houders of die voor buitenlanders? We kiezen voor de eerste. De jonge besnorde beambte van de immigratiedienst inspecteert ons beiden van top tot teen en vraagt aan Lyka of we de benodigde papieren bij ons hebben. Die hebben we! Na de huwelijksacte en onze paspoorten twee keer te hebben vergeleken komt de stempel met een zachte tik neer in mijn nog haast maagdelijk paspoort. Een stempeltje ter grootte van een oude postzegel. Ik ben er niet van onder de indruk en eerlijk gezegd een beetje teleurgesteld. Ik had een mooiere stempel verwacht!
Er valt een zware last van me af. Ik had stilletjes gehoopt dat het gemakkelijk zou gaan maar zo gemakkelijk had ik nooit durven dromen. De drie koffers van de lopende band en snel door naar het inchecken voor onze volgende vlucht naar Legazpi. Hier rijst wel een probleem! De 4,7 kilo overgewicht die in Bangkok met een knipoog was goedgekeurd wordt hier streng bekeken en beloond met een boete van 1.000 peso. Ik laat me niet zo maar naar de slachtbank leiden!
‘In Bangkok hadden ze geen probleem meet die drie kilo overgewicht!’
‘De bebrilde zeer jonge medewerker van Cebu Pacific kijkt me door zijn zwarte hoornen bril verbaasd aan. ‘U zegt dat er in Bangkok drie kilo overgewicht was?’
‘Ja, zeg ik standvastig’, een glimlach van de overwinning verschijnt op het gladde gezicht dat nog nooit bezoek van een scheermes heeft gehad.
‘Dat is dan 600 peso! Bij de kassier betalen en daarna krijgt u uw boarding pass.’
Vierhonderd uitgespaard denk ik, terwijl Lyka me aankijkt en 100% zeker denkt 600 peso verloren. Lyka gaat de boete betalen terwijl ik bij de rugzakken blijf.

Een klein bakje met twee gebakken eieren, een paar strippen spek en drie sneetjes geroosterd brood zijn het ontbijt voor vandaag. Samen met een bekertje koffie is het voor mij voldoende. Terwijl ik achterover geleund naar de nooit haperende voorbijtrekkende optocht van passagiers kijk krijg ik een voldaan gevoel. Het is allemaal prima gelopen! We zitten in de Filippijnen, ik heb een jaarvisum in mijn paspoort en over een paar uur staan we naast mijn schoonmoeder in Legazpi.
Ik kijk om me heen en het beeld van de Filippijnen is ook anders dan de vorige twee keer was! De Filippijnen lijken vriendelijker, in kleur en een uitdaging. Zou ik het hier dan toch nog naar mijn zin krijgen? Drie maanden op het platte land in een dorp met een paar honderd inwoners is niet voor iedereen het idee van een leuke reis of vakantie!
Na drie kwartier landen we iets te vroeg op de kleine luchthaven van Legazpi waar elke dag hetzelfde tafereel zich afspeelt. Drommen taxichauffeurs op zoek naar een klant om een goed begin van hun werkdag te maken. Ze zijn zichtbaar teleurgesteld wanneer de grote witte buitenlander al vervoer heeft! Voor ons is het een rit naar het dorp waar we twee jaar niet zijn geweest. Onderweg valt het meteen op dat er veel geld wordt besteed aan het verbeteren van de wegen. De weg naar het dorp krijgt nu zelfs voor een groot traject een ruime voldoende. De secundaire weg is ook opgeknapt en op een stukje aardverschuiving na ook prima in orde.
Het kleine huisje van mijn schoonmoeder is nog precies zoals we het hebben achtergelaten! Het is klein, nog niet af maar het straalt een gastvrijheid uit die je alleen maar in straatarme landen bij straatarme mensen tegenkomt. Hier tikt de klok nog overleven! Elke dag is een gevecht voor eten op tafel en overleven. Een andere vorm van overleven dan de migranten die een klein fortuin betalen voor een plaats in een rubberboot. Overleven om de volgende dag te halen. Het is ontroerend om de arme kinderen lachend en spelend in hun oude schooluniformen naar school te zien lopen. Soms wel tien kilometer heen en terug.
Mijn schoonmoeder gaat snel nog even met me boodschappen doen in de dichtstbijzijnde stad en terwijl wij weg zijn komt de koelkast op temperatuur. Een koelkast is een luxe in dit dorp waar de meeste mensen amper de elektriciteitsrekening voor de verlichting en de tv kunnen betalen. Om vijf over half zes moet het licht aan en laat ik even wat bier halen. Na deze lange dag zal het me goed smaken en het zal me zeker sneller laten inslapen.

Een sobere maaltijd van kip adobo en kousenband, een stukje Pieter Aspe’s boek “13” en misschien nog een aflevering van de X-files en mijn dag zit er op. Het is lief om mijn schoonmoeder, mijn vrouw en kleine John zo blij te zien. Mijn dag dag was goed en ik vraag me af wat morgen weer zal brengen.

dinsdag 20 oktober 2015

Thailand: Naar de Filippijnen

In het vliegtuig (16E)

Opgelucht wordt ik wakker op deze vertrekdag. Een week in Pattaya zit er al weer op en om eerlijk te zijn is het ook meer dan genoeg! We moeten om half zeven vanavond bij de “Boxing Roo” klaarstaan dus we hebben de hele dag om de drie koffers en twee rugzakken in te pakken.

Met nog enige verbazing denk ik aan het diner van gisteren. Mijn vrouw keurde mijn idee om maar een keer Thais te eten goed. Hoewel het niet goedkoop was was het toch een succes. Heerlijk om weer eens een perfecte rode Thaise kerrie, Laab moo en Pad Thai te eten.
Met zelfs een hele dag om alles in gereedheid te brengen voel ik toch enige stres. Ik kijk nog eens naar het doorzichtige plastic tasje met tien zakjes Conimex Nasi kruiden. Een verzoek op de valreep van een vriend in Pattaya. Eigenlijk neem ik nooit voor anderen spullen mee op een uitzondering na. De andere uitzondering ligt nu al week naast mijn rugzak! Ik heb, op een kort facebook bericht na, de hele week niets van hem gehoord. Het zal wel niet belangrijk zijn geweest denk ik. Mijn schoonmoeder kan ze ook wel gebruiken voor de Nasi Goreng. Een stukje Nederlandse Indonesische keuken op het platteland van de Filippijnen.

Onze laatste lunch is weer bij Big C want er staat nog voldoende geld op de restaurantpas. Yakisoba en Gyoza, niet van de hoogste kwaliteit maar toch wel te pruimen. Soms moet je gewoonweg wat te klagen hebben om de lat weer wat lager te leggen!
Het was ons gisterenmiddag niet gelukt om enkele films van de ene harde schijf naar de andere te brengen. Mac en Windows maken nog steeds ruzie met elkaar en dat geld voor soft- en hardware. Er moet een systeem voor de harddisk zijn dat beide rivaliserende systemen kunnen lezen. Moet ik me maar eens in verdiepen wanneer ik weer in Nederland ben. Ik realiseer me dat ik toch niet zoveel USB-sticks nodig heb en dus heb ik maar voor Jan een 64Gb gevuld. Laat ik die stick nu precies even gaan afgeven bij de apotheek en van de gelegenheid gebruik maken om een samen een afscheidsbiertje te drinken.
Precies op tijd ben ik op de kamer om als een razende Roeland te gaan pakken. Ingewikkeld kan het niet zijn want de spullen van het hotel en onze spullen zijn streng gescheiden. Plastic tasje na plastic zakje verdwijnen in de koffers en rugzakken. De kaas en chocolade zijn uit de koelkast direct in de koffers verdwenen die op hun beurt direct worden omwikkeld met vershoudfolie en plakband. Het is een operatie met militaire precisie die alleen wordt onderbroken wanneer mijn vrouw toegeeft aan haar internetverslaving.
Twee minuten te laat verschijnen we in de “Boxing Roo” en de chauffeur is al naar ons op zoek. Wat heeft die man een verschrikkelijke haast! Hij is ècht hyper! Ik heb in Thailand al heel wat zenuwlijders meegemaakt maar hij slaat alles. En waarom? Zijn werktijden staan vast en de bus naar de luchthaven vertrekt pas over een half uur? Het zal wel in de genen van het beestje zijn vastgelegd.
In het donker rollen we over de motorway richting Suvarnabhumi International Airport. Lyka speelt met haar telefoon en ik neem een slokje van mijn nu al lauwe Coke Zero. In mijn gedachten probeer ik de donkere omgeving van jaren geleden voor mijn ogen te halen. Wat is Thailand toch snel verandert. Niet alleen is er veel gebouwd maar zeker rond de toeristengebieden heeft de vriendelijkheid plaats gemaakt voor hebberigheid en haast. En nu ook de crisis hier heeft huisgehouden wordt het steeds slechter. De door Thaksin Shinawatra met open armen binnengehaalde Russen zijn al weer verdwenen. Tot grote tevredenheid van alle andere toeristen! De roebel heeft flink verloren, voor een Rus is het hier nu vier keer, ja ongelofelijk maar waar, vier keer zo duur als enkele jaren geleden.
De vriendelijkheid heerst gelukkig nog wel in de buitengebieden die we aan het einde van deze reis nog hopen te bezoeken. Daar kabbelt de tijd en het leven nog rustig langs de bamboe huisjes aan zandwegen temidden van rijstvelden. Ik voel me bevoorrecht dat ik dit allemaal heb mogen aanschouwen en ervaren. En nu mijn AOW gerechtigde leeftijd met rappe schreden dichterbij komt besef ik ook dat het niet lang meer zal duren voordat ik in zo’n heerlijk rustig buitengebied in Azië veel tijd zal kunnen doorbrengen. Omringt door vrienden, lekker eten en ijskoude biertjes.
De incheckbalies zijn nog niet open dus zit er niets anders op dan snel wat eten en drinken bij de “Family Mart” aan de noordzijde van de luchthaven. Een smakeloze vegetarische magnetron bami wordt weggespoeld met het laatste restje lauwe Coke Zero.
Op de laatste zitting van onze bank neemt een wat zenuwachtige man, hij loenst ook een beetje, plaats die schichtig om zich heen kijkt terwijl hij steeds in de microfoon die geïntegreerd zit in de kabel van zijn oordopjes spreekt. De grote zwarte rolkoffer is er een van dertien in een dozijn. Geen enkel opvallend kenmerk! Geen sticker, geen streepje, geen label of veiligheidsriem. De koffer is zo onopvallend dat hij gewoon opvalt. De man bespeurt mijn interesse in zijn persoon en zijn koffer, er is een moment oogcontact en de man lijkt steeds zenuwachtiger te worden.
Zodra hij de koffer op de hoek van de zitbank achterlaat en wegloopt is het voor ons tijd om ook te verkassen! Na een meter of twintig kijkt de man achterom en ziet ons opstaan en aanstalten maken om te vertrekken. Hij draait zich om en loopt terug naar zijn koffer. In het moment van passeren is er opnieuw oogcontact en nu bespeur ik enige verontschuldiging.
De waarschuwingen die ik wel duizend keer heb gezien in de ondergrondse van Singapore over koffers, rugzakken en terroristen zitten in mijn systeem gebakken. Voorzichtigheid is altijd geboden, hoe klein de kans ook is. Vlakbij de lokatie zijn de incheckbalies van El-Al (Israel Airlines) en die man kan ook een beveiliger van de Mossad zijn geweest. Maar een mens kan niet voorzichtig genoeg zijn?
Bij het inchecken komt er toch nog een hobbel op ons pad.
‘Heeft u een visum voor de Filippijnen?’, vraagt het meisje.
‘Nee, bij aankomst vraag ik om een “Balikbayan visum” voor een jaar omdat wij getrouwd zijn. De benodigde papieren zitten in mijn rugzak’, antwoord ik beleefd.
‘Maar heeft u een visum voor de Filippijnen?’, vraagt het meisje nog een keer.
Ik ben verbaasd en leg haar nog een keer, nu wat langzamer en duidelijker, uit wat de bedoeling is en hoe ik aan mijn visum zal komen. Ze lijkt niet erg overtuigt en grijpt de hoorn van de telefoon. Voordat ze een nummer intoetst, waarschijnlijk om assistentie te vragen, waagt ze nog een poging.
‘Wanneer verlaat u weer de Filippijnen?’, vraagt ze vriendelijk en zichtbaar onzeker.
‘U heeft toch mijn ticket?’
‘Nee!’, glimlacht ze, ‘Dat heb ik terug gegeven aan uw vrouw.’
Mijn blik gaat van haar naar mijn vrouw en Lyka kijkt me verbaasd aan: ‘Wat is er kul?’
‘Heb jij het ticket?’
‘Ja!’, is het antwoord terwijl ze het weer uit haar rugzak haalt.
Bij het zien van het ticket is het probleem opgelost! Het zit namelijk zo. Je mag alleen de Filippijnen betreden wanneer je een uitreisticket hebt. M.a.w., je kan gemakkelijk een ticket kopen wanneer je weet wanneer je weer wil vertrekken maar daar gaat de Filippijnse immigratie niet mee akkoord. Je dient ten alle tijde een uitreisticket te kunnen overleggen.
Snel verder door de veiligheidscontrole en immigratiedienst. Bam! Nog een uur te gaan en dan zitten we in het vliegtuig op weg naar de Filippijnen. Een koffie en chocolademelk bij mijn favoriete koffietentje, even bijkomen, er kan nu weinig meer misgaan.
De Airbus A320 is net als alle andere toestellen die uit Toulouse komen, goed, goedkoop en betrouwbaar. Ik moet nog steeds wennen aan de kleurstelling van de uniformen aan boord. Dat beige van Cebu Pacific vindt ik maar niets, het is natuurijk persoonlijk.

Binnen tien minuten wordt de op voorhand bestelde maaltijd, ik wist niet eens meer dat ik die had besteld, op het kleine opklaptafeltje gezet en om de klagers over het vliegtuigeten bij te vallen: ’Het was dus niet te pruimen!’ “Chicken Inasal” zoals het product heet is een juiste afspiegeling van de Filippijnse keuken. Of die überhaupt wel bestaat kunnen we over twisten maar stel jezelf maar eens deze vraag: Wanneer heb ik voor de laatste keer een Filippijns restaurant gezien? Of nog beter: Heb ik ooit wel eens in een Filippijns restaurant gegeten?
Zodra de resten van de maaltijd en de lege flesjes zijn opgehaald gaat het licht uit in de cabine en kunnen we nog wat slaap pakken. Een paar uurtjes zou voldoende moeten zijn om morgen door te komen.
Copyright/Disclaimer