Zaltbommel,
Twee, veel te korte, dagen later verscheen het onheilspellende lint van stof opnieuw aan de horizon. Het was nog vroeg maar haast iedereen was klaar om op die moeilijke en toch ook spannende reis te gaan. Het donkere brullende geluid van de zware diesel motoren zwol aan totdat het lawaai de woorden van afscheid overstemde. Twee dagen om vaarwel te zeggen tegen alles dat je lief is is niet genoeg!
Aan dezelfde straat, bijna op dezelfde plaats, waar ons lot werd bezegeld klonteren groepjes mannen samen omringt door hun geliefden. Er vloeien tranen en een enkeling kijkt naar de zwarte vlek opgedroogd bloed midden op de straat waar twee dagen geleden het vermoorde gezin lag. Zij zijn gisteren begraven in het droge zand aan de rand van het dorp. Zij zijn verlost van de gevaren en angsten die ons nog te wachten staan.
De laatste minuten en seconden voor je vertrek zijn het dierbaarst, deze momenten zijn je herinneringen die de rest van je leven je bijblijven. Ik kijk mijn kinderen een voor een recht in hun ogen. Zij zijn nog zo jong maar ze begrijpen, of beter gezegd, ze voelen dat er iets onheilspellends op het punt staat te gebeuren.
‘Let je goed op je moeder?’, vraag ik mijn oudste zoon die net acht jaar is geworden.
Hij is nu de oudste man in het gezin en is volgens de geldende wetten en regels de baas in huis en de leider van het gezin. Zijn woord is vanaf mijn vertrek de wet! Ook al is zijn moeder ruim vijfentwintig jaar ouder dan hem. Hij knikt terwijl hij zijn rug strekt en rechtop gaat staan om een enkele centimeter groter te lijken in een poging om nog meer op een èchte man te lijken.
Ik sluit mijn vrouw in mijn armen om haar nog een keer tegen me aan te voelen, voor een laatste keer de zoete geur van haar huid op te snuiven. Wij hadden het geluk dat we elkaar al kenden toen onze ouders beslisten dat we met elkaar moesten trouwen. We mogen dan wel arm zijn maar we hebben geiten en kippen, een klein stukje vruchtbaar land waar we mais en groenten kunnen verbouwen. Ons oude leven was zo slecht nog niet.
Mijn lieve vrouw en kinderen, ik zal ze waarschijnlijk nooit meer in mijn armen kunnen sluiten. Waarschijnlijk? Dat hele kleine beetje kans dat we over een paar jaar toch weer herenigd kunnen worden doet leven, het houdt je in leven, sterkt je instincten om te overleven, wat er ook mag gebeuren op deze lange gevaarlijke reis.
De eerste mannen klimmen met hun weinige bagage in de vrachtwagens en het door alles heen snijdende geklaag en geween van de achterblijvende vrouwen en kinderen is begonnen. Het is nu zaak om hier zo snel als mogelijk weg te komen. Het lijden over het afscheid achter je te laten. Het lijden van je geliefden te minimaliseren. Er is geen andere uitweg! De dood is het enige andere uitweg en daar schiet je gezin ook niets mee op.
Zodra de laatste man in een vrachtwagen is geklommen komt de colonne vrachtwagens in tegengestelde richting op gang. Deze keer zie ik geen lint van stof aan de horizon verschijnen of verdwijnen. Nee, deze keer zie ik voor de laatste keer mijn geboortedorp door een wolk van stof aan de horizon verdwijnen. Allahu Akbar! Wat staat ons op deze moeilijke en gevaarlijke reis naar Nederland allemaal te wachten?
Het is vreemd hoe snel de moraal van een groep mensen kan omslaan! Na enkele uren door elkaar te zijn geschud in de laadbak van een vrachtwagen, onderbroken door een drink en plas pauze, worden we in een verlaten school opgevangen. We hebben geen idee waar we zijn. Om de regeringstroepen te desoriënteren hebben de rebellen alle wegwijzers vernield en vernietigd. De school lijkt nog niet zo lang geleden verlaten. Slechts een dun laagje stof bedenkt te berg tafels en stoelen die op een hoop in een hoek van een klaslokaal zijn geworpen.
De soldaten zijn vriendelijker dan we hadden verwacht. De duivelse kolonel en zijn sergeant zijn in geen velden of wegen te bekennen. De soldaten die de leiding geven werken met een ongekende nauwkeurigheid en ijver de opdrachten op hun lijsten af. Het is duidelijk dat ze dit vaker hebben gedaan. Hoe vaak? Dat kan niemand zeggen! Met zekerheid heeft de kolonel enkele van deze pelotons onder zijn leiding. Pelotons die niet van elkaars bestaan afweten. Pelotons die denken dat zij de elite zijn die de eer hebben om onder de kolonel te mogen dienen.
De stress van het afscheid is met elke kilometer die we verder van onze geliefden wegreden afgenomen. Het voelt nu meer als een schoolreisje! Er hangt een geur van eten rond de school. Die geur maakt ons hongerig. Het duurt niet al te lang en er stapt een rij mannen met grote pannen het klaslokaal binnen. Een enorme pan met gekookte rijst is de laatste. De geur van gestoofde geit verspreid zich tussen de mannen door en de magen beginnen te knorren.
Als geiten op een haverkist duiken we op de pannen. De geëmailleerde schaaltjes zijn niet al te groot maar al het eten wat we krijgen is welkom, er is voldoende en sommige gaan zelfs voor een tweede portie. We hebben tenslotte geen enkel idee wanneer we weer te eten krijgen. Op elk gezicht in het klaslokaal staat een glimlach! Boeren vliegen door het klaslokaal en de soldaten moeten om ons lachen. Nog een slok water en dan even slapen! Niemand, behalve de soldaten, heeft een idee waarom we hier zijn.
Met een klap zwaait de deur van het klaslokaal open en in de deuropening verschijnt het onmiskenbare gestalte van de kolonel. Het binnendringende harde zonlicht doet pijn aan onze ogen. Met de kolonel stappen ook de twijfel en angst het donkere klaslokaal binnen. We voelen, we weten, dat er opnieuw bloed zal vloeien. Het witte krijt krast schel op het zwarte schoolbord.
“Libya”
Als bange kinderen zitten we bij elkaar gekropen op de vuile vloer. De monoloog begint!
‘Assalamu alaikum! Ik hoop dat jullie een goede reis hebben gehad! Maar dit is pas het begin van een lange reis naar Libya!’
Een golf van zuchten glijdt door het klaslokaal. De mannen kijken elkaar aan, Libya, dat is haast de andere kant van de wereld. Niemand in dit klaslokaal is ooit zo ver van huis geweest!
‘Jullie vertrekken vannacht. Er zal alleen ’s nachts worden gereisd om zo uit de handen van opstandelingen, de politie en andere corrupte ambtenaren te blijven. Veertien lange dagen zal deze reis duren. Soms per vrachtwagen, maar ook stukken te voet wanneer we ongezien een grens of rivier moeten oversteken. Jullie krijgen eten en drinken onderweg, het zal jullie aan weinig ontbreken, jullie zijn de hoop en toeverlaat van jullie dorp. Jullie zullen voorspoed en rijkdom over jullie dorp uitgieten! Allahu Akbar!
Eenmaal in Libya zullen jullie verdere instructies ontvangen. Laat jullie volk en gezinnen niet in de steek, vlucht niet uit deze groep want dan zal de dood gaan regeren! Allahu Akbar!’
Zo onverwacht als de kolonel was gekomen verdwijnt hij weer. We blijven in vertwijfeling achter. We kijken elkaar onbegrijpend aan en halen onze schouders op. Wat kunnen we nog meer doen? De beslissingen zijn genomen, ons doel staat vast en we hebben geen enkele inspraak. We moeten ons lot nemen zoals het komt.
Zodra de zon in het westen begint te zakken en de lucht boven de steppen oranje kleurt worden we ruw door de soldaten gewekt. We moeten ons klaarmaken voor het vertrek. Enkele geitenleren waterzakken worden overhandigd wanneer we achter in de vrachtwagens klimmen. Zonder eten, zonder dekens, alleen met de liefde van Allah. Schokkend komt onze vrachtwagen in beweging. De achtergebleven soldaten zwaaien ons uit met een blik op hun gezicht alsof ze weten dat ze ons meer zullen zien. In de koude van de woestijnnacht kruipen de mannen dicht tegen elkaar. Verbonden door het lot en vol verlangen naar hun vrouwen die al honderden kilometers bij hun vandaan eenzaam in bed liggen.
Tijd en licht zijn samen te meten, tijd en donker daartegen verstrengelen zich en lossen op in het niets. Hoelang we hebben gereden weet ik niet, twee uur, drie uur, òf nog meer? Ik weet het echt, dat ene moment van slaap heeft mijn gevoel voor de tijd verstoord. Weer wordt er bij een klein huisje gestopt. Zodra we het teken van de chauffeur krijgen om uit te stappen rennen de mannen zo snel als hun voeten ze kunnen dragen naar de rand van de weg. De blaas doet pijn en de druk moet worden verlicht. Achter ons horen we de mannen de tanks van de vrachtwagens met dieselolie vullen. Brandstof is duur zo ver van de bewoonde wereld, maar de kolonel heeft op veel plaatsen zijn handlangers.
Wanneer we het bevel krijgen om weer in te stappen zien we niet dat er twee nieuwe passagiers zijn ingestapt. Pas wanneer onze ogen weer aan het donker zijn gewend zien we de twee met hoofddoeken getooide mannen achterin tegen het motorschot aanzitten. De warmste plaats van de laadbak, de plaats gereserveerd voor de sterksten. Alleen het wit van hun ogen is achter hun omhoog gerolde omslagdeken zichtbaar. Het is een luguber gezicht! Een van de grootste en sterkste mannen uit ons dorp probeert zijn oude zitplaats op te eisen. Tevergeefs! De twee nieuwelingen beschikken over korte gekromde, en ongetwijfeld vlijmscherpe, messen. Dat zijn wapens waar niemand met blote handen tegen wil vechten.
Wordt vervolgd
maandag 22 december 2014
vrijdag 19 december 2014
Nederland: Regendruppels aan de waslijn deel 2
Zaltbommel,
We luisterden aandachtig naar wat er zou gaan komen!
‘Beste mannen van dit dorp. Ik ga jullie een genereus aanbod doen! Een aanbod dat jullie leven, het leven van je vrouw en kinderen voor altijd zal verbeteren. Jullie kinderen zullen geen armoede en geen honger meer kennen. Jullie kinderen zullen in de toekomst naar onze scholen kunnen en zich ontwikkelen tot intellectuelen die zichzelf, de nieuwe staat en Allah zullen dienen. Soldaten van Allah zullen storten in een nieuwe Jihad om de ongelovige honden uit westen te bekeren. Samen kunnen wij met onze strijd het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk bereiken. Allahu Akbar!
De weg naar het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk is lang en kostbaar. Jullie gaan, als soldaten van onze grootste god, als dienaars van de puurste islamitische staat het geld en goud samenbrengen om ons gemeenschappelijke doel te bereiken. Jullie zijn arme en vrome boeren die geen geld of rijkdom te schenken hebben! Maar jullie zijn kinderen en strijders van Allah. Samen zijn jullie een krachtig wapen dat het benodigde fortuin bij elkaar kan verdienen. Allahu Akbar!
Mijn vrienden en geloofsgenoten, jullie gaan op reis. Op reis naar het hart van de ongelovige westerse hond. Jullie gaan naar Nederland. Een land van ongelovige honden die strijden tegen onze moslimbroeders in velen gerechtvaardigde heilige oorlogen. Jullie gaan het land destabiliseren en dan een tweedeling in de samenleving op gang brengen.
Eenmaal in Nederland aangekomen zullen jullie worden opgenomen in de duivelse samenleving. Als beloning zullen jullie geld van de regering van de honden ontvangen. Soms zelfs tot 2.000 Amerikaanse dollars per maand. Allahu Akbar!
Vanaf de dag dat jullie het geld ontvangen moeten jullie minimaal honderd dollar per maand terug sturen naar jullie vaderland. Wij beheren de sharia banken, elke maand bezoeken wij het dorp en overhandigen aan jullie vrouwen en kinderen zeventig dollar. Dat is veel geld! Dat is de beloning aan jullie vrouwen en kinderen voor de grootste opoffering met als het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk. Allahu Akbar!
Van de dertig dollar belasting die wij achterhouden betalen we jullie reis, de nieuwe islamitische scholen, de imam’s die de Koran aan jullie kinderen zullen onderwijzen, de moefti’s die de strengste sharia wetten uitvoeren en de strijdt tegen de ongelovige honden in de hoofdstad! Het zal niet voor iedereen even gemakkelijk zijn maar de kracht van Allah zal jullie in moeilijke tijden helpen. Allahu Akbar!’
‘En wat als we niet willen’, klonk het onverwacht uit de groep mannen.
De kolonel keek verbaasd op en trok zijn revolver voor de tweede keer uit zijn holster. Ik kon de met ivoor ingelegde handgreep nu goed zien. Het roomkleurige ivoor stak vreemd af tegen het glimmende chroom. Zijn ogen zochten door de menigte of hij iets ongewoons kon ontdekken dat naar de opstandige aanhoorder kon leiden. Niets! Helemaal niets!
Hij stak zijn revolver hoog in de lucht, ik zag de menigte mannen weerspiegeld in de glimmende trommel, en sprak zacht en langzaam: ‘Dan zal deze kleine nederige dienaar van Allah recht spreken! Allahu Akbar!’
Als een donderslag bij heldere hemel werd de stilte doorbroken! Een oorverdovend geruis van honderden stemmen die met elkaar overlegden en elkaar probeerden te overstemmen bespraken het aanbod van de rebellen kolonel. De kolonel liep achteruit terug naar zijn geïmproviseerde troon terwijl al zijn soldaten hun machinegeweren in de aanslag hadden. Zij wisten uit ervaring dat dit het gevaarlijkste moment was van de hele operatie.
Zodra de stilte weer van het lawaai had gewonnen leek de zaak beklonken. Met enige terughoudendheid en hun machinegeweren nog steeds in de aanslag voegden zich een dozijn soldaten bij de groep mannen. De kolonel zat weer op de klapstoel, met de sergeant staand aan zijn zijde, en zijn duivelse glimlach op zijn gezicht.
‘Oh ja, ik was nog een kleinigheid vergeten! Voor diegene die denken dat ze kunnen ontsnappen op weg naar Nederland. In jullie groep zullen enkele van mijn mannen in burger aanwezig zijn. Zij hebben tevens het geluk dat zij een nog hoger doel dienen! Zij gaan de honden in Nederland in het hart raken met zelfmoord aanslagen. Een grootse daad die ze een martelaar van Allah zal maken. Zij zullen worden opgewacht door zeventig maagden in het paradijs! Zij zullen tot in de eeuwigheid leven in rijkdom en geluk. We kunnen misschien niet zo snel winnen, maar we kunnen wel zorgen dat de vijand ook verliest! Allahu Akbar!
Er is maar een straf voor de moenafik (ongelovige) vluchter, of voor diegene die verzaakt maandelijks geld naar huis te sturen. Bij terugkomst in je dorp zal je een leeg huis òf een lege hut aantreffen! We schieten je hele gezin naar jahannam (de hel) zodra ons het bericht van je ontsnapping bereikt, dus terugkomen naar het dorp heeft geen enkele zin. Er wacht alleen maar leegte en eenzaamheid, en grafmonumenten in het zand! Mijn mannen zullen je ook in Nederland of ergens anders weten te vinden want onze ogen, oren en macht reiken tot het einde van wereld! Allahu Akbar!’
We keken elkaar aan. Het was duidelijk! We hadden geen keuze. De meningen over het onverwachte aanbod van de kolonel in de groep liepen ook uiteen. Er waren mannen die er 100% voor waren om zich op te offeren voor hun gezin en voor Allah. Er waren ook mannen die op voorhand al fluisterden dat ze van alles zouden proberen om er onderuit te komen.
De selectie procedure begon! Een soldaat met een brede rode streep op zijn mouw leek de leiding te hebben. Hij porde een boer in zijn ribbenkast en gebaarde met zijn wiebelende hoofd dat hij zijn vrouw en kinderen aan de overkant van de straat moest gaan halen. Met zijn zessen liepen ze stil en onderdanig op de kolonel toe. Van de korte woordenwisseling tussen de kolonel en de man konden we niets horen. De man knikte naar de kolonel, de vrouw begon zachtjes te huilen en de kinderen om hun heen begrepen er waarschijnlijk niets van.
De soldaten hadden hun aanvoer voor de selectie al snel op orde. Je kon zien dat zij het niet voor de eerste keer deden! Terwijl de kolonel zijn beslissing aan het slachtoffer kenbaar maakte stond er aan de overkant van de weg al een gezin klaar om direct voor de kolonel te verschijnen zodra hij zijn beslissing had genomen. Aan onze kant van de straat stond er dan ook meteen weer een man klaar om zijn gezin aan de andere kant bij elkaar te zoeken.
Het ging snel en zonder een enkelprobleem! Ik had geen idee wat er door de kolonel gezegd werd totdat ik zelf met mijn gezin voor de vorst van de hel stond.
‘Assalamu alaikum! U gaat naar Nederland!’, ik knikte en keek naar mijn vrouw, ‘u stuurt elke maand honderd dollar naar uw vrouw! Het kan ons niet schelen hoe u aan dat geld komt. Zie het als een belasting voor een hoger doel en een beter leven voor uw vrouw en kinderen! Wanneer u ons aanbod weigert of probeert te ontsnappen schieten we meteen uw vrouw en kinderen dood in de naam van Allah. U wordt over twee dagen door een vrachtwagen opgehaald. Neem niet teveel bagage mee want u bent een vluchteling! Onderweg wordt u verteld wat uw verhaal is aan de autoriteiten zodra u in Europa en Nederland bent aangekomen. Begrepen?’
Ik knikte en keek op naar het gezicht van de man die mijn leven voorgoed had veranderd. Ik zag haat, de dood en hebzucht in zijn ogen. Het was me meteen duidelijk dat hij serieus was met zijn bedreigingen en dat hij een harteloze soldaat van het fortuin was. Dit had niets met Allah en de liefde uit de Koran te maken. Dit was een moordenaar die alleen maar dacht aan zijn eigen gewin. Helaas had ik geen keuze. Voor mezelf zou ik de kogel hebben gekozen, maar de dood is het laatste dat ik zou willen voor mijn vrouw en mijn kinderen.
‘Ga! Allahu Akbar!’, schreeuwde hij terwijl ik zijn speeksel op mijn gezicht voelde.
In stilte verwijderden we ons van de plaats des onheils. We waren nog geen vijftig meter ver toen onze diepste gedachten wreed werden verstoort door het geluid van een revolver. We keken om en zagen hoe onze buurman zijn laatste stuiptrekkingen had. Zijn hysterische vrouw was de volgende. In stilte en met afschuw keek de overgebleven menigte naar het schouwspel. Er volgde nog twee schoten waarna de revolver hard en luid klikte. De kamers van de trommel bevatten alleen nog lege hulzen. De kwade kolonel greep de Kalashnikov van de sergeant, die ongeroerd naast hem tegen de vrachtwagen stond, en liet de met staal beklede houten kolf met een klap op het kleine hoofd van het laats overgebleven kind van het gezin neerkomen. Het geluid van het kraken van de nog onvolgroeide schedel ging door merg en been. Het voorbeeld was gesteld! Er zou vanaf nu geen enkele man de opdracht van de kolonel weigeren!
Besmeurd met bloed en een lege revolver beval de kwade kolonel zijn boosaardige handlanger, die glimlachend naast hem stond, dat hij de selectie moest voortzetten. De duivel zelf liep rustig en onbewogen naar een vrachtwagen en klom aan de achterkant naar binnen. Niet iedereen moest mee op reis! Er werden enkele oude, gekke en kreupelen gespaard. Of dat een betere lot was wist ik ook niet zeker!
Zodra het laatste gezin voor de sergeant had gestaan kwam de kolonel, gestoken in een fris uniform en met een gevulde revolver, weer uit de vrachtwagen tevoorschijn. Zijn voorbeeld had gewerkt! Minachtend keek hij naar de vijf lichamen die midden op de straat lagen. Een duivelse en voldane glimlach verscheen op zijn mond. De sergeant maakte oogcontact en nam meteen die duivelse grijns van zijn meerdere over! De zaken voor vandaag waren afgehandeld!
‘Laat die ongelovigen maar midden op de straat liggen! Zij zullen een goed voorbeeld zijn voor de weinigen die misschien nog twijfelen om op reis te gaan!’
De kolonel rees zijn armen totdat ze niet verder omhoog konden, keek naar de blauwe lucht en schreeuwde uit volle borst, ‘Allahu Akbar!’
Deze woorden van zijn zware stem rolden als een aansnellend onheil over de heuvels en door de dalen van het dorp. Het oordeel was uitgesproken! De soldaten klommen weer in de voertuigen, motoren werden gestart, en het geluid van de colonne des doods doofde bij elke meter die de duivel verder van het dorp vandaan reed! Een lint van stof aan de horizon achterlatend.
Wordt vervolgd
We luisterden aandachtig naar wat er zou gaan komen!
‘Beste mannen van dit dorp. Ik ga jullie een genereus aanbod doen! Een aanbod dat jullie leven, het leven van je vrouw en kinderen voor altijd zal verbeteren. Jullie kinderen zullen geen armoede en geen honger meer kennen. Jullie kinderen zullen in de toekomst naar onze scholen kunnen en zich ontwikkelen tot intellectuelen die zichzelf, de nieuwe staat en Allah zullen dienen. Soldaten van Allah zullen storten in een nieuwe Jihad om de ongelovige honden uit westen te bekeren. Samen kunnen wij met onze strijd het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk bereiken. Allahu Akbar!
De weg naar het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk is lang en kostbaar. Jullie gaan, als soldaten van onze grootste god, als dienaars van de puurste islamitische staat het geld en goud samenbrengen om ons gemeenschappelijke doel te bereiken. Jullie zijn arme en vrome boeren die geen geld of rijkdom te schenken hebben! Maar jullie zijn kinderen en strijders van Allah. Samen zijn jullie een krachtig wapen dat het benodigde fortuin bij elkaar kan verdienen. Allahu Akbar!
Mijn vrienden en geloofsgenoten, jullie gaan op reis. Op reis naar het hart van de ongelovige westerse hond. Jullie gaan naar Nederland. Een land van ongelovige honden die strijden tegen onze moslimbroeders in velen gerechtvaardigde heilige oorlogen. Jullie gaan het land destabiliseren en dan een tweedeling in de samenleving op gang brengen.
Eenmaal in Nederland aangekomen zullen jullie worden opgenomen in de duivelse samenleving. Als beloning zullen jullie geld van de regering van de honden ontvangen. Soms zelfs tot 2.000 Amerikaanse dollars per maand. Allahu Akbar!
Vanaf de dag dat jullie het geld ontvangen moeten jullie minimaal honderd dollar per maand terug sturen naar jullie vaderland. Wij beheren de sharia banken, elke maand bezoeken wij het dorp en overhandigen aan jullie vrouwen en kinderen zeventig dollar. Dat is veel geld! Dat is de beloning aan jullie vrouwen en kinderen voor de grootste opoffering met als het ultieme doel van het islamitisch wereldrijk. Allahu Akbar!
Van de dertig dollar belasting die wij achterhouden betalen we jullie reis, de nieuwe islamitische scholen, de imam’s die de Koran aan jullie kinderen zullen onderwijzen, de moefti’s die de strengste sharia wetten uitvoeren en de strijdt tegen de ongelovige honden in de hoofdstad! Het zal niet voor iedereen even gemakkelijk zijn maar de kracht van Allah zal jullie in moeilijke tijden helpen. Allahu Akbar!’
‘En wat als we niet willen’, klonk het onverwacht uit de groep mannen.
De kolonel keek verbaasd op en trok zijn revolver voor de tweede keer uit zijn holster. Ik kon de met ivoor ingelegde handgreep nu goed zien. Het roomkleurige ivoor stak vreemd af tegen het glimmende chroom. Zijn ogen zochten door de menigte of hij iets ongewoons kon ontdekken dat naar de opstandige aanhoorder kon leiden. Niets! Helemaal niets!
Hij stak zijn revolver hoog in de lucht, ik zag de menigte mannen weerspiegeld in de glimmende trommel, en sprak zacht en langzaam: ‘Dan zal deze kleine nederige dienaar van Allah recht spreken! Allahu Akbar!’
Als een donderslag bij heldere hemel werd de stilte doorbroken! Een oorverdovend geruis van honderden stemmen die met elkaar overlegden en elkaar probeerden te overstemmen bespraken het aanbod van de rebellen kolonel. De kolonel liep achteruit terug naar zijn geïmproviseerde troon terwijl al zijn soldaten hun machinegeweren in de aanslag hadden. Zij wisten uit ervaring dat dit het gevaarlijkste moment was van de hele operatie.
Zodra de stilte weer van het lawaai had gewonnen leek de zaak beklonken. Met enige terughoudendheid en hun machinegeweren nog steeds in de aanslag voegden zich een dozijn soldaten bij de groep mannen. De kolonel zat weer op de klapstoel, met de sergeant staand aan zijn zijde, en zijn duivelse glimlach op zijn gezicht.
‘Oh ja, ik was nog een kleinigheid vergeten! Voor diegene die denken dat ze kunnen ontsnappen op weg naar Nederland. In jullie groep zullen enkele van mijn mannen in burger aanwezig zijn. Zij hebben tevens het geluk dat zij een nog hoger doel dienen! Zij gaan de honden in Nederland in het hart raken met zelfmoord aanslagen. Een grootse daad die ze een martelaar van Allah zal maken. Zij zullen worden opgewacht door zeventig maagden in het paradijs! Zij zullen tot in de eeuwigheid leven in rijkdom en geluk. We kunnen misschien niet zo snel winnen, maar we kunnen wel zorgen dat de vijand ook verliest! Allahu Akbar!
Er is maar een straf voor de moenafik (ongelovige) vluchter, of voor diegene die verzaakt maandelijks geld naar huis te sturen. Bij terugkomst in je dorp zal je een leeg huis òf een lege hut aantreffen! We schieten je hele gezin naar jahannam (de hel) zodra ons het bericht van je ontsnapping bereikt, dus terugkomen naar het dorp heeft geen enkele zin. Er wacht alleen maar leegte en eenzaamheid, en grafmonumenten in het zand! Mijn mannen zullen je ook in Nederland of ergens anders weten te vinden want onze ogen, oren en macht reiken tot het einde van wereld! Allahu Akbar!’
We keken elkaar aan. Het was duidelijk! We hadden geen keuze. De meningen over het onverwachte aanbod van de kolonel in de groep liepen ook uiteen. Er waren mannen die er 100% voor waren om zich op te offeren voor hun gezin en voor Allah. Er waren ook mannen die op voorhand al fluisterden dat ze van alles zouden proberen om er onderuit te komen.
De selectie procedure begon! Een soldaat met een brede rode streep op zijn mouw leek de leiding te hebben. Hij porde een boer in zijn ribbenkast en gebaarde met zijn wiebelende hoofd dat hij zijn vrouw en kinderen aan de overkant van de straat moest gaan halen. Met zijn zessen liepen ze stil en onderdanig op de kolonel toe. Van de korte woordenwisseling tussen de kolonel en de man konden we niets horen. De man knikte naar de kolonel, de vrouw begon zachtjes te huilen en de kinderen om hun heen begrepen er waarschijnlijk niets van.
De soldaten hadden hun aanvoer voor de selectie al snel op orde. Je kon zien dat zij het niet voor de eerste keer deden! Terwijl de kolonel zijn beslissing aan het slachtoffer kenbaar maakte stond er aan de overkant van de weg al een gezin klaar om direct voor de kolonel te verschijnen zodra hij zijn beslissing had genomen. Aan onze kant van de straat stond er dan ook meteen weer een man klaar om zijn gezin aan de andere kant bij elkaar te zoeken.
Het ging snel en zonder een enkelprobleem! Ik had geen idee wat er door de kolonel gezegd werd totdat ik zelf met mijn gezin voor de vorst van de hel stond.
‘Assalamu alaikum! U gaat naar Nederland!’, ik knikte en keek naar mijn vrouw, ‘u stuurt elke maand honderd dollar naar uw vrouw! Het kan ons niet schelen hoe u aan dat geld komt. Zie het als een belasting voor een hoger doel en een beter leven voor uw vrouw en kinderen! Wanneer u ons aanbod weigert of probeert te ontsnappen schieten we meteen uw vrouw en kinderen dood in de naam van Allah. U wordt over twee dagen door een vrachtwagen opgehaald. Neem niet teveel bagage mee want u bent een vluchteling! Onderweg wordt u verteld wat uw verhaal is aan de autoriteiten zodra u in Europa en Nederland bent aangekomen. Begrepen?’
Ik knikte en keek op naar het gezicht van de man die mijn leven voorgoed had veranderd. Ik zag haat, de dood en hebzucht in zijn ogen. Het was me meteen duidelijk dat hij serieus was met zijn bedreigingen en dat hij een harteloze soldaat van het fortuin was. Dit had niets met Allah en de liefde uit de Koran te maken. Dit was een moordenaar die alleen maar dacht aan zijn eigen gewin. Helaas had ik geen keuze. Voor mezelf zou ik de kogel hebben gekozen, maar de dood is het laatste dat ik zou willen voor mijn vrouw en mijn kinderen.
‘Ga! Allahu Akbar!’, schreeuwde hij terwijl ik zijn speeksel op mijn gezicht voelde.
In stilte verwijderden we ons van de plaats des onheils. We waren nog geen vijftig meter ver toen onze diepste gedachten wreed werden verstoort door het geluid van een revolver. We keken om en zagen hoe onze buurman zijn laatste stuiptrekkingen had. Zijn hysterische vrouw was de volgende. In stilte en met afschuw keek de overgebleven menigte naar het schouwspel. Er volgde nog twee schoten waarna de revolver hard en luid klikte. De kamers van de trommel bevatten alleen nog lege hulzen. De kwade kolonel greep de Kalashnikov van de sergeant, die ongeroerd naast hem tegen de vrachtwagen stond, en liet de met staal beklede houten kolf met een klap op het kleine hoofd van het laats overgebleven kind van het gezin neerkomen. Het geluid van het kraken van de nog onvolgroeide schedel ging door merg en been. Het voorbeeld was gesteld! Er zou vanaf nu geen enkele man de opdracht van de kolonel weigeren!
Besmeurd met bloed en een lege revolver beval de kwade kolonel zijn boosaardige handlanger, die glimlachend naast hem stond, dat hij de selectie moest voortzetten. De duivel zelf liep rustig en onbewogen naar een vrachtwagen en klom aan de achterkant naar binnen. Niet iedereen moest mee op reis! Er werden enkele oude, gekke en kreupelen gespaard. Of dat een betere lot was wist ik ook niet zeker!
Zodra het laatste gezin voor de sergeant had gestaan kwam de kolonel, gestoken in een fris uniform en met een gevulde revolver, weer uit de vrachtwagen tevoorschijn. Zijn voorbeeld had gewerkt! Minachtend keek hij naar de vijf lichamen die midden op de straat lagen. Een duivelse en voldane glimlach verscheen op zijn mond. De sergeant maakte oogcontact en nam meteen die duivelse grijns van zijn meerdere over! De zaken voor vandaag waren afgehandeld!
‘Laat die ongelovigen maar midden op de straat liggen! Zij zullen een goed voorbeeld zijn voor de weinigen die misschien nog twijfelen om op reis te gaan!’
De kolonel rees zijn armen totdat ze niet verder omhoog konden, keek naar de blauwe lucht en schreeuwde uit volle borst, ‘Allahu Akbar!’
Deze woorden van zijn zware stem rolden als een aansnellend onheil over de heuvels en door de dalen van het dorp. Het oordeel was uitgesproken! De soldaten klommen weer in de voertuigen, motoren werden gestart, en het geluid van de colonne des doods doofde bij elke meter die de duivel verder van het dorp vandaan reed! Een lint van stof aan de horizon achterlatend.
Wordt vervolgd
Meer verhalen over:
Kort verhaal,
Nederland
donderdag 18 december 2014
Nederland: Regendruppels aan de waslijn
Zaltbommel
Wanneer ik om half twaalf mijn ogen open en naar buiten kijk zie ik buiten regendruppels aan de waslijn hangen. In een dorp op het platteland, een klein dorp waar we niet ècht welkom zijn. Ondanks dat we hier niet welkom zijn zijn er hier toch heel veel aardige mensen. Onze komst heeft de lokale economie doen opleven. We hadden nooit kunnen denken dat er in het rijke Nederland ook mensen moeten zien te overleven!
Tien maanden, tien lange maanden, ben ik nu in Nederland. In opvangcentrum “het Weiland”. Mijn gedachten dwalen direct af naar thuis, mijn geboortedorp in de heuvels van mijn geboorteland dat ik ruim een jaar geleden heb moeten verlaten. Mijn vrouw en kinderen, mijn familie en vrienden, ver weg in een land dat ik waarschijnlijk nooit meer zal zien. Ik zal nooit van mijn leven vergeten hoe deze hel, deze onwerkelijke nachtmerrie begon.
Een lang lint van stof waaide op in de verte en trok een grijze streep tussen het gele zand en de blauwe lucht. Bezoekers, op weg naar onze kleine slaperige nederzetting ver weg van de vijandige wereld. De grote grove banden van de legervoertuigen wierpen het stof op de vleugels van de wind totdat het stof te zwaar was geworden en zachtjes neerdaalde op de dorre heuvels. Het zwarte staal van de wapens glinsterde angstaanjagend in de vroege ochtendzon.
Met een luide doffe schuiver van de banden op het fijne grind van de hoofdstraat kwamen de jeep en vrachtwagens tot stilstand. Een voor een klommen de in het groen geklede mannen uit de voertuigen en stelden zich op in een lijn. Het was een vaag voorteken van de dreiging die zich aanbood. De meeste soldaten waren fatsig van het vele eten en drinken. Het was duidelijk te zien dat het de rebellen aan niets ontbrak.
Terwijl mijn dorpsgenoten langzaam toestroomden om de bron van het lawaai te bekijken stapte er een dikke, overdreven vriendelijk glimlachende, man op de menigte af. Afgezien van een verchroomde revolver in een leren holster aan zijn koppel was hij ongewapend. Zoals zijn glimlach ook ontwapenend moest zijn. Hoelang hij daar zwijgend en glimlachend in het zachte aangename licht van de opkomende zon heeft gestaan weet ik niet. Het leken voor mij wel uren.
Hij stak zijn rechter hand op als teken dat de over zijn aankomst en doel van de colonne speculerende menigte moest zwijgen. Intimiderend zweeg hij en lachte ons minachtend toe. Het was muisstil in het dorp. De enige geluiden die de stilte doorbraken waren het mekkeren van een geit en het brommen van een vlieg.
Zijn stem sneed door de stilte!
‘Ik ben de kolonel! Mijn naam is niet belangrijk! Wanneer jullie mij aanspreken gebruiken jullie alleen kolonel en niets anders!’ Iedereen die me niet met kolonel aanspreekt schiet ik persoonlijk een kogel door zijn kop! Ik wens geen tegenspraak en jullie spreken alleen wanneer ik jullie daar om vraag!’
Geluidloos knikte de toegestroomde mensen als teken dat ze het hadden begrepen. Dit waren de rebellen die een groot gedeelte van het land onder controle hadden. De haast democratische gekozen regering en het officiële leger hadden alleen de hoofdstad en omstreken onder controle. Een klein gebied waar alle machtige en rijken van het land zich hadden verzameld om onder het veiligheidsscherm van het leger hun decadente leven voort te zetten. Wij arme boeren telden voor die rijken niet mee, wij waren overgeleverd aan de grillen van de rebellen.
De kolonel keek eens goed om zich heen en wachtte tot een soldaat met een houten, en groen canvas beklede, klapstoel verscheen. In de schaduw van een vrachtwagen zeeg de dikke kolonel op zijn denkbeeldige troon neer. Als een vorst uit de hel, als de duivel zelf zat hij daar in stilte glimlachend te wachten. Te wachten waarop? Een duivelse gedachte die voor eeuwig en altijd ons leven zou veranderen? Ze waren hier niet om ons te helpen, dat was duidelijk.
Zonder een woord te zeggen wees de kolonel een man in het toegestroomde publiek aan. Drie van zijn manschappen stapten op hem af en haalde hem uit de menigte. Ondanks dat de tenger gebouwde man niet tegenstribbelde werd hij met bruut geweld op zijn knieën in het zand voor de kolonel neergezet. De kolonel was geen man die zijn adem verspilde aan zinloze woorden! Hij haalde zijn chromen revolver uit de leren holster aan zijn koppel en zette met zijn duim de haan op scherp. Een magere kleine vrouw slaakte een kreet van wanhoop, rende op de knielende man af en wierp zich als een beschermende deken op weerloze boer.
De stilte werd doorbroken door twee luide knallen uit de vuurspuwende revolver. Bloed vermengde zich met zand. Zo stonden we daar geluidloos in de dorpsstraat totdat de kolonel een teken aan zijn manschappen gaf om de dode lichamen op te ruimen. Vier soldaten grepen elk een voet en sleepten de levenloze lichamen weg, een lang spoor van bloed achterlatend in het fijne grind als teken dat de kolonel geen tegenspraak wenste.
Opnieuw viel de stilte over het dorp. Met elke seconde die we naar de glimlachende moordenaar keken werd onze angst groter. Ze waren hier niet om ons allemaal te vermoorden, dat was zeker! Anders waren we nu allang dood geweest door een kogelregen uit de geladen Kalashnikov’s van de rebellen.
En opnieuw die stilte en die duivelse glimlach van de kolonel. Zijn manschappen stonden als zwarte helpers van de duivel bijeengepakt in de schaarste schaduw van hun vrachtwagens. Het duistere spel van de kolonel werkte en de angst van de arme boeren groeide met het verstrijken van elke seconde. Hij wenkte naar een van zijn manschappen, die aan het zien van het goud op de schouder van zijn groene overhemd een hogere rang bezat, dat hij dichterbij moest komen.
De slungelige soldaat slenterde naar de kolonel en boog zich voorover om de gefluisterde bevelen aan te horen. Hij rees weer recht op! Zijn hand ging naar de rand van zijn baret en terwijl hij de kolonel salueerde klikte hij de hakken van zijn hoge legerkisten tegen elkaar. Een hartverscheurend geluid dat de angst in de arme omstanders deed oplaaien als een storm aan een vuurzee. Hij draaide zich om zijn as op de plaats en maakte zich gereed om de bevelen van de kolonel aan ons door te geven.
‘Ik ben de sergeant!’
Om ons op ons gemak te laten voelen werden we aangesproken in ons eigen eeuwenoude dialect. En het werkte! Er viel wat van mijn angst weg en voor een kort moment voelde ik me zelfs op mijn gemak. Maar niet voor lang! Hij schreeuwde luid zijn bevelen in een ander dialect en alle soldaten kwamen in beweging. Ze wierpen zich als een troep hongerige wolven op de menigte. Onze armageddon was begonnen!
De mannen en vrouwen werden gescheiden, beter gezegd, de mannen en vrouwen met hun kinderen werden gescheiden en plaatsen zich ieder aan een kant van de straat. De kolonel rechtte zijn rug en stond op.
‘Een voor een gaat er een man naar de overkant om zijn vrouw en kinderen op te halen. Dan komen jullie met jullie gezin naar me toe en zal ik een beslissing nemen. En denk niet om vals te spelen want alle vrouwen en kinderen die overblijven schieten we aan het einde van de selectie dood!’, klonk er uit zijn keel.
Enkele vrouwen in de groep begonnen zachtjes te huilen. Getroost door hun kinderen luisterden ze naar de kolonel die naar ze toe was gelopen om zijn duivelse plannen te onthullen.
‘Wie is er weduwe?’, vroeg hij zacht en vol medelijden.
Enkele huilende vrouwen omringt door hun kinderen staken hun hand op.
‘Ga naar jullie huizen en hutten! Wij zijn geen monsters. Wij willen alleen het beste voor ons land en ons volk!’
Duidelijk opgelucht maakten de weduwen, achtervolgd door hun kroost, zich snel uit de voeten voordat de kolonel zich zou bedenken. De rest van het dorp in onzekerheid aan beide kanten van de straat achterlatend. Iedereen vroeg zich in angst en een geforceerde stilte af wat er met de overgebleven bevolking uit het dorp zou gaan gebeuren.
De kolonel stond op en met de sergeant aan zijn zijde beende hij naar de groep afgezonderde mannen. Enige minuten stond hij naar ze te grijnzen. Het leek dat de kolonel zich moest bedenken wat te zeggen. De bange mannen wisten beter. Deze duivel had al heel lang geleden zijn snode plannen gesmeed.
‘Luister goed’, maande hij, terwijl zijn gezichtsuitdrukking nu in een serieuze was veranderd, ‘ik vertel dit verhaal maar één keer!’
Wordt vervolgd
Wanneer ik om half twaalf mijn ogen open en naar buiten kijk zie ik buiten regendruppels aan de waslijn hangen. In een dorp op het platteland, een klein dorp waar we niet ècht welkom zijn. Ondanks dat we hier niet welkom zijn zijn er hier toch heel veel aardige mensen. Onze komst heeft de lokale economie doen opleven. We hadden nooit kunnen denken dat er in het rijke Nederland ook mensen moeten zien te overleven!
Tien maanden, tien lange maanden, ben ik nu in Nederland. In opvangcentrum “het Weiland”. Mijn gedachten dwalen direct af naar thuis, mijn geboortedorp in de heuvels van mijn geboorteland dat ik ruim een jaar geleden heb moeten verlaten. Mijn vrouw en kinderen, mijn familie en vrienden, ver weg in een land dat ik waarschijnlijk nooit meer zal zien. Ik zal nooit van mijn leven vergeten hoe deze hel, deze onwerkelijke nachtmerrie begon.
Een lang lint van stof waaide op in de verte en trok een grijze streep tussen het gele zand en de blauwe lucht. Bezoekers, op weg naar onze kleine slaperige nederzetting ver weg van de vijandige wereld. De grote grove banden van de legervoertuigen wierpen het stof op de vleugels van de wind totdat het stof te zwaar was geworden en zachtjes neerdaalde op de dorre heuvels. Het zwarte staal van de wapens glinsterde angstaanjagend in de vroege ochtendzon.
Met een luide doffe schuiver van de banden op het fijne grind van de hoofdstraat kwamen de jeep en vrachtwagens tot stilstand. Een voor een klommen de in het groen geklede mannen uit de voertuigen en stelden zich op in een lijn. Het was een vaag voorteken van de dreiging die zich aanbood. De meeste soldaten waren fatsig van het vele eten en drinken. Het was duidelijk te zien dat het de rebellen aan niets ontbrak.
Terwijl mijn dorpsgenoten langzaam toestroomden om de bron van het lawaai te bekijken stapte er een dikke, overdreven vriendelijk glimlachende, man op de menigte af. Afgezien van een verchroomde revolver in een leren holster aan zijn koppel was hij ongewapend. Zoals zijn glimlach ook ontwapenend moest zijn. Hoelang hij daar zwijgend en glimlachend in het zachte aangename licht van de opkomende zon heeft gestaan weet ik niet. Het leken voor mij wel uren.
Hij stak zijn rechter hand op als teken dat de over zijn aankomst en doel van de colonne speculerende menigte moest zwijgen. Intimiderend zweeg hij en lachte ons minachtend toe. Het was muisstil in het dorp. De enige geluiden die de stilte doorbraken waren het mekkeren van een geit en het brommen van een vlieg.
Zijn stem sneed door de stilte!
‘Ik ben de kolonel! Mijn naam is niet belangrijk! Wanneer jullie mij aanspreken gebruiken jullie alleen kolonel en niets anders!’ Iedereen die me niet met kolonel aanspreekt schiet ik persoonlijk een kogel door zijn kop! Ik wens geen tegenspraak en jullie spreken alleen wanneer ik jullie daar om vraag!’
Geluidloos knikte de toegestroomde mensen als teken dat ze het hadden begrepen. Dit waren de rebellen die een groot gedeelte van het land onder controle hadden. De haast democratische gekozen regering en het officiële leger hadden alleen de hoofdstad en omstreken onder controle. Een klein gebied waar alle machtige en rijken van het land zich hadden verzameld om onder het veiligheidsscherm van het leger hun decadente leven voort te zetten. Wij arme boeren telden voor die rijken niet mee, wij waren overgeleverd aan de grillen van de rebellen.
De kolonel keek eens goed om zich heen en wachtte tot een soldaat met een houten, en groen canvas beklede, klapstoel verscheen. In de schaduw van een vrachtwagen zeeg de dikke kolonel op zijn denkbeeldige troon neer. Als een vorst uit de hel, als de duivel zelf zat hij daar in stilte glimlachend te wachten. Te wachten waarop? Een duivelse gedachte die voor eeuwig en altijd ons leven zou veranderen? Ze waren hier niet om ons te helpen, dat was duidelijk.
Zonder een woord te zeggen wees de kolonel een man in het toegestroomde publiek aan. Drie van zijn manschappen stapten op hem af en haalde hem uit de menigte. Ondanks dat de tenger gebouwde man niet tegenstribbelde werd hij met bruut geweld op zijn knieën in het zand voor de kolonel neergezet. De kolonel was geen man die zijn adem verspilde aan zinloze woorden! Hij haalde zijn chromen revolver uit de leren holster aan zijn koppel en zette met zijn duim de haan op scherp. Een magere kleine vrouw slaakte een kreet van wanhoop, rende op de knielende man af en wierp zich als een beschermende deken op weerloze boer.
De stilte werd doorbroken door twee luide knallen uit de vuurspuwende revolver. Bloed vermengde zich met zand. Zo stonden we daar geluidloos in de dorpsstraat totdat de kolonel een teken aan zijn manschappen gaf om de dode lichamen op te ruimen. Vier soldaten grepen elk een voet en sleepten de levenloze lichamen weg, een lang spoor van bloed achterlatend in het fijne grind als teken dat de kolonel geen tegenspraak wenste.
Opnieuw viel de stilte over het dorp. Met elke seconde die we naar de glimlachende moordenaar keken werd onze angst groter. Ze waren hier niet om ons allemaal te vermoorden, dat was zeker! Anders waren we nu allang dood geweest door een kogelregen uit de geladen Kalashnikov’s van de rebellen.
En opnieuw die stilte en die duivelse glimlach van de kolonel. Zijn manschappen stonden als zwarte helpers van de duivel bijeengepakt in de schaarste schaduw van hun vrachtwagens. Het duistere spel van de kolonel werkte en de angst van de arme boeren groeide met het verstrijken van elke seconde. Hij wenkte naar een van zijn manschappen, die aan het zien van het goud op de schouder van zijn groene overhemd een hogere rang bezat, dat hij dichterbij moest komen.
De slungelige soldaat slenterde naar de kolonel en boog zich voorover om de gefluisterde bevelen aan te horen. Hij rees weer recht op! Zijn hand ging naar de rand van zijn baret en terwijl hij de kolonel salueerde klikte hij de hakken van zijn hoge legerkisten tegen elkaar. Een hartverscheurend geluid dat de angst in de arme omstanders deed oplaaien als een storm aan een vuurzee. Hij draaide zich om zijn as op de plaats en maakte zich gereed om de bevelen van de kolonel aan ons door te geven.
‘Ik ben de sergeant!’
Om ons op ons gemak te laten voelen werden we aangesproken in ons eigen eeuwenoude dialect. En het werkte! Er viel wat van mijn angst weg en voor een kort moment voelde ik me zelfs op mijn gemak. Maar niet voor lang! Hij schreeuwde luid zijn bevelen in een ander dialect en alle soldaten kwamen in beweging. Ze wierpen zich als een troep hongerige wolven op de menigte. Onze armageddon was begonnen!
De mannen en vrouwen werden gescheiden, beter gezegd, de mannen en vrouwen met hun kinderen werden gescheiden en plaatsen zich ieder aan een kant van de straat. De kolonel rechtte zijn rug en stond op.
‘Een voor een gaat er een man naar de overkant om zijn vrouw en kinderen op te halen. Dan komen jullie met jullie gezin naar me toe en zal ik een beslissing nemen. En denk niet om vals te spelen want alle vrouwen en kinderen die overblijven schieten we aan het einde van de selectie dood!’, klonk er uit zijn keel.
Enkele vrouwen in de groep begonnen zachtjes te huilen. Getroost door hun kinderen luisterden ze naar de kolonel die naar ze toe was gelopen om zijn duivelse plannen te onthullen.
‘Wie is er weduwe?’, vroeg hij zacht en vol medelijden.
Enkele huilende vrouwen omringt door hun kinderen staken hun hand op.
‘Ga naar jullie huizen en hutten! Wij zijn geen monsters. Wij willen alleen het beste voor ons land en ons volk!’
Duidelijk opgelucht maakten de weduwen, achtervolgd door hun kroost, zich snel uit de voeten voordat de kolonel zich zou bedenken. De rest van het dorp in onzekerheid aan beide kanten van de straat achterlatend. Iedereen vroeg zich in angst en een geforceerde stilte af wat er met de overgebleven bevolking uit het dorp zou gaan gebeuren.
De kolonel stond op en met de sergeant aan zijn zijde beende hij naar de groep afgezonderde mannen. Enige minuten stond hij naar ze te grijnzen. Het leek dat de kolonel zich moest bedenken wat te zeggen. De bange mannen wisten beter. Deze duivel had al heel lang geleden zijn snode plannen gesmeed.
‘Luister goed’, maande hij, terwijl zijn gezichtsuitdrukking nu in een serieuze was veranderd, ‘ik vertel dit verhaal maar één keer!’
Wordt vervolgd
Meer verhalen over:
Kort verhaal,
Nederland
Abonneren op:
Reacties (Atom)

