Zaltbommel,
Dagen later zien we voor het eerst de zee. Welke zee? We hebben geen enkel idee. We kunnen ons ook gelukkig overdag weer eens vertonen en maken dankbaar gebruik van de enorme plas water die aan onze voeten ligt. Zout water! We wassen ons uitbundig en spelen in de branding.
We spoelen onze angsten weg en de golven nemen die angsten mee naar open zee. Wanneer we bij vrachtwagens terugkomen kunnen we onze ogen niet geloven. Er hangen een stuk of tien geiten boven een open vuur te roosteren. Er is vers fruit, brood, dadels en thee. Voor een moment denk ik dat ik in de branding ben verdronken en dit het paradijs moet zijn.
Een luide knal uit de loop van een geweer brengt me weer terug in de werkelijkheid en bij de realiteit van de dag. Een ongewoon lange man gekleed in een lang wit gewaad kijkt verbaasd naar de rokende loop van de Kalashnikov. Onze bewakers zitten in een ring om hem heen om hem tegen ons te beschermen, mocht dat nodig zijn. Wij zijn hongerig en de wil om te overleven is door de afgelopen weken alleen maar sterker geworden.
‘Assalamu alaikum! Welkom in Libya.
Jullie zijn nu aan de grens van het geluk aangekomen. Aan de grens van het westerse paradijs dat gebouwd is op de fundering van hebzucht en agressie tegen de koran, tegen ons en tegen onze broeders. Het paradijs van de ongelovige honden die onze kinderen, vrouwen en broeders in veel landen onderdrukken, uitbuiten en doden in onrechtvaardige oorlogen zoals in Israël, Syria en Afghanistan.
Eet, drink, bid en rust uit voor het laatste stuk van jullie reis naar het hart van de westerse duivel. Aan het einde van deze middag krijgen jullie de laatste instructies. Yallah, bismillah (eet smakelijk), Allahu Akbar!
De grote metalen borden en schalen, overvloedig gevuld met de heerlijkste vruchten en enorme stukken geroosterde geit, gaan gebroederlijk van hand naar hand. Het voelt als een beloning voor de ontberingen die we afgelopen weken hebben moeten doorstaan. Wanneer ik om me heen kijk naar al die etende mannen, vraag ik me af of er ook maar een van deze mannen nog aan thuis denkt. De kleine nederzetting in de bergen waar hun vrouwen en kinderen zijn achtergebleven. Òf zijn de thuisblijvers al vergeten en zijn de mannen nu verandert in eenzame overlevers? Hebben ze nog wel een binding met hun geliefden die ze enkele weken geleden in hun dorpen hebben achtergelaten?
Na de overvloedige maaltijd zoeken we de schaduw van een dadelpalm op en rollen onze gebedsmatten uit voor het middaggebed. Er is onder ons een voorganger die verzen uit de koran voorzingt waarna een golf van mannenruggen zich ter aarde werpt en even later in een soepele beweging zich weer recht als de golven op de oceaan. Later is er thee en er is twijfel. Twijfel over wat ons verder te wachten staat. De schaduwen rekken zich steeds langer over het hete zand. Het schemer nadert en het duurt niet lang en de nacht breekt aan.
Net na het vallen van de duisternis verschijnt de man in het lange witte gewaad weer op het toneel. Zodra hij onaangekondigd uit de beschermende duisternis opduikt wordt hij weer, onnodig, omringt door onze bewakers. Wij zijn na de overvloedige maaltijd en de luie middag te loom om nog rechtop te gaan zitten! Laat staan deze onbekende man aan te vallen. In de duisternis breken onzichtbare zware golven onheilspellend luid op het zachte zand van het strand. Het is nieuwe maan en er is geen lichtje om ons heen te zien. De vlammen van de houtvuren werpen vreemde gele schaduwen over het woestijnlandschap dat grenst aan de zee. Ze geven de toespraak die ons te wachten staat een spookachtig decor, het is alsof de duivel zelf uit de vlammen van de hel opstijgt. Na een tijdje te hebben gezwegen en ons alleen maar te hebben geobserveerd schraapt de lange man zijn keel als teken dat hij met zijn toespraak gaat beginnen.
‘Assalamu alaikum! Broeders, de nacht is aangebroken dat jullie naar Europa varen. Het tij en het weer is goed! De duisternis van de nieuwe maan en Allah zal jullie beschermen op deze laatste etappe van jullie moedige tocht. Jullie weten wat er van jullie wordt verwacht! Voordat jullie aan land gaan gooien jullie alles overboord wat jullie op enige manier kan koppelen aan jullie herkomst of familie. Vrees niet! De foto’s van jullie vrouwen, kinderen en familie, jullie dierbare herinneringen, zullen duizenden malen worden gecompenseerd. Jullie nieuwe leven in Europa, en we hopen in Holland, zal jullie moed en godsvrees belonen. Hou je vast aan de Taqwa, want degene die Allah vreest zal nooit alleen zijn! Allahu Akbar!’
Er stijgt een applaus op uit de groep bange mannen. Ik voel dat we onze grootste angsten onderdrukken. Er zijn er maar enkelen onder ons die tegen hun zin in deze reis gaan maken. Het bulderende water in de verte en de duisternis boezemt me angst en ontzag in. Ik ben bang, heel bang, maar niet alleen.
‘Broeders! Aangekomen op jullie eindbestemming zal er op een dag een vreemdeling voor jullie verschijnen. Misschien steeds dezelfde of misschien steeds een ander. Vrees niet, hij kent jullie maar jullie kennen hem niet!
Hij zal jullie indringend aanstaren en maar één woord spreken: “Chadidja”.*
Hij verwacht maar één antwoord: “Aisha”.**
Dan is het contact tussen jullie en jullie achtergebleven vrouwen, kinderen en ouders gelegd en de geheime ring is gesloten. Hij is de man die het geld bij jullie ophaalt. Hij is de man die verslag aan ons uitbrengt. Hij is het contact tussen jullie en jullie families! Hij is jullie herder en beul! Vergeet nooit dat jullie daar in een ver vreemd land zijn voor een hoger doel! Allahu Akbar!’
Een applaus blijft uit. We kijken elkaar aan en prevelen de twee woorden. De vraag en het antwoord. “Chadidja” en “Aisha”. Twee woorden die we nooit meer mogen vergeten! De man in het lange witte gewaad maakt van de verwarring gebruik om weer in de duisternis te verdwijnen. We zijn vanaf nu overgeleverd aan onze bewakers en we weten waar we aan toe zijn. Vanavond gaan we weer op reis.
Hoeveel tijd er is verstreken weet ik niet maar een vreemd donker gebrom klinkt door de duisternis uit de richting van het strand. Het is voor de soldaten het moment om ons allemaal op het been te zetten en een laatste telling uit te voeren. De bewakers verdwijnen in het donker en onze groep wordt door enkele met machinegeweren bewapende soldaten samengedreven. Van onze bewakers is geen spoor meer te herkennen. We worden in drie groepen opgesplitst en uit elkaar gedreven. We zoeken in de groep wanhopig naar bekende gezichten. Ik zie er maar enkele uit mijn dorp. De rest zal wel in een van de andere groepen zitten. De velen onbekende gezichten geven me ook een onaangenaam gevoel. Onze bewakers hebben zich nu anoniem onder ons gemengd. We kunnen hun gezichten zien maar wij weten niet wie ze zijn. Ieder onbekend gezicht kan een duivelse bewaker zijn. Collectieve angst neemt bezit van de groep bange mannen.
Door het mulle losse zand marcheren we als een leger soldaten richting de steeds luider wordende branding en brommende dieselmotoren. Onze ogen zijn langzaam aan de duisternis gewend en kunnen nu drie boten onderscheiden die met de boeg op het strand zijn gevaren. Er is geen bemanning te zien! Daar in de branding op het strand liggen drie lange smalle boten met draaiende motoren op ons te wachten. We zien nu ook de anderen groepen maar de duisternis maakt het onmogelijk om gezichten te herkennen. In de duisternis zien we alleen maar vervaagde menselijke gedaanten die langzaam op de andere boten toelopen.
Onze boot is ongeveer twee vrachtwagens lang en boezemt ons angst in, maar weinigen in de groep zijn bekend met boten en water. Meer dan honderd ogen staren over de boot heen in de zwarte diepte van de nacht over de onbekende zee. We hebben geen idee hoe ver we moeten gaan varen of hoe lang we aan boord van die boot zitten voordat we weer vaste grond onder de voeten hebben. Smalle strepen van wit zeeschuim verschijnen als onheilspellende witte geesten die over het zwarte water zweven. De wind van zee speelt door onze haren en probeert wat van onze onze angst weg te blazen. We zijn bang, heel bang, dat kan je goed voelen. Maar we hebben geen keuze, we kunnen niets anders doen dan onze levens en onze toekomst in de handen van Allah te leggen.
Wordt vervolgd
* Toen Mohammed 25 jaar oud was trouwde hij met de vijftien jaar oudere weduwe “Chadidja”
** “Aisha” is waarschijnlijk de bekendste vrouw van Mohammed
woensdag 4 februari 2015
woensdag 21 januari 2015
Nederland: Vijf en vijftig, wat een nare leeftijd!
Zaltbommel
Zodra ik op deze donkere en frisse ochtend in Zaltbommel mijn ogen open realiseer ik me meteen dat ik vandaag voor de buitenwereld en de wet 55 jaar ben geworden. En wat klinkt dat als een nare leeftijd! Vijf en vijftig jaar klinkt als oud! Ik voel me ècht niet slechter dan gisteren en eigenlijk ben ik voor mijn gevoel maar een dag ouder geworden. Voor de buitenwereld ben ik wel een heel jaar ouder geworden. Vijf en vijftig? Wat betekend dat eigenlijk vijf en vijftig?
Vijf en vijftig is eigenlijk toch gewoon maar een nummer?
Nummers drukken wat uit en zijn altijd relatief. Zo ken ik mensen die hier zonder probleem een patatje met een frikadel eten voor € 4,50 maar die een pizza voor Rp 69.000,- (Indonesische roepia) veel te duur vinden terwijl dat haast hetzelfde bedrag in Amerikaanse dollars is!
Net zoals eenentwintig dagen geleden, net voor het nieuwe jaar, maak ik sinds enkele jaren een lijstje met voornemens voor mijn komende levensjaar Niet alleen goede voornemens, soms zitten er volgens de gezondheid guru’s ook minder goede voornemens tussen. Maar wat maakt mij dat uit?
Het afgelopen jaar zijn er weer heel wat vrienden, kennissen en bekenden naar een betere wereld vertrokken. Vijf en vijftig is de leeftijd dat iedereen zich moet gaan realiseren dat het leven niet oneindig is! Hoewel we dit al weten vanaf onze geboorte proberen we het zo lang mogelijk te ontkennen en weg te stoppen tussen onze grootste angsten. Maar waarom zou je bang zijn voor de dood? Komt het door de Christelijke indoctrine van hemel en hel?
“Het klein orkest” schreef lang geleden de mooie zin: ‘Het leven is maar tijdelijk, en de dood is onvermijdelijk!’
En de meeste maar vechten tegen het onvermijdelijke! Een ongelijke strijd die je zeker gaat verliezen en die zo zeker is als de zon die vanavond weer in het westen ondergaat.
Daarom heb ik me voorgenomen om nog meer van het leven te gaan genieten!
Voor al die vrienden en kennissen die plotseling gezond gaan eten, stoppen met roken en het drinken van alcohol, op zondagochtenden als een bezeten door de koude en de regen door het stadspark rennen heb ik veel respect, maar weinig begrip. Gezond leven is vanzelfsprekend maar het is de overdaad die schaadt!
Vanavond drink ik er waarschijnlijk weer teveel. Rode wijn, vol met goede zuren en ijzer! We houden onszelf allemaal voor de gek maar ik probeer het met een glimlach en een knipoog.

Zodra ik op deze donkere en frisse ochtend in Zaltbommel mijn ogen open realiseer ik me meteen dat ik vandaag voor de buitenwereld en de wet 55 jaar ben geworden. En wat klinkt dat als een nare leeftijd! Vijf en vijftig jaar klinkt als oud! Ik voel me ècht niet slechter dan gisteren en eigenlijk ben ik voor mijn gevoel maar een dag ouder geworden. Voor de buitenwereld ben ik wel een heel jaar ouder geworden. Vijf en vijftig? Wat betekend dat eigenlijk vijf en vijftig?
- Vijf en vijftig betekend dat ik nog twaalf en misschien zelfs nog dertien òf veertien jaar moet wachten op mijn AOW.
- Vijf en vijftig betekend dat ik dichterbij aantrekkelijke kortingen voor ouderen kan komen.
- Vijf en vijftig betekend dat ik voorrang kan vragen om aan boord van een vliegtuig te gaan.
- Maar boven alles betekend vijf en vijftig dat ik me nu realiseer dat ik waarschijnlijk wel over de helft van mijn leven ben.
- Vijf en vijftig, en een doorgewinterde Azië ganger die nog wel enkele jaren met reizen door wil gaan.
Vijf en vijftig is eigenlijk toch gewoon maar een nummer?
Nummers drukken wat uit en zijn altijd relatief. Zo ken ik mensen die hier zonder probleem een patatje met een frikadel eten voor € 4,50 maar die een pizza voor Rp 69.000,- (Indonesische roepia) veel te duur vinden terwijl dat haast hetzelfde bedrag in Amerikaanse dollars is!
Net zoals eenentwintig dagen geleden, net voor het nieuwe jaar, maak ik sinds enkele jaren een lijstje met voornemens voor mijn komende levensjaar Niet alleen goede voornemens, soms zitten er volgens de gezondheid guru’s ook minder goede voornemens tussen. Maar wat maakt mij dat uit?
Het afgelopen jaar zijn er weer heel wat vrienden, kennissen en bekenden naar een betere wereld vertrokken. Vijf en vijftig is de leeftijd dat iedereen zich moet gaan realiseren dat het leven niet oneindig is! Hoewel we dit al weten vanaf onze geboorte proberen we het zo lang mogelijk te ontkennen en weg te stoppen tussen onze grootste angsten. Maar waarom zou je bang zijn voor de dood? Komt het door de Christelijke indoctrine van hemel en hel?
“Het klein orkest” schreef lang geleden de mooie zin: ‘Het leven is maar tijdelijk, en de dood is onvermijdelijk!’
En de meeste maar vechten tegen het onvermijdelijke! Een ongelijke strijd die je zeker gaat verliezen en die zo zeker is als de zon die vanavond weer in het westen ondergaat.
Daarom heb ik me voorgenomen om nog meer van het leven te gaan genieten!
Voor al die vrienden en kennissen die plotseling gezond gaan eten, stoppen met roken en het drinken van alcohol, op zondagochtenden als een bezeten door de koude en de regen door het stadspark rennen heb ik veel respect, maar weinig begrip. Gezond leven is vanzelfsprekend maar het is de overdaad die schaadt!
Vanavond drink ik er waarschijnlijk weer teveel. Rode wijn, vol met goede zuren en ijzer! We houden onszelf allemaal voor de gek maar ik probeer het met een glimlach en een knipoog.

Keep on biking
Meer verhalen over:
Nederland
maandag 5 januari 2015
Nederland: Verdacht
Zaltbommel
Dit is een waargebeurd verhaal ergens in december, in de week voor kerstmis, niet echt schokkend maar wel alarmerend!
Het was een gewone dinsdag. Een dinsdag zoals zovelen in 2014! Op de markt zijn de eerste kooplieden al begonnen met het inpakken van de handelswaar en thuis hikken we tegen het middageten aan. Ook niets bijzonders, gewoon verse tomatensoep met een ham/kaas tosti. Snel nog even de post uit de brievenbus vissen en dan aan tafel!
De normale post met een brief van de politie er tussen. Door mijn belevenissen met afvallige en oplichtende huurders in het afgelopen half jaar ook geen vreemd geval. Routineus scheur ik onder het lopen de envelop open en begin te lezen. Ergens tijdens het lezen hapert mijn tred en ik sta stil. De tosti’s kunnen wel een paar minuten langer hebben dat was geen probleem. Het probleem is de brief van de politie.
“Ik wordt uitgenodigd voor een verdachtenverhoor!”
Mijn hersenen gaan automatisch sneller draaien en proberen de gebeurtenissen van de afgelopen vijf maanden in miljoenen combinaties te schakelen om zo tot een reden te komen voor deze uitnodiging. In deze staat, bevroren in een wandeling midden in de winkel met een brief in mijn handen, wordt door mijn vrouw gevonden! De tosti’s zijn wat bruiner geroosterd dan normaal en de soep staat al op tafel. Verbaasd kijkt ze me aan. Het moet voor haar ook de eerste keer zijn dat ze me in deze vreemde situatie aantreft, zwijgend, staand, midden in de kamer met een brief in mijn hand.
‘Alles goed, kul?’, vraagt ze voorzichtig.
‘Nee, èh ja, eigenlijk wel en niet, ik weet het zelf nog niet!’
Mijn eetlust is plotsklaps vertrokken en dat terwijl mijn hersenen wel wat extra brandstof zouden kunnen gebruiken. Keer op keer lees ik de brief. Een vreemde brief! Elk woord, elke woordkeuze en combinatie van woorden wordt gewogen en nogmaals gewogen. Het blijft een vreemde brief. Mijn gevoel zegt dat er iets niet klopt aan deze brief! Dit is geen officiële brief? Ik kan er in ieder geval geen touw aan vastknopen. Er zijn ideeën in mijn hoofd maar deze zijn zelfs te gek voor voor een Hollywood film!
Er klopt dus iets niet! Vreemder nog, er klopt geen moer van! Het briefpapier is vreemd, de envelop geeft af en ik moet verschijnen op een politiebureau in het midden van niets. In een gemeente waar ik al jaren niet meer ben geweest en waar ik absoluut geen binding mee heb. Er staat ook geen enkel aanknooppunt in de vreemde brief! Geen nummers, geen telefoonnummer, alleen het algemene telefoonnummer van de politie, en een naam van de behandelende rechercheur die ik niet snel zal vergeten omdat hij dezelfde achternaam draagt als van een dominee uit een ver verleden.
Hoe lang ik daar heb gestaan zal ik nooit weten. De tijd bevriest wanneer je hersenen de spieren in je lichaam links laten liggen en hun volle capaciteit voor het denken gebruiken. Ik kan maar een ding doen! Dat algemene nummer bellen en vragen naar de de rechercheur, en dat heb ik geweten. Na een tiental minuten krijg ik een agent aan de andere kant van de lijn en nadat ik heb uitgelegd wat er aan de hand is schrik ik wel van zijn afsluitende raad:
‘Ik zou maar gaan want anders trappen we om zes uur ’s morgens uw voordeur in en lichten we u van uw bed!’, klinkt er nors en gevoelloos uit de hoorn.
Nou, dan is het wel even schrikken! Ik vraag me ook af of dit wel conform de wet is, in Nederland ben je toch onschuldig totdat het tegendeel is bewezen? We leven hier toch niet in bananenland waar de politie absolute macht heeft over de burgers? Er is minder dan zeven dagen tot het “verdachtenverhoor”! Ik moet dus snel handelen en deze brief goed analyseren, en waar kan ik dat beter laten doen dan op het politiebureau?
Sinds de grootscheepse bezuinigingen en herorganisatie van de Nederlandse Politie is het er niet beter op geworden. Gelukkig is het kleine politiebureau in Zaltbommel nog wel bemand maar niemand weet nog voor hoelang. De dienstdoende receptioniste, die geen agente is want dat kost waarschijnlijk teveel geld, luistert mijn vreemde verhaal aan en bekijkt de brief, de envelop en mij zeer minutieus. Ook hier bespeur ik enig gevoel dat ik al schuldig ben nog voordat ik mijn verhaal heb kunnen doen. Dat is een uiterst onaangenaam gevoel, dat kan ik u verzekeren!
Er verschijnt een agent door de openstaande deur uit de kamer achter de receptie, op verzoek van de receptioniste, die ook eens goed naar de brief kijkt. Ook deze ambtenaar heeft zijn twijfels bij het briefpapier en de envelop. Het lijkt in zijn ogen zelfs bijna een valse brief. Ook deze agent blijft met meer vragen zitten dan er antwoorden uit de vreemde brief kunnen worden geëxtraheerd. Resoluut verdwijnt hij, zonder een woord te zeggen, met de vreemde brief weer door de openstaande deur achter de receptie. Een vijftal minuten laten komt hij terug met een iets vriendelijkere uitdrukking op zijn gezicht.
‘De rechercheur bestaat inderdaad! Ik heb hem net aan de telefoon gehad en hij heeft de uitnodiging voor een verdachtenverhoor bevestigd. Neem contact met hem op om de afspraak eventueel te verzetten wanneer deze niet gelegen komt?’
Nu besef ik voor de eerste keer dat het menens is! Tot nu toe heb ik steeds gedacht op eenvoudige wijze mijn onschuld aan te tonen en deze boze droom snel uit mijn leven te bannen. Deze boze droom zwelt aan tot een nachtmerrie! Ik ben dus serieus verdacht van oplichting! Ik heb nog steeds geen verdere of concrete aanwijzing waar het over gaat, hoewel ik wel enkele wilde en vergezochte ideeën heb waar het over zou kunnen gaan. Deze beschuldigingen zou ik met behulp van onderbouwende en ontlastende documenten zo uit de lucht schieten. Mijn eerste doel is dus opnieuw contact proberen te maken met de rechercheur die het “verdachtenverhoor” gaat afnemen!
Met een vastberadenheid, die ik lang niet heb mogen ervaren, fiets ik weer door de december koude naar huis. Mijn kerstmis is verpest, het kerstgevoel is verdwenen en onze korte vakantie naar de kerstmarkt in Brugge geannuleerd.
‘Of ik de afspraak wil verzetten naar een andere datum? Ik kan er nu al niet van slapen! Ik wil dit grote onrecht zo snel als mogelijk uit de wereld hebben!’
Sinds ik die brief voor de eerste keer las ligt er een vreemd en onaangenaam gevoel over me. Als een iets te strakke en verstikkende deken die met de seconde wat strakker gaat zitten.De adem wordt langzaam, als door de wurgende omhelzing van een Anaconda, uit me geperst. Met weinig oog voor het verkeer om me heen laat ik de gebeurtenissen op het politiebureau nog een keer de revue passeren.
‘Dat is een rechercheur van de afdeling VVC!’, heeft de agent op het politiebureau gezegd.
Dan zullen we dat maar eens gaan opzoeken op het internet. Ik weet niet of ik er wijzer van wordt maar het is in ieder geval een begin!.
Thuis loopt er een mok vol met slappe koffie uit de Senseo terwijl mijn MacBook opstart om dit onderzoek naar een hoger niveau te tillen. Terwijl de opstart schermen komen en gaan voel ik ook een andere spanning in me opkomen. Ik ben tenslotte onschuldig, daar twijfel ik geen moment aan! Van slachtoffer schuift mijn rol naar onderzoeker, een soort rechercheur! Ik moet zoveel mogelijk te weten zien te komen over deze situatie voordat ik plaatsneem in de verdachtenbank.
Met de grootheid en wijsheid van het internet kom ik binnen een uur een flink stuk verder. Maar toch ook weer niet ver genoeg! Op dit moment weet ik wat mijn rechten zijn, ik weet wat mijn plichten zijn en ik weet dat VVC staat voor “Veel Voorkomende Criminaliteit”. Dan toch maar bellen naar dat algemene nummer en proberen opnieuw contact met die rechercheur te maken!
Deze keer gaat het iets beter. Agent M. die mij in het eerste gesprek zo onbeschoft te woord stond wordt omzeild en via twee uiterst begripvolle en aardige agentes, òf receptionistes, kom ik op het juiste politiebureau terecht.
‘Ja, de rechercheur in kwestie bestaat!’
‘Nee, u kunt de rechercheur niet spreken!’
‘Ja, ik kan een boodschap voor hem achterlaten dan belt hij u terug zodra hij tijd heeft!’
Einde gesprek! Dinsdagmiddag net voor vier uur slaat een depressie toe. Ik ben onschuldig, dat is zeker, hoewel ik niet eens weet van welke oplichting ik wordt beschuldigd.
‘IK BEN GEEN OPLICHTER!’, schreeuwt mijn geweten eindeloos.
De rest van de dinsdag en de hele woensdag blijft deze beschuldiging in mijn onderbewustzijn malen. Mijn geheugen blijft onbewust zoeken naar gebeurtenissen die met de beschuldigingen van oplichting te maken zouden kunnen hebben. Tevergeefs! Er zijn kleinigheidjes, schoonheidsfoutjes, maar daar zou de officier van justitie zijn kostbare tijd zeker niet aan besteden! De woensdag tikt langzaam weg en het met smart verwachte telefoontje van de rechercheur blijft uit. Dat is niet zo leuk. Ik heb alle eetlust verloren en ik ben niet te genieten! Lyka blijft zo ver als mogelijk uit mijn buurt. Ik heb steun nodig maar ik gedraag me als een leeuw die zijn prooi beschermd.
De dure rechtsbijstand verzekering die ik heb afgesloten blijkt een farce! Na een kort gesprek met “even Apeldoorn bellen” krijg ik een nieuw telefoonnummer van een juridische dienstverlener en wat ik daar te horen krijg maakt me niet blij.
‘U bent verdacht van oplichting?’, vraagt de jurist.
‘Ja, maar wel ten onrechte!’
‘Een moment?’
‘Oké, ik wacht’, antwoord ik met een vreemd voorgevoel in mijn maag.
‘Het spijt me, dit valt buiten de polis!’, ratelt de jurist alsof ze de stem uit het keuzemenu is die ik enkele minuten eerder heb aangehoord.
‘Wat zegt u?’, vraag ik verbaasd, ik kan mijn oren niet geloven.
‘Omdat u verdachte bent in een strafzaak kunnen we u niet van hulp zijn! Dit staat duidelijk in de polisvoorwaarden te lezen!’, klinkt het klinisch koel uit de iPhone.
‘Maar ik ben onschuldig! Waarom heb ik een dure rechtsbijstand verzekering wanneer u mij niet helpt wanneer onschuldig ben in een strafzaak?’
‘Een moment?’, klik.
‘Ik stuur u een email met daarin alle relevante details en mogelijkheden. Heeft u nog andere vragen?’, alle warmte is uit haar stem verdwenen, ook hier krijg ik het gevoel dat ik al schuldig ben voordat ik ook maar een woord heb kunnen zeggen.
Ik begrijp ook wel dat verder praten geen zin heeft en dat ik er vanaf nu alleen voorsta.
‘Bedankt!’, zeg ik cynisch en hang op.
Niet veel later krijg ik een voorgekauwde email op mijn beeldscherm met daarin mijn mogelijkheden. En dat zijn er niet al teveel! De beste is nog dat ik op eigen kosten een advocaat in de arm kan nemen. Mocht ik worden vrijgesproken dan kan ik een declaratie indienen bij de rechtsbijstand verzekering waarna zij bekijken of die declaratie ook gehonoreerd kan worden. Probeer maar eens binnen een week een advocaat te regelen die een paar uur met je meegaat naar een “verdachtenverhoor”? Wanneer je er uberhaupt al een kan vinden dan is het er een van de volgende smaken: Òf hij is niet te betalen òf hij is heel slecht! En dat zijn precies de twee smaken waar ik niet van hou!
Met andere woorden: Hier schiet ik niets mee op en ik betaal € 153,- per jaar voor Jan met de korte achternaam. De rechtsbijstand verzekering is ondertussen al opgezegd!
Na weer een nacht heel slecht te hebben geslapen biedt zich op donderdagochtend ogenschijnlijk de reden aan voor de oorzaak van de beschuldigingen. In een brief van de ING wordt gemeld dat de bank aangifte heeft gedaan van internet oplichting. Een vorige huurder wordt op de hoogte gebracht door dit schrijven en zijn bankrekening en tegoeden zijn bevroren tot nader bericht. Op hetzelfde woonadres! Dus dat zal het wel zijn.
Ik stel snel een set documenten samen die mijn onschuld bewijzen en hoop daarmee nog net voor het weekend van deze onaangename zaak verlost te zijn. In gedachten wandel ik samen met Lyka voor een moment over de kerstmarkt in Brugge. Met elke omwenteling van de trappers op weg naar het politiebureau laat ik wat van de depressie achter me. In mijn hoofd loop ik nog eens door de documenten die ik in mijn fietstas heb zitten. Mijn humeur fleurt op en nog voor ik mijn fiets voor het politiebureau op slot zet ben ik bijna van het onaangename gevoel verlost.
Helaas, zo gaat het niet! Er kàn en màg niets over de beschuldigingen gezegd worden. Mijn documenten verlaten niet eens de envelop! Nu ben ik wel heel erg teleurgesteld en ik voel me meer slachtoffer dan ooit tevoren. Na twee hele slechte nachten had ik stilletjes op een goede afloop gehoopt. Gelukkig hebben de dienstdoende receptioniste en agent begrip voor mijn zaak en er wordt nog een keer gebeld met de rechercheur die het “verdachtenverhoor” gaat afnemen.
‘Hij was gisteren te druk en hij zal morgen contact met u opnemen’, en daar kan ik het mee doen.
De envelop met onderbouwende en onschuld aantonende documenten wordt alleen maar dikker. De klok tikt op deze vrijdag langzamer dan normaal terwijl ik wacht op het verlossende telefoontje van de rechercheur. “Anoniem”, verschijnt er op mijn beeldscherm. Het is in de middag en dit zou het dan moeten zijn. Jammer, helaas, het is mijn broer die wil weten of er al nieuwe ontwikkelingen zijn. Na een zeer kort gesprek verbreken we de verbinding en ik ga verder met het wachten.
“Anoniem”, verschijnt er voor de tweede keer op mijn beeldscherm en deze keer is het wel raak. Drie en een halve dag verder heb ik eindelijk persoonlijk contact met de rechercheur die me heeft uitgenodigd voor het “verdachtenverhoor”. Het is een verhelderend gesprek met slechts een kanttekening: Hij kàn en màg niets inhoudelijk zeggen over de beschuldigingen en/of mijn betrokkenheid en andere verdachten in deze zaak. Dinsdagochtend zal ik worden verhoord en zal ik ter plaatse worden ingelicht over de zaak waarvan ik verdacht wordt.
Ook zijn er enkele goede ontwikkelingen te melden. Ik mag naar het hoofdkantoor komen, niet al te ver van het treinstation, en ik ben medeverdachte, dus geen hoofdverdachte. Met dat laatste kun je alle kanten op maar ik voel me in ieder geval een stuk beter. Dan zou ik met anderen een misdaad hebben gepleegd. Ik werk met niemand samen dus het raadsel wordt groter maar het gevoel van onschuld ook. De volgende vier nachten slaap ik met deze kennis in mijn achterhoofd onrustig maar in ieder geval beter dan eerst. Het hele internet wordt afgezocht en ontelbare pagina’s gelezen totdat ik weet wat mijn rechten zijn en wat ik in ieder geval wel en niet moet doen tijdens het “verdachtenverhoor”.
Het weekend en de maandag zijn flets en trekken maar langzaam aan me voorbij. Ik heb een onrustige rust in me gevonden. Als een pendulum slinger ik tussen hoop en wanhoop heen en weer! Ik hoop dat de mensen die deze uitnodigingen schrijven zich realiseren hoe eerlijke burgers zich voelen wanneer zij onschuldig zulke brieven ontvangen. Het gaat je niet in je koude kleren zitten. Je verliest namelijk al snel het vertrouwen in de maatschappij en het politie en opsporingsapparaat. Die onzekerheid over de strafzaak maakt dat je je niet 100% onschuldig kan voelen terwijl je 100% zeker weet dat je onschuldig bent. Twijfel in de menselijke geest is de oorzaak. Onzekerheid en twijfel zijn moeilijk te bestrijden wanneer je geen concrete aanknopingspunten kan vinden.
De grote dag is eindelijk aangebroken! Met de envelop vol met onderbouwende en ontlastende documenten zit bij Lyka in haar schoudertas. Deze komt pas tevoorschijn tijdens het “verdachtenverhoor” wanneer ik weet waar het over gaat. Geen moment eerder!
‘Minder is meer!’, is de wijsheid tijdens een “verdachtenverhoor”
Er schijnt een waterig zonnetje over de ontwakende weilanden terwijl de trein door het Hollandse landschap raast. Lyka en ik zitten stilletjes naast elkaar in de trein en kijken naar buiten. De gratis Metro krant in mijn hand blijft ongeopend. In mijn hoofd loop ik voor de laatste keer door de feiten zoals ze voor me liggen. Op zoek naar iets wat ik over het hoofd heb gezien. Niets! Ik kom geen stap verder en er zit niets anders op dan daar op het politiebureau te gaan zitten en te luisteren!
En daar zit ik dan tegenover een vriendelijke rechercheur in een hokje van twaalf vierkante meter zonder een raam. Zelfs de cellen van de gevangenis die ik op tv heb gezien zijn vriendelijker! Ik begrijp dat intimidatie hier een bekend en veel gebruikt wapen is. Ik vindt het wel vreemd dat ik maar een persoon tegenover me heb. Dat laatste stelt me wel op mijn gemak. Het geeft me het gevoel dat de zaak niet zo serieus is als ik vooraf had verwacht.
De rechercheur, die hiervoor speciaal is opgeleid, voelt mijn afstand en gesloten geest. Met enkele vriendelijke woorden probeert hij me op mijn gemak te stellen en legt hij uit wat er van me wordt verwacht. Ik knik, praten zal ik zo min mogelijk.
De eerste vragen komen voorbij. Simpele vragen over mijn naam, vrouw, auto, woonplaats, vakanties en nog meer koetjes en kalfjes. We draaien om de echte vragen en de oplichting heen. Er wordt nog steeds gepoogd om me meer op mijn gemak te laten voelen en daarmee ook mijn verdediging te verzwakken. Eigenlijk is dat laatste niet nodig want zover ik weet ben ik nog steeds onschuldig! Maar ook voorzichtig!
Eindelijk beginnen we aan de kern van de zaak, de oplichting. De vragen die op me afkomen gaan allemaal over adressen, mensen, bedrijven en voertuigen waar ik niets vanaf weet en mij dus helemaal onbekend zijn. Nu ik weet waar het over gaat laat ik mijn verdediging zakken en geef mijn volledige medewerking.
In een vriendelijker en meer open gesprek wordt me verteld waar het precies over gaat!
Er is een kopie van mijn paspoort gebruikt als identificatie voor de aankoop van goederen, een aanzienlijk bedrag met zes cijfers. Alles op de kopie van mijn paspoort is vervangen met uitzondering van mijn naam en de foto van mijn paspoort. Ik wijs de rechercheur op de wijzigingen en wat er fout aan deze slechte kopie is! Maar in mijn geval, en die van de gedupeerde leverancier, is het te laat!
Ik ben het onschuldige slachtoffer van een identiteitsdiefstal!
Een diefstal waar je regelmatig over leest maar waarvan je denkt dat het jouw toch niet zal overkomen.
Twee en een half uur later zijn we klaar met het “verdachtenverhoor”. De rechercheur zal zijn rapport naar de officier van justitie sturen nadat ik het heb nagelezen en ondertekend. De sfeer is ondertussen gemoedelijk en ik voel me stukken beter, toch voel ik me ook nog steeds slachtoffer en we bespreken dit gevoel nog kort voordat we afscheid nemen.
Ik heb begrip voor de aanpak. Maar heeft justitie ook begrip voor mij? Voor mij persoonlijk is de zaak nu gesloten. Voor de officier van justitie nog niet! Die moet eerst nog bepalen of ik verder wordt vervolgd of niet. Afwachten is het enige wat ik nu nog kan doen. Wachten tot de brief van het openbaar ministerie mij schriftelijk onschuldig verklaard en ontslaat van verdere vervolging.
De les uit dit waar gebeurde verhaal?
Nawoord: In het belang van het oplossen van deze zaak heb ik geen details, namen of plaatsen vermeld. Ik hoop dat het verhaal ook zonder deze cruciale informatie te begrijpen is. De boodschap blijft echter hetzelfde!
Dit is een waargebeurd verhaal ergens in december, in de week voor kerstmis, niet echt schokkend maar wel alarmerend!
Het was een gewone dinsdag. Een dinsdag zoals zovelen in 2014! Op de markt zijn de eerste kooplieden al begonnen met het inpakken van de handelswaar en thuis hikken we tegen het middageten aan. Ook niets bijzonders, gewoon verse tomatensoep met een ham/kaas tosti. Snel nog even de post uit de brievenbus vissen en dan aan tafel!
De normale post met een brief van de politie er tussen. Door mijn belevenissen met afvallige en oplichtende huurders in het afgelopen half jaar ook geen vreemd geval. Routineus scheur ik onder het lopen de envelop open en begin te lezen. Ergens tijdens het lezen hapert mijn tred en ik sta stil. De tosti’s kunnen wel een paar minuten langer hebben dat was geen probleem. Het probleem is de brief van de politie.
“Ik wordt uitgenodigd voor een verdachtenverhoor!”
Mijn hersenen gaan automatisch sneller draaien en proberen de gebeurtenissen van de afgelopen vijf maanden in miljoenen combinaties te schakelen om zo tot een reden te komen voor deze uitnodiging. In deze staat, bevroren in een wandeling midden in de winkel met een brief in mijn handen, wordt door mijn vrouw gevonden! De tosti’s zijn wat bruiner geroosterd dan normaal en de soep staat al op tafel. Verbaasd kijkt ze me aan. Het moet voor haar ook de eerste keer zijn dat ze me in deze vreemde situatie aantreft, zwijgend, staand, midden in de kamer met een brief in mijn hand.
‘Alles goed, kul?’, vraagt ze voorzichtig.
‘Nee, èh ja, eigenlijk wel en niet, ik weet het zelf nog niet!’
Mijn eetlust is plotsklaps vertrokken en dat terwijl mijn hersenen wel wat extra brandstof zouden kunnen gebruiken. Keer op keer lees ik de brief. Een vreemde brief! Elk woord, elke woordkeuze en combinatie van woorden wordt gewogen en nogmaals gewogen. Het blijft een vreemde brief. Mijn gevoel zegt dat er iets niet klopt aan deze brief! Dit is geen officiële brief? Ik kan er in ieder geval geen touw aan vastknopen. Er zijn ideeën in mijn hoofd maar deze zijn zelfs te gek voor voor een Hollywood film!
Er klopt dus iets niet! Vreemder nog, er klopt geen moer van! Het briefpapier is vreemd, de envelop geeft af en ik moet verschijnen op een politiebureau in het midden van niets. In een gemeente waar ik al jaren niet meer ben geweest en waar ik absoluut geen binding mee heb. Er staat ook geen enkel aanknooppunt in de vreemde brief! Geen nummers, geen telefoonnummer, alleen het algemene telefoonnummer van de politie, en een naam van de behandelende rechercheur die ik niet snel zal vergeten omdat hij dezelfde achternaam draagt als van een dominee uit een ver verleden.
Hoe lang ik daar heb gestaan zal ik nooit weten. De tijd bevriest wanneer je hersenen de spieren in je lichaam links laten liggen en hun volle capaciteit voor het denken gebruiken. Ik kan maar een ding doen! Dat algemene nummer bellen en vragen naar de de rechercheur, en dat heb ik geweten. Na een tiental minuten krijg ik een agent aan de andere kant van de lijn en nadat ik heb uitgelegd wat er aan de hand is schrik ik wel van zijn afsluitende raad:
‘Ik zou maar gaan want anders trappen we om zes uur ’s morgens uw voordeur in en lichten we u van uw bed!’, klinkt er nors en gevoelloos uit de hoorn.
Nou, dan is het wel even schrikken! Ik vraag me ook af of dit wel conform de wet is, in Nederland ben je toch onschuldig totdat het tegendeel is bewezen? We leven hier toch niet in bananenland waar de politie absolute macht heeft over de burgers? Er is minder dan zeven dagen tot het “verdachtenverhoor”! Ik moet dus snel handelen en deze brief goed analyseren, en waar kan ik dat beter laten doen dan op het politiebureau?
Sinds de grootscheepse bezuinigingen en herorganisatie van de Nederlandse Politie is het er niet beter op geworden. Gelukkig is het kleine politiebureau in Zaltbommel nog wel bemand maar niemand weet nog voor hoelang. De dienstdoende receptioniste, die geen agente is want dat kost waarschijnlijk teveel geld, luistert mijn vreemde verhaal aan en bekijkt de brief, de envelop en mij zeer minutieus. Ook hier bespeur ik enig gevoel dat ik al schuldig ben nog voordat ik mijn verhaal heb kunnen doen. Dat is een uiterst onaangenaam gevoel, dat kan ik u verzekeren!
Er verschijnt een agent door de openstaande deur uit de kamer achter de receptie, op verzoek van de receptioniste, die ook eens goed naar de brief kijkt. Ook deze ambtenaar heeft zijn twijfels bij het briefpapier en de envelop. Het lijkt in zijn ogen zelfs bijna een valse brief. Ook deze agent blijft met meer vragen zitten dan er antwoorden uit de vreemde brief kunnen worden geëxtraheerd. Resoluut verdwijnt hij, zonder een woord te zeggen, met de vreemde brief weer door de openstaande deur achter de receptie. Een vijftal minuten laten komt hij terug met een iets vriendelijkere uitdrukking op zijn gezicht.
‘De rechercheur bestaat inderdaad! Ik heb hem net aan de telefoon gehad en hij heeft de uitnodiging voor een verdachtenverhoor bevestigd. Neem contact met hem op om de afspraak eventueel te verzetten wanneer deze niet gelegen komt?’
Nu besef ik voor de eerste keer dat het menens is! Tot nu toe heb ik steeds gedacht op eenvoudige wijze mijn onschuld aan te tonen en deze boze droom snel uit mijn leven te bannen. Deze boze droom zwelt aan tot een nachtmerrie! Ik ben dus serieus verdacht van oplichting! Ik heb nog steeds geen verdere of concrete aanwijzing waar het over gaat, hoewel ik wel enkele wilde en vergezochte ideeën heb waar het over zou kunnen gaan. Deze beschuldigingen zou ik met behulp van onderbouwende en ontlastende documenten zo uit de lucht schieten. Mijn eerste doel is dus opnieuw contact proberen te maken met de rechercheur die het “verdachtenverhoor” gaat afnemen!
Met een vastberadenheid, die ik lang niet heb mogen ervaren, fiets ik weer door de december koude naar huis. Mijn kerstmis is verpest, het kerstgevoel is verdwenen en onze korte vakantie naar de kerstmarkt in Brugge geannuleerd.
‘Of ik de afspraak wil verzetten naar een andere datum? Ik kan er nu al niet van slapen! Ik wil dit grote onrecht zo snel als mogelijk uit de wereld hebben!’
Sinds ik die brief voor de eerste keer las ligt er een vreemd en onaangenaam gevoel over me. Als een iets te strakke en verstikkende deken die met de seconde wat strakker gaat zitten.De adem wordt langzaam, als door de wurgende omhelzing van een Anaconda, uit me geperst. Met weinig oog voor het verkeer om me heen laat ik de gebeurtenissen op het politiebureau nog een keer de revue passeren.
‘Dat is een rechercheur van de afdeling VVC!’, heeft de agent op het politiebureau gezegd.
Dan zullen we dat maar eens gaan opzoeken op het internet. Ik weet niet of ik er wijzer van wordt maar het is in ieder geval een begin!.
Thuis loopt er een mok vol met slappe koffie uit de Senseo terwijl mijn MacBook opstart om dit onderzoek naar een hoger niveau te tillen. Terwijl de opstart schermen komen en gaan voel ik ook een andere spanning in me opkomen. Ik ben tenslotte onschuldig, daar twijfel ik geen moment aan! Van slachtoffer schuift mijn rol naar onderzoeker, een soort rechercheur! Ik moet zoveel mogelijk te weten zien te komen over deze situatie voordat ik plaatsneem in de verdachtenbank.
Met de grootheid en wijsheid van het internet kom ik binnen een uur een flink stuk verder. Maar toch ook weer niet ver genoeg! Op dit moment weet ik wat mijn rechten zijn, ik weet wat mijn plichten zijn en ik weet dat VVC staat voor “Veel Voorkomende Criminaliteit”. Dan toch maar bellen naar dat algemene nummer en proberen opnieuw contact met die rechercheur te maken!
Deze keer gaat het iets beter. Agent M. die mij in het eerste gesprek zo onbeschoft te woord stond wordt omzeild en via twee uiterst begripvolle en aardige agentes, òf receptionistes, kom ik op het juiste politiebureau terecht.
‘Ja, de rechercheur in kwestie bestaat!’
‘Nee, u kunt de rechercheur niet spreken!’
‘Ja, ik kan een boodschap voor hem achterlaten dan belt hij u terug zodra hij tijd heeft!’
Einde gesprek! Dinsdagmiddag net voor vier uur slaat een depressie toe. Ik ben onschuldig, dat is zeker, hoewel ik niet eens weet van welke oplichting ik wordt beschuldigd.
‘IK BEN GEEN OPLICHTER!’, schreeuwt mijn geweten eindeloos.
De rest van de dinsdag en de hele woensdag blijft deze beschuldiging in mijn onderbewustzijn malen. Mijn geheugen blijft onbewust zoeken naar gebeurtenissen die met de beschuldigingen van oplichting te maken zouden kunnen hebben. Tevergeefs! Er zijn kleinigheidjes, schoonheidsfoutjes, maar daar zou de officier van justitie zijn kostbare tijd zeker niet aan besteden! De woensdag tikt langzaam weg en het met smart verwachte telefoontje van de rechercheur blijft uit. Dat is niet zo leuk. Ik heb alle eetlust verloren en ik ben niet te genieten! Lyka blijft zo ver als mogelijk uit mijn buurt. Ik heb steun nodig maar ik gedraag me als een leeuw die zijn prooi beschermd.
De dure rechtsbijstand verzekering die ik heb afgesloten blijkt een farce! Na een kort gesprek met “even Apeldoorn bellen” krijg ik een nieuw telefoonnummer van een juridische dienstverlener en wat ik daar te horen krijg maakt me niet blij.
‘U bent verdacht van oplichting?’, vraagt de jurist.
‘Ja, maar wel ten onrechte!’
‘Een moment?’
‘Oké, ik wacht’, antwoord ik met een vreemd voorgevoel in mijn maag.
‘Het spijt me, dit valt buiten de polis!’, ratelt de jurist alsof ze de stem uit het keuzemenu is die ik enkele minuten eerder heb aangehoord.
‘Wat zegt u?’, vraag ik verbaasd, ik kan mijn oren niet geloven.
‘Omdat u verdachte bent in een strafzaak kunnen we u niet van hulp zijn! Dit staat duidelijk in de polisvoorwaarden te lezen!’, klinkt het klinisch koel uit de iPhone.
‘Maar ik ben onschuldig! Waarom heb ik een dure rechtsbijstand verzekering wanneer u mij niet helpt wanneer onschuldig ben in een strafzaak?’
‘Een moment?’, klik.
‘Ik stuur u een email met daarin alle relevante details en mogelijkheden. Heeft u nog andere vragen?’, alle warmte is uit haar stem verdwenen, ook hier krijg ik het gevoel dat ik al schuldig ben voordat ik ook maar een woord heb kunnen zeggen.
Ik begrijp ook wel dat verder praten geen zin heeft en dat ik er vanaf nu alleen voorsta.
‘Bedankt!’, zeg ik cynisch en hang op.
Niet veel later krijg ik een voorgekauwde email op mijn beeldscherm met daarin mijn mogelijkheden. En dat zijn er niet al teveel! De beste is nog dat ik op eigen kosten een advocaat in de arm kan nemen. Mocht ik worden vrijgesproken dan kan ik een declaratie indienen bij de rechtsbijstand verzekering waarna zij bekijken of die declaratie ook gehonoreerd kan worden. Probeer maar eens binnen een week een advocaat te regelen die een paar uur met je meegaat naar een “verdachtenverhoor”? Wanneer je er uberhaupt al een kan vinden dan is het er een van de volgende smaken: Òf hij is niet te betalen òf hij is heel slecht! En dat zijn precies de twee smaken waar ik niet van hou!
Met andere woorden: Hier schiet ik niets mee op en ik betaal € 153,- per jaar voor Jan met de korte achternaam. De rechtsbijstand verzekering is ondertussen al opgezegd!
Na weer een nacht heel slecht te hebben geslapen biedt zich op donderdagochtend ogenschijnlijk de reden aan voor de oorzaak van de beschuldigingen. In een brief van de ING wordt gemeld dat de bank aangifte heeft gedaan van internet oplichting. Een vorige huurder wordt op de hoogte gebracht door dit schrijven en zijn bankrekening en tegoeden zijn bevroren tot nader bericht. Op hetzelfde woonadres! Dus dat zal het wel zijn.
Ik stel snel een set documenten samen die mijn onschuld bewijzen en hoop daarmee nog net voor het weekend van deze onaangename zaak verlost te zijn. In gedachten wandel ik samen met Lyka voor een moment over de kerstmarkt in Brugge. Met elke omwenteling van de trappers op weg naar het politiebureau laat ik wat van de depressie achter me. In mijn hoofd loop ik nog eens door de documenten die ik in mijn fietstas heb zitten. Mijn humeur fleurt op en nog voor ik mijn fiets voor het politiebureau op slot zet ben ik bijna van het onaangename gevoel verlost.
Helaas, zo gaat het niet! Er kàn en màg niets over de beschuldigingen gezegd worden. Mijn documenten verlaten niet eens de envelop! Nu ben ik wel heel erg teleurgesteld en ik voel me meer slachtoffer dan ooit tevoren. Na twee hele slechte nachten had ik stilletjes op een goede afloop gehoopt. Gelukkig hebben de dienstdoende receptioniste en agent begrip voor mijn zaak en er wordt nog een keer gebeld met de rechercheur die het “verdachtenverhoor” gaat afnemen.
‘Hij was gisteren te druk en hij zal morgen contact met u opnemen’, en daar kan ik het mee doen.
De envelop met onderbouwende en onschuld aantonende documenten wordt alleen maar dikker. De klok tikt op deze vrijdag langzamer dan normaal terwijl ik wacht op het verlossende telefoontje van de rechercheur. “Anoniem”, verschijnt er op mijn beeldscherm. Het is in de middag en dit zou het dan moeten zijn. Jammer, helaas, het is mijn broer die wil weten of er al nieuwe ontwikkelingen zijn. Na een zeer kort gesprek verbreken we de verbinding en ik ga verder met het wachten.
“Anoniem”, verschijnt er voor de tweede keer op mijn beeldscherm en deze keer is het wel raak. Drie en een halve dag verder heb ik eindelijk persoonlijk contact met de rechercheur die me heeft uitgenodigd voor het “verdachtenverhoor”. Het is een verhelderend gesprek met slechts een kanttekening: Hij kàn en màg niets inhoudelijk zeggen over de beschuldigingen en/of mijn betrokkenheid en andere verdachten in deze zaak. Dinsdagochtend zal ik worden verhoord en zal ik ter plaatse worden ingelicht over de zaak waarvan ik verdacht wordt.
Ook zijn er enkele goede ontwikkelingen te melden. Ik mag naar het hoofdkantoor komen, niet al te ver van het treinstation, en ik ben medeverdachte, dus geen hoofdverdachte. Met dat laatste kun je alle kanten op maar ik voel me in ieder geval een stuk beter. Dan zou ik met anderen een misdaad hebben gepleegd. Ik werk met niemand samen dus het raadsel wordt groter maar het gevoel van onschuld ook. De volgende vier nachten slaap ik met deze kennis in mijn achterhoofd onrustig maar in ieder geval beter dan eerst. Het hele internet wordt afgezocht en ontelbare pagina’s gelezen totdat ik weet wat mijn rechten zijn en wat ik in ieder geval wel en niet moet doen tijdens het “verdachtenverhoor”.
Het weekend en de maandag zijn flets en trekken maar langzaam aan me voorbij. Ik heb een onrustige rust in me gevonden. Als een pendulum slinger ik tussen hoop en wanhoop heen en weer! Ik hoop dat de mensen die deze uitnodigingen schrijven zich realiseren hoe eerlijke burgers zich voelen wanneer zij onschuldig zulke brieven ontvangen. Het gaat je niet in je koude kleren zitten. Je verliest namelijk al snel het vertrouwen in de maatschappij en het politie en opsporingsapparaat. Die onzekerheid over de strafzaak maakt dat je je niet 100% onschuldig kan voelen terwijl je 100% zeker weet dat je onschuldig bent. Twijfel in de menselijke geest is de oorzaak. Onzekerheid en twijfel zijn moeilijk te bestrijden wanneer je geen concrete aanknopingspunten kan vinden.
De grote dag is eindelijk aangebroken! Met de envelop vol met onderbouwende en ontlastende documenten zit bij Lyka in haar schoudertas. Deze komt pas tevoorschijn tijdens het “verdachtenverhoor” wanneer ik weet waar het over gaat. Geen moment eerder!
‘Minder is meer!’, is de wijsheid tijdens een “verdachtenverhoor”
Er schijnt een waterig zonnetje over de ontwakende weilanden terwijl de trein door het Hollandse landschap raast. Lyka en ik zitten stilletjes naast elkaar in de trein en kijken naar buiten. De gratis Metro krant in mijn hand blijft ongeopend. In mijn hoofd loop ik voor de laatste keer door de feiten zoals ze voor me liggen. Op zoek naar iets wat ik over het hoofd heb gezien. Niets! Ik kom geen stap verder en er zit niets anders op dan daar op het politiebureau te gaan zitten en te luisteren!
En daar zit ik dan tegenover een vriendelijke rechercheur in een hokje van twaalf vierkante meter zonder een raam. Zelfs de cellen van de gevangenis die ik op tv heb gezien zijn vriendelijker! Ik begrijp dat intimidatie hier een bekend en veel gebruikt wapen is. Ik vindt het wel vreemd dat ik maar een persoon tegenover me heb. Dat laatste stelt me wel op mijn gemak. Het geeft me het gevoel dat de zaak niet zo serieus is als ik vooraf had verwacht.
De rechercheur, die hiervoor speciaal is opgeleid, voelt mijn afstand en gesloten geest. Met enkele vriendelijke woorden probeert hij me op mijn gemak te stellen en legt hij uit wat er van me wordt verwacht. Ik knik, praten zal ik zo min mogelijk.
De eerste vragen komen voorbij. Simpele vragen over mijn naam, vrouw, auto, woonplaats, vakanties en nog meer koetjes en kalfjes. We draaien om de echte vragen en de oplichting heen. Er wordt nog steeds gepoogd om me meer op mijn gemak te laten voelen en daarmee ook mijn verdediging te verzwakken. Eigenlijk is dat laatste niet nodig want zover ik weet ben ik nog steeds onschuldig! Maar ook voorzichtig!
Eindelijk beginnen we aan de kern van de zaak, de oplichting. De vragen die op me afkomen gaan allemaal over adressen, mensen, bedrijven en voertuigen waar ik niets vanaf weet en mij dus helemaal onbekend zijn. Nu ik weet waar het over gaat laat ik mijn verdediging zakken en geef mijn volledige medewerking.
In een vriendelijker en meer open gesprek wordt me verteld waar het precies over gaat!
Er is een kopie van mijn paspoort gebruikt als identificatie voor de aankoop van goederen, een aanzienlijk bedrag met zes cijfers. Alles op de kopie van mijn paspoort is vervangen met uitzondering van mijn naam en de foto van mijn paspoort. Ik wijs de rechercheur op de wijzigingen en wat er fout aan deze slechte kopie is! Maar in mijn geval, en die van de gedupeerde leverancier, is het te laat!
Ik ben het onschuldige slachtoffer van een identiteitsdiefstal!
Een diefstal waar je regelmatig over leest maar waarvan je denkt dat het jouw toch niet zal overkomen.
Twee en een half uur later zijn we klaar met het “verdachtenverhoor”. De rechercheur zal zijn rapport naar de officier van justitie sturen nadat ik het heb nagelezen en ondertekend. De sfeer is ondertussen gemoedelijk en ik voel me stukken beter, toch voel ik me ook nog steeds slachtoffer en we bespreken dit gevoel nog kort voordat we afscheid nemen.
Ik heb begrip voor de aanpak. Maar heeft justitie ook begrip voor mij? Voor mij persoonlijk is de zaak nu gesloten. Voor de officier van justitie nog niet! Die moet eerst nog bepalen of ik verder wordt vervolgd of niet. Afwachten is het enige wat ik nu nog kan doen. Wachten tot de brief van het openbaar ministerie mij schriftelijk onschuldig verklaard en ontslaat van verdere vervolging.
De les uit dit waar gebeurde verhaal?
Wees zeer zuinig op uw paspoort en/of andere identiteitsbewijzen! Laat deze niet zomaar door Jan en alleman kopiëren in Nederland en/of het buitenland!
Nawoord: In het belang van het oplossen van deze zaak heb ik geen details, namen of plaatsen vermeld. Ik hoop dat het verhaal ook zonder deze cruciale informatie te begrijpen is. De boodschap blijft echter hetzelfde!
Meer verhalen over:
Nederland
Abonneren op:
Reacties (Atom)

