woensdag 14 oktober 2015

Thailand: Onderweg

In het vliegtuig (Turkish Airlines (36A)

Een waterig zonnetje klimt langzaam omhoog in de frisse ochtendlucht. Iets na zeven uur staat de eerste kop dampende koffie naast mijn MacBook. De dag van vertrek, verlossing?, is eindelijk gearriveerd. De laatste spullen voor mijn rugzak stal ik uit op het bed. Routine, een rustige routine, denken en automatismen wisselen elkaar oneindig af. Gaskranen worden dichtgedraaid en stekkers uit stopcontacten getrokken.
Na bijna zeshonderd dagen zonder noemenswaardige verplaatsingen voelt de rugzak op mijn rug als een zegen. Iets voor tien uur is het tijd om eindelijk weer eens van huis te gaan. Ik kijk over mijn schouder en ik mis iets. Mijn moeder is er niet meer om ons een goede reis te wensen. Ruim vier maanden zijn verstreken en het besef dringt langzaam tot me door dat ik nooit meer bij mijn vertrek die knuffel zal krijgen vergezeld door een: ‘Doe je voorzichtig?’ Ik bleef toch altijd haar zoon, ondanks dat ik vijfenvijftig jaar ben.
De koude wind snijd door mijn rode fleece en kondigt de komende winter aan. Het op het laatste moment aangetrokken base layer t-shirt houdt me nog enigzins warm totdat de inspanning me echt weer warm maakt.  Het is al half oktober dus hebben we weinig over het weer te klagen. De koffers ratelen op hun wieltjes over de ongelijke stenen. Een auto passeert ons toetert, de bestuurder zwaait, Zaltbommel met al zijn vrienden en bekenden verdwijnt in stilte achter ons.
Op het station voegen zich nog twee koffers bij onze bagage. Zestig kilo in totaal slepen we de trein in. Haast romantisch verdwijnt de St Maarten uit het zicht. De trein brengt rust, innerlijke rust. Ik kan nu niets meer veranderen, niets meer bestrijden of voorkomen. In de trein gonzen de stemmen van vreemden. Het onderwerp is veelal de migranten crisis. Een probleem dat Nederland in tweeën lijkt te splijten. De ene helft roept Nazi tegen de andere helft die terugroept dat ze blind en doof zijn. Iedereen verdedigt zijn eigen belangen.
Binnen tien minuten zijn we onze vier koffers kwijt en door de immigratie. Schiphol, een metropool vol met reizigers. Korte formele gesprekken, vriendelijke begroetingen en kleine ruzies in de vele winkels. Een vriendelijk gesprek met Jaap, een oud marinier, en het blijkt dat we gemeenschappelijke vrienden hebben. Wat is de wereld dan toch klein? Een halve liter water voor de prijs van zes kubieke meter uit de kraan! Ik vind het een grote schande, maar ja, dat is voor sommige het vakantiegevoel.
TK 1958 vertrekt een half uur later dan gepland. Moet ik me zorgen maken? Nee, deze keer laat ik het voor wat het is. Je kan niet alles in de hand houden, soms moet je het lot laten beslissen. Lyka glundert en gloeit nog steeds van de tas die ze op Schiphol heeft gekocht. Het is heerlijk om haar zo blij te zien.
Het wolkendek werkt als een virtueel stomend Turks bad. De problemen van het afgelopen anderhalf jaar glijden van me af als druppels water van een boomblad. Het negativisme is plotsklaps verdwenen en maakt plaats voor positivisme. Geen zorgen meer over het zieke Nederland waar velen stelen alsof het een normale zaak is. De eerste alinea's worden geschreven en ik wacht op mijn eerste wijntje. Rood of wit? We zien wel, ik heb weinig trek om beslissingen op voorhand te nemen. Ik heb me ècht voorgenomen om alles zoveel mogelijk op zijn beloop te laten.

De gegrilde gehaktballetjes in tomatensaus smaken me goed. Mijn gedachten dwalen af en ik denk aan al het geklaag over het vliegtuigeten. Negentig procent van de mensen klaagt over dit eten. Ik geloof dat ik best wel een stevige mening mag hebben met mijn achtergrond als hobby kok. Saai, ja dat vaak wel, maar niet lekker? Alsof moeders en vrouwen thuis allemaal van die keukenwonders zijn?
De eerste vlucht is zo voorbij en we starten binnen een uur na aankomst alweer aan de tweede. De gloednieuwe Airbus 330-200/300 is bijna helemaal vol. Dat kan ook niet anders met deze aanbiedingen van Turkish Airlines, € 452,- voor een halfjaar retourticket naar Bangkok! Het entertainment systeem is helemaal top. Het aanraakscherm reageert zeer snel en de programmering, afgezien van wat Turkse censuur, is prima in orde. Toch blijft die acht en een half uur een hele zit. Mijn horloge staat al op Bangkok tijd en mijn lichaam en geest zijn op Nederlandse tijd blijven hangen. Drie uur ’s nachts en mijn lichaam is nog niet moe. De eerste tekenen van een jetlag.

Een eenzijdig menu en dan ook nog vis? Turkish Airlines heeft lef! Voor Lyka is het een feest! Zalm met zwarte linzen en aardappelpuree, een delicatesse! Vele neuzen worden opgehaald bij het zien van de zwarte linzen! Een rode wijn bij de vis? Een misdaad in de ogen van veel connaisseurs maar op 12.000 meter hoogte voor mij geen probleem. Een tweede en een derde wijntje volgen terwijl ik een documentaire kijk op het beeldscherm voor me.
Het programma gaat over “De bom op Hiroshima”. Mocht ik daar nu toevallig zijn geweest enkele jaren geleden. In het kort: het programma gaat over de misdragingen van de Amerikanen na het gooien van de bom! Over de Japanse proefkonijnen die zonder schaamte werden onderzocht op de gevolgen van de atoombom. Een verhaal dat verteld moet worden, een verhaal dat de westerse propaganda machine ons niet heeft verteld. Iedereen moet zich realiseren dat veel van de informatie die wij door onze regeringen krijgen toegediend eenzijdig is en zeker in het voordeel van de verstrekkers. Denk na? Neem niet klakkeloos aan wat je wordt verteld?
In het donkere vliegtuig flikkeren beeldschermen en schuifelen enkele passagiers door de smalle gangpaden. Nog een wijntje en mijn oogleden worden zwaarder. Middernacht in Zaltbommel, tijd om te slapen.

Om half zeven schiet het licht aan in de lange aluminium buis en niet veel later land het ontbijt op het opklaptafeltje voor me. ‘Coffee or Tea’, vraagt de stewardess nors, zij heeft er ook al een flinke ploegendienst opzitten. ‘Coffee black’, antwoord ik met de droge smaak van de dood in mijn mond. Zodra er enig vocht uit de klieren mijn mond in stroomt proef ik de droge rode Turkse wijn weer. Buiten is het nog donker en we vliegen op 39.000 voet boven de Indiase laagvlakte van de rivier de Chaghara. Daar beneden krioelen miljoenen Indiërs om aan een nieuwe dag in armoede te beginnen!
Voor de eerste keer sinds lange tijd krijgt het ontbijt in een vliegtuig van mij geen voldoende! De laatste keer was ruim drie jaar geleden van Toronto naar Londen. De bananen/yoghurt havermoutpap brengt kippenvel met bulten zo groot als muggenbeten op mijn armen. Het roerei, hoe krijgen ze het in hemelsnaam voor elkaar, is te zacht en te klef. De smakeloze kaastaart kan me ook niet bekoren dus blijft er een enkel bolletje met twee puntjes kaas en drie olijven over. Weggespoeld met drie bekertjes zwarte koffie.

Buiten komt de zon op en verzorgt een schouwspel met miljoenen kleuren terwijl in mijn hoofd “Here comes the sun” van George Harrison klinkt.
Het blijft toch altijd weer een verlossing wanneer je je bagage op de lopende band zie aankomen. Vier koffers in de vershoudfolie en plakband van “van Beurden Hardchroom”!

Een tip voor iedereen: Voor een paar kwartjes per rol koop je vershoudfolie bij de Action met een rol plakband. Rol de koffer flink in de folie en verzegel het met het plakband. Kost op Schiphol, en andere luchthavens vaak meer dan € 5,- per koffer. Snel verdiend dus!
Van een eerste Thaise maaltijd op de luchthaven komt vandaag niets terecht. Ik heb de kaartjes voor de bus naar Pattaya van “Bell Travel” gekocht en ben nog geen twee stappen van de balie verwijderd en achter me klinkt: ‘Sir, sir?’ Ik kijk om en het meisje achter de balie gaat verder: ‘Ik heb twee stoelen voor de bus van nu! Hij staat te wachten! Maar de stoelen zijn niet naast elkaar!’ Daar hoef ik niet lang over na te denken en ik ruil mijn twee kaartjes om. Een gelukje om de eerste dag in Thailand mee starten! Tien minuten later razen we over de “Motorway” richting Pattaya. Lyka is moe, ze heeft haast niet geslapen en is een beetje kwaad, zeg maar jaloers, op me dat ik zo gemakkelijk kan slapen.
Wanneer ik wakker schiet zijn we al in Pattaya, die twee uur in de bus zijn snel voorbij gegaan! Het minibusje brengt ons naar het hotel. Eindelijk een bed! Van een gesprek komt het niet, ik hoor alleen het rustig ademen van Lyka. Zij is al in een diepe slaap.

zondag 20 september 2015

Nederland: Het vertrek komt langzaam naderbij!

Zaltbommel

Haast negentien maanden verblijven we nu in Nederland. Het waren geen gemakkelijke maanden. In die negentien maanden hebben genoeg ellende en tegenslagen over ons heen gekregen voor tien jaar. Ik wil niet op de details ingaan want dan lijkt het op klagen.
Je hebt het zelf niet altijd voor het kiezen en dan ik ga er maar vanuit dat Boeddha ons wilde testen en voorbereiden op betere tijden. Drie maanden en twaalf dagen geleden moesten we ook, geheel onverwacht, afscheid nemen van mijn moeder, slechts 72 jaar. Ik had al heel wat kleine depressies weg gevochten tijdens ons verblijf in Nederland maar deze was zwaarder dan alle andere depressies bij elkaar opgeteld. Wij zijn al geen al te grote familie maar met dit vertrek kan ik mijn familieleden op twee handen tellen.
Vandaag plukken we de appel van de boom waar mijn moeder zo trots op was. De boom die ze elke ochtend als eerste zag en waar ze af en toe voor opstond om te kijken of het wel goed met de boom ging. De boom waar ze blij mee was. De boom die het leven voor haar symboliseerde als een cyclus van leven, geboren worden en de dood. Het onvermijdelijke zoals zo mooi beschreven door Adriaan van Dis in zijn boek “Ik komt terug”.

Vandaag plukken we de enige appel van deze oogst en eten hem met mijn moeder in onze gedachten. Er is een symboliek aan deze appel verbonden zoals aan de appel die Adam en Eva uit het paradijs verdreef. Deze appel verdrijft ons eindelijk weer voor een paar maanden uit het paradijs dat Nederland heet.
Via Thailand gaan we voor een langere periode naar de Filippijnen. Niet op vakantie maar beter gezegd “in retraite”, we verblijven in een vissersdorp aan de westkust van Luzon, het grootste eiland van de Filippijnen. Ik ga proberen mijn onrustige geest en lichaam tot harmony met de natuur te brengen. Het materialisme uit me te bannen en me voor te bereiden op de laatste jaren van mijn leven. Dat klinkt zwaarder dan ik het bedoel. Dermate je ouder wordt des te meer ga je denken, en beseffen, over de dood. Sommige van ons beginnen aan vreemde diëten of gaan hardlopen of fietsen. Of het nu heeft weet ik niet, maar een gezonde geest leeft in een gezond lichaam.
We gaan enkele maanden leven zoals de arme lokale bevolking in een vissersdorp. We verblijven in een piepklein kamertje in het huisje van mijn schoonmoeder. De koude douche is een van de weinige luxe! Geen ramen of deuren, geen gas en alleen lokaal voedsel. We hopen tijdens ons verblijf wat te kunnen sparen voor de laatste maand van ons verblijf in Azië en wat extra hulp aan mijn schoonmoeder te geven.
We gaan de dagen vullen met een dagelijkse wandeling, schrijven, muziek luisteren, lezen en een film kijken op mijn laptop. Het grootste avontuur zal in de eerste weken bestaan uit het vrijdagbezoek aan een kleine kruidenierswinkel en de markt in een stadje zestien kilometer verderop.
Ik zal zeker weer pogen mijn dagelijkse weblog te schrijven. Ik kan het niet beloven om dagelijks te schrijven maar ik zal toch mijn best doen om het leven in het verre Azië zo goed mogelijk over te laten komen.

dinsdag 14 juli 2015

Thailand: Op weg naar huis

Zaltbommel

Het is pas half vijf in de ochtend wanneer mijn wekker voor de eerste keer vandaag zijn geluid laat horen. Redelijk uitgerust strompel ik uit bed naar de wc om direct met mijn eigen spiegelbeeld te worden geconfronteerd. We hebben het weer overleeft! Vier weken Pattaya! Wat voor de één een heerlijke vakantie is kan voor de ander een straf zijn.
Ik kijk mezelf verbaasd aan en vraag me af wat ik in mijn hoofd had toen ik besloot zonder mijn vrouw naar Pattaya af te reizen. Dat doe ik dus nooit meer! Op de automatische piloot pak ik mijn rugzak en reiskoffertje in. Alles vindt een plaatsje en zodra de wekker om vijf uur voor de tweede keer afloopt realiseer ik me dat het nu middernacht is in Nederland. Met een beetje geluk ben ik over ruim vier en twintig uur weer thuis in Zaltbommel.
De minibus van Bell Travel Service is precies op tijd om me naar het grote busstation van Pattaya te brengen vanwaar er een grote touringcar naar de luchthaven van Bangkok rijdt. Ik probeer me niet te ergeren aan de schofterige chauffeur die me afsnauwt alsof ik een hond ben. Dit is het nieuwe Pattaya denk ik dan maar.
Ik heb twee zitplaatsen gekocht en dan schept de gebruikelijke problemen. Ze tellen de hoofden en komen bij elke telling een passagier te kort  kort terwijl alle buskaartjes zijn ingenomen. Mijn eerste poging om uit te leggen dat ik voor twee mensen heb betaald wordt met een boos ochtendgezicht weggewuifd. Ik laat me weer achterover zakken en terwijl de toiletten en de winkel van het busstation worden doorzocht naar de vermiste passagier onderneem ik een nieuwe poging om de juffrouw met de kaartjes uit te leggen dat ik voor twee plaatsen heb betaald. Ook deze keer spuwen de ogen vuur en het is me duidelijk dat ik mijn mond moet houden totdat de problemen zijn opgelost! Weer zak ik onderuit en laat ze maar zoeken. De kaartjes worden nu op het dashboard gesorteerd in een kakofonie van Thaise (scheld)woorden. Elke stoel wordt nu met de nummers op de kaartjes vergeleken en bij stoel 11 en 12 treffen ze alleen mij aan.
Ik overhandig de twee plaatsbewijzen en met een sjagerijnig gezicht een ondervragingstoon vraagt de juffrouw: ‘Where you friend?’
Rustig wijs ik naar mijn rugzak en op dat moment beseft ze dat ik haar dat al twee keer eerder had willen vertellen! Safe face! Vloekend in het Thais en zeker mij de schuld gevend verteld ze de chauffeur dat de groep compleet is en dat hij eindelijk kan vertrekken.
Met elke kilometer die de grote touringcar dichterbij de luchthaven komt klaren mijn gedachten op. Ik voel de glimlach langzaam weer op mijn gezicht verschijnen, de mist in mijn geest trekt op en de terugreis voelt als een ontsnapping uit deze wereld. Een surrealistische wereld die me doet denken aan het oude Indonesië uit “De stille kracht” van Louis Couperus. Een klamme vochtige wereld waarin menig man ten ondergaat aan de verveling, de eenzaamheid en de drank. Het is moeilijk te begrijpen wat de drukkende vochtige hitte in de tropen met je geest kan doen. In “Ze komt terug” van Adriaan van Dis wordt hetzelfde probleem door de moeder van de schrijver ook zeer precies geschreven.
Op het toilet in de luchthaven ziet mijn spiegelbeeld er voor mijn gevoel heel anders uit. Mijn ogen staan niet meer zo flets, ik denk zelfs een schittering van geluk in mijn ogen te zien. Mijn ontsnapping is gelukt en morgen ben ik weer thuis bij mijn vrouw. Het is belangrijk na deze zware weken de draad weer op te pakken en de depressiviteit uit mijn leven te bannen. Mijn moeder komt, in tegenstelling tot die van Adriaan van Dis, nooit meer terug maar ze zal in mijn gedachten toch wel voortleven.
Haast filosofisch denk ik ook na over mijn eigen toekomst. Ben ik de volgende die het huidige voor het eeuwige verwissel? Of heb ik nog heel wat mooie jaren voor de boeg? Niemand kan dat met enige zekerheid vertellen. Het beeld van een mens die in minder dan een week aftakelt van een strijdbare vrouw tot een leeg vleselijk omhulsel in een goedkope houten fineer kist blijft wel voor eeuwig op mijn netvlies.
Tijdens de vlucht die meer dan tien uur duurt druk ik per ongeluk op een verkeerde knop van mijn KOBO ereader en daarmee is ook de moeder van Adriaan van Dis voor even uit mijn leven verdwenen. Binnensmonds vloekend probeer ik tegen mijn eigen gedachten in het probleem te herstellen. Helaas heeft de KOBO zich geheel in de nieuwstand gezet en daarmee alle instellingen en boeken gewist. Het maakt de tien uur aan boord van het vliegtuig twee keer zo lang.
Hoewel dit een droge dag had moeten worden neem ik bij de laatste maaltijd in het vliegtuig toch maar een rood wijntje. Even ontspannen, vergeten, èn vooral vooruit kijken. Naar de toekomst. Waar ligt die toekomst? Ik weet het zelf even niet meer. Wat ik wel weet is dat met elk persoonlijk verlies er een verbinding, een band met Zaltbommel wordt verbroken. Er is steeds minder dat me aan Zaltbommel bind.
Ik sluit voor een paar minuten mijn ogen en laat mijn gedachten de vrije loop. Hoewel ik de vrouw nooit in levende lijve heb gezien zie ik moeder van Dis toch voor me staan, net als mijn eigen moeder, ook een moeder die er niet meer is. Een paar slokken wijn en ik wordt wat melancholisch. Het licht uit en in het donker denk ik naar de wereld die met acht honderd kilometer per uur onder ons door glijd.
Is het jachtige leven op zoek naar fortuin het eigenlijk wel allemaal waard? Of kun je maar beter een eenvoudig leven leiden? Het antwoord op deze vraag kun je pas geven wanneer je je laatste adem hebt uitgeblazen. Ik geloof in ieder geval in geestelijke rust, en een leven niet gebaseerd op bezittingen maar op geluk.
Copyright/Disclaimer